Bijlage II Ontwerp MJPB 2025-2028
Tekst van het document
rOCSir^ arnhem I C IV mimeden VERVOERSORGANISATIE
rodir'k arnhem I Ct; IV mimeden VERVOERSORGANISATIE
Inhoudsopgave
Inleiding
1.
3 5
1.1.
Procedure begroting
1.2.
Uitgangspunten MJPB 2025-2028
5
1.3.
Uitgangspunten gewijzigde begroting 2024
9
1.4.
Afwijkende uitgangspunten gemeenten
12
2.
Beleidsbegroting
14
Programmaplan
14
2.1. 2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
15
2.1.2.
Programma routevervoer
16
2.1.3.
Overzicht overhead
18
Paragrafen
2.2.
18
2.2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
19
2.2.2.
Financiering
21
2.2.3.
Bedrijfsvoering
22
Financiële begroting
23
3. 3.1.
Overzicht baten en lasten
23
3.2.
Toelichting baten en lasten
24
3.3.
Reserves en voorzieningen
24
Bijlage 1: Overzicht baten en lasten per taakveld
27
Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen
28
Bijlage 3: Geprognosticeerde balans
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAM
.
p. 2 / 30
30
rp rt | r\ ornhem I C IM niimegen VERVOERSORGANISATIE
1. Inleiding Hierbij treft u de Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2025-2028, inclusief de gewijzigde begroting 2024, van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) aan.
Het Algemeen Bestuur heeft met vaststelling van de Kaderbrief 2025 de algemene financiële uitgangspunten voor de opbouw van de meerjarige begroting bepaald. Deze uitgangspunten zijn door de BVO DRAN gehanteerd, tenzij een deelnemende gemeente het verzoek heeft ingediend hiervan af te wijken of er op basis van nadere analyses door de BVO DRAN is gekozen voor een afwijkend algemeen uitgangspunt. In paragraaf 1.2 en 1.3 wordt ingegaan op de algemene financiële uitgangspunten van deze MJPB. Door gemeenten gewenste
afwijkingen worden in paragraaf 1.4 toegelicht.
Vanaf medio maart 2020 heeft de Coronacrisis forse impact gehad op het feitelijk gebruik van het vervoer. Aansluitend aan de Coronacrisis zien we een herstel van de vervoersvolumes en naar de huidige inschatting is er
momenteel geen sprake meer van zogenaamde Coronaeffecten op het vervoer. Bij het opstellen van de MJPB 2025-2028 en de gewijzigde begroting 2024 wordt geen rekening meer gehouden met Coronaeffecten. Als
uitgangspunt voor de hoeveelheden vervoer wordt enkel nog gekeken naar recente periodes en worden die gegevens als zogenaamd nulpunt gehanteerd voor het opstellen van de begroting.
Besluit Begroting en Verantwoording
Bij het opstellen van een meerjarige begroting voor Gemeenschappelijke Regelingen (GR) dient te worden geconformeerd aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit zorgt voor de volgende opzet van de MJPB van de BVO DRAN. In de basis bestaat de begroting uit 2 onderdelen (art. 7 lid 1 BBV):
•
de beleidsbegroting (hoofdstuk 2)
•
de financiële begroting (hoofdstuk 3)
De beleidsbegroting bestaat ook uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV):
•
het programmaplan (paragraaf 2.1)
•
de paragrafen (paragraaf 2.2)
De financiële begroting bestaat uit 3 onderdelen (art. 7 lid 3 BBV):
®
het overzicht baten en lasten (paragraaf 3.1)
•
de financiële positie (paragraaf 3.2)
•
de reserves en voorzieningen (paragraaf 3.3)
Taakvelden
Naast de indeling van de begroting naar programma's moet de begroting ook worden ingedeeld naar taakvelden. De voorgeschreven taakvelden zijn opgenomen in het Iv3 informatievoorschift Gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is in het BBV (art. 7 lid 3) voorgeschreven dat er een overzicht van
lasten en baten per taakveld als bijlage in de begroting opgenomen moet worden (bijlage 1).
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 3 / 30
rprt
arnhem
VERVOERSORGANISATIE
Beleidsindicatoren
De commissie BBV heeft aangegeven (vraag en antwoord BBV 2018.12.4) dat de opname van beleidsindicatoren in de begroting voor een GR op grond van het BBV verplicht is gesteld. Het ministerie van BZK heeft daarbij
aangegeven dat een GR alleen die indicatoren hoeft op te nemen die behoren bij de taakvelden waarbinnen de GR haar activiteiten uitvoert. Beleidsindicatoren die buiten de taakvelden van de GR vallen, kunnen worden
weggelaten. De BVO DRAN zijn geen door deelnemende gemeenten opgelegde beleidsindicatoren bekend.
Overhead Op de programma’s mogen alleen de direct toe te rekenen lasten worden verantwoord. Het is niet toegestaan om overheadkosten in een programma te verantwoorden. Overheadkosten moeten op aparte overzichten
worden gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg dat alle kosten van de BVO DRAN in de meerjarige begroting als "Overhead" moeten worden gelabeld. Het overzicht overhead is opgenomen in paragraaf 2.1.4 van deze
begroting.
Ambtelijke voorbereiding Samen met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze meerjaren begroting
tot stand gekomen.
Btw routegebonden vervoer De kosten die samenhangen met het vraagafhankelijk vervoer worden in de MJPB exclusief Btw verantwoord. De
deelnemende gemeenten hebben volledig recht op aftrek voor de aan deze prestatie gerelateerde Btw. Kosten die samenhangen met het routevervoer worden daarentegen inclusief Btw verantwoord. Deze Btw is namelijk
niet aftrekbaar en ook niet compensabel in het Btw-compensatiefonds. Hierdoor is de Btw-component in het routevervoer kostenverhogend voor de gemeenten. 'open einde' systematiek
De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben
plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door
periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. Binnen de bedragen in deze MJPB is zeer beperkt rekening gehouden met dergelijke onvoorziene wijzigingen in
de kosten van vervoer of callcenter. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een extra post onvoorzien volgend uit de risico's van een open einde systematiek, ligt daardoor bij de deelnemers. Deze extra post
onvoorzien komt dan bovenop de in deze MJPB meerjarig begrote bijdragen van de deelnemers.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
ra rt |IvJ /"ï mimegen omheen I Ch; VERVOERSORGANISATIE
1.1. Procedure begroting Voor de aanbieding en vaststelling van de MJPB 2025-2028 (inclusief de gewijzigde begroting 2024) gelden de volgende processtappen. Om te komen tot tijdige vaststelling van de MJPB 2025-2028 en rekening te houden
met de wettelijke termijn uit de Wgr (art. 35, lid 1), wordt de volgende planning gehanteerd. In de planning is
een ruimere zienswijzeperiode voor de gemeenteraden beschikbaar dan wettelijk voorgeschreven.
