Bijlage II Overzicht van wijzigingen (was-wordt-lijst)
Tekst van het document
Overzicht van wijzigingen (was-wordt-lijst) Onderwerp
Was
Wordt
Toelichting
Titel
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2019
Titel is geactualiseerd en tekstueel aangepast.
Aanhef
De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;
Besluit van de raad van de gemeente Heumen houdende bepalingen inzake de rechtspositie van raads- en commissieleden (Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2026) De raad van de gemeente Heumen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 oktober 2019 gezien het voorstel van het presidium d.d. 22 november 2019 gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en artikel 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 1
gelezen het voorstel van het presidium van 6 januari 2026; gelet op: - hoofdstuk VI van de Gemeentewet; - hoofdstuk 3, de afdelingen 3.0, 3.1 en 3.4, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, en - de artikelen 1.2, 3.1 en 3.9 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers; besluit:
Besluit
vast te stellen de:
Vast te stellen
de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2026
de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 onder intrekking van de oude verordening ‘rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Heumen 2018'. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanhef is geactualiseerd en tekstueel aangepast.
Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel is tekstueel aangepast. Bovendien zijn twee begrippen toegevoegd (zie d en e).
1. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. 2. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. 3. raadslid: lid van de gemeenteraad.
Artikel 2
Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; b. griffier: de griffier als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; c. raadslid: lid van de raad van de gemeente Heumen; d. Rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; e. Rechtspositieregeling: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Toelage raadslid onderzoekscommissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, ontvangt een maandelijkse toelage zolang die commissie actief is. 2. De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld in de verordening, zoals bedoeld in artikel 155a, achtste lid, van de Gemeentewet.
Nieuw artikel 2. Artikel over toelage voor lidmaatschap onderzoekscommissie ontbrak. Artikel over reis- en verblijfkosten kan komen te vervallen, omdat dit al centraal geregeld wordt. Decentraal is dit derhalve niet nodig.
Artikel 3
Artikel 4
4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met betrekking tot de maximale vergoeding. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1.
Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2
Informatie- en communicatievoorzieningen 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst voor informatie- en communicatievoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit, die ter beschikking zijn gesteld. 2. Als een raads- of commissielid stopt, levert hij de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
De artikelen 3 en 4 zijn omgewisseld i.v.m. de plek in het Rechtspositiebesluit. Het nieuwe artikel 3 (over informatie- en communicatievoorzieningen) is tekstueel aangepast.
Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit, dient daarvoor
De artikelen 3 en 4 zijn omgewisseld i.v.m. de plek in het Rechtspositiebesluit. In het nieuwe artikel 4 (over niet-partijpolitiek georiënteerde scholing) is het oude lid 3 komen te vervallen. Eventuele nadere regels zouden in deze verordening dienen te staan. Aan het laatste lid is een passage toegevoegd inzake onvoldoende budget. Artikel is verder tekstueel aangepast.
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 5
Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
vooraf een gemotiveerd verzoek in bij de griffier. 2. Bij het verzoek als bedoeld in het eerste lid worden documenten met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Tevens wordt een kostenspecificatie meegestuurd, waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. De griffier beslist op het verzoek als bedoeld in het eerste lid op basis van de overgelegde stukken als bedoeld in het tweede lid. Bij onvoldoende budget raadpleegt de griffier eerst het presidium alvorens een beslissing te nemen. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: a. de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit; b. de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel is tekstueel aangepast.
Artikel 6
Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks op declaratiebasis plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 7
Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
Betaling vaste vergoedingen commissieleden 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden als bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit twee keer per jaar plaats dan wel frequenter, indien daar een noodzaak toe bestaat. 2. Voor een commissielid is sprake van een bijgewoonde vergadering, zoals bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit, wanneer hij de presentielijst heeft getekend. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, of b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en één of meer bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken als bedoeld in het tweede lid worden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Het vereiste om een bewijsstuk te overleggen als bedoeld in het tweede lid geldt niet
Lid 2 toegevoegd over wat onder bijgewoonde vergadering moet worden verstaan. Artikel is verder tekstueel aangepast.
De leden 4 en 5 zijn nieuw toegevoegd. Artikel is verder tekstueel aangepast.
Artikel 8
Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Heumen 2018 wordt ingetrokken.
Artikel 9
Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie op de site overheid.nl waarop deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2019. Aldus besloten door de raad van de gemeente Heumen,
Artikel 10
Ondertekening
In zijn openbare vergadering van 31 oktober 2019
wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 5. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan een raads- of commissielid binnen een maand na het ontvangen van een compleet verzoek plaatsvindt. Citeertitel, inwerkingtreding en intrekking oude verordening 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2026. 2. Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking. 3. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heumen 2019 wordt ingetrokken. -
De oude artikelen 8 t/m 10 zijn samengevoegd en geactualiseerd.
Zie artikel 8.
-
Zie artikel 8.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Heumen in zijn openbare vergadering van 29 januari 2026.
Ondertekening is geactualiseerd.
De griffier,
Y.L. Weijers,
drs. M.J.H.N. Collombon
Griffier
De voorzitter,
G.M. Mittendorff, Voorzitter
mr. J.W.M.S. Minses