CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Was wordt tabel Financiële verordening 2024

Raad 10 april 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen Financiële Verordening 20242.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Paragraaf Naam paragraaf 2

Begroting en verantwoording

2

Begroting en verantwoording

Artikel Omschrijving FIN VERORDENING 2023 Omschrijving FIN VERORDENING 2024 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van 2 NVT de programma’s vast. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 3 worden posten afzonderlijk gespecificeerd. 25.000 afzonderlijk gespecificeerd. 4

5

Uitleg achtergrond van de wijziging Het artikel 2.2.3. is verwijderd. Er is geen nadere onderverdeling dan de drie programma's die er zijn. In de modelverordening van de VNG was geen grensbedrag aangegeven. Het grensbedrag is gesteld op € 25.000 De gemeente moet een post onvoorzien hebben in de begroting. Deze post onvoorzien mag ook € 0 zijn

NVT

2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 0,- opgenomen

NVT

5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Artikel toegevoegd cf modelverordening VNG. Bedrag van € 100.000 aan gekoppeld. Bij investeringen groter dan € 100.000,- informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente aan de hand van relevante financiële ratio’s, zoals de netto schuldquote en de solvabiliteit.

NVT

6. Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op Een investering is niet altijd gebonden aan de looptijd van een jaar. Zolang het totaal van welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Het college van een investeringskrediet binnen de beschikbaar gestelde middelen blijft, is het college burgemeester en wethouders is bevoegd te schuiven binnen deze jaarschijven als het totaal van het bevoegd om te schuiven binnen de jaren. beschikbare investeringskrediet niet wordt overschreden.

NVT

7. Voor investeringskredieten geldt een bestedingstermijn van drie jaar, gerekend vanaf 1 januari van het begrotingsjaar waarin het investeringskrediet beschikbaar is gesteld, tenzij de raad bij de vaststelling van Maximale termijn dat een investeringskrediet beschikbaar wordt gesteld is toegevoegd het krediet gemotiveerd anders bepaalt. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het niet-bestede deel (drie jaar) + wat er gebeurt als de termijn verstrijkt. van het krediet bij de jaarstukken, tenzij een verlenging is goedgekeurd door de raad. 1. Het college informeert de raad door middel van 2 tussentijdse (maand)rapportages over de over de realisatie van de begroting van het lopende boekjaar.

6

7

1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse (maand)rapportages over de afwijkingen van de door de raad geautoriseerde baten en lasten per 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het taakveld en de mutaties in de bestemmingsreserves. Afwijkingen worden per bijstellen van de afgesproken beleidsvoornemens en een overzicht met de bijgestelde raming van: programma en taakveld in een begrotingswijziging vastgelegd en ter vaststelling a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden voorgelegd aan de raad. b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; 2. Het college informeert de raad tweemaal per jaar inhoudelijk over de realisatie d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; van de afgesproken beleidsvoornemens. e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; 3. Bij behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en/of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 3.

In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.

2 . Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

2. Budgetoverhevelingen zijn voorstellen om budgetten die in het begrotingsjaar t-1 beschikbaar waren over te hevelen naar het begrotingsjaar t. Indien na afloop van het jaar t-1 blijkt dat begrote activiteiten (nog) niet of gedeeltelijk zijn gerealiseerd, kan het college aan de raad voorstellen dat de betreffende budgetten overgeheveld worden naar het eerstvolgende jaar (t). Deze budgetoverhevelingen worden dan opgenomen in het voorstel tot bestemming van het jaarrekeningresultaat. De beleidsregels voor budgetoverhevelingen zijn vastgesteld door het college B&W.

Lid 1: Er komen twee tussentijdse rapportages per jaar waarin beleid en financiën aan elkaar gekoppeld zijn. Lid 2: De opbouw van de begroting, de tussentijdse rapportages en de jaarstukken worden aan elkaar gelijkgesteld. De begroting en de jaarstukken zijn in opbouw al hetzelfde. De opbouw van tussentijdse rapportages wordt hieraan gelijkgesteld. 3. Afwijkingen groter dan € 25.000,- worden gemeld.

In de financiiële verordening 2023 was er de mogelijkheid om de raad in december/voorjaar te laten besluiten over het overhevelen van budgetten. Dat is een risico; Als het jaarrekeningresultaat negatief is, dan dien je de algemene reserve aan te wenden om de overheveling te dekken. Dat is gezien de financiële positie van de reserves niet wenselijk.

