CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Ontwerp MJPB 2023-2026 incl. gewijzigde begroting 2022

Raad 7 juni 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Ontwerp Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2023-2026 met gewijzigde begroting 2022 Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Arnhem-Nijmegen (BVO-DRAN)7.728 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN (inclusief gewijzigde begroting 2022)

Versie: 14 maart 2022

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

3

1.1.

Procedure begroting

4

1.2.

Uitgangspunten MJPB 2023-2026

5

1.3.

Uitgangspunten gewijzigde begroting 2022

8

1.4.

Afwijkende uitgangspunten gemeenten

12

2. 2.1.

Beleidsbegroting

14

Programmaplan

14

2.1.1.

Programma vraagafhankelijk vervoer

15

2.1.2.

Programma routevervoer

17

2.1.3.

Overzicht overhead

19

2.2.

Paragrafen

20

2.2.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

20

2.2.2.

Financiering

22

2.2.3.

Bedrijfsvoering

23

Financiële begroting

24

3. 3.1.

Overzicht baten en lasten

24

3.2.

Toelichting baten en lasten

25

3.3.

Reserves en voorzieningen

26

Bijlage 1: Overzicht baten en lasten per taakveld

28

Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen

29

Bijlage 3: Geprognosticeerde balans

31

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 2 / 31

1. Inleiding Hierbij treft u de ontwerp Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2023-2026, inclusief de gewijzigde begroting 2022, van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) aan. Het Algemeen Bestuur heeft met vaststelling van de Kaderbrief 2023 de algemene financiële uitgangspunten voor de opbouw van de meerjarige begroting bepaald. Deze uitgangspunten zijn door de BVO DRAN gehanteerd, tenzij een deelnemende gemeente het verzoek heeft ingediend hiervan af te wijken of er op basis van nadere analyses door de BVO DRAN is gekozen voor een afwijkend algemeen uitgangspunt. In paragraaf 1.2 en 1.3 wordt ingegaan op de (eventueel gewijzigde) algemene financiële uitgangspunten van deze MJPB. Door gemeenten gewenste afwijkingen worden in paragraaf 1.4 toegelicht. Vanaf medio maart 2020 heeft de Coronacrisis forse impact op het feitelijk gebruik van het vervoer. Naar verwachting zullen deze effecten nog steeds merkbaar blijven tot in 2022. Vanwege de onvoorspelbaarheid van deze Coronaeffecten is hiermee bij het opstellen van de begroting tot nu toe geen rekening gehouden. Bij het opstellen van de MJPB 2023-2026 en de gewijzigde begroting 2022 wordt, voor zover mogelijk en van toepassing, wel rekening gehouden met structurele Coronaeffecten.

Besluit Begroting en Verantwoording Bij het opstellen van een meerjarige begroting voor Gemeenschappelijke Regelingen (GR) dient te worden geconformeerd aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit zorgt voor de volgende opzet van de MJPB van de BVO DRAN. In de basis bestaat de begroting uit 2 onderdelen (art. 7 lid 1 BBV): •

de beleidsbegroting (hoofdstuk 2)

•

de financiële begroting (hoofdstuk 3)

De beleidsbegroting bestaat ook uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •

het programmaplan (paragraaf 2.1)

•

de paragrafen (paragraaf 2.2)

De financiële begroting bestaat uit 3 onderdelen (art. 7 lid 3 BBV): •

het overzicht baten en lasten (paragraaf 3.1)

•

de financiële positie (paragraaf 3.2)

•

de reserves en voorzieningen (paragraaf 3.3)

Taakvelden Naast de indeling van de begroting naar programma's moet de begroting ook worden ingedeeld naar taakvelden. De voorgeschreven taakvelden zijn opgenomen in het Iv3 informatievoorschift Gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is in het BBV (art. 7 lid 3) voorgeschreven dat er een overzicht van lasten en baten per taakveld als bijlage in de begroting opgenomen moet worden (bijlage 1).

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 3 / 31

Beleidsindicatoren De commissie BBV heeft aangegeven (vraag en antwoord BBV 2018.12.4) dat de opname van beleidsindicatoren in de begroting voor een GR op grond van het BBV verplicht is gesteld. Het ministerie van BZK heeft daarbij aangegeven dat een GR alleen die indicatoren hoeft op te nemen die behoren bij de taakvelden waarbinnen de GR haar activiteiten uitvoert. Beleidsindicatoren die buiten de taakvelden van de GR vallen, kunnen worden weggelaten. De BVO DRAN zijn geen door deelnemende gemeenten opgelegde beleidsindicatoren bekend. Overhead Op de programma’s mogen alleen de direct toe te rekenen lasten worden verantwoord. Het is niet toegestaan om overheadkosten in een programma te verantwoorden. Overheadkosten moeten op aparte overzichten worden gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg dat alle kosten van de BVO DRAN in de meerjarige begroting als "Overhead" moeten worden gelabeld. Het overzicht overhead is opgenomen in paragraaf 2.1.4 van deze begroting. Ambtelijke voorbereiding Samen met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze meerjaren begroting tot stand gekomen. Btw routegebonden vervoer De kosten die samenhangen met het vraagafhankelijk vervoer worden in de MJPB exclusief Btw verantwoord. Deze Btw is voor de deelnemers aftrekbaar. Kosten die samenhangen met het routegebonden vervoer worden daarentegen inclusief Btw verantwoord.

Deze Btw is namelijk compensabel noch aftrekbaar en daardoor kostenverhogend voor de gemeenten. 'open einde' systematiek De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. Binnen de bedragen in deze MJPB is zeer beperkt rekening gehouden met dergelijke onvoorziene wijzigingen in de kosten van vervoer of callcenter. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een extra post onvoorzien volgend uit de risico's van een open einde systematiek, ligt daardoor bij de deelnemers. Deze extra post onvoorzien komt dan bovenop de in deze MJPB meerjarig begrote bijdragen van de deelnemers.

1.1. Procedure begroting Voor de aanbieding en vaststelling van de MJPB 2023-2026 (inclusief de gewijzigde begroting 2022) gelden de volgende processtappen. Om te komen tot tijdige vaststelling van de MJPB 2023-2026 en rekening te houden met de gemeentelijke raadsplanningen, wordt de volgende planning gehanteerd:

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 4 / 31

Processtap

Datum

1. Vaststelling ontwerp MJPB 2023-2026 door Algemeen Bestuur

24 maart 2022

2. Verzending ontwerp MJPB 2023-2026 aan gemeenten

25 maart 2022

3. Deadline indienen zienswijze door gemeenteraden

17 juni 2022

4. Vaststelling MJPB 2023-2026 door Algemeen Bestuur

7 juli 2022

5. Verzending MJPB 2023-2026 aan gemeenten

8 juli 2022

1.2. Uitgangspunten MJPB 2023-2026 Voor het opstellen van de MJPB 2023-2026 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden per jaar de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van de reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd. Vervoer vraagafhankelijk (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2023-2026: +2,0%)

•

Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met december 2019, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer

•

Vanaf 2022 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

•

Vanaf medio 2024 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer

Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •

Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie (2023-2026: +3,4%)

•

Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met december 2019, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer

•

Vanaf 2022 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

Eigen bijdrage vraagafhankelijk (baten) •

Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met december 2019

•

Bedragen zijn inclusief Btw, jaarlijks rekening houdend met OV indexatie (2023-2026: +2,1%)

•

Vanaf 2022 een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 5 / 31

Wmo subsidie provincie (baten) •

Geïndexeerde jaarbedragen overeenkomstig de beschikking 2021-2023

•

Verdeling naar gemeenten op basis van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer

Vervoer routegebonden jeugdwet en leerlingenvervoer (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2023-2026: +2,0%)

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer

•

Jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer) ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

•

Vanaf medio 2024 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting bruto routegebonden vervoer

Vervoer routegebonden dagbesteding (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2023-2026: +2,0%)

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer en vermeerderd met een opslag van +20% om het coronaeffect uit 2021 te corrigeren

•

Jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

•

Vanaf medio 2024 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting bruto routegebonden vervoer

Begeleiding routegebonden (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per begeleider per beladen uur, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie (2023-2026: +3,4%)

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer

•

Jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar

BVO (lasten) •

Structurele en incidentele BVO lasten uit primitieve begroting 2022 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2020 en 2021, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie en Cao loonindexatie (20232026: +3,9%)

•

Structurele BVO lasten jaarlijks rekening houdend met een taakstelling (2023-2026: -3%)

•

Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2021

•

Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten

Bijdrage beheerskosten provincie (baten) •

Geïndexeerde jaarbedragen overeenkomstig de beschikking 2021-2023

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 6 / 31

Overige opmerkingen Coronaeffecten vervoer Gedurende de jaren 2020 en 2021 heeft de Coronacrisis een aanzienlijke impact gehad op het feitelijk gebruik van het vraagafhankelijk vervoer. Binnen de begroting vraagafhankelijk vervoer is tot nu toe vanaf 2020 rekening gehouden met een jaarlijkse vervoerstoename van +10%. Op basis van het feitelijk lagere volume van het vraagafhankelijk vervoer in 2020 en 2021 en de verwachte dempende effecten voor de komende jaren kan de conclusie worden getrokken dat deze toename vanaf 2020 geen realistisch uitgangspunt voor de meerjarige begroting vraagafhankelijk vervoer vanaf 2022 meer is. Voor het vraagafhankelijk vervoer wordt als uitgangspunt voor het opstellen van de MJPB 2023-2026 het werkelijk vervoer 2019 (periode september t/m december) +10% toename vervoer in 2022 gehanteerd. Voor het routevervoer is het feitelijk gebruik in het overgrote deel van 2021 wel te gebruiken als uitgangspunt voor het opstellen van de MJPB. In deze periode wordt het vervoer, met uitzondering van het vervoer voor dagbestedingen, namelijk wel weer volledig uitgevoerd. Er is geen sprake meer van Coronaeffecten die de huidige omvang van het leerlingen- en jeugdwetvervoer beïnvloeden. Doordat dat bij dagbesteding nog wel het geval is, gebruiken we hier een opslag van +20% op de feitelijke realisatie in 2021 (periode september t/m december).

