Bijlage II MGR jaarstukken 2025
Tekst van het document
Fase bemiddeling
Ongeveer de helft van de kandidaten is tevreden over de bemiddeling. De meeste kandidaten zijn positief over de bereikbaarheid van de consulent en over de uitleg die ze krijgen. Tegelijkertijd geeft 16% aan zich niet gezien of gehoord te voelen. Daarnaast ervaart 18% een slechte overdracht tussen consulenten.
Fase plaatsing en begeleiding
Een grote meerderheid van de kandidaten (83%) is tevreden over de plaatsing en begeleiding. Vooral het nakomen van afspraken wordt door een grote meerderheid ervaren (80%). Kandidaten geven aan dat consulenten actief meedenken, ondersteunen bij het zoeken naar vacatures en oog hebben voor de persoonlijke situatie. Eén op de vijf kandidaten voelt zich in deze fase niet gehoord of ervaart een gebrek aan ondersteuning, vooral wat betreft administratieve processen of persoonlijke begeleiding. Enkele kandidaten geven daarnaast aan druk te voelen om snel werk te vinden, wat leidt tot stress of het gevoel dat de begeleiding niet aansluit bij hun behoeften.
Maja’s droom wordt werkelijkheid bij gemeente Nijmegen
Van de kandidaten bij wie de dienstverlening is gestopt, weet één op de vijf niet dat de ondersteuning is beëindigd. Bijna een kwart weet niet waarom de dienstverlening is gestopt. De manier van informeren verschilt: 29% krijgt persoonlijk bericht, 29% via e-mail en 14% telefonisch.
Voor Maja (36) was werken bij de gemeente Nijmegen altijd een droom. Door de zorg voor haar dochters en gebrek aan recente werkervaring leek dat onhaalbaar. Via WerkBedrijf kreeg ze de kans om te beginnen op een werkervaringsplek bij de gemeente. Dat groeide uit tot betaald werk én een beëdiging als ambtenaar. Maja: “Ik ben heel dankbaar dat ik deze kans heb gekregen. Het voelt geweldig om mijn eigen geld te verdienen en niet langer afhankelijk te zijn van een uitkering.”
Tot slot
Lees hier het volledige verhaal
Fase einde dienstverlening
De algemene tevredenheid verschilt nauwelijks tussen kandidaten jonger dan 27 jaar en
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
25
kandidaten van 27 jaar en ouder. Ook kunnen we geen conclusies trekken over de tevredenheid per gemeente, omdat de hoeveelheid respons hiervoor niet altijd voldoende was. De inzichten die het onderzoek wél oplevert, geven ons waardevolle handvatten om onze dienstverlening verder te verbeteren. In 2026 vertalen we deze signalen naar gerichte acties, zodat we kandidaten nog beter kunnen ondersteunen in hun route naar werk.
Dienstverlening aan werkgevers In 2025 hebben we weer veel samengewerkt met werkgevers, met 844 van deze relaties hebben we in 2025 actief contact gehad. We kiezen er bewust voor om ons te richten op werkgevers die bij uitstek kansen kunnen bieden aan onze doelgroep en waar duurzame matches mogelijk zijn. Vanuit het programma Kwaliteit is in 2024 onderzocht wat onze ondernemers belangrijk vinden in de samenwerking met WerkBedrijf. Hieruit werden drie doelen geformuleerd. Deze doelen monitoren we via doorlopende tevreden heidsonderzoeken. De resultaten worden nu geanalyseerd en zullen we delen in de tussenrapportage.
In de verdieping hieronder is meer te lezen over onze aanpak richting ondernemers.
VERDIEPING Versterken van de regionale arbeidsmarkt en inclusieve dienstverlening In 2025 heeft WerkBedrijf Rijk van Nijmegen de samenwerking met werkgevers verder verdiept, met als doel een duurzame en inclusieve regionale arbeidsmarkt. Daarbij speelden veranderingen in de doelgroep, een aanbodgerichte werkwijze en bewuste keuzes in zichtbaarheid en samenwerking een belangrijke rol.
Aanpak van personeelsvraagstukken: aanbodgericht en realistisch
De werkgeversbenadering van WerkBedrijf is aanbodgericht. Dit is mede ingegeven door de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor de vraag naar arbeid groter is dan het beschikbare aanbod, en door de toenemende ondersteuningsbehoefte van kandidaten. Uitgangspunt zijn de beschikbare kandidaten en hun ontwikkelmogelijkheden. Door
veranderingen in de doelgroep, waaronder de afname van het aantal medewerkers in de sociale werkvoorziening en de toename van het aantal jongeren en statushouders, vraagt dit om maatwerk en realistische verwachtingen. Samen met werkgevers is verkend hoe vervangende en ondersteunende functies kunnen worden ingevuld, onder andere via functiecreatie en jobcarving. Zo stimuleren we werkgevers om anders te kijken naar werk en talent.
Leren en ontwikkelen op de werkvloer
WerkBedrijf heeft sterk ingezet op leren op de werkvloer als route naar ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Praktijkleren vergroot de kans op duurzame plaatsingen. Voor statushouders versnelt praktijkleren bovendien de taalontwikkeling en versterkt het hun sociale en professionele netwerk. Vertrouwen, goede begeleiding en een veilige leeromgeving zijn hierbij essentiële randvoorwaarden.
Gericht netwerk en bewuste zichtbaarheid WerkBedrijf investeert gericht in zichtbaarheid bij werkgevers waar kansen liggen
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
26
voor onze kandidaten. We maken bewuste keuzes: werkplekken worden geworven waar duurzame matches mogelijk zijn. Via bijeenkomsten, evenementen, netwerken en sociale media werken we aan realistische en positieve beeldvorming van onze kandidaten en dienstverlening.
Publiek-private samenwerking als versneller
Publiek-private samenwerkingen (PPS) zijn in 2025 verder versterkt. Deze richten zich op kennisdeling, het bundelen van netwerken en het creëren van concrete plaatsingskansen. Voorbeelden hiervan zijn de maandelijkse Uitzendmatch en de samenwerkingen met AktiveerKracht (Tempo-Team), WIL Groep en MVO Solutions. Binnen deze trajecten worden werkzoekenden actief en duurzaam begeleid naar passende werkplekken.
Groei Social Return On Investment (SROI) Het aantal werkgevers dat SROI inzet is toegenomen. WerkBedrijf ondersteunt opdrachtgevers actief bij het vormgeven en realiseren van SROI-opgaven en maakt de resultaten structureel inzichtelijk. Hier-
mee draagt SROI bij aan maatschappelijke waarde en extra kansen voor kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt.
Voorbereiding Werkcentrum Rijk van Nijmegen
In aanloop naar 2026 is gestart met de ontwikkeling van het Werkcentrum Rijk van Nijmegen. WerkBedrijf, UWV, CNV, FNV, ROC Nijmegen en SBB bundelen hier hun krachten om de regionale arbeidsmarkt te versterken. Het Werkcentrum is een centraal, herkenbaar punt voor vragen over werk, ontwikkeling en loopbaan. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen hier terecht en de werkwijze biedt toegang tot de dienstverlening van alle arbeidsmarktpartners, volgens het principe van ‘no wrong door’. Het Werkcentrum biedt WerkBedrijf de kans voor het verstevigen van de onderlinge samenwerking met deze partners en de ontwikkeling van integrale dienstverlening. Per 1 januari 2026 is het Werkcentrum van start gegaan.
