Bijlage II Vragen en antwoorden bij RES 2.0
Tekst van het document
Vragen & antwoorden Wat is nieuw of aanvullend in RES 2.0 ten opzichte van RES 1.0 en RES 2024? In de RES 2.0 staat het energiesysteem centraal: ‘hoe krijgen we vraag en aanbod van energie dichterbij elkaar in onze regio?’ Er zijn afspraken gemaakt over de gezamenlijke inzet voor de ontwikkeling van een integraal, toekomstbestendig energiesysteem voor de regio. Ook is een aantal nieuwe zoekgebieden opgenomen voor windenergie. Inmiddels is onderzoek gedaan naar collectieve warmtebronnen in onze regio en is een uitgebreid hoofdstuk opgenomen over de warmtetransitie. Hoe zag het proces rond de totstandkoming van RES 2.0 eruit? Voor de RES 2.0 zijn gesprekken gevoerd op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau in onze regio. Ook hebben we input opgehaald in gesprekken met ontwikkelaars van zonne- en windenergieprojecten. Regionaal belanghebbenden, waaronder energiecoöperaties en natuur- en milieuverenigingen in Gelderland, hebben eveneens meegedacht. Zij zijn vertegenwoordigd in de Regionale Adviestafel. Tot slot hebben verschillende gemeenteraden wensen en bedenkingen opgesteld. Deze zijn ook meegewogen in de RES 2.0. Wat is het doel van deze RES 2.0? Deze RES 2.0 geeft een nadere uitwerking om de afgesproken 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek in de regio te realiseren.
Met de RES 2.0 onderstrepen we het belang en de urgentie voor de integrale benadering van een toekomstbestendig energiesysteem voor de regio. We leggen daarom afspraken over de gezamenlijke inzet in de regio vast. Wanneer en waarom is de milieueffectrapportage (planMER) uitgevoerd? In de RES 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken binnen de regio. Op dit moment werken we aan het realiseren van de afspraken uit de RES en het vertalen van de RES naar omgevingsbeleid. In 2023 is een milieueffectrapportage (planMER) uitgevoerd. Dit onderzoek laat zien welke milieueffecten optreden wanneer de beoogde duurzame opwek uit de RES wordt gerealiseerd. Zo kan zorgvuldig worden beargumenteerd waarom locaties voor duurzame energie opwek geschikt, geschikt te maken of ongeschikt zijn. Welke vraag stond centraal in het planMER? De vraag die we in het planMER beantwoordden luidt ‘Welke gebieden zijn vanuit milieueffecten geschikt, geschikt te maken, of ongeschikt voor de ontwikkeling van tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteitsambitie, regionale warmtebronnen en de benodigde energie-infrastructuur binnen de Groene Metropoolregio.
En hoe kan dit - naast de referentie RES 1.0 - worden ingevuld aan de hand van vier thematische alternatieven?’ Daarbij is het goed om te weten dat het aandeel zon-op-dak – wat 0,49 van de 1,62 TWh vertegenwoordigt – niet in het planMER is getoetst op milieueffecten, omdat die niet of nauwelijks van toepassing zijn voor de plaatsing van zonnepanelen op (bedrijfs)daken.
Wanneer is het planMER afgerond en wat is met de resultaten gedaan? Voor de zomer van 2023 is de milieueffectrapportage afgerond en door u als gemeenten met uw raden gedeeld. Op basis van de uitkomsten heeft een aantal gemeenten aanvullende zoekgebieden voor windenergie vastgesteld. Deze nieuwe zoekgebieden zijn opgenomen in de RES 2.0. Waar kan ik de milieueffectrapportage inzien en meer lezen? De milieueffectrapportage en meer informatie is te vinden op deze webpagina: Plan MER RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen