CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Toelichting (incl. onderzoeken) ontwerpbestemmingsplan

Commissie Sociale Leefomgeving 8 april 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Bestemmingsplan Verlegging gasleiding Nederasselt (N-576-75)19.484 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Lievense Milieu B.V.

Wijze van citeren:

Van de Koppel, S., 2020. Natuurtoets leiding N-576-75 Nederasselt. Toetsing Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming, en beoordeling Natuurnetwerk Nederland. Rapportnummer 20-027. Natuurbalans Limes Divergens BV, Nijmegen.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Lievense Milieu B.V. en Natuurbalans Limes Divergens BV noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Natuurbalans - Limes Divergens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbalans - Limes Divergens BV. Lievense Milieu B.V. vrijwaart Natuurbalans - Limes Divergens BV voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Natuurbalans - Limes Divergens BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Natuurbalans - Limes Divergens BV is gecertificeerd door EBN Certification en voldoet aan de eisen gesteld in de norm ISO 9001:2015.

INHOUD

1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................ 5 1.2 Opdrachtformulering ............................................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 5

2

WERKWIJZE ...................................................................................................................................... 6

3

BESCHRIJVING LOCATIE EN VOORGENOMEN INGREEP ................................................................... 7

4

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING............................ 9 4.1 Overzicht streng beschermde soorten ..................................................................................... 9 4.2 Vaatplanten en mossen ......................................................................................................... 10 4.3 Vleermuizen ........................................................................................................................... 11 4.4 Grondgebonden zoogdieren .................................................................................................. 11 4.5 Broedvogels............................................................................................................................ 12 4.6 Reptielen ................................................................................................................................ 13 4.7 Amfibieën ............................................................................................................................... 14 4.8 Vissen ..................................................................................................................................... 14 4.9 Ongewervelden ...................................................................................................................... 15

5

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING ........................... 16

6

BEOORDELING NATUURNETWERK NEDERLAND ............................................................................ 17

7

CONCLUSIES ................................................................................................................................... 19 7.1 Consequenties natuurwetgeving ........................................................................................... 19 7.2 Vervolgonderzoek .................................................................................................................. 19 7.3 Mitigerende maatregelen ...................................................................................................... 20 7.4 Aanbevelingen ....................................................................................................................... 20 7.5 Samenvatting ......................................................................................................................... 21

8

BRONNEN ....................................................................................................................................... 22

BIJLAGE 1

TRACÉKAART ..................................................................................................................... 23

1

INLEIDING 1.1 AANLEIDING N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens om leiding N-576-75 bij Nederasselt over een lengte van 1350 m dieper te leggen. Uitvoering van deze werkzaamheden kan leiden tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb) en tot aantasting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Ten behoeve van de uitvoerbaarheid en vergunbaarheid van de voorgenomen ingreep dient een actueel en volledig beeld te bestaan van het voorkomen van beschermde natuurwaarden op de ingreeplocatie of binnen de invloedsfeer van de ingreep. 1.2 OPDRACHTFORMULERING In opdracht van Lievense Milieu B.V. heeft Natuurbalans - Limes Divergens een natuurtoets uitgevoerd, met als doel om vooraf vast te stellen of de werkzaamheden impact kunnen hebben op beschermde soorten, gebieden en habitats, zoals die zijn geformuleerd in de Wnb of in de beleidsregels voor het NNN. Het natuuronderzoek voldoet aan de eisen voor ecologisch onderzoek, zoals vastgelegd in de Gasunie Technische Standaard OSK-12-N (versie 2, 23-112018). 1.3 LEESWIJZER Hoofdstuk 2 beschrijft de opzet en uitvoering van het voorliggende onderzoek. In hoofdstuk 3 volgen ligging en begrenzing van de ingreeplocatie en gaat in op de voorgenomen ingreep. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de voorgenomen ingreep getoetst aan de Wnb, respectievelijk toetsing van soorten en van gebieden.

Hoofdstuk 6 behandelt de beoordeling NNN. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de belangrijkste conclusies op een rij gezet.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

5

2

WERKWIJZE De natuurtoets bestaat uit een eenmalig veldbezoek in combinatie met een bureaustudie. Als basis voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van archiefgegevens van de afgelopen tien jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) in een straal van 2 km rondom de ingreeplocaties, opgevraagd op 28 februari 2020. De ingreeplocatie is op 10 maart 2020 bezocht door een ecoloog van Natuurbalans - Limes Divergens. Tijdens dat veldbezoek is gezocht naar beschermde natuurwaarden en is een inschatting gemaakt van de potenties van de ingreeplocatie voor beschermde soorten op basis van een habitatbeoordeling (expert judgement). Die kennis is nodig om mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Indien er een kans is op negatieve effecten zijn mitigerende maatregelen voorgesteld. Ook is aangegeven of vervolgonderzoek nodig is.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

6

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

3

BESCHRIJVING LOCATIE EN VOORGENOMEN INGREEP Locatie De ingreeplocatie bevindt zich in het buitengebied ten noorden van Nederasselt, gemeente Heumen (figuur 1). Het tracé begint in een akker nabij de woning aan Broekstraat 17 en loopt eerst parallel aan deze weg in zuidoostelijke richting door de akker. Vervolgens loopt het naar het noordoosten door verschillende grootschalige agrarische graslanden en akkers. Het tracé kruist enkele kleine sloten en greppels en tweemaal de Baron van Brakelstraat. Het bestaande tracé loopt over het erf van Baron van Brakelstraat 5. Het nieuwe tracé zal hier omheen gelegd worden. Tot slot kruist het de Zeedijkse Leigraaf om even ten noorden daarvan in een grasland te eindigen. Foto’s 1-4 geven een indruk van de ingreeplocatie. In bijlage 1 is een gedetailleerde tracékaart opgenomen.

Broekstraat 17

Figuur 1. Ligging van de ingreeplocatie leiding N-576-75 in het buitengebied ten noorden van Nederasselt, gemeente Heumen. Het geelgearceerde deel van de leiding wordt dieper gelegd (lengte circa 1350 meter). Bij Baron van Brakelstraat 5 wordt de nieuwe leiding om het erf gelegd (paarse stippellijn).

