CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Raad 30 oktober 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen regioarrangement Groene Metropoolregio23.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.3.4 Veiligheid, gezondheid en overige voorzieningen

Bij een groeiende bevolking is het belangrijk dat er genoeg ruimte is voor meegroeien van voorzieningen die onze steden en dorpen leefbaar houden. Ook veiligheid en een gezonde leefomgeving zijn een continu aandachtspunt. Een goed leefmilieu, met onder andere de aspecten geluid en luchtkwaliteit, is dan ook een belangrijke afweging bij het maken van ruimtelijke keuzes. Provincie en gemeenten pakken deze opgave, op verschillende manieren, gezamenlijk op. Deels doen we dat onder de vlag “Bruisende binnensteden, krachtige kernen” dat bij verschillende opgaven van de Groene Metropoolregio, in samenwerking met de provincie is belegd. Op het gebied van voorzieningen op cultureel gebied hebben we inmiddels ook een stevige samenwerking opgezet tussen regio en provincie. Cultuur In de Groene Metropoolregio hebben we een bloeiende culturele keten. Cultuurregio 025 is een sterk en hecht netwerk van opleiding, productie en presentatie voor alle kunstvormen: theater, muziek, dans, film, letteren, beeldende kunst, vormgeving en mode. Iedere keten is zo sterk als de zwakste schakel; zonder (cultuur)educatie, geen cultuurminnend publiek en geen kweekvijver voor talent. Zonder talent, geen aansprekende, vernieuwende culturele uitingen. En zonder dit alles geen excellentie. Wij willen dat amateurgezelschappen onze dorpskernen en steden leefbaar en levendig houden.

We vinden het belangrijk dat elk Gelders kind zich kan ontplooien. We willen dat makers kunst kunnen blijven maken en cultuur, ons erfgoed en onze culture instellingen toegankelijk houden voor iedereen. Op dit moment zetten we met de uitvoering van het Transformatievoorstel Cultuur, samen in op: • Investeren in de lokale, bovenlokale en regionale infrastructuur De achttien gemeenten investeren elk in hun culturele infrastructuur. Bijvoorbeeld als het gaat om cultuureducatie en amateurkunst als belangrijke voedingsbodem voor het topsegment. De gemeenten Arnhem en Nijmegen hebben hierin een bijzondere rol: zij investeren fors in de grote culturele voorzieningen die een regionale en bovenregionale uitstraling hebben. Denk daarbij aan investeringen in de rijksgezelschappen Phion, Introdans en Oostpool en de grote theaters en concertzalen. Waar onze “eigen” makers, waar we trots op zijn, zich kunnen presenteren en waar ook het landelijk aanbod aan voorstellingen, tentoonstellingen en presentaties te zien is. •

46

Stimuleren innovatie We ondersteunen initiatieven die de culturele sector wezenlijk transformeren en ervoor zorgen dat oud en nieuw publiek van cultuur kan blijven genieten.

•

Opleiden van professionals We zorgen dat het opleidingsaanbod voor professionals in de kunst up-to-date blijft en afgestemd is op de vraag die de professionals hebben.

•

Versterken cultuureducatie We hebben de ambitie dat ieder kind in Cultuurregio 025 in aanraking komt met het brede en hoogwaardige kunst- en cultuuraanbod in onze regio. Voldoende, goed opgeleide kunstvakdocenten zijn daarbij essentieel. Om dat te realiseren, versterken we de regionale cultuurknooppunten en zetten we in op meer en beter geschoolde kunstvakdocenten.

•

Ondersteunen amateurkunst We gaan de amateurkunstverenigingen ondersteunen. Dat doen we gericht, met een steunpunt dat voorziet in waar zij behoefte aan hebben.

Vanuit cultureel perspectief zetten we ons ook in voor de eerder genoemde verhaallijnen: Romeinen, Tweede wereldoorlog en Leven met het Water. In de komende periode blijven we samenwerken, stemmen we onze ambities op elkaar af en maken we afspraken over waar we, ieder vanuit onze eigen rol, in (blijven) investeren. Daarnaast is het ook belangrijk ruimte te bieden voor betaalbare werkruimtes en culturele broedplaatsen. ▪ 4.3.5 Erfgoed Binnen de Groene Metropoolregio zijn de ruimtelijke aspecten van erfgoed een belangrijk onderdeel van het Groenblauw raamwerk en de elf denklijnen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: ▪ Behoud, koesteren en versterken van de cultuurhistorische landgoederen en andere waarden. ▪ Verankering en versterking van de landschappelijke context van de cultuurhistorische elementen. ▪ Ontwikkeling, zichtbaar en beleefbaar maken van de verschillende cultuurhistorische lagen uit het verleden om de identiteit van het gebied (beter) beleefbaar en leesbaar te maken. Samen zetten we in op het koppelen van erfgoedopgaven aan ruimtelijke opgaven in gebiedsontwikkelingen. Denk hierbij aan de kansen die de landgoederenzones met hun rijke uitstraling bieden voor klimaatadaptatie, natuur-, water-, en recreatieopgaven.

Bij de linies en het militair erfgoed, zoals IJssel linie, kazerneterreinen en restanten WO2, liggen kansen op het gebied van transformatie, toerisme en beleving. De rivieren vormen belangrijke recreatieve dragers. Het watererfgoed zoals steenfabrieken en het verhaal van water als grens, bieden handvaten voor verbinding met onder andere de water- en recreatieve opgave. De historische steden en dorpen en historische structuren, zoals oude wegen, zijn relevant voor de verstedelijkingopgave, afgestemd op de historisch gegroeide identiteit. De historisch gegroeide landschappelijke patronen en structuren zijn ook van belang om te gebruiken bij transities in het landelijk gebied, zoals realisatie van natuuren bosgebieden, wateropgaven en de landbouwtransitie. De Romeinse limes, UNESCO werelderfgoed, biedt kansen voor toeristische en recreatieve versterking. Daarnaast werken we, zoals bij 4.3 Recreatie en toerisme en 4.3.4 onder cultuur al aangegeven, aan het versterken van onze verhaallijnen.