Maatschappelijke en financiële effecten van loonkostensubsidies De Maatschappelijke Kosten-Baten-Analyse (MKBA) Loonkostensubsidies - opgezet door Berenschot, in opdracht van Divosa en Cedris heeft als doel inzicht te bieden in de financiële effecten van de inzet van loonkostensubsidies voor gemeenten, rijksoverheid en de private partijen. Daarnaast kan het behulpzaam zijn bij het maken van beleidsmatige keuzes. Eind 2025 zijn er 724 actieve loonkostensubsidies. Kandidaten die met loonkostensubsidie aan de slag zijn werken gemiddeld 28 uur per week en hebben een loonwaarde van gemiddeld 57%. Van deze groep komt 71,5% uit de uitkering. 36,3% is jonger dan 27 jaar en 43,6% van de groep ontvangt een jaar of langer een loonkostensubsidie en is daarmee duurzaam uit de uitkering.
Wat kost het?
De kosten voor de inzet van loonkostensubsidies op basis van bovenstaande situatie zijn: • € 8,7 miljoen loonkostensubsidies • € 3,0 miljoen begeleidingsvergoedingen • € 1,0 miljoen uitvoeringskosten
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
27
Wat levert het maatschappelijk en financieel op? 1. Voor de kandidaten De loonkostensubsidie heeft een positieve invloed op het welzijn en de financiële draagkracht van de kandidaten (inwoners van onze regio). De bestaanszekerheid en financiële zelfstandigheid verbeteren; de inkomenspositie van alle kandidaten samen neemt toe met € 4,8 miljoen. Ook het welzijn en welbevinden van de kandidaten nemen toe. Deze verbetering wordt in de MKBA gewaardeerd op €2,3 miljoen. 2. Voor de lokale economie De loonkostensubsidie is goed voor de lokale economie. Alle 724 mensen werken bij bedrijven in de regio. Ze dragen bij aan de productie van lokale ondernemers en organisaties, en die op hun beurt aan een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen kansen heeft.
‘besparing’ op van € 4,8 miljoen. Ook neemt de hulpvraag van inwoners af. Er zijn daardoor minder zorgkosten, inclusief minder kosten voor de Wmo. Voor onze regio wordt dat gewaardeerd op circa € 950.000. Verder krijgen inwoners een dagbesteding en structuur in hun leven. Dit leidt tot minder overlast en meer veiligheid en levert een besparing op van € 56.300. Loonkostensubsidies zijn daarmee niet alleen een investering in mensen, maar ook in de samenleving. Ze zorgen voor meer inkomen, meer welzijn, minder zorg en een sterkere lokale economie.
3. Voor de regionale overheid De loonkostensubsidie levert ook voordelen op voor de regionale overheid. De vraag naar uitkeringen en aanvullende regelingen neemt af. Er zijn daardoor minder kosten voor bijstandsuitkeringen, armoederegelingen en schuldhulpverlening. Voor onze regio levert dit een
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
28
SW: de cijfers SW-MEDEWERKERS IN DIENST
941 ZIEKTEVERZUIM
+ 21,4% 22,0% TOEGEVOEGDE WAARDE PER FTE
€ 9.502 €.9.670
→ 2025 → 2024
Sociale werkvoorziening Eind 2025 waren 941 SW-medewerkers bij ons in dienst tegenover 1.051 SW-medewerkers eind 2024. Dit aantal daalt omdat er sinds 2015 geen instroom meer is en vanwege pensionering.
Financieel
Bij de halfjaarcijfers hebben we gemeld een voordeel te behalen van tussen de € 0 en €150.000. Binnen dit resultaat hebben we tevens de eenmalige uitkering voor de SW-medewerkers kunnen opvangen. Van het Rijk ontvingen de gemeenten voor de uitvoering van de SW € 38,3 miljoen. Dit is inclusief de compensatie voor SW-medewerkers van € 608.800. We hebben in 2025 € 37,0 miljoen uitgegeven. Ook in 2025 hebben we de SW binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten uit kunnen voeren. Er is voor de gemeenten in de regio een voordelig resultaat ontstaan van € 1,3 miljoen. Op grond van een uitspraak van de commissie BBV hebben we een bedrag van € 2,5 miljoen moeten toevoegen aan de voorziening vervroegde uittreding (RVU) en spaarverlof SWmedewerkers. Dit heeft geleid tot een uitzetten van zowel de baten als de lasten, maar heeft geen effect op de afrekening met de gemeenten dan wel het resultaat over 2025. Conform het besluit van het algemeen bestuur van 5 maart
2026 hebben we de uit deze last voortvloeiende vordering opgenomen als een eeuwigdurende vordering op de gemeenten. De vordering zal met het teruglopen van het aantal SW-medewerkers tot € 0 reduceren. De reden waarom we hiervoor gekozen hebben is omdat beide regelingen in de jaarlijkse reguliere bekostiging van het Rijk zitten. De omzet die een SW-medewerker draait wordt uitgedrukt in de toegevoegde waarde per fte. De gedeclareerde uren en het afgesproken tarief zijn de basis voor de toegevoegde waarde. Eind 2025 is de toegevoegde waarde per fte € 9.502. Dit is lager dan onze doelstelling (€ 9.670). Medewerkerstevredenheidonderzoek SW 2025 Het medewerkersonderzoek van oktober 2025 schetst een duidelijk positief beeld. Met een respons van 34% sluit het onderzoek goed aan bij vergelijkbare organisaties. De algemene tevredenheid is gestegen van rapportcijfer 6,7 in 2019 naar 7,3 in 2025. We zijn trots op dit resultaat. De ingezette koers — zoveel mogelijk werken bij een inlener — werpt duidelijk zijn vruchten af. Medewerkers zijn tevreden over hun werk, werktijden en kunnen hun werk op een veilige manier uitvoeren. Ze waarderen de samenwerking met collega’s
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
29
en beoordelen de begeleiding vanuit WerkBedrijf positief. Consulenten en werkcoaches worden als toegankelijk en betrokken ervaren. Daarnaast hechten medewerkers veel waarde aan gezondheid, vitaliteit en ontwikkeling. Een grote meerderheid staat open voor ondersteuning en twee derde wil zich graag verder blijven ontwikkelen. Het onderzoek laat ook zien dat blijvende aandacht nodig is voor sociale veiligheid, vitaliteit, ontwikkeling, digitale ondersteuning en vertrouwen in WerkBedrijf in de toekomst.
Ziekteverzuim en vitaliteit SW-medewerkers in 2025
Wij zien met tevredenheid dat het goed gaat met onze SW‑medewerkers. Velen hebben een werkplek die goed bij hen past en ervaren een stabiele, positieve werkomgeving. Deze ontwikkeling wordt bevestigd door de ondernemingsraad SlagWerk en door het bezoek van brancheorganisatie Cedris in het tweede kwartaal. Ook de uitkomsten van het medewerkersonderzoek 2025 onderstrepen dit positieve beeld. Deze resultaten laten zien dat we een sterke en effectieve rol vervullen in het ondersteunen van onze medewerkers bij hun werk en persoonlijke ontwikkeling. Natuurlijk blijven er punten van aandacht, waarbij het terugdringen van ziekteverzuim prioriteit heeft.
Ontwikkeling van het ziekteverzuim
In 2025 bedroeg het gemiddelde ziekteverzuim 21,4% (peildatum 4 december 2025). Dit is een lichte verbetering ten opzichte van 2024 (22%). Gedurende het jaar zagen we een piek in februari (23,6%) en een daling naar 19,4% in mei. Ter vergelijk: landelijk lag het verzuimcijfer in 2024 op 16,4%. De relatief hoge verzuimcijfers hebben te maken met de samenstelling van onze medewerkersgroep, waarin relatief veel oudere medewerkers zitten met meervoudige problematiek en beperkingen. Dit komt ook tot uiting in de duur van het verzuim: 46% betreft lang en extra lang verzuim (6 weken tot 2 jaar). Onze SW-medewerkers werken allemaal gedetacheerd. De grotere afstand tot de werkvloer maakt dat signalen en gedragingen soms minder snel worden opgemerkt. Bovendien zijn er minder werkplekken beschikbaar voor eenvoudiger werk, terwijl een groeiende groep medewerkers hier juist op aangewezen is. De mogelijkheden voor maatwerk blijven daarbij afhankelijk van de inlener.
