CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Advies regionale adviestafel RES GMR

Raad 30 januari 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze op concept-RES 2024 (verrijking van RES 1.0)1.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

30 september 2024

Geachte leden van de BPCR, Dank voor de uitnodiging om vanuit de recent opgerichte Adviestafel ons advies ten aanzien van de verrijkte RES 2024 in te kunnen brengen. Wij zullen als Adviestafel gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over de zaken die wij van belang achten in het werken aan de ambiIes. Wij hopen daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan het versnellen van het werk aan de opgave, en doen dit vanuit onze eigen zorg en betrokkenheid en die van onze achterban. Met interesse hebben wij kennisgenomen van de verrijkte RES 2024 en zien dat op veel punten onze eerdere feedback is verwerkt. Het resultaat dat er nu ligt is een goed startpunt voor de volgende stap in onze regio; met het oog op de gemaakte afspraken op weg naar versnelde realisaIe. Wij staan posiIef tegenover het realisme wat uit uw voortgangsdocument spreekt. Wij zien veel mogelijkheden om tot een betere benuMng van het net te komen én tot een meer duurzame benadering van energie gebonden klimaatdoelstellingen. Over de verrijkte RES willen wij het volgende inbrengen: 1. Het is goed dat de Verrijking benadrukt dat 1,62 TWh nog onvoldoende is als bijdrage aan de Gelderse, en nu ook naIonale, doelstelling van 55% CO₂ reducIe in 2030. 2. Het is ook goed te zien hoe benadrukt wordt dat de wanverhouding tussen wind en zon in de RES 1.0. moet worden aangepakt.

Maar er ontbreekt een cijfermaIge uitwerking van hoe veel meer windvermogen er moet worden gerealiseerd om een efficiënte verhouding te krijgen. We roepen de regio op om dit alsnog te leveren, wetende dat de wanverhouding alleen kan worden gecorrigeerd als er daadwerkelijk ook meer wind ontwikkeld gaat worden. 3. Wij missen in de verrijking een visie op de kansen rond de producIe van groen gas. 4. Waar het 'RES-vizier' eerder sterke focus had op uitsluitend grootschalige opwek is er nu meer Ijd en ruimte om ook aan kleinere slimmer vormen te werken. Die Ijd kan ingezet worden om acIef beleid te ze\en op zon op dak en zon op restgronden. We missen een aansprekende aanpak op dit onderwerp. 5. We vinden het teleurstellend dat de verrijking vaag blij] over waar en wanneer de extra windparken zullen komen. En dat is verontrustend omdat we nog maar iets meer dan 6 jaar verwijderd zijn van de gestelde deadline van 2030. Wetende dat procedures jaren kunnen duren, moeten er in het komende jaar harde afspraken komen die vergunningsrijp zijn. We roepen de regio op om hier ten spoedigste naar te streven en ons hierin mee te nemen.

Als het gaat om de doelstelling op wind weten we dat de weerstand aanzienlijk is. Natuurlijk vinden wij een goede inpassing belangrijk en moeten de nadelen voor leefomgeving, landschap en natuur worden beperkt. Maar met de a`ouw van het fossiele spoor groeit de noodzaak om (extra) stroom voor nieuwbouw en uitbreiding van woningen, instellingen en bedrijven op te wekken. Met de omvang en complexiteit van de huidige opgave is het ondenkbaar dat niet alles op alles wordt gezet om met elkaar perspecIef te schetsen vanuit de beperkingen van het huidige energiesysteem en samen te werken aan oplossingen. Energieopwekking, met name van windenergie, is daar een cruciaal onderdeel van. Gezien de gevoeligheid daarvan en de groeiende weerstand tegen wind komt het ook aan op uw bestuurlijke sIjl om inspiraIe en volharding in complexe dossiers te tonen. Zoek daarbij nog meer en acIef de samenwerking met belanghebbende partners in onze regio. Als Adviestafel denken wij hierover graag met u mee. Energieprojecten in de eigen regio bieden een perspecIef op de versterking van de sociale en economische structuur, en kunnen bij goede parIcipaIe en communicaIe wel degelijk rekenen op draagvlak. Rond de aandacht voor netcongesIe vragen we ook aandacht voor de poten-e van erfmolens op agrarische bedrijven en innovaIeve oplossingen achter de meter.

Erfmolens (mits met een economisch rendabele ashoogte van ca 35 meter) kunnen de zelfvoorzienendheid van boerderijen vergroten van ca 30 naar ca 60%. Doordat dit zich afspeelt in 'de haarvaten van het netwerk' betekent dit bij een voortvarende aanpak een daadwerkelijke verlichIng van de netcongesIe. Met betrekking tot de derde uitzonderingsgrond voor zon op landbouwgrond zijn we bezorgd over de wijze waarop de belangenafweging plaats zal vinden. Wij pleiten voor een zorgvuldig proces waarin de maatschappelijke belangen nadrukkelijk worden meegenomen. Graag wijzen we ook op de kansen die er liggen rond slimme energiecombina-es achter de meter. In de Gelderse glastuinbouwgebieden lopen al projecten op dit onderwerp. Daarnaast kan meer worden ingezet op lokale uitwisseling van energievraag en - aanbod. De verruimde regelgeving op dit onderwerp biedt ruimte die met voortvarendheid opgepakt moet worden. In ZLTO-gebied hebben we daar inmiddels een voorbeeld van. Zie: PrakIjkverhaal Majoppeveld | RES West-Brabant (reswestbrabant.nl) Hier leveren boeren hun “overschot” aan duurzame energie aan bedrijven op een bedrijventerrein die niet de ruimte hebben om zelf te verduurzamen en juist op de piekmomenten kunnen afnemen. Dit soort projecten kunnen tot inspiraIe dienen.

In deze opgave is het ontwikkelen van lokaal eigendom een belangrijke sleutel. Helaas constateren wij dat in de verrijking nog steeds onvoldoende aandacht is voor het ontwikkelen van lokaal eigendom. “Minimaal 50% lokaal eigendom” wordt gemeld als streven en er wordt over de voortgang gerapporteerd (in de bijlage), maar er staat geen enkel acIepunt in dit document voor dat doel1. Er wordt weliswaar naar de, in RES 1.0. al genoemde “parIcipaIestrategie” verwezen, maar het is onduidelijk wat die in de prakIjk inhoudt als het gaat om lokaal eigendom en in het Verrijkingsdocument wordt hier verder niets gezegd. We hebben de stellige indruk dat de regio dit geheel aan de individuele gemeenten overlaat, zonder daarin te sImuleren, faciliteren, coördineren. Wij ervaren dat het juist de gemeenten zijn die hierin afstemming, ondersteuning en advies zoeken als het gaat om de wijze waarop zij invulling geven aan het ontwikkelen met lokaal eigendom, en wij zien dat dit voor de uitvoering van de in de RES 2024 gemaakte afspraken essenIeel is. Wij zien dat acIeve burgers daadwerkelijk bij willen dragen aan de transiIe, en zij willen meer, maar lopen tegen barrières op. Om 50% lokaal eigendom als minimum streven te realiseren tegen 2030 is het noodzakelijk dat de regio een acIeve rol gaat spelen, en alle parIjen die daar een rol in spelen moIveert, ondersteunt.

Alle stappen die individuele gemeenten ze\en zijn waardevol, maar als de regio de doelstelling niet in acIe omzet, is het zeer twijfelachIg dat we het gaan halen. Tot slot; in het hoofdstuk over lokaal eigendom in de verrijkte RES 2024 wordt verwezen naar een onderzoek van NPRES naar beleidsdocumenten van de 16 gemeentes over lokaal eigendom. We weten uit de prakIjk dat dit meer genuanceerd ligt. Bijvoorbeeld de gemeente Beuningen staat beschreven als 'geen borging hebben voor lokaal eigendom'. In de prakIjk hee] de gemeente echter een belangrijke bijdrage geleverd aan de realisaIe van 50% lokaal eigendom van het windpark in Beuningen. Wij gaan graag met U in gesprek, Namens de Adviestafel GMR; Alex de Meijer, Natuur en Milieu Gelderland MarIen Nillisen, LTO Noord Chris Lorist, VNO NCW Midden Jip Grooten, NVDE Dirkje Smulders, Jong RES John Hontelez, Energie Samen GMR Wouter Kamp, Gelders Energie Akkoord Judith van de Geer, Energie Samen GMR en tevens voorzi\er van de Adviestafel

1

In Bijlage B wordt gesteld dat 73% van de RES-projecten een vorm van financiële par>cipa>e kent, en dat in 42% van die gevallen er sprake is van lokaal eigendom. Dat wil dus zeggen 31% van alle projecten. Wetende dat de projecten die al gerealiseerd zijn of in de pijplijn ziJen 2/3e van het bod van onze regio vertegenwoordigen betekent dit dat om in 2030 de doelstelling van 50% te halen de extra projecten die nog nodig zijn om dat bod te halen zo’n voor zo’n 87% in lokaal eigendom zouden moeten zijn! Deze conclusie wordt niet getrokken. Bod = 1,62 TWh. Gerealiseerd + Pijplijn = 1,07 TWh. Nog te realiseren: 0,55 TWh. Van de 1,07 TWh is 31% lokaal eigendom = 0,33 TWh. 50% van het bod = 0,81 TWh. Er zou van de 0,55 TWh nog te realiseren dus 0,49 TWh lokaal eigendom moeten zijn = 87%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14943220/1