Bijlage II MGR jaarstukken 2025
Tekst van het document
37.042
137
19.056
3.953
254
95.193
↑ De langlopende vordering tbv de voorzieningen SW is niet toegevoegd. Voorzieningen SW is niet toegevoegd. Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
73
3. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op d.d. 3 oktober 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Het besluit van 3 oktober 2024 moet gelezen worden tezamen met het correctiebesluit van 19 november 2025. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen de nominale waarden, tenzij bij het balanshoofd anders is vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en
winsten zijn slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum gerealiseerd zijn. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, zijn in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening doet het algemeen bestuur schattingen en veronderstellingen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. Dit gebeurt in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen.
Schattingswijzigingen
Voor 2025 hebben zich geen schattingswijzigingen voorgedaan.
Vergelijkende cijfers
Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 heeft een re-classificatie plaatsgevonden van de balanspost kortlopende schulden naar de balanspost overlopende passiva. Om de ver gelijkbaarheid te houden is de balanspost 2024 tevens gecorrigeerd. Van de balanspost kortlopende schulden is een bedrag van € 742.000 gereclassificeerd naar de balanspost over lopende passiva.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
74
Waarderingsgrondslagen Vaste Activa Materiële vaste activa met economisch nut
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de bruto-verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, eventueel verminderd met bijdragen van derden en verminderd met afschrijvingen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De kosten voor de verbouwing van het bedrijfspand zijn geactiveerd in de materiële vaste activa. Op gronden wordt niet afgeschreven. De afschrijving op materiële vaste activa vangt aan in het jaar na de in gebruik name van de materiële vaste activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld aan de hand van notitie richtlijnen activeren en afschrijven activa, artikel 4, lid 2 en 3. De gehanteerde termijnen in jaren staan genoteerd in de tabel hieronder. Aan de materiële vaste activa wordt geen rente toegerekend.
Materiële vaste activa
Termijn (in jaren)
Gronden en terreinen
0
bedrijfsgebouwen
40
Voorzieningen aan terreinen
25
Machines, apparaten en installaties
15
Inventarissen
10
Vervoersmiddelen
5
ICT-investeringen (mobiele devices)
3
ICT-overige investeringen
5
Overige activa
10
mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Liquide middelen
Liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen.
Vaste Passiva Eigen vermogen
Vlottende Activa
Omdat sprake is van een gemeenschappelijke regeling waarvoor de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn, is het uitgangspunt om vermogensvorming binnen de MGR Rijk van Nijmegen beperkt te houden. De deelnemende gemeenten houden in hun weerstandsvermogen rekening met de bij de MGR aanwezige risico’s.
Voorraden
Voorzieningen
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde.
De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde.
Uitzettingen met een typische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in
Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen of verwachte verliezen of risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten op de balansdatum. Onder voorzieningen worden ook de van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed opgenomen. Uitzondering hierop vormen de van Europese en Nederlandse overheidslichamen verkregen middelen. Deze worden gepresenteerd bij de ‘Overlopende
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
75
passiva overheidsmiddelen’. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.
Personele lasten
Vlottende Passiva
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeids kostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.
Vlottende passiva
Bijdrage per gemeente
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende passiva hebben een rentetypische looptijd van één jaar of korter.
Grondslagen voor resultaatbepaling Overzicht van baten en lasten
Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verliezen en risico’s die hun oorsprong hebben in het boekjaar, worden in de jaarrekening verwerkt indien zij bekend zijn op het moment van het opmaken van de jaarrekening.
De subsidies van de deelnemende gemeenten hebben een structureel karakter en zijn bedoeld om de activiteiten van de MGR te bekostigen. De subsidies zijn toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben, rekening houdend met een eventuele terugbetalingsverplichting. De voor de subsidie geldende wet- en regelgeving is gevolgd. De bijdrage per gemeente is per module anders afgesproken. Op hoofdlijnen wordt de bijdrage als volgt bepaald:
WerkBedrijf
• Voor het onderdeel Werk draagt iedere deelnemende gemeente het volledige Participatiebudget over aan de MGR. • Voor het onderdeel SW wordt een kostprijs per SE bepaald. De bijdrage wordt bepaald op basis van het aantal in de septembercirculaire van het jaar T-1 genoemde SE deelnemers in een gemeente.
iRvN
• Voor het onderdeel Automatisering is de bijdrage van iedere gemeente op basis van verdeelsleutels bepaald. De verdeelsleutels betreffen; inbreng, fte’s, inwoneraantallen of op basis van werkelijke lasten. • Voor het onderdeel Applicatiebeheer worden op begrotingsbasis afspraken gemaakt.
Bestuursondersteuning
De bijdrage is bepaald op basis van het aantal inwoners. Eventuele overschotten of tekorten worden in de eindafrekening met de gemeenten verrekend dan wel wordt een voorstel gedaan tot toevoeging aan een bestemmingsreserve. Daarbij geldt dat over- en onderschrijdingen op het Werk-, SW- en iRvN-budget gezamenlijk gedragen
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
76
worden. Hierbij wordt bovenstaande systematiek gehanteerd. Daarnaast worden budgetten voor een specifiek doel toegekend, zoals arbeidsmatige dagbesteding (Op weg naar werk) en de wettelijke loonkostensubsidies. Deze budgetten worden ook alleen voor dat doel ingezet en per gemeente afgerekend. Mede omdat de wettelijke grondslag hierbij anders ligt.
Overige grondslagen Belasting Toegevoegde Waarde (btw)
De btw wordt als volgt toegepast bij de MGR Rijk van Nijmegen: • Het onderdeel Werk valt deels onder de koepelvrijstelling, zoals afgestemd met de Belastingdienst. • Het onderdeel SW en iRvN vallen onder de ondernemers btw.
Vennootschapsbelasting (VPB)
In 2017 heeft de Belastingdienst geconcludeerd dat de MGR onder voorwaarden niet VPB plichtig is. De afspraken die daarover met de Belastingdienst zijn gemaakt, hebben wij voor 2025 strikt toegepast. Wijziging in activiteiten vanuit de MGR of inzichten vanuit de Belastingdienst kunnen dit standpunt doen wijzigen.
Wet Normering Topinkomens (WNT)
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) verplicht tot openbaarmaking van de bezoldiging van de zogenaamde ‘topfunctionarissen’. ‘Topfunctionarissen’ zijn diegenen die leiding geven aan de gehele organisatie en in de WNT als zodanig zijn aangemerkt. De WNT verplicht ook tot openbaarmaking van de bezoldiging van de ‘overige functionarissen’, indien deze de bezoldiging of de ontslaguitkering de maximale norm te boven gaat. Het algemene bezoldigingsmaximum voor de WNT is voor 2025 vastgesteld op € 246.000.
Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: 1. D e rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet;
2. De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium, omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 november 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld. • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt, indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid, zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
77
3. D e rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 7 van de Commissie BBV, alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: • Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten, exclusief stortingen in de reserves, (zijnde € 2.128.000) is gehanteerd • Fouten en onduidelijkheden worden in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen en als totaal afgezet tegen de verantwoordingsgrens; • Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd, waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Onderstaand de belangrijkste wetten die automatisch vallen onder het normenkader waar binnen MGR Rijk van Nijmegen opereert: • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Grondwet Burgerlijk Wetboek Gemeentewet Wet gemeenschappelijke regelingen Participatiewet en de daarbij horende regelingen/protocollen Wet sociale werkvoorziening (WSW) en daarbij behorende regelingen/protocollen Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Besluit begroting en verantwoording (BBV) Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) Wet financiering decentrale overheden (Fido) en aanverwante regelingen (Ruddo) Regeling schatkistbankieren decentrale overheden Wet Normering Topinkomens (WNT) Wet modernisering invoering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen Wet martk en overheid EU aanbestedingsregels Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Ambtenarenwet Sociale wetgeving in brede zin
• Pensioenwetgeving • CAO gemeenten, sociale werkvoorziening en aan de slag • Wet op de loonbelasting • Loonheffingshandboek (WKR) • Wet op de omzetbelasting • Wet op het btw compensatiefonds • Wet op de venootschapsbelasting • Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting • Treasurystatuut • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
78
4. Toelichting balans per 31 december 2025 Vaste activa
Materiele vaste activa bedragen in 1.000
Materiële vaste activa
Bedrijfsgebouwen Gronden en terreinen
De MGR heeft alleen investeringen met economisch nut. De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Materiele vaste activa bedragen in 1.000 Bedrijfsgebouwen Gronden en terreinen Machines, apparaten en installaties
Machines, apparaten en installaties
Aanschafkosten 31-12-24
Afschrijving 31-12-24
6.221 899
Boekwaarde 31-12-24
Boekwaarde 31-12-25
4.758
4.703
899
899
158
132
Overige ICT-investeringen
8.258
7.670
Totaal
14.073
13.404
Investering 2025 gekapitaliseerd
Boekwaarde 31-12-24
Buitengebruikstelling
Investeringen 2025
Afschrijving in periode
Buitengebruikstelling Afschrijving in periode
Boekwaarde 31-12-25
-1.463
0
4.758
0
176
0
0
899
0
0
-231
0
4.703
0
0
899
264
-106
0
158
0
0
-26
0
132
Overige ICT-investeringen
20.231
-11.942
-31
8.258
-95
1.995
-2.541
53
7.670
Totaal
27.614
-13.511
-31
14.073
-95
2.171
-2.799
53
13.404
De materiële vaste activa bestaan bij de MGR Rijk van Nijmegen hoofdzakelijk uit een tweetal bedrijfspanden en de daarbij behorende inrichting. De inrichting van een gehuurd pand en een groot aantal ICT-voorzieningen. De boekwaarde is in 2025 gedaald van € 14,1 miljoen naar € 13,4 miljoen. In 2025 hebben we voor een bedrag van € 95.000 aan activa buiten gebruik gesteld. Verminderd met de cumulatieve afschrijvingen hebben we € 42.000 ten laste van de exploitatie gebracht. Bij de iRvN betreft dit in 2025 en voorgaande
jaren buiten gebruik gestelde laptops en telefoons, omdat deze om diverse reden onbruikbaar zijn geworden door verlies, diefstal of omdat het device niet meer te repareren is. De investeringen in 2025 van € 2,2 miljoen betreft voor € 2,0 miljoen ICT-gerelateerde aankopen, zoals laptops, telefoons, virtuele werkplekken en beveiligingsvoorzieningen. Voor € 175.000 betreft het met name de telefoon cellen en de aanpassing van de klimaatbeheersing in een ruimte van de Boekweitweg. Onderstaand overzicht geeft een nadere detaillering
van de investeringen. Bij de iRvN wordt een onderschrijding op de investeringskredieten van € 505.000 gerealiseerd. Deze onderschrijding hebben we niet gemeld bij de tussenrapportage, omdat we verwachtten halverwege 2025 te kunnen gaan starten met de vernieuwing van de netwerkapparatuur. Dit project zou zo’n €1,2 miljoen gaan kosten. Dit was hoger dan de investeringsruimte van in totaal € 2,5 miljoen. Omdat we wisten dat we op het onderdeel laptops en telefoons € 500.000 over zouden houden, paste deze investering binnen de totale ruimte. De vernieuwing van de netwerkapparatuur
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
79
heeft in de tweede helft van 2025 meer vertraging opgelopen dan verwacht, waardoor een belangrijk deel in 2026 uitgevoerd gaat worden. Hierdoor blijft er € 505.000 over. De iRvN gaat het deel van het overschot van de laptops en telefoons overhevelen naar 2026 ten behoeve van de investering van de netwerkapparatuur. Bij WerkBedrijf melden we een onderschrijding van € 419.000 op het investeringskrediet. Met name de investering in de vervanging van de zonwering is uitgesteld, omdat we eerst besluitvorming willen op het strategisch huisvestingsplan en het meerjarenonderhoudsplan alvorens de investering in te zetten. Naar verwachting vindt dit in de eerste helft van 2026 plaats. Hierboven staat een overzicht van de beschikbaar gestelde kredieten en de uitnutting ervan.
Financiële vaste activa
De financiële vaste activa betreffen een drietal deposito’s met een looptijd langer dan een jaar. Daarnaast is conform het advies commissie BBV is een voorziening RVU en spaarverlof SW opgenomen voor een bedrag van € 2,5 miljoen. Op 5 maart 2026 heeft het Algemeen Bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen ervoor gekozen om de uit de getroffen voorziening
Materiele vaste activa bedragen in 1.000
Beschikbaar gesteld krediet 2025
Budget overheveling vanuit 2024
Cumulatief beschikbaar gesteld krediet
Besteed in 2025
Afwijking cumulatief
ICT - Vervanging fysieke werkplek
961
0
961
743
218
ICT - Mobiele telefonie
826
0
826
308
518
ICT - Centrale computercapaciteit
713
0
713
944
-231
2.500
0
2.500
1.995
505
WerkBedrijf - Boekweitweg
445
0
445
176
269
WerkBedrijf - Inventaris
150
0
150
0
150
Totaal WBRN
595
0
595
176
419
Totaal MGR
3.095
0
3.095
2.171
924
Totaal IRvN
Financiele vaste activa bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
Langlopende vordering bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2025
Deposito’s
3.000
4.000
Beuningern
194
Langlopende vorderingen
2.502
0
Druten
145
Totaal
5.502
4.000
Heumen
81
Nijmegen
1.495
Wijchen
268
West Maas en Waal
77
Berg en Dal
242
Totaal
2.502
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
80
voortkomende last te behandelen als een eeuwigdurende vordering op de gemeenten. Deze vordering loopt in de tijd af, omdat het aantal SW-medewerkers jaarlijks daalt
Vlottende activa
De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden → De verschillende posten die behoren tot de vlottende activa worden hier verder uitgesplitst.
Vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen op openbare lichamen worden in de tabel verder gespecificeerd →
Vlottende activa bedragen in 1.000
openstaande vorderingen 31-12-2025
Voorziening oninbaarheid 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2025
Vorderingen op openbare lichamen
1.835
0
1.835
1.671
Rekening-courantverhouding met het Rijk
8.363
0
8.363
8.682
Overige vorderingen
1.210
-582
628
1.069
11.408
-582
10.825
11.422
Totaal
Openbaar lichaam bedragen in 1.000
openstaande vorderingen 31-12-2025
Voorziening oninbaarheid 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2025
Debiteuren
435
0
435
655
Vorderingen op openbare lichamen
364
0
364
597
Vorderingen op openbare lichamen: Onder de vorderingen op het openbaar lichaam de nog te ontvangen transitievergoeding van het UWV ter hoogte van € 165.000 (betreffende voornamelijk SW), de rente uit schatkistbankieren over het vierde kwartaal ad € 89.000 en de van de gemeenten te ontvangen loonkostensubsidies ter hoogte van € 110.000 opgenomen.
31-12-2024
Saldo
799
0
799
1.252
Terug te vorderen btw
586
0
586
0
Door te schuiven btw naar gemeenten
450
0
450
419
1.835
0
1.835
1.671
Totaal openbaar lichaam
Vorderingen op openbare lichamen: Debiteuren Van de debiteuren openbare lichamen 2025 staat per eind januari 2026 nog een bedrag van € 0. open.
31-12-2024
Gemeente
Gefactureerd
Q1
Nog te factureren
Totaal btw compensatiefonds 2025 2025
Q2
Q3
Q4
Inwoners aantallen (x1)
Percentage
Gemeente Berg en Dal
43
49
34
48
174
35.920
11%
Gemeente Beuningen
32
36
25
36
129
26.673
8%
Gemeente Druten
24
27
19
26
95
19.700
6%
Gemeente Heumen
20
23
16
23
82
16.930
5%
Gemeente Mook en Middelaar
10
11
8
11
39
8.134
2%
Gemeente Nijmegen
222
251
176
249
898
185.750
55%
Gemeente Wijchen
51
57
40
57
205
42.303
13%
Totaal
401
453
317
450
1.622
335.410
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
81
Verslagjaar: Bedragen in 1.000
Verslagjaar 2025
1) Drempelbedrag
2.135 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
619
787
607
650
(3a) = (1 ) > (2 )
1.516
1.348
1.528
1.485
(3b) = (2 ) > (1 )
0
0
0
0
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
55.675
71.586
55.854
59.816
Terug te vorderen btw: Over de btw aangifte van het vierde kwartaal ontvangen wij van de belastingdienst € 586.000 terug.
2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen
Door te schuiven btw naar gemeenten
4A) Begrotingstotaal verslagjaar
106.736
4B) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
106.736
Onder de vorderingen op openbare lichamen valt ook een bedrag voor terug te vorderen btw bij de verschillende gemeenten. De MGR kan deze btw zelf niet terugvorderen van het Rijk, deze dient via de gemeenten teruggevorderd te worden. Het bedrag van € 450.000 wordt verdeeld aan de hand van de inwonersaantallen in de BRN norm 2025. De bedragen zijn gecommuniceerd met de deelnemende gemeenten ten behoeve van het btw-compensatiefonds. De facturen tot en met het derde kwartaal zijn reeds verstuurd op basis van de tabel hiernaast.
1) Berekening drempelbedrag
4C) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(2 ) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen 5A) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
90
91
92
92
(2 )-(5A) / (5B) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
619
787
607
650
drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor ons geldt voor 2025 een drempelbedrag van € 2,1 miljoen.
Drempelbedrag
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het
2.135
5B) Dagen in het kwartaal
Rekening-courantverhouding met het Rijk
Naast deze vorderingen, heeft de MGR een positief deposito saldo bij de rekeningcourantverhouding met het Rijk ter waarde van € 8,4 miljoen. Deze is een fractie lager dan in 2024.
0
(1 ) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste
euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2025 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaatsgevonden. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2025 is geweest:
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
82
Overige vorderingen
De debiteurenpositie overige debiteuren is € 1,2 miljoen. Hiervan is per eind januari 2026 € 100.000 ontvangen. Voor de mogelijk oninbare vorderingen is een voorziening gevormd van € 582.000.
Liquide middelen Het saldo van liquide middelen bestaat uit het banksaldo en het kasgeld van de MGR. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de MGR. Op 16 juli 2020 is met de BNG een krediet- en depotarrangement in rekening-courant afgesloten. De kredietlimiet bedraagt € 2 miljoen en heeft een looptijd voor onbepaalde tijd. Rente bedraagt de 1-maands Euribor, vermeerderd met een spread van 30 basispunten. In 2025 hebben we hier geen gebruik van hoeven te maken.
Overlopende activa
De overlopende activa worden verder gespeci ficeerd zoals hieronder getoond:
Vooruitbetaalde bedragen
De meeste vooruitbetaalde facturen, ter grootte van € 3,4 miljoen, hebben betrekking op de iRvN. Dit is een bedrag van € 3,1 miljoen en
Overige vorderingen bedragen in 1.000
openstaande vorderingen 31-12-2025
Voorziening oninbaarheid 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2025
Overige debiteuren
1.205
-582
623
Overige vorderingen
5
0
5
11
1.210
-582
628
1.069
Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
Bank
176
69
Kas
3
5
Totaal
Liquide middelen bedragen in 1.000
Paypall
0
1
Totaal
180
74
Overlopende activa bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2025
31-12-2024
1.058
Boekwaarde 31-12-2024
Voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk
0
0
0
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
115
283
Overige nog te ontvangen bedragen
397
226
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van het volgende begrotingsjaren komen
3.384
2.289
Totaal
3.896
2.798
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
83
betreft voornamelijk betaalde facturen voor service-contracten die betrekking hebben op 2026. Het restant van € 251.000 heeft betrekking op WerkBedrijf en betreft met name de vooruitbetaalde kosten Exact 2026 ad € 33.000, kosten Regio Effect ad € 95.000, vooruitbetaalde werkgeversbonus en ontwikkeltrajecten ad € 109.000 en overige diverse vooruitbetalingen.
Nog te ontvangen bedragen
Het opgenomen bedrag onder de overige nog te ontvangen bedragen heeft betrekking op de nog te factureren omzet van de sociale werkvoorziening 2025. Dit is in 2026 gefactureerd, maar heeft nog betrekking op 2025
Nog te ontvangen bedragen bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2025
Voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen
0
0
0
0
- het Rijk
0
0
0
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
0
0
Overige
189
115
-189
115
Totaal
189
115
-189
115
Boekwaarde 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2025
Overige nog te ontvangen bedragen
226
397
-226
397
Totaal
226
397
-226
397
bedragen in 1.000
Vaste passiva Eigen vermogen
Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:
Algemene reserve
De MGR vormt geen algemene reserve, aangezien het principe is dat alle resultaten op de onderdelen verrekend worden met de deelnemende gemeenten. Een uitzondering betreft de bestemmingsreserves.
Eigen vermogen bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Ontrekkingen
Toevoegingen
Boekwaarde 31-12-2025
Bestemmingsreserve WBRN
242
0
123
365
Gerealiseerd resultaat IRvN
0
0
417
417
242
0
540
782
Totaal
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
84
Bestemmingsreserves Risico’s participatiebudget Vanaf 2024 hebben we de mogelijkheid om een bestemmingsreserve risico’s participatiebudget in te stellen. Het doel van deze reserve is om de verwachte schommelingen binnen het participatiebudget te kunnen opvangen. Van het gerealiseerd resultaat op het onderdeel participatiebudget stellen we voor om € 123.000 toe te voegen aan deze bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve is risico’s participatiebudget is gemaximeerd op 10% van het regionale participatiebudget. De bestemmingsreserve heeft in eerste instantie de duur van drie jaar. In 2027 wordt bezien of de bestemmingsreserve noodzakelijk blijft. Project datamigratie Wij hebben het bestuur voorgesteld om het resultaat 2025 van de iRvN ter grootte van € 417.000 toe te voegen aan de bestemmings reserve datamigratie.
Voorzieningen bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Ontrekkingen
Toevoegingen
Boekwaarde 31-12-2025
Voorzieing SPP WBRN
1.257
-512
103
848
Voorziening SPP IRvN
100
-83
86
103
Verlof bovenwettelijk WBRN
378
-136
327
569
Verlof bovenwettelijk IRVN
307
-79
182
410
Spaarverlof WBRN
241
-13
117
345
Spaarverlof IRVN
167
-20
38
186
0
0
2.502
2.502
Spaarverlof SW en RVU SW Transitie SW Totaal
Voorzieningen
0
0
381
381
2.450
-843
3.736
5.343
Onze post voorzieningen valt uiteen in een voorziening SPP, een verlofvoorziening, een voorziening bovenwettelijk verlof en een voor ziening voor transitiekosten. Om de afbouw van het personeel zoals opgenomen in het SPP te realiseren, is een voorziening gevormd ter grootte van € 951.000. Hiervan is € 848.000 bestemd voor WerkBedrijf en € 103.000 bestemd voor iRvN. In 2025 is € 595.000 onttrokken. Dit betrof met name onttrekkingen bij WerkBedrijf van boventalligen en outplacement. Bij iRvN is een bedrag van € 83.000 onttrokken inzake een langdurig zieke. De actualisatie van de voorziening heeft ertoe
geleid dat we in 2025 € 189.000 hebben moeten doteren om de verwachte lasten voor 2026 en volgende jaren te kunnen dekken. Aan het spaarverlof is in 2025 € 33.000 onttrokken en € 155.000 gedoteerd. Dit betreft individuele keuzen van de medewerkers. Aan het bovenwettelijk verlof is in 2025 € 215.000 onttrokken en €509.000 toegevoegd. De toevoegingen en onttrekkingen aan beide voorzieningen hebben plaatsgevonden binnen de wettelijke kaders. De dotatie is hoger dan voorgaande jaren dat komt omdat er in de beginstand van de voorziening een fout zat. Deze is gecorrigeerd en had een effect van € 159.000.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
85
Conform het advies commissie BBV is een voorziening RVU-gerechtigden en opgebouwde spaarverlof opgenomen voor een bedrag van € 2,5 miljoen. De getroffen voorziening wordt niet ten laste gebracht van de gemeenten. Er is een vordering op de gemeenten van € 2,5 miljoen met de afspraak dat deze niet direct wordt geïnd (eeuwigdurend). De voorziening wordt vervolgens in de jaren daarna aangesprokennaar rato van de uitkeringen en mutaties in het spaarverlof. Daarmee zal parallel de vordering op de gemeenten worden aangepast. Voor medewerkers die uit dienst treden zijn we een transitievergoeding verschuldigd. Dit geldt ook voor de langdurig zieken. Tot medio 2026 krijgen we deze kosten één op één vergoed van het UWV. Na 1 juli 2026 vervalt deze optie en moeten grote werkgevers deze lasten zelf dragen. Voor de groep langdurig zieken hebben we in 2025 € 381.000 gedoteerd, omdat dit naar
verwachting het bedrag is wat we verschuldigd zijn aan medewerkers die uit dienst treden wegens langdurige ziekte. Het betreft voornamelijk SW-medewerkers.
In onderstaande tabel wordt het verloop van de vaste schulden weergegeven met een looptijd langer dan één jaar.
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar
De onderverdeling van de in de balans opgenomen schulden met een looptijd langer dan één jaar is als volgt. In 2025 heeft de MGR geen nieuwe leningen aangetrokken. In bovenstaande tabel staan de lopende geldleningen. De rentelast voor 2025 bedraagt € 131.600 (2024: € 132.500).
Leningen bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Ontrekkingen
Toevoegingen
Boekwaarde 31-12-2025
Onderhandse leningen van banken en financiële instellingen
7.694
-58
0
7.636
Totaal
7.694
-58
0
7.636
Leningen bedragen in 1
Voor
Per 1-1-2025
BNG (MGR)
1.171.000
693.637
2-1-2019
NL Waterschapsbank
4.500.000
4.500.000
27-3-2037 25-6-2038
BNG (MGR)
2.500.000
2.500.000
Totaal
8.171.000
7.693.637
Datum
Bedrag aflossing
Per 31-12-2025
Ingangdatum
Einddatum
Rente
aflossing
57.761
635.876
2-jan-15
2-jan-35
1,740%
jaarlijks
0
4.500.000
26-apr-17
27-apr-37
1,730%
einde looptijd
0
2.500.000
25-jun-18
25-jun-38
1,705%
einde looptijd
57.761
7.635.876
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
86
Vlottende passiva De vlottende passiva bestaan uit de volgende posten. *De kortlopende schulden 2024 zijn gecorrigeerd naar de overlopende passiva met 742K. Dit betreft nog te betalen kosten. Dit is gecorrigeerd om de juiste vergelijking met het 2025 te kunnen maken
Vlottende passiva bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotngsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume. De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: - Europese overheidlichamen
0
0
- het rijk
0
0
6.044
10.418
- Overige nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
0
0
1.420
1.419
De netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn verder uitgesplitst, zie tabel.
Totaal overlopende passiva
7.464
11.837
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
12.583
10.144
Totaal
20.047
21.981
Crediteuren
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bedragen in 1.000
Op de post crediteuren staat aan het eind van 2025 een bedrag van € 639.000 open. Van de € 639.000 heeft de MGR per 27 januari 2025 € 595.000 voldaan.
Crediteuren
Pensioenen betreft de nog af te dragen pensioenverplichtingen eind 2025.
Boekwaarde 31-12-2024
639
970
Pensioenen
378
356
Belastingen
3.082
3.674
224
380
Afrekening Op weg naar Werk gemeenten
Pensioenen
Boekwaarde 31-12-2025
Afrekening deelnemersbijdragen
0
1.878
1.010
1.983
Afrekening Loonkostensubsidies gemeenten
0
530
Afrekening ontwikkeltrajeten plus en werkgeversbonus plus gemeenten
0
72
Te betalen ID-Participatie afrekening met instellingen
300
300
Afrekening gemeenten meicirculaire 2025
233
0
Afrekening gemeente IRvN
128
0
Afrekening gemeente vastgoed
19
0
Overige
30
0
Totaal
6.044
10.144
Afrekeningen bijdrijge gemeenten**
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
87
Op Weg naar Werk bedragen in 1.000
Belastingen bedragen in 1.000 Loonheffing
Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
3.016
2.773
Budget
Besteed
Budgetoverheveling
Betalings verplichting
Totaal dagdelen
4.092
Berg en Dal
306
217
0
89
Beuningen
338
302
0
36
5.861
Druten
167
169
0
-2
3.328
Heumen
146
80
0
65
1.464
LIV
0
-166
Mook en Middelaar
73
86
0
-14
1.719
Af te dragen BTW
0
1.066
Nijmegen
1.945
1.959
0
-13
38.462
Overige verrekeningen
67
0
Wijchen
314
252
0
63
4.827
3.082
3.673
Totaal
3.288
3.065
0
224
59.753
Totaal
Belastingen
De positie aan de Belastingdienst is in de tabel verder toegelicht. De loonheffing bestaat uit de loonheffingen SW en ambtelijk en is de totaal positie aan de Belastingdienst. Daarnaast is zijn de overige verrekeningen die betrekking hebben op de afdracht van de salarissen toegevoegd.
Afrekening Op Weg naar Werk
Aan de slag). Na afronding van het project vindt afrekening met de deelnemende gemeenten plaats.
Te betalen ID-Participatie afrekening met instellingen
Dit betreft de afrekening ID-participatie met de instellingen ter grootte van € 300.000.
In de tabel is de specificatie opgenomen van de aan de deelnemende gemeenten terug te betalen bedragen. Dit betreft Op weg naar werk. Er is minder gerealiseerd dan dat er baten voor zijn opgehaald. Daardoor bestaat er nog een betalingsverplichting aan de deelnemende gemeenten van € 224.000.