Interventies
In 2025 hebben we diverse initiatieven en interventies ingezet rondom ziekteverzuim. • We zijn een samenwerking gestart met
Eridanos, een organisatie met 17 jaar ervaring in verzuimbegeleiding. Zij hebben onderzoek gedaan naar het ziekteverzuim binnen WerkBedrijf. De uitkomsten en mogelijke vervolgacties verwachten we in het eerste kwartaal van 2026. • Een gezamenlijk verbetertraject heeft geleid tot een merkbaar betere samenwerking met de arbodienst. We schakelen sneller met bedrijfsartsen en praktijkondersteuners, wat de voortgang ten goede komt. Arbodienst AHG heeft opnieuw de aanbesteding gegund gekregen. Hierdoor kunnen we de komende vier jaar de ingezette lijn voortzetten en verder versterken. • In 2025 is binnen alle modules van de MGR een gezamenlijk verzuimbeleid en verzuimprotocol ingevoerd. Dit zorgt voor een uniforme en transparante aanpak van verzuim. We ondersteunen medewerkers door bijvoorbeeld de inzet van arbeidspsychologen en interventies vanuit de arbodienst zoals veerkrachttraining en de inzetbaarheidswijzer. • Een praatplaat ondersteunt werkcoaches en consulenten bij periodieke gesprekken over zeven leefgebieden, waardoor knelpunten eerder worden herkend en medewerkers sneller passende ondersteuning krijgen.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
30
Vitaliteitsprogramma ‘Fitter – Leuker – Slimmer’
Op 1 januari 2025 zijn we gestart met het vitaliteitsprogramma ‘Fitter – Leuker – Slimmer’. Dit programma richt zich op de duurzame inzetbaarheid van SW‑medewerkers. Omdat medewerkers gedetacheerd zijn, sluiten ze zoveel mogelijk aan bij activiteiten die passen bij hun werkplek. Wij ondersteunen dit met aanvullende faciliteiten en activiteiten die bijdragen aan vitaliteit, werkplezier en ontwikkeling. • Fitter omvat onder meer wandel- en sportactiviteiten. • Leuker richt zich op samen leuke dingen doen, zoals gezamenlijke eetmomenten. • Slimmer biedt mogelijkheden om te werken aan ontwikkeling, zoals trainingen digitale vaardigheden, Check je basisvaardigheden en Sterk in je werk. Medewerkers hebben in 2025 enthousiast deelgenomen aan diverse activiteiten. Het vitaliteitsprogramma heeft hiermee een stevige basis gekregen binnen de organisatie. In de komende jaren bouwen we hier verder op voort, met aandacht voor het vergroten van de bekendheid en deelname.
Voorlichting en ondersteuning
Ook in 2025 bleef er aandacht voor een gezonde overgang van werken naar pensioen. Twee keer per jaar organiseerden we bijeenkomsten over seniorenregelingen en pensioenvraagstukken. Deze werden gemiddeld bezocht door 20 medewerkers en als positief ervaren. Daarnaast zetten we de meerjarige samenwerkingen voort met: • Bindkracht10 voor ondersteuning bij finan ciële vraagstukken (127 aanmeldingen in 2025) • Stichting MEE voor begeleiding bij sociaal maatschappelijke vraagstukken (30 lopende trajecten, waarvan 17 nieuwe).
Frank vindt nieuw werkplezier in de zorg Frank (60) werkt al tientallen jaren via de sociale werkvoorziening, onder andere in de schoonmaak en als voorman in een productieomgeving. Maar écht gelukkig werd hij daar niet van: “In mijn laatste baan zat ik vaak in de ziektewet door de stress.” Op zijn 59ste kwam Frank voor het eerst in aanraking met de zorg. “Mijn schoonmoeder lag in een herstelcentrum. Ik zag hoe druk het personeel het had en begon spontaan te helpen. Eerst met kleine dingen, maar dat werd vanzelf meer.” Een jaar geleden kreeg hij de kans om als zorgassistent aan de slag te gaan bij Huize Rosa. Een schot in de roos! Lees hier het volledige verhaal
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
31
ICT Rijk van Nijmegen ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) is verantwoordelijk voor het beheer, de exploitatie en de doorontwikkeling van de technische ICT-infrastructuur, inclusief telefonie, voor de gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen, WerkBedrijf en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Daarnaast voert iRvN voor gemeente Nijmegen, WerkBedrijf en ODRN een groot deel van het functioneel beheer uit. Op verzoek gebeurt dit ook voor (primaire) procesapplicaties van andere deelnemende gemeenten. Met deze dienstverlening stelt iRvN medewerkers van de aangesloten organisaties in staat hun werkzaamheden uit te voeren en daarmee de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners en bedrijven te ondersteunen. iRvN handelt incidenten af, beoordeelt en realiseert wijzigingsverzoeken en ondersteunt medewerkers bij het gebruik van hun ICT-voorzieningen, telefonisch, per mail en op locatie. Diepgaandere inzichten in (kwantitatieve) resultaten van IRVN kunnen gevonden worden in bijlage 11, informatieprotocol iRvN.
Tenantsplitsing
In 2025 is de scheiding van de Microsoft-omge-
vingen (tenants) verder doorgevoerd. In dit jaar hebben de Werkorganisatie Druten Wijchen en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) een eigen tenant gekregen. Daarmee beschikt vrijwel iedere organisatie binnen het Rijk van Nijmegen over een afzonderlijke digitale werkomgeving. Voor WerkBedrijf is de uitvoering verschoven naar 2026. De tenantscheiding is een belangrijke stap om het beheer en de beveiliging van gegevens beheersbaar te houden in een omgeving waarin samenwerking en datadeling toenemen. Door dataverzamelingen per organisatie duidelijk te scheiden, wordt risico-afbakening verbeterd. Bij de uitvoering is zoveel mogelijk rekening gehouden met de spanning tussen gebruikersgemak en veiligheid, waarbij gekozen is voor een inrichting die werkbaar is en tegelijkertijd voldoet aan actuele eisen op het gebied van informatiebeveiliging.
Managed devices en beleid
In 2025 zijn alle laptops en mobiele telefoons binnen het Rijk van Nijmegen volledig managed ingericht. Dit betekent dat iRvN deze devices centraal beheert en gericht kan ingrijpen wanneer dat nodig is. Het gaat onder meer om het gecontroleerd uitrollen van updates en beveili-
gingsinstellingen en het op afstand blokkeren of wissen van apparatuur bij verlies of diefstal. Deze standaardisatie is een voorwaarde om het beveiligingsniveau beheersbaar te houden in een omgeving waarin steeds meer buiten vaste werkplekken wordt gewerkt. Daarnaast draaien sinds 2025 alle laptops en desktops op Windows 11, waarmee wordt aangesloten op actuele beveiligingsstandaarden en wordt voorkomen dat gewerkt wordt met software waarvoor de ondersteuning afloopt. In 2025 is bovendien regionaal beleid geformuleerd voor het verdere gebruik en beheer van devices. Dit beleid biedt heldere kaders, de concrete doorvertaling naar uitvoering vindt plaats in 2026.