1. In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 100.000,-

8

2. Voorgaande verstrekking van inlichtingen vindt niet plaats wanneer de rechtshandeling wordt 1.In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en aangegaan: wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 100.000 a. ter uitvoering van een beslissing van de raad en de hiermee gemoeide lasten worden gedekt uit bij het voor zover er geen budget is; betreffende raadsbesluit aangewezen middelen, of b. ter uitvoering van medebewindstaken en de daarmee gemoeide gemeentelijke lasten worden gedekt uit van rijkswege daarvoor beschikbaar gestelde middelen.

3

Rechtmatigheidsverantwoording

10

1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.

De passage 'voor zover er geen budget is;' his weggehaald en er is een nieuw lid 2 toegevoegd. In lid 2 opgeschreven dat als er middelen zijn of voor de uitvoering van medebewindstaken (zoals SISA) dat het college deze dan kan gebruiken voor de uitvoering voordat instemming van de raad wordt gevraagd.

3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of In de paragraaf bedrijfsvoering worden de individueel geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 50.000 nader toegelicht. onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.

4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 12

4

Financieel beleid

14

1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage van de begroting en jaarrekening.

NVT

De grens is op € 100.000 gezet. In de jaarrekeningen worden afwijkingen op een lager niveau (€ 25.000) al toegelicht voor het begrotingscriterium (over- en onderschrijdingen).

4. Begrotingsonrechtmatigheden: Hiervan is sprake als het College van B&W bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringskredieten overschrijdt. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. De gemeenteraad voor het einde van het kalenderjaar is geïnformeerd, maar er geen begrotingswijziging is vastgesteld; b. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet; c. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling; d. De overschrijding het gevolg is van autonome ontwikkelingen, waarvoor de begroting niet (tijdig) meer kon worden gewijzigd; e. De overschrijding past binnen het door de raad geaccordeerde beleid

De Commissie BBV heeft een herziene Kadernota Rechtmatigheid uitgebracht. Hierop heeft de gemeente Heumen haar financiële verordening aangepat. Zo is het begrip tijdigheid (bij onderschrijdingen van baten/lasten en overschrijdingen van baten) verder uitgewerkt. Daarnaast is opgeschreven wat acceptabele overschrijdingen van lasten zijn. Deze overschrijdingen tellen niet mee in de rechtmatigheidsverantwoording.

De afschrijvingstermijnen worden vermeld in de financiële verordening in plaats van in 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen iedere begroting/jaarstukken. zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid van deze financiële verordening. 2. Het beleid over de reserves en voorzieningen is vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt De gemeente heeft vanaf 2025 een gemeentelijke nota reserves en voorzieningen. in ieder geval aangegeven: Daarover zijn drie artikelen toegevoegd. a. het specifieke doel van de reserve; b. het bestedingsplan van de reserve c. de voeding van de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve, en e. de maximale looptijd. 4.

Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

16

De commissie BBV adviseert kaderstelling op het gebied van overhead door middel van de (financiële) verordening of door een nota overhead aan de raad voor te leggen en deze periodiek te herzien. De gemeente Heumen legt de kaderstelling via de financiële verordening vast.

NVT

5

Paragrafen

17

1. Uitgangspunt conform is dat (uitvoerings-)lasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle functies, bijbehorende systemen en aanverwante lasten en baten die rechtstreeks aan een specifieke taak binnen een taakveld zijn toe te wijzen maken onderdeel uit van de overige taakvelden en niet van het taakveld 0.4 overhead. 2. Tot taakveld 0.4 behoren de kosten van overhead, d.w.z. alle lasten van de functies gericht op de sturing In de toelichting op het wijzigingsbesluit BBV van 5 maart 2016 is bepaald dat de kosten en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en van overhead op een indirecte wijze wel kunnen (en mogen) worden toegerekend aan aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. investeringen. Dit sluit aan op de ‘kan’-bepaling in artikel 63 lid 3 BBV waarin is bepaald 3. De managers worden voor het volledige dienstverband geclassificeerd als overhead ondanks dat dat een redelijk deel van de indirecte kosten kunnen worden opgenomen in de managers deels werkzaamheden verrichten binnen het primaire proces. vervaardigingsprijs van een activum. Er is dus sprake van een keuze om overhead toe te 4. Overhead wordt (intracomptabel) toegerekend aan grondexploitaties. Er wordt geen overhead rekenen aan grondexploitaties en investeringen.