Geplande werkzaamheden De leiding wordt over een lengte van circa 1350 meter dieper gelegd vanwege een dekkingsmanco. De nieuwe leiding schuift enkele meters op ten opzichte van het huidige tracé. Tevens wordt een deel verlegd om een boerderij heen (figuur 1). De werkzaamheden vinden plaats middels een open ontgraving. De Zeedijkse Leigraaf wordt gekruist middels een zinker die in open ontgraving wordt gelegd. Bij de overige sloten en greppels wordt gebruik gemaakt van draglineschotten. Er worden geen bomen of struiken gekapt. Na afloop van de werkzaamheden wordt het werkterrein zo goed mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Uitvoeringsperiode De werkzaamheden zijn voorzien in de periode 19 mei 2021 tot en met 17 augustus 2021.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

7

Foto’s 1-4. Impressies ingreeplocatie N-576-75 ten tijde van het veldbezoek op 10 maart 2020. Boven: de leiding ligt met name in grootschalige agrarische graslanden en akkers. Linksonder: Broekstraat (toegang naar huisnummer 17) ter hoogte van het begin van het tracé. Rechtsonder: Zeedijkse Leigraaf met op de achtergrond de bebouwing aan Baron van Brakelstraat 5.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

8

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

4

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING 4.1 OVERZICHT STRENG BESCHERMDE SOORTEN Tabel 1 geeft een overzicht van streng beschermde soorten die in de NDFF bekend zijn uit de omgeving van de ingreeplocaties. De NDFF-gegevens geven een redelijk beeld van de aanwezigheid van soorten. In de volgende paragrafen wordt hier per soortgroep nader op ingegaan en vindt toetsing aan de Wnb, onderdeel soortenbescherming, plaats. Tabel 1. Overzicht van streng beschermde soorten in de omgeving van de ingreeplocatie. De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingsarchieven (NDFF van laatste 10 jaar binnen 2 km van de ingreep). Van de nationaal beschermde soorten (A) zijn alleen de soorten opgenomen waarvoor geen vrijstelling geldt; van de vogels zijn alleen soorten opgenomen met jaarrond beschermde nestplaatsen. WNB: RL: Jaar: Records:

Soort is opgenomen in de Wet natuurbescherming (VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn, A = Andere beschermde soort). Soort is opgenomen op de Rode lijst (GE=gevoelig, KW=kwetsbaar, BE=bedreigd, EB=ernstig bedreigd, VN=verdwenen). Laatste jaar van waarneming. Aantal records in de NDFF binnen een zone van 2 km rond de ingreep.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

WNB

RL

Jaar

Records

Akkerogentroost

Odontites vernus ssp. vernus

B

BE

2019

17

Dreps

Bromus secalinus

B

BE

2018

10

Drijvende waterweegbree

Luronium natans

HR

KW

2018

7

Glad biggenkruid

Hypochaeris glabra

B

BE

2018

58

Groot spiegelklokje

Legousia speculum-veneris

B

BE

Grote leeuwenklauw

Aphanes arvensis

B

Korensla

Arnoseris minima

B

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

HR

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

HR

Bever

Castor fiber

HR

Das

Meles meles

A

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Steenmarter

Martes foina

Vaatplanten en mossen

2018

18

2018

6

2019

43

2019

60

KW

2012

3

GE

2020

41

2020

207

A

2019

168

A

2019

8

BE

Vleermuizen

Overige zoogdieren

Vogels jaarrond beschermd nest Boomvalk

Falco subbuteo

VR

2016

2

Buizerd

Buteo buteo

VR

2019

11

Gierzwaluw

Apus apus

VR

2019

56

Grote Gele Kwikstaart

Motacilla cinerea

VR

2019

15

Havik

Accipiter gentilis

VR

2013

1

Huismus

Passer domesticus

VR

2020

106

Kerkuil

Tyto alba

VR

2020

1

Ooievaar

Ciconia ciconia

VR

2016

3

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

KW

GE

adviesbureau voor natuur & landschap

9

Vervolg tabel 1 Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

WNB

Roek

Corvus frugilegus

Slechtvalk Sperwer Steenuil

RL

Jaar

Records

VR

2020

61

Falco peregrinus

VR

2019

3

Accipiter nisus

VR

2015

1

Athene noctua

VR

KW

2020

11

Zootoca vivipara

A

GE

2019

11

Alpenwatersalamander

Mesotriton alpestris

A

2017

2

Heikikker

Rana arvalis

HR

2019

3

Poelkikker

Rana lessonae

HR

2017

7

Rugstreeppad

Bufo calamita

HR

GE

2018

3

Reptielen Levendbarende hagedis Amfibieën

Vissen Geen waarnemingen van streng beschermde soorten Insecten Beekrombout

Gomphus vulgatissimus

A

BE

2019

2

Grote vos

Nymphalis polychloros

A

KW

2019

1

Teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

HR

2018

1

4.2 VAATPLANTEN EN MOSSEN Op basis van expert judgement kan worden gesteld dat er op de ingreeplocatie geen streng beschermde planten- en mossensoorten voorkomen, omdat de ter plaatse heersende omstandigheden niet geschikt zijn om als groeiplaats voor deze soorten te fungeren. De ingreeplocatie wordt namelijk intensief agrarisch beheerd en is te voedselrijk voor de soorten die in de NDFF bekend zijn uit de naaste omgeving van de ingreeplocatie, te weten akkerogentroost, dreps, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, korensla en drijvende waterweegbree. Met uitzondering van laatstgenoemde betreffen het (zeer) zeldzame soorten die gebonden zijn aan akkerreservaten. Waarnemingen zijn dan ook beperkt tot enkele natuurakkers met een zeer specifiek beheer in het natuurgebied de Overasseltse en Hatertse Vennen, op meer dan een kilometer ten noordoosten van de ingreeplocatie. Dergelijke soorten gedeien niet in de reguliere, intensieve landbouw zoals die gevoerd wordt op de ingreeplocatie. Drijvende waterweegbree is gebonden aan stilstaand of zwak stromend, voedselarm tot matig voedselrijk water. Waarnemingen van deze soort komen uit een watergang nabij de Overasseltse en Hatertse Vennen. Het is niet uitgesloten dat de soort ook voorkomt in de Zeedijkse Leigraaf en eventueel de sloten en greppels op de ingreeplocatie.

In dat geval kunnen negatieve effecten optreden als gevolg van de voorgenomen ingreep. Vervolgonderzoek in de groei-/bloeiperiode (mei-augustus) dient dit uit te wijzen. Na uitvoering van het vervolgonderzoek naar drijvende waterweegbree, kan bepaald worden of verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vaatplanten en mossen worden overtreden en of een ontheffing aan de orde is.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

10

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

4.3 VLEERMUIZEN Uit de NDFF zijn waarnemingen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger bekend uit de omgeving van de ingreeplocatie. Vermoedelijk is op de ingreeplocatie zelf nooit gericht vleermuisonderzoek uitgevoerd. Het is aannemelijk dat rond de bebouwing in het buitengebied en de dorps- en stadskernen in de nabijheid van de ingreeplocatie verscheidene vleermuissoorten zullen voorkomen, die in de omgeving foerageren. De omgeving van de ingreeplocatie kan foerageergebied voor vleermuizen zijn, maar heeft door het open landschap geen bijzondere waarde. Langs het eerste deel van het leidingtracé, parallel aan de Broekstraat, staan bomen en struiken die een geleidend element kunnen vormen in een vliegroute van vleermuizen. Langs de Baron van Brakelstraat staan bomen die eveneens onderdeel kunnen zijn van een vliegroute. In bomen en bebouwing nabij de ingreeplocatie kunnen daarnaast ook verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Aangezien er geen werkzaamheden aan gebouwen plaatsvinden en bomen niet worden gekapt, blijven eventuele verblijfplaatsen en vliegroutes behouden. Verstoring gedurende de werkzaamheden kan voorkomen worden, door het treffen van onderstaande maatregelen.