Processtap
Datum
1. Vaststelling ontwerp MJPB 2025-2028 door Algemeen Bestuur
7 maart 2024
2. Verzending ontwerp MJPB 2025-2028 aan gemeenten
8 maart 2024
3. Deadline indienen zienswijze door gemeenteraden
31 mei 2024
4. Vaststelling MJPB 2025-2028 door Algemeen Bestuur
27 juni 2024
5. Verzending MJPB 2025-2028 aan gemeenten
28 juni 2024
1.2. Uitgangspunten MJPB 2025-2028 Voor het opstellen van de MJPB 2025-2028 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden per jaar de verwachte lasten en baten bepaald.
Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de
meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd.
Vervoer vraagafhankelijk (lasten) o
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, jaarlijks rekening houdend met
NEA indexatie (2025-2028: +3,0%) •
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer
o
Vanaf 2024 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van
een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar •
Voor de verlengde contracten tot medio 2026 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 0%
van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer •
Vanaf medio 2026 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer
Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie (2025-2028: +3,4%)
•
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
®
Vanaf 2024 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 5 / 30
rOCÏarnhem VERVOERSORGANISATIE
Eigen bijdrage vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met
november 2023
•
Bedragen zijn inclusief Btw, jaarlijks rekening houdend met OV indexatie (2025: +13,82% en 2026-2028:
+2,1%) •
Vanaf 2024 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van
een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar Vervoer routegebonden (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route,
jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2025-2028: +3,0%) •
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Vanaf 2024 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van
een begrotingsjaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar •
Voor de verlengde contracten een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting bruto routegebonden vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer
BVO (lasten) •
Structurele en incidentele BVO lasten uit MJPB 2024-2027 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2023, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie en Cao loonindexatie (2025-2028: +3,9%)
•
Structurele BVO lasten jaarlijks rekening houdend met een taakstelling (2025-2028: -3%)
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2023
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen
Coronaeffecten vervoer In voorafgaande jaren was sprake van een (deels) onvoorspelbare ontwikkeling van het vervoer ten gevolge van Corona. Inmiddels is sprake van een verdere stabilisatie van het vraagafhankelijk vervoer en vervoer naar
dagbestedingslocaties, waardoor ook voor deze vervoerssoorten de vervoersvolumes van 2023 als referentie te hanteren zijn. Zowel voor het vraagafhankelijk vervoer als het routevervoer wordt nu als uitgangspunt voor het opstellen van de MJPB 2025-2028 het werkelijk vervoer 2023 (periode september t/m november) gehanteerd.
Contractverlensinsen In 2020 zijn met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële
periode van 4 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3x2 jaar. Met een deel van de vervoerders zijn in 2023 eerste verlengingsovereenkomsten afgesloten voor de periode 2024-2026. Met de vervoerders routevervoer is bij de verlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van
zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Voor de verwachte meerkosten van deze additionele vergoeding
is in de vorige meerjarige begroting voor de periode vanaf 2024 al een budget meerkosten zero emissie opgenomen. De gemaakte afspraken vallen binnen het hiervoor beschikbare budget.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 6 / 30
rpdlO acnhem I C^IUnijmegen VERVOERSORGANISATIE
Voor het vraagafhankelijk vervoer is voor de eerste verlengingsperiode geen additionele vergoeding
noodzakelijk gebleken. Binnen de vorige begroting is voor het vraagafhankelijk vervoer ook geen rekening
gehouden met een budget meerkosten zero emissie voor de periode 2024-2026. Voor de jaren na 2026 wordt wel rekening gehouden met een budget meerkosten (+5%) voor zero emissie gereden vervoer. In het voorjaar van 2025 worden met deze vervoerders weer gesprekken gevoerd voor de eventuele volgende
contractverlenging voor de periode 2026-2028.
Aanbestedingen Een deel van de vervoerders heeft afgezien van contractverlening. Dit heeft betrekking op al het routevervoer verzorgd voor de gemeenten Arnhem, Doesburg, Renkum, Rheden en Rozendaal en op een beperkt deel van het
routevervoer verzorgd voor de gemeenten Beuningen, Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook en Middelaar,
Nijmegen en Wijchen. Voor het vraagafhankelijk deel heeft het betrekking op het vervoer verzorgd voor de gemeenten Duiven, Montferland, Westervoort en Zevenaar. In de eerste helft van januari 2024 is het aanbestedingsproces afgerond en heeft gunning plaats gevonden. De
afgesloten contracten hebben een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële periode van 6 jaar en verlengingsmogelijkheden van 2x2 jaar. De financiële effecten van de aanbestedingsresultaten zijn verwerkt in de MJPB 2025-2028.
De zero emissie kosten zijn onderdeel van het nieuwe integrale tarief voor zover het de inzet van
personenauto’s en taxibusjes betreft. Infasering van zero emissie aangedreven rolstoelbussen vindt op een later
moment plaats. Mede door de grote mate van onzekerheid over de omvang van de hiermee gepaard gaande meerkosten, is in de overeenkomsten afgesproken om een mogelijke additionele vergoeding op een later
moment overeen te komen. Voor de jaren na 2026 wordt hierdoor rekening gehouden met een budget
meerkosten (+5%) voor zero emissie gereden vraagafhankelijk vervoer volgend uit de aanbesteding. Voor het routevervoer worden op dit moment geen dergelijke meerkosten verwacht. NEA indexatie
Op 1 augustus 2020 zijn de contracten met de huidige vervoerders ingegaan. Per 1 augustus 2024 gaan de nieuwe en verlengde contracten in. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA indexatie wordt in
opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit door een onafhankelijke partij jaarlijks bepaald op basis van de meest recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2024 is
vastgesteld op +3,4%. Vanaf 2025 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +3%. Callcenter Voor de kosten callcenter wordt het feitelijk gebruik in 2023 (periode september t/m november) gebruikt als
uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting. Door de directe afhankelijkheid met het vraagafhankelijk vervoer wordt de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer (+10%) ook gebruikt voor de meerjarige begroting kosten callcenter.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 7 / 30
rartiri arnhBm I C^IUni|fnegen ^VERVOERSORGANISATIE
CPI indexatie
Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Hierin is een looptijd van 9 jaar
overeengekomen, opgedeeld in een initiële periode van 3 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3x2 jaar. Met het callcenter is in 2022 een eerste verlengingsovereenkomst afgesloten voor de periode 2023-2025. Ook in dit contract is de prijs (P) vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2024 is vastgesteld op -0,4%. Vanaf 2025 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +3,4%.
Eigen bijdrage (Btw effect)
De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting vraagafhankelijk vervoer zijn opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt
inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle eigen bedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord. Eigen bijdrage (indexatie)
Jaarlijks worden de OV tarieven van het reguliere busvervoer vastgesteld. De indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan volgt deze OV indexatie. Voor 1 januari 2024 bedroeg de werkelijke kostenontwikkeling OV tarieven in het reguliere busvervoer +11,72%. Vanuit de rijksoverheid is er 300 miljoen gereserveerd (motie Bikker) met als doel de OV kosten voor de reiziger niet te verhogen. Ten gevolge daarvan heeft de provincie
Gelderland besloten de reizigersbijdrage voor de OV reiziger voor 2024 niet te verhogen. De werkelijke
indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan is hierdoor vanaf 1 januari 2024 vastgesteld op +0,0%. Naar verwachting blijft de financiering van de kostenontwikkeling binnen het reguliere busvervoer (motie Bikker) beperkt tot 2024. Hiervan uitgaande zal met ingang van 1 januari 2025 weer de reguliere indexatie
toegepast worden op de OV tarieven van het reguliere busvervoer. Deze reguliere indexatie zal naar verwachting worden verhoogd met de niet aan de reiziger doorbelaste kostenontwikkeling in 2024 van +11,72%. Als reguliere indexatie hanteert de BVO DRAN normaliter structureel +2,1%. Rekening houdende met de
verwachte verhoging zal de totale indexatie in 2025 incidenteel uitkomen op +13,82%. Vanaf 2026 bedraagt de
indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan weer structureel +2,1%. BVO lasten (structureel)
Op basis van de ervaringscijfers uit 2023 is de begroting BVO lasten vanaf 2024 geactualiseerd. Deze analyse heeft ervoor gezorgd dat de begroting van de vervoersorganisatie in 2024, ondanks een hogere prijsindexatie op de looncomponent, structureel naar beneden is bijgesteld. Vanaf 2024 is er een structurele taakstelling van -3%
ingeboekt. BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten
binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonindexatie voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2024 is bepaald op +1,6%. Voor de personeelskosten is rekening gehouden met de in de cao
overeengekomen +4,75% per 1 januari 2024. Voor de indexatie in de jaren vanaf 2025 is vastgehouden aan de al
in de MJPB verwerkte jaarlijkse CPI index van +3,9%.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
rOÓirs arnhem I C2^l W nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
1.3. Uitgangspunten gewijzigde begroting 2024 Voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2024 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens
de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd.
Vervoer vraagafhankelijk (lasten)
•
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, rekening houdend met NEA indexatie +3,4%
•
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer
•
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van
het eerste half jaar van 2024 •
Voor de verlengde contracten in het tweede half jaar van 2024 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 0% van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met een aandeel zero emissie gereden vervoer van 50%
Callcenter vraagafhankelijk (lasten)
•
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, rekening houdend met CPI indexatie -0,4%
•
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
•
Toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2024
Eigen bijdrage vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met
november 2023 •
Bedragen zijn inclusief Btw, rekening houdend met OV indexatie +0,0%
•
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2024
Vervoer routegebonden (lasten)
o
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, rekening houdend met NEA indexatie +3,4%
o
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2023, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar met +15% (jeugdwet) en +5%
•
Voor de verlengde contracten in het tweede half jaar van 2024 een budget voor meerkosten zero emissie ter
(leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar van 2024
grootte van 15% van de begroting bruto routegebonden vervoer, rekening houdend met het aandeel zero
emissie gereden vervoer van 50%
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 9 / 30
rPdm arnhem I CHIV/ mjmegen k VERVOERSORGANISATIE
BVO (lasten) •
Structurele en incidentele BVO lasten uit de primitieve begroting 2024 geactualiseerd op basis van
ervaringscijfers 2023, rekening houdend met CPI indexatie +1,6% en Cao loonindexatie +4,75% •
Structurele BVO lasten rekening houdend met een taakstelling -3%
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2023
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen Coronaeffecten vervoer In voorafgaande jaren was sprake van een (deels) onvoorspelbare ontwikkeling van het vervoer ten gevolge van
Corona. Inmiddels is sprake van een verdere stabilisatie van het vraagafhankelijk vervoer en vervoer naar
dagbestedingslocaties, waardoor ook voor deze vervoerssoorten de vervoersvolumes van 2023 als referentie te hanteren zijn. Zowel voor het vraagafhankelijk vervoer als het routevervoer wordt nu als uitgangspunt voor het
opstellen van de gewijzigde begroting 2024 het werkelijk vervoer 2023 (periode september t/m november)
gehanteerd.
Contractverlengingen In 2020 zijn met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële periode van 4 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3x2 jaar. Met een deel van de vervoerders zijn in 2023 eerste verlengingsovereenkomsten afgesloten voor de periode 2024-2026.
Met de vervoerders routevervoer is bij de verlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van
zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Voor de verwachte meerkosten van deze additionele vergoeding is in de vorige meerjarige begroting voor de periode vanaf 2024 al een budget meerkosten zero emissie opgenomen. De gemaakte afspraken vallen binnen het hiervoor beschikbare budget. Voor het vraagafhankelijk vervoer is voor de eerste verlengingsperiode geen additionele vergoeding noodzakelijk gebleken. Binnen de vorige begroting is voor het vraagafhankelijk vervoer ook geen rekening
gehouden met een budget meerkosten zero emissie voor de periode 2024-2026.
