Bijlage II Bijlagen rekenkamer (bestuurlijke reactie en nawoord)
Tekst van het document
Bestuurlijke reactie college De rekenkamer heeft het college in de gelegenheid gesteld om te reageren op de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek. De reactie van het college is hierna opgenomen.
Nawoord rekenkamer Heumen We onderschrijven dat het college trots mag zijn op het resultaat: een sportaccommodatie waar volop gebruik van wordt gemaakt, die binnen de planning en budget is gerealiseerd, via een proces waarbij gebruikers en omwonenden actief zijn betrokken. Het college erkent en onderschrijft in grote lijn de aanbevelingen in ons rapport. Bij de reactie van het college op de aanbevelingen in het rapport hebben we de volgende kanttekeningen. Aanbeveling 1. Stuur meer op het maatschappelijk rendement van projecten. Het formuleren van het maatschappelijk rendement en de maatschappelijke einddoelen van een project zijn inderdaad een gedeelde verantwoordelijkheid van raad en college. Heldere doelen komen voort uit achterliggend beleid en vormen de basis voor (bij)sturing en monitoring van de resultaten. Gebruik van de prestatieladder (ook wel beleidstheorie, interventielogica, of Theory of Change genoemd), zoals aanbevolen in het rapport, biedt handvatten om te sturen op middelen, uitvoeringsprestaties en maatschappelijke doelen in onderlinge samenhang. De rekenkamer adviseert om een dergelijke prestatieladder op te nemen in het projectplan van grote projecten. Aanbeveling 2. Ontwikkel een set van kwaliteitscriteria voor inwonersparticipatie.
De rekenkamer waardeert het dat de bestuursadviseur samen met de griffie en een afvaardiging uit de raad bezig is met de ontwikkeling van een verordening inwonerparticipatie, vooruitlopend op de wettelijke verplichting vanaf 2027. In een rekenkamerbrief over de resultaten van een meta-analyse over inwonerparticipatie van de Vereniging van Rekenkamers hebben we als rekenkamer al input voor dit traject geleverd. We vinden het belangrijk dat bij dit traject: • de (positieve en negatieve) ervaringen met participatieprocessen van eerdere projecten worden meegenomen (wat ging goed en wat kan beter?); • ook inwoners wordt gevraagd naar verbeterpunten in participatie; • helder aan te geven welke intensiteit van participatie voor welk type projecten geldt. Aanbeveling 3. Ontwikkel spelregels voor 'geheimhouding'. We waarderen dat het college er voorstander van is om zoveel als mogelijk en waar dat kan documenten openbaar te laten zijn. Mede naar aanleiding van de bestuurlijke reactie op het briefadvies over de samenvoeging van het welzijnswerk, heeft de gemeente op dit vlak in 2025 al stappen gezet. Daarnaast is een protocol in voorbereiding met een nadere uitwerking van de spelregels omtrent geheimhouding. Aanbeveling 4A. Voorzie projectplannen en voortgangsrapportages van markerende en zichtbare bezinnings- en leermomenten voor eventuele bijsturing.
Het ligt in de bedoeling om het bestaande format voor het opstellen van projectplannen te herzien. Hierbij zal meer rekening worden gehouden met fasering en tussentijdse controlemomenten op aspecten als tijd, geld, kwaliteit, participatie, informatie en communicatie. De rekenkamer vindt dit een minimale invulling van de aanbeveling en adviseert om voor meer complexe projecten duidelijke mijlpalen, tussenresultaten en leermomenten in te bouwen om de controlerende rol van de raad te versterken.
Aanbeveling 4B. Investeer zichtbaar in competentieontwikkeling van de ambtelijke organisatie, met oog op goed opdrachtgeverschap richting externe projectleiders en specialistische expertise. We beseffen dat een kleine organisatie niet alle benodigde competenties in huis heeft en afhankelijk is van inhuur. Zaak is om deze experts goed aan te sturen en van hen te leren voor toekomstige projecten. Een planmatige inzet voor competentieontwikkeling is wenselijk. Een eigen talentenpool wordt door het college te kostbaar geacht, maar de rekenkamer ziet mogelijkheden om dit in een lichtere, minder kostbare vorm (bijvoorbeeld als deelfunctie) of samen met andere gemeenten (als flex-pool) te organiseren. De rekenkamer is recent gestart met een onderzoek naar de kwetsbaarheid en het lerend vermogen van de gemeentelijke organisatie en verwacht in de eerste helft van 2026 aanvullende aanbevelingen op dit vlak te kunnen doen.