Om negatieve effecten ten aanzien van vleermuizen te voorkomen, dienen de volgende maatregelen getroffen te worden:  Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang.  Het gebruik van bouwverlichting dient vermeden te worden. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vleermuizen worden niet overtreden, mits voorgestelde mitigerende maatregelen worden getroffen. Een ontheffing van de Wnb voor vleermuizen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Bevers zijn bekend van diverse wateren uit de omgeving van de ingreeplocatie, ook uit de Zeedijkse Leigraaf die het leidingtracé kruist. Waarnemingen in deze watergang zijn zowel ten oosten als ten westen van de ingreeplocatie gedaan. De dichtstbijzijnde bewoningssporen bevinden zich op circa 1,2 kilometer oostelijk van de ingreeplocatie. Uit deze waarnemingen blijkt dat de Zeedijkse Leigraaf onderdeel is van het leefgebied en gebruikt wordt door bevers om zich in de omgeving voort te bewegen. Op de ingreeplocatie zelf zijn geen sporen waargenomen. Er is ook geen houtige vegetatie aanwezig en potenties voor verblijfplaatsen ontbreken. Effecten op foerageergebied en verblijfplaatsen zijn zodoende uitgesloten. Verwacht wordt dat de werkzaamheden ook niet leiden tot een eventuele barrièrewerking in de migratiemogelijkheden van bevers. De zinker in de Zeedijkse Leigraaf wordt in een korte periode (één à twee weken) in een open ontgraving gelegd. Bevers kunnen de ingreeplocatie blijven passeren, desnoods tijdelijk via een korte afstand over het land. Dassen komen verspreid over de gehele omgeving van de ingreeplocatie voor. Burchtlocaties bevinden zich in verschillende richtingen op enkele honderden meters afstand en zijn niet

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

11

aanwezig binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep. Wel zal het agrarische landschap waarin de ingreeplocatie ligt onderdeel zijn van het foerageergebied van dassen. Werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van dassen. Ook kunnen foeragerende dassen in een open ontgraving vallen en hier niet meer uitkomen. Om negatieve effecten hiervan te voorkomen, zijn maatregelen benodigd, opgenomen in het vervolg van deze paragraaf. Aangezien de werkzaamheden van tijdelijke aard zijn en er in de ruime omgeving volop geschikt foerageergebied beschikbaar blijft, worden er geen negatieve effecten van de ingreep verwacht die door kunnen werken op vaste rust- en verblijfplaatsen van dassen. Waarnemingen van eekhoorn komen met name uit de bossen van de Overasseltse en Hatertse Vennen. Het open agrarische landschap van de ingreeplocatie vormt geen geschikt leefgebied van de soort. Er zijn dan ook geen sporen of nesten van eekhoorn aangetroffen in de bomen nabij de ingreeplocatie. Van steenmarter zijn enkele waarnemingen bekend uit het buitengebied in de omgeving van de ingreeplocatie. Het is mogelijk dat rond de bebouwing in het buitengebied en de dorps- en stadskernen in de nabijheid van de ingreeplocatie ook steenmarters voorkomen, die in de omgeving foerageren.

Aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van deze soort binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep is uitgesloten. Hier is namelijk geen geschikte bebouwing aanwezig en er zijn geen sporen van de soort aangetroffen. Om negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren te voorkomen, dienen de volgende maatregelen getroffen te worden:  Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang.  Het gebruik van bouwverlichting dient vermeden te worden.  De uiteindes van de open ontgraving worden met een flauw talud afgewerkt, als uittreedplaats voor dieren.  In de open ontgraving worden uittreedplanken voor dieren aangebracht. Minstens één per 250 meter open ontgraving.  Over de open ontgraving worden loopplanken voor dieren gelegd. Minstens één per 250 meter open ontgraving. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van grondgebonden zoogdieren worden niet overtreden, mits voorgestelde mitigerende maatregelen worden getroffen. Een ontheffing van de Wnb voor grondgebonden zoogdieren is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.5 BROEDVOGELS In de bomen nabij de ingreeplocatie zijn geen nesten aangetroffen die jaarrond beschermd zijn. De omgeving aan het begin van het leidingtracé (omgeving Broekstraat) vormt potentieel geschikt leefgebied van steenuil, namelijk een afwisseling van kleine weilandjes, boomgaarden, holtebomen en schuurtjes. Dit grenst direct aan de ingreeplocatie. De leiding zelf ligt in zijn geheel in grootschalige akkers en graslanden, wat ongeschikt is voor deze soort. Op basis van het eenmalige veldbezoek kan niet uitgesloten worden dat er een steenuilterritorium aanwezig is op korte afstand van de ingreeplocatie.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

12

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

Tot slot is de ingreeplocatie geschikt als nestlocatie voor een diversiteit van soorten zonder jaarrond beschermde nesten. Op de ingreeplocatie zijn potentieel geschikte broedlocaties aanwezig in grasland, ruigte, bomen, struiken, oevervegetaties langs watergangen, in schuurtjes en in boerderijen. Het uitvoeren van werkzaamheden kan leiden tot negatieve effecten op een eventueel territorium van steenuil die kunnen doorwerken tot verstoring en/of aantasting van de nestlocatie (Wnb art. 3.1, lid 2 en lid 4). Daarom dient de volgende maatregel getroffen te worden:  Aan het begin van het tracé (deel parallel aan Broekstraat) dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode van voortplanting die voor steenuil loopt van februari t/m juli. Op deze wijze wordt verstoring van broedgevallen voorkomen. Buiten deze kwetsbare periode kan wel gewerkt worden, mits het werkterrein een zo beperkt mogelijk oppervlakte beslaat en beperkt blijft tot de grootschalige akkers en graslanden. Deze vormen immers geen belangrijk onderdeel van het leefgebied van steenuilen. Het kleinschalige landschap van weilandjes en boomgaarden in de omgeving van de Broekstraat blijft gehandhaafd, waarmee volop geschikt foerageergebied voorhanden blijft.

Daarnaast geldt voor soorten zonder jaarrond beschermde nesten dat gedurende het broedseizoen het uitvoeren van werkzaamheden kan leiden tot beschadiging van nesten van broedende vogels (Wnb art. 3.1, lid 2). Om negatieve effecten ten aanzien van broedvogels te voorkomen, dienen de volgende maatregelen getroffen te worden:  De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van aanwezige broedvogels. Dat loopt globaal van maart t/m juli (begin van het tracé: februari t/m juli in verband met steenuil, zie boven), maar in het kader van de Wnb wordt geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.  Als het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om de ingreeplocatie (met uitzondering van het begin van het tracé (omgeving Broekstraat) in verband met steenuil, zie boven) voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels om er te broeden. Dat kan door binnen de begrenzing van het werkterrein (werkputten, grond- en materiaalopslag, parkeerplaatsen, etc.) vegetaties (ruigte, oeverbegroeiing en grasland) kort te maaien en te houden. Dergelijke maatregelen dienen uitsluitend voor het voorkómen van vestiging, niet voor het bestrijden van al aanwezige broedgevallen.

Op deze wijze wordt voorkomen dat broedvogels gaan broeden op het werkterrein, waarna werkzaamheden ook in het broedseizoen kunnen plaatsvinden. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vogels worden niet overtreden, mits de voorgestelde mitigerende maatregelen worden getroffen. Een ontheffing van de Wnb voor vogels is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is mogelijk noodzakelijk voor steenuil.

4.6 REPTIELEN Van de in Nederland streng beschermde reptielen komt alleen de levendbarende hagedis voor in de omgeving van de ingreeplocatie. Waarnemingen komen uitsluitend uit de Overasseltse en Hatertse Vennen. Deze locaties liggen op minstens 900 meter afstand van de ingreeplocatie.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

13

Mede op basis van het ontbreken van geschikte reptielbiotopen, zoals heide, heischrale graslanden of goed ontwikkelde bosranden, kan worden aangenomen dat beschermde reptielen niet op de ingreeplocatie voorkomen. Het intensief agrarische landschap vormt geen geschikt leefgebied voor dergelijke soorten. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van reptielen worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor reptielen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.7 AMFIBIEËN Op de ingreeplocatie is uitsluitend de Zeedijkse Leigraaf aanwezig. Dergelijk stromend water vormt geen geschikte voortplantingsplaats voor de streng beschermde amfibiesoorten, zoals poelkikker, die volgens de NDFF in de omgeving van de ingreeplocatie voorkomt. Deze soort is aangewezen op stilstaande wateren met een rijke begroeiing van waterplanten. De waarnemingen in de NDFF zullen dan ook betrekking hebben op locaties met stilstaand water in de ruimere omgeving van de ingreeplocatie, waaronder enkele poelen langs de Zeedijkse Leigraaf ten oosten van de ingreeplocatie. Daarnaast komen waarnemingen van alpenwatersalamander, heikikker en rugstreeppad uit de ruimere omgeving van de ingreeplocatie. Deze soorten zijn beperkt tot enkele specifieke habitats in het Overasseltse en Hatertse Vennen. De ingreeplocatie is ook voor deze soorten ongeschikt vanwege het ontbreken van geschikte wateren en het intensief agrarische beheer. Daarom kan geconcludeerd worden dat streng beschermde amfibiesoorten niet voorkomen op de ingreeplocatie. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van amfibieën worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor reptielen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.8 VISSEN In de ruime omgeving van de ingreeplocatie komen volgens de NDFF geen streng beschermde vissoorten voor. De onbegroeide, agrarische sloten en de Zeedijkse Leigraaf vormen geen geschikt habitat voor dergelijke soorten, waaronder de grote modderkruiper. Er worden ook geen effecten verwacht op overige, algemene soorten vis. In de sloten in het gebied zijn, middels een schepnetbemonstering, geen vissen aangetroffen. Vermoedelijk zijn de sloten niet het gehele jaar watervoerend. In de Zeedijkse Leigraaf zullen wel algemene vissoorten voorkomen. Het treffen van maatregelen vanuit de zorgplicht is niet aan de orde. De werkzaamheden vinden over een zeer beperkte lengte van de watergang (< 5 meter) plaats; ter plaatse is de Zeedijkse Leigraaf slechts 2,5 meter breed. Bovendien wordt in een open ontgraving gewerkt. In een dergelijke situatie is het wegvangen en verplaatsen van vis niet van toepassing. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vissen worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor vissen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

14

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

4.9 ONGEWERVELDEN Het intensief agrarische landschap van de ingreeplocatie vormt geen geschikt leefgebied voor streng beschermde dagvlinders, libellen of overige ongewervelden. Van beekrombout, grote vos en teunisbloempijlstaart zijn één of enkele sporadische waarnemingen uit de ruime omgeving bekend. Voor deze kritische soorten ontbreekt geschikt leefgebied op de ingreeplocatie. Sleedoornpage, een soort die juist ook veel buiten natuurgebieden wordt waargenomen, is niet bekend uit de ruime omgeving van de ingreeplocatie. Ondanks zeer veel waarnemingen uit het gebied ten zuiden van de Maas, lijkt de soort niet in het buitengebied van Nederasselt en Overasselt (ten noorden van de Maas) voor te komen. Bovendien groeien er geen sleedoorns (de waardplanten van sleedoornpage) op de ingreeplocatie. Daarom kan geconcludeerd worden dat streng beschermde ongewervelden niet voorkomen op de ingreeplocatie. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van ongewervelden worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor ongewervelden is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

15

5

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING De ingreeplocatie ligt ruim buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Rijntakken en Sint Jansberg) liggen respectievelijk op 9,7 kilometer en 10,8 kilometer afstand van de ingreeplocatie. Er is geen kans op externe werking. Verdere toetsing aan de Wnb voor het onderdeel gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Ook effecten van stikstofuitstoot (NOx) en -depositie op stikstofgevoelige habitats worden gezien de aard en duur van de werkzaamheden als nihil ingeschat. Dit is reeds getoetst met behulp van het rekeninstrument AERIUS. Uit deze berekening blijkt dat de activiteiten niet leiden tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving van de ingreeplocatie. Voor meer informatie wordt verwezen naar de memo stikstofdepositie (Pirovano, 2020).

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

16

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

6

BEOORDELING NATUURNETWERK NEDERLAND De ingreeplocatie ligt deels binnen de begrenzing van het NNN (figuur 2). Dit deel van het NNN is begrensd als Groene ontwikkelingszone (GO) en ligt in het deelgebied 50 Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen. De volgende paragrafen beschrijven de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de GO, de mogelijke effecten van de ingreep en de consequenties.

Figuur 2. Begrenzing van het NNN in de omgeving van de ingreeplocatie (bron: http://gelderland.nl/kaartenencijfers/kernkwaliteiten.html). De ingreeplocatie (het nieuwe en bestaande tracé) is met rode lijnen weergegeven en ligt in de Groene ontwikkelingszone van het NNN (groen).

Toetsing kernkwaliteiten De kernkwaliteiten natuur en landschap voor deelgebied Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen zijn:  Gordel van rivierduinen met zandlandschap (dennenbosjes, vennen, heide), ook oude Maasmeanders, verder oeverwal met veel akkerbouw langs de Maas in het zuiden en onbebouwde kom in het noorden met weteringen.  Ecologische verbindingen Overasseltse Vennen - Bergharen, Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries.  Parel Erpewaai: beboste enclave: dijkdoorbraakkolken met zandige overslaggrond, dijkrestanten, kweldam en twee-etage bodem met Eiken-Haagbeukenbos; dassenburchten.  Parel Hatertse en Overasseltse Vennen: soortenrijke vennen, gevoed door regenwater dat op een oude rivierleemlaag stagneert en horizontaal afstroomt: lavendelheide, veenbes,

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

17

        

moeraswolfsklauw, zonnedauw; 11 soorten amfibieën; ook droge duingraslanden o.m. voor reptielen en insecten; dassen. Parel Hernense Molenven: ven midden in het Hernense Bos, het was verland en is weer open gemaakt. Parel Bergharen: op het rivierduin liggen verschillende droge schrale graslanden met een bijzondere vegetatie. Leefgebied steenuil. Leefgebied kamsalamander. Ruïnes, landgoederen en kastelen: St. Walrick, Heerlijkheid Leur, Kasteel Hernen, Heerlijkheid Horssen. Van ouds leefgebied dassen. Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir. Ecosysteemdiensten: recreatie, waterwinning, waterberging. Alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied.

De geplande ingreep is slechts van tijdelijke aard en vindt op een beperkt oppervlak in het NNN plaats. Na afronding van de werkzaamheden wordt de situatie zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Het agrarische landschap met bijbehorende waarden blijft in tact en de Zeedijkse Leigraaf wordt niet aangetast. De genoemde parels bevinden zich ruim buiten de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep. Toetsing voor de genoemde beschermde soorten heeft reeds in hoofdstuk 4 plaatsgevonden. Samengevat kan gesteld worden dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het NNN. Toetsing ontwikkelingsdoelen De ingreeplocatie ligt deels in de Groene ontwikkelingszone. Hiervoor gelden de volgende ontwikkelingsdoelen:  Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels).  Ontwikkeling ecologische verbindingszone Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries met natte bossen, water en moeraszones.  Ontwikkeling populatie dassen.  Vermindering barrièrewerking A73, A50, A326, N324, N845, N322 en N847.  Ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels.  Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden.  Ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen.

 Ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen.  Ontwikkeling oude polderstructuren en andere cultuurhistorische patronen en beheersvormen (hakhout). De geplande ingreep is slechts van tijdelijke aard en vindt op een beperkt oppervlak in het NNN plaats. Na afronding van de werkzaamheden wordt de situatie zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Het agrarische landschap met bijbehorende waarden en potenties voor verdere ontwikkeling blijft in tact en de Zeedijkse Leigraaf wordt niet aangetast. Geschikt leefgebied van de genoemde soorten, waaronder de das, blijft gehandhaafd. Samengevat kan gesteld worden dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de ontwikkelingsdoelen van het NNN.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

18

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

7

CONCLUSIES 7.1 CONSEQUENTIES NATUURWETGEVING Wet natuurbescherming – onderdeel soortenbescherming  Het verspreidingsbeeld van beschermde soorten op de ingreeplocatie en binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep is niet voldoende actueel en volledig om effecten van de ingreep te kunnen beoordelen. Vervolgonderzoek naar drijvende waterweegbree is nodig.  Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep kunnen de volgende streng beschermde soorten voorkomen: drijvende waterweegbree, diverse vleermuissoorten, bever, das, steenmarter en steenuil. Verder dient gedurende het broedseizoen rekening gehouden te worden met broedende vogels.  Negatieve effecten kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen voorafgaand of tijdens de werkzaamheden. Deze zijn opgenomen in de volgende paragraaf.  Indien de voorgestelde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd, wordt overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb voorkomen. Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming  Er ligt geen Natura 2000-gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000gebied zijn op voorhand uitgesloten. Verdere toetsing en vergunningverlening zijn niet nodig.

 Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er ook geen sprake is van effecten van stikstofuitstoot (NOx) en -depositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000gebieden als gevolg van de voorgenomen ingreep. Natuurnetwerk Nederland  De ingreeplocatie ligt voor een deel binnen de begrenzing van het NNN. Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn op voorhand uitgesloten.

7.2 VERVOLGONDERZOEK Het verspreidingsbeeld van drijvende waterweegbree is niet compleet. Vervolgonderzoek naar deze soort is nodig (geschikte periode mei-augustus), zodat (negatieve) effecten van de ingreep kunnen worden beoordeeld en eventuele mitigerende maatregelen kunnen worden aangegeven. Het verspreidingsbeeld van overige streng beschermde soorten op de ingreeplocatie en binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen is voldoende actueel en volledig om (negatieve) effecten van de ingreep te kunnen beoordelen. Vervolgonderzoek is voor die soorten niet nodig.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

19

7.3 MITIGERENDE MAATREGELEN      

Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang. Het gebruik van bouwverlichting dient vermeden te worden. De uiteindes van de open ontgraving worden met een flauw talud afgewerkt, als uittreedplaats voor dieren. In de open ontgraving worden uittreedplanken voor dieren aangebracht. Minstens één per 250 meter open ontgraving. Over de open ontgraving worden loopplanken voor dieren gelegd. Minstens één per 250 meter open ontgraving. Aan het begin van het tracé (deel parallel aan Broekstraat) dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode van voortplanting die voor steenuil loopt van februari t/m juli. Op deze wijze wordt verstoring van broedgevallen voorkomen. Buiten deze kwetsbare periode kan wel gewerkt worden, mits het werkterrein een zo beperkt mogelijk oppervlakte beslaat en beperkt blijft tot de grootschalige akkers en graslanden. Deze vormen immers geen belangrijk onderdeel van het leefgebied van steenuilen. Het kleinschalige landschap van weilandjes en boomgaarden in de omgeving van de Broekstraat blijft gehandhaafd, waarmee volop geschikt foerageergebied voorhanden blijft. De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van aanwezige broedvogels.

Dat loopt globaal van maart t/m juli (begin van het tracé: februari t/m juli in verband met steenuil), maar in het kader van de Wnb wordt geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Als het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om de ingreeplocatie (met uitzondering van het begin van het tracé (deel parallel aan Broekstraat) in verband met steenuil) voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels om er te broeden. Dat kan door binnen de begrenzing van het werkterrein (werkputten, grond- en materiaalopslag, parkeerplaatsen, etc.) vegetaties (ruigte, oeverbegroeiing en grasland) kort te maaien en te houden. Dergelijke maatregelen dienen uitsluitend voor het voorkómen van vestiging, niet voor het bestrijden van al aanwezige broedgevallen. Op deze wijze wordt voorkomen dat broedvogels gaan broeden op het werkterrein, waarna werkzaamheden ook in het broedseizoen kunnen plaatsvinden.