Meerkosten zero emissie Eind 2021 is gestart met de ontwikkeling van de infaseringsplannen zero emissie. Op basis van de huidige ontwikkelingen en inzichten is de verwachting dat de transitie naar zero emissie een kostenverhogend effect heeft op de vervoerskosten. In de Kaderbrief 2023 is voorgesteld om vanaf het tweede half jaar van 2024 rekening te houden met een kostentoename zero emissie van 10% van de vervoerskosten vraagafhankelijk en routevervoer. Uit nadere analyse door de vervoersorganisatie dient de verwachte kostenontwikkeling genuanceerd te worden. Er wordt nu uitgegaan van een kostentoename zero emissie van 5% op het vraagafhankelijk vervoer en 15% op het routevervoer. Voor het opstellen van de MJPB 2023-2026 zijn, in afwijking op de Kaderbrief 2023, daardoor de percentages 5% en 15% gebruikt. NEA indexatie Sinds 1 augustus 2020 zijn de nieuwe contracten met vervoerders ingegaan. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA index wordt jaarlijks berekend door Panteia. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +3,5%. Meerjarig bezien is een jaarlijkse NEA indexatie van +2,0% het structurele niveau. Voor de jaren vanaf 2023 wordt daardoor een NEA index van +2,0% als uitgangspunt gehanteerd.

Provinciale bijdrage OV-vangnet In 2021 is, na een verzoek daartoe van de provincie, besloten om de samenwerkingsovereenkomst met de provincie betreffende het OV Vangnet te verlengen tot en met het eerste kwartaal van 2022, dit was tot dan toe 31 december 2021. Aangezien het OV Vangnet een gemandateerde taak is die volledig wordt vergoed door de provincie en de periode in 2022 slechts een kwartaal betreft, wordt in de begroting geen rekening gehouden met deze vervoerssoort.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 7 / 31

Callcenter In de Kaderbrief 2023 is aangegeven dat het feitelijk gebruik in 2021 voor de begroting callcenter te gebruiken is als uitgangspunt voor het opstellen van de MJPB. Uit nadere analyse door de vervoersorganisatie is geconcludeerd dat het uitgangspunt dat is gekozen voor het vraagafhankelijk vervoer een meer betrouwbare basis is voor de meerjarige begroting callcenter. Voor de kosten callcenter wordt daardoor als uitgangspunt (in afwijking op de Kaderbrief 2023) voor het opstellen van de MJPB 2023-2026 het werkelijk vervoer 2019 (periode september t/m december) +10% toename vervoer in 2022 gehanteerd. CPI indexatie Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Ook hier is de prijs (P) contractueel vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +3,4%. Eigen bijdrage (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting zijn opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle eigen bedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord. Eigen bijdrage (indexatie) Jaarlijks worden de tarieven van het reguliere bus OV vastgesteld.

De indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan volgt deze OV indexatie. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +2,1%. BVO lasten (structureel) Op basis van de ervaringscijfers uit 2020 en 2021 is de structurele begroting BVO lasten vanaf 2022 geactualiseerd. Naast enkele incidentele effecten gerelateerd aan de coronacrisis, zijn er ook structurele effecten zichtbaar geworden. Dit heeft ervoor gezorgd dat dat deel van de structurele begroting van de vervoersorganisatie in 2022 substantieel naar beneden is bijgesteld (-7%). Daar tegenover staat een aanpassing van (hogere) indexatie en nieuwe (incidentele) begrotingsposten. Per saldo is de totale begroting BVO lasten in 2022 nagenoeg gelijk gebleven en is deze vanaf 2023 naar beneden bijgesteld. Vanaf 2023 is er een structurele taakstelling van -3% ingeboekt. BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonindexatie voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2022 is bepaald op +3,4%. Vanuit de Cao SGO 2021-2022 blijkt dat de salarissen in 2022 +3,9% stijgen ten opzichte van 2021. De jaarlijkse indexatie van de BVO lasten is door al deze factoren in de MJPB op +3,9% bepaald.

1.3. Uitgangspunten gewijzigde begroting 2022 Voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2022 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van de reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 8 / 31

Vervoer vraagafhankelijk (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, rekening houdend met NEA indexatie +3,5%

•

Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met december 2019, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer

•

Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •

Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, rekening houdend met CPI indexatie +3,4%

•

Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met december 2019, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer

•

Toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

Eigen bijdrage vraagafhankelijk (baten) •

Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met december 2019

•

Bedragen zijn inclusief Btw, rekening houdend met OV indexatie 2,1%

•

Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

Wmo subsidie provincie (baten) •

Geïndexeerd jaarbedrag overeenkomstig de beschikking 2021-2023

•

Verdeling naar gemeenten op basis van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer

Vervoer routegebonden jeugdwet en leerlingenvervoer (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, rekening houdend met NEA indexatie +3,5%

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer

•

Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer) ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

Vervoer routegebonden dagbesteding (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, rekening houdend met NEA indexatie +3,5%

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer en vermeerderd met een opslag van +20% om het coronaeffect uit 2021 te corrigeren

•

Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 9 / 31

Begeleiding routegebonden (lasten) •

Contractueel overeengekomen tarief per begeleider per beladen uur, rekening houdend met CPI indexatie +3,4%

•

Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met december 2021 (dagbesteding met een opslag van +20%), overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer

•

Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2022

BVO (lasten) •

Structurele en incidentele BVO lasten uit primitieve begroting 2022 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2020 en 2021, rekening houdend met CPI indexatie en Cao loonindexatie +3,9%

•

Structurele BVO lasten rekening houdend met een taakstelling -2%

•

Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2021

•

Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten

Bijdrage beheerskosten provincie (baten) •

Geïndexeerd jaarbedrag overeenkomstig de beschikking 2021-2023

Overige opmerkingen Coronaeffecten vervoer Gedurende de jaren 2020 en 2021 heeft de Coronacrisis een aanzienlijke impact gehad op het feitelijk gebruik van het vraagafhankelijk vervoer. Binnen de begroting vraagafhankelijk vervoer is tot nu toe vanaf 2020 rekening gehouden met een jaarlijkse vervoerstoename van +10%. Op basis van het feitelijk lagere volume van het vraagafhankelijk vervoer in 2020 en 2021 en de verwachte dempende effecten voor de komende jaren kan de conclusie worden getrokken dat deze toename vanaf 2020 geen realistisch uitgangspunt voor de meerjarige begroting vraagafhankelijk vervoer vanaf 2022 meer is. Voor het vraagafhankelijk vervoer wordt als uitgangspunt voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2022 werkelijk vervoer 2019 (periode september t/m december) +10% toename vervoer in 2022 gehanteerd. Voor het routevervoer is het feitelijk gebruik in het overgrote deel van 2021 wel te gebruiken als uitgangspunt voor het opstellen van de gewijzigde begroting. In deze periode wordt het vervoer, met uitzondering van het vervoer voor dagbestedingen, namelijk wel weer volledig uitgevoerd. Er is geen sprake meer van Coronaeffecten die de huidige omvang van het leerlingen- en jeugdwetvervoer beïnvloeden. Doordat dat bij dagbesteding nog wel het geval is, gebruiken we hier een opslag van +20% op de feitelijke realisatie in 2021 (periode september t/m december).

NEA indexatie Sinds 1 augustus 2020 zijn de nieuwe contracten met vervoerders ingegaan. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA index wordt jaarlijks berekend door Panteia. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +3,5%.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 10 / 31

Provinciale bijdrage OV-vangnet In 2021 is, na een verzoek daartoe van de provincie, besloten om de samenwerkingsovereenkomst met de provincie betreffende het OV Vangnet te verlengen tot en met het eerste kwartaal van 2022, dit was tot dan toe 31 december 2021. Aangezien het OV Vangnet een gemandateerde taak is die volledig wordt vergoed door de provincie en de periode in 2022 slechts een kwartaal betreft, wordt in de begroting geen rekening gehouden met deze vervoerssoort. Callcenter In de Kaderbrief 2023 is aangegeven dat het feitelijk gebruik in 2021 voor de begroting callcenter te gebruiken is als uitgangspunt voor het opstellen van de gewijzigde begroting. Uit nadere analyse door de vervoersorganisatie is geconcludeerd dat het uitgangspunt dat is gekozen voor het vraagafhankelijk vervoer een meer betrouwbare basis is voor de meerjarige begroting callcenter. Voor de kosten callcenter wordt daardoor als uitgangspunt (in afwijking op de Kaderbrief 2023) voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2022 het werkelijk vervoer 2019 (periode september t/m december) +10% toename vervoer in 2022 gehanteerd. CPI indexatie Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Ook hier is de prijs (P) contractueel vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS.

De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +3,4%. Eigen bijdrage (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting zijn opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt inclusief Btw. In de gewijzigde begroting zijn daardoor alle eigen bedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord. Eigen bijdrage (indexatie) Jaarlijks worden de tarieven van het reguliere bus OV vastgesteld. De indexatie van de eigen bijdrage binnen Avan volgt deze OV indexatie. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2022 is vastgesteld op +2,1%. BVO lasten (structureel) Op basis van de ervaringscijfers uit 2020 en 2021 is de structurele begroting BVO lasten vanaf 2022 geactualiseerd. Naast enkele incidentele effecten gerelateerd aan de coronacrisis, zijn er ook structurele effecten zichtbaar geworden. Dit heeft ervoor gezorgd dat dat deel van de structurele begroting van de vervoersorganisatie in 2022 substantieel naar beneden is bijgesteld (-7%). Daar tegenover staat een aanpassing van (hogere) indexatie en nieuwe (incidentele) begrotingsposten. Per saldo is de totale begroting BVO lasten in 2022 nagenoeg gelijk gebleven. In 2022 is een taakstelling van -2% ingeboekt. BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index.

Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonindexatie voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2022 is bepaald op +3,4%. Vanuit de Cao SGO 2021-2022 blijkt dat de salarissen in 2022 +3,9% stijgen ten opzichte van 2021. De jaarlijkse indexatie van de BVO lasten is door al deze factoren in de gewijzigde begroting op +3,9% bepaald.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 11 / 31

1.4. Afwijkende uitgangspunten gemeenten Op verzoek van een gemeente kan worden afgeweken van de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarige begroting. Bij voorkeur gaat dit verzoek gepaard met een (financiële) onderbouwing ten behoeve van toekomstige analyses. Ten behoeve van het opstellen van eerdere MJPB zijn in de afgelopen jaren door meerdere gemeenten afwijkende uitgangspunten aangegeven. Deze gewijzigde uitgangspunten zijn in deze ontwerp MJPB wederom verwerkt. Alle afwijkende uitgangspunten die nog relevant zijn voor het opstellen van de ontwerp MJPB 20232026 en gewijzigde begroting 2022 worden in deze paragraaf toegelicht. Gemeente Beuningen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Beuningen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is. Rekening houdend met demografische ontwikkelingen wordt door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename van +2% in de MJPB op te nemen. Gemeente Heumen De gemeente Heumen heeft het bestaand lokaal vrijwilligersvervoer, het zgn. Buurtvervoer Heumen, nieuwe impulsen gegeven. De verwachting is dat het gebruik van dit vervoer vanaf 2021 fors gaat toenemen. De jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer kan hierdoor, met uitzondering van 2022, bijgesteld worden van 10% naar 0%.

Op basis van een gemeentelijke analyse van het routevervoer van de gemeente Heumen is door de gemeente geconcludeerd dat de jaarlijkse toename in het routevervoer over de volle breedte naar beneden bijgesteld kunnen worden. De jaarlijkse toename routevervoer is in de MJPB vanaf 2022 op 0% bepaald. Gemeente Overbetuwe Door een tweetal beleidsontwikkelingen rondom vervoer naar jeugdhulplocaties wordt vanaf 2021 geen groei verwacht van het aantal deelnemers jeugdwet vervoer in de gemeente Overbetuwe. De gemeente Overbetuwe heeft daardoor aangegeven vanaf 2022 de jaarlijkse toename van het jeugdwet vervoer in de MJPB bij te stellen van 15% naar 5%. Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk vervoer van de gemeente Overbetuwe over de periode 2018-2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% voor Overbetuwe een te hoge aanname is. Daarnaast is door de gemeente besloten om vanaf 1 januari 2020 kilometerbudgetten voor het vraagafhankelijk vervoer in te voeren en vanaf 2021 vrijwilligersvervoersdiensten te versterken en te benutten. De gemeente Overbetuwe heeft door deze constateringen aangegeven de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer, met uitzondering van 2022, in de MJPB bij te stellen van 10% naar 0%.

Gemeente Renkum Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Renkum over de periode 2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk) en 5%-15% (routegebonden) te hoge aannames zijn. Daarnaast zijn er beleidsinitiatieven bepaald om de kosten van vraagafhankelijk vervoer te reduceren.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 12 / 31

Hierdoor heeft de gemeente Renkum verzocht om de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer en het routegebonden vervoer vanaf 2022 op +0% te zetten in de MJPB. Ook heeft de gemeente Renkum gevraagd om in de begroting rekening te houden met bedragen die door de gemeente zelf zijn bepaald en daarmee geen overeenkomst hebben met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2023. Gemeente Rheden Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Rheden over de periode 2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk) en 5%-15% (routegebonden) te hoge aannames zijn. Daarnaast wordt vanaf 2020 door de gemeente de omvang van het vervoer nog scherper gemonitord en indien noodzakelijk beleidsinitiatieven ingediend om de kosten van vervoer te reduceren. Hierdoor heeft de gemeente Rheden verzocht om de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer, met uitzondering van 2022, op +0% te zetten in de MJPB. Voor al het routegebonden vervoer is ook gevraagd om rekening te houden met een jaarlijkse toename van het vervoer van +0%. Gemeente Wijchen Begin 2022 heeft de vervoersorganisatie een analyse uitgevoerd op de werkelijke bestedingen routegebonden vervoer.

Voor alle gemeenten zijn de werkelijke bestedingen in januari 2022 vergeleken met de uitgangspunten voor de ontwerpbegroting. Op basis van deze analyse heeft de gemeente Wijchen gevraagd om de gewijzigde begroting 2022 jeugdwet vervoer te verhogen met € 10.000. Gemeente Zevenaar Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Zevenaar is door de gemeente geconcludeerd dat de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2023 voor het vraagafhankelijk vervoer en leerlingenvervoer bijgesteld kunnen worden. De gemeente Zevenaar heeft besloten om de begroting vraagafhankelijk vervoer gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kaderbrief vanaf 2022 structureel met € 115.000 naar beneden bij te stellen. De plannen om dit te realiseren zijn bij de vervoersorganisatie niet bekend. Voor het vraagafhankelijk vervoer wordt vanaf 2023 een jaarlijkse toename van het vervoer van +3% verwacht (Kaderbrief +10%). Dit zelfde wordt vanaf 2022 verwacht voor het leerlingenvervoer (Kaderbrief +5%).

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 13 / 31

2. Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •

het programmaplan

•

de paragrafen

2.1. Programmaplan Hierna wordt per programma aangegeven wat onze uitgangspunten zijn bij de uitvoering van onze taken. Uit te voeren taken Door de deelnemers is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer bij de BVO DRAN neergelegd Beleidskaders Bij de uitvoering van de taken op het gebied van doelgroepenvervoer gelden, naast de wettelijke voorschiften, de beleids- en/of toetsingskaders die worden aangegeven door de deelnemende gemeenten. Ontwikkelingen Het is van belang om tijdig in te spelen op veranderingen en voorspelbaar te blijven voor de deelnemende gemeenten. Het kan gaan om beleidsaanpassingen, maar ook om veranderende wet- en regelgeving voor gemeenten en gecontracteerde marktpartijen. Daarnaast is de instroom van nieuw vervoer een belangrijke factor die invloed heeft op de omvang van de werkzaamheden van de BVO DRAN. Indeling en opzet programma’s De programma’s zijn, naast een algemene omschrijving, ingericht met de 3 W-vragen (art. 8 lid 3 BBV): •

Wat willen we bereiken?

•

Wat gaan we daarvoor doen?

•

Wat mag het kosten?

Onder “Wat willen we bereiken?” wordt bij het vervoer naast een algemene beschrijving over wat we willen bereiken ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor de uitvoering van Avan. Bij “Wat mag het kosten?” zijn naast de lasten ook de bijdragen van de deelnemers en provincie geraamd. Het programmaplan bestaat uit de volgende programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Routevervoer En het overzicht: 3. Overhead

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 14 / 31

De indeling van de programma’s in de begroting beoogt de financiële inzichtelijkheid van het totale takenpakket zo goed mogelijk in beeld te brengen, te kunnen budgetteren en later in de jaarrekening over te kunnen verantwoorden.

2.1.1.

Programma vraagafhankelijk vervoer

Wat willen we bereiken? •

Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan door het callcenter en de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) vraagafhankelijk vervoer en het PvE callcenter staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.

•

Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan.

Wat gaan we daarvoor doen? •

Afspraken omtrent het vraagafhankelijk vervoer zijn vastgelegd in de contracten met het callcenter en de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd.

•

De vervoerders en het callcenter hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.

•

Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles.

•

Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten.

•

Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken.

•

Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan.

•

Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 15 / 31

Wat mag het kosten?

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 16 / 31

2.1.2.

Programma routevervoer

Wat willen we bereiken? •

Een kwalitatief goede uitvoering van het routevervoer met Avan door de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) routegebonden vervoer staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.

•

Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het routevervoer met Avan.

Wat gaan we daarvoor doen? •

Afspraken omtrent het routevervoer zijn vastgelegd in de contracten met de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd.

•

De vervoerders hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.

•

Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in het PvE het uitgangspunt voor de monitoring en controles.

•

Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten.

•

Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken.

•

Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan.

•

Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 17 / 31

Wat mag het kosten?

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 18 / 31

2.1.3.

Overzicht overhead

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 19 / 31

2.2. Paragrafen In de begroting wordt in afzonderlijke paragrafen ingegaan op de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten van de organisatie. In de BBV (art. 9 lid 2) staat aangegeven dat in de begroting ten minste de volgende paragrafen opgenomen moeten zijn, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is: •

lokale heffingen

•

weerstandsvermogen en risicobeheersing

•

onderhoud kapitaalgoederen

•

financiering

•

bedrijfsvoering

•

verbonden partijen

•

grondbeleid

De paragrafen “lokale heffingen”, "onderhoud kapitaalgoederen", “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn niet op de BVO DRAN van toepassing. De overige paragrafen staan hieronder toegelicht.

2.2.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld gebracht te worden. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen: •

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit

•

een inventarisatie van de risico's

•

het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's

•

financiële kengetallen

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Binnen de financiën van de BVO DRAN zijn een tweetal posten te duiden als weerstandscapaciteit: reserves en posten onvoorzien. Ten aanzien van alle bestedingen door de BVO DRAN is de ‘open einde’ systematiek van toepassing. Dit houdt in dat bij een tekort een deelnemer bij moet betalen en bij een overschot geld terug krijgt. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de deelnemers. Omdat jaarlijks het resultaat wordt verrekend met de deelnemers, wordt er door de BVO DRAN ook geen reserve opgebouwd. In de MJPB zijn geen reserves en geen expliciete posten onvoorzien opgenomen. Binnen het saldo van de BVO lasten ("Overhead") is een post onvoorzien opgenomen om niet begrote BVO gerelateerde kosten te kunnen dekken.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 20 / 31

Inventarisatie van de risico's 30% clausule overeenkomsten vervoerders Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de contractperiode de mogelijkheid dat vervoervolumes schommelen. Binnen het contract zijn afspraken gemaakt voor het geval dat vervoervolumes structureel met meer dan 30% toe- of afnemen en dit leidt tot een onredelijke financiële situatie voor vervoerder of opdrachtgever. Beide partijen treden in dit geval tijdig in overleg. Of hiervan sprake zal zijn zal mede afhangen van de mate van herstel van het vervoervolume ten gevolge van corona in combinatie met het wegvallen van het OV Vangnet vanaf het tweede kwartaal van 2022. Door de vierde coronagolf ligt het ritvolume eind 2021 en begin 2022 op ongeveer 65% in vergelijking met 2019, het basisjaar van de overeenkomsten met de vervoerders. Door het stoppen van het OV-vangnet vervoer valt er vanaf het tweede kwartaal van 2022 structureel een deel van het contractueel overeengekomen vervoervolume weg. Het OV-vangnet vervoer bedraagt in 2019 ongeveer 5% van het ritvolume en ongeveer 7% van het financieel volume. In het geval sprake is van een noodzakelijke tariefverhoging ten gevolge van de 30% clausule zal deze in alle gevallen passend zijn binnen de begroting van de BVO DRAN, rekening houdend met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2023.

Kosten medereiziger De WMO reiziger is toegestaan zich te laten vergezellen door een niet geïndiceerde medereiziger. De kosten van deze medereiziger werden betaald door de provincie als onderdeel van de OV vangnet afspraken. Deze vergoeding vervalt vanaf het tweede kwartaal van 2022. Bestuurlijk is afgesproken de voorziening medereiziger te continueren (met mogelijkheid tot stopzetten) tegen een hogere eigen bijdrage van de reiziger. Voor het totale vraagafhankelijke vervoer binnen Avan is dit risico beraamd op maximaal € 50.000 per jaar (0,5% van de vervoerskosten). Kosten brandstof De sterk stijgende brandstofprijzen van de afgelopen periode hebben een groot effect op de kosten in het doelgroepenvervoer. Op verzoek van het Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia (NEA indexatie) enkele scenario’s doorgerekend om te zien wat de gevolgen hiervan kunnen zijn voor de kostenontwikkelingen voor de opdrachtgevers in het doelgroepenvervoer. De overige kostenontwikkelingen van loon, afschrijvingen, verzekeringen, etc. zijn hierbij nog niet meegenomen. Op basis van deze scenario’s ligt de verwachte stijging voor enkel de brandstof in een bandbreedte van +2,2% tot +5,6%. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek.

Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen vervoerders bij het plannen op efficiency. Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van deze vervoersstromen binnen de planning.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 21 / 31

Financiële kengetallen Doordat de BVO DRAN niet over eigen vermogen, vaste activa en vaste passiva beschikt, kan er geen netto schuldquote en solvabilteitsratio worden bepaald. Door de ‘open einde’ systematiek is de structurele exploitatieruimte gewaarborgd.

2.2.2.

Financiering

Het financieringsvraagstuk van de BVO DRAN is van een beperkte omvang. De meeste bedrijfsvoeringsonderdelen worden afgenomen van de gemeente Arnhem en de Connectie. Daarnaast bestaat het grootste deel van de begroting BVO lasten uit personeelskosten of daaraan gerelateerde kosten. De financieringsrisico's zullen om die reden slechts beperkt zijn. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: •

Geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido.

•

Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.

•

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.

Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Schatkistbankieren Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook rechtspersonen (openbare lichamen) die zijn ingesteld op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht tot deelname aan schatkistbankieren. Voor decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën.

De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Relatiebeheer Het betalingsverkeer is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 22 / 31

2.2.3.

Bedrijfsvoering

Waar staat de BVO DRAN voor? De BVO DRAN is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is. Doelen en taken De BVO DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer voor de deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer worden daardoor overgedragen aan de BVO DRAN. Vervoersmodel Vanaf augustus 2020 is het vraagafhankelijk vervoer ingericht volgens het "callcentermodel". Hierbij worden de ritaannames en de direct daarbij behorende activiteiten uitgevoerd door een callcenter. Alle overige taken, waaronder de planning en uitvoering, zijn belegd bij de vervoerders. Voor het routegebonden vervoer zijn ook de callcenter taken belegd bij de vervoerders. Rapporteren Aan de deelnemers wordt per programma gerapporteerd.

Het is een overzicht van de geleverde prestaties. De rapportages (inclusief financiën) worden halfjaarlijks opgesteld. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de BVO DRAN geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 23 / 31

3. Financiële begroting 3.1. Overzicht baten en lasten Onderstaand is de financiële meerjarenbegroting van de BVO DRAN weergegeven. Per onderdeel wordt in paragraaf 3.2 een toelichting gegeven.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 24 / 31

3.2. Toelichting baten en lasten Lasten deelnemers BVO Personeelskosten Bij de personeelskosten wordt uitgegaan van de feitelijke personeelslasten voor functies die zijn bezet. Voor niet bezette functies wordt uitgegaan van gebruikelijke normbedragen. Daarnaast is binnen personeelskosten een bedrag voor de inhuur van derden opgenomen. Ondersteunende taken De kosten voor ondersteunende taken zijn gebaseerd op een dienstverleningsovereenkomst met de Connectie. Huisvesting De kosten voor huisvesting zijn gebaseerd op een huurovereenkomst met de gemeente Arnhem. Accountant en fiscaal advies Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Platform opdrachtgevers doelgroepenvervoer Kosten zijn gebaseerd op de meerjarige begroting van het in oprichting zijnde platform. Kantoorkosten, ICT Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Consumenten, klachten Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt ongeveer 2,5% van de totale structurele BVO lasten. Taakstelling Het Algemeen Bestuur heeft besloten om vanaf 2021 een taakstelling te leggen op het budget voor de BVO lasten. De taakstelling bedraagt voor 2022 -2% en voor de jaren vanaf 2023 is de taakstelling structureel -3%. Callcenter Kosten zijn gebaseerd op contractueel overeen gekomen tarieven en verwachte hoeveelheden vervoer.

Vervoer Kosten zijn gebaseerd op contractueel overeen gekomen tarieven en verwachte hoeveelheden vervoer. Baten deelnemers Algemeen De baten zijn verdeeld over de onderdelen BVO, callcenter, vervoer, reizigersbijdrage en de Wmo subsidie. Binnen de meerjarige begroting is de subsidie van de provincie opgenomen onder BVO (bijdrage beheerkosten) en het vraagafhankelijk vervoer. Subsidie en bijdrage beheerkosten provincie Gelderland De Wmo subsidie van de provincie voor het vraagafhankelijk Wmo vervoer is voor de jaren 2022 en 2023 opgenomen conform de ontvangen beschikking voor de jaren 2021 tot en met 2023. Vanaf 2021 wordt de subsidie in drie jaren afgebouwd tot nul (75%, 50% en 25%, basisjaar 2020). Deze afbouw is ook van toepassing op de vaste bijdrage van de provincie op de beheerkosten.

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 25 / 31

3.3. Reserves en voorzieningen Doordat jaarlijks het geraamde saldo van baten en lasten wordt verrekend met de deelnemers, worden er geen onttrekking of dotaties aan een bestemmingsreserve voorzien.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen van 24 maart 2022,

de secretaris,

de voorzitter,

M. van den Beucken

R.W.M. Engels

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 26 / 31

Bijlagen

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 27 / 31

Bijlage 1: Overzicht baten en lasten per taakveld

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 28 / 31

Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen In onderstaande overzichten is per deelnemer te zien wat de totaal begrote bijdragen zijn voor de jaren 2022 (gewijzigde begroting) en 2023 (primitieve begroting).

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 29 / 31

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 30 / 31

Bijlage 3: Geprognosticeerde balans

Ontwerp MJPB 2023-2026 BVO DRAN

p. 31 / 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11487136/1