Afrekening gemeenten meicirculaire 2025
** Afrekeningen bijdrage gemeenten
Op het onderdeel Automatisering is een resultaat behaald van € 417.000. Het resultaat komt voort uit de verkoop van diverse IP-adressen.
€ 1,0 miljoen uit de budgetoverheveling 20222024 inzake risico’s detacheringsbanen (cao
Dit betreft de afrekening met de gemeenten inzake de bijstelling van de meicirculaire 2025 ad €233.000. Voor een nadere specificatie zie de bijlage bij de jaarrekening
Afrekening gemeenten iRvN onderdeel Automatisering
Wij hebben het bestuur voorgesteld het resultaat toe te voeren aan de bestemmingsreserve datamigratie. Het voorstel is om 2026 deze reserve in te zetten voor het project datamigratie. Op de Gemeentelijke bijdrage is 2025 een resultaat van € 0 gerealiseerd, waardoor er geen afrekening zal komen.
Afrekening gemeenten iRvN onderdeel Applicatiebeheer
Op het onderdeel Applicatiebeheer is een resultaat van € 127.000 gerealiseerd. Dit resultaat wordt verdeeld over Gemeente Nijmegen, ODRN en WerkBedrijf. In de eindafrekening heeft hiervan €74.000 betrekking op Gemeente Nijmegen, € 12.000 op ODRN en € 41.000 op WBRN. Voor nadere specificatie wordt naar hoofdstuk 7.3 Baten en lasten ICT Rijk van Nijmegen verwezen.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
88
Afrekening gemeenten Vastgoed
Op het onderdeel vastgoed is een resultaat behaald van €19.000 positief. Dit is een gevolg van hogere verhuuropbrengsten en lager uitvallende energie- en onderhoudskosten. In bijlage 3 is een specificatie weergegeven van de terug te vorderen bedragen per deelnemende gemeenten.
Overige schulden
Dit betreft de huur voor de parkeerplaats op het terrein van NXP.
Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt; zie tabel. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden. De vooruit ontvangen bedragen van € 12,6 miljoen bestaan voor:
Overlopende passiva bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2025
Europese overheidslichamen
0
0
0
0
Het Rijk
0
0
0
0
0
1.655
0
1.655
879
375
0
1.254
Overige Nederlandse overheidslichamen DU impulsgelden en versterking AMR Resterende RTA middelen SUWI middelen
1.771
0
-495
1.275
ESF
6.867
1.058
0
7.925
IPS
317
0
-46
271
Subsidie 2022-2024 project “Doe je Mee"
356
0
-356
0
Overige
229
7
-30
203
10.418
3.095
-927
12.583
Totaal van de EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingjaren
€ 12,4 miljoen projectgelden. Deze bestaan uit: • € 4,2 miljoen nog niet bestede middelen Arbeidsmarktregio. De arbeidsmarktregio beslist over de inzet van deze middelen; • € 7,9 miljoen inzake nog niet bestede middelen ESF-project “actieve inclusie”; • € 271.000 nog niet bestede middelen IPS. In dit project kunnen vanaf 1 januari 2023 geen nieuwe deelnemers meer stromen. Omdat een traject maximaal drie jaar duurt, kunnen zorgleveranciers nog tot en met eind 2025 een declaratie indienen. Daarna vindt afrekening met de gemeente Nijmegen plaats;
€203.000 uit overige. De belangrijkste posten betreffen: • € 110.000 vooruitbetaalde onderhoudskosten tot 1 september 2029 voor één Cad Server. • € 86.000 nog te betalen rente op leningen. Deze rente wordt in 2026 betaald. • *de kortlopende schulden 2024 zijn gecorrigeerd naar de overlopende passiva met 742K. dit betreft nog te betalen kosten. Dit is gecorrigeerd om de juiste vergelijking met het 2025 te kunnen maken
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
89
De overlopende passiva bestaan daarnaast uit verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in het volgende jaar tot betaling komen. De belangrijkste posten betreffen:
Op weg naar werk uitvoerende instellingen
De afrekening van december en de eindafrekening van Op Weg naar Werk van zorginstellingen zijn nog niet ontvangen. Bij deze afrekeningen wordt € 441.000 aan lasten verwacht.
Werkgeversbonusplus en ontwikkeltrajecten plus
Voor de ontwikkeltrajecten met diagnose en de werkgeversbonus plus zijn nog niet alle afrekeningen die betrekking hebben op 2025 ontvangen. Hier verwachten we nog 151.000 aan lasten.
Overlopende passiva bedragen in 1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2025
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
1.419
1.420
-1.419
1.420
Totaal
1.419
1.420
-1.419
1.420
Facturen ontvangen betrekking op 2025
Tot slot zijn er facturen ontvangen in 2026 die nog betrekking hebben op 2025. Dit betreft met name lasten van de arbodienstverlening, collectief vervoer, advies uren, energie en inhuur. Dit is totaal een bedrag van 273.000
ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) Ook met betrekking tot iRvN zijn diverse facturen begin 2026 ontvangen die nog betrekking hebben op 2025. Dit betreft met name inhuurfacturen, abonnementskosten en verbruikskosten voor de periode december 2025. De totale omvang hiervan bedraagt € 300.000.
Loonkostensubsidies
Voor de loonkostensubsidies zijn nog niet alle afrekeningen die betrekking hebben op 2025 ontvangen. Hier verwachten we nog 125.000 aan lasten
Factuurdatum 2026
De facturen die met een factuurdatum 2026, maar als boekingsdatum in 2025 zijn geboekt zijn als nog te betalen kosten opgenomen. Dit betreft een bedrag van 131.000
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
90
5. Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich geen materiële gebeurtenissen voorgedaan in 2026 die van invloed zijn op 2025.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
91
6 Niet uit de balans blijkende langlopende financiële verplichtingen Uit de afgesloten contracten is gebleken dat de MGR voor een aantal toekomstige jaren verbonden is aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. De belangrijkste verplichtingen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: A. Huurovereenkomsten B. Inkoopcontracten C. Vakantiegeld en verlofdagen
A) Huurovereenkomsten
bedragen in 1.000
Module
< 1 jaar
1-5 jaar
> 5 jaar
Totaal
A. Gastheerovereenkomst Huur
MGR
398
0
0
398
IRVN
169
0
0
169
Servicekosten
MGR
614
0
0
614
IRVN
350
0
0
350
MGR
179
0
0
179
IRVN
105
0
0
105
MGR
4.049
8.521
3.052
15.622
IRVN
7.689
7.750
930
16.369
MGR
2.630
0
0
2.630
Personeel en organisatie B. Inkoopcontracten
C. Vakantiegeld en verlofdagen
De MGR heeft een tweetal huurovereenkomsten afgesloten met de gemeente Nijmegen. De huurovereenkomsten hebben beide een looptijd van één jaar en lopen tot en met 31 december 2026. De resterende verplichting voor beide huurovereenkomsten bedraagt € 567.000. Daarnaast zijn aan deze huurovereenkomst facilitair beheer, servicekosten en de kosten voor de datacentra verbonden. De resterende verplichting hiervoor bedraagt € 964.000.