Aanbestedingen Een deel van de vervoerders heeft afgezien van contractverlening. Dit heeft betrekking op al het routevervoer verzorgd voor de gemeenten Arnhem, Doesburg, Renkum, Rheden en Rozendaal en op een beperkt deel van het routevervoer verzorgd voor de gemeenten Beuningen, Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook en Middelaar,
Nijmegen en Wijchen. Voor het vraagafhankelijk deel heeft het betrekking op het vervoer verzorgd voor de
gemeenten Duiven, Montferland, Westervoort en Zevenaar. In de eerste helft van januari 2024 is het aanbestedingsproces afgerond en heeft gunning plaats gevonden. De
afgesloten contracten hebben een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële periode van 6 jaar en
verlengingsmogelijkheden van 2x2 jaar. De financiële effecten van de aanbestedingsresultaten zijn verwerkt in
de gewijzigde begroting 2024. De zero emissie kosten zijn onderdeel van het nieuwe integrale tarief voor zover het de inzet van
personenauto’s en taxibusjes betreft. Infasering van zero emissie aangedreven rolstoelbussen vindt op een later
moment plaats. Mede door de grote mate van onzekerheid over de omvang van de hiermee gepaard gaande meerkosten, is in de overeenkomsten afgesproken om een mogelijke additionele vergoeding op een later
moment overeen te komen.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 10 / 30
rOÓIP» arnhem I mjme^en VERVOERSORGANISATIE
NEA indexatie
Op 1 augustus 2020 zijn de contracten met de huidige vervoerders ingegaan. Per 1 augustus 2024 gaan de nieuwe en verlengde contracten in. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA indexatie wordt in
opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit door een onafhankelijke partij jaarlijks bepaald op basis van de meest recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2024 is
vastgesteld op +3,4%.
Callcenter Voor de kosten callcenter wordt het feitelijk gebruik in 2023 (periode september t/m november) gebruikt als
uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting. Door de directe afhankelijkheid met het vraagafhankelijk vervoer wordt de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer (+10%) ook gebruikt voor de
meerjarige begroting kosten callcenter. CPI indexatie
Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Hierin is een looptijd van 9 jaar
overeengekomen, opgedeeld in een initiële periode van 3 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3x2 jaar. Met het callcenter is in 2022 een eerste verlengingsovereenkomst afgesloten voor de periode 2023-2025. Ook in dit contract is de prijs (P) vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2024 is vastgesteld op
-0,4%.
Eisen bijdrage (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting vraagafhankelijk vervoer zijn
opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt
inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle eigen bedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord.
Eigen bijdrage (indexatie) Jaarlijks worden de OV tarieven van het reguliere busvervoer vastgesteld. De indexatie van de eigen bijdrage
binnen Avan volgt deze OV indexatie. Voor 1 januari 2024 bedroeg de werkelijke kostenontwikkeling OV tarieven in het reguliere busvervoer +11,72%. Vanuit de rijksoverheid is er 300 miljoen gereserveerd (motie Bikker) met als doel de OV kosten voor de reiziger niet te verhogen. Ten gevolge daarvan heeft de provincie
Gelderland besloten de reizigersbijdrage voor de OV reiziger voor 2024 niet te verhogen. De werkelijke
indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan is hierdoor vanaf 1 januari 2024 vastgesteld op +0,0%. BVO lasten (structureel) Op basis van de ervaringscijfers uit 2023 is de begroting BVO lasten vanaf 2024 geactualiseerd. Deze analyse heeft ervoor gezorgd dat de begroting van de vervoersorganisatie in 2024, ondanks een hogere prijsindexatie op de looncomponent, structureel naar beneden is bijgesteld. Vanaf 2024 is er een structurele taakstelling van -3%
ingeboekt.
BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten
binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonindexatie voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2024 is bepaald op +1,6%. Voor de personeelskosten is rekening gehouden met de in de cao
overeengekomen +4,75% per 1 januari 2024.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 11 / 30
rprtiPi I ChJ IkJ arnhem nijmegen VERVOERSORGANISATIE
1.4. Afwijkende uitgangspunten gemeenten Op verzoek van een gemeente kan worden afgeweken van de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarige begroting. Bij voorkeur gaat dit verzoek gepaard met een (financiële) onderbouwing ten behoeve van toekomstige analyses.
Ten behoeve van het opstellen van eerdere MJPB zijn in de afgelopen jaren door meerdere gemeenten
afwijkende uitgangspunten aangegeven. Deze gewijzigde uitgangspunten zijn in deze MJPB wederom verwerkt.
Alle afwijkende uitgangspunten die nog relevant zijn voor het opstellen van de MJPB 2025-2028 en gewijzigde begroting 2024 worden in deze paragraaf toegelicht. Gemeente Berg en Dal
Door de gemeente is een analyse uitgevoerd op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren binnen het doelgroepenvervoer voor de gemeente Berg en Dal. Hieruit is door de gemeente geconcludeerd dat de in de
kaderbrief opgenomen jaarlijkse toename van meerdere vervoersoorten naar beneden bijgesteld kunnen worden.
De jaarlijkse toename in de MJPB kan voor het vraagafhankelijk vervoer worden bijgesteld van +10% naar +5%,
voor het vervoer jeugdwet van +15% naar +5% en voor het leerlingenvervoer van +5% naar +2%.
Gemeente Beuningen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Beuningen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is.
Rekening houdend met demografische ontwikkelingen wordt door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename
van +2% in de MJPB op te nemen.
Gemeente Heumen Binnen de gemeente Heumen is lokaal vrijwilligersvervoer, hetzgn. Buurtvervoer Heumen, beschikbaar. De verwachting is dat het gebruik van dit vervoer blijft toenemen. De jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer kan hierdoor meerjarig bijgesteld worden van +10% naar 0%.
Op basis van een gemeentelijke analyse van het routevervoer van de gemeente Heumen is door de gemeente geconcludeerd dat de jaarlijkse toename in het routevervoer over de volle breedte naar beneden bijgesteld kan
worden. De jaarlijkse toename routevervoer is in de MJPB op 0% bepaald. Gemeente Lingewaard
Op basis van een gemeentelijke analyse van het vervoer heeft de gemeente Lingewaard gevraagd om voor meerdere vervoersoorten de uitgangspunten voor het bepalen van de begroting aan te passen.
Op basis van demografische verwachtingen, het gebruik van de dorpsauto Bemmel als aanvulling op het
bestaande vrijwilligersvervoer en de invoer van een lagere kilometergrens vraagt de gemeente de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer bij te stellen van +10% naar +5%. Doordat de gemeente Lingewaard actief stuurt op de inzet van andere vormen van vervoer en de verwachting is
dat het aantal deelnemers in het jeugdwet vervoer minder toename zal laten zien dan de in de kaderbrief
opgenomen +15%, is gevraagd de structurele toename van het jeugdwet vervoer in de MJPB naar +3% te actualiseren.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
rQÓir'ï arnhem I CtflLJ'nijme^en VERVOERSORGANISATIE
In 2023 is binnen de gemeente Lingewaard onderzocht op welke wijze alternatief vervoer van kinderen binnen
het leerlingenvervoer kan worden gestimuleerd. Daarnaast is het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer
binnen de gemeente Lingewaard de laatste jaren stabiel gebleven. Beide constateringen hebben ertoe geleid dat de gemeente heeft verzocht om de meerjarige toename van het leerlingenvervoer naar 0% bij te stellen. Op basis van de Kaderbrief 2025 was dit +5%.
Gemeente Nijmegen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Nijmegen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is.
Rekening houdend met demografische ontwikkelingen en wijzigend beleid is door de gemeente gevraagd een
jaarlijkse toename van 0% in de MJPB op te nemen. Gemeente Overbetuwe
Door beleidsontwikkelingen rondom vervoer naar jeugdhulplocaties wordt een lagere groei verwacht dan het algemeen uitgangspunt uit de kaderbrief voor het aantal deelnemers jeugdwet vervoer in de gemeente Overbetuwe. De gemeente Overbetuwe heeft daardoor aangegeven de jaarlijkse toename van het jeugdwet
vervoer in de MJPB bij te stellen van +15% naar +5%.
Op basis van een gemeentelijke analyse van de ontwikkelingen binnen het vraagafhankelijk vervoer van de gemeente Overbetuwe is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% voor
Overbetuwe een te hoge aanname is. Er zijn bijvoorbeeld vanaf 1 januari 2020 kilometerbudgetten voor het vraagafhankelijk vervoer ingevoerd en vanaf 2021 is gekozen vrijwilligersvervoersdiensten te versterken en te
benutten. De gemeente Overbetuwe heeft door deze constateringen aangegeven de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer in de MJPB bij te stellen van +10% naar 5%. Gemeente Renkum
Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routevervoer van de gemeente Renkum is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk vervoer) en +5% of
+15% (routevervoer) te hoge aannames zijn. Daarnaast zijn er beleidsinitiatieven bepaald om de kosten van vraagafhankelijk vervoer te reduceren.
Hierdoor heeft de gemeente Renkum verzocht om de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer en het routevervoer structureel op 0% te zetten in de MJPB. Ook heeft de gemeente Renkum gevraagd om in de
begroting rekening te houden met bedragen die door de gemeente zelf zijn bepaald en daarmee geen overeenkomst hebben met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2025.
Gemeente Rheden Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routevervoer van de gemeente Rheden is
door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk vervoer) en +5% of +15% (routevervoer) te hoge aannames zijn. Door de gemeente wordt de omvang van het vervoer nog scherper
gemonitord en indien noodzakelijk beleidsinitiatieven ingediend om de kosten van vervoer te reduceren.
Hierdoor heeft de gemeente Rheden verzocht om de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer op 0% te zetten in de MJPB. Voor al het routevervoer is ook gevraagd om rekening te houden met een jaarlijkse toename van het vervoer van 0%.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAM
p. 13 / 30
TP ÓI rr Qrnhern I CcIVnijmeèen VERVOERSORGANISATIE
Gemeente Zevenaar Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routevervoer van de gemeente Zevenaar is door de gemeente geconcludeerd dat enkele algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting
bijgesteld kunnen worden. Voor het vraagafhankelijk vervoer wordt vanaf 2024 een jaarlijkse toename van het vervoer van +5% verwacht (kaderbrief +10%). Dit gebaseerd op basis van geactualiseerde demografische
gegevens. Voor het leerlingenvervoer wordt daardoor vanaf 2024 een jaarlijkse toename van +3% verwacht (kaderbrief +5%).
2.
Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV):
•
het programmaplan
•
de paragrafen
2.1. Programmaplan Hierna wordt per programma aangegeven wat onze uitgangspunten zijn bij de uitvoering van onze taken.
Uit te voeren taken Door de deelnemers is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer bij de BVO DRAN neergelegd
Beleidskaders Bij de uitvoering van de taken op het gebied van doelgroepenvervoer gelden, naast de wettelijke voorschiften, de beleids- en/of toetsingskaders die worden aangegeven door de deelnemende gemeenten. Ontwikkelingen
Het is van belang om tijdig in te spelen op veranderingen en voorspelbaar te blijven voor de deelnemende
gemeenten. Het kan gaan om beleidsaanpassingen, maar ook om veranderende wet- en regelgeving voor gemeenten en gecontracteerde marktpartijen. Daarnaast is de instroom van nieuw vervoer een belangrijke factor die invloed heeft op de omvang van de werkzaamheden van de BVO DRAN.
Indeling en opzet programma’s
De programma’s zijn ingericht met de 3 W-vragen (art. 8 lid 3 BBV):
•
Wat willen we bereiken?
•
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Wat mag het kosten?
