Bijlage III Jaarrekening 2025 BVO DRAN
Tekst van het document
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN Versie: 7 april 2026
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
3
2.
Jaarverslag
3
2.1.
Inleiding
3
2.2.
Programmaverantwoording
6
2.2.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
7
2.2.2.
Programma routevervoer
13
2.2.3.
Overzicht overhead
18
2.3.
Paragrafen
19
2.3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
20
2.3.2.
Financiering
23
2.3.3.
Bedrijfsvoering
26
3.
Jaarrekening
29
3.1.
Overzicht van baten en lasten
29
3.2.
Specificatie BVO
29
3.3.
Balans
30
3.3.1.
Toelichting balansposten
31
3.3.2.
Grondslagen jaarrekening
33
3.4.
Gebeurtenissen na balansdatum
34
3.5.
Wet Normering Topinkomens
34
3.5.1.
Bezoldiging topfunctionarissen
35
3.5.2.
Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen
37
3.5.3.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
37
3.6.
Rechtmatigheidsverantwoording 2025
37
Bijlage 1: Totaaloverzicht vervoerskosten
39
Bijlage 2: Totaaloverzicht kosten callcenter
40
Bijlage 3: Afrekening 2025 deelnemers
41
Bijlage 4: Overzicht baten en lasten per taakveld
42
Bijlage 5: Overzicht baten en lasten BVO DRAN
43
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 2 / 43
1. Inleiding Hierbij bieden we u het concept jaarverslag en de voorlopige jaarrekening 2025 van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN) aan. Dit document is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de BBV staan de voorschriften waaraan de jaarrekening van een gemeenschappelijke regeling moet voldoen. Arnhem, 7 april 2026
2. Jaarverslag 2.1. Inleiding De BVO DRAN is opgericht op 14 april 2016, tijdens de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN. De BVO DRAN kent één bestuursorgaan: het Algemeen Bestuur. De voorzitter wordt uit het Algemeen Bestuur gekozen. Op 31 december 2025 bestond het Algemeen Bestuur uit: Gemeente
Lid
Arnhem
Mevrouw E. van Esch
Berg en Dal
Mevrouw R. Barber
Beuningen
De heer F. Houben
Doesburg
De heer B. Elbers
Druten
Mevrouw N. Huntink
Duiven
Mevrouw M. Overduin
Heumen
De heer W. Wink
Lingewaard
De heer A. Slob
Montferland
Mevrouw J. Derksen
Mook en Middelaar
De heer F. Dillerop
Nijmegen
Mevrouw C. Daemen
Overbetuwe
De heer K. Grimm
Renkum
Mevrouw E. Vink
Rheden
De heer R. ter Hoeven
Rozendaal
Mevrouw T. van der Pas
Westervoort
De heer J. Derksen
Wijchen
Mevrouw A. van Dam
Zevenaar
De heer S. Bijl
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 3 / 43
Algemene ontwikkelingen Vervoersvolume De hoeveelheid vervoer is afhankelijk van het feitelijk gebruik. Als uitgangspunt voor de hoeveelheden vervoer in de gewijzigde begroting 2025 is gekeken naar recente periodes. De begroting 2025 is daardoor gebaseerd op de vervoersvolumes van eind 2024. Bij het vraagafhankelijk vervoer zien we in 2025 een stijging van de ritaantallen (+4,8%) ten opzichte van het vervoersvolume in geheel 2024. Doordat de gewijzigde begroting 2025, zoals gezegd, gebaseerd is op het vervoersvolume van eind 2024 en daarbovenop rekening houdt met een vervoerstoename van +5%, zien we alsnog een onderschrijding van de begroting vraagafhankelijk vervoer van ongeveer -3%. Bij alle drie de soorten routevervoer ligt het totaal aantal ritten in 2025 lager dan het aantal in 2024. Voor het jeugdwet vervoer en leerlingenvervoer ligt het vervoersvolume ongeveer -5% lager, dat is bij het dagbestedingsvervoer zelfs -14%. Ook bij het routevervoer is de gewijzigde begroting 2025 gebaseerd op het vervoersvolume van eind 2024 en daarbovenop een vervoerstoename. In totaal komt de onderschrijding van de begroting in het routevervoer in 2025 nagenoeg uit op -7%.
Arbeidsmarkt chauffeurs Conform het landelijk beeld is ook in 2025 voor de Avan vervoerders nog steeds sprake van schaarste op de arbeidsmarkt, de schaarste neemt wel af maar is nog steeds van noemenswaardige invloed op het vervoer. Het blijft een uitdaging om chauffeurs vacatures (tijdig) in te vullen. Het op peil brengen en houden van de zogenaamde flexibele schil verloopt daardoor moeizaam. Zeker in die gevallen dat er sprake is van een wat hoger ziekteverzuim leidt dit aaltijd nog tot verstoringen in de uitvoering. Het in samenwerking met gemeenten, vervoerders, ouders en scholen naar oplossingen zoeken voor ontstane knelpunten blijft een voortdurend punt van aandacht voor de BVO DRAN. Vervoerscontracten (vraagafhankelijk vervoer) Het vraagafhankelijk vervoer is in 2020, onderverdeeld in 4 percelen (Zuid, West, Noord en Oost), aanbesteed. Met vervoerders zijn toen met startdatum 1 augustus 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Één vervoerder heeft na de initiële periode afgezien van verdere verlengingsopties, waardoor het vervoer binnen het perceel Oost in 2024 opnieuw is aanbesteed. Voor dit perceel is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties met startdatum 1 augustus 2024.
Een andere vervoerder heeft afgezien van de tweede verlengingsoptie, waardoor het vervoer binnen het perceel Zuid in 2025 opnieuw is aanbesteed. Voor dit perceel is eveneens een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2036), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Start van de uitvoering van dit contract is 1 augustus 2026. Voor de percelen West en Noord zijn in 2025 met vervoerders verlengingsafspraken gemaakt voor de periode medio 2026 t/m medio 2028 (tweede verlenging).
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 4 / 43
Doordat contracten op verschillende momenten zijn afgesloten wordt de infasering van zero emissie rolstoelbussen binnen het vraagafhankelijk vervoer ook op verschillende momenten verwacht. Bij het vraagafhankelijk vervoer worden naar verhouding veel rolstoelbussen ingezet en wordt hierdoor op termijn rekening gehouden met een kostenstijging van ongeveer +5% bij de percelen West (vanaf medio 2028), Noord (vanaf medio 2028) en Oost (vanaf medio 2026). Bij de recente aanbesteding van perceel Zuid is binnen de overeengekomen vergoeding al rekening gehouden met deze kostencomponent. Vervoerscontracten (routevervoer) In 2020 is het routevervoer, onderverdeeld in 9 percelen (A t/m I), aanbesteed. Met vervoerders zijn toen met startdatum 1 augustus 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Één vervoerder heeft na de initiële periode afgezien van verdere verlengingsopties, waardoor het vervoer binnen de percelen D, H en I in 2024 opnieuw is aanbesteed. Op basis van voortschrijdende inzichten is toen gekozen de percelen H en I opnieuw in te delen en aan te besteden in drie percelen, namelijk J, K en L. Voor de percelen D, J, K en L is eveneens een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties met startdatum 1 augustus 2024.
Voor de percelen A, B, C, E, F en G zijn met vervoerders in 2025 verlengingsafspraken gemaakt voor de periode medio 2026 t/m medio 2028 (tweede verlenging). Het routevervoer kent momenteel dus tien percelen (A t/m G en J, K en L) waarvoor met vijf vervoerders overeenkomsten zijn afgesloten. Met de vervoerders routevervoer van de percelen A, B, C, E, F en G is bij de eerste contractverlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Deze afsprak is bij de tweede verlenging gecontinueerd. Bij de aanbesteding van de overige percelen is binnen de overeengekomen vergoeding al rekening gehouden met deze kostencomponent. De infasering van zero emissie rolstoelbussen zorgt binnen het routevervoer niet tot een verwachte kostenstijging door het geringe aandeel van rolstoelbussen in de uitvoering van het routevervoer. Ambitie zero emissie In het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN is in maart 2022 de ambitie vanaf 2024 bepaald voor zero emissie gereden vervoer binnen de BVO DRAN. Vanaf 2020 is al sprake van een jaarlijks toenemende mate van duurzaamheid binnen het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer. Vanaf medio 2024 wordt fors ingezet op de transitie naar volledig zero emissie gereden doelgroepenvervoer.
De ambitie is om het vraagafhankelijk vervoer uiterlijk 1 januari 2027 en het routevervoer uiterlijk 1 januari 2028 volledig zero emissie uit te voeren. Zoals bij voorgaande punten al aangegeven, zijn de vastgestelde ambities onderdeel geweest van contractverlengingen en nieuwe aanbestedingen in het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer. Contract callcenter Het contract met het callcenter is in 2025 tot einde looptijd (31 juli 2029) verlengd.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 5 / 43
Financieel resultaat Het financiële resultaat van 2025 wordt bepaald door de programma's vraagafhankelijk vervoer (Wet maatschappelijke ondersteuning), routevervoer (leerlingen, jeugdwet en dagbesteding) en de overhead (kosten bedrijfsvoeringsorganisatie). In vergelijking met de gewijzigde begroting 2025 heeft de BVO DRAN in werkelijkheid ongeveer € 1,5 miljoen minder besteed dan was voorzien, dit is een onderschrijding van de begroting met ruim -6%. De onderschrijding wordt voornamelijk verklaard doordat het vervoersvolume en de daarbij behorende kosten in 2025 over de gehele linie op een iets lager niveau lagen dan in de begroting voorzien. Gemeentelijk beleid, een toenemend gebruik van vrijwilligersvervoer en verdere efficiency door vervoerders dragen onder andere bij aan deze effecten. Ook opgelegde malussen en rentebaten vanuit het schatkistbankieren bepalen een deel van het financiële resultaat omdat deze baten niet in de begroting waren voorzien. Uit te voeren taken Door de deelnemende gemeenten is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer bij de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN neergelegd. In de volgende paragrafen wordt verder ingegaan op de uitvoering van de programma's en het onderdeel overhead.
2.2. Programmaverantwoording Indeling en opzet programma’s De programma’s zijn ingericht op basis van de 3 W-vragen (art. 8 lid 3 BBV): •
Wat willen we bereiken?
•
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Wat mag dat kosten?
In deze programmaverantwoording wordt in eerste instantie verwezen naar de in de begroting opgenomen doelstellingen bij “Wat wilden we bereiken?”. Voor de verantwoording zijn de W-vragen omgebogen naar “Wat hebben we bereikt?”, “Wat hebben we hiervoor gedaan?” en “Wat heeft het gekost?”. Onder “Wat hebben we bereikt?” wordt bij het vervoer naast een algemene beschrijving over wat we hebben bereikt ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor de uitvoering van Avan. De programmaverantwoording bestaat uit de volgende programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Routevervoer En het overzicht: 3. Overhead De indeling van de programma’s in de jaarrekening is overeenkomstig de begroting.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 6 / 43
2.2.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
Wat wilden we bereiken? •
Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan door het callcenter en de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) vraagafhankelijk vervoer en het PvE callcenter staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 januari 2027 te komen tot een volledig emissieloos vraagafhankelijk vervoer binnen Avan. Een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van zero emissie rolstoelbussen op te schorten.
•
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan.
Wat hebben we bereikt? Vraagafhankelijk vervoer (kwaliteit) Naar aanleiding van de gerealiseerde kwaliteit zijn in 2025 conform bestek malussen opgelegd aan de vervoerders van het vraagafhankelijk vervoer. Op basis van een kwartaalrapportage waarin de gerealiseerde en genormeerde KPI’s met elkaar worden vergeleken, vindt elk kwartaal een gesprek plaats tussen de vervoersorganisatie en vervoerder. Mede afhankelijk van dit kwartaalgesprek kan door de vervoersorganisatie besloten worden de malus te matigen. Per kwartaal ontvangt de vervoerder een brief met daarbij het besluit van de vervoersorganisatie ten aanzien van de malus en eventuele matiging. Mochten de prestaties daartoe aanleiding geven dan worden tussentijdse overleggen gevoerd. Ten opzichte van 2024 is in 2025 sprake van een rittoename met 4,8%, een vergelijkbaar niveau van verwijtbare klachten en vertrekpunctualiteit en een lichte verbetering bij de (maximale) individuele reistijd. In het 3e kwartaal van 2025 werd incidenteel een rittenstop toegestaan, dit kan nooit bij ritten om een reiziger naar huis te brengen. Hierdoor zijn in totaal 87 ritten (0,02%) niet aangenomen, deels veroorzaakt door hoge ritaantallen in combinatie met hoog ziekteverzuim bij een vervoerder.
Het uitgangspunt hierbij is dat in het kader van voorspelbaarheid beter de rit niet kan worden aangenomen dan dat de reiziger met een onvoorspelbare (lange) vertraging wordt geconfronteerd. a.