Hetzelfde geldt voor groot toegerekend aan investeringen. onderhoudsprojecten die ten laste van een voorziening worden gebracht 5.Overhead wordt (extracomptabel) toegerekend aan heffingen, leges, tarieven, (externe) subsidies (indien passend binnen de subsidievoorwaarden) en diensten aan derden. Aan onderhoudsvoorzieningen rekenen we geen overhead toe. Indien er jaarlijks 6. Aan onderhoudsvoorzieningen en investeringen wordt geen overhead toegerekend. overhead wordt toegerekend aan onderhoudsvoorzieningen betekent dit ook dat we de 7. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, evenals aan de jaarlijkse storting aan de onderhoudsvoorzieningen moeten verhogen. kostprijs van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden (voor zover deze niet onder het derde en vierde lid vallen) en de kostprijs van grondexploitaties, wordt Aan investeringskredieten rekenen we geen overhead toe. Indien er jaarlijks overhead gebruikgemaakt van een opslagmethode. De opslag van de overhead wordt berekend door de totale wordt toegerekend aan investeringskredieten, betekent dit dat de jaarlijkse overheadkosten van de gemeente te delen door het aantal geraamde direct productieve uren over de afschrijvingskosten toenemen. Bovendien heeft het nadelige financiële effecten voor de taakvelden.

Hieruit volgt een uurtarief voor de overhead. begroting als de investeringskredieten opdrogen.

In de financiële verordening 2023 is dit artikel 17; in de financiële verordening 2024 is dit artikel 18. Vanaf dit artikel schuift ieder artikel één plaats op Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken Artikel 17, lid 5 in de financiële verordening 2023 is overgezet naar artikel over overhead. en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de betreffende heffing maximaal in rekening kunnen worden 18

NVT

2. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a) De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner. b) Het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten. c) De onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten. d) De wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan. e) De wijze waarop met project specifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen.

Artikel conform modelverordening toegevoegd.

NVT

3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening tegen nominale waarde is gelijk aan het resultaat van de grondexploitatiebegroting op eindwaarde. 4. In de paragraaf grondbeleid rapporteert het college over de jaarlijkse actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties. Conform BBV moet een jaarlijkse herziening van de grondexploitatiebegroting plaatsvinden. Deze herziening maakt onderdeel uit van de jaarstukken van de gemeente. De begroting wordt aangepast op basis van de herziening.

Een lid toegevoegd dat de grondexploitaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde conform advies van de Commissie BBV. Daarnaast een lid toegevoegd dat er jaarlijks een herziening plaatsvindt van de grondexploitaties en dat de uitkomsten hiervan worden gepresenteerd in de jaarstuken van de gemeente.

23

28

In de bijlage is het afschrijvingsbeleid inclusief afschrijvingstermijnen toegevoegd van de gemeente.

Bijlage afschrijvingsbeleid

NVT

1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methodiek. 2. De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. 3. De afschrijving wordt berekend over de boekwaarde 1 januari van het jaar 4. Over de boekwaarde per 1-1 van geactiveerde investeringen wordt jaarlijks de omslagrente berekend. Over het eerste jaar van de uitgaven wordt een half jaar rente berekend. In de bijlage is het afschrijvingsbeleid toegevoegd van de gemeente. De gemeente had 5. Er wordt geen rekening gehouden met restwaarde. het beleid nergens verankerd. 6.De investeringsdrempel voor het activeren van activa is € 10.000 7. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd 8. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd (artikel 61 BBV), indien aan de voorwaarden wordt voldaan. De afschrijvingsduur van deze bijdragen is op grond van artikel 64 lid 6 BBV maximaal gelijk aan de afschrijvingsduur van de activa die door de betreffende derden wordt gehanteerd, waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. De gemeente kan dus wel een kortere afschrijvingsduur (in de lijn van het eigen afschrijvingsbeleid), maar geen langere afschrijvingsduur hanteren dan de afschrijvingsduur die gehanteerd wordt bij derden. De gehanteerde afschrijvingstermijn bij derden kan dus afwijken van de gehanteerde afschrijvingstermijnen bij de gemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15292328/1