B) Inkoopcontracten
Naast de huurovereenkomsten heeft de MGR een gastheerovereenkomst met de gemeente Nijmegen gesloten voor de PIOFAH taken en het
De MGR heeft diverse inkoopcontracten gesloten met onder andere zorgverleners voor Op weg naar werk. In deze overeenkomsten is
facilitair beheer. Deze overeenkomst loopt van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026. Het facilitair deel is gekoppeld aan de huurovereenkomsten en heeft een looptijd van één jaar. De resterende verplichting voor de PIOFAH taken bedraagt € 284.000.
afgesproken dat de MGR cliënten kan plaatsen bij de desbetreffende zorgverleners. Met de zorgverleners is afgesproken dat er een bepaald aantal cliënten geplaatst kan worden. Er wordt echter afgerekend per daadwerkelijk geplaatste cliënt. Hieronder staat het overzicht vermeld van de contractwaardes, de reeds bestede contractwaarde, en het resterende bedrag dat nog verhaald zou kunnen worden. Er moet echter de nadruk gelegd worden op het feit dat het gaat om mogelijke kosten, en dat de MGR niet verplicht is om alle contracten volledig af te
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
92
nemen. Naast de contracten voor Op weg naar werk geldt dit tevens voor de arbodienstverlening en het collectief vervoer. Over het algemeen is immers sprake van raamcontracten. De verwachting is dat niet alle contracten volledig uitgenut zullen worden. Daarnaast heeft de iRvN een aantal inkoopcontracten afgesloten. Deze hebben betrekking op ICT-gerelateerde taken en de inhuur van ondersteunend personeel. De grootste daarvan zijn de contracten voor de O365 diensten en de levering van laptops en telefoons. Inkoopcontracten bedragen in 1.000
Resterende waarde MGR excl. iRvN
Contracten die aflopen in 2026
4.049
iRvN 7.689
Contracten die doorlopen na 2026
11.573
8.680
Totaal
15.622
16.369
C) Vakantiegeld en verlofdagen Sociale werkvoorziening De deelnemende gemeenten staan altijd garant voor de betaling/verplichtingen uit hoofde van vakantiegeld en verlofdagen voor de SW-medewerkers. Vanuit dit achterliggende feit en het feit dat MGR Rijk van Nijmegen dezelfde uitgangspunten voor verslaggeving/verantwoording toepast als de deelnemende gemeenten (BBV), is het niet toegestaan de verplichtingen uit hoofde van vakantiegeld en -dagen te waarderen in de balans per 31 december. Het bedrag dat wordt opgenomen onder niet uit de balans blijkende verplichtingen, betreft het vakantiegeld en de resterende uren bovenwettelijk en wettelijk verof 2025. De omvang van de verplichting inzake vakantiegeld bedraagt per 31 december 2025 € 1,3 miljoen. De omvang van de verlofdagen bedraagt per 31 december 2025 1,3 miljoen
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
93
7. Toelichting op overzicht baten en lasten over 2025 7.1
Baten en lasten MGR totaal
Het resultaat van de MGR komt uit op € 417.000. De afrekeningen met de deelnemende gemeenten zijn reeds in de cijfers verwerkt. De reden hiervoor is dat we conform de afspraken overschotten en tekorten per jaareinde afrekenen met de deelnemers. Voor 2025 stellen we voor hierop twee uitzonderingen te maken. We stellen voor: • € 123.000 van het overschot op Werk toe te voegen aan de bestemmingsreserve risico’s participatiebudget. • € 417.000 van het overschot op automatisering toe te voegen aan de bestemmingsreserve datamigratie.
WerkBedrijf
Het resultaat van onderdeel Werk komt voor verwerking van de afrekeningen uit op € 237.000. Op de onderdelen loonkostensubsidies, Op weg naar werk en arbeidsparticipatie zijn de volgende resultaten bereikt: € 123.000 voordeel op de gemeentelijke bijdrage. We hebben in de halfjaar rapportage aangegeven tussen de € 0 en de € 200.000 uit te komen. Het voordeel van € 123.000 is enerzijds ontstaan
MGR bedragen in 1.000
Primaire begroting
gewijzigde begroting
gewijzigde begroting + technische wijziging
Realisatie
Applicatiebeheer
5.033
4.907
5.025
4.889
Automatisering
19.366
19.879
20.300
20.911
613
613
613
617
46.367
45.246
45.246
47.675
Bestuursondersteuning WerkBedrijf SW WerkBedrijf Vastgoed
1.582
1.582
1.582
1.447
WerkBedrijf Werk
37.915
37.713
36.742
36.917
totaal
110.876
109.940
109.508
112.455
consolidatie
-3.619
-3.204
-3.204
-3.026
totaal
107.256
106.736
106.304
109.429
Exploitatieresultaat voor toevoeging reserve
0
0
0
540
toevoeging reserve
0
0
0
-123
resultaat na toevoeging reserve
0
0
0
417
door hogere overige opbrengsten. Met name de rentebaten op het schatkistbankieren lagen hoger dan voorzien. Daarnaast hebben we een voordeel op de personele lasten door een te hoog ingeschatte indexering van de CAO lonen. Dit voordeel wordt deels teniet gedaan doordat we extra hebben moeten doteren aan de voorziening verlof. Het voorstel is om het overschot van € 123.000 op werk toe te voegen aan de bestemmings reserve risico’s participatiebudget.
€ 224.000 voordeel Op weg naar werk. Bij de halfjaarcijfers hebben we gemeld tussen de € 0 en de € 175.000 over te gaan houden bij Op weg naar werk. Het voordeel is iets groter geworden. Dit betreft een eenmalig voordeel. Zoals gemeld met de halfjaarcijfers is dit voordeel is met name ontstaan doordat de afrekeningen over 2024 gunstiger uitgevallen zijn. We rekenen met gemeenten af op basis van realisatie.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
94
MGR Rijk van Nijmegen
€ 110.000 nadeel wettelijke loonkostensubsidies. Bij de halfjaarcijfers hebben wij aangekondigd dat we verwachten tussen de € 175.000 en € 275.000 over te houden. Dit is een tekort van € 110.000 geworden. De groei van het aantal verstrekte loonkostensubsidies is hoger geweest dan voorzien. Daarnaast waren de verstrekkingen per loonkostensubsidie gemiddeld hoger dan voorzien. De inschatting van de indexatie is te laag geweest. Overigens vergoedt het Rijk alle gemaakte kosten voor ingezette loonkostensubsidies. Daarmee wordt het gemelde tekort van € 110.000 in 2026 gedekt met een hogere bijdrage vanuit het buigbudget. In het kader van de uitvoering van beschut werkzijn eind 2025 20 (2024: 9) detacheringsbanen gerealiseerd en 72 (2024: 56) kandidaten rechtstreeks in dienst bij werkgevers, wat een totaal van 92 (2024: 65) kandidaten oplevert. Dit is een toename van 27 kandidaten ten opzichte van eind 2024. We hebben 20 detacheringsbanen minder gerealiseerd dan begroot, wat leidde tot lagere baten in de vorm van loonkostensubsidies en detacheringsvergoedingen. Hier tegenover staan ook lager loonkosten. Voor de 70 kandidaten die rechtstreeks bij werkgevers in dienst zijn, zijn in 2025 begeleidingsvergoedingen en werkplek aanpassingen betaald, met een totaalbedrag van
bedragen in 1.000
Begroting 2025 Voor wijzigingen (A)
Begroting 2025 Na wijziging (B)
Begroting 2025 incl. wijzigingen 2025 (C)
Realisatie 2025 (D)
Verschil prognose met begroting (D-C)
Baten Overhead
23.440
33.394
33.934
34.525
-591
Inkomensregelingen