Onder “Wat willen we bereiken?” wordt bij het vervoer naast een algemene beschrijving over wat we willen
bereiken ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor de uitvoering van Avan. Bij “Wat mag het kosten?” zijn naast de lasten ook de eigen bijdragen van reizigers en de bijdragen van de deelnemende
gemeenten geraamd.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
rartiz-x arnhem VERVOERSORGANISATIE
Het programmaplan bestaat uit de volgende programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer
2. Routevervoer En het overzicht: 3. Overhead De indeling van de programma’s in de begroting beoogt de financiële inzichtelijkheid van het totale
takenpakket zo goed mogelijk in beeld te brengen, te kunnen budgetteren en later in de jaarrekening over te kunnen verantwoorden.
2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
Wat willen we bereiken?
•
Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan door het callcenter en de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie
indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) vraagafhankelijk vervoer en het PvE callcenter staat
weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd. •
Gedurende de contractperiode met de vervoerders (augustus 2020 tot en met juli 2030) is de ambitie om uiterlijk 1 januari 2027 te komen tot een volledig emissieloos vraagafhankelijk vervoer binnen Avan. Een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk
van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van zero emissie rolstoelbussen op te schorten. •
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan.
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Afspraken omtrent het vraagafhankelijk vervoer zijn vastgelegd in de contracten met het callcenter en de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en
daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd. •
De vervoerders en het callcenter hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten
voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen. •
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke
managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op
de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles.
•
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële
aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten. ®
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken.
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van
gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. o
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 15 / 30
rpdlPk arnhem I Ci^l V ni|fnegen VERVOERSORGANISATIE
Wat mag het kosten?
Primitieve begroting 2024
Gewijzigde begroting 2024
Vervoer Cal kenter
11.872.123 720.042
9.906.780
10.909.504
634.692
12.381.738 676.592
14.036.655 722.583
15.565.651
596.450
Totaal lasten
12.592.165
10.503.230
11.544.195
13.058.330
14.759.238
16.338.811
2.780.226 454.125
2.525.523 362.194 173.123
2.831.054
3.296.868 429.118 224.426
3.827.478
4.334.305
475.892 259.888 87.803 477.402
514.285 293.717
Programma 1: Vraagafhankelijk vervoer
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
773.160
Baten Arnhem
Berg en Dal Beuningen
323.449 111.053 443.046 338.889
Doesburg Druten Duiven Heumen
59.069 316.618 218.793
187.491 881.164
133.445 624.515
593.292 128.686 1.616.589 627.528
508.739 89.962 1.416.396 507.840
662.218 770.904 16.404 231.491 367.106 535.318
667.843 752.136 8.081 108.485 287.817 443.930
Eigen bijdrage
1.523.186
Totaal baten
Lingewaard Montferland Mook en Middelaar Nijmegen Overbetuwe
386.220 193.280 65.990 352.661 233.834 135.093 667.260 542.974 100.324
1.583.778 543.672 656.754
76.195 410.964 271563 144.279 741.947 632.023 116.446 1.843.405 604.097
98.925 540.408 355592
314.518 152.826 823.385 733.457 134.808
157.669 890.275 830.240 152.309 2.421.305 724.267
694.638 812.128 9.164
2.139.115 669.970 734.258 858.253 9.834
319.789 450.442
134.445 372.766 500.749
155.663 433.143 555.605
10.493 175.940 490.267 600.592
1.298.721
1.587.668
1.743.108
1.915.940
2.108.204
12.592.165
10.503.230
11.544.196
13.058.330
14.759.238
16.338.811
Onttrekking bestemmingsresenze Dotatie bestemmingsreser.’e
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo
0
0
0
0
0
0
Renkum Rheden Rozendaal Westereoort Wijchen Zevenaar
768.027
8.557 115.814
756.206 883.810
Mutaties reserves
2.1.2.
Programma routevervoer
Wat willen we bereiken?
•
Een kwalitatief goede uitvoering van het routevervoer met Avan door de vervoerders. De BVO DRAN monitort
de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI’s). In het Programma van Eisen (PvE) routegebonden vervoer staat weergegeven welke KPI’s zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders (augustus 2020 tot en met juli 2030) is de ambitie om
uiterlijk 1 januari 2028 te komen tot een volledig emissieloos routevervoer binnen Avan. Een voorbehoud is
gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van
zero emissie rolstoelbussen op te schorten. •
91
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het routevervoer met Avan.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 16/30
fPÖm arnhem I Ch^lV mimeden VERVOERSORGANISATIE
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Afspraken omtrent het routevervoer zijn vastgelegd in de contracten met de vervoerders. Met behulp van
systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de
financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd. •
De vervoerders hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.
•
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke
managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op
de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI’s zoals beschreven in het PvE het uitgangspunt voor de monitoring en controles. •
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële
aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten. •
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over routevervoer gerelateerde zaken.
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van
gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. •
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
Wat mag het kosten? Primitieve begroting 2024
Gewijzigde begroting 2024
Vervoer
15.320.159-
14.077.027
15.689.373
16.919.205
18.638.790
19.968.182
Totaal Jasten
15.320.159-
14.077.027
15.689.373
16.919.205
18.638.790
19.968.182
3.285.408 522.780 519.745 578.473
3.075.321 633.687
3.553.571 690.161
3.891.641
4.681.886 851.312
491.902 459.257
345.289 540.448
333.865 406.707 232.411 1.365.669
536.908 551.538 374.119 462.363 247.188
4.266.206 807.400 633.464 656.369
Programma 2: Routevervoer
Begroting 2025
Begroting
Begroting 2027
2026
Begroting 2028
Lasten
Baten Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard
Montferland Mook en Middelaar
232.242 1.393.354 100.194
Renkum
143.199 1.815.821 1.778.889 424.388
Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar
1.271.085 34.216 367.159 748.451 1.219.019
Totaal baten
15.320.159
Nijmegen Overbetuv.'e
65.580 120.582 1.659.479 1.610.039 409.840 1.120.115
35.485 326.427 683.963
1.472.074 73.645 135.326 1.783.201
736.388 574.354 601.461 411.907 515.149 257.693 1.549.918
465.610 594.849 276.317 1.691.944
669.491 716.837 507.254 653.433 284.607 1.754.386 99.657 186.038 2.133.635
80.953 149.948 1.880.444
92.148 168.443 2.040.614
1.808.707 409.840
1.987.880 422.135
2.263.138
1.243.400
1.280.702 45.487 411.585 842.181
434.800 1.319.123 49.634 474.085 952.584
1.279.379
1.452.063
1.034.003 1.567.952
18.638.790
19.968.182
41.716 370.321
1.045.699
766.343 1.168.953
14.077.027
15.689.373
16.919.205
2.447583 447.843
1.358.697 54.198 519.361
Mutaties reserves
Onttrekking bestemmingsreser/e Dotatie bestemmingsreserve
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo
0
0
0
0
0
0
Ontwerp M.JPB 2025-2028 BVO DRAM
p. 17 / 30
regio njpnegen VERVOERSORGANISATIE
2.1.3.
Overzicht overhead Primitieve begroting 2D24
Gewijzigde begroting 2024
BVO
1.130.070
1.111.360
1.153.685
1.197.077
1.240.941
1.287.223
Totaal lasten
1.130.070
1.111.360
1.153.685
1.197.077
1.240.941
1.287.223
Arnhem
217.073
213.225
238.029
246.883
51.151 39.934 20.375
50.461 39.415 20.072 30.589 37.372 27.242 65.197
221.326 52.385 40.919 20.841 31.759 38.799 28.285
229.644
Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten
54.357 42.458 21.625 32.955 40.260 29.349
55.350 44.020 22.427 34.168 41.739 30.431
58.453 45.664
67.680 54.281 16.903 242.983 69.605
70.224 55.322 17541
72.797 58.388 18.193 251.319 74.858
Overzicht Overhead
Begroting 2025
Begroting 2025
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
Baten
Duiven Heumen Lingewaard Montferland Mook en Middelaar Nijmegen
Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal
30.852 38.275 28.275
65.608 52.952 15.454 235.550 58.285 45327
52.288 16.278 234.090 67.053 45.518 60.639 6.235 25.108 58.100 62.477
47.253 62.948 6.480 26.059 60.313 64.856
1.130.070
1.111.360
Onttrekking bestemmingsreserve Dotatie bestemmingsreserve
-
-
Saldo
0
Westervoort Wijdten Zevenaar
62.058 6.173 25.404 59.377 63.625
Totaal baten
252.115 72.223 49.033 65.315 5.725
50.833 67.709
23.268 35.445 43.299 31572 75512 60565 18.877 271.043 77.651 52.731 70.236 7.249
67.295
6.983 28.049 64.877 69.751
1.153.685
1.197.077
1.240.941
1.287.223
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
0
0
0
0
27.049 62.582
29.099 67.295 72.364
Mutaties reserves
2.2. Paragrafen In de begroting wordt in afzonderlijke paragrafen ingegaan op de beleidslijnen met betrekking tot relevante
beheersmatige aspecten van de organisatie. In de BBV (art. 9 lid 2) staat aangegeven dat in de begroting ten
minste de volgende paragrafen opgenomen moeten zijn, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is: •
lokale heffingen
•
weerstandsvermogen en risicobeheersing
•
onderhoud kapitaalgoederen
•
financiering
•
bedrijfsvoering
•
verbonden partijen
®
grondbeleid
De paragrafen “lokale heffingen”, "onderhoud kapitaalgoederen", “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn
niet op de BVO DRAN van toepassing. De overige paragrafen staan hieronder toegelicht.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 18 / 30
rPÓm acnhem I CHIVJnijmef’en VERVOERSORGANISATIE
2.2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het
opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld gebracht te worden.
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen:
•
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
•
een inventarisatie van de risico's
•
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's
•
financiële kengetallen
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en
substantieel zijn, op te kunnen vangen. Binnen de financiën van de BVO DRAN zijn een tweetal posten te duiden
als weerstandscapaciteit: reserves en posten onvoorzien. Ten aanzien van alle bestedingen door de BVO DRAN is de ‘open einde’ systematiek van toepassing. Dit houdt in
dat bij een tekort een deelnemer bij moet betalen en bij een overschot geld terug krijgt. Dit brengt een
financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een
additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de deelnemers. Omdat jaarlijks het resultaat wordt verrekend met de deelnemers, wordt er door de BVO DRAN ook geen reserve opgebouwd.
In de MJPB zijn geen reserves en geen expliciete posten onvoorzien opgenomen. Binnen het saldo van de BVO
lasten ("Overhead") is een post onvoorzien opgenomen om niet begrote BVO gerelateerde kosten te kunnen
dekken. Inventarisatie van de risico's
Aanbesteding in het geval vervoerscontracten niet worden verlengd
Met vervoerders zijn in 2020 contracten afgesloten voor een initiële periode van 4 jaar en drie verlengingsopties van elk twee jaar. In 2023 is een deel van de contracten met 2 jaar verlengd. De huidige contractperiode
eindigt daardoor op 31 juli 2026. Het lichten van verlengingsopties is een tweezijdig besluit dat tenminste één
jaar voor expiratiedatum schriftelijk aan de andere partij kenbaar dient te worden gemaakt. Het is denkbaar dat partijen besluiten contracten niet te verlengen en dat daardoor delen van het vervoer dienen te worden aan besteed.
Met de huidige en, naar verwachting aanhoudende, marktomstandigheden (krapte arbeidsmarkt, energieprijzen, brandstofprijzen, investering zero emissie voertuigen) is het niet ondenkbaar dat een aanbesteding in 2025 zal
leiden tot hogere tarieven dan de huidige contractueel overeengekomen tarieven. De huidige meerjarige begrotingen voor het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn deels gebaseerd op de afspraken uit de recent verlengde contracten, waarbij rekening is gehouden met additionele kosten voor de
infasering van zero emissie. In het geval dat besloten dient te worden tot een nieuwe aanbesteding, is de verwachting dat er sprake zal zijn van meerkosten ten opzichte van de huidige meerjarige begrotingen
vervoerskosten van betreffende gemeenten.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 19/30
rOÓirï arnhem I C/r I k nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
/nfasering zero emissie rolstoelbussen
Alle huidige tarieven in het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn gebaseerd op vervoer met niet-zero
emissie rolstoelbussen. Dit heeft naar verwachting een kostendrukkend effect op het huidige tarief doordat het risico en de onzekerheid hieromtrent bij de vervoerder wordt beperkt.
Naar verwachting heeft toekomstige infasering van zero emissie rolstoelbussen een kostenstijgend effect. De mate van de kostenstijging is mede afhankelijk van de ontwikkeling en beschikbaarheid van de zero emissie rolstoelvoertuigen (voldoende actieradius) en de beschikbaarheid van laadinfrastructuur. De infasering van zero
emissie rolstoelbussen is onderdeel van de herzieningsclausule die is opgenomen in de huidige contracten. Door deze herzieningsclausule is de besluitvorming over de infasering van zero emissie rolstoelbussen op een toekomstig moment mogelijk, zonder dat dit leidt tot een nieuwe aanesteding. Binnen de begroting is vanaf
medio 2026 rekening gehouden met 5% meerkosten voor de infasering. Clausule afwijkend vervoersvolume overeenkomsten vervoerders
Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de contractperiode de mogelijkheid dat vervoervolumes
schommelen. Binnen de verlengde contracten routevervoer zijn afspraken gemaakt voor het geval dat vervoervolumes structureel met meer dan 30% toe- of afnemen en dit leidt tot een onredelijke financiële situatie voor vervoerder of opdrachtgever. Beide partijen treden in dit geval tijdig in overleg. Bij de nieuwe
contracten in het routevervoer bedraagt de overeengekomen clausule 20% toe- of afname van het vervoersvolume. Binnen de verlengde en nieuwe contracten vraagafhankelijk vervoer is een fluctuerende
vergoeding op basis van een kilometerstaffel overeengekomen. Bij deze vervoerssoort bestaat dit risico dan ook niet. In het geval sprake is van het toepassen van de 20%-30% clausule zal de kostenontwikkeling, op basis van de huidige inzichten, naar alle waarschijnlijkheid passend zijn binnen de begroting van de BVO DRAN, rekening
houdend met de algemene uitgangspunten uit de kaderbrief 2025.
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen
wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door
periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten.
De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het
gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen vervoerders bij het plannen op efficiency. Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van deze vervoersstromen
binnen de planning. Financiële kengetallen Doordat de BVO DRAN niet over eigen vermogen, vaste activa en vaste passiva beschikt, kan er geen netto
schuldquote en solvabilteitsratio worden bepaald. Door de ‘open einde’ systematiek is de structurele
exploitatieruimte gewaarborgd.
rpÓirs arnhem I mimeden VERVOERSORGANISATIE
2.2.2.
Financiering
Het financieringsvraagstuk van de BVO DRAM is van een beperkte omvang. Dit heeft vooral te maken met het feit dat de meeste bedrijfsvoeringsonderdelen worden afgenomen van de gemeente Arnhem en de Connectie.
Daarnaast bestaat het grootste deel van de begroting BVO lasten uit personeelskosten of daaraan gerelateerde
kosten. De financieringsrisico's zullen om die reden slechts beperkt zijn. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn:
•
Geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido.
•
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.
•
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk
afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
EMU saldo
Het EMU saldo wordt berekend op transactiebasis. Deze berekeningswijze is in grote mate vergelijkbaar met het kasstelsel zoals dat voor het Rijk van toepassing is. De BBV schrijft voor decentrale overheden echter een
administratie op basis van het baten/lastenstelsel voor. Het EMU saldo wordt dan berekend door - afhankelijk
van de kasmutatie - enkele posten erbij te tellen dan wel eraf te trekken en dan de individuele referentie
waarde (wet HOF) hier tegen af te zetten. Voor een BVO is geen referentiewaarde vastgesteld waardoor het berekenen van het EMU saldo geen toegevoegde waarde heeft. Kasgeldlimiet
De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende
financiering. Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de
organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. De
verantwoording over de kasgeldlimiet gebeurt in de jaarrekening.
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen
waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van
leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De huidige stand van de
langlopende schulden geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Schatkistbankieren
Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook rechtspersonen (openbare lichamen) die zijn ingesteld op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht tot deelname aan schatkistbankieren. Voor
decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Relatiebeheer Het betalingsverkeer is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 21 / 30
rpdirs omheen
S' nlrne^en VERVOERSORGANISATIE
2.2.3.
Bedrijfsvoering
Waar staat de BVO DRAN voor? De BVO DRAN is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met
betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de
mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in
het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is. Tenslotte wordt een optimale aansluiting van het vervoer op het openbaar vervoer netwerk voorzien. Doelen en taken
De BVO DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en
uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de
deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden daardoor overgedragen aan de BVO DRAN.
Vervoersmodel In de huidige contracten wordt voor het vraagafhankelijk vervoer gewerkt volgens een callcentermodel. Hierbij
is de ritaanname belegd bij een callcenter en wordt de feitelijke planning en uitvoering verzorgd door de
vervoerders. Binnen het routevervoer zijn de callcentertaken ook belegd bij de vervoerder zelf. De periodieke vergoeding aan vervoerders vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op het aantal beladen
kilometers, voor het routevervoer op het aantal beladen uren verhoogd met een starttarief en de vergoeding aan het callcenter op het aantal declarabele ritten.
Rapporteren
Aan de deelnemers wordt per programma gerapporteerd. Het is een overzicht van de geleverde prestaties. De
rapportages (inclusief financiën) worden halfjaarlijks opgesteld. Vennootschapsbelasting
Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen
worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de BVO DRAN
geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb.
Rechtmatigheid In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het bestuur aan in hoeverre verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de
vastgestelde kaders zoals de begroting, het controleprotocol accountantsdiensten en bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. De rechtmatigheidsverantwoording vindt plaats in de jaarrekening.
Ontwerp MJPB 2025-2028 BVO DRAN
p. 22 / 30
CPdm arnhem LjjnriBgen "VERVOERSORGANISATIE
3. Financiële begroting 3.1. Overzicht baten en lasten Onderstaand is de financiële meerjarenbegroting van de BVO DRAN weergegeven. Per onderdeel wordt in paragraaf 3.2 een toelichting gegeven.
regio abten
Primitieve
Gewijzigde
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
begroting
begroting
2025
2026
2027
2028
2024
2024
Lasten deelnemers (BVO, callcenter en vervoer)
BVO Personeelskosten
825.921
840.745
936.614
970.008
65.549
70.938
872.493 73.584