CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Overzicht van wijzigingen (was-wordt-lijst) RvO 2023-2026

Raad 23 april 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen Reglement van Orde 2026 en verordening op de raadscommissies 202611.334 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

11 alinea's met “benoeming”: 25 26 29 31 38 40 57 59 79 82 83

Overzicht van wijzigingen (was-wordt-lijst) De artikelen met ‘Nieuwe tekst’ in groen zijn alleen tekstueel aangepast of geactualiseerd. Inhoudelijk wordt er met deze artikelen in principe niets anders geregeld dan nu het geval is. Artikelen met minimale aanpassingen (punten, komma’s) worden daarbij buiten beschouwing gelaten. De artikelen met ‘Nieuwe tekst’ in rood zijn inhoudelijk aangepast. De aanpassingen worden onder het artikel nader toegelicht. Titel wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Heumen 2023

Nieuwe tekst Reglement van Orde gemeenteraad Heumen 2026

Aanhef wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen op 8 juni 2023; gelezen het voorstel van het Presidium van 6 juni 2023;

Nieuwe tekst De raad van de gemeente Heumen; gelezen het voorstel van het presidium van 7 april 2026;

gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

gelet op de artikelen 16, 147a, 147b en 155 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen:

besluit vast te stellen het:

Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Heumen 2023

Reglement van Orde gemeenteraad Heumen 2026

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; b. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; c. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel; d. interpellatie: vragen om inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de raadsagenda, teneinde hier vervolgens een

Nieuwe tekst Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing; b. burgerinitiatiefvoorstel: voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de raadsvergadering; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen; d. gemeentesecretaris: secretaris als bedoeld in artikel 102 van de wet; e. griffier: griffier als bedoeld in artikel 107 van

debat over te kunnen voeren; e. interruptie: een korte verduidelijkende vraag of korte inhoudelijke reactie; f. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; g. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; h. voorzitter: de voorzitter van de gemeenteraad of diens vervanger; i. wet: Gemeentewet.

de wet of diens vervanger als bedoeld in artikel 107d van de wet; f. initiatiefgerechtigden: degenen die: 1. kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad, of 2. ingezetenen zijn van de gemeente vanaf zestien jaar die, met uitzondering van hun leeftijd, voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de raad; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad; h. interpellatie: vragen om inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, teneinde hier een debat over te kunnen voeren; i. interruptie: een korte verduidelijkende vraag of korte inhoudelijke reactie; j. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; k. raad: gemeenteraad van Heumen; l. raadscommissie: commissie als bedoeld in artikel 82 van de wet; m. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; n. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens waarnemer als bedoeld in artikel 77, eerste lid van de wet; o. wet: Gemeentewet.

Toelichting: Ter verduidelijking zijn een aantal begrippen toegevoegd dan wel bestaande begrippen aangepast. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Elk lid heeft één stem, bij staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het

Nieuwe tekst Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Elk lid heeft één stem, bij staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het

functioneren van de raad en de raadscommissies. 5. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Raadsleden zijn welkom als toehoorder.

functioneren van de raad en de raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de wet. 5. De vergaderingen van het presidium zijn besloten. Raadsleden zijn welkom als toehoorder.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Het presidium fungeert als agendacommissie. 2. Het heeft als zodanig in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s van raadsavonden, raadscommissie en raadsvergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies; c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet, 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.

Nieuwe tekst De agendacommissie 1. Het presidium fungeert als de agendacommissie. 2. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s van raadsavonden, raadscommissievergaderingen en raadsvergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies; c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, zoals bedoeld in het tweede lid onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.