7.4 AANBEVELINGEN 

Om de voorgestelde mitigerende maatregelen te borgen wordt aanbevolen om deze op te nemen in het werkplan. Uitvoering van de mitigerende maatregelen is nodig om overtreding van de Wnb te voorkomen.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

20

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

7.5 SAMENVATTING In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de resultaten van de natuurtoets. De kleuren geven aan of specifiek aandacht besteed moet worden aan de aanwezige natuurwaarden. GROEN ORANJE ROOD PAARS

geen problemen: de werkzaamheden kunnen zonder meer worden uitgevoerd. mitigerende maatregelen: de werkzaamheden zijn gebonden aan een periode of wijze van uitvoer. vervolgonderzoek: bekende gegevens zijn onvoldoende actueel of volledig voor toetsing. ontheffing: voor uitvoering van de werkzaamheden is een ontheffing/vergunning nodig. NEGATIEVE EFFECTEN ALS GEVOLG VAN DE INGREEP

MITIGERENDE MAATREGELEN

ONTHEFFING NODIG?

Drijvende waterweegbree

Vergraven groeiplaatsen

Vervolgonderzoek

Nader te bepalen

Vleermuizen

Kans op verstoring

Grondgebonden zoogdieren

Kans op verstoring en verwonding/sterfte

Vogels

Verstoring in broedseizoen

Steenuil

Verstoring in broedseizoen, uitsluitend begin tracé

Werkzaamheden overdag uitvoeren Geen bouwverlichting toepassen Werkzaamheden overdag uitvoeren Geen bouwverlichting toepassen Uittreedplaatsen en loopplanken open ontgraving realiseren Werken buiten broedseizoen voor vogels (dat loopt van maart t/m juli), of mitigerende maatregelen treffen vóór aanvang broedseizoen Werken buiten broedseizoen voor steenuil (dat loopt van februari t/m juli)

Geen

Geen

Nee

Geen

Geen

Nee

NATUURWAARDEN WNB: SOORTENBESCHERMING

Nee

Nee

Nee Nee

WNB: GEBIEDSBESCHERMING Locatie ligt buiten Natura 2000gebied, geen externe werking NATUURNETWERK NEDERLAND Locatie ligt binnen NNN, geen kans op significant negatieve effecten

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

21

8

BRONNEN 

BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil Athene noctua. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht.

Nationale Databank Flora en Fauna, gegevensaanvraag 28 februari 2020.

Pirovano, N., 2020. Memo stikstofdepositie. I.013340.01 – Nederasselt (N-576-75-KR006/007). Projectnummer SOL012213. Documentnummer SOL012213.NOT001_ Stikstofdepositie. 23 april 2020. Lievense Milieu B.V.

Viewer kernkwaliteiten GNN GO, provincie Gelderland, bezocht 28 februari 2020.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

22

adviesbureau voor natuur & landschap

Natuurtoets leiding N-576-75

BIJLAGE 1

TRACÉKAART

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

Natuurtoets leiding N-576-75

adviesbureau voor natuur & landschap

23

Bijlage 3 Aanvullende natuuronderzoek

65/245 - concept - NL.IMRO.0252.BUbpGasNederasselt-VO02 - 22-8-2020

Lievense Milieu B.V.

Afzender: Lievense Milieu B.V. Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden

N.V. Nederlandse Gasunie T.a.v. de heer A. Schilder Postbus 19 9700 MA GRONINGEN

Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden +31 (0)88 910 20 00 lievense.com IBAN

NL63 ABNA 0570 2080 09 KvK nummer

Datum

Uw kenmerk

Contactpersoon

20 augustus 2020

I.013340.01

Anita Heddes

Onderwerp

Ons kenmerk

Telefoon

Ecologisch vervolgonderzoek

SOL012213FF

+31 6 2291 5110

Nederasselt (N-576-75-KR-006/007)

Status

E-mail

Definitief

AHeddes@lievense.com

30152124 BTW nummer

NL807503368B01

Geachte heer Schilder, Hierbij ontvangt u de rapportage van het ecologisch vervolgonderzoek naar de drijvende weegbree in het kader van de geplande werkzaamheden aan de gasleiding N-576-75-KR-006/007 te Nederasselt. Indien u hierover nog vragen en/of opmerkingen heeft, kunt u contact opnemen met ondergetekende (tel. 06 - 22 915 110 of via mail AHeddes@Lievense.com). Met vriendelijke groet Lievense Milieu B.V.

Mevrouw ing. A.J.M. Heddes Projectmanager

Bijlage(n) Bijlage 1: Ecologische vervolgonderzoek N-576-75-KR-006/007 te Nederasselt

adviesbureau voor natuur & landschap

NOTITIE Aan: Opgesteld door: Controle: Datum: Projectnummer: Onderwerp: Status:

Mevrouw A. Heddes (Lievense Milieu B.V.) Sander van de Koppel Gert Hoogerwerf 20 augustus 2020 20-105 (Natuurbalans - Limes Divergens); SOL012213 (Lievense) Vervolgonderzoek beschermde planten leiding N-576-75 Nederasselt Definitief

1. Aanleiding N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens om leiding N-576-75 bij Nederasselt over een lengte van 1350 m dieper te leggen. Uitvoering van deze werkzaamheden kan leiden tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb) en tot aantasting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Ten behoeve van de uitvoerbaarheid en vergunbaarheid van de voorgenomen ingreep is daarom een natuurtoets uitgevoerd (Van de Koppel, 2020). Hieruit is gebleken dat het verspreidingsbeeld van drijvende waterweegbree niet compleet is en dat vervolgonderzoek naar het voorkomen van deze soort nodig is. Lievense Milieu B.V. heeft Natuurbalans - Limes Divergens BV verzocht vervolgonderzoek uit te voeren naar het voorkomen van drijvende waterweegbree binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep en de toetsing Wnb af te ronden.

2. Werkwijze Op 20 juli 2020 is de ingreeplocatie bezocht door een vegetatiekundige (M. Louwen) van Natuurbalans – Limes Divergens BV. Alle watergangen die het tracé kruist zijn onderzocht op het voorkomen van drijvende waterweegbree. Aan de hand van de resultaten van het veldonderzoek zijn mogelijke effecten in beeld gebracht. Indien er kans is op negatieve effecten zijn mitigerende maatregelen voorgesteld en is aangegeven of een ontheffingsaanvraag Wnb noodzakelijk is.

NAT UUR BALANS – LIM ES DIVERG ENS BV Radboud Universiteit, Toernooiveld 1 Postbus 6508, 6503 GA Nijmegen

a d v i e s b ur e au v o or n at uur & l an d s c ha p T (024 – 352 88 01)

info@natuurbalans.nl www.natuurbalans.nl

3. Beschrijving locatie en voorgenomen ingreep Locatie De ingreeplocatie bevindt zich in het buitengebied ten noorden van Nederasselt, gemeente Heumen (figuur 1). Het tracé begint in een akker nabij de woning aan Broekstraat 17 en loopt eerst parallel aan deze weg in zuidoostelijke richting door de akker. Vervolgens loopt het naar het noordoosten door verschillende grootschalige agrarische graslanden en akkers. Het tracé kruist enkele kleine sloten en greppels en tweemaal de Baron van Brakelstraat. Het bestaande tracé loopt over het erf van Baron van Brakelstraat 5. Het nieuwe tracé zal hier omheen gelegd worden. Tot slot kruist het de Zeedijkse Leigraaf om even ten noorden daarvan in een grasland te eindigen. In bijlage 1 is een gedetailleerde tracékaart opgenomen.