47

Afbeelding 7: Verhaallijn 3; leefbare steden en dorpen

48

Samenvatting De groene groeiambities van de Groene Metropoolregio zijn groot en hebben allen een ruimtelijke impact. Dit perspectief gaat in op de woonopgave, de mobiliteitsopgave, recreatie en toerisme, en voorzieningen zoals cultuur en erfgoed. De woonopgave tot 2030 ligt vast in de Woondeal. De opgave voor de periode daarna staat in de Verstedelijkingsstrategie, zonder al definitief locatiekeuzes vast te leggen. Wel zijn randvoorwaarden benoemd voor het toevoegen van de woningen. Dit zijn investeringen in bereikbaarheid, financiering van onrendabele toppen, voldoende goede ambtelijke capaciteit, voldoende netcapaciteit op het elektriciteitsnet en voldoende stikstofruimte. Een belangrijke voorwaarde om bij te dragen aan het oplossen van het woningtekort is verbetering van de bereikbaarheid, met focus op slimme en schone mobiliteit. De regio heeft de keuze gemaakt om mensen in de Groene Metropool te laten reizen op de slimste en schoonste manier. Dit is nodig om te anticiperen op de groei van mobiliteit (mede door de woningbouw en de groei van de economie) en te werken aan de klimaatopgave, stikstofopgave en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Zonder extra investeringen zijn de nieuwe woningen letterlijk en figuurlijk onbereikbaar. Voor de leefbaarheid in steden en dorpen is het belangrijk er voldoende ruimte is voor recreatie.

Zeker als er meer woningen en meer inwoners bijkomen. Een belangrijke randvoorwaarde voor groei in balans is daarom dat we goed kijken waar we welke recreatiemogelijkheden willen versterken en creëren, en hoe we deze mogelijkheden goed over de regio kunnen spreiden. Een goed voorzieningenniveau, zoals zorg, scholen en culturele voorzieningen, is een andere belangrijke randvoorwaarde voor groei van het aantal woningen en inwoners. In de Groene Metropoolregio is er een bloeiende culturele keten en deze willen we behouden en versterken. We willen dat makers kunst kunnen blijven maken en cultuur en ons erfgoed en onze culture instellingen toegankelijk houden voor iedereen. Ons erfgoed koesteren we en daarom gaan we voor het koppelen van erfgoedopgaven aan ruimtelijke opgaven in gebiedsontwikkelingen. Wat hebben wij nodig? Wonen ▪

Afdekken onrendabele toppen: ongeveer 350 miljoen tot 2040

Mobiliteit ▪

Verbeteren openbaar vervoer-fiets verbindingen voor een bereikbare regio: o

€ 100 miljoen voor de prioritaire mobiliteitsprojecten < 2030

o

€ 600 miljoen voor het totale mobiliteitspakket > 2030

▪

Uitwerken ondersteunend mobiliteitspakket rondom de A15/A12

▪

Starten van het proces om te komen tot een netwerkanalyse 2030-2040

▪

Uitvoeren van eerder gemaakte afspraken: o

A15/A12 en de A50

o

Regio Expres van en naar de Achterhoek.

o

MIRT-onderzoek naar de corridor Utrecht – Arnhem - Duitse grens (A12 en spoor).

o

MIRT-onderzoek naar de inpassing van de vrije kruising Spoorzone Arnhem-Oost (is gestart).

o

Het Nut en Noodzaak-onderzoek voor GNOE in Oost-Nederland

Recreatie en toerisme ▪

Aanvullend op de investeringen voor natuur- en landschapsontwikkeling is investeren in de recreatieve infrastructuur noodzakelijk, waaronder beleving toevoegen met verhaallijnen, routestructuren en korte ketens. Wat hiervoor nodig is en hoeveel dat kost, brengen we gezamenlijk (Rijk, provincie, waterschappen) in kaart in het Verstedelijkings/NOVEX-programma.

Cultuur en erfgoed ▪

(Blijven) investeren in bovenregionale infrastructuur via BIS en fondsen

▪

Als provincie en regio de samenwerking en investeringen in middensegment, innovatie, cultuureducatie, opleiding professionals en amateurkunst voortzetten en borgen.

49

▪

Koppelen van erfgoedopgaven aan ruimtelijke opgaven in gebiedsontwikkelingen

5. De afwegingen met elkaar De Groene Metropoolregio kampt met een aantal zeer grote uitdagingen en transitieopgaven. Keuzes zijn nodig voor een toekomstbestendige ruimtelijke structuur voor onze regio. Keuzes die zorgen voor aanpassing waar dat moet en die ons zoveel mogelijk behoeden voor doodlopende paden. In het zoeken naar ruimtelijke oplossingen proberen we zoveel mogelijk functies te integreren en te combineren. Soms zal het echter ook nodig zijn bepaalde functies uit te sluiten en een duidelijke keuze te maken tussen functie(combinaties) in de ruimte. Bij het maken van de keuzes is het van belang dat gemeenten, regio, provincie, waterschappen en Rijk toewijding tonen op de doelen en de realisatie daarvan, maar ook gezamenlijk de noodzakelijke keuzes maken. 5.1. Welke leidende principes zijn er? De afwegingen die we maken, baseren we op: •

• • • • •

De lokale omgevingsvisies en de mede daarop gebaseerde visie Groei in balans en het uitgangspunt van de Verstedelijkingsstrategie “Meer Landschap, Meer Stad”. De bouwstenen en ontwerpprincipes van de Verstedelijkingsstrategie. De uitgangspunten zoals vastgesteld in het VLGG. Deze zijn leidend, waaronder “water- en bodemsturend”. De afspraken voor de toekomst zoals vastgelegd in de RES 1.0. De studie van de WUR naar onze regio in 2120 op basis van het veranderende klimaat. Diverse onderzoeken die we komende tijd met elkaar gaan doen of afronden, onder andere in het kader van: Energietransitie (plan MER RES 2.0, GEIS, pilot integraal programmeren) - RPW

5.2. Hoe wegen we ruimteclaims tegen elkaar af Het afwegen van ruimteclaims is een cyclisch proces, waarin we de bouwstenen steeds verder uitwerken, verdiepen en op de kaart zetten. We benoemen kansen en schuurpunten op basis waarvan we bestuurlijke afwegingen kunnen maken. Zo proberen we ook de lange termijn vraagstukken en oplossingen goed in het oog te houden, zodat we vandaag en morgen de goede richting kiezen met het langetermijnperspectief in beeld. Ook werken we vanuit verschillende deelgebieden binnen de regio om in te kunnen zoomen. Hiervoor worden gebiedsprogramma’s opgesteld (zie bijlage voor de kaarten van de gebiedsuitwerkingen). Verhaallijnen op elkaar leggen brengen ‘drukke’ gebieden in beeld Doordat we al enkele jaren samenwerken in de Verstedelijkingsstrategie (maar ook bijvoorbeeld via de RES, de Woondeal en de gebiedsuitwerkingen) hebben we inmiddels een gedeeld toekomstbeeld van de regio in 2040 en verder. Onze woningbouwlocaties zijn grotendeels in beeld, 60% van de woningbouwopgave realiseren we in binnenstedelijke gebieden en de overige locaties sluiten nauw aan op het stedelijk gebied. Hierdoor versterken we onze voorzieningen zoals openbaar vervoer, fietsnetwerk, publieke instellingen en culturele voorzieningen. We stimuleren hierdoor tevens onze economie. Het intensiveren van het stedelijk gebied kan niet zonder een mobiliteitstransitie.

Door te intensiveren in de stedelijke gebieden behouden en versterken we onze landschappen (Groen-blauw raamwerk). Dit laatste is hard nodig om de klimaatverandering te kunnen opvangen en teruggang van biodiversiteit af te remmen, maar ook om nieuwe ruimteclaims in het landelijk gebied te kunnen accomoderen zoals bijvoorbeeld voor de energietransitie, waterbeschikbaarheid, klimaatbuffers, productie van biobased bouwmaterialen en extensivering van de landbouw.

50

In 2023 hebben we al deze ambities (feitelijk de drie verhaallijnen uit hoofdstuk 4) op kaart gezet. Zo krijgen we inzicht in de gebieden waar de ruimte(druk) gaat knellen. Deze gebieden vragen een aanpak (gebiedsproces) om met belanghebbenden/ partners keuzes en of combinaties van opgaven in beeld te brengen. De verschillende ruimteclaims leggen we op elkaar om te kijken waar we kunnen combineren en of waar we moeten kiezen. Om vervolgens met elkaar deze keuzes weloverwogen te maken en door te vertalen naar lokaal of provinciaal omgevingsbeleid én begrotingen. In onderstaande kaart treft u de gebieden aan waar een dergelijk gebiedsproces nodig is om te bepalen welke ambities te realiseren zijn. Het is dus een start van een gesprek tussen verschillende belanghebbenden, denk aan gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, agrariërs etc. De gebieden die we onderscheiden zijn: • Ring rondom Nijmegen, in het bijzonder het gebied tussen Nijmegen-west Beuningen en Wijchen • Het Duivensche Broek en IJsselpoort, tussen Arnhem-Oost, Velp, Westervoort/Duiven • Veluwezoom (valt samen met het gebiedsprogramma Veluwezoom) • Landbouwgebieden Overbetuwe en Druten/Land van Maas en Waal, • De A15 zone, mede in relatie tot werklocaties/logistiek

Afbeelding 8: Concept-kaart met drie verhaallijnen gecombineerd

51

Afbeelding 9: Kaart uit te werken gebieden

Een volgende stap is om per gebied een plan van aanpak te ontwikkelen en uit te voeren. We bepalen samen wie trekkend is binnen dit gebiedsproces. Soms kan dat een gemeente zijn, soms een provincie, soms een ander. Ook de Groene Metropoolregio kan bepaalde gebiedsprocessen faciliteren. Dit zal per gebied verschillend zijn. In de regio hebben we een bestuurlijke structuur waarmee we de inhoud en voortgang van dergelijke processen met alle gemeenten kunnen afstemmen.

52

NOVEX-programma De gebieden waar we de ruimteclaims prima kunnen combineren en waar zich geen conflicterende ruimtevragen voordoen, proberen we in het Verstedelijkings-/NOVEX-programma tot uitvoering te brengen. We maken voor de uitvoering van de Verstedelijkingsstrategie een programma en verbreden en verdiepen dit met de thema’s landelijk gebied, klimaat en (circulaire)economie tot een NOVEX programma. In dit programma werken we onze visie van ‘’Meer Landschap, Meer Stad’’ uit. De afgelopen jaren hebben we hiervoor diverse maatregelen in beeld gebracht die nu richting uitvoering gebracht kunnen worden. Dit zijn dus eigenlijk zogenaamde ‘no-regret maatregelen’ of randvoorwaarden voor de ruimtelijke opgaven van de GMR (en Food Valley). De maatregelen in de GMR hebben we op onderstaande kaart gezet. In het kort gaat het om de volgende projecten: • •

•

• • •

Woningbouwopgave tot 2030, waaronder de grootschalige woningbouwgebieden Diverse mobiliteitsmaatregelen zoals aanpak corridor N325 (incl. snelfietsroute VeluweWaalpad, brug Arnhem-Huissen), opwaardering van OV lijnen, onderzoeken naar corridors zoals Utrecht-Arnhem-Duitse grens Uitvoering Groen-Blauw raamwerk, incl. 4 koplopers landelijk gebied: PAGW Gelderse Poort, Beekherstel Veluwezoom, Groene Mantel Rijk van Nijmegen, doorontwikkeling Park Lingezegen Diverse maatregelen voor ons energiesysteem Transitie werklocaties Economie hubs

Afbeelding 10: Inbreng Verstedelijkings- / Novex programma

53

We ontwikkelen deze programma's verder in het NOVEX ontwikkelperspectief en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. De uitgangspunten en kaders die we hierin met elkaar afspreken, worden uiteindelijk vertaald naar en vastgesteld in ruimtelijke plannen van Rijk, provincie en gemeenten. De omgevingsvisies (van de verschillende overheden) zijn hier een cruciaal instrument in.

54

6. De regio in 2030 met doorkijk naar 2050 en verder In hoofdstuk 4 en 5 hebben we onze ambities voor onze regio verwoord en ook wat er nodig is om deze te realiseren. We werken met verschillende tijdvakken: • 2030 (concreet uitvoering), • Van 2030 tot 2050(richting bepalen richting uitvoering) • en doorkijk na 2050 (inzicht in bepalende keuzes voor toekomst) Deze drie tijdvakken grijpen op elkaar in. Keuzes op de korte termijn beïnvloeden de situatie in 2050. En doelstellingen en opgaven op de langere termijn beïnvloeden onze mogelijkheden nu. 6.1 Regionaal perspectief Van nu tot 2030 Veel plannen en maatregelen zijn in belangrijke mate al bekend. Veel nieuwe woon- en werklocaties zijn al gepland, net als de grote aanpassingen aan de energienetwerken. De focus ligt op het realiseren van deze plannen door randvoorwaarden in te vullen, knelpunten weg te nemen en de definitieve inrichting conform onze principes (zoals water en bodem sturend) te ontwerpen. Van 2030 tot 2050 Voor deze periode kunnen nog strategische keuzes gemaakt worden. We hebben inzichtelijk gemaakt in onder andere Groene Metropool 2120 wat verdergaande verdroging door klimaatverandering, mede in combinatie met de drainerende werking van de uitgesleten grote rivieren, voor het landgebruik betekent.

Deze inzichten willen we toepassen op onze potentiële verstedelijkingslocaties en samen met de netwerkbedrijven onderzoeken we de energie-oplossing van die verschillende locaties. Ook duiden we bij de verdere uitwerking van het Groen-blauwe raamwerk op welke locaties we ons groenblauw raamwerk/recreatieve uitloopgebieden ontwikkelen in combinatie met waterbergingslocaties. Daarbij nemen we mee hoe de economie van het landelijk gebied zich ontwikkelt. Onze Regio na 2050 Het klimaat verandert. Dit alles vraagt om flinke aanpassingen waarbij het niet alleen gaat over klimaatverandering. In de Groene Metropoolregio van de toekomst spelen allerlei ruimtelijke vraagstukken tegelijkertijd. Hoe zorgen we voor voldoende groen in stedelijke gebieden, zodat het aantrekkelijk wonen is? Op welke manier geven we ruimte aan de rivier? Hoe zorgen we dat er genoeg werkgelegenheid is? En hoeveel ruimte krijgt de landbouw – en in welke vorm? De oplossingen op al deze thematische vraagstukken nemen ruimte in. En de ruimte in de regio Arnhem-Nijmegen is beperkt. Dat betekent dat we slimme oplossingen moeten bedenken, zodat meerdere vraagstukken op elkaar ingrijpen. Een toekomstvisie als een stip op de horizon helpt om vandaag betere plannen te maken. Om deze reden is er met de WUR gewerkt aan een toekomstverkenning GMR 2120. Daarin doet de WUR een aantal aanbevelingen aan de regio.

55

Afbeelding 10: Toekomstvisie 2120 voor Groene Metropoolregio

56

6.2 Onze regio in Gelderland Het Rijk heeft aan provincies gevraagd te komen tot een gebiedsgerichte uitwerking voor de grote opgaven voor ons land. In dit Gelders Ruimtelijk Voorstel maakt de provincie een vertaling van de nationale, provinciale en regionale opgaven. Hiervoor baseert de provincie zich op de 7 Regioarrangementen, de bovenregionale opgave zoals beschreven in het startpakket van het Rijk en de provinciale agenda. De provinciale agenda is een bundeling van de beleidsdoelen en -kaders van Provincie Gelderland. Het is dus geen nieuw beleidskader. In het Ruimtelijk Voorstel worden dilemma’s, kansen en knelpunten uitgelicht die vanuit een integrale blik naar voren komen. En wat is er nodig om deze te verzilveren of op te lossen? Welke ontwikkelingen zien we voor ons waar we richting moeten bepalen? Daarbij is het de vraag of de opgave bijsturing vraagt of bijvoorbeeld prioritering. Maar ook de vraag of we alles in beeld hebben of dat nader onderzoek nodig is. Het Ruimtelijk Voorstel is agenderend voor eventueel nieuw beleid. Het Ruimtelijk Voorstel kent een groeimodel in 3 stappen: • 2030 (concreet uitvoering), • 2030+ (richting bepalen richting uitvoering) • en doorkijk 2050 (inzicht in bepalende keuzes voor toekomst) Op basis van het Ruimtelijk Voorstel maakt de provincie afspraken met het rijk.

Het NOVEX ontwikkelperspectief, waaraan Regio provincie(s), Waterschappen en Rijk samen werken, wordt hierin verwerkt.

57

7. Hoe worden we deze regio? 7.1 Hoe bereiken we onze doelen? In hoofdstuk vier zijn in de groene kaders onze inspanningen samengevat per verhaallijn. Voor alle verhaallijnen is invulling van de randvoorwaarden (bouwstenen) essentieel. In bovenstaande hoofdstukken hebben we voor de bouwstenen mobiliteit en wonen al concreet aangegeven welke maatregelen en bedragen daarvoor nodig zijn. Voor de andere opgaven worden we daarin ook steeds concreter. In hoofdstuk 5 hebben we benoemd welke kansen en schuurpunten we daar nu bij zien. In de gebieden werken we dit verder uit. Uiteindelijk moet dit alles zijn plek krijgen in het omgevingsbeleid, als ook in de investeringen van de verschillende overheidslagen. 7.2 Mijlpalen en planning De planning voor deze versie van het Regioarrangement is dat het voor de zomer van 2023 naar provincie, waterschappen en gemeenten wordt gestuurd voor consultatie en/of besluitvorming in de tweede helft van 2023. Daarna zal het Regioarrangement een vervolg krijgen en cyclisch worden bijgesteld. Hoe we dit doen, of we dit blijven doen in een Regioarrangement of dat we daar de andere lopende trajecten (Verstedelijkingsstrategie, NOVEX-ontwikkelperspectief met uitvoeringsagenda etcetera) voor gebruiken, hang af van de ontwikkeling binnen deze trajecten en andere ontwikkelingen binnen Rijk, provincie en waterschappen.

We nemen daarom in deze paragraaf bewust geen gedetailleerde planning op. Zo kunnen we flexibel blijven inspelen op wat zich voordoet en dubbel werk zoveel mogelijk voorkomen. 7.3 Inzet van instrumenten Er zijn verschillende instrumenten die we inzetten om onze doelen te halen. Bijvoorbeeld het NOVEX-ontwikkelperspectief met het bijbehorende (Novex) programma, de gebiedsprogramma’s en de Verstedelijkingsafspraken. Daarnaast gaan we in 2023 een Regio Deal sluiten met het Rijk. Hieronder lichten we dit toe. 7.3.1 Regio Deal Regio Deals zijn er om regio’s te versterken door het Rijk samen te laten werken met regionale, publieke en private partijen. Het Rijk heeft in februari 2023 bekend gemaakt 15 miljoen euro beschikbaar te stellen voor een Regio Deal in deze regio. Rijk, regio, provincie en The Economic Board werken met het opstellen van deze Regio Deal samen aan het terugdringen van kwetsbaarheden en het vergroten van de veerkracht van mensen, bedrijven en omgeving. Het doel is Gezonde Groene Groei door gebruik van de uitgebreide kennis, innovatiekracht, het talent en de ecosystemen in de regio op het vlak van met name Health, Hightech, Energy, Circulariteit en Klimaatadaptie, en versterking van de uitvoeringskracht om opgaven sneller, integraler en grootschaliger aan te pakken.

Het voorstel bestaat uit vijf programmalijnen gericht op gezond leven, toekomstbestendig wonen, sterke bedrijvigheid, werkende arbeidsmarkt en grenzeloos samenwerken. De bedoeling is op enkele terreinen transities te stimuleren door vernieuwende oplossingen te ontwikkelen, de uitvoeringskracht te versterken en initiatieven te versnellen, verbinden en op te schalen. De regio wil – aanvullend op andere programma’s – met de Regio Deal versneld en meer samenhangend enkele grote en urgente opgaven aanpakken, zoals:

58

• •

• • •

59

het terugdringen van de grote sociaaleconomische verschillen met forse achterstanden in onder andere gezondheid, armoede, participatie en huisvesting in bepaalde wijken; het borgen van een goede balans tussen de geplande stedelijke groei om het omvangrijke woningtekort terug te dringen enerzijds en het behoud van de bijzonder aantrekkelijke natuurlijke omgeving van rivieren, stuwwallen en bossen anderzijds; het tegengaan van de achterblijvende groei in regionaal product en arbeidsproductiviteit en het toekomstbestendig maken van werklocaties (klimaatadaptief en energieneutraal); het verminderen van de grote kwantitatieve en kwalitatieve mismatches op de arbeidsmarkt; het beter benutten van de kansen die de ligging aan de grens met Duitsland biedt.

8. Hoe werken we samen? 8.1

Samen werken aan het Regioarrangement

We sluiten voor de samenwerking binnen dit Regioarrangement aan bij de al bestaande samenwerkingen in het gebied. Dit betreft de samenwerking op de opgaven binnen de Groene Metropoolregio en de Verstedelijkingsstrategie die wordt doorontwikkeld naar een NOVEXontwikkelperspectief. De Verstedelijkingsstrategie en het NOVEX ontwikkelperspectief worden uitgewerkt in een Verstedelijkings-/NOVEX-programma. Ook verbreden en verdiepen we de diverse gebiedsprogramma’s en vindt jaarlijks een actualisatie van de diverse programma’s plaats. Via BO MIRT en BO Leefomgeving wordt dit ook bestuurlijk besproken. Daarnaast is samenwerking tussen regio, provincie en The Economic Board in 2021 verstevigd via een Bestuursakkoord. Hierin hebben de partijen aangegeven dat zij een gezamenlijk belang zien om de Groene Metropoolregio te versterken en dat zij hun krachten willen bundelen om deze ambities invulling en uitvoering te geven. Dit heeft bijvoorbeeld in de Regio Deal een nadere uitwerking gekregen. Werken aan het Regioarrangement doen we langs de structuren en lijnen die we hebben opgebouwd voor de Verstedelijkingsafspraken, die worden doorontwikkeld naar een NOVEXontwikkelperspectief. We gebruiken dus de organisatie die we daarvoor hebben opgebouwd.

We zorgen dat in die organisatie de verdiepingen en uitbreidingen op het gebied van (circulaire) economie, RES, GEIS en landelijk gebied een goede plek krijgen. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor het betrekken van niet-overheidspartners, waaronder The Economic Board. 8.2 Samen werken met andere regio’s.

De Groene Metropoolregio werkt samen met andere regio’s. Om te beginnen met regio Foodvalley en de provincie Utrecht aan de Verstedelijkingsstrategie, die wordt doorontwikkeld richting een NOVEX-ontwikkelperspectief. Daarnaast grenst de regio aan de regio Rivierenland. Er wordt onder andere samengewerkt aan de Corridorontwikkeling langs de grote rivieren en de A15 via Logistic Valley, en uiteraard het gedeelde riviersysteem. De Gelderse Corridor ligt tussen de Rotterdamse haven en Noordrijn-Westfalen, aan de A15, de Betuweroute, de Waal en de Rijn. Dit biedt economische kansen. Logistics Valley verbindt ondernemers, overheid en kenniscentra voor een krachtig, duurzaam en innovatief logistiek Gelderland. Regio Rivierenland, regio Nijmegen en Regio Liemers Achterhoek vormen samen Logistics Valley en hebben hier per regio een samenwerking van ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen voor opgericht. Iedere regio heeft zijn eigen unieke kenmerken en dynamiek, maar er zijn vragen en thema’s die alle regio’s bezighouden, over de grenzen van onze regio’s heen, waarop ze samenwerken. Daarnaast is er een watertafel voor het Rivierengebied die tot doel heeft om met de fruitteelt- en laanboomsector te komen tot een robuust watersysteem in het Rivierengebied, waardoor deze sector ook de komende 50 tot 100 jaar een toekomst heeft.

Met de Achterhoek wordt al samengewerkt aan de aanpak Droogte Achterhoek/Liemers, maar ook verdere kansen worden verkend. Daarnaast maakt de noordkant van de groene Metropoolregio deel uit van de Veluwe en wordt met vele partners gewerkt aan het programma Veluwe op 1. Ook grenst de regio aan de provincie Limburg. De Limburgse gemeente Mook en Middelaar maakt zelfs onderdeel uit van de Groene Metropoolregio. Ook delen we de Duitse grens met Limburg. De grens met Duitsland is geen natuurlijke, belemmerende grens. Dit betekent dat we samen met onze Duitse buren de uitdagingen rond bodem, water en ondergrond, natuur en milieu, landbouw, industrie en 60

energie aan de grens met elkaar delen. Keuzes die wij over en weer aan de grens maken, beïnvloeden elkaars gebied. Een planmatige intensivering van onze directe relaties over de grens via de Euregio en de Regiodeal moet een stabiele basis gaan bieden om op deze terreinen ook tot gezamenlijke en elkaar versterkende grensoverschrijdende oplossingen te komen. 8.2 Hoe sturen we op de voortgang

Sturen op de voortgang doen we in de bestaande structuren van onder andere de Verstedelijkingsstrategie, het NOVEX-ontwikkelperspectief, de RES en het RPW. Het Regioarrangement krijgt daarin een plek in lijn met andere ruimtelijke trajecten. 8.3 Wat is daarvoor nodig?

Om te sturen op de voortgang binnen de bestaande structuren, is het van belang dat binnen die structuren monitoringsindicatoren en instrumenten worden ontwikkeld. Zo worden bijvoorbeeld binnen het Verstedelijkingsprogramma ontwerp-principes en maatregelen voorzien van meetbare doelstellingen zodat we de realisatie kunnen monitoren. We werken een systematiek uit om te rapporteren over de uitvoering en om de resultaten van de uitvoering te monitoren. Bij de monitoring maken we waar mogelijk gebruik van bestaande monitorinstrumenten. De monitor- en rapportagesystematiek sluit aan op de behoefte aan landelijke rapportage en monitoring van de verstedelijkingsafspraken en op de behoefte aan inzicht in voortgang van de uitvoering en resultaten daarvan in de regio. Op basis daarvan kunnen we continue bijsturen als dat nodig is. 8.4

Samenwerking en overleg met betrokkenen in gebied

Het Regioarrangement is een gezamenlijk product van regio, provincie en waterschappen. De wijze waarop over het Regioarrangement wordt gecommuniceerd richting achterban en andere stakeholders stemmen we gezamenlijk af. Het informeren van gemeenten over het Regioarrangement en hiermee samenhangende documenten wordt verzorgd door de Groene Metropoolregio. Dit doen we via de diverse communicatiekanalen die er met de gemeenten zijn, maar ook via bijeenkomsten waar wij de benodigde informatie presenteren. De participatie wordt vormgegeven door de overheden die voor dat gebied verantwoordelijk zijn. Daar waar er meerdere overheden betrokken zijn, zal de participatie in onderling overleg worden vormgegeven. Uiteindelijk landen alle producten in een gebiedsprogramma per regionaal deelgebied en in de afzonderlijke omgevingsvisies en omgevingsprogramma’s van de gemeenten of provincie. Op het niveau van gebiedsprocessen en -projecten zal het overgrote deel van de participatie plaatsvinden. Daar waar het gaat over opgaven in een specifiek gebied, zullen zorgvuldige gebiedsprocessen worden uitgevoerd met de betrokken partijen in het gebied. We zijn ons ervan bewust dat vanuit deze gebiedsprocessen resultaten kunnen komen die afwijken van de oorspronkelijke ambities. Deze afwijkingen zijn input voor de jaarlijkse afweging en actualisatie van de diverse programma’s.

61

Bijlagen Bijlage 1: Kaarten gebiedsuitwerkingen Bijlage 2: Link naar rapporten Bijlage 3: woningbouw en mobiliteitsmaatregelen

62

Bijlage 1

63

Kaarten gebiedsuitwerkingen

64

65

Bijlage 2

Link naar rapporten

Economie van de toekomst Economie van de toekomst - Groene Metropoolregio

Groen – blauw raamwerk / Vervlochten Regio Groen-Blauw Raamwerk (groenemetropoolregio.nl)

66

Bijlage 3

Woningbouw en bovenlokale mobiliteitsmaatregelen

Mobiliteitsnetwerk loopt vast door woningbouw, bovenlokale en regionale maatregelen nodig In de Verstedelijkingsregio Arnhem, Nijmegen, Foodvalley wordt een groot aantal woningen gebouwd tot 2030. Noodzakelijk want iedereen heeft een betaalbaar huis nodig! Behalve een huis moet iedereen ook kunnen reizen, naar werk, school, vrienden en recreatie. Dit komt in gevaar want voor mobiliteit komt een ernstig beeld naar voren. De extra woningen zorgen voor een zeer grote toename van verplaatsingen, waardoor de mobiliteitsnetwerken vastlopen. Dit blijkt uit de Integrale mobiliteitsanalyse en uit een Mobiliteitsanalyse en Stresstest Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley die in opdracht BZK, IenW, provincie Gelderland, regio en gemeenten zijn gemaakt. Er zijn flinke investeringen nodig om de bestaande en nieuwe woningen bereikbaar te maken per fiets, OV en auto. Daarbij gaat het zowel om maatregelen binnen de Grootschalige Woonlocaties (zie business cases) als om maatregelen ter ontsluiting van deze locaties en op de corridors. Omdat mensen niet binnen hun woongebied blijven, maar uiteraard ook daarbuiten reizen. Alle maatregelen zijn noodzakelijk voor de woningbouw in de verstedelijkingsstrategie als geheel.

Ook na 2030 wordt er nog volop doorgebouwd en al die mensen (nieuwe en huidige bewoners) moeten kunnen wonen, reizen en dus leven! In deze notitie treft u het volgende aan: 1. noodzakelijke bovenlokale en regionale mobiliteitsmaatregelen 2. onderbouwing bovenlokale en regionale mobiliteitsmaatregelen. 1. Noodzakelijke bovenlokale en regionale mobiliteitsmaatregelen Uit de Integrale mobiliteitsanalyse, de Mobiliteitsanalyses en stresstest Verstedelijkingsstrategie (zie onderstaande toelichting bij punt 2) komt naar voren dat de mobiliteitsmaatregelen in tabel 1 nodig zijn om Grootschalige woonlocaties te ontsluiten. Aansluitend op Ring 1 maatregelen uit business cases. Versterkend en nodig voor regionale afwikkeling mobiliteitsvraag. Deze maatregelen dragen ook bij aan het bereikbaar maken van woonlocaties in de omgeving van de Grootschalige woonlocaties. Hieronder treft u de verdeling van de woningbouwopgave aan. Indien gewenst kunnen we per maatregel aangeven hoeveel woningen mogelijk worden gemaakt door de betreffende maatregel. De verdeling van de woningbouwopgave

67

2020-2030

Foodvalley Zuid Foodvalley Noord Totaal Foodvalley

18.500 6.500 25.000

Arnhem Nijmegen Veluwe De Liemers Middengebied Rijk van Nijmegen Totaal Groene Metropoolregio

9.000 11.100 900 4.600 3.600 5.800 35.000

Totaal Arnhem, Nijmegen, Foodvalley

60.000

Tabel 1. Noodzakelijke bovenlokale/regionale maatregelen (dus exclusief business case maatregelen!) Grootschalige woonlocatie

Maatregel

Noodzaak

Investering Mln. euro Prijspeil 2022, excl. BTW

Arnhem

Spoorknoop Oost/vrije kruising en station Presikhaaf

Vrije kruising maakt capaciteitsuitbreiding op het spoor

160

(regionaal, nationaal en internationaal) mogelijk. 2x per uur een RegioExpres en (mogelijk) een verhoging van de frequentie naar station Arnhem Presikhaaf naar 4x per uur. Duidelijkheid over het (toekomstige) ruimtebeslag van het spoor en de vrije kruising.

Arnhem

Regioexpres

De Regioexpres maakt woningbouwlocaties ten oosten van

150

Arnhem tot in de Achterhoek duurzaam bereikbaar per spoor. De RegioExpres is een extra sneltrein tussen Arnhem en Doetinchem en gaat vervolgens verder als stoptrein tussen Doetinchem en Winterswijk. Hiermee kunnen alle extra reizigers als gevolg van de verstedelijkingsopgave ook in de toekomst mee met de trein. Spoorverdubbeling nodig tussen Didam en Doetinchem De Huet. Arnhem

Stadsrandhub Arnhem-Noord en hub

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

20

Arnhem-zuid (station) Arnhem

HOV maatregelen Arnhem-buiten buca

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

5

Arnhem

Stedelijke maatregelen Fiets - buiten buca

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets stimuleren

5

Arnhem

HOV maatregelen Arnhem-

Doorstroming HOV tov autoverkeer

10

Wageningen Arnhem

Verbinding Zevenaar-A12 Witte Kruis

Ontlasten woonkernen en A12

17

Nijmegen

Doorfietsroutes (o.a. Oostkanaaldijk,

voorkomen dat stedelijk wegennet wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

10

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

10

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

5

Ubbergseweg) Nijmegen

HOV-maatregelen (lijnen tussen Nijmegen en omliggende kernen)

Nijmegen

Hubs/transferia (net buiten Nijmegen: o.a. Nijmegen-noord, Beuningen, Malden

Nijmegen

Stedelijke maatregelen Fiets - buiten buca

voorkomen dat stedelijke wegennet wordt overbelast, fiets stimuleren

10

Nijmegen

N322 verbreden tbv HOV icm hub

doorstroming HOV, stimuleren HOV gebruik tbv west Nijmegen

15

Druten

68

Nijmegen

S100 doorstromingsmaatregelen en DRIP's

opvangen en doseren autoverkeer van/naar nieuwe woningen

3

Nijmegen

Invalswegen: doseerpunten, busbanen

opvangen en doseren autoverkeer van/naar nieuwe woningen

3

Nijmegen

Optimaliseren kruispunten/VRI's

opvangen veranderde verkeersstromen van/naar nieuwe woningen

2

Nijmegen

HOV schaalsprong lijn 10 (onderzoek)

onderzoek nut/noodzaak schaalsprong HOV naar BRTsysteem

0,2

Arnhem Nijmegen

Hoogwaardig Openbaar Vervoer A325

voorkomen dat stedelijke wegennet en A325/Pleijroute wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

4

Arnhem Nijmegen

Hoogwaardige fietsroute en brug

voorkomen dat stedelijke wegennet en A325/Pleijroute wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

35

Arnhem Nijmegen

Doorstroming OV en auto Bemmel-

Ivm bereikbaarheid NEXTgarden

6

Arnhem Nijmegen

Hoogwaardige fietsroute

voorkomen dat stedelijke wegennet en A325/Pleijroute wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

44

Arnhem Nijmegen

Lingekruising/A325, Lingekruising

voorkomen dat stedelijke wegennet en A325/Pleijroute wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

15

voorkomen dat stedelijke wegennet en A325/Pleijroute wordt overbelast, fiets en OV stimuleren

50

Arnhem-Huissen

Huissen-Arnhem

Veluwewaalpad

op poten voor hoogwater en oostwestverbindingen voor fiets in Middengebied

Arnhem Nijmegen

Mogelijkheden voor doelgroepstrook langs A325 voor openbaar vervoer

Totaal A-N

Foodvalley

579,2

Verbreding Rijnbrug

Voorkomen dat filevorming op Rijnbrug zodanig lang wordt dat file terugslaat op A15 in zowel de ochtend als avondspits en garanderen bereikbaarheid Foodvalley Zuid en Rivierenland

150

Foodvalley samenvattend overzicht voorstel GWG en totaal Foodvalley

Het OV-pakket zoals opgenomen in

Faciliteren mobiliteitstransitie om de groei van knelpunten

de factsheet bevatten de minimale

op regionale en nationale infra (A1, A30, A12) af te remmen

maatregelen voor de

-

GWGdeelgebieden. Hierbij zijn

verstedelijkingsstrategie is breder. Enkele belangrijke

keuzes gemaakt gericht op het

pijlers en denkrichtingen voor nader te bepalen

realiseren van de belangrijkste

maatregelen zijn (mede afhankelijk van de onderzoeken

verbindingen:

zoals hieronder benoemd): bediening IC stations Ede-

•

HOV lijn Ede - Veenendaal

Wageningen (investeringen nodig) en Veenendaal De

•

HOV lijn Ede – Wageningen

Klomp, Verhogen frequentie Veenendaal-lijn met nieuw

•

Aanpak kwaliteit station de Klomp

•

Bereikbaarheid IC station De Klomp

69

Het totale benodigde OV-pakket voor de

station ten zuiden van Veenendaal, HOV Foodvalley Zuid (Rondje WERV), -

Kwartiersdienst Valleilijn (nu opgenomen voor na 2030, maatregel is eventueel wel voor 2030 te realiseren, Realiseren bediening station Barneveld Noord

48,8 + PM

Foodvalley

Het fietspakket en hubs

Faciliteren mobiliteitstransitie om de groei van knelpunten

opgenomen in de factsheet bevatten

op regionale en nationale infra (A1, A30, A12) af te remmen.

de minimale verbindingen nodig

Aanvullend hierop zijn diverse bovenregionale verbindingen nodig zoals het snelfietspad Arnhem-Wageningen en de verbinding Veenendaal-USP/Utrecht.

voor de GWG-deelgebieden en ontsluiten direct ook enkele andere

42 + PM

woningbouwlocaties: •

Fietsverbinding Ede Barneveld

•

Fietsroute Kernhem KennisAs (Wageningen)

•

Fietspad de Klomp Veenendaal Centrum

•

Foodvalley

Fietspad de Klomp – KennisAs (Wageningen)

In het Autopakket is één maatregel

In het totale noodzakelijke pakket voor de

opgenomen noodzakelijk om de

woningbouwopgave in Foodvalley zijn meer maatregelen en

structuur rondom de A12 in Ede

meer kennis noodzakelijk. Hieronder wordt daartoe het

structureel te optimaliseren:

integrale onderzoek benoemd voor bereikbaarheid van de

•

Auto ontvlechten + HUB

gehele verstedelijkingsregio.

Gelders vallei ziekenhuis

Duidelijk is al dat aanpak in Hoevelaken en Nijkerk noodzakelijk is

12 + PM

(deels in combinatie met A1/A30/A28). Ook de lokale hoofdontsluitingswegen / provinciale wegen vragen op diverse plekken in regio Foodvalley om nader te bepalen maatregelen. Totaal Foodvalley

102,8 + PM

Totaal

832

70

Overige maatregelen: •

MIRT onderzoek spoor Utrecht-Arnhem, voor meerdere Grootschalige woonlocaties noodzakelijk om spoor te verbeteren (OAO notitie UAD), investering: PM

•

MIRT Onderzoek bereikbaarheid 2030-2040 Arnhem, Nijmegen, Foodvalley

•

Bewonersaanpak, Stimuleren duurzaam vervoer bij verhuizing en nieuwvestiging, investering: 1 mln.

•

Onderzoek A73 knp. Neerbosch, capaciteit verhogen, doorstroming hoofdwegennet, voorkomen terugslag op regionale net, investering: PM

•

Onderzoek spoorverbinding Nijmegen-Eindhoven verbeteren, te beperkte capaciteit op deze verbinding, investering: PM

•

Station Nijmegen Centrumzijde, Realisatie upgrade station Centrumzijde, Ivm indexatie en kostprijsstijgingen meerkosten 40 mln. • Mobiliteitsmanagement multimodaal assen Foodvalley Zuid: PM

2. Onderbouwing bovenlokale en regionale mobiliteitsmaatregelen

Conclusies IMA en mobiliteitsanalyse verstedelijkingstrategie Uit de IMA blijkt: •

In toenemende mate doen zich in WLO-Hoog potentiële capaciteitsknelpunten voor op de oostwestverbindingen langs de A1 en A12. Ontwikkelingen voor weg en spoor stapelen en komen samen op deze oost-westverbindingen.

•

In WLO-Hoog heeft de congestie op een deel van het wegennet een negatieve impact op de ontwikkeling van de bereikbaarheid in delen van Overijssel en Gelderland. Deze zijn onder andere te vinden op de A12 (Arnhem-Utrecht), A1 (Apeldoorn-Amersfoort), A30, de A28 en A50.

•

In het hoge scenario is ook sprake van een capaciteitsopgave in de trein. Dit geldt voor spoor Achterhoek-Arnhem en Foodvalley-Utrecht.

Uit de mobiliteitsanalyse en mobiliteitsscan verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley blijkt:

71

•

We moeten uitgaan van een hogere groei van mobiliteit dan in landelijke modellen is opgenomen. De mobiliteit neemt toe met 17% tot 21%, terwijl in landelijke modellen wordt uitgegaan van 18%. Dat de groei door de verstedelijkingsstrategie boven de hoge grens van de bandbreedte uitkomt betekent dat investeren in multimodale bereikbaarheid randvoorwaardelijk is voor het realiseren van de verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley (waarbij 100.000 extra woningen worden geprogrammeerd).

•

De druk op het mobiliteitsnetwerk in Arnhem, Nijmegen, Foodvalley is vergelijkbaar met de Randstad. De wegen lopen vast tussen stedelijke netwerken en binnen stedelijke netwerken. Dit is hier zichtbaar (paars staat vast):

•

•

72

In onderstaande plaatjes, het effect Intensiteit/capaciteit snelwegen (prognose 2040 en inclusief verstedelijking). Alles ROOD is reeds kritiek, PAARS past feitelijk niet. Met de ontwikkelingen erbij wordt de maximale capaciteit bereikt op een groot aantal snelwegen (>100%): A50, A73, A12, A1 en A30

Stresstest voor Arnhem-Oost, in de nabijheid veel potentiële knelpunten op onderliggend wegennet:

•

•

•

•

73

Stresstest voor Nijmegen Winkelsteeg en Kanaalzone, Zeer veel ritten, relatief hoge ritgeneratie en er ontstaan relatief veel nieuwe knelpunten in nabijheid wegennet:

Om de groei van het aantal verplaatsingen aan te kunnen is op vele fronten een schaalsprong nodig voor OV, fiets (en in sommige gevallen voor weg). Hierbij gaat het om verbindingen tussen stedelijke netwerken en om ontsluiting van deze stedelijke netwerken op regionale schaal. Uit de analyses blijkt dat het stedelijke wegennet vastloopt door woningbouw. Om dit te voorkomen, zijn investeringen nodig in met name openbaar vervoer, fiets en hubs. Hiermee worden nieuwe woningen bereikbaar gemaakt. Belangrijk punt is dat openbaar vervoer, fiets en hubs ook moet worden versterkt, in termen van capaciteit en kwaliteit. Door de grote woonopgave lopen deze vervoerswijzen ook tegen de grenzen aan. Niet alleen is een forse investering in de infrastructuur voor het openbaar vervoer nodig. Er kan slechts van hoogwaardig openbaar vervoer – gericht op ontsluiting van bestaande en nieuwe woongebieden - sprake zijn als ook de frequentie van het OV op stedelijke corridors wordt versterkt. In deze tijd van extra hoge kosten voor het OV (personeelskosten, brandstofkosten) is dat zonder hulp van het Rijk moeilijk te realiseren. Dit zet extra druk op onze doelen om de groei van mobiliteit op een duurzame manier te laten plaatsvinden.

Vanuit deze conclusies komen uit de Mobiliteitsanalyse Verstedelijkingsstrategie de volgende no regret mobiliteitsmaatregelen naar voren: o Multimodale corridor A12: verstedelijkingsopgave vergroot knelpunt voor auto en/of OV. Oplossingsrichtingen uit OAO notitie spoor Utrecht-Arnhem-Duitse grens: ▪ Regioexpres, vrije kruising Arnhem-oost en station Presikhaaf ▪ Spoor Utrecht-Arnhem Hoofdwegennet westkant Nijmegen: verstedelijkingsopgave vergroot knelpunten voor de auto in alle gevallen vanwege grote concentratie van de opgave in deze omgeving in alle scenario’s. Oplossingsrichtingen die onderzocht moeten worden zijn autoverkeer uit Rijk van Nijmegen en Rivierenland opvangen met P&R en treinhubs en verbeteren fietsverbindingen. • Stedelijke infrastructuur Arnhem en Nijmegen: deze steden lopen tegen hun grenzen aan als middelgrote/grote stad. Voor verdere groei is in alle scenario’s een systeemsprong nodig. De ruimte is beperkt in de stad. Ook voor slimme en schone mobiliteit, bijvoorbeeld uitbreiding van

•

74

het fietsnetwerk. Om de nieuwe woningen bereikbaar te maken, zal onderzocht moeten worden wat de effecten zijn van autoluw beleid, mobiliteitsmanagement om autogebruik te reduceren en mijden en spreiden te stimuleren en uitbreiden aanbod P&R en transferia. En welke capaciteitsuitbreiding nodig en mogelijk is. Intraregionale ontsluiting Foodvalley Zuid: dit stedelijke gebied loopt tegen haar grenzen aan. Anders dan de middelgrote/grote steden Arnhem en Nijmegen is Foodvalley Zuid een stedelijk weefsel van kleine en middelgrote kernen. De steden in deze regio hebben zeer veel onderlinge samenhang die in alle scenario’s sterk toeneemt. De vierkant die Veenendaal, Ede, Wageningen en Rhenen verbindt is als het ware een ringweg van de stedelijke regio. De steden hebben een sterke regionale functie voor Foodvalley Noord, wat vanwege het landelijke karakter grotendeels is aangewezen op de auto. De ontsluiting richting het zuiden (Rivierenland, Nijmegen, Brabant) is zeer beperkt. Oplossingsrichtingen die onderzocht moeten worden zijn verdere intensivering autoluw beleid, mobiliteitsmanagement, meer vrij OV aanbod langs de assen van de vierkant (HOV Foodvalley Zuid/WERV) en meer vrij fietsaanbod, met nieuwe routes door het Binnenveld, vrije fietsinfra langs de assen van de vierkant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13133279/1