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
49.457
45.852
45.852
47.934
-2.082
Arbeidsparticipatie
26.533
18.833
17.862
18.204
-342
Totaal baten
107.256
106.736
106.304
109.429
-3.125
22.744
23.201
23.194
7
Lasten Overhead
22.168
Inkomensregelingen
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
45.613
45.813
45.813
47.852
-2.040
Arbeidsparticipatie
20.527
18.483
17.512
17.967
-455
Totaal Programmalasten
96.134
95.696
95.182
97.779
-2.597
Overhead MGR
11.122
11.041
11.122
11.110
13
Totaal lasten
-2.585
107.256
106.736
106.304
108.889
Exploitatieresultaat voor toevoeging aan reserves
0
0
0
540
540
Toevoeging aan reserves
0
0
0
-123
-123
Exploitatieresultaat na toevoeging aan reserves
0
0
0
417
417
€402.000 (2024: € 282.000), gemiddeld € 5.600 (2024: €5.000). Dit bedrag is exclusief de loonkostensubsidies voor deze kandidaten. Het resultaat van onderdeel Sociale Werkvoorziening komt voor verwerking van de afrekeningen uit op € 0. Dit resultaat valt op hoofdlijnen als volgt te verklaren:
Bij de halfjaarcijfers hebben we gemeld een voordeel te behalen van tussen de € 0 en €150.000. Binnen resultaat hebben we tevens de eenmalige uitkering voor de SW-medewerkers kunnen opvangen. Dit was mogelijk omdat het aantal SW-medewerkers harder gedaald is dan begroot, waardoor er ruimte in de salariskosten is ontstaan. Daarnaast zijn de overige
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
95
opbrengsten hoger door betere afspraken over de bijdrage van werkgevers in het collectief vervoer. De SW omzet is lager doordat het aantal SW-medewerkers hardere gedaald is dan begroot. Het aantal werkbare uren per beschikbare SW-medewerker is echter gestegen. Deze stijging vond wel hoofdzakelijk plaats bij de groepsdetacheringen. Hier liggen de tarieven lager dan bij de individueel gedetacheerden. Van het Rijk ontvingen de gemeenten voor de uitvoering van de SW 38,3 miljoen euro. Dit is inclusief de compensatie voor SW-medewerkers van € 608.800. We hebben in 2025 uitgegeven € 37,0 miljoen. De SW hebben we ook in 2025 binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten uit kunnen voeren. Er is voor de gemeenten in de regio een voordelig resultaat ontstaan van € 1,3 miljoen. Gemeenten hebben tevens eenmalige middelen ontvangen ten behoeve van toekomstbestendigheid sociaal ontwikkelbedrijven / werkontwikkelbedrijven. Bij de meicirculaire 2025 is 1,1 miljoen euro uitgekeerd. Wij verzoeken u deze middelen te reserveren voor de noodzakelijk investeringen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Het resultaat van onderdeel Vastgoed komt voor verwerking van de afrekeningen uit op € 19.000. Dit resultaat valt op hoofdlijnen als volgt te verklaren: € 19.000 voordelig resultaat. Bij de halfjaarcijfers hebben we gemeld dat we voor het onderdeel vastgoed een resultaat verwachten van € 77.000. Het voordeel is ontstaan door hogere huurbaten en het doorschuiven van een aantal onderhoudswerkzaamheden wegens capaciteitsproblemen.
en het WerkBedrijf minder is uitgegeven op het additionele budget. Het restant van het voordeel is ontstaan doordat de loonkosten lager waren. Dit komt met name doordat de indexering van de CAO lonen van het ambtelijk personeel hoger zijn ingeschat voor 2025 dan dat de indexering is geworden.
Bestuursondersteuning
Bestuursondersteuning is conform begroting gerealiseerd. Het resultaat is dan ook € 0.
iRvN
Bij iRvN is over 2025 een voordelig resultaat behaald. Het resultaat per onderdeel ziet er als volgt uit: • bij onderdeel Automatisering is een voordeel ontstaan van € 417.000; • Het voordeel bij Automatisering is ontstaan doordat we in 2025 een deel van de IP adressen verkocht hebben. Het voorstel is om dit resultaat toe te voegen aan de bestemmingsreserve datamigratie. • bij onderdeel Applicatiebeheer is een voordeel ontstaan van € 128.000. • Het voordeel van € 128.000 is voor € 64.300 ontstaan doordat bij de gemeente Nijmegen
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
96
7.2
Baten en lasten WerkBedrijf
WerkBedrijf omvat drie onderdelen, namelijk Werk, SW en Vastgoed. De resultaten worden toegelicht in paragraaf 7.2.1 en 7.2.2.
Personele lasten WerkBedrijf
De totale personele lasten zijn in bovenstaande tabellen niet meer zichtbaar. De personele lasten maken nu onderdeel uit van de programmalasten en de overhead MGR. De personele lasten bestaan uit de loonsom, inhuur en overige personele lasten. Onderstaand een overzicht van het verloop van de personele lasten voor 2025. In 2025 zijn de totale personele lasten € 22,1 miljoen. De onderschrijding van € 238.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere indexering van de begroting in vergelijking met de CAO-indexering.
MGR Rijk van Nijmegen - WerkBedrijf Begroting 2025 Voor wijzigingen (A)
bedragen in 1.000
Begroting 2025 Na wijziging (B)
Begroting 2025 incl. wijzigingen 2025 (C)
Realisatie 2025 (D)
Verschil prognose met begroting (D-C)
10.190
10.225
-34
Baten 646
Overhead
10.190
Inkomensregelingen
8.219
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
50.466
46.861
46.861
48.840
-1.980
Arbeidsparticipatie
26.533
18.833
17.862
18.209
-347
Totaal baten
85.864
84.540
83.569
86.039
-2.470
Lasten 678
678
678
641
38
Inkomensregelingen
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
46.563
46.763
46.763
48.720
-1.957
Arbeidsparticipatie
21.253
18.847
17.876
18.192
-315
Totaal Programmalasten
76.319
74.944
73.973
76.317
-2.344
Overhead
Overhead MGR
9.545
9.597
9.596
9.599
-2
Totaal lasten
85.864
84.540
83.569
85.916
-2.347
Exploitatieresultaat voor toevoeging aan reserves
0
0
0
123
123
Toevoeging aan reserves
0
0
0
-123
-123
Exploitatieresultaat na toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
Begroting 2025 Wijziging
Begroting incl. wijzigingen 2025
Realisatie 2025
5.763
MGR Rijk van Nijmegen -WerkBedrijf Personele lasten bedragen in 1.000
Begroting 2025 Primair
Overhead
5.817
5.869
5.869
WSW en beschut werk
4.062
4.394
4.394
4.142
Arbeidsparticipatie
10.963
12.706
12.092
12.212
Totaal
20.841
22.969
22.355
22.116
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
97
7.2.1 Baten en lasten WerkBedrijf onderdeel Werk Voor onderdeel Werk bestaat de afrekening uit de onderdelen re-integratie, Op weg naar werk en loonkostensubsidies.
MGR Rijk van Nijmegen - WerkBedrijf onderdeel Werk
Arbeidsparticipatie € 347.000 hogere baten
Onder het taakveld Arbeidsparticipatie valt de uitvoering van de re-integratietaak. Dit onderdeel valt uiteen in de gemeentelijke bijdragen, de omzet en de overige bijdragen. Per onderdeel geven we een toelichting:
Begroting 2025 Na wijziging (B)
Begroting 2025 incl. wijzigingen 2025 (C)
Realisatie 2025 (D)
Verschil prognose met begroting (D-C)
Baten arbeidsparticipatie
Toelichting op de afwijkingen van de baten Hieronder wordt per taakveld een verklaring gegeven voor de afwijkingen van de baten boven de € 50.000.
Begroting 2025 Voor wijzigingen (A)
bedragen in 1.000
Gemeentelijke bijdrage
24.596
16.742
16.510
16.509
1
Overige bijdrage
1.452
2.091
1.352
1.699
-347
29
0
0
0
0
Overige bedrijfsopbrengsten netto omzet totaal arbeidsparticipatie inkomensregelingen
Gemeentelijke bijdrage Overige bedrijfsopbrengsten
455
0
0
0
0
26.533
18.833
17.862
18.209
-347
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
393
0
0
0
0
totaal inkomensregelingen
8.219
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
3.164
3.288
3.288
3.065
224
Gemeentelijke bijdrage nieuw beschut
0
739
739
739
0
netto omzet
0
182
182
85
97
Gemeentelijke bijdrage OWNW
Overige bedrijfsopbrengsten totaal WSW en beschut werk overhead Totaal baten
Gemeentelijke bijdrage
0
341
341
380
-39
3.164
4.551
4.551
4.270
281
0
5.673
5.673
5.673
0
37.915
37.713
36.742
36.917
-175
Gemeentelijke bijdragen
De gemeentelijke bijdragen zijn conform de begroting (inclusief wijziging) gefactureerd. de wijziging betreft de meicirculaire 2025. Hier is de begroting op aangepast. Dit bedrag wordt terugbetaald aan de gemeenten.
Overige bijdragen € 347.000 hogere baten Dit betreft met name tijdelijke middelen
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
98
zoals Individueel Plaatsing en Steun (IPS), werkgeversbonus plus, ontwikkeltrajecten met diagnose-element, Doe je mee (januari), middelen SUWI. Dit betreft tijdelijke middelen die we ontvangen voor het specifiek doel. De inkomsten en uitgaven op dit onderdeel zijn in principe ook altijd aan elkaar gelijk. Op het moment dat de uitgaven lager worden houdt dit in dat we op deze specifieke projecten minder uitgegeven hebben. Daarnaast is in 2025 budget toegevoegd aan de begroting voor de renteopbrengsten die wij ontvangen, detacheringsopbrengsten van ambtelijke medewerkers en MAP middelen. In 2025 zijn de baten € 347.000 hoger dan begroot. Tegenover deze hogere baten staat een gelijk bedrag aan uitgaven. De belangrijkste oorzaken van de hogere bijdragen zijn: • € 127.000 hogere rente-inkomsten. • € 95.000 hoger baten SUWI. • € 82.000 hoger baten VSV (loopbaanteam) en middelen regionaal verbinder. Tot slot hebben wij extra opbrengsten ontvangen voor detacheringen van het ambtelijke personeel.
MGR Rijk van Nijmegen - WerkBedrijf onderdeel Werk Begroting 2025 Voor wijzigingen (A)
bedragen in 1.000
Begroting 2025 Na wijziging (B)
Begroting 2025 incl. wijzigingen 2025 (C)
8.086
7.976
7.992
-15
Realisatie 2025 (D)
Verschil prognose met begroting (D-C)
lasten arbeidsparticipatie
Algemene uitvoering arbeidsparticipatie Instrumenten
9.192
8.113
7.950
8.050
-100
Oude verplichtingen
1.397
1.397
1.397
1.515
-118
Inzet tijdelijke middelen
962
1.251
553
635
-82
Inzet nieuw beschut
339
0
0
0
0
Directie kosten detacheringsbanen totaal arbeidsparticipatie inkomensregelingen
7.909
Loonkostensubsidies
1.453
0
0
0
0
21.253
18.847
17.876
18.192
-315
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
totaal inkomensregelingen
7.825
8.655
8.655
8.765
-110
WSW en beschut werk
Op Weg naar Werk
3.164
3.288
3.288
3.065
224
Inzet nieuw beschut
0
339
339
402
-63
Algemene uitvoering WSW en beschut
0
170
170
272
-102
Directie kosten detacheringsbanen
0
754
754
558
196
3.164
4.551
4.551
4.297
254
32.242
32.053
31.082
31.253
-171
5.673
5.659
5.659
5.540
119
37.915
37.713
36.742
36.794
-52
Exploitatieresultaat voor toevoeging aan reserves
0
0
0
123
123
Toevoeging aan reserves
0
0
0
-123
-123
Exploitatieresultaat na toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
totaal WSW en beschut werk Totaal programma Overhead
Overhead MGR
totaal lasten
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
99
Tegenover deze extra baten staan ook extra lasten over het algemeen betreft dit personele lasten. Voor de uitvoer van de MAP worden consulent bedrijfsdienstverleners en trainers ingezet. Voor 2025 hebben we € 189.000 aan personele kosten uitgegeven. Naast personele kosten worden operationele kosten gemaakt voor de deelnemers. Voor 2025 hebben we € 39.000 aan operationele kosten gemaakt.
Inkomensregelingen € 110.000 hogere baten
Onder het taakveld Inkomensregelingen vallen de loonkostensubsidies. Op dit onderdeel wordt een nadeel behaald van € 110.000. De gemeenten Beuningen, Druten, Nijmegen, Wijchen en Mook en Middelaar behalen een nadeel op dit onderdeel. De overige gemeenten een voordeel. Dit voordeel zullen we terugbetalen, het nadeelwordt aanvullend gefactureerd. In de bijlage is een specificatie per gemeente opgenomen.
WSW en beschut werk € 281.000 lagere baten
Op het onderdeel Op weg naar werk zijn de baten € 224.000 lager. Dit wordt veroorzaakt doordat de afrekening over 2024 is te hoog ingeschat, waardoor er een eenmalig voordeel
ontstaat. De gemeente Nijmegen, Druten en Mook en Middelaar behalen een nadeel op dit onderdeel. De overige gemeenten een voordeel. Dit voordeel zullen we terugbetalen, het nadeel zal aanvullend gefactureerd worden. In de bijlagen is een specificatie per gemeente opgenomen.
Instrumenten € 100.000 hogere lasten De uitgaven aan instrumenten liggen € 100.000 hoger dan geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt door de extra kosten in het kader van VSV (loopbaanbegeleiding) en regionaal verbinder. Tegenover deze extra uitgaven staan ook extra opbrengsten.
Op het onderdeel detacheringsbanen wordt € 57.000 minder ontvangen. De instroom in de detacheringsbanen is lager dan verwacht. Hierdoor ontvangen we met name € 97.000 minder aan detacheringsopbrengsten. De ontvangen loonkostensubsidies en begeleidingsvergoeding zijn €39.000 hoger dan begroot.
Oude verplichtingen € 118.000 hogere lasten De uitgaven aan de oude verplichtingen liggen € 118.000 hoger dan geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat we de uitvoeringsbijdrage verhoogd hebben, omdat uit het onderzoek van significant APE blijkt dat de uitvoeringsbijdrage te laag was. Met een nabetaling van € 70.000 hebben we dit hersteld. Het overige betreft de afwikkeling van de afrekening 2024 en 2025 alsmede de kosten van het onderzoek van significant APE.
Toelichting op de afwijkingen van de lasten
Hieronder wordt per taakveld een verklaring gegeven voor de afwijkingen van de lasten van meer dan € 50.000.
Arbeidsparticipatie € 315.000 hogere lasten
Onder het taakveld Arbeidsparticipatie valt de uitvoering van de re-integratietaak. Dit onderdeel valt uiteen in de algemene uitvoering van de arbiedsparticipatie, de inzet van instrumenten, de oude verplichtingen en de uitvoering van beschut werk. Per onderdeel geven we een toelichting: