CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Aanbiedingsbrief jaarstukken 2025 en begroting 2027 VRGZ

Raad 3 juni 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze jaarrekening 2025 en begroting 2027 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)4.489 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraadsleden gemeenten Gelderland-Zuid

Dagelijks Bestuur p/a Prof. Bellefroidstraat 11 6525 AG Nijmegen Postbus 1120 6501 BC Nijmegen

Datum: Betreft:

Contactpersoon Mevr. S.J. van Petten 088-457 50 00 bestuurvrgz@vrgz.nl

Bijlage(n): Briefnummer:

19 maart 2026 Raadsbrief Jaarstukken 2025 Ontwerpbegroting 2027 Div VRGZ/DIR/7543/26/MD/sp

Geachte leden van de raad,

Hierbij bieden wij u gelijktijdig de concept-jaarstukken 2025 en de ontwerpbegroting aan voor het jaar 2027 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. In deze aanbiedingsbrief lichten wij de hoofdlijnen uit de conceptjaarstukken 2025 toe. Vervolgens beschrijven wij de hoofdlijnen uit de ontwerpbegroting 2027. Daarbij besteden wij ook aandacht aan de wijze waarop wij de op de Kaderbrief ingebrachte zienswijze hebben verwerkt. Basistaken onder druk In deze raadsbrief vragen wij uw aandacht voor het volgende. Bij het aanbieden van de ontwerpbegroting 2026 hebben wij u geïnformeerd over de destijds aangekondigde 10% korting, € 1,03 mln. op de Rijksbijdragen (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding - BDuR). Daarbij hebben wij benadrukt dat aanvullende bezuinigingen op de gemeentelijke bijdrage onwenselijk en onverantwoord zijn. Vanaf 2027 stelt het Rijk structureel € 25 miljoen beschikbaar (€ 900.000,- voor de VRGZ) voor de extra taken op het gebied van weerbaarheid. Hoewel wij hiermee een vorm van ‘compensatie’ hebben ontvangen voor de uitvoering van deze weerbaarheidstaken en het kunnen blijven uitvoeren van onze kerntaken, is dit – mede door de extreme prijsstijgingen – niet voldoende gebleken om de begroting volledig op peil te houden en onze taken op het gewenste niveau te blijven uitvoeren.

Hoewel wij sindsdien zeer scherp hebben gestuurd op de beschikbare middelen, zien we dat door autonome ontwikkelingen en extreme prijsstijgingen de uitvoering van onze basistaken richting 2027 steeds verder onder druk komt te staan. Tegelijkertijd nemen de maatschappelijke opgaven en de veiligheidsrisico’s juist toe.

De mondiale geopolitieke spanningen zorgen voor dreigingen die groter, complexer en frequenter worden. Grootschalige, langdurige en impactvolle verstoringen worden daarmee steeds realistischer scenario’s. Voorbereiding en paraatheid op dergelijke crisisgebeurtenissen zijn belangrijker dan ooit. De veiligheidsregio speelt daarin een cruciale rol. De ontwikkelingen gaan echter sneller dan de huidige mogelijkheden van veiligheidsregio’s om zich hierop voor te bereiden of zich hieraan aan te passen. Daar komt bij dat we in de toekomst mogelijk niet langer vanzelfsprekend kunnen rekenen op bijstand van Defensie tijdens impactvolle incidenten. Door de veranderende internationale veiligheidssituatie en de groeiende inzetbaarheidseisen van de krijgsmacht is het reëel dat Defensie minder capaciteit beschikbaar heeft voor civiele ondersteuning. Sterker nog: er zijn serieuze signalen dat veiligheidsregio’s in scenario’s van nationale ontwrichting mogelijk taken moeten overnemen die Defensie niet meer kan vervullen. Dit vraagt om extra voorbereiding, expertise, capaciteit en robuustheid binnen onze organisatie. Ondertussen heeft de Rijksoverheid voor de groeiende veiligheidsopgave nog geen voldoende financiële middelen gereserveerd. Hierdoor ontstaat een toenemende scheefgroei tussen landelijke verwachtingen enerzijds en regionale financiering anderzijds.

Dat maakt het onzeker of wij de noodzakelijke weerbaarheidsopgave kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van onze reguliere taken. Wij begrijpen heel goed dat gemeenten zelf onder grote financiële druk staan. Die realiteit zien wij en erkennen wij volledig. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat de Veiligheidsregio de snel stijgende kosten en de toegenomen opgave niet meer binnen de huidige middelen kan opvangen. Zonder aanvullende financiering komen zowel onze basiszorg als onze paraatheid in het gedrang. Nieuwe bezuinigingen zouden directe en merkbare gevolgen hebben voor de veiligheid van onze inwoners en voor de beschikbaarheid van brandweereenheden en onze crisisorganisatie. Voorbeelden hiervan zijn het wegvallen van reanimatie-inzet door de brandweer, het verminderen van noodzakelijke oefenavonden voor vrijwilligers, het afstoten van een brandweerboot wat de paraatheid op een risicovolle vaarweg laat wegvallen, het beperken van multidisciplinaire oefeningen en het niet kunnen garanderen van tijdige inzetbaarheid van de regionale crisisorganisatie. Deze signalen hebben wij eerder met u gedeeld bij de Begroting 2026 en de Kaderbrief 2027. Gezien de actuele ontwikkelingen is de urgentie alleen maar groter geworden. Wij vragen u daarom met klem om gezamenlijk te blijven investeren in onze basisveiligheid én de noodzakelijke weerbaarheid van onze regio.

Deze inzet blijven wij tevens via het Veiligheidsberaad onder de aandacht brengen bij het Rijk. Alleen met voldoende middelen kunnen wij onze verantwoordelijkheid blijven waarmaken in een wereld waarin risico’s snel toenemen en er meer van ons wordt gevraagd. Verzoek om zienswijze Conform de Wet op de gemeenschappelijke regelingen stellen wij u hierbij in de gelegenheid voorafgaand aan besluitvorming door het Algemeen Bestuur een zienswijze bij het Dagelijks Bestuur in te dienen. Wij verzoeken u daarbij uw zienswijze voor 15 juni 2026 kenbaar te maken. Voor nadere informatie over de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid verwijzen wij u naar https://vrgz.nl/bestuurlijk/voor-gemeenteraden/.

Pagina 2 van 12

Jaarstukken 2025 In de Jaarstukken 2025 blikken wij terug op de activiteiten die in de begroting 2025 werden aangekondigd en geven we inzicht in de financiële consequenties hiervan voor Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ). Daarnaast beschrijven we de operationele prestaties van VRGZ en de ontwikkelingen die zich dit jaar hebben voorgedaan en die voor onze regio van belang zijn nu en in de toekomst, zoals de toegenomen geopolitieke spanningen, technologische kwetsbaarheden en toenemende veiligheidsrisico’s. De jaarrekening 2025 laat zien dat we onze middelen in het afgelopen jaar grotendeels conform planning hebben ingezet. Tegelijkertijd sluiten we het jaar af met een negatief resultaat ten opzichte van de begroting. Dit benadrukt dat onze financiële ruimte verder onder druk is komen te staan. We zien dat er sprake is van structurele tekorten, die we nu nog incidenteel opvangen. Maar deze wijze van financiering is echter niet structureel houdbaar. We hebben al eerder duidelijk laten horen dat de rek eruit is en dat we juist moeten investeren om onze wettelijke taken en maatschappelijke opgave waar te kunnen blijven maken. Daarom zullen we in 2026 en 2027 samen met alle betrokkenen scherpe en weloverwogen keuzes moeten maken om onze financiële positie structureel te versterken.

Dit jaarverslag belicht het programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) en het programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV). In de eerste hoofdstukken worden de beleidsmatige resultaten van beide programma’s uiteengezet en daarna is de financiële jaarrekening opgenomen. Deze raadsbrief richt zich op de belangrijkste financiële onderwerpen en de beslispunten. Programma Crisis- en Rampenbestrijding Het resultaat van het programma C&R is minder negatief dan tussentijds in rapportages aan ons bestuur verwacht werd. Het negatieve resultaat wordt onder andere veroorzaakt door lagere opbrengsten dan begroot als gevolg van de herstelactie van het construct Kosten voor Gemene Rekening (KGR) met GGD GZ. Als gevolg van een aanvullende factuur aan de GGD omdat de bestaande doorbelasting niet meer aansloot bij de daadwerkelijk geleverde dienstverlening, was het construct onbedoeld doorbroken. Deze herstelactie die betrekking had op 2024 en 2025 heeft geresulteerd in een negatieve impact van € 552.500,-. Als gevolg van incidentele meevallers, onder andere door lagere kapitaallasten en niet ingevulde vacatures, is het uiteindelijke verlies beperkt gebleven tot € 158.000,-. Net als in voorgaande jaren maskeren deze incidentele voordelen echter een onderliggend structureel financieel tekort.

Programma Regionale Ambulancevoorziening Het resultaat van het programma RAV is positiever dan tussentijds in rapportages aan ons bestuur verwacht werd. Dit wordt veroorzaakt door het positieve verkoopresultaat van het pand aan de Blomboogerd 10 in Tiel.

Pagina 3 van 12

Overzicht van de resultaten per programma

Het totale resultaat 2025 voor VRGZ bedraagt € 182.000,-. Hieronder is aangegeven wat het gerealiseerde resultaat per programma is en wordt per programma een voorstel voor bestemming gepresenteerd. Voor 2024 en 2025 was een negatief resultaat van € 100.000,- per jaar geraamd, te financieren uit de algemene reserve. Deze raming hield verband met de kosten voor de aanbesteding en implementatie van een nieuwe leverancier voor kantoorautomatisering en hostingsdiensten. Naar aanleiding van de dialoogrondes en de daaruit voortkomende extreme prijsstijging is de aanbesteding echter ingetrokken. Hierdoor zijn de verwachte kosten niet gerealiseerd en valt het voorziene negatieve resultaat weg. Voorstel resultaatbestemming In de jaarstukken wordt ten aanzien van de bestemming van bovengenoemde resultaten het volgende voorgesteld (onder de tabel worden de voorstellen nader toegelicht):

Voorgesteld wordt het positieve resultaat van het programma RAV toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten. Na toevoeging van dit resultaat komt deze reserve uit op 8% van de opbrengsten. Daarmee is de minimale norm van 10% nog niet bereikt. Afgesproken is de reserve niet aan te vullen vanuit de gemeentelijke bijdragen, maar alleen vanuit het resultaat op het programma RAV.

Pagina 4 van 12

Het programma C&R realiseerde in 2025 een negatief resultaat van € 158.000,-. Voorgesteld wordt dit bedrag te onttrekken aan de algemene reserve Crisis- en rampenbestrijding. Mutatie bestemde reserves

Voor 2025 was een vrijval uit de bestemde reserves begroot van € 724.000,-. In 2025 valt een bedrag van € 684.000,- daadwerkelijk vrij en vindt een toevoeging aan de bestemde reserves plaats van € 367.000,-: ▪ De extra BDuR-middelen voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening zijn in 2025 niet volledig besteed. In afwachting van bestuurlijke duidelijkheid over de bezuinigingsvoorstellen voor 2026 is bewust terughoudend omgegaan met het doorvoeren van structurele maatregelen. Hierdoor zijn enkele functies later of niet ingevuld en zijn investeringen op het terrein van informatiemanagement uitgesteld om onomkeerbare financiële investeringen te voorkomen. Deze niet bestede middelen van € 367.000,- worden conform bestuurlijke afspraak juli 2024 toegevoegd aan de bestemde reserve versterking crisisbeheersing. Aan de inzet van deze reserve in de komende jaren ligt een concreet bestedingsplan ten grondslag, waaronder de financiering van de incidentele kosten die voortvloeien uit de bestuurlijk vastgestelde IV-strategie 2026-2030. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de door het Rijk vastgestelde doelen op het gebied van crisisbeheersing en informatiemanagement. ▪ Voor de bestemde reserve in het kader van duurzaamheid was in 2025 een vrijval begroot van € 105.000,-, waarvan € 30.000,- ten behoeve van de schuimvormende middelen en € 75.000,- voor de DME.

Zoals in de toelichting op de huisvestingskosten is beschreven schuift een deel van de werkzaamheden door naar 2026 en valt, in tegenstelling tot wat was aangegeven in de begroting, in 2025 een deel van de reserve vrij (€ 65.000,-). Het resterende deel van de reserve schuift door naar 2026 (€ 40.000,-).

Pagina 5 van 12

Ontwerpbegroting 2027 De begroting voor het jaar 2027 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid treft u hierbij aan. Op hoofdlijnen zijn de activiteiten en belangrijke ontwikkelingen voor 2027 reeds genoemd in de Kaderbrief 2027 VRGZ. De leidraad voor de activiteiten is het Regionaal Beleidsplan voor de periode 2024-2027 zoals vastgesteld door ons bestuur. Zoals aangekondigd in de Kaderbrief 2027 VRGZ zijn de beschreven ontwikkelingen en onderwerpen (inhoudelijk en financieel) geconcretiseerd in bijgevoegde begroting. De in hoog tempo veranderende wereld en de rol die het Rijk daarbij weggelegd ziet voor veiligheidsregio’s vraagt om structurele investeringen, terwijl de financiële kaders daarvoor onzeker blijven. Doorwerking van de BDuR-korting, autonome prijsstijgingen en nieuwe wettelijke verplichtingen zetten de begroting verder onder druk. In de afgelopen jaren zijn structurele tekorten opgevangen met incidentele voordelen. Deze aanpak heeft echter zijn grens bereikt: de financiële rek is eruit. Met deze ontwerpbegroting presenteren wij een realistisch en toekomstgericht financieel beeld. Deze begroting vormt een zorgvuldige balans tussen noodzakelijke autonome ontwikkelingen, onvermijdelijke prijsstijgingen en één gerichte beleidsmatige uitbreiding die direct bijdraagt aan de inzetbaarheid en ondersteuning van onze medewerkers.

In de begroting worden beschreven: ▪ De kernactiviteiten van VRGZ, onze maatschappelijke opgaven, de landelijke en regionale ontwikkelingen en het financieel kader; ▪ De speerpunten per thema uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 en de landelijke beleidsagenda’s vertaald naar activiteiten voor 2027; ▪ De paragrafen en de financiële uiteenzetting voor de Programma’s Crisis- en Rampenbestrijding en Regionale Ambulancevoorziening (RAV). Verwerking zienswijzen gemeenteraden Kaderbrief VRGZ 2027 De gemeenteraden hebben de gelegenheid gehad hun zienswijzen op de Kaderbrief uit te brengen. VRGZ heeft deze zienswijzen meegenomen in de uitwerking van de begroting. De zienswijzen van de gemeenten op de Kaderbrief 2027 laten een breed gedeelde financiële terughoudendheid zien, waarbij gemeenten geen automatische doorbelasting van tekorten accepteren en helderheid vragen over reserves, risico’s en de inzet van rijksmiddelen voor weerbaarheid. Daarnaast vragen gemeenten om maximale zorgvuldigheid bij het onderzoek naar ontvlechting van de gezamenlijke bedrijfsvoering van VRGZ en GGD. Zij willen een volledig uitgewerkt uitvoeringsplan met financiële onderbouwing, varianten en duidelijke kostenverdeling, waarbij kosten niet eenzijdig bij gemeenten mogen neerslaan en de continuïteit van dienstverlening gewaarborgd blijft.

Verder vragen gemeenten om strikte scheiding tussen wettelijke taken en ambities, financiële onderbouwing van alle nieuwe beleidsmatige initiatieven (zoals vastgoed, PTSS-nazorg en cyberveiligheid). Over de hele linie tonen gemeenten zich kritisch-constructief: waardering voor VRGZ is aanwezig, maar alleen binnen duidelijke financiële en bestuurlijke randvoorwaarden. Tenslotte benadrukken een aantal gemeenten dat een nieuwe bestuursperiode vraagt om terughoudendheid met nieuwe beleidsvoorstellen.

Pagina 6 van 12

VRGZ heeft de meeste zienswijzen verwerkt in de uitwerking van de ontwerpbegroting 2027. Een aantal verzoeken van gemeenteraden heeft VRGZ niet overgenomen of nadrukkelijk afgewezen. De opgelegde taakstellende bezuiniging van enkele gemeenten wordt als onverantwoord beschouwd gezien de structurele korting op de BDuR, onze maatschappelijke opgave en de stijgende kosten. Ook wordt besluitvorming over lopende dossiers niet uitgesteld, omdat tijdig handelen nodig is om risico’s te beperken. Daarnaast vallen extreme prijsstijgingen volgens de bestuurlijk vastgestelde financiële spelregels wel onder uitzettingen, waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage kan worden gevraagd. Begrotingsverschuivingen 2026 De begrotingsverschuivingen 2026 betreffen kostenneutrale verschuivingen. Begroting 2027 In 2027 staat VRGZ en dus onze gemeenten voor aanzienlijke financiële opgaven. De organisatie is uitermate efficiënt ingericht, diverse financiële uitzettingen zijn afgelopen jaren zelfstandig opgevangen en daarbij zijn steeds weloverwogen keuzes gemaakt. Opleidingen zijn anders ingericht of uitgesteld, de vervanging van piket- en dienstvoertuigen is een aantal jaren langer aangehouden en waar mogelijk is de technische levensduur van kapitaalgoederen verlengd. Hierdoor zijn structurele tekorten in de afgelopen jaren onzichtbaar gebleven voor onze gemeenten.

Maar hier zitten ook risico’s aan. Levensduur verlengen kan op termijn leiden tot hogere onderhoudskosten en het uitstellen van opleidingen kan de paraatheid en vakbekwaamheid van een brandweerpost negatief beïnvloeden. De grens om dit op te kunnen vangen binnen de bestaande middelen is nu echter meer dan bereikt. De stijgende prijzen, autonome ontwikkelingen en toenemende maatschappelijke opgaven enerzijds en een indexatiemethodiek die hier geen rekening mee houdt anderzijds, leiden tot een structurele kostenstijging en het ontbreken van financiële dekking om aan onze basistaken te voldoen. Daarnaast hebben we vanaf 2026 te maken met een korting van 10% op de middelen die VRGZ vanuit de Rijksoverheid ontvangt, de zogenaamde brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR). Op moment van schrijven is het voor 2027 en verder echter nog altijd onzeker of het Rijk deze korting structureel handhaaft of terugdraait. Voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid wordt structureel € 25 miljoen beschikbaar gesteld via de BDuR. Deze bijdrage is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Op basis van een schatting is een bedrag van € 900.000,- aan opbrengsten verwerkt in de begroting 2027 en verder.

Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen afgewend. Tegelijkertijd resteert een tekort van circa € 130.000,-, dat wordt opgevangen door een positief effect uit de BDuRindexatie. De begroting 2027 is incidenteel niet sluitend. Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 in het najaar 2025 de cao-loonstijging nog niet bekend was, kon deze niet meegenomen worden in de index voor 2027. Dat betekent dat pas in 2028 dit effect meegenomen wordt via de indexering (zie ook paragraaf 2.5.3). Dit leidt in 2027 tot een negatief resultaat van € 1.548.000,- wat conform systematiek uit de algemene reserve gedekt moet worden. De reguliere indexering van de gemeentelijke bijdrage en de noodzakelijke uitwerking van de IV‑strategie vormen samen een set autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen. Deze vloeien voort

Pagina 7 van 12

uit de financiële spelregels voor indexering (vastgesteld door het Algemeen Bestuur), het moeten voldoen aan wet‑ en regelgeving en het aflopen van strategische IT‑contracten. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze noodzakelijke kosten een financiële impact van € 3.258.000,-. Het in 2025 door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionaal huisvestingsonderzoek vraagt een uitzetting van € 410.000,- per jaar. Daarnaast wordt VRGZ geconfronteerd met prijsstijgingen die de afgelopen jaren binnen de eigen begroting zijn opgevangen. Doordat in de begroting 2026 geen uitzettingen zijn aangevraagd in verband met mogelijke bezuinigingen en er geen nacalculatie op de materiële index plaatsvindt, worden deze prijsstijgingen nu zichtbaar. De benodigde correctie bedraagt € 1.552.000,- en betreft geen beleidsmatige uitbreiding. Als enige beleidsontwikkeling wordt voorgesteld om € 60.000,- structureel beschikbaar te stellen voor de inzet van een casemanager ter ondersteuning van PTSS‑trajecten en de begeleiding van medewerkers bij impactvolle gebeurtenissen, waarmee wordt geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid en goede zorg voor personeel. De gemeentelijke bijdrage stijgt in 2027 met € 5.280.000,-. Deze stijging wordt veroorzaakt door de volgende componenten: Omschrijving

Autonome ontwikkeling

Prijsstijging

Casemanager nazorg en PTSS IV-strategie

€ 60.000 € 2.562.000

Vervanging vastgoed (conform AB besluit 10 april 2025)

€ 410.000

Extreme prijsstijgingen

€ 467.000

Kapitaallasten wagenpark en materieel

€ 400.000

Vakbekwaamheid brandweer

€ 400.000

Licenties kantoorautomatisering

€ 130.000

Reguliere indexering

€ 566.000

Rentelasten Totaal

Beleid

€ 285.000 € 3.258.000

€ 1.962.000

€ 60.000

Casemanager nazorg en PTSS Om medewerkers de zorg te bieden die zij verdienen na impactrijke gebeurtenissen, is het belangrijk dat er binnen de organisatie één vast aanspreekpunt beschikbaar komt waar medewerkers terecht kunnen met vragen en ondersteuning. Maar het is ook iemand die medewerkers van begin tot eind kan begeleiden bij werkgerelateerde complexe trajecten, zoals medische behandelingen, nazorg bij geweldsincidenten op straat, PTSS-aanvragen of verzekeringskwesties. Aanvullend op de landelijke bijdrage PTSS vraagt dit om een structurele uitzetting van 0,5fte voor een casemanager (€ 60.000,-, zie ook paragraaf 4.7).

Pagina 8 van 12

IV-strategie De VRGZ moet voldoen aan aangescherpte eisen voor informatiebeveiliging (zoals NIS2/BIO2, NEN7510 en AVG), terwijl meerdere organisatieonderdelen hier nog niet aan voldoen. Tegelijkertijd verplichten het landelijke Masterprogramma Informatievoorziening, de vitaalverklaring, het coalitieakkoord en de accountantsverklaring de VRGZ om structureel haar digitale weerbaarheid te versterken. Dit betreft een autonome ontwikkeling omdat deze verplichtingen en normen extern opgelegd worden door wetgeving, landelijke programma’s, audits en de vitale‑aanbiederstatus. Het betreft ontwikkelingen waar de VRGZ geen directe invloed op heeft, maar die wel noodzakelijke aanpassingen binnen de organisatie vereisen. Scenario 2 van de IV-strategie betreft slechts het op orde brengen en houden van de basis. Scenario 3 van de IV-strategie bevat beleidskeuzes. Om de inrichting van de informatievoorziening (IV) van de organisatie beter af te stemmen op wettelijke vereisten, landelijke afspraken, technologische ontwikkelingen en marktomstandigheden is in maart 2026 de IV-strategie voor 2026-2030 bestuurlijk vastgesteld. Dit leidt tot een kostenuitzetting op het gebied van personeel, software en infrastructuur van € 2.562.000,- (zie paragraaf 5.2).

Vervanging vastgoed Het instandhouden en vernieuwen van de vastgoedportefeuille conform de in april 2025 door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders vraagt om een jaarlijkse bijdrage van € 410.000,- (zie paragraaf 4.8). Extreme prijsstijgingen VRGZ volgt voor indexering de BRN‑systematiek (Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen), maar doordat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie ontstaat structurele scheefgroei wanneer de werkelijke inflatie hoger uitvalt dan de gehanteerde index. Sinds 2021 heeft VRGZ ruim € 2 miljoen aan materiële kosten intern opgevangen, terwijl deze kosten in alle onderdelen van de organisatie met 17% tot 120% zijn gestegen. De organisatie kan deze cumulatieve prijsstijgingen niet langer binnen de bestaande middelen opvangen, mede doordat grote kostenposten materieel worden geclassificeerd maar feitelijk aan een personele index zijn blootgesteld (zie toelichting paragraaf 2.5.3). De uitzonderlijk gestegen prijzen op het gebied van onder andere preventief en correctief onderhoud, schoonmaakkosten, groenonderhoud, gemeentelijk belastingen, software en het lidmaatschap NIPV leiden tot een structurele uitzetting van € 467.000,- (zie toelichting paragraaf 7.1.1). Voorbeeld: het schoonmaakcontract is in de afgelopen twee jaar met 17% in kosten gestegen, terwijl hiervoor slechts een materiële index van 5,4% beschikbaar was.

Gezien de vereisten rondom arbeidshygiëne op de brandweer- en ambulancelocaties is het noodzakelijk dat de kwaliteit en continuïteit van schoonmaakwerkzaamheden volledig geborgd blijven. Kapitaallasten wagenpark en materieel De kosten voor het wagenpark en werkmaterieel stijgen aanzienlijk harder dan de reguliere prijsindexatie, met materiële prijsstijgingen van 40% tot 120% op onder andere tankautospuiten, redvoertuigen en dienstvoertuigen. Om de kwantiteit en kwaliteit van het materieel te kunnen waarborgen, tijdig economisch en technisch afgeschreven materieel te vervangen en het materieel up‑to‑date te houden zodat het kan meebewegen met de actuele veiligheidsrisico’s, is een extra bijdrage in de stijgende kapitaallasten noodzakelijk (€ 400.000,-). In voorgaande jaren is het structurele tekort gemaskeerd doordat, via weloverwogen keuzes en het uitstellen van

Pagina 9 van 12

vervangingsinvesteringen, incidentele voordelen zijn gerealiseerd. Deze werkwijze is echter niet langer houdbaar zonder het minimale kwaliteitsniveau aan te tasten. Voorbeeld: de kostprijs van een tankautospuit (TS) is in korte tijd substantieel gestegen: waar in 2023 een TS € 485.000,- kostte, bedraagt de actuele aanschafprijs inmiddels € 750.000,-. Dit betekent een prijsstijging van bijna 60%. VRGZ beschikt over 47 tankautospuiten voor de dekking van de gehele regio. Uitstel of afstel van investeringen heeft directe gevolgen voor de inzetbaarheid van voertuigen en kan daarmee de repressieve dekking onder druk zetten. Vakbekwaamheid brandweer Door stijgende opleidingskosten, meer verloop onder vrijwilligers en een relatief ouder personeelsbestand zijn de budgetten voor vakbekwaamheid meerdere jaren substantieel overschreden. Deze tekorten zijn incidenteel opgevangen door onderschrijdingen binnen andere budgetten, maar deze wijze van financiering is niet structureel houdbaar. Om de brandweer haar wettelijke taken veilig en professioneel te laten uitvoeren, is een structurele ophoging van € 400.000,voor vakbekwaamheid noodzakelijk (zie paragraaf 4.5). Voorbeeld: de kostprijs van een leergang Manschap bedroeg in 2023 € 140.000,- voor een groep van 12 deelnemers. Eind 2025 is deze prijs gestegen naar € 170.000,-, een toename van 20%.

Deze kostenstijgingen, in combinatie met een korter gemiddeld dienstverband van vrijwilligers, leiden tot een structureel tekort binnen de vakbekwaamheidsbudgetten. Onvoldoende vakbekwame manschappen heeft direct effect op de inzetbaarheid van posten en regionale dekking. Licenties kantoorautomatisering Dit betreft de kostenuitzetting voor licenties ten behoeve van kantoorautomatisering van € 130.000,(zie paragraaf 5.3). Met deze investering verbeteren we zowel de veiligheid als de functionaliteit van onze licenties, zodat dit aan toenemende eisen vanuit wet- en regelgeving blijft voldoen. Voor de aankoop van de nieuwe licenties sluiten wij aan bij een landelijke aanbesteding. Reguliere index De reguliere indexering (die is gebaseerd op door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten) bedraagt 1,05% (€ 566.000,-). Rentelasten Ten behoeve van de stijgende investeringsbehoefte is het aantrekken van aanvullende financiering noodzakelijk. Dit leidt tot een extra jaarlijkse rentelast van € 285.000,-.

Meerjarige ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Een deel van de hierboven genoemde uitzettingen van de gemeentelijke bijdrage heeft een oplopend effect in de beschreven meerjarenraming 2028 tot 2030: IV-strategie De uitwerking van de IV‑strategie heeft een meerjarig karakter, waarbij is gekozen voor een gefaseerde implementatie. De meerjarige kosten zijn toegelicht tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 12 maart 2026 en lopen op tot € 4.088.000,- in 2030.

Pagina 10 van 12

Vervanging vastgoed Het instandhouden en vernieuwen van de vastgoedportefeuille vraagt om een jaarlijkse bijdrage van € 410.000,-, oplopend naar € 2.460.000,- in 2032 (zie paragraaf 4.8). Kapitaallasten wagenpark en materieel Om de kwantiteit en kwaliteit van het materieel te kunnen waarborgen, tijdig economisch en technisch afgeschreven materieel te vervangen en het materieel up‑to‑date te houden zodat het kan meebewegen met de actuele risico’s, is een extra bijdrage in de stijgende kapitaallasten noodzakelijk (€ 400.000,- in 2027 en € 500.000,- vanaf 2028, oplopend naar € 1.900.000,- in 2030). Herziening MJOP De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan heeft geleid tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken (besluit AB VRGZ 4 juli 2024). Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie (€ 540.000,-) zal vanaf 2028 aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd. Met ingang van 2029 wordt de bijdrage verhoogd met € 79.000,- zodat vanaf 2029 het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke bijdrage.

Nacalculatie index 2025 Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 voor de gemeentelijke bijdrage de nieuwe cao-afspraken nog niet bekend waren, valt de nacalculatie over 2025 negatief uit 1 (zie ook paragraaf 2.5.3 van de Ontwerpbegroting 2027). Dit leidt in 2027 tot een lagere indexering van de bijdrage dan de indexatie van de personele en materiele kosten in de begroting, wat resulteert in een negatief resultaat van € 1.548.000,-. De nacalculatie over 2025 zal worden meegenomen in de indexering van de gemeentelijke bijdrage van 2028.

RAV: Verwachte financiële ontwikkeling 2027 en verder Het verwachte resultaat voor het programma RAV is nul. In de ramingen is uitgegaan van de afspraken die gemaakt zijn met de verzekeraars voor 2026. De onderhandelingen voor 2027 zijn nog niet opgestart; dit gebeurt in het najaar van 2026. Risico’s In paragraaf 6.1.2 worden de ontwikkelingen geschetst die in de toekomst financiële risico’s met zich mee kunnen brengen. De omvang van deze risico’s is nu nog niet exact bekend. Het negatieve resultaat van 2025 en het opvangen van de korting van 10% op de BDuR in 2026 ten laste van de algemene reserve leiden ertoe dat de algemene reserve lager is dan de bestuurlijke gewenste streefnorm van 5% van de baten. De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit is mede hierdoor niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 6.1.2) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen zal de VRGZ hiervoor vanuit de

1

Een gewogen percentage op basis van personele index (5,7%) en materiële index (2,5%) + de nacalculatie over 2025 (-3,69%)

Pagina 11 van 12

deelnemende gemeenten gecompenseerd dienen te worden om zodoende de continuïteit van haar kerntaken te borgen dan wel vanuit het Algemeen Bestuur een opdracht krijgen tot een taakstelling die, zoals de afgelopen jaren al kenbaar is gemaakt de kerntaken zal raken. Procedure Wij leggen de conceptjaarstukken 2025 en de ontwerpbegroting 2027 aan u voor. Daarbij vragen wij u uw zienswijze kenbaar te maken: - Op de resultaatbestemming zoals voorgesteld in de conceptjaarrekening 2025; - Op de conceptbegroting 2027. Wij verzoeken u om uw zienswijze over deze onderwerpen vóór 15 juni 2026 aan ons kenbaar te maken via bestuurvrgz@vrgz.nl. Na afloop van deze termijn zal het Dagelijks Bestuur VRGZ u in kennis stellen van het oordeel over de zienswijzen. Met in achtneming van uw zienswijzen zullen de jaarstukken 2025 en begroting 2027 in de vergadering van 2 juli 2026 aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden voorgelegd.

Het Dagelijks Bestuur, namens deze,

de voorzitter,

de secretaris

drs. H.M.F. Bruls

M. van Dalen MSc.

Bijlagen: • Bijlage 1 bij deze raadbrief: • Bijlage 2 bij deze raadbrief: • Bijlage 3 bij deze raadbrief:

Reacties gemeenteraden op kaderbrief VRGZ Jaarstukken 2025 Ontwerpbegroting 2027

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16945247/2