Bijlage III Begroting 2025 MARN
Tekst van het document
BEGROTING 2025 Versie 1.0
INHOUD
1
INLEIDING .......................................................................................................................................... 1
2
PROGRAMMA MARN ......................................................................................................................... 1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 1
3
4
2.1
Taakveld 0.1: Bestuur .......................................................................................................................... 1
2.2
Taakveld 7.3: Afvalverwerking ............................................................................................................ 2
PARAGRAFEN..................................................................................................................................... 4 3.1
Financiële paragraaf ........................................................................................................................... 4
3.2
Verbonden partijen ............................................................................................................................. 7
3.3
Weerstandsvermogen ......................................................................................................................... 8
3.4
Bedrijfsvoering .................................................................................................................................... 9
3.5
Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................................... 10
PROGRAMMABEGROTING 2025 ...................................................................................................... 11 4.1
Begrote balanspositie ultimo 2025 en wijzigingen op geprognosticeerde balans 2024 ................... 11
4.2
Begrote baten 2025........................................................................................................................... 13
4.3
Begrote lasten 2025 .......................................................................................................................... 14
4.4
Wijziging op de begrote lasten 2024 ................................................................................................. 15
4.5 Kostenverdeelstaat............................................................................................................................ 16 4.5.1 Lasten ...................................................................................................................................... 16 4.5.2 Baten........................................................................................................................................ 18 5
MEERJARENRAMING 2026 – 202 ..................................................................................................... 20 5.1
Baten Meerjarenraming 2026 – 2028 ............................................................................................... 20
5.2
Lasten Meerjarenraming 2026 – 2028 .............................................................................................. 21
5.3
Meerjaren kengetallen ...................................................................................................................... 22
5.4
Balansprognose tot en met 2028 ...................................................................................................... 23
1
INLEIDING
De MARN is een gemeenschappelijke regeling met zeven deelnemende gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen. De gemeenschappelijke regeling behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van milieu, waaronder in ieder geval begrepen een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen.
2
PROGRAMMA MARN
Inleiding Doelstelling, taken en bevoegdheden De regeling richt zich op de rol van aandeelhouder en leverancier van afval aan ARN B.V. (ARN). Daardoor spelen onderwerpen met betrekking tot afval en milieu een rol. In 2020 heeft het bestuur besloten om meer aandacht te besteden aan mogelijke bijdragen in de energietransitie. Op basis van ditzelfde besluit en de zienswijzen die de gemeenten hebben ingebracht, leidt dit vooralsnog niet tot een wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling en/of een begrotingswijziging. Rechtskarakter en producten De Gemeenschappelijke Regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, dat is opgericht op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Ter uitvoering van de doelstelling van de MARN worden de volgende taakvelden onderscheiden: 1. Bestuur; 2. Afvalverwerking, in het bijzonder de relatie met ARN. 2.1 Taakveld 0.1: Bestuur Wat willen we bereiken? Een openbaar lichaam als de MARN heeft wettelijk een aantal organen met een doelstelling zoals omschreven in de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling. Om de doelstelling te kunnen realiseren en als ondersteuning voor de taken en bevoegdheden kent de MARN een bestuur en een ambtelijke coördinatie.
Met deze ondersteuning willen we bereiken dat de doelstelling, de taken en bevoegdheden zoals omschreven in de tekst van de regeling in goed overleg kunnen worden gerealiseerd. Wat doen we ervoor? Voor een omschrijving van de organisatie wordt verwezen naar paragraaf 3.4 Bedrijfsvoering. Gedurende het gehele jaar wordt een aantal vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur gepland. Na besluitvorming in het Dagelijks en, indien van toepassing, het Algemeen Bestuur worden de besluiten waar nodig uitgewerkt en uitgevoerd door de secretaris. Indien gewenst of noodzakelijk vindt de uitwerking plaats door een externe partij, waarbij de secretaris een coördinerende rol heeft. Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2025 en 2024 opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2023.
1
Taakveld 0.1 Bestuur
2.2
Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Wat willen we bereiken? Aangezien dit taakveld het geheel aan (financiële) relaties met ARN betreft, betekent dat een goede en constructieve relatie met de ARN wordt onderhouden, waarbij (i) de (financiële) risico’s zoveel mogelijk worden beheerst, of waar mogelijk verlaagd, (ii) een zo laag mogelijk tarief wordt nagestreefd, (iii) er een maximale uitoefening van bevoegdheden plaatsvindt in de vergadering van aandeelhouders en (iv) waarbij ARN een bijdrage levert aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de deelnemers in de MARN. Wat doen we ervoor? Het taakveld Afvalverwerking betreft het geheel aan (financiële) relaties die de MARN heeft met ARN. De MARN is op een aantal wijzen verbonden met ARN: 1. Aandeelhouder in het aandelenkapitaal; en 2. Contractpartner voor aanlevering van afval en indirect leverancier van afvalstoffen (via de gemeenten); Begin 2017 heeft MARN de gronden waarop de stortlocatie en de installaties zijn gevestigd verkocht aan ARN. In de wijziging begroting voor 2023 is voorgesteld om een bedrag van € 100.000,- vanuit het dividend ARN over 2021 niet uit te keren aan de gemeenten maar deze te bestemmen voor de bekostiging van mogelijk onderzoek in het kader van MARN+ in 2023. Dit bedrag is uiteindelijk in 2023 niet aangewend en in de jaarrekening van 2023 wordt voorgesteld dit bedrag alsnog aan gemeenten uit te keren.
Voor 2024 en 2025 is ook een bedrag in de begroting opgenomen voor activiteiten in het kader van MARN+. Dit kan onder andere aangewend worden voor beleidsadvies, inhuur inhoudelijke expertise of een onafhankelijk onderzoek. In 2025 zal na een evaluatie beoordeeld worden of dit gecontinueerd wordt. Voor 2025 heeft MARN zoals te doen gebruikelijk een bedrag voor advieskosten opgenomen van € 25.000. Dit betreft kosten te maken voor een inhoudelijk onderzoek of advies over een voor MARN relevant thema. Zie voor specificatie pagina 16 (onder 4.5.1 punt 2) van dit document. In het kader van de aanlevering van het afval aan de ARN is een vereveningsbijdrage transportkosten opgesteld voor de zeven MARN-gemeenten.
2
Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2025 en 2024 inzake het taakveld Afvalverwerking opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2023.
Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Uit het voordelige saldo op afvalverwerking dekt de MARN de organisatie-, bestuurskosten en de overige kosten die ten laste komen van de MARN. Incidentele baten en lasten
De incidentele baten bestaan uit de bijdrage die West Maas en Waal doet met betrekking tot de apparaatskosten van MARN. Bij het uittreden is besloten dat dit voor vijf jaar bij hen in rekening gebracht zal worden (tot en met 2025). Daarnaast is het bedrag wat toegevoegd wordt vanuit de bestemmingsreserve in het kader van de duurzame financiering (€ 146.721), hier opgevoerd. Nadere toelichting onder 3.3 op pag. 8 en pag. 13, 4.2. De incidentele kosten bestaan uit de kosten voor de ondersteuning MARN+ en de post onvoorzien.
3
3
PARAGRAFEN
3.1 Financiële paragraaf Uitgangspunten De gemeenschappelijke regeling houdt zich aan de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen voor wat haar financieel beleid betreft. Positieve resultaten op basis van een vastgesteld jaarverslag worden conform besluiten van het Algemeen Bestuur in 2021 aan de winstreserve toegevoegd, om op korte termijn liquiditeitsproblemen te voorkomen. Hoewel voor het jaar 2023 door het Dagelijks Bestuur is besloten om het resultaat over 2023 uit te keren is het opportuun om hierna het resultaat alsnog toe te voegen aan de winstreserve. Hiermee zorgen we ervoor dat het bedrag wat uit de bestemmingsreserve betrokken moet worden, aan het eind van de looptijd van de lening niet groter is dan het totaal wat ontvangen wordt. Hiermee wordt voorkomen dat er, voor einde van de looptijd van de lening geen bijdrage gevraagd te worden aan de gemeenten voor de exploitatie. De paragraaf betreffende de financiering bevat onder andere de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders ten aanzien van risicobeheer zijn vastgelegd in de Financiële Verordening MARN en het Treasurystatuut. Beide documenten zijn in 2024 gewijzigd en aangepast aan de nieuwe regels.
Wet FiDo In de wet Financiering Decentrale Overheden, afgekort de wet FiDo, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden Het verplichte schatkistbankieren, in feite schatkistbeleggen, houdt in dat onder andere gemeenten en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen (‘beleggingen’) aanhouden bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. De middelen die een decentrale overheid aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. Het principe van schatkistbankieren is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Wet Houdbare overheidsfinanciën De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) betreft de Nederlandse uitwerking van Europese afspraken ten aanzien van de overheidsfinanciën.
De Europese begrotingsafspraken zijn gericht op het terugdringen van het nationale EMU-tekort tot onder de 3 procent. In de wet worden de afspraken vertaald naar nadere doelstellingen ten aanzien van de schuldomvang en het begrotingstekort van decentrale overheden. Wet elektronische publicaties
4
Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties (Wep) in werking getreden. Het doel van de Wep is het vergroten van de toegankelijkheid van (voorgenomen) overheidsbesluiten. Aangegane en verstrekte leningen De MARN is in het verleden tevens een aantal leningen aangegaan in het kader van de aanschaf van de gronden waarop de installaties van ARN zijn gebouwd en de stortplaats wordt geëxploiteerd evenals de financiering van de aandelen in ARN. Van deze leningen resteert alleen nog een kasgeldlening bij BNG van € 2.000.000 met een rentepercentage van 1,330% waarop wordt afgelost over een periode van 20 jaar. MARN heeft aan ARN een lening verstrekt ten behoeve van de aankoop van de gronden die in eigendom waren van MARN door ARN. Dit bedrag is groot € 11.500.000. Hierop wordt door ARN jaarlijks rente en aflossing betaald. Het rentepercentage van deze lening is gesteld op een vaste rente van 3,09% op jaarbasis voor de gehele periode van aflossing. Wij refereren naar de toelichting bij de jaarrekening. Rentebaten en -lasten MARN zal gedurende 2025 rente ontvangen van ARN voor de aan haar verstrekte lening. Deze worden geraamd op €227.627. Hiervan zal €12.788 naar de gemeente West Maas en Waal gaan. Dit bedrag wordt jaarlijks uitgekeerd aan West Maas en Waal tot het einde van de looptijd van de lening voor de gronden.
Per saldo blijft er dan €214.839 over om de exploitatiekosten mee te voldoen. Gedurende het jaar 2025 zal de MARN rente betalen over de door haar aangegane lening. Deze worden geraamd op €17.436. Schatkistbankieren De gelden die de gemeenschappelijke regeling niet direct nodig heeft voor haar eigen exploitatie zullen gedurende het jaar 2025 worden ondergebracht bij de Rabobank. Conform het bepaalde bij “Schatkistbankieren” zullen bedragen boven de €400.000 (gemiddeld over een maand) worden gezet op een speciaal daartoe geopende rekening bij het Rijk. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s die samenhangen met de rentelasten van decentrale overheden. Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij begin van het jaar. Artikel 4, lid 1 Wet FIDO bepaalt, dat de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal niet de kasgeldlimiet overschrijdt.
Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
5
De geprognosticeerde ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2025 blijkt uit volgende opstelling:
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Op basis van de Wijzigingswet stelt de beoogde renterisiconorm in de kern dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherzieningen niet meer dan 20% van de begroting mogen bedragen. Het maximum percentage van 20% moet voor de komende vier jaar worden berekend op basis van de begroting voor het komende jaar. De horizon van het begrotingsjaar plus de komende drie jaar komt overeen met de periode van de meerjarenraming. In 2025 zal naar verwachting geen sprake zijn van herfinanciering, renteherziening en zullen tevens geen leningen worden aangetrokken en/of verstrekt. Derhalve is de MARN binnen de minimale renterisiconorm van €2.500.000 gebleven.
6
Resumé Bij de MARN zijn geen voorzieningen voor financieringsrisico’s getroffen. In artikel 27 lid 1 van de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN wordt vermeld dat de gemeenten gezamenlijk garant staan voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door het openbaar lichaam gesloten en af te sluiten langlopende en kasgeldleningen en in rekening opgenomen en op te nemen gelden, en voor de door het openbaar lichaam verstrekte garanties. In lid 2 van dat artikel wordt verder vermeld dat elke deelnemende gemeente hierbij is verbonden naar verhouding van haar inwonertal. Daarbij zijn de inwonertallen bepalend zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden bekendgemaakt. Tevens zijn er geen claims van derden, noch zijn er bijzondere risico’s in de deelnemingen (ARN) of rechtsgedingen.
3.2
Verbonden partijen
Aandeelhouderschap Sinds 18 mei 2020 heeft ARN twee aandeelhouders: de GR MARN als publieke partij met 51% van de aandelen en Remondis als private partij met 49% van de aandelen. Het aantal aandelen van GR MARN is 3.750. Deze aandelen zijn door de MARN voor 100% volgestort. Elk aandeel heeft een nominale waarde van €454. Stemrecht De MARN heeft in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ARN in overeenstemming met de hoeveelheid aandelen een stemrecht van 51%. Besluiten worden genomen met twee-derde meerderheid van het aantal stemmen.
Raad van Commissarissen De ARN kent naast de directie tevens een Raad van Commissarissen. Namens de regioaandeelhouders, waaronder de MARN, zal een tweetal leden in het jaar 2025 zitting hebben in de Raad van Commissarissen. Financiële gegevens De jaarstukken van ARN worden elk jaar vastgesteld in de Algemene vergadering van Aandeelhouders waarin de MARN zitting heeft. Deze stukken worden vooraf in de vergadering van het Dagelijks Bestuur besproken. Bij het opstellen van de begroting 2025 van de MARN zijn alleen de cijfers van de Jaarrekening 2022 van ARN bekend. Het eigen vermogen van ARN B.V. bedraagt €24.475.893 per ultimo 2022. Op basis van de jaarrekening 2022 heeft ARN langlopende schulden in de hoogte van €8.241.660 tegen een bedrag van €12.500.691 het jaar ervoor. Het resultaat over 2022 bedroeg €2.652.244 tegen €2.042.158 in het jaar ervoor. 7
MARN heeft voor de verwerking van het afval van de deelnemers in MARN een vast tarief met een jaarlijkse indexering.
3.3 Weerstandsvermogen Door het Algemeen Bestuur is in juni 2014 besloten dat de MARN geen weerstandsvermogen dient aan te houden anders dan €10.000 onder de post Onvoorzien uit de begroting. Het eigen vermogen van de MARN, bestaande uit de resultaatreserve, de bestemmingsreserve “Uitkering gemeenten”, bestemmingsreserve “MARN+” en het gerealiseerd resultaat over het jaar 2023 en bedraagt per 31 december 2023 8.864.852. Indien de post onvoorzien onvoldoende is om in een bepaald jaar tekorten, die voortvloeien uit de rekening, op te vangen en er geen andere dekking kan worden gevonden, wordt het bepaalde in artikel 28 van de Gemeenschappelijke Regeling MARN van toepassing. Daarin is bepaald dat de gemeenten naar rato van het inwonerstal dienen bij te dragen in tekorten van de MARN. Daarbij dienen cijfers van het CBS over het inwonertal te worden gebruikt. Risicobeheersing De risico’s van de MARN zijn beperkt. Het Algemeen Bestuur heeft bepaald dat voor de afdekking van de risico’s de begrotingspost Onvoorzien voldoende is. Daarnaast is MARN aandeelhouder in ARN. Zij heeft één lening (in verband met grondverkoop) en geen garanties meer uitstaan naar ARN. De lening is afgedekt met een eerste recht van hypotheek. Tevens heeft MARN met ARN een vast tarief van indexering voor het door de deelnemers in de MARN aangeleverde afval.