Artikel 4 (was artikel 12) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst de voorzitter 1. De raadsvoorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde in de vergadering; c. het doen naleven van het reglement van orde van de gemeenteraad; d. hetgeen de Gemeentewet hem verder opdraagt. 2. De raad wijst uit zijn midden een waarnemend voorzitter en een tweede waarnemend voorzitter aan. 3. Als de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de

Nieuwe tekst De voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de raadsvergadering; b. het handhaven van de orde in de raadsvergadering; c. het doen naleven van dit reglement; d. hetgeen de wet hem verder opdraagt. 2. De raad wijst uit zijn midden een eerste en tweede waarnemend voorzitter aan. 3. Als de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan de raadsvergadering, wordt het voorzitterschap vervuld door de waarnemend voorzitter, tenzij de raad anders beslist.

waarnemend raadsvoorzitter, tenzij de raad anders beslist. Artikel 5 (was artikel 13) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst de griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in raadscommissievergaderingen. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 2. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Nieuwe tekst De griffier 1. De griffier is behalve aanwezig in raadsvergaderingen, ook aanwezig in vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in raadscommissievergaderingen. 2. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Toelichting: Bepaling over de vervanging is verwijderd. Dit wordt al geregeld in artikel 1, onder e, (begripsomschrijving griffier). Artikel 6 (was artikel 4) wordt volgt gewijzigd: Bestaande tekst Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie wordt bijgestaan door de griffier. Bij tussentijdse benoeming wordt voor deze commissie geen lid aangewezen die tot de fractie van het nieuw benoemde lid hoort. 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 3. Een uit het midden aangewezen lid brengt vervolgens verslag van haar bevindingen uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit verslag. 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de

Nieuwe tekst Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie wordt bijgestaan door de griffier. Bij tussentijdse benoeming wordt voor deze commissie geen lid aangewezen die tot de fractie van het nieuw benoemde raadslid hoort. 2. De commissie als bedoeld in het eerste lid onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 3. Een uit het midden van de commissie aangewezen lid brengt het advies van de commissie uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies. 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe

Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

samenstelling, zoals bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Toelichting: In lid 3 wordt thans over ‘advies’ gesproken i.p.v. verslag. Artikel 7 (was artikel 5) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Benoeming (kandidaat) wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter een commissie in overeenkomstig artikel 4, lid 1. 2. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. Met het oog op een goede vervulling van de taak van de commissie zoals opgenomen in het derde lid overlegt de (kandidaat) wethouder aan de raad; a. Een ondertekende verklaring omtrent alle (neven)functies die hij bekleedt; b. Een ondertekende verklaring omtrent financiële belangen; c. Een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens omtrent woonplaats, geboorteplaats en geboortedatum; d. Indien de benoemde geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie is, gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 36a juncto artikel 10 Gemeentewet. 3. De commissie doet verslag van haar bevindingen aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het verslag. 4.

De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de

Nieuwe tekst Benoeming (kandidaat-)wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter een commissie in overeenkomstig artikel 6, eerste lid. 2. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. Met het oog op een goede vervulling van de taak van de commissie overlegt de kandidaat-wethouder aan de raad: a. Een ondertekende verklaring omtrent alle (neven)functies die hij bekleedt; b. Een ondertekende verklaring omtrent financiële belangen; c. Een uittreksel uit de Basisregistratie Personen omtrent woonplaats, geboorteplaats en -datum; d. Indien hij geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie is, gegevens uit de Basisregistratie Personen, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten, zoals opgenomen in artikel 36a juncto artikel 10 van de wet. 3. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies. 4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat

kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusies zijn niet openbaar. 5. Het vereiste van ingezetenschap van de (kandidaat) wethouder is vastgelegd in artikel 36a, eerste lid, van de Gemeentewet. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen, telkens met een periode van ten hoogste een jaar (tweede lid). De raad bepaalt of er sprake is van een bijzonder geval dat de afwijking rechtvaardigt van de wettelijke norm van het vereiste van ingezetenschap.

daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en het eindresultaat zijn niet openbaar.

Toelichting: In lid 3 wordt thans over ‘advies’ gesproken i.p.v. verslag. Lid 5 kan komen te vervallen. Dit wordt al in de Gemeentewet geregeld. Lokaal is dat niet nodig. Artikel 8 (was artikel 6) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Raadsfracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als: a. Een fractie op een andere manier aangeduid wil worden; b. Eén of meer leden van een fractie zich afsplitsen en als zelfstandige fractie gaan optreden; c. Eén of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; d. Twee of meer fracties als één fractie gaan optreden, wordt hiervan zo spoedig mogelijk

Nieuwe tekst Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. In het geval dat: a. Eén of meer leden van een fractie zich afsplitsen en als zelfstandige fractie gaan optreden; b. Twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. Een fractie op een andere manier aangeduid wil worden, of d. Eén of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk

schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter en het presidium. 5. De in lid 4 bedoelde fractienaam bestaat in het geval van : a. Een afsplitsing, uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter b. Een samenvoeging van twee of meer fracties, uit de aanduiding die boven de kandidatenlijst van één van de samenvoegende fracties was geplaatst of uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter c. Een fractie die op een andere manier aangeduid wil worden, uit een verkorte versie of afkorting van de aanduiding die boven de kandidatenlijst stond of uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter. Het presidium kan besluiten de in lid 4 bedoelde naam te weigeren indien sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel G3, vierde lid Kieswet. 6. Met de in lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na mededeling van de naamswijziging.

schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter en het presidium. 5. De in het vierde lid onder a tot en met c bedoelde fractienaam bestaat in het geval van : a. Een afsplitsing, uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter; b. Een samenvoeging van twee of meer fracties, uit de aanduiding die boven de kandidatenlijst van één van de samenvoegende fracties was geplaatst of uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter; c. Een fractie die op een andere manier aangeduid wil worden, uit een verkorte versie of afkorting van de aanduiding die boven de kandidatenlijst stond, een nieuwe (landelijke) aanduiding of uit de aanduiding “Groep” gevolgd door de achternaam van de fractievoorzitter, waarbij het presidium kan besluiten een aanduiding te weigeren, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. 6. Met de in het vierde lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na mededeling daarvan.

Toelichting: In verband met de recente gebeurtenissen is aan lid 5 onder c ook de mogelijkheid toegevoegd om met een nieuwe aanduiding te komen. Hiermee kan o.a. geanticipeerd worden op (landelijke) gebeurtenissen die buiten de macht van een fractie liggen. Artikel 7 (oud) komt te vervallen (opgenomen in artikel 4 van de Verordening raadscommissie gemeente Heumen 2026): Bestaande tekst Commissieleden 1. Fracties kunnen maximaal 6 personen van buiten de raad voordragen als commissielid. 2. Commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Zij moeten voldoen aan de eisen die de artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 89 van de Gemeentewet en artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht aan de raadsleden stelt. 3. Overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet legt een commissielid na benoeming door de raad in de

Nieuwe tekst -

raadsvergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af. 4. Wijzigingen in de door een commissielid beklede betrekkingen en nevenfuncties, die na de benoeming optreden, deelt het desbetreffende commissielid terstond schriftelijk mee aan de griffier. 5. Het commissielidmaatschap eindigt: a. Bij schriftelijke opzegging door het commissielid; b. Bij schriftelijke opzegging door de voorzitter van de fractie die het commissielid heeft voorgedragen; c. Bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na verkiezingen; d. Indien een fractie niet langer is vertegenwoordigd in de raad; e. Bij het niet meer voldoen aan de eisen zoals bedoeld in lid 2. Toelichting: Artikel kan komen te vervallen. Inhoud daarvan is opgenomen in artikel 4 van de Verordening raadscommissie gemeente Heumen 2026. Inhoud sluit beter aan bij de verordening. In het reglement komt het begrip ‘commissielid’ verder ook niet voor. Artikel 9 (was artikel 8) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Tijd en plaats van vergaderen 1. De vergaderingen vinden plaats in de regel op donderdag, beginnen om 20.00 uur en worden gehouden in de raadszaal van het gemeentehuis. In overleg met het presidium kan de raadsvoorzitter een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of andere vergaderplaats aanwijzen. 2.

Als de raadsvergadering niet vóór 23.00 uur kan worden afgerond, bepaalt de voorzitter in overleg met de raad dag, aanvangsuur en plaats van de vergadering waarop de resterende agendapunten worden behandeld. Aangewezen uitloopdag is maandag. Ook kan de raad beslissen om de resterende agendapunten aan te houden en te agenderen voor de eerstvolgende reguliere vergadering.