Broekstraat 17

Figuur 1. Ligging van de ingreeplocatie leiding N-576-75 in het buitengebied ten noorden van Nederasselt, gemeente Heumen. Het geelgearceerde deel van de leiding wordt dieper gelegd (lengte circa 1350 meter). Bij Baron van Brakelstraat 5 wordt de nieuwe leiding om het erf gelegd (paarse stippellijn).

Geplande werkzaamheden De leiding wordt over een lengte van circa 1350 meter dieper gelegd vanwege een dekkingsmanco. De nieuwe leiding schuift enkele meters op ten opzichte van het huidige tracé. Tevens wordt een deel verlegd om een boerderij heen (figuur 1). De werkzaamheden vinden plaats middels een open ontgraving. De Zeedijkse Leigraaf wordt gekruist middels een zinker die in open ontgraving wordt gelegd. Bij de overige sloten en greppels wordt gebruik gemaakt van draglineschotten. Er worden geen bomen of struiken gekapt. Na afloop van de werkzaamheden wordt het werkterrein zo goed mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld. Uitvoeringsperiode De werkzaamheden zijn voorzien in de periode 19 mei 2021 tot en met 17 augustus 2021.

NAT UUR BALANS – LIM ES DIVERG ENS BV

NOTITIE Vervolgonderzoek beschermde planten Nederasselt

a d v i e s b ur e au v o or n at uur & l an d s c ha p

2

4. Resultaten veldonderzoek In de watergangen en greppels die door het tracé gekruist worden, is drijvende waterweegbree niet aangetroffen. Het voorkomen van deze soort binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep en negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn dan ook uitgesloten. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vaatplanten worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor vaatplanten is niet aan de orde.

5. Conclusies   

Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep komen geen streng beschermde vaatplanten voor. Negatieve effecten op vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten; er vindt geen overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb voor vaatplanten plaats. Voor andere soortgroepen zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Hiervoor wordt verwezen naar de natuurtoets (Van de Koppel, 2020).

6. Bronnen 

Van de Koppel, S., 2020. Natuurtoets leiding N-576-75 Nederasselt. Toetsing Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming, en beoordeling Natuurnetwerk Nederland. Rapportnummer 20-027. Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Lievense en Natuurbalans - Limes Divergens BV noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Natuurbalans - Limes Divergens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbalans - Limes Divergens BV. Lievense vrijwaart Natuurbalans - Limes Divergens BV voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Natuurbalans - Limes Divergens BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Natuurbalans - Limes Divergens BV is gecertificeerd door EBN Certification en voldoet aan de eisen gesteld in de norm ISO 9001:2015.

NAT UUR BALANS – LIM ES DIVERG ENS BV

NOTITIE Vervolgonderzoek beschermde planten Nederasselt

a d v i e s b ur e au v o or n at uur & l an d s c ha p

3

BIJLAGE 1

TRACÉKAART

NAT UUR BALANS – LIM ES DIVERG ENS BV

NOTITIE Vervolgonderzoek beschermde planten Nederasselt

a d v i e s b ur e au v o or n at uur & l an d s c ha p

4

Bijlage 4 Rapportage stikstof

72/245 - concept - NL.IMRO.0252.BUbpGasNederasselt-VO02 - 22-8-2020

Memo stikstofdepositie Opdrachtgever

N.V. Nederlandse Gasunie

Contactpersoon

De heer A. Schilder

Betreft

I.013340.01 - Nederasselt (N-576-75-KR-006/007)

Projectnummer

SOL012213

Documentnummer

SOL012213.NOT001_Stikstofdepositie

Auteur

Natascha Pirovano

Contactpersoon Lievense

Anita Heddes

Telefoonnummer

06 - 22 915 110

E-mail

AHeddes@Lievense.com

Datum

23 april 2020

1

Inleiding

In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie is een onderzoek uitgevoerd naar de toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van het dieper leggen van een gasleiding over een lengte van circa 1.350 m in Nederasselt waarbij de leiding tevens om een boerderij wordt gelegd. Voor de werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van materieel met verbrandingsmotoren. De werkzaamheden kunnen daarom leiden tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In deze voortoets wordt bepaald of de werkzaamheden een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaken, waardoor significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied al of niet kunnen worden uitgesloten.

2

Wettelijk kader

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat de programmatische aanpak stikstof (PAS) niet als basis gebruikt mag worden voor vergunningen voor nieuwe activiteiten die leiden tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De grens- en drempelwaarden voor stikstofdepositie zijn niet meer geldig. Plannen en projecten of andere handelingen moeten zelfstandig worden beoordeeld. Op basis van art. 2.7 lid 2 Wnb is het verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Conform art. 2.8 lid 1 Wnb kan een project dat significante gevolgen kan hebben op soorten en habitats pas worden vastgesteld nadat een passende beoordeling is

1/5 | Memo stikstofdepositie Nederasselt (N-576-75-KR-006/007) | SOL012213.NOT001 | 23 april 2020

opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. De vergunningplicht geldt alleen voor projecten of andere handelingen. Het is daarom relevant om vast te stellen of in dit geval sprake is van een project in de zin van de Wnb. In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1604 geeft de Afdeling bestuursrechtspraak aan dat voor de uitleg van dit begrip relevant is of de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat in een voortoets niet alleen bepaald moet worden of een project effecten heeft op een Natura 2000-gebied maar ook of deze effecten significant zijn. Immers indien wordt vastgesteld dat de effecten niet significant zijn, dan is een vergunning niet noodzakelijk en wordt ook geen passende beoordeling opgesteld. In het Sweetman-arrest (ECLI:EU:C:2012:743) wordt ingegaan op de vraag wanneer sprake is van een aantasting van de natuurlijke kenmerken van een gebied. Immers wanneer deze niet worden aangetast komen de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar en is geen sprake van significante gevolgen. De natuurlijke kenmerken van het gebied worden bewaard wanneer de betrokken habitat behouden blijft in een gunstige staat van instandhouding.

Een project kan niet uitgevoerd worden wanneer de gevolgen negatief zijn en de natuurlijke kenmerken aantasten. Hierbij kunnen drie situaties onderscheiden worden: 1. ‘een plan of project kan een strikt tijdelijk kwaliteitsverlies meebrengen, dat weer volledig ongedaan kan worden gemaakt; met andere woorden, het gebied kan binnen korte tijd worden hersteld in zijn normale staat van instandhouding. Als voorbeeld hiervan kan dienen het graven van een geul in de grond voor de aanleg van een ondergrondse pijplijn door een hoek van een gebied. Mits een eventuele verstoring van het gebied kan worden hersteld, zou er (volgens de advocaat-generaal) geen sprake zijn van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied’; 2. ‘omgekeerd moeten maatregelen die leiden tot de permanente verwoesting van een deel van de habitat met het oog waarop het gebied werd aangewezen, naar mijn mening per definitie als een aantasting worden beschouwd. De verwoesting kan mogelijk fundamenteel en onomkeerbaar afbreuk doen aan de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied’; 3. ‘de derde situatie omvat plannen of projecten waarvan de gevolgen voor het gebied zich tussen deze beide uitersten bevinden’. Met betrekking tot de eerste situatie is nog relevant om te bepalen wanneer er sprake is van een tijdelijk kwaliteitsverlies.

In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2014:3884 heeft de Raad van State bepaald dat een verlies aan kwaliteit op 1,7% van een habitattype dat binnen maximaal 5 jaar hersteld zal zijn, niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied. Geconcludeerd wordt dat om te bepalen of een project vergunningsplichtig is in de voortoets bepaald moet worden of het project significante gevolgen heeft. Hierbij moet nagegaan worden of gelet op de instandhoudingsdoelstellingen de kwaliteit van de habitats kan verslechteren. Een tijdelijk effect waarvan de habitat binnen een bepaalde termijn kan herstellen leidt niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. De instandhoudingsdoelstelling komen in die situatie niet in gevaar en er is geen sprake van significante gevolgen.

2/5 | Memo stikstofdepositie Nederasselt (N-576-75-KR-006/007) | SOL012213.NOT001 | 23 april 2020

3

Uitgangspunten

Situatie Het plangebied is gelegen in Nederasselt ter hoogte van de Baron van Brakelstraat. De ligging van de te verleggen gasleiding is weergegeven in figuur 3-1.

Figuur 3-1 Locatie werkzaamheden leiding Gasunie

Emissie Tijdens de aanlegfase van de leiding wordt NOx uitgestoten naar de omgeving. Door Gasunie is aangegeven welke emissiebronnen aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden en is het brandstofverbruik van de bronnen gegeven. Door Lievense is een inschatting gemaakt of de bronnen behoren tot STAGE klasse III of STAGE klasse IV. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de uitgangspunten tijdens de werkzaamheden. Rekenmethode De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS-Calculator1. De berekeningen zijn uitgevoerd in de rekenconfiguratie “Berekenen voor Wnb”. Dit betekent dat alleen de rekenpunten worden gebruikt die relevant zijn voor de aanvraag van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De berekeningen zijn uitgevoerd voor 2020.

1

AERIUS versie april 2020

3/5 | Memo stikstofdepositie Nederasselt (N-576-75-KR-006/007) | SOL012213.NOT001 | 23 april 2020

Relevante Natura 2000-gebieden In figuur 3-2 is een overzicht opgenomen van de Natura 2000-gebieden die zich bevinden in de omgeving van het plangebied. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebied Rijntakken is op circa 10 km afstand gelegen en Natura 2000-gebied Sint Jansberg op circa 11 km afstand.

Figuur 3-2 Ligging van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (i)

4/5 | Memo stikstofdepositie Nederasselt (N-576-75-KR-006/007) | SOL012213.NOT001 | 23 april 2020

4

Stikstofdepositie

Op basis van de aangeleverde uitgangspunten is de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden bepaald. Verkeer van en naar de werklocatie is beschouwd vanaf de werklocatie via de Broekstraat naar de N324. Vanaf hier wordt aangenomen dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Uit de berekeningen blijkt dat de activiteiten niet leiden tot een stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. De berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage 2.

5

Conclusie

Op basis van de aangeleverde gegevens wordt geen toename van de depositie berekend op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Er wordt geconcludeerd dat het project geen significant negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden.

5/5 | Memo stikstofdepositie Nederasselt (N-576-75-KR-006/007) | SOL012213.NOT001 | 23 april 2020

Bijlage 1 Uitgangspunten berekening

Materieel inzet CDM Nederasselt

Omschrijving

Eenheid

2.000 m3/10 m3 VLG, HD, Gaswasser, NCH-afzetsysteem

16,00

u

Dieselaggregaat 220 / 380 V < 15 kVA 10u dag

114,00

dg

Zuigwagen 8m3 bunker incl. chauffeur + assistent

16,00

u

Tractor 4 wiel aangedreven 60 - 100 pk

118,00

u

Tractor 4 wiel aangedreven > 100 pk

6,00

u

Tractor + grondkar 4 - 7 m³

20,00

u

Tractor + vacuumtank 8m3

12,00

u

Dumper/Tractor + grondkar > 7 m³

72,00

u

Bakwagen + opb kraan 20tm

28,00

u

Compressor 7 m³/min incl slang / toebehoren

92,00

u

Compressor 11 m³/min incl slang / toebehoren

68,00

u

Compressor 21 m³/min incl slang / toebehoren

7,50

u

Graafmachine wiel/rups mini/midi =<600 liter

20,50

u

Graafmachine wiel 1000 liter

102,00

u

Graafmachine rups 1000 liter

22,00

u

Graafmachine rups 1250 liter

713,48

u

Vuilwaterpomp 40 m³/h

4,00

dg

Trilplaat 13 kN

1,20

dg

Wacker stamper

3,00

dg

Tractor + buizenwagen < 5 ton

8,00

u

Vulpomp hydr. testen 150 m³/h

1,00

dg

Vulpomp hydr. testen 300 m³/h (r)

7,50

dg

Testpomp hydr. testen > 120 bar

8,50

dg

Lasmachine, combi ( AC / DC) + hulpstroom 350 A

1,00

dg

Lasaggregaat 400 amp

41,65

dg

Bronn.pomp 60 m³/h+25L diesel, incl 50m afvldg DN100

682,00

dg24

Vuilwaterpomp 60 m³/h open bemaling incl ca 50 afvldg

1,00

dg24

Verbruik per Werkelijk eenheid inzet verbruik (ltr) 24 80% 307,20 30 60% 2.052,00 Stage III 25 80% 320,00 8 60% 566,40 14 60% 50,40 14 60% 168,00 14 60% 100,80 8 60% 345,60 20 60% 336,00 10 60% 552,00 Stage III 16 60% 652,80 Stage III 28 50% 105,00 Stage III 5 70% 71,75 10 70% 714,00 10 70% 154,00 12 70% 5.993,23 12 90% 43,20 Stage III 5 50% 3,00 Stage III 5 50% 7,50 Stage III 8 30% 19,20 150 10% 15,00 Stage III 300 10% 225,00 Stage III 16 15% 20,40 Stage III 25 75% 18,75 Stage III 28 75% 874,65 Stage III 24 90% 14.731,20 Stage III 16 90% 14,40 Stage III

Totaal verbruik equipment on site

Stage III Stage IV Bewegingen personenwagens Bewegingen vrachtwagens

28.461,48 ltr 19.314,90 9.146,58 308 244

Bijlage 2 AERIUS calculator aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RStfi5gFfC2u (22 april 2020) pagina 1/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9747436/1