Het risico dat MARN loopt, bedraagt ten hoogste de waarde van de aandelen die MARN heeft in ARN. Deze zijn gewaardeerd op verkrijgingsprijs voor een waarde van €1.701.675. Verder wordt verwezen naar de paragraaf 3.2 Verbonden partijen. Liquiditeit De aflossing op de geldlening die MARN aan ARN heeft verstrekt, is aangemerkt als bestemmingsreserve en werd jaarlijks, samen met het exploitatieresultaat, uitgekeerd aan de gemeenten naar rato van inwonersaantallen. De rente-inkomsten van de lening worden gebruikt voor de jaarlijkse kosten van de MARN. De geldlening is annuïtair, waardoor de rente-inkomsten ieder jaar afnemen. Het resultaat (rente-inkomsten minus exploitatiekosten) werd, conform besluit van het Algemeen Bestuur jaarlijks uitgekeerd. In het kader van de teruglopende rente-inkomsten heeft het bestuur in 2021 besloten om het resultaat (rente-inkomsten minus exploitatiekosten) vanaf boekjaar 2021 niet meer jaarlijks uit te keren. Echter om te voorkomen dat op termijn de rente-inkomsten niet meer toereikend zijn heeft het Algemeen bestuur in 2022 ten aanzien van duurzame financiering van MARN besloten dat de inkomsten uit de verkoop van de grond aan ARN (rente-inkomsten en aflossings-inkomsten) niet meer afzonderlijk beschouwd en afzonderlijk toegewezen worden (respectievelijk ten gunste van exploitatie MARN en ten gunste van de deelnemende gemeenten).
Dit heeft als resultaat dat vanaf 2025, het jaar waarin het banksaldo van MARN conform de balansprognose een negatief resultaat liet zien, steeds jaarlijks een bedrag uitgekeerd wordt aan de gemeenten waarbij de exacte hoogte van het bedrag bij de begroting wordt vastgesteld. Dit wordt als verwerkingswijze geïmplementeerd in de begroting. Het resterende bedrag wordt gebruikt voor de exploitatie van MARN. De aflossing aan BNG geschiedt uit de liquide middelen die ontstaan door het jaarlijkse exploitatieoverschot. Over eventuele dividenduitkeringen van ARN wordt jaarlijks een besluit genomen. Gezien de wijziging ten aanzien van de duurzame financiering, zoals hierboven toegelicht, zal het resultaat van boekjaar 2023 wederom uitgekeerd worden, in lijn met het beleid van voor 2021. Echter, gebaseerd op de langjarige prognose is het prudent om vanaf 2024 een positief resultaat alsnog toe te voegen aan de resultaatreserve. Hiermee wordt voorkomen dat al voor einde looptijd van de lening van ARN de GR MARN ten behoeve van de exploitatie een beroep op de gemeenten moet doen. De rente-inkomsten en inkomsten uit aflossing vallen echter volledig weg nadat de lening door ARN in 2036 is afgelost. Er zal dan vanuit de gemeenten jaarlijks een bedrag beschikbaar 8
moeten worden gesteld, zodat de MARN alle exploitatiekosten kan betalen. Dit bedrag zal jaarlijks worden bepaald op basis van de begroting. Kengetallen Het BBV vereist dat kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel ruimte de organisatie beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. Onderstaand zijn de voorgeschreven kengetallen opgenomen. De wijze waarop de kengetallen moeten worden berekend is opgenomen in de Regeling van de Minister van BZK van 1 april 2019 (bijlage 1, 9 juli 2015 en gewijzigd 26 oktober 2015).
Interpretatie kengetallen Bij de normering volgens de provincie Gelderland worden bovenstaande waarden ingedeeld in 3 categorieën, zoals aangegeven in de brief van 7 oktober 2015. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Op basis van de kengetallen ontstaat een beeld dat MARN voor 2 van de 4 onderdelen onder de categorie A valt, de minst risicovolle. De netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte vallen in categorie C, dit komt doordat er bij gelijkblijvende schulden, minder baten zijn (in 2017 grondverkoop). Kengetallen:
Cat. A
Cat. B
Cat. C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
3.4 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling kent op basis van de tekst van de regeling de volgende te onderscheiden organen: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast bestaat er een ambtelijke ondersteuning bestaande uit een vakberaad voor grondstoffen en een secretaris. Bestuursorganen Het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit zeven leden, te weten de leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Tevens zijn er evenzoveel plaatsvervangende leden aangewezen. Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vier leden inclusief de Voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toe zoals in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de tekst van de GR MARN is toebedeeld. Het Dagelijks Bestuur stuurt de secretaris aan. De Voorzitter 9
De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Dagelijks als ook het Algemeen Bestuur. De Voorzitter vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. De heer T. van Elferen is Voorzitter van het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de MARN.
Ambtelijke organisatie Secretariaat Het secretariaat zal gedurende het jaar 2025 worden verzorgd door Dar N.V. Administratie De administratie zal gedurende het jaar 2025 worden verzorgd door Dar N.V. Informatievoorziening De verschillende onderwerpen en projecten worden regelmatig besproken in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Voor specifieke onderwerpen worden Colleges van Burgemeester en Wethouders als ook Raden tussentijds geïnformeerd en naar hun opvattingen gevraagd naar gelang het onderwerp. Voor een aantal voorstellen is dat zelfs verplicht, zoals voor de begroting en de rekening.
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De MARN beschikt niet over kapitaalgoederen.
10
4 4.1
PROGRAMMABEGROTING 2025 Begrote balanspositie ultimo 2025 en wijzigingen op geprognosticeerde balans 2024
11
Toelichting bij de wijzigingen op de balans 2024. Het dagelijks bestuur is voornemens om het resultaat 2023 uit te keren. Dit heeft tot gevolg dat de geprognosticeerde balans 2024 verandert. De resultaatreserve zal met € 69.144 afnemen. Daarnaast is de vergoeding voor het voeren van de administratie in de begroting 2024 aangepast naar de werkelijke indexatie die gebruikt gaat worden. Zie hiervoor de wijzigingsbegroting 2024. Dit heeft tot gevolg dat het resultaat € 1.064 lager zal zijn. De liquide middelen zullen als gevolg hiervan €70.207 lager zijn.
12
4.2
Begrote baten 2025
In onderstaande tabel zijn de begrote baten voor 2025 en 2024 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2023 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen. Begrote baten 2025
13
4.3
Begrote lasten 2025
In onderstaande tabel zijn de begrote lasten voor 2025 als ook de begrote lasten van 2024 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2023 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen.
14
4.4
Wijziging op de begrote lasten 2024
De wijziging is het gevolg van het advies vanuit de Provincie dat de ondersteuning ten behoeve van MARN+ als incidenteel aangemerkt moet worden. Daarnaast is de vergoeding voor het voeren van de administratie aangepast naar het werkelijke bedrag wat in 2024 in rekening gebracht zal worden na de indexatie van 5,48%.
15
4.5
Kostenverdeelstaat
In onderstaande tabel is de kostenverdeelstaat opgenomen gevolgd door een nadere toelichting. Kostenverdeelstaat 2025 Hierna volgt voor alle kosten en baten een toelichting per categorie.
4.5.1
Lasten
1. Personeel (economische categorie 1.1) Met ingang van 1 juli 2018 wordt het secretariaat en de administratie verzorgd door Dar N.V. De lasten hiervan worden hier verantwoord. De kosten zullen jaarlijks worden geïndexeerd met dezelfde index als in de reguliere contracten met de gemeenten, te weten 30% NEA-index, 40% CBS Lonen en 30% CBS Overheidsconsumptie. 2. Overige goederen en diensten (economische categorie 3.8) Overzicht begrote kosten Overige goederen en diensten
16
Onder adviezen is een bedrag opgenomen van €25.000 voor onderzoek. De werkelijke accountantskosten 2023 zijn geïndexeerd met de door de adviesfunctie vastgestelde indexaties 2024 en 2025. De bankkosten zijn in lijn met de verwachte werkelijke kosten begroot. Daarnaast zijn de jaarlijkse kosten voor onderhoud en hosting van de nieuwe MARN website begroot. Dit is op basis van de uitgebrachte offerte van Linku plus een zo getrouw mogelijke inschatting van overige softwarekosten. De overige kosten zijn op basis van een inschatting naar aanleiding van de werkelijke kosten begroot. 3. Bijdrage circulaire raad en cirkelstad De bijdrage voor de circulaire raad en cirkelstad zal voor hetzelfde bedrag gecontinueerd worden tot en met 2027. Hierover is besloten door het Algemeen Bestuur in 2023. In het jaar 2026 zullen deze bijdragen opnieuw worden beoordeeld en de conclusies in de begroting 2028 en verder worden opgenomen.
17
3. Rente (economische categorie 5.1) Overzicht begrote Rente
4. Vereveningsbijdrage: uit te keren bedragen (economische categorie 7.5) Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten uit te keren Totaal
56.723 56.723
5. Onvoorzien Overzicht begrote Onvoorzien Onvoorzien Totaal
€ €
10.000 10.000
4.5.2 Baten 1. Renteopbrengst verkoop (economische categorie 5.1) Met ingang van begin 2017 zijn de gronden die de MARN in eigendom had verkocht aan ARN. ARN betaalt aan MARN rente met risico-opslag. Deze wordt hier verantwoord. Overzicht begrote Renteopbrengst verkoop gronden
2. Vereveningsbijdrage transportkosten: te ontvangen bedragen (economische categorie 7.5) De totaal te ontvangen gelden zijn exact gelijk aan de door de MARN uit te keren bedragen. Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten te ontvangen Totaal
€ €
56.723 56.723
3. Exploitatiesaldo Hieronder wordt het exploitatiesaldo voor 2025 geraamd. Hierbij is geen rekening gehouden met de mogelijke uitkering van een dividend door ARN B.V.
18
Overzicht opbouw exploitatiesaldo MARN
De ontvangen rente wordt jaarlijks gerealiseerd en is onderdeel van de resultaatsverdeling. Naast rente betaalt ARN ook aflossing op de geldlening. Met ARN is overeengekomen dat de geldlening over een periode van 20 jaar door haar wordt afbetaald.
4. Incidentele baten en lasten
Dit betreft de jaarlijkse bijdrage van de gemeente West Maas en Waal aan de apparaatskosten van de MARN, welke nog tot 2026 wordt ontvangen. Daarnaast is het bedrag wat toegevoegd wordt vanuit de bestemmingsreserve in het kader van de duurzame financiering, hier opgevoerd. De incidentele kosten bestaan uit de kosten voor de ondersteuning MARN+ en de post onvoorzien. Op het moment van het opstellen van de begroting 2025 zijn de jaarcijfers van ARN over 2023 nog niet bekend en is geen rekening gehouden met het eventueel uitkeren van dividend door ARN B.V..
5. Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen Totaal
€ €
-
19
5 5.1
MEERJARENRAMING 2026 – 202 Baten Meerjarenraming 2026 – 2028
Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is uitgegaan van gelijkblijvende (o.b.v. indexering) exploitatielasten. Hierin is het besluit met betrekking tot de duurzame financiering en de benutting van de winstreserve voor de liquiditeitspositie verwerkt.
20
5.2
Lasten Meerjarenraming 2026 – 2028
21
5.3
Meerjaren kengetallen
22
5.4
Balansprognose tot en met 2028
Aan de hand van de meerjarenbegroting is ook een balansprognose opgesteld. Hier is de ontwikkeling van de balans tot en met 2028 te volgen, dit in afstemming met de provincie Gelderland. Hierbij is er gerekend met het feit dat er vanaf 2025 aan het eind van het jaar altijd €50.000 aan liquide middelen moet zijn. Tevens wordt hierin het resultaat vanaf 2024 weer jaarlijks toegevoegd aan de resultaatreserve.
23
1