CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - Concept dekkingsplan VRGZ 2024-2027

Raad 14 maart 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze Dekkingsplan Brandweer 2024-202722.841 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Dekkingsplan Brandweer Gelderland-Zuid 2024-2027

Concept dekkingsplan VRGZ

1

Colofon Artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s schrijft voor dat het Regionaal Beleidsplan moet bevatten: ‘de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten, alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen’. Dit alles wordt samengevat in de term ‘dekkingsplan’. Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, een dekkingsplan vast te stellen. Opdrachtgever: Opdrachtnemer Contactpersoon: Leden werkgroep: Project: Titel: Datum: Status: Versie: Digitale vindplaats:

Orgaan Directieteam (DT)

Dagelijks Bestuur (DB)

Algemeen Bestuur (AB)

Algemeen Bestuur (AB)

Brandweer Management Team (BMT) Team Incidentbestrijding, Werkgroep Dekkingsplan Danny Bobbink Ben van Steenbergen, Cockie Woltering, Femke Lukassen, Lukas Vermeulen, Mark van Kuijk en Danny Bobbink Dekkingsplan Brandweer 2024-2027 Dekkingsplan Brandweer Gelderland-Zuid 2024-2027 6 november 2023 Akkoord Directieteam VRGZ 1.0 Wordt ingericht na vaststelling

Wat Na akkoord; doorgeleiding naar het DB als onderdeel van het Regionaal Beleidsplan Na akkoord; doorgeleiding naar AB als onderdeel van het Regionaal Beleidsplan Voorgenomen besluitvorming en vaststelling als onderdeel van Regionaal Beleidsplan Definitieve besluitvorming en vaststelling als onderdeel van Regionaal Beleidsplan

Datum 13.11.2023

Aangeboden versie 0.1

30.11.2023

1.0

Versie na akkoord 1.0

21.12.2023

25.04.2023

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Sector Brandweer, Team Incidentbestrijding Postbus 1120 6501 BC Nijmegen Professor Bellefroidstraat 11, Nijmegen www.vrgz.nl

Concept dekkingsplan VRGZ

2

Inleiding Historie en aanleiding Artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s schrijft voor dat het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, het een regionaal beleidsplan vast moet stellen. Het regionale beleidsplan omvat onder andere een plan waarin voor ‘de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten, alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen’ zijn opgenomen. Dit alles wordt samengevat in de term ‘dekkingsplan’ dit document. Het voorgaande dekkingsplan maakte onderdeel uit van het Brandweerzorgplan (2018) en zou daarmee in basis in 2022 herzien moeten zijn. Echter is er bewust voor gekozen om hiervan af te wijken. Dit om de volgende redenen: -

-

-

Er werd in die periode op landelijk niveau toegewerkt naar een landelijke systematiek voor dekkingsplannen. Een onderdeel van dat proces is het bepalen van de verwachte opkomsttijden. Hiervoor is een nieuwe methodiek gebruikt van gebiedsgerichte opkomsttijden (in plaats van objectgerichte). De minister van Justitie en Veiligheid staat positief tegenover deze systematiek en gaat nu over tot aanpassing van het Besluit Veiligheidsregio’s. Daarmee komt er een eind aan het huidige systeem van objectgerichte opkomsttijden en gaan we over op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Het opstellen van het ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’ vergde een langere doorlooptijd, omdat het een compleet risicoprofiel is, waarbij de risico’s voor de ‘vier kerntaken’ van de brandweer samengebracht zijn. Met het uitstellen van het nieuwe dekkingsplan wordt qua cyclus aangesloten op het Regionaal Beleidsplan, dat ook voor de periode 2024-2027 wordt opgesteld. Door wereldwijde leveringsproblemen van materiaal is eind 2022 pas de laatste fase van de uitvoering van het Brandweerzorgplan afgerond (levering van twee waterwagens). Ook zijn de compenserende maatregelen zoals benoemd in het Brandweerzorgplan in 2022 structureel ingebed in de bedrijfsvoering.

Daarnaast liep de wettelijke termijn voor het Brandweerzorgplan Specialismen, dat nu onderdeel gaat worden van het dekkingsplan, pas af in januari 2023. Het nieuwe dekkingsplan zal de huidige twee afzonderlijke delen van het Brandweerzorgplan (basisbrandweerzorg en specialismen) samenvoegen tot één plan: basisbrandweerzorg én specialismen.

Het algemeen bestuur is in oktober 2022 akkoord gegaan met het voorstel om de geldigheidsduur van het voorgaande dekkingsplan te verlengen tot de vaststelling van dit plan. De Inspectie Justitie en Veiligheid is hier ook over geïnformeerd. In dit dekkingsplan zijn naast de basisbrandweerzorg ook de spreiding van de specialistische taken in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid uitgewerkt.

Projectaanpak Het uitwerken van het dekkingsplan is projectmatig aangepakt. De projectorganisatie is samengesteld uit een stuurgroep, projectleider en een kerngroep met projectleden. Voor de verantwoording van de dekking (deel I van dit rapport) is de methodiek toegepast uit de handreiking ‘Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen (herziene handreiking 3.0). Kijkend naar deel II van het rapport (specialismen) is gestart met het verzamelen van data en informatiebronnen. Deze data bestaan uit: uitrukgegevens, BAG-data, relevante wetteksten, relevante procedures, dekkingsplannen van andere regio’s, (inter)regionale afspraken en diverse geografische data.

Concept dekkingsplan VRGZ

3

De verzamelde data en informatie is geanalyseerd, waarbij de analyses hebben geleid tot uniforme rekenmodellen, formats en uitwerkingen van uitgangspunten om te komen tot spreidingsvarianten per specialisme. Vervolgens zijn de spreidingsvarianten van alle specialismen “over elkaar” gelegd en zijn er adviezen geformuleerd om te komen tot keuzes voor de meest optimale spreiding van specialismen. Een prominent onderdeel van het project is communicatie. Op verschillende momenten zijn de betrokken gremia, waaronder de repressieve achterban, geïnformeerd via diverse kanalen. In eerste instantie op basis van proces en later op de inhoud van het gegeven advies.

Leeswijzer Het dekkingsplan komt voort uit een wettelijke verplichting en maakt onderdeel uit van het regionaal beleidsplan van de veiligheidsregio. Het plan is daarmee openbaar en zal op de site van de veiligheidsregio beschikbaar zijn om geraadpleegd te worden. Naast dat eenieder het dekkingsplan kan inzien, wordt het plan primair geschreven voor het bestuur van de veiligheidsregio enerzijds en de gehele repressieve achterban anderzijds. Allereerst is beschreven wat de aanleiding is voor het ontwikkelen van een nieuw dekkingsplan en in het tweede hoofdstuk staan de uitgangspunten beschreven. Het dekkingsplan splitst zich vervolgens op in twee delen. Het eerste deel richt zich op de primaire dekking van de basisbrandweereenheden. Dit conform de landelijk vastgestelde handreiking. Het tweede deel gaat in op de dekking van de specialismen en aanvullende taken en kan daarmee gezien worden als materieelspreidingsplan. Bij het tot stand komen van het dekkingsplan zijn de processtappen vanuit de handreiking doorlopen en is de beoordeling gedaan op basis van de beschikbare beoordelingskaders uit de handreiking. De uitwerking van deze processtappen komen terug in deel I en daarmee de volgende hoofdstukken: -

Hoofdstuk 2: Dekking bijstellen; huidige brandweerzorg Hoofdstuk 3: Beschrijving dekking Hoofdstuk 4: Beoordeling dekking

Deel II gaat in op de dekking van de specialismen en aanvullende taken. Het begint met een inleiding en vervolgens komen de taken per hoofdstuk terug: - Hoofdstuk 6: Brand - Hoofdstuk 7: Hulpverlening - Hoofdstuk 8: Incidentbestrijding op het water - Hoofdstuk 9: Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen - Hoofdstuk 10: Overige taken Het laatste hoofdstuk gaat in op de doorkijk waarin een korte toelichting wordt gegeven op de komende processtappen die onderdeel uitmaken van de cyclische benadering om het dekkingsplan in de toekomst te blijven herzien.