Nieuwe tekst Tijd en plaats van vergaderen 1. De raadsvergaderingen vinden plaats in de regel op donderdag, beginnen om 20.00 uur en worden gehouden in de Raadzaal van het gemeentehuis. In overleg met het presidium kan de voorzitter een andere dag of aanvangstijdstip bepalen dan wel een andere vergaderplaats aanwijzen. 2. Als de raadsvergadering niet vóór 23.00 uur kan worden gesloten, bepaalt de voorzitter in overleg met de raad dag, aanvangstijdstip en plaats van de vergadering waarop de resterende agendapunten worden behandeld. Aangewezen uitloopdag is de eerstvolgende maandag. De raad kan ook beslissen om de resterende agendapunten aan te houden en te agenderen voor de eerstvolgende reguliere raadsvergadering.

Artikel 10 (was artikel 9) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen

Nieuwe tekst Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen

vóór een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende agenda opstellen na voorlegging aan het Presidium. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, tweede lid, van toepassing.

vóór een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen na voorlegging aan het presidium. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de raadsleden gezonden. 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 4. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, tweede lid, van toepassing.

Toelichting: Lid 3 is nieuw toegevoegd. Inhoud stond in artikel 12 over openbare kennisgeving. Artikel sluit hiermee aan bij de huidige werkwijze. Artikel 11 (was artikel 10) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting dienen van de onderwerpen of voorstellen op een openbare voorlopige agenda worden digitaal beschikbaar gesteld en op de website van de gemeente geplaatst. 2. Informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

Nieuwe tekst Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting dienen van de onderwerpen of voorstellen op een openbare voorlopige agenda worden elektronisch beschikbaar gesteld, waaronder op de website van de gemeente. 2. Informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. De griffier verleent raadsleden op verzoek inzage.

Artikel 12 (was artikel 11) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden door aankondiging digitaal op de website van de gemeente en in het gemeentelijke informatieblad openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering net als de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17. 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden op de website

Nieuwe tekst Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door elektronische aankondiging op de website van de gemeente en in het gemeentelijke informatieblad. 2. De openbare kennisgeving vermeldt de datum, aanvangstijd en plaats van de raadsvergadering, net als de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16.

van de gemeente geplaatst. Toelichting: Lid 3 is verwijderd. Inhoud is toegevoegd aan artikel 10, lid 3, over oproep en voorlopige agenda. Artikel 13 (was artikel 14) over presentielijst wordt niet gewijzigd. Artikel 14 (was artikel 15) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst zitplaatsen 1. De raadsvoorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats. 2. Bij aanvang van de zittingsperiode van de raad wijst de voorzitter na overleg met het presidium aan betrokkenen een plaats toe. 3. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 4. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen die ter vergadering zijn uitgenodigd.

Nieuwe tekst Zitplaatsen 1. De voorzitter, raadsleden en griffier hebben een vaste zitplaats. 2. Bij aanvang van de zittingsperiode van de raad wijst de voorzitter na overleg met het presidium aan raadsleden een plaats toe. 3. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 4. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen die ter vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 15 (was artikel 16) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Orde van de vergadering 1. Nadat de voorzitter de mededelingen heeft gedaan, wordt overgegaan tot vaststelling van de agenda. 2. De raadsvoorzitter en ieder raadslid kunnen bij vaststelling van de agenda en tijdens de vergaderingen mondeling een ordevoorstel doen. Een ordevoorstel wordt direct behandeld. Bij het staken van de stemmen is het ordevoorstel verworpen. 3. Een ordevoorstel kan slechts betrekking hebben op: a. Het aan de agenda toevoegen van een motie of een interpellatie: b. Het wijzigen van de volgorde van de te behandelen agendapunten; c. Het afvoeren van een bepaald agendapunt; d. Het uitstellen van de behandeling van een agendapunt tot een nader te bepalen tijdstip e. Het schorsen van de vergadering voor een bepaalde tijd. 4. Na vaststelling van de agenda wordt door middel van loting bepaald welk raadslid het

Nieuwe tekst Orde van de vergadering 1. Nadat de voorzitter de mededelingen heeft gedaan, wordt overgegaan tot vaststelling van de agenda. 2. De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de raadsvergaderingen mondeling een ordevoorstel betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Bij het staken van de stemmen is het ordevoorstel verworpen. 3. Een ordevoorstel kan slechts betrekking hebben op: a. Het aan de agenda toevoegen van een motie of een interpellatie: b. Het wijzigen van de volgorde van de te behandelen agendapunten; c. Het afvoeren van een bepaald agendapunt; d. Het uitstellen van de behandeling van een agendapunt tot een nader te bepalen tijdstip; e. Het schorsen van de vergadering voor een bepaalde tijd. 4. Indien ten aanzien van een agendapunt wordt ingesproken als bedoeld in artikel 16,

debat opent. 5. Wanneer een amendement of motie is ingediend, word in afwijking van lid 4 het debat geopend door de indiener.

wordt dit agendapunt als eerste inhoudelijk behandeld. 5. Na vaststelling van de agenda wordt door middel van loting bepaald welk raadslid telkens het debat opent. 6. Wanneer een amendement of motie is ingediend, wordt in afwijking van het vierde lid het debat geopend door de indiener daarvan.

Toelichting: Lid 4 is nieuw toegevoegd. Hiermee wordt een agendapunt met voorrang behandeld als over het agendapunt is ingesproken. Dit zorgt ervoor dat insprekers niet onnodig lang hoeven te wachten. Aanpassing volgt op advies van de werkgroep verdagerwijze. Artikel 16 (was artikel 17) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Spreekrecht 1. Na de opening van de vergadering kunnen burgers het woord voeren over onderwerpen die relevant zijn voor de gemeente Heumen. 2. In afwijking van het eerste lid wordt niet ingesproken over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter open staat of heeft open gestaan. 3. De in het eerste lid bedoelde personen die van het spreekrecht gebruik willen maken melden dit met opgave van onderwerp uiterlijk vier uur voor de vergadering bij de griffier. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. 4. Zij die zich als sprekers hebben aangemeld krijgen van de voorzitter maximaal 5 minuten het woord. Inspreken gebeurt voor aanvang van de beraadslaging van het betreffende agendapunt. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 6.

De voorzitter kan aan raadsleden het woord verlenen om een verhelderende vraag te stellen aan de vragensteller. De raad kan er in bijzondere gevallen voor kiezen om een hoorzitting te houden die in de plaats komt van het spreekrecht.

Nieuwe tekst Spreekrecht 1. Na de opening van de raadsvergadering kan eenieder bij het agendapunt spreekrecht het woord voeren over onderwerpen die relevant zijn voor de gemeente Heumen. 2. In afwijking van het eerste lid wordt niet gesproken over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dan wel over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan. 3. De persoon die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit met opgave van onderwerp uiterlijk vier uur voor aanvang van de raadsvergadering via het daarvoor bedoelde formulier op de gemeentelijke website. 4. De persoon die zich voor het spreekrecht heeft aangemeld, krijgt van de voorzitter maximaal 5 minuten het woord. Voor het spreekrecht is er maximaal 30 minuten in de raadsvergadering beschikbaar. Bij gebrek aan tijd wordt de mogelijkheid geboden om schriftelijk van het spreekrecht gebruik te maken. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de raadsvergadering. 6. De voorzitter kan aan raadsleden het woord verlenen om een verhelderende vraag te stellen aan de persoon die van het spreekrecht gebruik maakt.

Toelichting: Lid 1 is zo aangepast dat iedereen kan inspreken. Dus ook een maatschappelijke organisatie of een belanghebbende die net over de gemeentegrens woont. Een inspraakreactie dient wel nog altijd relevant te zijn voor de gemeente Heumen. In lid 3 wordt voortaan naar het formulier verwezen dat gebruikt dient te worden voor aanmelding. De totale spreektijd is verplaatst naar lid 4. Aan lid 4 is de mogelijkheid toegevoegd om schriftelijk van het spreekrecht gebruik te maken bij onvoldoende tijd. De mogelijkheid van een hoorzitting is uit lid 6 gehaald. Neemt niet weg dat in bijzondere gevallen daar nog altijd voor kan worden gekozen. Dit hoeft niet expliciet in het reglement te staan. Artikel 17 (was artikel 18) over voeren van het woord wordt niet gewijzigd. Artikel 18 (was artikel 19) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. De raad kan op voorstel van de voorzitter regels stellen omtrent spreektijd. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Naast hen mag de fractievoorzitter het woord voeren over het onderwerp. 4.

Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Nieuwe tekst Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. De raad kan op voorstel van de voorzitter regels stellen omtrent spreektijd. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een (sub)amendement, motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een ordevoorstel.

Toelichting: In lid 3 is de passage over fractievoorzitter verwijderd. De fractievoorzitter is immers ook raadslid en mag derhalve (ook) het woord voeren.

Artikel 19 (was artikel 20) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Handhaving orde, schorsing 1. Een spreker mag niet in zijn betoog worden gestoord, tenzij: a. De voorzitter het nodig oordeelt het lid aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. b. Een raadslid de spreker interrumpeert. Tijdens de eerste termijn mag elk raadslid de spreker ten hoogste tweemaal interrumperen. Tijdens de tweede termijn zijn interrupties ongelimiteerd toegestaan.)De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Op voorstel van een lid kan de vergadering voor een door de voorzitter te bepalen tijd geschorst worden. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Nieuwe tekst Handhaving orde en schorsing 1. Een spreker mag niet in zijn betoog worden gestoord, tenzij: a. De voorzitter het nodig oordeelt een raadslid aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. b. Een raadslid de spreker interrumpeert. Tijdens de eerste termijn mag elk raadslid de spreker ten hoogste tweemaal interrumperen. Tijdens de tweede termijn zijn interrupties onbeperkt toegestaan. De voorzitter kan echter bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden. 2. Op voorstel van een raadslid kan de raadsvergadering voor een door de voorzitter te bepalen tijd geschorst worden. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Artikel 20 (was artikel 21) over deelname aan de beraadslaging door anderen wordt niet gewijzigd. Artikel 21 (was artikel 22) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Nieuwe tekst Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 22 (was artikel 23) over beslissing wordt niet gewijzigd. Artikel 23 (was artikel 24) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de

Nieuwe tekst Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de

raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad en wordt er gestemd door middel van handopsteking. 4. Als een raadslid uitdrukkelijk om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter bij loting door stemcijfer de raadsleden op alfabetische volgorde van de presentielijst bij naam op hun stem uit te brengen. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, die zicht niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelname aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad en wordt er gestemd door middel van handopsteking. 4. Als een raadslid uitdrukkelijk om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad en roept hij de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting door stemcijfer aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Toelichting: De leden 4 en 5 over hoofdelijke stemming zijn samengevoegd. Artikel 24 (was artikel 25) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan

Nieuwe tekst Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel een amendement is ingediend, wordt eerst over dit amendement gestemd en vervolgens over het voorstel, zoals het dan luidt in zijn

luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere (sub)amendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende (sub)amendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Toelichting: Aan lid 4 is een nieuwe zin toegevoegd. Deze is overgenomen uit het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeente en regelt dat de raad, indien gewenst, van de volgorde kan afwijken. Artikel 25 (was artikel 26) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelname aan stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden, dat verplicht en bevoegd is zijn stem uit te brengen. Als de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes ongeopend vernietigd en vervolgens wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Een stem wordt uitgebracht door middel van doorhaling op het stembriefje van het woord “voor” of “tegen”. Als bij keuze door

Nieuwe tekst Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen benoemt, de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden, dat verplicht en bevoegd is zijn stem uit te brengen. Als de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes ongeopend door de griffier vernietigd en vervolgens wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Een stem wordt uitgebracht door middel van doorhaling op het stembriefje van het

middel van doorhaling uit meerdere kandidaten bij alle personen “voor “ wordt doorgehaald, wordt dit aangemerkt als een geldig uitgebrachte stem tegen alle kandidaten. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. De stembriefjes worden onmiddellijk na vaststelling van de uitslag door de griffier vernietigd.

woord ‘voor’ of ‘tegen’. Als bij keuze door middel van doorhaling uit meerdere kandidaten bij alle personen ‘voor’ wordt doorgehaald, wordt dit aangemerkt als een geldig uitgebrachte stem tegen alle kandidaten. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. De stembriefjes worden onmiddellijk na vaststelling van de uitslag door de griffier vernietigd.

Artikel 26 (was artikel 27) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Herstemming over personen 1. Als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Als ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, de leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt verstaan: a. Een blanco ingevuld stembriefje; b. Een ondertekend stembriefje; c. Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. Een stembriefje waarbij, als het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd, die niet is voorgedragen; e. Een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 4. Als bij een tussenstemming of bij de derde

Nieuwe tekst Herstemming over personen 1. Als bij de eerste stemming als bedoeld in artikel 25 niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Als ook bij de tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, de raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt verstaan, een stembriefje: a. Dat blanco is; b. Is ondertekend; c. Waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. Waarbij, als het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen, of e. Waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

4. Als bij een tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 27 (was artikel 28) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Beslissing door het lot 1. Als het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembus gestopt en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembus en degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Nieuwe tekst Beslissing door het lot 1. Als het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau als bedoeld in artikel 25, eerste lid, zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembus gestopt en geschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de stembus en degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Artikel 28 (was artikel 29) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst besluitenlijst en (geluids) opname 1. De griffier draagt zorg voor een besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering, maar in ieder geval gelijktijdig met de schriftelijke oproep openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. 3. De besluitenlijst van de vorige vergadering wordt bij het begin van de vergadering vastgesteld. Voorstellen tot verandering dienen voor aanvang bij de griffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst bevat tenminste: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest met de tekst van de genomen besluiten hierover; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij

Nieuwe tekst Besluitenlijst en opname 1. De griffier draagt zorg voor een besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. De concept besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering, maar in ieder geval gelijktijdig met de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende raadsvergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. 3. De besluitenlijst wordt bij het begin van de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld. Voorstellen tot verandering dienen voor aanvang bij de griffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst bevat tenminste: a. de namen van de voorzitter, griffier, wethouders en raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de voorstellen en onderwerpen die aan de orde zijn geweest met de tekst van de genomen besluiten hierover; d. een overzicht van het verloop van elke

hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; 5. De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze wordt ondertekend door de voorzitter en griffier. 6. Van de raadsvergaderingen worden (geluids)opnamen gemaakt, die op de website van de gemeente worden geplaatst.

stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en (sub)amendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 20 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De vastgestelde besluitenlijst wordt ondertekend door de voorzitter en griffier. 6. Van raadsvergaderingen worden geluids- of beeldopnamen gemaakt, die op de website van de gemeente worden geplaatst.

Toelichting: Lid 4 onder f is toegevoegd. Passage is overgenomen uit het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeente en regelt dat de besluitenlijst, bij het desbetreffende agendapunt, ook de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 20 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen bevat. Artikel 29 (was artikel 30) over ingekomen stukken wordt niet gewijzigd. De artikelen 30 t/m 32 (waren de artikelen 31 t/m 33), paragraaf 5, over besloten vergaderingen worden niet gewijzigd. Artikel 33 (was artikel 34) over (sub)amendementen wordt niet gewijzigd. Artikel 34 (was artikel 35) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Moties 1. Ieder raadslid kan in de raadsvergadering schriftelijk een motie indienen bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. Uitgezonderd de behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag. 3. De behandeling van een motie over een niet

Nieuwe tekst Moties 1. Ieder raadslid kan in de raadsvergadering schriftelijk een motie indienen bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. Uitgezonderd de behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag).

op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 35 (was artikel 36) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan initiatiefvoorstellen indienen. Een initiatiefvoorstel wordt in behandeling genomen, als het schriftelijk, met een ontwerpbesluit en duidelijk geformuleerd bij de griffier wordt ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan voor de behandeling in de commissie, binnen twee weken, nadat het schriftelijk ter kennis is gesteld wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Dit kan ofwel schriftelijk van te voren of mondeling in de vergadering. 3. Het presidium plaatst het voorstel, als het voldoet aan de criteria van het eerste lid, op de agenda voor de eerstvolgende reguliere vergadering, of als de agenda voor die vergadering al verzonden is, op de agenda van de daaropvolgende reguliere vergadering. 4. Het initiatiefvoorstel wordt voor behandeling in de raad eerst voor advies behandeld in de functionele raadscommissie. 5. De raad neemt een initiatiefvoorstel niet in behandeling als het in strijd is met een wet, een algemene maatregel van bestuur of een verordening. 6. Intrekking door de indiener(s) van het initiatiefvoorstel is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Nieuwe tekst Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan initiatiefvoorstellen indienen. Een initiatiefvoorstel wordt in behandeling genomen, als het schriftelijk, met een ontwerpbesluit en duidelijk geformuleerd bij de griffier wordt ingediend. De griffier brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan voor de behandeling in de raadscommissie, binnen twee weken nadat het schriftelijk ter kennis is gesteld, wensen en bedenkingen met betrekking tot het initiatiefvoorstel ter kennis van de raad brengen. Dit kan schriftelijk van te voren of mondeling in de raadscommissievergadering. 3. Het presidium plaatst het initiatiefvoorstel, als het voldoet aan de criteria van het eerste lid, op de agenda voor de eerstvolgende reguliere raadsvergadering, of als de agenda voor die vergadering al verzonden is, op de agenda van de daaropvolgende reguliere raadsvergadering. 4. Het initiatiefvoorstel wordt voor behandeling in de raad eerst voor advies behandeld in de functionele raadscommissie. 5. De raad neemt een initiatiefvoorstel niet in behandeling als het in strijd is met een wet, een algemene maatregel van bestuur of een verordening. 6. Intrekking door de indiener(s) van het initiatiefvoorstel is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad is afgerond.

Artikel 36 (was artikel 37) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Collegevoorstel 1. Aanleveren van stukken voor de raad moet 5 werkdagen voor de vergadering van het presidium aan de griffier. Als dit niet lukt, doet de indiener van het stuk een gemotiveerd schriftelijk verzoek voor latere aanlevering. 2. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 3. Als het presidium van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt het presidium binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Nieuwe tekst Collegevoorstel 1. Aanleveren van stukken voor de raad moet vijf werkdagen voor de vergadering van het presidium aan de griffier gebeuren. Als dit niet lukt, doet de indiener van het stuk een gemotiveerd schriftelijk verzoek voor latere aanlevering. 2. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 3. Als het presidium van oordeel is dat het nodig is een collegevoorstel voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt het presidium binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 37 (was artikel 38) over interpellatie wordt niet gewijzigd. Artikel 38 (was artikel 41) over inlichtingen wordt niet gewijzigd. Wel is het artikel verplaatst, zodat artikel 39 over schriftelijke vragen blijft gaan. Dit om verwarring te voorkomen. Behalve over schriftelijke vragen heeft men het namelijk ook somtijds over zogenaamde ‘artikel 39-vragen’. Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stuurt het verantwoordelijk collegelid de vragensteller een gemotiveerd tussenbericht via de griffier, met de termijn waarbinnen beantwoording plaatsvindt. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden

Nieuwe tekst Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Indien beantwoording niet binnen de termijn als bedoeld in het derde lid kan plaatsvinden, stuurt het verantwoordelijk collegelid of de burgemeester de vragensteller een gemotiveerd tussenbericht via de griffier, met de termijn waarbinnen beantwoording plaatsvindt. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst

toegezonden. 6. Als een raadslid nader inlichtingen wenst over de beantwoording verloopt dit via de procedure ingekomen stukken zoals geregeld in artikel 30 van dit reglement.

van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. Als een raadslid nader inlichtingen wenst over de beantwoording, verloopt dit via de procedure ingekomen stukken, zoals geregeld in artikel 29 van dit reglement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16838947/3