Dataritten
Door niet functionerende data-apparatuur of problemen in de verzending van data kan het incidenteel voorkomen dat ritgegevens niet worden geregistreerd. In 2025 was het percentage niet-dataritten 0,7% (2024: 1,0%) van het jaartotaal aantal ritten vraagafhankelijk vervoer. De realisatie per kwartaal lag tussen de 0,5% en 0,8% en daarmee ruim binnen de norm van 5,0% niet-dataritten. b. Gegronde en verwijtbare klachten Een klacht is gegrond als de vervoerder iets heeft gedaan wat ingaat tegen de regels, of heeft nagelaten wat had mogen worden verwacht op grond van de regels die voortkomen uit de contracten. Is er sprake van een overmachtssituatie dan zou mogelijk de klacht als niet verwijtbaar kunnen worden geclassificeerd. Een voorbeeld hiervan zijn vertragingen door hevige sneeuwval of plotseling optredende gladheid.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 7 / 43
In 2025 was het percentage gegronde en verwijtbare klachten 0,2% (2024: 0,2%) van het jaartotaal aantal ritten vraagafhankelijk vervoer. In elk afzonderlijk kwartaal bleef het percentage gegronde en verwijtbare klachten ook binnen de gestelde norm van maximaal 0,4%. c.
Verwijtbare loosmeldingen
Een rit wordt loos gemeld nadat een reiziger niet wordt aangetroffen op het afgesproken adres/locatie. Wanneer de vervoerder niet voldoet aan meerdere voorwaarden is er sprake van een verwijtbare loosmelding. Hierbij valt te denken aan het gebruik van de belservice, aantoonbare GPS positie voertuig en verplichte wachttijd. In 2025 was het percentage verwijtbare loosmeldingen 0,9% (2024: 0,8%) van het jaartotaal aantal ritten vraagafhankelijk vervoer. In alle kwartalen bleef het percentage verwijtbare loosmeldingen ook onder de gestelde norm van maximaal 1,0%.
Grafiek 1: gegronde en verwijtbare klachten en verwijtbare loosmeldingen vraagafhankelijk vervoer 2025
d. Vertrekpunctualiteit Binnen de bandbreedte van 15 minuten voor tot 15 minuten na het gewenste vertrektijdstip moet de reiziger zijn ingestapt. Het gewenste vertrektijdstip van de reiziger wordt door het callcenter vastgelegd. De vertrekpunctualiteit in het vraagafhankelijk vervoer lag in 2025 op 92,1% (2024: 92,0%) en daarmee lager dan de gestelde norm van 95,0%. e. Individuele reistijd Voor het combineren van verschillende reizigers is zogenaamde omrijdtijd toegestaan. Deze omrijdtijd is gemaximeerd. Per rit wordt deze maximale omrijdtijd bepaald en afgezet tegen de feitelijke individuele reistijd van de reiziger. De individuele reistijd wordt bepaald vanaf de geregistreerde instaptijd tot de geregistreerde uitstaptijd van de reiziger. Het percentage van de ritten dat in 2025 binnen de maximaal toegestane individuele reistijd is gereden is 93,0% (2024: 92,2%) en daarmee lager dan de gestelde norm van 95,0%.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 8 / 43
Grafiek 2: vertrekpunctualiteit en individuele reistijd ritten vraagafhankelijk vervoer 2025
f.
Ophaaltijden
Voor ritten met een ophaaltijd die meer dan 15 minuten te vroeg of te laat is wordt een malus opgelegd. Dit zijn ritten waarbij een reiziger dus 30 minuten voor of na de geboekte ophaaltijd vertrekt. In 2025 was het percentage ritten waarbij deze malus is opgelegd 1,8% (2024: 1,6%) van het jaartotaal aantal ritten vraagafhankelijk vervoer. In alle kwartalen bleef het percentage overschrijdingen ook boven de gestelde norm van maximaal 0,5%. Callcenter Naar aanleiding van de gerealiseerde kwaliteit zijn in 2025 conform bestek malussen opgelegd aan het callcenter voor het vraagafhankelijk vervoer. Op basis van een kwartaalrapportage waarin de gerealiseerde en genormeerde KPI’s met elkaar worden vergeleken, vindt elk kwartaal een gesprek plaats tussen de vervoersorganisatie en het callcenter. Mede afhankelijk van dit kwartaalgesprek kan door de vervoersorganisatie besloten worden de malus te matigen. Per kwartaal ontvangt het callcenter een brief met daarbij het besluit van de vervoersorganisatie ten aanzien van de malus en eventuele matiging. Mochten de prestaties daartoe aanleiding geven dan worden tussentijdse overleggen gevoerd. a.
Gegronde en verwijtbare klachten
Een klacht is gegrond als het callcenter iets heeft gedaan wat ingaat tegen de regels, of heeft nagelaten wat had mogen worden verwacht op grond van de regels die voortkomen uit het contract. Een klacht is verwijtbaar als het callcenter niet aan kan tonen dat er sprake is van overmacht. In 2025 was het percentage gegronde en verwijtbare klachten 0,02% (2024: 0,06%) van het jaartotaal aantal declarabele ritten vraagafhankelijk vervoer. In elk afzonderlijk kwartaal bleef het percentage gegronde en verwijtbare klachten ook binnen de gestelde norm van maximaal 0,05%. b. Verwijtbare loosmeldingen Een rit wordt loos gemeld nadat een reiziger niet wordt aangetroffen op het afgesproken adres/locatie. Is de oorzaak van de loosmelding herleidbaar naar een fout van het callcenter dan is sprake van een verwijtbare loosmelding. Te denken valt aan het vergeten te annuleren van ritten of het maken van een foutieve ritboeking.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 9 / 43
In 2025 was het percentage verwijtbare loosmeldingen 0,01% (2024: 0,03%) van het jaartotaal aantal declarabele ritten vraagafhankelijk vervoer. In alle kwartalen bleef het percentage verwijtbare loosmeldingen ook ruim binnen de gestelde norm van maximaal 0,05%. c.
Wachttijd telefonie
De gemiddelde wachttijd van alle inkomende gesprekken mag over een periode van één maand niet meer bedragen dan 25 seconden. In 2024 was de gemiddelde wachttijd van de inkomende gesprekken 41 seconden (2024: 45 seconden). Vraagafhankelijk vervoer (duurzaamheid) In 2025 is 100,0% (2024: 98,1%) van de gereden kilometers in het vraagafhankelijk vervoer als duurzaam te beschouwen. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde norm van 100%. Het aandeel zero emissie ligt in 2025 iets boven de afgesproken norm van 50%. Van de totaal aantal gereden kilometers is in 2025 51,2% (2024: 48,5%) gereden door zero emissie voertuigen. Wat hebben we hiervoor gedaan? Contractbeheersing/management informatie In 2024 zijn continu analyses op de (realtime) rittenbakken, de managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie uitgevoerd. De resultaten zijn periodiek besproken met de opdrachtnemers. Op basis daarvan is (bij)gestuurd op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles. De bevindingen die hieruit volgen hebben invloed op de bonus/malus regeling die van toepassing is. Vergoeding vraagafhankelijk vervoer Omdat het vraagafhankelijk vervoer zich na de Coronacrisis op een fors lager niveau heeft gestabileerd, was er voor de vervoerders geen sprake meer van een bedrijfseconomisch verantwoorde exploitatie van het vervoer.
Om hieraan tegemoet te komen is vanaf het derde kwartaal van 2023 met de huidige vervoerders in het vraagafhankelijk vervoer een meer structurele oplossing overeengekomen ter vergoeding voor het risico op achterblijvende en fluctuerende vervoersvolumes. Daarbij is de vergoeding aan vervoerders afhankelijk van de feitelijke vervoersvolume. Ligt het vervoersvolume onder een vooraf gestelde norm, wordt de vergoeding naar boven bijgesteld. Ligt het vervoersvolume echter hoger dan deze norm, dan wordt de vergoeding naar beneden bijgesteld. Controleverklaring vervoerskosten Voor de verantwoording over 2025 wordt van elke vervoerder vraagafhankelijk vervoer en het callcenter een controleverklaring ontvangen van respectievelijk het vervoer binnen het betreffende perceel of de kosten callcenter. Het laten uitvoeren van een jaarlijkse audit op de (financiële) processen en (financiële) systemen is een contractuele verplichting. Afstemming BVO DRAN en deelnemende gemeenten In 2025 heeft afstemming met gemeenten plaatsgevonden over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken via het contactambtenaren overleg Avan. Periodiek worden door de BVO DRAN (financiële) voortgangsrapportages aan het algemeen bestuur verstrekt.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 10 / 43
Regionale Adviesraad In 2025 hebben meerdere overleggen van de Regionale Adviesraad (RAD) doelgroepenvervoer plaatsgevonden om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. Hierin is onder andere advisering gevraagd rondom de aanbesteding van perceel zuid en de tariefsverhoging van de reizigersbijdrage. Bij alle overleggen van de RAD is een afgevaardigde van de BVO DRAN aanwezig geweest. Communicatie Via de website www.avan-vervoer.nl wordt gecommuniceerd met reizigers. Op deze site worden door de BVO DRAN periodiek nieuwsbrieven gepubliceerd. Onder het kopje "Nieuws" worden reizigers geïnformeerd over recente ontwikkelingen en eventuele aanpassingen aan het vervoer. De nieuwsbrieven worden ook gemaild aan alle reizigers waarvan de mailadressen bij de BVO DRAN bekend zijn. Daarnaast is er door gebruikers o.a. de volgende informatie te vinden: klantenservice, de kosten voor vervoer, reserverings- en klachtentelefoonnummers, reistijden, procedures, reglementen en afspraken. Ook kunnen reizigers via de website een rit boeken, een klacht indienen of een opmerking/vraag sturen naar de BVO DRAN. Op basis van ervaringen en reacties van gebruikers wordt de website waar nodig geoptimaliseerd periodiek geoptimaliseerd en aangepast. Er is naast de website ook de mogelijkheid om via een boekingsapp ritten te reserveren.
Klanttevredenheidsonderzoek In 2025 zijn voor het vraagafhankelijk vervoer continu onafhankelijke klanttevredenheidsonderzoeken (KTO’s) uitgevoerd. Daarvoor worden dagelijks vijf reizigers gebeld die de afgelopen dagen gebruik hebben gemaakt van Avan en gevraagd naar hun ervaringen over dit recente gebruik. Deze ervaringen worden gebundeld in kwartaalrapportages en vervolgens in een jaarrapportage. In april 2026 is de Jaarrapportage KTO vraagafhankelijk vervoer 2025 aan het algemeen bestuur gepresenteerd. De algemene tevredenheid over het vraagafhankelijk vervoer is door de reizigers, net als vorig jaar, gewaardeerd met een 8,0. Deze waardering is boven de norm van 7,6. De scores voor de afzonderlijke onderdelen: stiptheid van de vertrektijd, reservering van de taxirit, reisduur van de taxirit en communicatie over de ophaaltijd bij het boeken, scoren elk minimaal een 7,8. Klachtafhandeling scoort een 6,2 (2024: 6,0).
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 11 / 43
Wat heeft het gekost?
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 12 / 43
Toelichting Bestedingen De gewijzigde begroting 2025 vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op de vervoersvolumes van eind 2024. In vergelijking tot dit vervoersvolume zien we dat in 2025 het vervoersvolume gemiddeld op het niveau van eind 2024 ligt. Doordat in de begroting in de tweede helft van 2025 rekening is gehouden met een vervoerstoename van +5% en de financiële effecten van o.a. bonus/malus voorzichtigheidshalve niet worden begroot, ontstaat er een positief resultaat van € 506.391 in het programma vraagafhankelijk vervoer. Financiering De ontvangen reizigersbijdragen zijn in 2025 bijna -10% lager uitgevallen dan begroot. Doordat de reizigersbijdragen meer zijn onderschreden dan de vervoerskosten, heeft dat een negatief effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen.
2.2.2.
Programma routevervoer
Wat wilden we bereiken? •
Een kwalitatief goede uitvoering van het routevervoer met Avan door de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) routegebonden vervoer staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 januari 2028 te komen tot een volledig emissieloos routevervoer binnen Avan. Een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van zero emissie rolstoelbussen op te schorten.
•
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het routevervoer met Avan.
Wat hebben we bereikt? Routevervoer (kwaliteit) Naar aanleiding van de gerealiseerde kwaliteit zijn in 2025 conform bestek malussen opgelegd aan de vervoerders van het routevervoer. Op basis van een kwartaalrapportage waarin de gerealiseerde en genormeerde KPI’s met elkaar worden vergeleken, vindt elk kwartaal een gesprek plaats tussen de vervoersorganisatie en vervoerder. Mede afhankelijk van dit kwartaalgesprek kan door de vervoersorganisatie besloten worden de malus te matigen. Per kwartaal ontvangt de vervoerder een brief met daarbij het besluit van de vervoersorganisatie ten aanzien van de malus en eventuele matiging. Mochten de prestaties daartoe aanleiding geven dan worden tussentijdse overleggen gevoerd. Wanneer voldaan wordt aan alle vereisten uit het bestek, komen vervoerders in aanmerking voor een bonus. Op dit moment (stand begin april 2026) is het waarschijnlijk dat voor 8 percelen bonussen over 2025 uitgekeerd kunnen worden. Deze kosten zijn daardoor verwerkt in de jaarafrekening 2025 deelnemers. Na bekendwording van de resultaten van het KTO routevervoer later dit jaar, is definitief bekend welke vervoerders een bonus toegekend krijgen.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 13 / 43
a.
Dataritten
Door niet functionerende data-apparatuur of problemen in de verzending van data kan het incidenteel voorkomen dat ritgegevens niet worden geregistreerd. In 2025 was het percentage niet-dataritten 1,8% (2024: 1,7%) van het jaartotaal aantal ritten routevervoer. De realisatie in de afzonderlijke kwartalen lag tussen de 1,7% en 2,1% en daarmee ruim binnen de norm van 5,0% niet-dataritten. b. Gegronde en verwijtbare klachten Een klacht is gegrond indien de vervoerder iets heeft gedaan wat ingaat tegen de regels, of heeft nagelaten wat had mogen worden verwacht op grond van de regels die voortkomen uit de contracten. Is er sprake van een overmachtssituatie dan zou mogelijk de klacht als niet verwijtbaar kunnen worden geclassificeerd. Een voorbeeld hiervan zijn vertragingen door hevige sneeuwval of plotseling optredende gladheid. In 2025 was het percentage gegronde en verwijtbare klachten 0,04% (2024: 0,06%) van het jaartotaal aantal ritten routevervoer. Per kwartaal bekeken bleef het percentage gegronde en verwijtbare klachten ook ruim binnen de gestelde norm van maximaal 0,3%. c.
Aankomstpunctualiteit
De aankomstpunctualiteit (5 minuten voor aanvang op school) in het routevervoer lag in 2025 op 94,3% (2024: 87,2%) en daarmee nog maar iets lager dan de gestelde norm van 95,0%. De aankomstpunctualiteit (op tijd) lag in het routevervoer in 2025 overigens op 97,4% (2024: 93,8%). d. Vertrekpunctualiteit Binnen 15 minuten na afloop van een activiteit moeten alle reizigers vanaf de locatie zijn vertrokken. Op basis van geregistreerde voorrijdtijd, instaptijd en GPS locatie vindt monitoring plaats. De vertrekpunctualiteit in het routevervoer lag in 2025 op 97,6% (2024: 95,7%) en daarmee boven de gestelde norm van 95,0%. In alle maanden bleef het percentage overschrijdingen ook boven de gestelde norm van maximaal 95,0%.
Grafiek 3: aankomstpunctualiteit en vertrekpunctualiteit routevervoer 2025
e. Vertrektijden Voor ritten met een vertrektijd vanaf een locatie later dan 30 minuten na einde van de activiteit wordt een malus opgelegd. In 2025 was het percentage ritten waarbij deze malus is opgelegd 0,1% (2024: 0,1%) van het jaartotaal aantal ritten routevervoer. In alle kwartalen bleef het percentage overschrijdingen ook binnen de gestelde norm van maximaal 0,5%.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 14 / 43
Routevervoer (duurzaamheid) In 2025 is 100,0% (2024: 95,0%) van de gereden kilometers in het routevervoer als duurzaam te beschouwen. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde norm van 100%. Het aandeel zero emissie ligt in 2025 ruim boven de afgesproken norm van 25%. Van de totaal aantal gereden kilometers is in 2025 33,0% (2024: 29,7%) gereden door zero emissie voertuigen. Wat hebben we hiervoor gedaan? Contractbeheersing/management informatie In 2025 zijn continu analyses op de (realtime) rittenbakken, de managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie uitgevoerd. De resultaten zijn periodiek besproken met de opdrachtnemers. Op basis daarvan is (bij)gestuurd op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles. De bevindingen die hieruit volgen hebben invloed op de bonus/malus regeling die van toepassing is. Controleverklaring vervoerskosten Voor de verantwoording over 2025 wordt van elke vervoerder routevervoer een controleverklaring ontvangen van het vervoer binnen het betreffende perceel. Het laten uitvoeren van een jaarlijkse audit op de (financiële) processen en (financiële) systemen is een contractuele verplichting. Afstemming BVO DRAN en deelnemende gemeenten In 2025 heeft afstemming met gemeenten plaatsgevonden over routevervoer gerelateerde zaken via het contactambtenaren overleg Avan.
Periodiek worden door de BVO DRAN (financiële) voortgangsrapportages aan het algemeen bestuur verstrekt. Regionale Adviesraad In 2025 hebben meerdere overleggen van de Regionale Adviesraad (RAD) doelgroepenvervoer plaatsgevonden om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. Bij alle overleggen van de RAD is een afgevaardigde van de BVO DRAN aanwezig geweest. Communicatie Via de website www.avan-vervoer.nl wordt gecommuniceerd met reizigers. Op deze site worden door de BVO DRAN periodiek nieuwsbrieven gepubliceerd. Onder het kopje "Nieuws" worden reizigers geïnformeerd over recente ontwikkelingen en eventuele aanpassingen aan het vervoer. Daar kunnen reizigers uit het routevervoer ook de contactgegevens van de vervoerders vinden en een klacht indienen of een opmerking/vraag sturen naar de BVO DRAN. Op basis van ervaringen en reacties van gebruikers wordt de website waar nodig geoptimaliseerd periodiek geoptimaliseerd en aangepast. Nieuwe reizigers in het routevervoer worden na aanmelding geïnformeerd over het Avan vervoer. Communicatie over de ritten gebeurt via de betreffende vervoerders. Via het routevervoerportaal kunnen ouders en reizigers de laatste informatie vinden over bijvoorbeeld de ophaaltijden of kunnen zij indien nodig hun rit afmelden.
Klanttevredenheidsonderzoek (regulier) In 2025 is voor het routevervoer een onafhankelijk klanttevredenheidsonderzoek (KTO’s) uitgevoerd. Door de aard van het vervoer wordt voor het routevervoer jaarlijks een KTO uitgevoerd. Het onderzoek vindt plaats aan het einde van het schooljaar, in 2025 heeft het onderzoek in de maand april plaatsgevonden.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 15 / 43
De overall score voor het routevervoer is 7,5 (2024: 7,6) en ligt daarmee iets onder de gestelde norm van 7,6. Toch zijn de meeste gebruikers (zeer) tevreden over onderdelen zoals reistijd, stiptheid, veiligheid, het instapgemak en de chauffeurs. Met uitzondering van de klachtafhandeling scoren alle afzonderlijke onderdelen zoals beoordeling voertuigen, chauffeurs en het gemak van het tijdelijk afmelden, een 7,3 of hoger. Klachtafhandeling scoort een 5,2 voor klachten die via het officiële klachtenloket van Avan zijn gemeld. Voor de klachten die rechtstreeks bij de vervoerder of gemeente zijn ingediend, wordt een 4,8 gescoord. Dit onderdeel blijft dan ook het enige waarop Avan niet voldoet aan de norm. De belangrijkste kritiekpunten zijn dat de klachtafhandeling onduidelijk wordt gevonden, dat men de klacht als ongegrond afgewezen ervaart of dat er, ondanks beloofde acties, geen merkbare verbetering optreedt. Uit eerder aanvullend onderzoek blijkt dat de beoordeling van de afhandeling sterk wordt beïnvloed door de oorspronkelijke negatieve ervaring die aanleiding gaf tot de klacht, en minder door de daadwerkelijke afhandeling ervan. De vervoersorganisatie blijft alle klachten actief monitoren om te zorgen voor een correcte, tijdige en klantvriendelijke afhandeling. Ook blijft de vervoersorganisatie gebruikers stimuleren om klachten via de juiste kanalen te melden.
Klanttevredenheidsonderzoek (start schooljaar) Vanaf 2024 wordt voor het routevervoer ook een klanttevredenheidsonderzoek verricht dat gericht is op de kwalitiet van het vervoer bij de start van het schooljaar. De start van het schooljaar wordt gekenmerkt als een hectische periode. Veel kinderen maken voor het eerst gebruik van het vervoer en de samenstellingen van routes worden gewijzigd. De algehele beleving is door de ouders gewaardeerd op een 7,4 (2024: 7,2). Alle afzonderlijke onderdelen worden met minimaal een 7,2 gewaardeerd (2024: minimaal 6,8). Ook hier vormt de klachtafhandeling daarop een uitzondering. De klachtafhandeling via het officiële klachtenmeldpunt wordt bij de start van het schooljaar gewaardeerd op een 5,3 (2024: 5,3).
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 16 / 43
Wat heeft het gekost?
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 17 / 43
Toelichting Bestedingen De gewijzigde begroting 2025 routevervoer is gebaseerd op de vervoersvolumes van eind 2024. In vergelijking tot deze vervoersvolumes zien we in 2025 bij alle drie de soorten routevervoer (leerlingenvervoer, dagbesteding en jeugdwet) een lichte afname van het vervoersvolume. Doordat in de begroting in de tweede helft van 2025 ook nog rekening is gehouden met een vervoerstoename van +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) of +15% (jeugdwet) ontstaat er een positief resultaat van € 883.845 in het programma routevervoer. Financiering Doordat de gemeentelijke bijdrage de enige financieringsbron is voor de kosten van het routevervoer, valt de werkelijke bijdrage in 2025 ook lager uit dan de begroting.
2.2.3.
Overzicht overhead
Wat hebben we bereikt? Sturing en (financiële) beheersing van uitvoering van het vervoer met Avan In 2024 zijn elk kwartaal financiële managementrapportages aan het bestuur verstrekt. In deze rapportage wordt de voortgang van de (geprognosticeerde) bestedingen per vervoerssoort en per gemeente inzichtelijk gemaakt. Een doorlopend proces blijft de gezamenlijke zoektocht van de BVO DRAN en gemeenten om de kosten van het vervoer zo veel mogelijk te beperken door het doorvoeren van optimalisaties en invoeren van beheersmaatregelen. Ondersteunen en faciliteren van het bestuur in haar taakuitvoering Om te komen tot gedegen besluitvorming worden alle onderwerpen die door de BVO DRAN zijn geagendeerd, voorbesproken in het voorbereidend ambtelijk overleg (VAO). Op de momenten dat specifieke detail toelichting noodzakelijk wordt geacht, worden er door de BVO DRAN naast dit VAO nog extra (financiële) bijeenkomsten georganiseerd. De BVO DRAN is in de bestuurlijke overleggen aangesloten en geeft toelichting op de door hen geagendeerde onderwerpen. De BVO DRAN zorgt ook voor de verslaglegging van de bestuurlijk overleggen. Wat hebben we hiervoor gedaan? Afstemming BVO DRAN en callcenter/vervoerders Frequent worden er overleggen gevoerd met de vervoerders en het callcenter over operationele aspecten van de samenwerking.
Binnen deze overleggen worden aan de hand van de contractueel overeengekomen KPI’s de prestaties van de opdrachtnemers besproken. Hierdoor kan een goede monitoring plaatsvinden van de afgesproken normen. Inrichting vervoer en callcenter In de huidige contracten wordt voor het vraagafhankelijk vervoer gewerkt volgens een callcentermodel. Hierbij is de ritaanname belegd bij een callcenter en wordt de feitelijke planning en uitvoering verzorgd door de vervoerders. Binnen het routevervoer zijn de callcentertaken ook belegd bij de vervoerder zelf. Vergoeding vervoer en callcenter De periodieke vergoeding aan vervoerders vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op het aantal declarabele kilometers, voor het routevervoer op het aantal beladen uren verhoogd met een starttarief en de vergoeding aan het callcenter op het aantal declarabele ritten.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 18 / 43
Monitoren van (landelijke) ontwikkelingen De BVO DRAN neemt deel aan het bovenregionaal overleg. Hierin zijn de Gelderse vervoersregio’s vertegenwoordigd waarbij ontwikkelingen worden besproken, kennis en ervaringen worden gedeeld en de samenwerking wordt gezocht voor de aanpak van eventuele knelpunten in het doelgroepenvervoer. De BVO DRAN is vertegenwoordigd in het bestuur van de landelijke vereniging doelgroepenvervoer (VDVN). Een vereniging die zich inzet voor de belangen van gemeentelijke opdrachtgevers in het doelgroepenvervoer en in nauw contact staat met de VNG en vertegenwoordigers van de Rijksoverheid. De BVO DRAN neemt actief deel aan regionale bijeenkomsten, georganiseerd door de griffierskringen, met als doel informatievoorziening aan raadsleden door diverse gemeenschappelijke regelingen. De BVO DRAN is actief betrokken bij het oplossen van (reizigers)problemen binnen het doelgroepenvervoer en ondersteund daarbij de ambtelijke organisatie. Wat heeft het gekost?
2.3. Paragrafen In de jaarstukken wordt in afzonderlijke paragrafen ingegaan op de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten van de organisatie. In de BBV (art. 26) staat aangegeven dat in het jaarverslag de paragrafen opgenomen moeten zijn die ook in de begroting zijn opgenomen. Dit betreft voor de jaarstukken 2025 van BVO DRAN de volgende paragrafen: •
weerstandsvermogen en risicobeheersing
•
financiering
•
bedrijfsvoering
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 19 / 43
2.3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld gebracht te worden. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen: •
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
•
een inventarisatie van de risico's
•
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's
•
financiële kengetallen
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Binnen de financiën van de BVO DRAN zijn een tweetal posten te duiden als weerstandscapaciteit: reserves en posten onvoorzien. Ten aanzien van alle bestedingen door de BVO DRAN is de ‘open einde’ systematiek van toepassing. Dit houdt in dat bij een tekort een deelnemende gemeente bij moet betalen en bij een overschot geld terugkrijgt. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende gemeente. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de gemeente. Omdat jaarlijks het resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten, wordt er door de BVO DRAN ook geen reserve opgebouwd. Inventarisatie van de risico’s Aanbesteding en verlenging vervoerscontracten Het vraagafhankelijk vervoer is, onderverdeeld in 4 percelen (Zuid, West, Noord en Oost), aanbesteed. Met twee van de huidige vervoerders (West en Noord) zijn in 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Voor perceel Oost heeft in 2024 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden.
Voor dit perceel is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties. Bij de recente aanbesteding voor perceel Zuid is vanaf 1 augustus 2026 een looptijd van het contract van 10 jaren overeengekomen (tot medio 2036), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. In onderstaande tabel is per perceel vraagafhankelijk vervoer weergegeven welke gemeenten daartoe behoren en wat de (mogelijke) looptijd is van het huidige contract.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 20 / 43
Het routevervoer is, onderverdeeld in 10 percelen (A t/m G, J, K en L), aanbesteed. Voor 6 percelen (A, B, C, E, F en G) zijn met de huidige vervoerders in 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Voor de overige 4 percelen (D, J, K en L) heeft in 2024 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Voor deze percelen is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties. In onderstaande tabel is per perceel routevervoer weergegeven welke gemeenten daartoe behoren en wat de (mogelijke) looptijd is van het huidige contract.
Het lichten van verlengingsopties is een tweezijdig besluit dat tenminste één jaar voor expiratiedatum schriftelijk aan de andere partij kenbaar dient te worden gemaakt. Het is denkbaar dat partijen besluiten contracten niet te verlengen en dat daardoor delen van het vervoer dienen te worden aanbesteed. Met de huidige en, naar verwachting aanhoudende, marktomstandigheden (krapte arbeidsmarkt, energieprijzen, brandstofprijzen, investering zero emissie voertuigen) is het niet ondenkbaar dat een toekomstige aanbesteding zal leiden tot hogere tarieven dan de huidige contractueel overeengekomen tarieven. De huidige meerjarige begrotingen voor het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn gebaseerd op de afspraken uit de (verlengde) contracten, waarbij rekening is gehouden met additionele kosten voor de infasering van zero emissie. In het geval dat besloten dient te worden tot een nieuwe aanbesteding, is de verwachting dat er sprake zal zijn van meerkosten ten opzichte van de huidige meerjarige begrotingen vervoerskosten voor de gemeenten die dat betreft.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 21 / 43
Infasering zero emissie rolstoelbussen Met uitzondering van het recent aanbestede perceel Zuid, zijn alle huidige tarieven in het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer gebaseerd op vervoer met niet-zero emissie rolstoelbussen. De uitsluiting van deze voertuigen heeft naar verwachting een kostendrukkend effect op het (toekomstige) tarief doordat het risico en de onzekerheid hieromtrent bij de vervoerder wordt beperkt. Gedurende de contractperiode met alle vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 augustus 2028 te komen tot een volledig emissieloos vraagafhankelijk en routevervoer binnen Avan. De infasering van zero emissie rolstoelbussen is onderdeel van de herzieningsclausule die is opgenomen in de huidige contracten. Naar verwachting heeft infasering van zero emissie rolstoelbussen op termijn nog steeds een kosten stijgend effect. Binnen de begroting vraagafhankelijk vervoer is vanaf medio 2026 (perceel Oost) of medio 2028 (percelen West en Noord) rekening gehouden met +5% meerkosten voor deze infasering. Voor het routevervoer worden op dit moment geen dergelijke meerkosten verwacht. In onderstaande tabel staan alle uitgangspunten opgesomd.
Clausule afwijkend vervoersvolume overeenkomsten vervoerders Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de contractperiode de mogelijkheid dat vervoervolumes schommelen. Binnen alle huidige contracten routevervoer zijn afspraken gemaakt voor het geval dat vervoervolumes structureel en substantieel toe- of afnemen en dit leidt tot een onredelijke financiële situatie voor vervoerder of opdrachtgever. Beide partijen treden in dit geval tijdig in overleg. Binnen alle huidige contracten vraagafhankelijk vervoer is een fluctuerende vergoeding op basis van een kilometerstaffel overeengekomen. Bij deze vervoerssoort bestaat dit risico dan ook niet. In het geval sprake is van een substantiële toe- of afname van het vervoersvolume zullen de financiële gevolgen naar alle waarschijnlijkheid passend zijn binnen de begroting van de BVO DRAN, rekening houdend met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027. Brandstofprijzen Door ontwikkelingen op wereldniveau nemen de kosten van diesel, vanaf maart 2026, enorm toe. De mogelijke kosteneffecten voor 2026 en verder zijn momenteel niet in te schatten, maar zal zeker een opdrukkend effect hebben op de kostenontwikkeling binnen het doelgroepenvervoer. De ontwikkelingen worden gemonitord door de vervoersorganisatie.
De hieruit volgende bevindingen worden zowel ambtelijk als bestuurlijk gedeeld waarna afspraken kunnen worden gemaakt over financiële consequenties.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 22 / 43
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemende gemeente. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen vervoerders bij het plannen op efficiency. Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van deze vervoersstromen binnen de planning. Financiële kengetallen Doordat de BVO DRAN niet over eigen vermogen, vaste activa en vaste passiva beschikt, kan er geen netto schuldquote en solvabiliteitsratio worden bepaald. Door de ‘open einde’ systematiek is de structurele exploitatieruimte gewaarborgd.
2.3.2.
Financiering
Het financieringsvraagstuk van de BVO DRAN is van een beperkte omvang. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er gewerkt wordt met bevoorschotting op basis van de meest recent vastgestelde begroting, de ‘open einde’ systematiek en daardoor de mogelijkheid van het algemeen bestuur om tussentijds extra middelen beschikbaar te stellen door een begrotingswijziging vast te stellen. De financieringsrisico's zullen om die reden slechts beperkt zijn. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: •
Geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido.
•
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.
•
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
EMU saldo Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) is de Nederlandse uitwerking van deze afspraken. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden deel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau, is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen. Voor een bedrijfsvoeringsorganisatie is echter geen referentiewaarde vastgesteld waardoor het berekenen van het EMU-saldo geen toegevoegde waarde heeft.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 23 / 43
Geprognosticeerde balans
Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen in 2025 8,2% van het begrotingstotaal. De huidige stand van de netto-vlottende schuld geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 24 / 43
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Op dit moment zijn er geen langlopende schulden, zodat er geen aanleiding is om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Schatkistbankieren Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook rechtspersonen (openbare lichamen) die zijn ingesteld op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht tot deelname aan schatkistbankieren. Voor decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Om te bepalen wat overtollige middelen zijn, wordt een drempelbedrag gehanteerd. Het drempelbedrag is in 2025 gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt. In 2025 resulteert dit voor de BVO DRAN tot een drempelbedrag van € 1.000.000 door een begrotingstotaal in de gewijzigde begroting 2025 van € 25.994.065.
Gedurende 2025 heeft vanaf € 250.000 afroming van overtollige middelen plaatsgevonden naar de schatkist bij het ministerie van Financiën. Hierdoor wordt het drempelbedrag niet overschreden.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 25 / 43
Relatiebeheer Het betalingsverkeer is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.
2.3.3.
Bedrijfsvoering
Waar staat de BVO DRAN voor? De BVO DRAN is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is. Tenslotte wordt een optimale aansluiting van het vervoer op het openbaar vervoer netwerk voorzien. Doelen en taken De BVO DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden daardoor overgedragen aan de BVO DRAN.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 26 / 43
Vervoersmodel In de huidige contracten wordt voor het vraagafhankelijk vervoer gewerkt volgens een callcentermodel. Hierbij is de ritaanname belegd bij een callcenter en wordt de feitelijke planning en uitvoering verzorgd door de vervoerders. Binnen het routevervoer zijn de callcentertaken ook belegd bij de vervoerder zelf. De periodieke vergoeding aan vervoerders vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op het aantal beladen kilometers verhoogd met een starttarief per rit. Voor het routevervoer is de vergoeding gebaseerd op het aantal beladen uren verhoogd met een starttarief. De vergoeding aan het callcenter is gebaseerd op het aantal declarabele ritten binnen het vraagafhankelijk vervoer. Dienstverleningsovereenkomsten Voor 2025 zijn met de Connectie en de gemeente Arnhem dienstverleningsovereenkomsten (DVO) afgesloten. De Connectie levert ingerichte werkplekken, diverse (financiële) applicaties en functioneel beheer, een volledig financieel administratieve verwerking (inclusief salarisadministratie) en archivering. Als bijlage bij de DVO met de Connectie is ook een verwerkersovereenkomst opgenomen. De DVO met de gemeente Arnhem betreft afspraken over inzet van specialistische expertise. Rapporteren Aan de deelnemende gemeenten wordt gerapporteerd over de geleverde prestaties.
De (financiële) voortgangsrapportages worden minimaal halfjaarlijks ten behoeve van het Algemeen Bestuur opgesteld. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de BVO DRAN geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb. Beleidsindicatoren
Omschrijving
Eenheid
Waarde
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
0,01
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
0,01
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
1,23
Externe inhuur
Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen
3,90%
Overhead
Kosten overhead als % van de totale lasten
4,33%
Fraude Bij de BVO DRAN zijn geen gevallen van fraude of vermoedens daaromtrent bekend.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 27 / 43
Duurzaamheid Maatschappelijke ontwikkelingen zijn mede kaderstellend voor de uitvoering van het vervoer, waarbij binnen de huidige contracten met vervoerders en zeker ook de komende jaren onder meer de focus ligt op verduurzaming. In toenemende mate worden daartoe voertuigen ingezet waarbij sprake is van volledig elektrische aandrijving. Voor 2025 zijn met vervoerders afspraken gemaakt dat bij 100% van de gereden kilometers sprake dient te zijn van duurzame aandrijfstoffen. Duurzaam gereden kilometers is vervoer waarbij de aandrijfstof bestaat uit biodiesel (HVO 100), biogas of elektriciteit/waterstof. Bovendien dient voor een bepaald deel sprake te zijn van vervoer met zero emissie aandrijfstoffen (elektriciteit/waterstof). De zero emissie ambitie in 2025 is voor het vraagafhankelijk vervoer tenminste 50% en het routevervoer tenminste 25%. De ambitie is dat uiterlijk in 2028 sprake is van volledig zero emissie gereden doelgroepenvervoer binnen de Avan gemeenten. In de programma’s vraagafhankelijk vervoer en routevervoer worden de behaalde resultaten in het kader van duurzaamheid uit 2025 toegelicht. Wet open overheid Per 1 november 2024 geldt voor de BVO DRAN de verplichting om te voldoen aan de eisen van de “eerste tranche” uit de Wet open overheid (Woo) voor bestuursorganen.
De BVO DRAN heeft vanaf die datum de gewenste informatie actief openbaar beschikbaar gemaakt in de Woo-index. Rechtmatigheid Vanaf 2023 is een wetswijziging in werking getreden waarbij het algemeen bestuur van de BVO DRAN verantwoordelijk is geworden voor het afgeven van verantwoording over de (financiële) rechtmatigheid. Voorheen gaf de controlerend accountant een verklaring af inzake de rechtmatigheid. De accountant controleert jaarlijks de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording door het algemeen bestuur en geeft geen separaat accountantsoordeel over de rechtmatigheid meer af. Er zijn in 2025 geen onrechtmatigheden geweest die de rapportagegrens van € 230.000 hebben overschreden. De rapportagegrens is bepaald op 50% van de verantwoordingsgrens. De verantwoordingsgrens bedraagt 2% van de totale lasten in de jaarrekening, exclusief toevoegingen aan de reserves (€ 23.083.092). In het controleprotocol voor de accountantscontrole BVO DRAN is vastgelegd hoe de rapportagegrens jaarlijks bepaald dient te worden.
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 28 / 43
3. Jaarrekening 3.1. Overzicht van baten en lasten
Toelichting In 2025 zijn de bestedingen binnen de begroting gerealiseerd. In paragraaf 3.2 wordt verdere toelichting gegeven.
3.2. Specificatie BVO
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 29 / 43
Toelichting In 2025 is ongeveer 10% (€ 107.038) van het beschikbare budget voor de structurele overheadkosten niet besteed door de vervoersorganisatie. De onderschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt in de post “Personeelskosten”. Dit komt doordat medewerkers van de vervoersorganisatie voor minder uren en/of in een lagere salarisschaal zijn aangesteld dan in de formatie voorzien. Het begrote bedrag van € 50.000 voor incidentele uitgaven betrof mogelijke kosten voor de overname van de boekingsapp. Hier zou sprake van kunnen zijn op het moment dat er geen contractverlenging met het huidige callcenter overeen gekomen zou worden. Contractverlenging heeft in 2025 alsnog plaatsgevonden.
3.3. Balans
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 30 / 43
3.3.1.
Toelichting balansposten
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 31 / 43
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 32 / 43
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Wettelijke vakantie-uren Het saldo van de openstaande verlofuren per 31 december 2025 die kunnen leiden tot uitbetaling is 135 uur. Rekening houdend met het bruto uurloon plus werkgeverslasten betreft het een maximaal bedrag van € 5.502.
3.3.2.
Grondslagen jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften uit de BBV. Vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde onder aftrek van een mogelijke voorziening wegens oninbaarheid. Liquide middelen, overlopende activa en schulden en kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Rechtmatigheid De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening, het controleprotocol voor de accountantscontrole en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: •
De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: a.
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 5 maart 2026 door het algemeen bestuur is vastgesteld
Voorlopige Jaarstukken 2025 BVO DRAN
p. 33 / 43
b. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van baten in beginsel onrechtmatig zijn, waarbij in het controleprotocol voor de accountantscontrole een aantal scenario’s zijn beschreven wanneer deze overschrijdingen of onderschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. c.
Ten aanzien van het M&O criterium worden worden door de bedrijfsvoeringsorganisatie maandelijkse controles uitgevoerd om verkregen rapportages en overige gegevens te toetsen aan bestekseisen en bepalingen uit afgesloten overeenkomst(en).
•
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 alsmede onze eigen financiële verordening en het controleprotocol voor de accountantscontrole. Dit betekent dat: a.
Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten in de jaarrekening, exclusief toevoegingen aan de reserves, (€ 460.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.