Concept dekkingsplan VRGZ

4

Inhoudsopgave Afkortingenlijst

6

Begrippenlijst

7

Uitgangspunten

10

Deel I Basisbrandweerzorg (tankautospuit)

12

1

Inleiding Basisbrandweerzorg

13

2

Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1)

14

3

Beschrijving dekking (processtap 2)

18

4

Beoordeling dekking

28

Deel II Specialismen en aanvullende taken

36

5

Inleiding specialismen en aanvullende taken

37

6

Brand

38

7

Hulpverlening

46

8

Incidentbestrijding op het water

48

9

Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS)

54

10

Overige taken

60

11

Doorkijk

65

Bijlage 1 Aandachtsobjecten met overschrijding van de opkomsttijd (bandbreedte)

Concept dekkingsplan VRGZ

66

5

Afkortingenlijst Afkorting

Definitie

25 kV

25 kilo Volt (25.000 Volt spanning op de bovenleiding van de Betuweroute)

BOE

Basis ontsmettingseenheid

BMT

Brandweer Management Team

BRV-K

Brandweervaartuig klein (Brandweerhulpboot)

BRZO

Besluit risico's zware ongevallen

GBO

Grootschalig brandweeroptreden

GBO-SO

Grootschalig brandweeroptreden en specialistisch optreden

GWT

Grootwatertransport

HV

Hulpverleningsvoertuig

IBGS

Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen

OR

Oppervlakteredding

PAG

Plasbrand aandachtsgebied

RCDV

Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio

RV

Redvoertuig

SAR

Search And Rescue

SIB

Scheepsincidentbestrijding

SIV-2

Snel Interventievoertuig (voor 2 personen)

SBH

Schuimblus Haakarmbak

STH

Specialisme Technische Hulpverlening

TS

Tankautospuit

UGS

Uitgangsstelling

WT

Watertank

WT-G

Watertank-groot

Wvr

Wet veiligheidsregio

Concept dekkingsplan VRGZ

6

Begrippenlijst Begrip

Definitie

Aandachtsobjecten

Objecten die vanuit de “landelijke uniforme systematiek dekkingsplannen” met betrekking tot de normering in categorie 1 vallen, ongeacht de risicocategorie van de buurt waarin dit object ligt. Dit betreffen objecten met slapende, nietzelfredzame personen (gezondheidszorg en cel functie); portiekflat en -woningen en hoogbouwobjecten hoger dan 20 meter.

Basisbrandweereenheid

De eenheid (tankautospuit) met de bezetting van een bevelvoerder, een chauffeur en vier manschappen.

Basisbrandweerzorg

De basisbrandweerzorg betreft de slagkracht tot een maximum van drie tankautospuiten en één bijzonder voertuig onder leiding van een Officier van Dienst.

Brandrisicoprofiel

Als verlengde van het wettelijke regionaal risicoprofiel wordt een ‘brandrisicoprofiel’ opgesteld. Omdat brandweer Gelderland-Zuid deze kerntaak breed heeft uitgewerkt voor alle incidenttypen, wordt er gesproken over het ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’. Het risicoprofiel beschrijft de kans op het optreden van incidenten en de daarbij behorende effecten voor de maatschappij. Een risicoprofiel dient cyclisch herzien te worden.

CBS-Buurt

Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling. Een buurt is vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied).

Dekking

Dekking is een duiding van de snelheid en slagkracht waarmee in een bepaald gebied brandweerzorg kan worden geleverd.

Dekkingsplan

Een beleidsdocument waarin het volgende wordt beschreven: • • •

Dynamisch alarmeren

De voor de brandweer geldende opkomsttijden; Een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten; De overige voorzieningen en maatregelen waar de brandweer aan moet voldoen.

Dynamisch alarmeren is een werkwijze, waarbij we op basis van de actuele locatie van een eenheid en de exacte locatie van het incident de eenheid alarmeren die het snelste ter plaatse kan zijn. Het doel is om de snelst mogelijke hulp aan de burger te leveren.

Concept dekkingsplan VRGZ

7

Gebiedscategorie

Term is afkomstig uit de ‘Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’. Per CBS-buurt is bepaald in welke categorie deze valt. Aan de categorie zijn de opkomsttijden voor de brandweerzorg gekoppeld. Categorie 1: Oude binnensteden, gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen), portiekwoningen en woongebouwen hoger dan 20 meter; Categorie 2: Woningen, gebouwen voor zelfredzame personen (incl. industrie); Categorie 3: Verspreid liggende woningen, verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (incl. industrie).

Gelijktijdigheid

Van gelijktijdigheid is sprake indien zich een in een verzorgingsgebied van een brandweereenheid meerdere incidenten tegelijk voordoen.

Inzetfrequentie

De som van het aantal incidenten die tot een inzet hebben geleid in een gedefinieerde tijdsperiode.

Bandbreedte opkomsttijd en Referentiewaarde

De bandbreedte geeft de grenzen van de opkomsttijden per gebiedscategorie weer. De referentiewaarde beschrijft de gewenste opkomsttijd per gebiedscategorie. Indien de opkomsttijd kleiner is dan deze waarde wordt de opkomsttijd als ‘goed’ gedefinieerd. Het betreft de middelste waarde van de bandbreedte (bijvoorbeeld gebiedscategorie 1 met een bandbreedte van 4-10 minuten en een referentiewaarde van 7 minuten). Onderstaand de tijden voor de eerste tankautospuit:

Opkomstgebied

Gebiedscategorie 1: Bandbreedte 4-10 minuten, referentiewaarde 7 minuten Gebiedscategorie 2: Bandbreedte 7-13 minuten, referentiewaarde 10 minuten Gebiedscategorie 3: Bandbreedte 12-18 minuten, referentiewaarde 15 minuten Het gebied dat een brandweereenheid bereikt binnen een bepaalde tijd.

Opkomsttijd

De tijd die verstrijkt tussen het aannemen van de eerste melding en het ter plaatse komen van het gealarmeerde voertuig.

Optimale spreiding

Best mogelijke verdeling van de specialismen om de beste dekking te geven.

Optimale variant

Na afweging van meerdere scenario’s de best mogelijke keuze op basis van meerdere criteria.

Paraatheid

Heeft betrekking op een groep medewerkers of een functionaris die een bepaald voertuig kwalitatief en kwantitatief na alarmering binnen een gestelde tijd zodanig kunnen bemensen dat zij als eenheid ingezet mogen worden en hiertoe mogen uitrukken.

Concept dekkingsplan VRGZ

8

Restdekking

De restdekking drukt de overgebleven beschikbaarheid van de brandweer uit. Wanneer de brandweer met veel eenheden een groot incident bestrijdt, dan is de dekking in (een deel van) de rest van de regio (tijdelijk) lager.

Rijtijd

De tijd die een eenheid nodig heeft om vanaf de uitruklocatie ter plaatse te komen bij een incident.

Slagkracht

Het vermogen om bij een incident meerdere eenheden binnen een bepaalde tijd ter plaatse te krijgen.

Spreidingsvariant

De uitwerking en beschrijving per specialisme/taak door het plaatsen van het specialisme/taak op bepaalde posten met als doel een optimale dekking te realiseren. Door meerdere varianten uit te werken en af te wegen kan een keuze gemaakt worden voor de best passende variant.

TS-Flex

De basisbezetting voor een tankautospuit is zes personen. In situaties waarin geen zes personen beschikbaar zijn mag met minder mensen worden uitgerukt dan de standaard zes, met een minimum van vier personen. Bij een maatgevend incidenttype wordt direct een aanvullende eenheid gealarmeerd indien de eerste tankautospuit uitrukt als TS-Flex. Op deze manier wordt de benodigde slagkracht geborgd.

Uitgangsstelling

Dit is binnen het grootschalig optreden een van tevoren bepaalde locatie waar hulpdiensten door de alarmcentrale naar toe worden gestuurd, voordat ze naar de incidentlocatie vertrekken om ingezet te worden.

Uitruktijd

De verschiltijd tussen het tijdstip van alarmeren van de eenheid en het tijdstip waarop de eenheid daadwerkelijk uitrukt (vertrekt) naar het incident.

Uitbreidingsrisico (natuurbrand)

Het uitbreidingsrisico voor natuurbrand wordt bepaald door meerdere factoren, zoals temperatuur, gevallen hoeveelheid neerslag (over langere periode), luchtvochtigheid, windrichting en windsnelheid. Windsnelheid is een grote bepalende factor, maar een combinatie van de genoemde factoren kan elkaar versterken. Op basis van het uitbreidingsrisico wordt bepaald welk potentieel (welke eenheden en hoeveel van elk) direct gealarmeerd wordt. In de primaire alarmering bij natuurbrand wordt het uitbreidingsrisico in de pagertekst meegenomen (laag – normaal – hoog – zeer hoog).

Vrij instroommodel (vrije opkomst)

Bedrijfsvoeringsmodel waarbij wordt gewerkt met vrijwilligers zonder gegarandeerde/verplichte opkomst bij een alarmering.

Concept dekkingsplan VRGZ

9

Uitgangspunten Dit dekkingsplan is, met betrekking tot deel I van dit rapport, opgesteld op basis van de handreiking ‘Landelijke uniforme systematiek voor Dekkingsplannen’ (versie 3.0) en aanvullende uitgangspunten welke door het Brandweermanagementteam Gelderland-zuid zijn vastgesteld.

Landelijke uitgangspunten Hieronder is een beschrijving van de uitgangspunten opgenomen, zoals deze in de handreiking zijn verwoord. De beoordelingskaders uit de handreiking voor het opstellen van een dekkingsplan richten zich op de kerntaak brand, met als maatgevend scenario het incidenttype gebouwbrand. De handreiking beschrijft een generieke methode voor het bepalen van de opkomsttijden van een basisbrandweereenheid (tankautospuit). Aangezien er op dit moment alleen een normering bestaat voor een tankautospuit (TS6) wordt die gebruikt. De systematiek is zowel uitgewerkt voor de factoren snelheid en slagkracht, als ook voor de factoren paraatheid en werkdruk. De handreiking beschrijft verschillende processtappen. Voor het verkrijgen van een goede uitkomst zijn de verschillende processtappen afzonderlijk uitgevoerd. Het resultaat na het doorlopen van de verschillende processtappen is een verwachte dekking. Transparantie is een belangrijk uitgangspunt bij deze methodiek. Per stap zal de brandweer haar overwegingen, onderbouwingen en keuzes dienen te documenteren, zodat zij voor het bestuur, gemeenten en medezeggenschapsorganen te volgen is. Het gebruiken van standaard formats en toelichtingen zijn hierbij belangrijke hulpmiddelen.

Voor deel II van het dekkingsplan (specialismen) is daarom ook een onderbouwingsrapportage beschikbaar om het inzicht te bieden waarom keuzes zijn gemaakt om eenheden wel of niet te verplaatsen. De handreiking biedt ook de volgende randvoorwaarden: -

-

Er wordt jaarlijks gerapporteerd aan de gemeentebesturen over de opkomstprestaties. Daarbij is het vastgestelde dekkingsplan het referentiepunt en biedt de brandweer de mogelijkheid verbeteringen door te voeren. Werkelijk behaalde opkomsttijden vormen de basis voor het periodiek herzien van het dekkingsplan. De brandweer is op basis van deze nieuwe handreiking ook verplicht inwoners, bedrijven en eigenaren van objecten, waarin de 18-minutennorm niet kan worden gehaald, actief te informeren.

Aanvullende uitganspunten Aanvullend op bovenstaande heeft Brandweer Gelderland-Zuid aanvullende uitgangspunten geformuleerd. Het uitgangspuntendocument is intern vastgesteld en opgenomen in de onderbouwingsrapportage. De belangrijkste uitgangspunten staan hieronder verwoord: -

-

Toepassen van wet- en regelgeving, landelijke kaders en ontwikkelingen. Bij de uitwerking van dit dekkingsplan wordt er uitgegaan van het behoud van de 36 brandweerposten. Elke post levert (minimaal) een basisbrandweereenheid (tankautospuit). Basisbrandweerzorg en spreiding van specialismen en aanvullende taken vormen tezamen het dekkingsplan. Met uitzondering van twee beroepsposten wordt er georganiseerd vanuit posten met vrijwillige instroom, waarbij 100% paraatheid wordt nagestreefd, maar niet kan worden gegarandeerd. Post Tiel heeft tijdens kantoortijden een dagdienstbezetting voor de eerste tankautospuit en het redvoertuig. Het ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’ (2024) vormt een belangrijk basisdocument voor de realisatie van het dekkingsplan. Per objectfunctie is het risico op gebouwbrand in beeld gebracht (wettelijke verplichting) en daarnaast zijn per kerntaak Concept dekkingsplan VRGZ

10

-

de risico’s uitgewerkt van relevante incidenttypen, zijn potentiële risicolocaties en incidenthistorie in beeld gebracht en is er een doorkijk beschreven. Hierdoor is er een rijker brandrisicoprofiel ontstaan en vandaar dat er wordt gesproken over het ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’. De snelste basisbrandweerzorg wordt gerealiseerd middels dynamisch alarmeren en interregionale en internationale samenwerking.

Concept dekkingsplan VRGZ

11

Deel I Basisbrandweerzorg (tankautospuit)

Concept dekkingsplan VRGZ

12

1 Inleiding Basisbrandweerzorg In dit eerste deel van het dekkingsplan is de basisbrandweerzorg in Gelderland-Zuid uitgewerkt aan de hand van de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen en daarvoor zijn de processtappen doorlopen die in de handreiking zijn opgenomen. Het deel is ingedeeld op basis van de hoofdstukken: dekking bijstellen; huidige brandweerzorg, beschrijven dekking en beoordelen dekking. Het nieuwe dekkingsplan is tot stand gekomen op basis van de nieuwe landelijke systematiek die door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) in juli 2022 is vastgesteld. Omdat de nieuwe methodiek is toegepast, kan dit plan gezien worden als een nulmeting. Bij veranderingen in de komende jaren kan het niveau steeds worden vergeleken met deze nulmeting.

Aanvullende duiding komst gebiedsgerichte opkomsttijden Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden, die we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. De reden waarom dit gebeurt en de keuze voor deze werkwijze vragen om een toelichting. De eerste contouren om te komen tot een andere werkwijze werden reeds zichtbaar in het inspectierapport ‘Ter Plaatse!’ uit 2012 waarin werd geconstateerd dat de genoemde opkomsttijden slechts marginaal werden gehaald. Dit gegeven werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport ‘RemBrand: Brandveiligheid is coproductie’ uit 2015. De conclusie van het rapport is dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Daardoor is het belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. Binnen het onderdeel preparatie zijn de opkomsttijden van de brandweer en het hierbij behorende dekkingsplan tegen het licht gehouden. De wens vanuit het project ‘RemBrand’ is om de opkomsttijden van de brandweer te koppelen aan het brandrisicoprofiel van een bepaald gebied. Hieruit volgend is de ‘Handreiking Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’ opgesteld, waarin de methodiek van de gebiedsgerichte opkomsttijden is opgenomen.

Concept dekkingsplan VRGZ

13

2 Dekking bijstellen: huidige brandweerzorg (processtap 1) De bestaande situatie is het vertrekpunt. De verschillende interne ontwikkelingen en externe factoren kunnen hierbij maatgevend zijn. Op sommige van deze ontwikkelingen heeft de veiligheidsregio geen invloed, maar moet wel worden omgegaan met de consequenties. In dit hoofdstuk worden alle relevante ontwikkelingen beschreven. Daarbij is de nieuwe methodiek in basis de grootste ontwikkeling ten opzichte van het vorige dekkingsplan.

2.1

Interne ontwikkelingen

Het dekkingsplanproces start met de bijstelling van de huidige dekking. Dat wil zeggen dat hetgeen er ligt als uitgangspunt en referentiekader wordt genomen. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van intern ontstane of voorgenomen wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate.

2.1.1 Bedrijfsvoeringsmodellen Brandweer Gelderland-Zuid heeft 36 brandweerposten bestaande uit beroepsposten en posten met vrijwilligers. Dit aantal is de afgelopen jaren onveranderd gebleven. De posten werken met verschillende organisatievormen: twee posten met een 24-uursbezetting en 34 posten met het vrije instroommodel. Daarbij levert post Tiel tijdens kantoortijden een dagdienstbezetting voor de tankautospuit en het redvoertuig. Op enkele posten wordt bij uitzondering gekazerneerd of geconsigneerd. Dit in geval van specifieke evenementen die zorgen voor een slechte bereikbaarheid in de directe omgeving (bijvoorbeeld de 4-daagse of Appelpop) of tijdens de jaarwisseling. In 2022 is de structurele consignatievergoeding voor vrijwilligers beëindigd. De posten Beuningen, Culemborg, Druten en Tiel maakten daar tot die tijd gebruik van om de bezetting te borgen van een bevelvoerder en/of chauffeur of volledige eenheid (tankautospuit en redvoertuig). Ook deze posten zijn, na het beëindigen van de vergoeding, gebruik gaan maken van een vrij instroommodel.

2.1.2 Materieel Naar aanleiding van het vorige dekkingsplan zijn voor de repressieve inrichting de tweede tankautospuiten op acht posten komen te vervallen. Dit met uitzondering van Tiel en Wijchen.

2.1.3 Uitruk op Maat Daarnaast is ‘Uitruk op Maat’, oftewel variabele voertuigbezetting, geborgd middels de implementatie van het ‘TS-Flex principe’. In de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid zijn alle posten vakbekwaam om uit te rukken als TS-Flex (TS6 is wenselijk, TS4 is de ondergrens). Hiervoor zijn een inzetprocedure en een vakbekwaamheidsprogramma uitgewerkt en is een separate risicoinventarisatie & -evaluatie opgesteld. Het invoeren van ‘Uitruk op Maat’ zorgt ervoor dat posten langer operationeel kunnen blijven, waar mogelijk met een kleinere bezetting incidenten zelfstandig kunnen afhandelen en waar nodig vanuit een buurpost tot een samengestelde eenheid kan worden aangevuld om ter plaatse de gevraagde slagkracht van een TS6 te vormen. De berekeningen voor het dekkingsplan worden uitgevoerd op basis van een TS6, omdat bij een maatgevend incident (gebouwbrand) met zes personen wordt uitgerukt (al dan niet samengesteld)1. Met de komst van de regionale TS Flex-systematiek is in de gemeente Buren de ‘SIV-2’ (als aanvulling op de tankautospuiten uit die gemeente) uit de repressieve sterkte gehaald (2020).

1

Ten behoeve van bestuurlijke informatievoorziening wordt er in de toekomst gemonitord in welke mate er met een samengestelde eenheid wordt uitgerukt.

Concept dekkingsplan VRGZ

14

2.1.4 Dynamisch alarmeren en interregionale samenwerking Sinds juni 2022 vindt voor de basisbrandweerzorg (tankautospuit, hulpverleningsvoertuig en redvoertuig) de alarmering dynamisch plaats op basis van de actuele locatie van het voertuig (en niet de postlocatie) en de exacte locatie van het incident. Daarmee wordt altijd de eenheid gealarmeerd die het snelst ter plaatse kan zijn. Daarnaast werken we op het gebied van basisbrandweerzorg samen met alle omliggende veiligheidsregio’s, te weten Zuid-Holland Zuid, Midden-West Brabant, Brabant-Noord, LimburgNoord, Gelderland-Midden en Utrecht. Leidraad voor deze samenwerking vormt het besluit “Landelijke uitgangspunten operationele grenzen basisbrandweerzorg” (vastgesteld door de Raad van Brandweercommandanten, 14 april 2016). Het uitgangspunt hierbij is dat de snelste eenheid die ter plaatse kan zijn wordt gealarmeerd en bestuurlijke grenzen hierin geen belemmering vormen. Concreet betekent dit dat de snelste eenheid of eenheden ter plaatse komen, ook nabij de regiogrenzen. Naast interregionale afspraken kennen we ook internationale afspraken. Aan de grens met Duitsland werken we samen met de brandweer van Stadt Kleve (Löschgruppe Rindern).

Naast de basisbrandweerzorg gaat ook voor de specialismen en aanvullende taken in de nabije toekomst bekeken worden of deze brandweerzorg middels dynamisch alarmeren en/of interregionale samenwerking verbeterd kan worden.

2.1.5 Borgen paraatheid De Brandweer Gelderland-Zuid heeft binnen het thema Incidentbestrijding eind 2021 het bureau ‘Team Ondersteuning Posten en Organisatie’ (TOPO) opgericht. Als groepschefs tijdens kantoortijden een onderbezetting op hun post zien aankomen, dan kunnen zij een verzoek indienen bij TOPO en dan wordt vanuit het bureau geprobeerd om dagdienstpersoneel te regelen die op de betreffende post gaat werken. Dit zorgt voor een betere paraatheid van de posten. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de meeste posten het zogenaamde vrije instroommodel hanteren. Dit betekent dat er nooit 100% gegarandeerd kan worden dat een post daadwerkelijk operationeel is en bij een melding een tankautospuit kan uitrukken. Alleen hierom is het al van belang dat de Brandweer GelderlandZuid een goed netwerk aan posten heeft, zodat de opkomsttijd onder de wettelijke ondergrens van 18 minuten blijft (als de eerst gealarmeerde post onverwachts niet kan uitrukken). Om de uitruk zoveel mogelijk te garanderen zijn enkele jaren geleden alle posten overgestapt op het gebruik van ‘slimme’ pagers met een terugmeldfunctie. Met de terugmeldfunctie biedt het systeem heel snel inzicht in de daadwerkelijke opkomst na alarmering.

Zodoende kan er door de meldkamer binnen maximaal anderhalve minuut worden doorgealarmeerd in geval de eerste eenheid niet kan uitrukken of de gevraagde slagkracht van TS6 niet kan leveren. De posten gebruiken daarbij, afhankelijk van de behoefte op postniveau, het bijbehorende agendasysteem om de beschikbaarheid van postleden te monitoren. Door het gebruik hiervan hebben de posten beter inzicht in de beschikbaarheid van hun postleden en kan daar, indien nodig, sneller op worden geanticipeerd. Dit vergroot de paraatheid van de posten. Daarnaast gelden er aanvullende afspraken om de repressieve dekking zoveel als mogelijk te waarborgen. Voor het gepland buiten dienst zetten van een post is het ‘Kader Groen Licht’2 opgesteld. Ook is er een herpositioneringsregeling van kracht, die ervoor zorgt dat beschikbaar materieel tijdens langdurige uitval doelgericht gepositioneerd kan worden in de regio. Tot slot is in 2022 het kaderdocument ‘repressieve poststerktes’ vastgesteld. Het biedt de posten, middels bandbreedtes op het aantal vrijwilligers en de bezetting op de diverse functies, een houvast om de repressieve poststerkte af te stemmen op de taken die de post verzorgt. 2

Dit kader biedt de voorwaarden voor een post om tijdelijk buiten dienst te willen gaan, bijvoorbeeld tijdens een korpsavond, vaardigheidstoets, realistisch oefenen of personeelsactiviteit.

Concept dekkingsplan VRGZ

15

2.2

Externe factoren

In deze paragraaf staan de belangrijkste externe factoren beschreven. Enerzijds wordt er ingezoomd op de geografie en demografie en anderzijds wordt er verwezen naar het Regionaal Risicoprofiel en het Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid die respectievelijk vanuit Crisisbeheersing en de sector Brandweer zijn uitgewerkt.

2.2.1 Geografie en demografie De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid beslaat een oppervlakte van ca. 1.040 km². De ruim 560.000 inwoners wonen verspreid over 14 gemeenten. Het verzorgingsgebied van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid kent een aantal specifieke kenmerken. De regio heeft voornamelijk een landelijk karakter, met landbouw, veeteelt en fruitteelt en daarnaast enkele historische stadskernen. Het oosten van de regio heeft met Nijmegen een grote stad in het gebied. Aan de zuidzijde van de stad bevinden zich de grootschalige natuurgebieden van de regio. Daarnaast kenmerkt de regio zich door de aanwezigheid van drie belangrijke rivieren: NederRijn/Lek, Waal en Maas. De Waal is de drukst bevaren rivier van Europa. De rivieren vormen samen het grootste gedeelte van de regiogrens. In aanzienlijke delen van de regio bestaat dan ook het risico van overstroming. Naast de rivieren zijn er veel recreatieplassen, grindgaten en dergelijke, waar veel waterrecreatie plaatsvindt. Het vervoer van gevaarlijke stoffen van Europoort naar Duitsland en vice versa vindt onder meer ook plaats over deze rivieren. Tevens bevindt zich een aantal snelwegen (A2, A15, A50, A73) in de regio en vindt er veel goederentransport per spoor plaats, waaronder via de Betuweroute die daar expliciet voor bedoeld is. Ook over de snelwegen en het spoor vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats.

Tot slot kent de regio een aantal Brzo-bedrijven waar veel gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.

2.2.2 Regionaal Risicoprofiel en het Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid Volgens de Wvr (artikel 15) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om (eens per vier jaar als basis voor het beleidsplan) een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de relevante risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. Concept dekkingsplan VRGZ

16

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft een regionaal risicoprofiel, waarin vanuit de sector Crisisbeheersing de focus ligt op grootschalige incidenten, vaak gekenmerkt als ‘ramp’ of ‘crisis’. Zoals bijvoorbeeld: een scheepvaartincident met het vrijkomen van een toxische stof, een grote brand in een gebouw met verminderd zelfredzamen of een natuurband nabij een kwetsbaar object. Vanuit de sector Brandweer is een aanvullend ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’ opgesteld. Hierin ligt vanuit de vier kerntaken: brand, hulpverlening, incidentbestrijding op het water en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen, de focus op de ‘dagelijkse’ brandweerzorg. Dit risicoprofiel heeft als titel ‘brandrisicoprofiel’ zoals deze ook in de wet staat beschreven. Het dekkingsplan hangt samen met bovengenoemde profielen, omdat we enerzijds onze opkomsttijden en slagkracht beoordelen op basis van ons netwerk van posten (met tankautospuiten) om de relevante incidenttypen te kunnen bestrijden en anderzijds omdat we ook voor de specialismen en aanvullende taken optimale dekking hebben nagestreefd op basis van incidenttypen, potentiële risicolocaties, incidenthistorie en doorkijk. Daarbij kijken we dus ook vooruit naar de brandweerzorg van de toekomst waarvan we verwachten dat die gaat veranderen op basis van bijvoorbeeld de energietransitie, klimaatverandering en een verdichtende samenleving.

Concept dekkingsplan VRGZ

17

3 Beschrijving dekking (processtap 2) In dit hoofdstuk wordt de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maken we inzichtelijk waar we repressief toe in staat zijn onder de gegeven omstandigheden (uit processtap 1). Dit doen we door te kijken naar vier factoren: snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In de resultaten van de onderdelen snelheid en capaciteit zijn ook de eenheden van aangrenzende veiligheidsregio’s en Duitsland meegenomen.

3.1

Snelheid

Snelheid beschrijft de opkomsttijd, waarmee de eerste basiseenheid (tankautospuit met zes personen) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid van een post het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid of post genoemd.

3.1.1 Opkomsttijd De opkomsttijd is de tijd die het kost vanaf het aannemen van de melding door de meldkamercentralist tot het ter plaatse zijn van een brandweereenheid en wordt berekend door de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd bij elkaar op te tellen. Dit ziet er schematisch als volgt uit:

De meldkamertijd en uitruktijd per post zijn op basis van gerealiseerde tijden bepaald, conform de rekenvoorschriften uit de landelijke handreiking. Hieronder staan de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd verder uitgelegd. Meldkamertijd: de aanname van de melding op de meldkamer is de start van het uitrukproces van de brandweereenheid. Bij een melding moet de centralist de melder ‘uitvragen’ om vast te kunnen stellen waar het incident is, wat er aan de hand is en of spoedeisend optreden van de brandweer is vereist. De meldkamertijd voor het bepalen van het dekkingsplan is berekend op 71 seconden (mediaantijd). Daarbij zijn alle soorten prio1-meldingen meegenomen in de berekening. Uitruktijd: de tijd tussen alarmering van het brandweerpersoneel en het wegrijden van de brandweereenheid naar het incident heet de uitruktijd. De uitruktijden zijn per post berekend en worden ook gebruikt voor het dynamisch alarmeren. Er wordt voor de uitruktijd geen onderscheid gemaakt tussen de dag-situatie en de situatie in de avond, nacht en weekend, zoals dat in het verleden gebruikelijk was. Een uitzondering hierop vormt post Tiel, omdat zij een dagdienstbezetting voor de tankautospuit en het redvoertuig hebben tijdens kantoortijden (maandag t/m vrijdag van 8.00-17.00 uur). Buiten kantoortijden werken ze met een vrij instroommodel.

Post Tiel heeft daarom een uitruktijd voor de dag-situatie en een uitruktijd voor de avond/nacht/weekendsituatie. Rijtijd: het laatste tijdselement, de rijtijd is de tijd tussen het uitrukken (wegrijden van de brandweereenheid) en het ter plaatse zijn bij het incident. Voor de berekening van deze tijd wordt een netwerkanalyse uitgevoerd. Voor een tankautospuit wordt uitgegaan van een rijsnelheid van

Concept dekkingsplan VRGZ

18

100% van de gemiddelde wegsnelheid uit het gebruikte kaartmateriaal. Voor andere voertuigsoorten kan dit percentage anders zijn.

3.1.2 Snelheid: dekkingskaart en -grafiek snelheid

Bovenstaande afbeelding geeft de opkomsttijd van de eerste tankautospuit in minuten weer in een dekkingskaart. Het is daarmee een geografische weergave van de factor snelheid. Hoe lichter de kleur, hoe sneller de eerste tankautospuit ter plaatse kan zijn. In de afbeelding valt een aantal zaken op. Ten eerste is te zien dat de opkomsttijd van de eerste eenheid in het gebied rondom Batenburg vrij hoog is, maar nog wel binnen de 18 minuten valt. Ook is te zien dat rondom de brandweerkazernes de opkomsttijd, zoals verwacht, juist laag is. Verder zien we een aantal donderrode vlekjes waar de opkomsttijd boven de 18 minuten is. Dit zijn echter allemaal locaties die in het wegennetwerk niet bereikbaar zijn zoals waterplassen waardoor er geen exacte opkomsttijd berekend kan worden en de opkomsttijd van het dichtstbijzijnde wegdeel van toepassing is. De snelheid van de eerste tankautospuit wordt ook weergegeven in een grafiek, waarbij de dekking op objectniveau is berekend. Onderstaande grafiek combineert het histogram met de S-curve en toont het percentage objecten dat binnen een bepaalde opkomsttijd kan worden bereikt.

Concept dekkingsplan VRGZ

19

In bovenstaande grafiek zien we dat binnen 7 minuten bijna 30% van de objecten wordt bereikt en 60% van de objecten binnen 9 minuten wordt bereikt. In 11 minuten bereiken we 90% van alle objecten in onze regio.

3.2

Capaciteit: slagkracht, grootschalige inzetten en restdekking

Capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten (basisbrandweerzorg) ter plaatse te krijgen. Bij het grootschalig optreden gaat het om een inzet vanaf vier tankautospuiten, dit vormt tezamen een peloton. Waar nodig wordt er bij incidenten opgeschaald met meerdere pelotons.

3.2.1 Slagkracht In onderstaande afbeeldingen is weergegeven wat de slagkracht in de regio is. Hierbij is uitgegaan van het paraat zijn van alle eenheden. Onderstaande afbeelding is een geografische weergave van het aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn.

Concept dekkingsplan VRGZ

20

Hoe lichter de kleur, hoe meer eenheden binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn. In de afbeelding is te zien dat het gebied rondom Batenburg donkerblauw kleurt. We hadden bij de factor snelheid in paragraaf 2.1.2 al gezien dat dit gebied niet wordt bereikt binnen 15 minuten. In het oosten valt op dat een beperkt aantal eenheden de Ooijpolder tot aan Millingen aan de Rijn in 15 minuten bereikt. Verder kleurt een aantal locaties donkerblauw, omdat ze niet bereikbaar zijn in het wegennetwerk. Naast de slagkracht in 15 minuten is er ook berekend in welk tijdsbestek de derde tankautospuit ter plaatse kan zijn. In onderstaande afbeelding wordt dit getoond.

Hoe lichter de kleur, hoe sneller de derde eenheid per plaatse kan zijn. Het overgrote deel van de regio wordt in 20 minuten gedekt. Binnen 25 minuten is ook het gebied bij Millingen aan de Rijn

Concept dekkingsplan VRGZ

21

gedekt. Ook in deze afbeelding zijn de donkere vlekjes terug te zien van onbereikbare locaties (veelal waterplassen). De slagkracht is ook uitgedrukt in het percentage objecten dat wordt gedekt door de eerste, tweede en derde tankautospuit. Onderstaande grafiek toont dit middels een S-curve en zet het percentage objecten dat wordt gedekt af tegen de opkomsttijd in minuten.

Bovenstaande grafiek toont drie curves: de rode curve geeft de eerste eenheid weer, de blauwe curve de tweede en de groen curve de derde. Binnen 15 minuten wordt 77% van de objecten bereikt door drie eenheden.

3.2.2 Grootschalig brandweeroptreden (GBO) Grootschalig brandweeroptreden betreft het optreden, waarbij vier of meer basiseenheden (tankautospuiten) worden ingezet. Er wordt gewerkt met een pelotonsstructuur die landelijk voorgeschreven is. Voor het grootschalig brandweeroptreden kan de Brandweer Gelderland-Zuid te allen tijde in de eigen regio onderstaande pelotons inzetten: - Twee basispelotons (brand of technische hulpverlening) o Peloton 100 binnen 30 minuten inzetbaar op de incidentlocatie o Peloton 200 binnen 45 minuten inzetbaar vanaf een uitgangsstelling - Peloton grootschalige watervoorziening (500) binnen 60 minuten waterwinning en slangenweg gereed op de incidentlocatie - Peloton logistiek en verzorging o Onderdeel van peloton 500 en binnen 60 minuten inzetbaar op de incidentlocatie - Peloton incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS). Inzetbaar binnen 60 minuten in de gehele regio. o Voor IBGS werkt Brandweer Gelderland-Zuid samen met de regio’s in district Oost-5. Daarbij is het mogelijk om een beroep te doen op de buurregio om een half gaspakteam van vier gaspakdragers te leveren, waardoor ter plaatse gezamenlijk een gaspakpeloton van acht gaspakdragers wordt geleverd. Over de interregionale inzet van deze pelotons zijn landelijk afspraken gemaakt.

Voor interregionale bijstand kan Brandweer Gelderland-Zuid, zonder afbreuk te doen aan de eigen paraatheid, het volgende leveren: - Basispeloton Concept dekkingsplan VRGZ

22

-

Peloton grootschalige watervoorziening

Beide pelotons dienen binnen 60 minuten inzetgereed te staan op de eigen regiogrens. Brandweer Gelderland-Zuid maakt onderscheid in deze bijstandsaanvragen door deze te prioriteren in acute aanvragen en geplande aanvragen. Bij acute bijstandsaanvragen worden de snelste eenheden gealarmeerd en wordt de dekking binnen de eigen regio later ‘hersteld’. Bij geplande aanvragen wordt vanuit het ‘Actiecentrum Brandweer’ de aanvraag geanalyseerd en vervolgens het juiste benodigde materieel geselecteerd en gealarmeerd, waarbij rekening gehouden wordt met de operationele dekking in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid3.

3.2.3 Specialisme Technische Hulpverlening (STH) STH is een specialisatie van de basistaak technische hulpverlening. Samen met vier andere regio’s voert Brandweer Gelderland-Zuid deze taak uit voor heel Nederland. Incidenten op dit gebied worden vanuit de basisbrandweerzorg uitgevoerd en opgeschaald. In die gevallen waar kennis, technieken of materialen in de basisbrandweerzorg onvoldoende of niet beschikbaar zijn, wordt een STH-team ingezet. Een STH-team kan binnen negentig minuten ter plaatse zijn in heel Nederland. Post Beusichem is de standplaats van het landelijke STH-team Midden. Dit betekent dat de opkomsttijd in de eigen regio relatief kort is.

3.2.4 Natuurbrandbestrijding Ondanks risicobeperkende inspanningen aan de voorkant kan zich een grote natuurbrand voordoen in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. In het ‘Operationeel Plan Natuurbrandbestrijding’ staan de afspraken beschreven die er binnen het district Oost-5 zijn gemaakt om het optreden bij een natuurbrand zo snel en soepel mogelijk te laten verlopen. Het operationele plan richt zich op de aangewezen hoog risicogebieden. Bij natuurbranden wordt het eerste peloton geformeerd vanuit reguliere opschaling binnen de eigen regio. Indien verdere opschaling noodzakelijk is zal een beroep gedaan worden op een tweede peloton van vier tankautospuiten vanuit Limburg-Noord en zal dit peloton volledig bestaan uit tankautospuiten specifiek voor natuurbrandbestrijding.

3.2.5 Restdekking bij langdurige inzetten In Gelderland-Zuid kunnen maximaal twee basispelotons (8 tankautospuiten) uit eigen regio worden ingezet bij één grootschalig incident. Daardoor blijven nog ruim voldoende (meer dan 25) basiseenheden over om de regionale dekking te borgen, om ook bij gelijktijdige incidenten de snelst mogelijke brandweerzorg te blijven leveren. Bij langdurige incidenten is het mogelijk om een post te laten herbezetten om zodoende de operationele dekking te kunnen optimaliseren, zodat ook voor een volgend incident de snelste eenheid weer wordt gealarmeerd. Bij langdurigere incidenten, waarbij zowel de beroepspost Nijmegen-Centrum als de beroepspost Nijmegen-West zijn ingezet, kan er een beroep worden gedaan op een achterwacht-poule met beroepsmedewerkers uit de 24uursdienst (die op dat moment dus geen dienst hebben). Zij worden dan gealarmeerd voor herbezetting, met als streven om ook de specialismen weer in dienst te kunnen krijgen. Bij een alarmering rukken zij dan uit met de reserve-tankautospuit die beide beroepsposten tot hun beschikking hebben. Herbezetting ten behoeve van restdekking wordt altijd per incident beoordeeld en is afhankelijk van incidentlocatie, inzetduur en risicoprofiel.

3

Procedure nog in ontwikkeling

Concept dekkingsplan VRGZ

23

3.3

Paraatheid

In een regio met kazernes die vrijwel allemaal een vrij instroommodel kennen, is het bekend dat de paraatheid niet altijd gegarandeerd is. Factoren als beschikbaarheid en gelijktijdigheid spelen daarin een rol. Door deze factoren te beschrijven en mee te wegen in de totaalbeoordeling van de dekking, doen we meer recht aan de praktijk.

3.3.1 Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Bij de beroepsposten is beschikbaarheid van personeel gegarandeerd door kazernering van een volledige ploeg. Bij de vrijwillige posten worden indien nodig maatregelen genomen om de beschikbaarheid te waarborgen, zoals het inzetten van dagdienstmedewerkers. Potentiële knelpunten in beschikbaarheid worden inzichtelijk gemaakt met beschikbaarheidssystemen met een agendafunctionaliteit en tijdens een alarmering door gebruik te maken van pagers met actieve terugmelding. Feit blijft natuurlijk dat we in Gelderland-Zuid grotendeels te maken hebben met vrije instroom en beschikbaarheid dus nooit 100% gegarandeerd is. Dat is inherent aan het gekozen model. Tijdens (correctieve en preventieve) onderhoudswerkzaamheden en vakbekwaamheidsactiviteiten aan het materieel is niet inzetbaar. De duur dat een voertuig niet beschikbaar verschilt van enkele uren tot meerdere dagen. Om in deze gevallen veerkrachtig te kunnen zijn en de paraatheid te kunnen blijven borgen beschikt de VRGZ over een aantal reserve voertuigen (10 tankautospuiten en één redvoertuig). Deze voertuigen zijn repressief inzetbaar.

Indien geen reserve voertuig beschikbaar is wordt teruggevallen op de herpositioneringsregeling om daarmee de spreiding van specialismen en aanvullende taken zo goed mogelijk te borgen. Indien een post gepland geen of onvoldoende personeel beschikbaar heeft (bijvoorbeeld tijdens een personeelsverenigingsactiviteit) zijn afspraken opgesteld in het ‘Kader Groen Licht’. In het vorige hoofdstuk staat beschreven dat er in de regio bij uitzondering gebruik gemaakt wordt van consignatie of kazernering. Dit bijvoorbeeld tijdens grootschalige evenementen zoals de Vierdaagse-marsen rondom Nijmegen, Appelpop in Tiel en de jaarwisseling op diverse plekken in de regio. Naast deze geplande momenten kan het nodig zijn om tijdens een acute fase (crisis) posten te kazerneren.

3.3.2 Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid gaat over de gevolgen voor de dekking wanneer meerdere incidenten op hetzelfde moment een beroep doen op hetzelfde brandweermaterieel en -personeel. In de handreiking is geen exacte richtlijn opgenomen voor de berekening van gelijktijdigheid. Gelijktijdigheid kan daarmee feitelijk alleen kwalitatief worden beschreven. Op basis van een indicatieve kwantitatieve analyse van de incidenthistorie van Gelderland-Zuid blijkt dat gelijktijdigheid van incidenten in de praktijk heel beperkt voorkomt. Met name in Nijmegen komt het voor dat verschillende eenheden gelijktijdig bij verschillende incidenten worden ingezet. In periodes van grote drukte, zoals tijdens de jaarwisseling of een storm, vinden vaak meerdere incidenten tegelijk plaats. Deze incidenten worden door meerdere verschillende eenheden afgehandeld. Hierbij wordt ook ondersteuning geleverd buiten het ‘reguliere verzorgingsgebied’. Vaak betreft het prio2 incidenten, waarbij een iets langere opkomsttijd geen probleem is. Door het netwerk van kazernes is opkomst van de brandweer gegarandeerd, maar kan er in het geval van gelijktijdigheid sprake zijn van een langere opkomsttijd. De impact van gelijktijdigheid op de paraatheid is daarmee beperkt.

Concept dekkingsplan VRGZ

24

3.4

Werkdruk op basis van inzetfrequentie

Werkdruk heeft betrekking op het aantal keer per tijdseenheid dat een brandweereenheid wordt ingezet bij een incident. Om hier inzicht in te krijgen wordt de inzetfrequentie beschreven. In de onderstaande tabel zijn de absolute aantallen incidenten per jaar en het gemiddeld aantal incidenten per maand en per week per post over een periode van 2017 tot en met 2022 weergegeven. Hierbij is geen onderscheid gemaakt in de prioriteit van de incidenten.

Post

2017 2018 2019 2020 2021 2022 Gem/mnd

Gem/wk

Asperen

55

52

49

38

54

54

4,19

0,97

Beesd

91

87

114

105

109

104

8,47

1,96

Beneden Leeuwen

86

76

109

94

79

112

7,72

1,78

Beuningen

135

130

143

129

107

114

10,53

2,43

Beusichem

59

65

36

52

42

59

4,35

1,00

Brakel

76

112

96

94

95

96

7,90

1,82

Buren

91

74

116

105

60

82

7,33

1,69

Culemborg

251

243

279

250

227

254

20,89

4,82

Dodewaard

40

60

50

51

53

65

4,43

1,02

Dreumel

50

44

51

55

52

41

4,07

0,94

Druten

139

135

115

161

100

110

10,56

2,44

Gameren

45

47

73

75

63

76

5,26

1,21

Geldermalsen

218

217

212

176

173

205

16,68

3,85

Groesbeek

139

145

152

102

95

131

10,61

2,45

Hedel

82

90

87

75

79

96

7,07

1,63

Herwijnen

71

76

76

71

67

67

5,94

1,37

Kerkdriel

157

141

148

154

124

112

11,61

2,68

Kesteren

47

60

72

72

70

76

5,51

1,27

Lent

98

231

135

82

60

75

9,46

2,18

Lienden

56

78

68

88

92

110

6,83

1,58

Maasbommel

29

48

47

49

45

47

3,68

0,85

Malden

46

70

64

51

37

51

4,43

1,02

Maurik

61

89

72

98

84

102

7,03

1,62

Millingen a/d Rijn

36

49

34

38

38

39

3,25

0,75

Nederhemert

43

58

60

84

57

80

5,31

1,22

Nijmegen Centrum

903

861 1.014

911

741

794

72,56

16,74

Nijmegen West

809

702

785

651

582

601

57,36

13,24

Ochten

71

98

74

98

65

103

7,07

1,63

Concept dekkingsplan VRGZ

25

Opheusden

51

50

40

44

54

63

4,19

0,97

Overasselt

58

64

51

43

56

59

4,60

1,06

135

13,50

3,09

Tiel Dagdienst Tiel Vrijwillig

358

378

369

418

462

243

35,94

8,27

Ubbergen

50

70

89

58

35

65

5,10

1,18

Varik

42

59

45

55

54

45

4,17

0,96

Waardenburg

265

305

261

235

221

229

21,06

4,86

Wijchen

271

319

230

199

184

186

19,29

4,45

Zaltbommel

105

157

135

127

140

169

11,57

2,67

Totaal 4.234 4.464 4.532 4.327 3.889 4.200

Hieronder de grafiek met per post het gemiddeld aantal incidenten per week:

Kijkend naar de afgelopen zes jaren, dan varieert het totaal aantal incidenten per jaar. Als we kijken naar de trendlijn, dan zien we dat er vanaf 2017 sprake is van een afname van het aantal incidenten. Het beeld wordt bevestigd in onderstaande grafiek waarin een dalende trendlijn zichtbaar is.

Verloop incidenten 5.000 4.500 4.000 3.500 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal

Lineair (Aantal)

Concept dekkingsplan VRGZ

26

Wanneer we wat verder inzoomen op de incidenten en kijken naar de trend van specifieke incidenttypes (zie grafieken hieronder), dan zien we dat het aantal brandmeldingen in de afgelopen jaren nagenoeg gelijk is gebleven. Het aantal meldingen brand (bij)gebouw laat een lichte stijging zien. Het aantal automatische brandmeldingen waarvoor de brandweer daadwerkelijk is gealarmeerd loopt terug. Dit komt met name door gerichte initiatieven om het aantal ongewenste meldingen terug te dringen. Het aantal incidenten met meldingsclassificatie ongeval wegvervoer met letsel laat een licht stijgende trendlijn zien.

Brand

Brand (bij)gebouw

2.000

500

1.500

400 300

1.000

200

500

100

0

0 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal

2017

Lineair (Aantal)

2019

Aantal

Autom. brandmeldingen

2020

2021

2022

Lineair (Aantal)

Ongeval wegvervoer letsel

1.500

300

1.000

200

500

100

0

2018

0 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal

Lineair (Aantal)

2017

2018 Aantal

Concept dekkingsplan VRGZ

2019

2020

2021

2022

Lineair (Aantal)

27

4 Beoordeling dekking In dit hoofdstuk worden de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk separaat beoordeeld. Dit vindt onder andere plaats door het overheersende karakter van het gebied te beschrijven en in te delen in de uiteindelijke categorie van het gebied. Tot slot volgt een totaaloordeel per gemeente én voor de gehele regio.

4.1

Beoordeling snelheid

Om de factor snelheid te kunnen beoordelen, is het nodig dat de gebieden in categorieën worden ingedeeld. Per buurt4 wordt vervolgens de theoretisch behaalde opkomsttijd vergeleken met de toegestane bandbreedte uit het beoordelingskader.

4.1.1 Indeling gebieden Conform het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden wordt voor alle buurten een categorie berekend op basis van het overheersend karakter van het gebied. Onderstaande tabel toont een overzicht van deze categorieën.

4

Hiervoor wordt de indeling van het CBS gebruikt (‘CBS-buurten’).

Concept dekkingsplan VRGZ

28

Toepassing van deze categorisering leidt tot de volgende indeling voor de buurten in GelderlandZuid:

In bovenstaande afbeelding zien we dat nagenoeg alle kernen in categorie 2 vallen en er slechts drie buurten zijn die tot categorie 1 behoren. De overige buurten vallen in categorie 3. In de totstandkoming van de bovenstaande categorisering is een aantal buurten van categorie 1 in categorie 2 gewijzigd. Bij controle van deze buurten bleken er objecten met een foutieve gebruiksfunctie te zitten en waren de buurten daarmee niet correct als categorie 1 bestempeld.

4.1.2 Beoordeling gebieden Per buurt is berekend wat de theoretische opkomsttijd van de eerste tankautospuit in die buurt is. Die tijd is vervolgens vergeleken met de referentiewaarde en de bandbreedte in minuten die bij betreffende categorie hoort. Zie daarvoor de tabel in paragraaf 3.1.1. Dit leidt tot een oordeel per gebied: goed (sneller dan referentiewaarde), voldoende (tussen referentiewaarde en einde bandbreedte) of onvoldoende (buiten bandbreedte). Hieronder is een voorbeeld uitgewerkt:

Concept dekkingsplan VRGZ

29

Als de opkomsttijd hoger is dan de maximale bandbreedte, dan is aanvullende duiding nodig. Het gebied komt dan op de aandachtspuntenlijst voor een nadere beschouwing. De beoordeling van de dekking per buurt voor Brandweer Gelderland-Zuid is gevisualiseerd in de onderstaande afbeelding. Omdat post Tiel tijdens kantoortijd een dagdienstbezetting met snelle uitruktijd heeft, is er een beoordeling gemaakt voor de situatie buiten kantoortijd (met vrije instroommodel voor Tiel) en voor de situatie binnen kantoortijd (met dagdienst bezetting). Alleen in en rond Tiel is een verschil in waardering te zien, de overige buurten zijn gelijk gebleven.

Concept dekkingsplan VRGZ

30

In de waardering per buurt is een aantal buurten rood gekleurd en dit betekent dat de dekking hier onvoldoende is. Het betreft acht buurten, waarbij één buurt alleen buiten kantoortijd onvoldoende scoort. Deze acht buurten met een onvoldoende waardering zijn in onderstaande tabel weergegeven, waarbij ook de mate van overschrijding is beschreven. Buurt

Gemeente

Referentiewaarde en bandbreedte in minuten

Mediaan opkomsttijd in minuten

Overschrijding in minuten

Leuth Ooij Bergharen Hernen Niftrik Batenburg

Berg en Dal Berg en Dal Wijchen Wijchen Wijchen West Maas en Waal West Maas en Waal Tiel

10, 7-13 10, 7-13 10, 7-13 10, 7-13 10, 7-13 10, 7-13

13:06 13:26 13:59 14:04 14:05 16:51

0:06 0:26 0:59 1:04 1:05 3:51

10, 7-13

13:37

0:37

10, 7-13

13:20

0:20

Appeltern Passewaaij Zuid-West (buiten kantoortijd)

Met het vorige dekkingsplan zijn compenserende maatregelen uitgewerkt om overschrijdingen van de opkomsttijden aanvaardbaar te maken. Hierbij valt te denken aan voorlichting, oefenen op locatie, het opstellen van planvorming of een verzwaard inzetvoorstel. Deze compenserende maatregelen zijn ondertussen ingebed in de beheersmatige organisatie en blijven van toepassing. Goed om te benoemen is dat, ongeacht de opkomsttijd van de brandweer, het van het grootste belang is dat bewoners tijdig gealarmeerd worden als er brand uitbreekt in hun woning, met name ‘s nachts. Het grootste gevaar vormt de rook die bij een brand vrijkomt en dermate snel dodelijk is, dat bewoners zichzelf tijdig in veiligheid moeten kunnen brengen. Het hebben van goedwerkende rookmelders is hierbij letterlijk van levensbelang. Sinds 1 juli 2022 geldt er voor alle woningen een wettelijke verplichting om rookmelders te hebben.

4.1.3 Beoordeling aandachtsobjecten De beoordeling zoals hiervoor beschreven is, is gebiedsgericht. Ondanks dat er sprake is van een gebiedsgerichte beoordeling worden aandachtsobjecten, dit zijn objecten uit categorie 1, ook individueel getoetst aan de opkomstnorm van 10 minuten. Wanneer we spreken over objecten doelen we hier op de verblijfsobjecten uit de BAG. Binnen één pand kunnen één of meerdere verblijfsobjecten aanwezig zijn. Een flatgebouw bijvoorbeeld bestaat meerdere verblijfsobjecten binnen hetzelfde pand. Als we kijken naar de tabel met het aantal objecten met overschrijding per gemeente zien we in Berg en Dal 77 verblijfsobjecten staan bij de ‘Woongebouwen hoger dan 20 meter’. Dit gaat uiteindelijk om één pand met 77 verblijfobjecten. De overschrijding geldt dus voor één pand. Er zijn in de regio 290 aandachtsobjecten met overschrijding van de opkomsttijd. Voor 98 van deze objecten geldt dat er tijdens kantoortijden geen overschrijding is van de opkomsttijd. Dit zijn objecten in Tiel waar tijdens kantoortijden met een dagdienstbezetting met snellere tijden wordt uitgerukt. Voor een overzicht van de aandachtsobjecten met een overschrijding van de opkomsttijd wordt verwezen naar de bijlagen.

Concept dekkingsplan VRGZ

31

In de onderstaande tabel is een overzicht van de aantallen objecten met een overschrijding per gemeente weergegeven: Gemeente Berg en Dal Culemborg Maasdriel Nijmegen Tiel West Maas en Waal Wijchen

Objecten niet Portiekflats/woningen Woongebouwen zelfredzame personen hoger dan 20 meter 2 65 77 1 23 1 1 9 24 66 11 2

Totaal 144 24 1 1 98 11

9

11

In de onderstaande tabel is een overzicht van het aantal objecten per overschrijdingscategorie opgenomen. De maximale overschrijding van de opkomsttijd is 3:13. Gemeente T/m 1 minuut Berg en Dal 97 Culemborg 24 Maasdriel Nijmegen 1 Tiel 30 West Maas en 11 Waal Wijchen 1

1-2 minuten 47

2-3 minuten

>3 minuten

1 66

2

10

Voor de aandachtsobjecten met overschrijding van de opkomsttijd van 10 minuten voor de eerste tankautospuit zijn er aanvullende maatregelen beschikbaar. Hierbij kan gedacht worden aan: -

Voorlichting over brandveiligheid en preventieve voorzieningen Oefenen bij de betreffende objecten Bijstellen van de repressieve inzetvoorstellen (bijvoorbeeld standaard meer eenheden alarmeren)

Deze maatregelen krijgen tijdens de implementatiefase van het dekkingsplan opvolging en zullen in lijn zijn met de compenserende maatregelen die zijn vastgesteld vanuit het brandweerzorgplan en ondertussen zijn ingebed in de reguliere bedrijfsvoering.

4.2

Beoordeling capaciteit

Voor de beoordeling van capaciteit wordt gekeken naar slagkracht en grootschalig optreden. Voor de beoordeling van slagkracht is een landelijk beoordelingskader beschikbaar en de beoordeling is daarop gebaseerd. Voor grootschalig optreden is geen beoordelingskader in de handreiking opgenomen en daarom wordt daarvoor een beschrijvende beoordeling gegeven.

4.2.1 Beoordeling slagkracht Naast snelheid is slagkracht essentieel om slachtoffers te voorkomen en schade te beperken. Daarom is er ook een beoordelingskader voor het kunnen scoren van de slagkracht. De gehanteerde methodiek is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. De waarden in deze methodiek zijn referentiewaarden. Bij het toepassen van de referentiewaarden blijkt dat er buurten zijn waar niet aan de referentiewaarde wordt voldaan. Voor deze buurten dient te worden beschreven welke eventuele Concept dekkingsplan VRGZ

32

aanvullende maatregelen genomen worden. Deze aanpak is vergelijkbaar met het duiden van de aandachtsgebieden voor de factor snelheid. Onderstaande tabel maakt het verband zichtbaar tussen de slagkracht en de risicogebieden en vormt daarmee het beoordelingskader voor slagkracht. Voor een buurt met het hoogste risico (categorie 1) wordt gekeken naar de slagkracht van drie tankautospuiten. Voor de buurten met risiconiveau 2 wordt er gekeken naar de slagkracht van twee tankautospuiten. Voor een buurt met risiconiveau 3 wordt slagkracht buiten beschouwing gelaten en is alleen de opkomsttijd van de eerste tankautospuit relevant. De tijdrange (bijvoorbeeld ‘4-10’) geeft de bandbreedte aan en de tijd tussen haakjes (bijv. ‘7’) is de referentiewaarde. Risiconiveau 1 2 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13831924/1