Microsoft 365
In 2024 is gestart met het werken vanuit een multidisciplinair team rond Microsoft 365, in 2025 is deze werkwijze verder uitgebouwd. Deze aanpak is gekozen omdat M365 geen opzichzelfstaande technische voorziening is maar een platform dat direct raakt aan het dagelijks functioneren van organisaties en medewerkers. Ontwikkeling, inrichting en beheer vragen daarom om samenhang tussen technische keuzes en functioneel gebruik.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
32
In 2024 en 2025 is gericht verder gewerkt aan het op orde brengen en stabiliseren van het technische fundament en aan het realiseren van gemeenschappelijke bouwstenen. Dit is nodig om verdere groei van het gebruik beheersbaar te maken en om verschillen tussen organisaties te verkleinen. Vanuit dit fundament zijn concrete functionaliteiten toegevoegd, onder meer ter ondersteuning van het samenwerken en communiceren via Microsoft Teams. Bij de verdere ontwikkeling van M365 is bewust gekozen voor een gefaseerde aanpak. Deze werkwijze voorkomt versnippering en dubbel werk en draagt bij aan voorspelbaarheid in beheer en ondersteuning. In 2025 zijn hierin verdere stappen gezet, waardoor het gebruik van M365 regionaal meer samenhang vertoont en beter aansluit op de dagelijkse praktijk. Tegelijkertijd is zichtbaar geworden dat, naast ontwikkeling en inrichting, ook het functioneel beheer van Microsoft 365 structurele aandacht vraagt. Naarmate het gebruik toeneemt, groeit de behoefte aan eenduidigheid in inrichting, ondersteuning en wijzigingsbeheer. Het regio nale karakter van de M365-omgeving biedt hierbij schaalvoordelen, doordat kennis en ervaring kunnen worden gebundeld en niet
overal afzonderlijk hoeven te worden ingericht.
Beveiliging
In 2025 is het Programma Beveiliging verder uitgevoerd en verdiept. De focus lag op het beheersbaar houden en waar nodig versterken van het beveiligingsniveau, in samenhang met andere ontwikkelingen binnen de ICT-omgeving. De basisbeveiliging was ook in 2025 op orde. Omgevingen zijn continu bewaakt via 24/7-monitoring en het CSIRT. Dagelijks worden aanvallen gedetecteerd en afgehandeld. Tegelijkertijd is onderkend dat 100 % veiligheid niet bestaat en dat beveiliging voortdurende aandacht vraagt. In 2025 is een verschuiving zichtbaar geworden waarbij werkzaamheden steeds minder uitsluitend binnen de Citrix-omgeving plaatsvinden en vaker direct op laptops en andere fysieke endpoints. Dit vergroot het belang van aanvullende maatregelen buiten de traditionele infrastructuur. Dit inzicht vormt een belangrijke onderbouwing voor verdere aanscherping van beleid en maatregelen. Binnen het programma is verder gewerkt aan patchmanagement, periodieke technische onderzoeken en pentesten. De samenhang met
andere trajecten, zoals tenantsplitsing, managed devices en Microsoft 365, is daarbij nadrukkelijk meegenomen. In 2025 is daarnaast gewerkt aan de beleids matige voorbereiding van Mobile Device Management (MDM), als noodzakelijke stap om ook buiten de Citrix-omgeving veilig en beheersbaar te kunnen werken. De uitvoering hiervan volgt in 2026.
Aanbestedingen software en infrastructuur
In 2025 is de aanbesteding voor software-inkoop via een softwarebroker afgerond en is deze broker in gebruik genomen. Hiermee is invulling gegeven aan een eerder voorgenomen maatregel om meer grip te krijgen op licentiebeheer, contractvoorwaarden en kostenontwikkeling. In 2025 is gestart met werken via deze constructie. Daarnaast is in 2025 de aanbesteding voor netwerkcomponenten en hardwarevernieuwing afgerond. Daarmee is een basis gelegd voor verdere modernisering en toekomstbestendigheid van de regionale ICT-infrastructuur. De implementatie hiervan is een meerjarig traject. Voor vervanging, vernieuwing en ingebruikname wordt een periode van circa twee jaar voorzien, waarbij de nieuwe infrastructuur gefaseerd wordt ingevoerd en de bestaande gecontroleerd
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
33
wordt ontmanteld om de continuïteit van de dienstverlening te borgen.
Duurzaamheid
In 2025 is binnen de MGR een project rond groene mobiliteit gestart. Daarmee wordt duurzaamheid niet alleen benaderd vanuit ICT-middelen, maar breder opgepakt op MGR-niveau. Daarnaast blijft iRvN in de dagelijkse praktijk aandacht houden voor de duurzame inzet van middelen. Apparatuur wordt zo lang mogelijk gebruikt, ook wanneer dit langer is dan de boekhoudkundige afschrijvingstermijn. Wanneer vervanging noodzakelijk is, worden middelen hergebruikt of gerecycled. Bij aanschaf wordt bewust gekozen voor gericht inkopen en het beperken van voorraden. iRvN maakt daarnaast gebruik van open-source producten en ondersteunt de toepassing van open standaarden. Een overzicht van de gebruikte en beheerde open-source producten is opgenomen in de bijlage. Als MGR en iRvN is het streven om toe te werken naar een CO₂neutrale en circulaire organisatie in 2045, waarbij in 2025 is ingezet op bewustwording en het verkennen van haalbare maatregelen.
BIO-certificering
Het TPM-traject (Third Party Memorandum) is voor iRvN het instrument om verantwoording af te leggen over de inrichting en uitvoering van haar werkzaamheden. De BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) vormt hierbij het normenkader. In regionaal verband is vastgesteld welke BIO-onderdelen onder verantwoordelijkheid van iRvN vallen. Op deze onderdelen laat iRvN zich auditen. Het TPM-traject draagt bij aan het bereiken van volwassenheidsniveau 3, waarbij werkzaamheden procesmatig zijn vastgelegd en voorspelbaar en herhaalbaar worden uitgevoerd. In 2025 zijn eerder geaudite processen opnieuw getoetst en is het auditbereik uitgebreid. De uitkomsten waren, net als in 2024, goed. Aanbevelingen worden meegenomen in de verdere doorontwikkeling. Tegelijkertijd worden de eisen scherper, onder meer door de doorontwikkeling richting BIO2 en Europese regelgeving zoals NIS2.
Organisatieontwikkeling
In 2025 is iRvN verdergegaan met de doorontwikkeling van de organisatie. Een belangrijk accent lag op het versterken van de rol van
teamleiders. Het eerder gestarte leiderschapsprogramma is in 2025 voortgezet en richt zich op het versterken van het eigen functioneren, het maken van afwegingen en het expliciet beleggen van eigenaarschap binnen teams. Deze ontwikkeling sluit aan bij de kernwaarden van iRvN: betrokken, betrouwbaar, oplossingsgericht en professioneel. Van teamleiders en medewerkers wordt verwacht dat zij vanuit deze waarden handelen, zowel intern als in de dagelijkse dienstverlening en in de samenwerking met deelnemers. Daarnaast zijn in 2025 processen herijkt vanuit het perspectief van de klant. Daarbij is expliciet gekeken naar de bijdrage van processen aan de missie van iRvN: het in staat stellen van ambtenaren om hun dienstverlening aan inwoners goed in te richten en uit te voeren. Dit heeft geleid tot duidelijkere verantwoordelijkheden, scherpere overdrachtsmomenten en meer gerichte sturing. De verdere uitrol hiervan vindt plaats in 2026. Opleiden en ontwikkelen bleef ook in 2025 een belangrijk aandachtspunt. Medewerkers zijn ondersteund in hun professionele ontwikkeling, passend bij veranderende eisen aan het werk.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
34
Daarbij wordt gewerkt met concrete KPI’s, zodat zichtbaar wordt in hoeverre doelstellingen worden gerealiseerd. Deze informatie is onder meer beschikbaar via de klantportalen van iRvN en wordt besproken met de deelnemers.
Regionale kaders
In 2025 hebben de deelnemers, met inbreng van iRvN, zowel de regionale cloudstrategie als de regionale i-governance vastgesteld. Daarmee zijn gezamenlijke kaders vastgelegd voor cloudgebruik en voor afstemming en besluitvorming over ICT-ontwikkelingen in regionaal verband. De activiteiten van iRvN in 2025 sluiten aan bij deze kaders; verdere uitwerking vindt plaats in de daaropvolgende jaren.
IP-adressen. Wij hebben voorgesteld om het resultaat van € 417.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Datamigratie. Op het onderdeel Applicatiebeheer is in totaal een positief resultaat van € 127.000 gerealiseerd. Dit resultaat heeft voor € 74.000 betrekking op gemeente Nijmegen, voor € 41.000 betrekking op WerkBedrijf en voor € 12.000 betrekking op ODRN. Gedurende 2025 is in totaal € 2 miljoen geïnvesteerd. Het grootste gedeelte van het investeringsvolume was nodig voor het vervangen van de fysiek werkplek (laptops) en hardware netwerk.
Open Source Applicaties
Op verzoek van gemeenten rapporteert iRvN periodiek over de door haar gebruikte en beheerde open-source applicaties. Vastgesteld is dat iRvN de geldende open standaarden hanteert en kan ondersteunen. Een overzicht is opgenomen in de bijlage.
Financieel
Op het onderdeel Automatiseren is in 2025 een resultaat gerealiseerd van € 417.000. Dit resultaat is behaald uit de verkoop van de
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
35
Paragrafen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) stelt zeven paragrafen verplicht voor. Wij behandelen er vier. De paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen zijn niet op onze organisatie van toepassing. Daarnaast voegen wij een drietal paragrafen vrijwillig toe omdat we het van belang vinden om ook inzicht te geven in de ontwikkelingen op het gebeid van dataveiligheid en privacy, op het gebeid van duurzaamheid en op het gebied van de wet open overheid (WOO).
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
36
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de MGR Rijk van Nijmegen in staat is tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: 1. De weerstandscapaciteit: dit zijn middelen en mogelijkheden waarover MGR Rijk van Nijmegen beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; 2. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf over het weerstandsvermogen bevat minimaal een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en risico’s en het beleid hierop. Voor nadere informatie verwijzen we naar de notitie risico-inventarisatie die door ons bestuur is vastgesteld.
Weerstandscapaciteit De MGR kiest ervoor om (ter voorkoming van mogelijke financiële risico’s) geen weerstandsvermogen aan te houden, maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten en niet binnen de begroting en jaarrekening van de MGR.
Risico’s
We inventariseren risico’s om verantwoording af te leggen over en inzicht te geven in de risico’s die voor de MGR Rijk van Nijmegen (zowel procesmatig als voor het bedrijf zelf) van belang zijn. Het is essentieel dat de risicoparagraaf voldoende vooruitkijkt naar toekomstige risico’s in beleid, uitvoering en de gevolgen hiervan voor de financiële middelen. De risicoparagraaf geeft informatie over de houdbaarheid van de strategie voor de komende periode. In deze paragraaf benoemen we de grootste risico’s.
Wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Afbouw en ontschotting Participatiebudget
De systematiek van het gemeentefonds kent sinds 2025 een grotere dynamiek door de door het Rijk gekozen indicatoren. Dit leidt ertoe dat pas in september van het lopend boekjaar duidelijk is welk budget beschikbaar is voor WerkBedrijf. De komende jaren is de raming dat het budget toeneemt. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een toename van de begeleidingsvergoeding voor loonkostensubsidies. Deze toename vertaalt zich door in de uitgaven, immers begeleiding is niet direct opgeschaald. Zolang we in aantallen toenemen zullen we een
tijdelijk voordeel houden. De groei van het aantal loonkostensubsidies zal echter niet onbeperkt zijn. Op het moment dat de aantallen zich gaan stabiliseren dan wel licht dalen zal het uitdagender worden om binnen het bestaande financiële kader te opereren. Tezamen met de korting van € 1,2 miljoen, leidt dat op dat moment tot een uitdaging in de begroting. Om het risico enigszins te dempen mag jaarlijks een voorstel gedaan worden om ontstane overschotten in een jaar tot een bedrag van 10% van het participatiebudget toe te voegen aan een risicoreserve om onverwachte tegenvallers voor de regio te kunnen opvangen.
Aanbieden beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet
Kandidaten die uitsluitend in een beschutte werkomgeving betaald werk kunnen verrichten, ondersteunen we zoveel mogelijk om actief te kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Voor kandidaten die een positief advies beschut werk (nieuw) van UWV krijgen, organiseren we (indien mogelijk) een tijdelijk dienstverband in een beschutte omgeving van maximaal 23 maanden, met 100% Wettelijk minimumloon (WML). In totaal waren eind 2025 92 kandidaten aan het werk met een beschut werk dienstverband. Dit zijn kandidaten die we zelf in dienst hebben en kandidaten die in
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
37
dienst zijn bij werkgevers. We sturen op duurzame plaatsingen en bemiddelen de kandidaat naar een volgende of vaste werkplek. De kosten dekken we uit de loonkostensubsidie. Die wordt overgeheveld vanuit het bijstandsbudget (BUIG) van de gemeenten. Uit het Participatiebudget financieren we de begeleidingsvergoeding en eventuele werkplekaanpassingen. Het eerste risico is dat deze dekking afneemt of wegvalt, terwijl de loonkosten voor kandidaten met een nieuw dienstverband beschut blijven bestaan. Een tweede risico is het niet tegen kostendekkende tarieven kunnen plaatsen van kandidaten met een dienstverband. Een derde risico is de stijging van de loonkosten. Wanneer de structurele kosten niet meer gedekt kunnen worden vanuit deze middelen, ontstaat een financieel risico voor de gemeenten. Voor (naar schatting) drie jaar hebben we dit financieel risico afgedekt, daarna niet meer. De omvang van dit risico is pas te bepalen als het aantal kandidaten met een vast dienstverband bekend is. In de begroting van 2026 bijgesteld en 2027 en volgende jaren is daar een inschatting voor gemaakt. Een vierde risico is dat we zien dat werkgevers de financiering
van deze doelgroep nauwelijks rond krijgen. Dit leidt ertoe dat plaatsingen minder snel groeien. Dit leidt ertoe dat we extra moeten investeren om werkgevers te verleiden deze doelgroep in dienst te nemen. Het vijfde risico is dat wij op dit moment substantieel minder nieuw beschut plaatsen realiseren dan onze taakstelling, terwijl we wel bekostigd krijgen op deze taakstelling. Het Rijk onderkent de problematiek en heeft vanaf 2024 voor een aantal tekortkomingen aanvullende middelen beschikbaar gesteld om deze doelgroep extra te kunnen ondersteunen in de vorm van een vaste loonwaarde en impulsgelden. De middelen zijn conform het bestedingsplan, in afwachting van besluitvorming, vanaf 2026 toegevoegd aan de bijgestelde begroting. Omdat de noodzaak groot is, starten we vanaf 2026 met de uitvoering van het bestedingsplan. Het Rijk is voornemens om vanaf 2027 of 2028 de bekostiging te baseren op basis van realisatie. In dat geval gaat de regio minder middelen ontvangen, die nu voor andere uitvoeringstaken ingezet worden. De middelen die we nog wel zullen ontvangen zijn volledig nodig voor de uitvoering van beschut werk. In de loop van 2026 komt er meer duidelijkheid over de nieuwe financieringswijze van beschut.
Uittreden van een gemeente
Uittreding van een gemeente uit de MGR of uit één of meerdere modules heeft tot gevolg dat er frictiekosten ontstaan bij de MGR. Vooral als er langlopende verplichtingen zijn aangegaan, kunnen de frictiekosten aanzienlijk zijn.
Arbeidsmarkregio
In de arbeidsmarktregio participeert naast WerkBedrijf tevens UWV, het onderwijs, de vakbonden en werkgevers. Voor het vormgeven en uitvoeren van de taken binnen de arbeidsmarktregio ontvangen wij middelen van de Centrumgemeente. Hiervoor wordt ook personeel ingezet in dienst van de MGR. De MGR draagt ook het personele risico als deze middelen wegvallen. Omdat de arbeidsregio geen juridische entiteit is er ook geen overeenkomst tussen de deelnemende partijen.
Afbouw WSW-budget en stijging gemiddelde loonkosten SW-medewerkers WerkBedrijf rekent voor de dienstverlening van de Sociale Werkvoorziening (onderdeel SW) een kostendekkende bijdrage (kostprijs per SE) bij gemeenten. Deze bijdrage ligt de afgelopen jaren in lijn met het WSW-budget dat de deelnemende gemeenten ontvangen vanuit het Rijk. Een afname van het WSW-budget betekent
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
38
geen direct risico voor de MGR. Aangezien gemeenten de bijdrage voor de uitvoering van de SW financieren vanuit het WSW-budget, benoemen we het risico wel in deze paragraaf. Wettelijke wijzigingen (cao, minimumloon en premies) zijn niet beïnvloedbaar, maar hebben een grote impact op de kosten. Sinds 2015 is er geen nieuwe instroom meer op basis van de Participatiewet. Dit heeft een vertragend effect op de daling van het loongebouw. Dit betekent ook geen direct risico voor de MGR, omdat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de bijdragen. De afgelopen jaren is het verschil tussen de bijdrage van gemeenten en de bekostiging vanuit het Rijk kleiner geworden. Of deze trend zich doorzet is op dit moment nog niet met zekerheid vast te stellen. Met name omdat een deel van de vaste kosten niet of schoksgewijs af te bouwen is.
Maatschappelijke risico’s Klant- en marktrisico’s onderdeel SW en detacheringsbanen
Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende risicofactoren: • Lagere uurtarieven gedetacheerde SW-medewerkers. • Kostendekkende tarieven detacheringsbanen.
• Minder productieve uren gedetacheerde SW-medewerkers en/of lagere stijging toegevoegde waarde in beschut werk door ouder wordende doelgroep en cao-afspraken. • Onvoldoende detacheringsmogelijkheden in de markt. • WerkBedrijf heeft geen eigen productie faciliteiten, waardoor we afhankelijk zijn van afspraken met externe organisaties en de bereidheid van externe organisaties om ook werk te bieden aan medewerkers met een lage productiviteit of hoge begeleidingsbehoefte.
Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
ICT
Juridisch
Dit betreft met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. De MGR anticipeert op dit risico door het uitvoeren van tests en door permanent te werken aan het verbeteren van haar ICT omgeving. Het voldoen aan de vereisten van de BIO maakt daar onderdeel van uit. Desondanks blijft de mogelijkheid van uitval bestaan. Dit brengt risico’s in de continuïteit van dienstverlening met zich mee en kan tevens leiden tot hoge herstelkosten. De impact daarvan laat zich vooraf moeilijk bepalen.
Belastingen
Ten aanzien van de vennootschapsbelasting, de loonheffing en de omzetbelasting zijn momenteel geen risico’s bekend. Naleving van de fiscale regels borgen wij door instructies en toetsing achteraf bij de btw-aangiften en bij de uitvoering van interne controles op bijvoorbeeld het gebruik van de poolauto’s, etc. Daarnaast laten wij ons bij fiscale vraagstukken bijstaan door externe deskundigen.
Op juridisch gebied zijn op dit moment geen risico’s bekend. Naleving van wet- en regel geving borgen we door het geven van voorlichtingsbijeenkomsten. We werken het zo concreet als mogelijk uit in instructies, verordeningen en beleidsregels. Tot slot toetsen onze kwaliteitsmedewerkers op de naleving ervan.
Informatiebeveiliging en Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Informatiebeveiliging vormt een belangrijk onderwerp binnen de MGR Rijk van Nijmegen. Met name aan de borging van de privacy van betrokkenen wordt veel aandacht besteed. De
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
39
Risico-inventarisatie bedragen in 1€
noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om tijdig te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Het grootste risico is dat bijzondere persoonsgegevens uitlekken. Ook het uitlekken van bedrijfsinformatie valt onder deze risico’s. Ondanks de getroffen maatregelen kunnen zich dergelijke incidenten voordoen. De impact van een dergelijk incident is niet vooraf in te schatten. De maximale geldboete kan oplopen tot ruim € 20 miljoen of 4% van de omzet van een organisatie. Voor MGR houdt dit in een maximale boete van circa € 4,0 miljoen en er kan sprake zijn van veel negatieve publiciteit.
Economische risico’s De geopolitieke ontwikkelingen in 2025, zoals de voortdurende oorlogen, toenemende protectionisme, haperende toeleveringsketens, het ruime liquiditeitsbeleid van de centrale banken en de energietransitie hebben geleid tot schaarste en oplopende prijzen. Daar ondervindt de MGR nadeel van door oplopende prijzen van haar contracten, schaarste aan personeel, het moeilijker kunnen plaatsen van kandidaten en de kwaliteit van toestroom van kandidaten.
Toelichting op het schema van de risicoinventarisatie van 2025
Het netto (rest)risico is het ingeschatte, te betalen schadebedrag als het risico zich daadwerkelijk voordoet. Het totale netto (rest)risico na aftrek van de voorzieningen is het risico waarmee de MGR rekening moet houden. Aangezien de MGR geen weerstandsvermogen opbouwt, betekent dit dat de deelnemende gemeenten rekening dienen te houden met dit risico bij het bepalen van hun weerstandscapaciteit. In bijlage 4 is de verdeling per gemeente te vinden.
Bruto risico
Netto (rest) risico
2.416.000
560.000
Politiek Landelijk politiek niveau Regionaal politiek niveau
400.000
140.000
2.816.000
700.000
Imagoschade
735.000
452.000
Ecologisch/milieu
30.000
30.000
Totaal maatschappelijk
765.000
482.000
Juridisch/wettelijk
940.000
500.000
Totaal juridisch/wettelijk
940.000
500.000
1.730.000
760.000
Totaal politiek Maatschappelijk
Juridisch/wettelijk
Financieel/economisch Economisch Financieel Totaal financieel/economisch
0
0
1.730.000
760.000
0
0
ICT Algemeen Tevredenheid regiogemeenten
400.000
210.000
Informatiebeveiliging / privacy
1.830.000
760.000
Totaal ICT
2.230.000
970.000
Organisatorisch/Bestuurlijk Bestuurlijk
365.000
15.000
Personeel
1.840.000
900.000
Vastgoed Totaal organisatorisch/bestuurlijk Subtotaal
410.000
140.000
2.615.000
1.055.000
11.906.000
4.467.000
Voorzieningen
242.000
242.000
Voorziening SPP
1.357.000
1.357.000
Totaal risico-inventarisatie MGR
9.497.000
2.868.000
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
40
Kengetallen De netto schuldquote wordt als volgt berekend: de som van de onderhandse leningen, overige vaste schuld, kortlopende schuld en overlopende passiva minus kortlopende (debiteuren) vorderingen en uitzettingen, liquide middelen en overlopende activa wordt gedeeld door de totale inkomsten (voor bestemming reserves). De netto schuldquote blijft relatief stabiel aangezien er enkel is afgelost op bestaande leningen en geen nieuwe lening is afgesloten. De solvabiliteit betreft de ratio van het totale eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Een solvabiliteit van 20% is gebruikelijk. De MGR Rijk van Nijmegen heeft een solvabiliteit van 2,3%. Dit komt doordat de MGR ‘het resultaat’ per einde boekjaar naar rato afrekent met de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt omdat er sprake is van een gemeenschappelijke regeling waarvoor de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn. Het uitgangspunt is dat er geen vermogensvorming binnen de MGR Rijk van Nijmegen bestaat. De deelnemende gemeenten houden in hun weerstandsvermogen rekening met de bij de MGR aanwezige risico’s.
Kengetallen R2024
R2025
B2025
Netto schuldquote
14,8%
12,0%
13,1%
Solvabiliteitsratio
0,7%
2,3%
0,0%
0,7
0,7
0,7
Liquiditeit
De liquiditeit betreft de vlottende activa gedeeld door de vlottende passiva. De liquiditeit bedraagt 0,7. Dit ligt onder de norm van 1%. De aard van de kortlopende schulden maakt dat dit geen acuut risico vormt voor de MGR omdat het deels betrekking heeft op meerjarige subsidies.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
41
Financiering Het doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Treasurystatuut
Op de MGR is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, verstandige en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de MGR met een statuut te regelen. In het statuut zijn regels opgenomen over de algemene doelstellingen, de te hanteren richtlijnen en limieten en de administratieve organisatie van de financieringsfunctie.
Treasurybeheer
Volgens artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient de begrotingsparagraaf over de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer te bevatten. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: • De MGR mag geen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak verstrekken aan partijen; • De MGR kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen, waarbij de hoofdsom gegarandeerd moet zijn; • In het kader van risicobeheer wordt gestreefd naar beperking van het renterisico op de lange en korte schuld, waarbij de kasgeldlimiet en de rentrisico norm niet overschreden worden. • Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Er is in 2025 niet afgeweken van deze uitgangspunten.
Risicobeheer; de Kasgeldlimiet en Rente-risiconorm De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s.
Koersrisico’s
De MGR heeft geen leningen in buitenlandse valuta. Transacties in buitenlandse valuta komen niet of nauwelijks voor. Het koersrisico is dus nihil. De MGR heeft geen beleggingen en staatsobligaties. De MGR is verplicht eventuele overtollige middelen bij de schatkist te stallen (schatkistbankieren) en gaat dus geen nieuwe beleggingen aan.
Renterisicobeheer
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van deze limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de MGR moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet is beperkt tot 8,2% van het totaal van de primitieve begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,2%
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
42
is in 2025 niet overschreden. Ook het meerjarenperspectief is dat het niet structureel wordt overschreden.
Renterisicobeheer 2025
Bedragen in € 1.000
1e kw
Renterisiconorm
De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal (leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Hierbij geldt een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. In 2025 heeft een aflossing plaatsgevonden. Dit is weergegeven in de tabel. In de betreffende tabel is ook te zien dat we voldoen aan de renterisiconorm.
Begrotingstotaal
3e kw
4e kw
106.736
106.736
106.736
106.736
Percentage
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
Kasgeldlimiet
8.752
8.752
8.752
8.752
Omvang vlottende middelen
13.043
19.265
18.711
22.755
619
787
607
650
12.424
18.479
18.104
22.105
0
0
0
0
Omvang vlottende korte schuld
0
0
0
0
- Opgenomen gelden korter dan 1 jaar
0
0
0
0
Totaal netto-vlottende schuld
13.043
19.265
18.711
22.755
Ruimte (+)
21.795
28.018
27.463
31.508
- Bank-Giro - Tegoeden RC - Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
Rentelasten, renteresultaat en wijze van toerekenen
Over 2025 bedroegen de rentelasten € 131.600. De rentelasten zijn naar rato van de gemiddelde boekwaarde toegerekend aan de investeringen. De rentelasten worden volledig toegerekend aan de taakvelden. De rentebaten bedragen voor 2025 € 396.300. In 2025 is een renteresultaat behaald van € 350.800.
2e kw
Renterisiconorm 2025
Begrotingstotaal
106.736
Percentage renterisiconorm
20%
Toetsbedrag renterisiconorm
21.347
Aflossingen Ruimte
58 21.290
Schatkistbankieren
De MGR is verplicht om haar overtollige middelen aan te houden bij het Rijk. Dit wordt
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
43
Drempelbedrag schatkistbankieren 2025
Bedragen in € 1.000
schatkistbankieren genoemd. Hierdoor kan de MGR geen gelden meer beleggen en zijn we voor rentevergoedingen afhankelijk van de vergoedingen die het Rijk geeft. Deze waren in 2025 € 396.300. De ‘overtollige middelen’ zijn de gelden boven een drempelbedrag. Dat drempelbedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van het begrotingstotaal. In enig kwartaal mag dit drempelbedrag aan eigen (gemiddeld) banksaldo niet worden overschreden. De MGR heeft het drempelbedrag in 2025 niet overschreden. Dit is af te lezen uit de tabel.
Gewaarborgde geldleningen
De MGR is geen gewaarborgde geldleningen aangegaan bij een externe partij.
Overige geldleningen
In 2025 heeft de MGR geen nieuwe leningen aangetrokken. In de tabel zijn de lopende geldleningen weergegeven.
Financieringsbehoefte
Met het verwachte investeringsvolume voor de komende jaren is de huidige financiering afdoende. Er bestaat voor de komende jaren geen behoefte aan het aantrekken van nieuwe geldle-
1e kw
2e kw
3e kw
4e kw
Begrotingstotaal
106.736
106.736
106.736
106.736
Normpercentage
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Drempelbedrag
2.135
2.135
2.135
2.135
619
787
607
650
Ruimte onder drempelbedrag
1.516
1.348
1.528
1.485
Overschrijding drempelbedrag
0
0
0
0
Op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen
Leningen bedragen in 1
Voor
Per 1-12025
BNG (MGR)
1.171.000
693.637
NL Waterschapsbank
4.500.000
Bedrag aflossing
Per 31-12 2025
Ingangdatum
Einddatum
Rente
2-1-2019
57.761
635.876
2-jan-15
2-jan-35
1,740%
jaarlijks
4.500.000
27-3-2037
0
4.500.000
26-apr-17
27-apr-37
1,730%
einde looptijd
25-6-2038
0
2.500.000
25-jun-18
25-jun-38
1,705%
einde looptijd
57.761
7.635.876
BNG (MGR)
2.500.000
2.500.000
Totaal
8.171.000
7.693.637
Datum
ningen. Op 16 juli 2020 is met de BNG een krediet- en depotarrangement in rekeningcourant afgesloten van € 2,0 miljoen. Dit is met name gedaan om mogelijke pieken of scherpe terugval in inkomsten tijdelijk te kunnen opvangen.
Conclusie continuïteit Het karakter van een gemeenschappelijke regeling (GR) is dat gemeenten binnen een GR gezamenlijke taken uitvoeren en de kosten van deze taakuitvoering gezamenlijk delen.
Aflossing
De MGR Rijk van Nijmegen is een GR die op deze wijze is ingericht. Overschotten dan wel tekorten worden jaarlijks afgerekend met de deelnemende gemeenten. Alleen al om deze reden is het dagelijks bestuur van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Daarnaast is door ons een risico- inventarisatie uitgevoerd. Op deze risico-inventarisatie sturen wij en waar mogelijk vertalen we de financiële effecten daarvan in de (meerjaren) begroting. Onze meerjarenbegroting is sluitend.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
44
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren.
vastgelegd. In 2025 hebben wij met rapportages tussentijds aan de regio verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het jaar sluiten we af met de jaarrekening waarin we verantwoording afleggen over boekjaar 2025.
Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van het beleid, de dienstverlening aan kandidaten en ondernemers en de uitvoering van projecten. De kwaliteit van de uitvoering van de taken van de MGR is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste bedrijfsvoeringsprocessen binnen de MGR. U vindt informatie over het beleid, de organisatie, het personeelsbeleid, informatisering, de administratieve organisatie en de kansen en bedreigingen voor de MGR.
Naast de verantwoordingsdocumenten zijn de volgende documenten opgesteld om de bedrijfsvoering verder vorm te geven:
Beleid van de bedrijfsvoering De organisatiestructuur van de MGR is een afgeleide van het zogenoemde afdelingenmodel. De organisatie staat onder algemene leiding van een algemeen directeur en de secretaris van de MGR. Binnen de MGR is de planning & control cyclus ingericht. Deze start met de begroting waarin de afspraken over het te voeren beleid worden
• • • • • • • • • • • •
Notitie weerstandsvermogen Notitie en richtlijn activeren en afschrijving Treasurystatuut Financiële verordening Controleverordening Controleplan Beschrijvingen van de primaire processen Gastheerrol Re-integratieverordening Mandatering Informatiebeveiligingsbeleid Inkoopbeleid
Bijgaande notities moeten waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. De resultaten hiervan leggen we aan het dagelijks en het algemeen bestuur ter besluitvorming voor.
Organisatiestructuur De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen kent de volgende drie bestuursorganen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. Daarnaast hebben we een bestuurscommissie Werk en een agendacommissie vanuit de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
Algemeen bestuur
Het algemeen bestuur bestaat uit 15 leden (inclusief de voorzitter). Dit zijn leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, evenals alle bevoegdheden die op basis van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of de bestuurscommissie Werk zijn opgedragen.
Dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur telt drie leden inclusief de voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het dagelijks bestuur de bevoegdheid toe die in de gemeente toekomt aan het college van bur-
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
45
gemeester en wethouders dan wel het college van Gedeputeerde Staten.
De voorzitter
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur benoemd. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks en het algemeen bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in- en buiten rechte.
Bestuurscommissie Werk
De leden van de bestuurscommissie Werk worden door het algemeen bestuur benoemd. De bestuurscommissie Werk is verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van Werk als het gaat om re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding. De bestuurscommissie Werk adviseert hierin het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.
Agendacommissie
De agendacommissie bestaat uit raadsleden van de zeven deelnemende gemeenten en kent zeven leden, inclusief de voorzitter. De agendacommissie heeft haar taken en rolopvatting beschreven in haar reglement van orde. Zij heeft als taak de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van de gemeenteraden van de aan de MGR deelnemende gemeenten en schept rand-
voorwaarden zodat de raden hun kaderstellende en controlerende taak goed kunnen vervullen. Verder adviseert zij het dagelijks bestuur over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR, denkt zij mee over de inrichting van de juridische regeling voor de MGR en organiseert ze regionale bijeenkomsten.
Uitvoeringsorganisatie en platform
De uitvoeringsorganisatie kenmerkt zich door een platte organisatie met 2 modules die worden geleid door een directeur/algemeen manager. De MGR kent daarnaast een secretaris/directeur die zorgdraagt voor de coördinatie en afstemming tussen de modules, de verantwoording naar het bestuur en de ontwikkeling van de platformfunctie voor de regio. Binnen iedere module is sprake van een beperkt aantal afdelingen en teams.
Personeelsbeleid In ons HR-beleid staan duurzame inzetbaarheid, aantrekkelijk werkgeverschap, vitaliteit en ontwikkeling centraal. Wij investeren actief in de continue ontwikkeling van onze medewerkers door het vergroten van kennis en het versterken van competenties. Dit draagt bij aan de hoge kwaliteit van onze dienstverlening en stelt
medewerkers in staat soepel mee te bewegen met veranderingen. Zo blijven zij wendbaar, veerkrachtig en duurzaam inzetbaar op de arbeidsmarkt. De HR-afdeling vervult hierbij een essentiële adviserende en faciliterende rol. In 2025 hebben wij op de thema’s duurzaamheid, aantrekkelijk werkgeverschap, vitaliteit en ontwikkeling de volgende resultaten behaald:
Thema duurzame inzetbaarheid
• In samenwerking met externe partij Eridanos is in 2025 veel aandacht besteed aan het thema ziekteverzuim vanwege een hoger verzuimcijfer. Daarnaast is het verzuimbeleid en -protocol geactualiseerd zodat duidelijk is wat er tijdens een verzuimprocedure van de medewerker en leidinggevende verwacht wordt. • In samenwerking met een externe projectleider werken we groene arbeidsvoorwaarden uit. Deze voorwaarden passen bij de thema’s duurzaamheid, vitaliteit en het zijn van een toekomstbestendige organisatie. Daarnaast worden we hierdoor minder afhankelijk van het parkeren (waar in 2026 veranderingen in gaan plaatsvinden). In de eerste helft van 2026 worden de groene arbeidsvoorwaarden vormgegeven.
Jaarstukken 2025 MGR Rijk van Nijmegen
46
Thema aantrekkelijk werkgeverschap
• Maandelijks organiseren we een koffiemoment voor mensen die geïnteresseerd zijn in werken bij WerkBedrijf. Tijdens de koffiemomenten wordt aandacht besteed aan werken bij WerkBedrijf en passeren alle functies die er binnen de organisatie zijn. Zo kunnen deze mensen, als er een vacature beschikbaar komt, bewuster solliciteren. • Ook wanneer we gericht werven voor een vacature bieden we de gelegenheid om tijdens een specifiek koffiemoment vragen te stellen over de functie. Dit wordt door de (potentiële) sollicitanten zeer gewaardeerd. • Ieder jaar nemen we deel aan de Dag van de Mobiliteit, waarbij geïnteresseerden uit de regio een dag kunnen meelopen met één van onze medewerkers. Ook stimuleren we onze eigen medewerkers om een dagje in de keuken van een andere organisatie te kijken. • In 2025 heeft het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) plaatsgevonden.76% van de medewerkers heeft hieraan deel genomen. Medewerkers geven aan dat zij graag bij WerkBedrijf werken, het rapportcijfer is een 7,6. Als aandachtspunten geven medewerkers aan dat er behoefte is aan doorgroeimogelijkheden, het uitspreken van waardering, snellere besluitvorming en
eenduidige uitvoering van beleid. • Om een aantrekkelijke werkgever te kunnen blijven, is het belangrijk om inzicht te hebben waarom medewerkers de organisatie verlaten. Daarom stellen we de vertrekkende medewerker in de gelegenheid om een eindgesprek te voeren met de HR adviseur. Uit alle gevoerde gesprekken komen een aantal thema’s naar voren waar we in 2026 extra aandacht aan gaan besteden. Bijvoorbeeld het vergroten van de doorgroeimogelijkheden en het zorgen voor eenduidigheid bij het verstrekken van informatie en toepassen beleid.
Thema ontwikkeling
Het leerplatform WerkAcademie wordt veelvuldig door de medewerkers gebruikt en ondersteunt om op een laagdrempelige manier hun ontwikkeling als professional te vergroten en zelf te regisseren.
Informatisering en automatisering De informatisering en automatisering heeft tot doel de dienstverlening van de MGR aan haar klanten en kandidaten te optimaliseren. De informatisering en automatisering van de MGR maakt gebruik van het netwerk van iRvN. iRvN heeft contracten met diverse IT-aanbieders. De
MGR maakt daar gebruik van. De belangrijkste systemen waarvan gebruik wordt gemaakt zijn EVA, Compas, Civitas, EXACT en TopDesk. Voor de bedrijfsvoering wordt ook gebruik gemaakt van de informatiesystemen van de gastheer, gemeente Nijmegen. Het belangrijkste systeem daarbij is Beaufort. Back-up, recovery en beveiliging/privacy zijn binnen iRvN vormgegeven en voldoen aan de minimaal daaraan te stellen vereisten om de continuïteit van de bedrijfsvoering voor de MGR te waarborgen. Conform de overeengekomen basisafspraken (DVO) wordt wekelijks een volledige back-up gemaakt en dagelijks een incremental back-up van de applicatieserver, databases en netwerkschijven (dus niet van de lokale harde schijven van pc’s, laptops en dergelijke). In de DVO zijn eveneens afspraken gemaakt over afdoende logische en fysieke beveiligingsmaatregelen om activiteiten van personen met oneigenlijke of kwaadwillende bedoelingen op het iRvN netwerk en de daarop aangesloten systemen en applicaties uit te sluiten. Ten behoeve van de informatiebeveiliging worden binnen de MGR procedures en voorzieningen ingericht conform de eisen die gesteld worden in de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten).