CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Toelichting bestemmingsplan Looistraat 45B en 45C

Raad 11 maart 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Bestemmingsplan Looistraat 45B en 45C16.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Vastgesteld

22

Tabel 4. Wanneer verantwoorden?

Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, Rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaaarde

Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid Gemeente Heumen In september 2016 heeft de gemeente Heumen de Beleidsvisie externe veiligheid opgesteld. In de beleidsvisie is aan de hand van drie thema’s beschreven hoe de gemeente Heumen omgaat met externe veiligheid. Externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico’s die ontstaan door vervoer, opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen. De 3 thema’s waarop de Beleidsvisie is gericht zijn: 1. Inzicht; Dit onderdeel van de Beleidsvisie externe veiligheid bestaat uit de analyse van de huidige externe veiligheidssituatie in de gemeente Heumen. 2. Keuzes maken; Om de externe veiligheidssituatie ook in de toekomst verantwoord te houden zijn de ruimtelijke veiligheidskeuzes vastgelegd. Enerzijds zijn beleidsuitgangspunten geformuleerd voor de nieuwvestiging van risicovolle inrichtingen. Anderzijds zijn ruimtelijke zones vastgesteld voor de nieuwvestiging van (beperkt) kwetsbare objecten nabij risicobronnen. 3.

Samenwerken; In thema 2 is beschreven op welke manier door de gemeente Heumen invulling wordt gegeven aan de verantwoording van het groepsrisico. Bij de invulling hiervan zijn drie verschillende actoren betrokken: het bevoegd gezag, de omgevingsdienst/adviesbureau en de veiligheidsregio. Inventarisatie risicobronnen Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland ligt het plangebied in de nabijheid van de autosnelweg A73 en het vaarwegtraject Maas en Maas-Waalkanaal. Daarnaast wordt melding gemaakt van de aanwezigheid van een opslagtank voor LNG in de omgeving.

Vastgesteld

23

Opslagtank

Maas-Waalkanaal

A73

Maas

Afbeelding 10. Uitsnede risicokaart met plangebied rood omcirkeld

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Shell heeft op de locatie J.J.Ludenlaan 2 een vergunning voor het oprichten van een opslagtank met een inhoud van 70.000 liter voor LNG. Voor deze opslagtank dient een minimumafstand van 50 meter te worden aangehouden. De afstand tussen het plangebied en de opslagtank bedraagt circa 280 meter. De vergunde opslagtank vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief. De vergunning voor het afleveren van LNG op deze locatie is inmiddels ingetrokken. Dit risico is dus niet langer aanwezig. Transport gevaarlijke stoffen Binnen de gemeente Heumen worden gevaarlijke stoffen vervoerd per weg. Dit betreft voornamelijk doorgaand vervoer over de A73 maar ook zeer beperkt bestemmingsverkeer over provinciale en gemeentelijke wegen zoals de N271. Voor de N271 is geen PR en GR opgenomen. Tabel 5. Risicoafstanden van de omliggende wegen

Weg A73: afrit 3 (Malden) – afrit 5 (Haps)

PR-plafond 10-6 contour 10 meter

Afstand planlocatie tot aan de weg 210 meter

Het plangebied is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van deze snelweg. Volgens artikel 8 van het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet er in het bestemmingsplan ingegaan worden op de benoemde onderwerpen van artikel 8 als het plangebied binnen 200 meter is gelegen van een transportroute. Aangezien in onderhavige situatie dit niet het geval is, is een verdere uitwerking niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Vastgesteld

24

Vervoer over het water Een deel van de zuidgrens van de gemeente Heumen wordt gevormd door de Maas, een binnenvaartroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast ligt Heumen voor een belangrijk deel aan het Maas-Waalkanaal waarover ook gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen per water is in het kader van het Basisnet een risicoplafond vastgesteld die voor beide routes gelijk is. De Maas is gelegen op een afstand van 848 meter van het plangebied. Het Maas-Wall kanaal is gelegen op een afstand van 700 meter. Tabel 6. Risicoafstanden van de omliggende wegen

Binnenvaartroute

Maas en Maas-Waal kanaal

LF1, brandbare vloeistof 803

LF2, brandbare vloeistof 2710

LT1, toxische vloeistof 40

GF3, brandbaar gas 289

GT3, toxisch gas 258

PAG*

25-50 meter

* wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de Rijksvaarweg (art 5.1 Waterwet).

De Maas en het Maas-Waal kanaal hebben beide een PR 10-6 contour van 0 meter. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen knelpunt. Voor de hoogte van het groepsrisico van de Maas zijn personendichtheden binnen een zone van 200 meter bepalend (zogenaamde afkapgrens; hierbuiten heeft de aanwezigheid van personen nauwelijks of geen invloed op de hoogte van het groepsrisico). Aangezien de personendichtheid binnen deze zone beperkt is, moet gesteld worden dat de Maas en het Maas-Waalkanaal geen relevant groepsrisico heeft ter hoogte van de kern Heumen. Het plangebied is gelegen buiten de contouren van zowel het plaatsgebonden risico als van het groepsrisico met betrekking tot de Maas en Maas-Waalkanaal. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van de woningen.

5.2

Kabels en leidingen

Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied. Blijkens kaarten van Gasunie, TenneT en Waterbedrijf Vitens bevinden er zich in of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke (ondergrondse) leidingen.

5.3

Natuur

5.3.1 Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De beleidsmatige natuurbescherming die voorheen was vastgelegd in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opnieuw vastgelegd, maar heeft een andere naam gekregen namelijk Natuur Netwerk Nederland (NNN). Daarnaast is de specifieke Vastgesteld

25

soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Het doel van de Natura 2000 is het behouden en herstellen van de biodiversiteit in de Europese Unie. Aan de hand van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn worden de Natura 2000-gebieden aangewezen. De Wet Natuurbescherming beschermt de Natura 2000-gebieden. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Sint Jansberg, ligt op circa 5,5 kilometer afstand van het plangebied.

In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 5,5 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden als gevolg een initiatief berekend (zie bijlage 1). Als gevolg van onderhavig initiatief kan de emissie van stikstof vanuit het plangebied toenemen vanwege, in dit geval, het gebruik van de woningen en het verkeer van en naar de locatie. Volgens AERIUS Calculator leidt het gebruik van twee vrijstaande woningen tot een emissie van 6,1 kg/jaar NOx. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

Er is uitgegaan van de volgende gegevens: § Functie: koop, huis, vrijstaand § Gebiedstype: rest bebouwde kom, weinig stedelijk Op basis van de kencijfers genereert een dergelijke woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het initiatief dagelijks 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx met 0,2 kg/jaar toeneemt vanuit de locatie. De stikstofemissie neemt door het initiatief toe met 6,3 kg NOx per jaar. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden. Het initiatief leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden.

Vastgesteld

26

Afbeelding 11. Uitsnede berekening AERIUS Calculator

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een netwerk van nieuw aan te leggen en bestaande natuurgebieden. Het doel van NNN is om natuurgebieden met elkaar te verbinden en zo te vergroten. Hierdoor ontstaat er een netwerk dat functioneert als één groot natuurgebied. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit houdt in dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan als de wezenlijke kenmerken of waarden van een gebied significant aantasten. Het NNN is veelal opgedeeld in provinciale natuurgebieden, waaronder het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Gelderse Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en anderzijds uit het zoekgebied voor nieuwe natuur. In de Groene ontwikkelingszone worden natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren. In de omgeving van het plangebied liggen onderdelen van het GNN. Daarnaast ligt in de omgeving van het plangebied ook gronden die onderdeel uitmaken van de Groene ontwikkelingszone.

Op circa 245 meter ten noordoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Daarnaast ligt op circa 305 meter van het plangebied het dichtstbijzijnde onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. Het plangebied maakt zelf geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en dus ook niet van het Natuurnetwerk Nederland.

Vastgesteld

27

er et m 5 24 380 meter

305 m eter

Afbeelding 12. Uitsnede kaart Natuurbeheerplan met daarop weergegeven het GNN

Daar het plangebied zich niet bevindt in het GNN en de afstand tussenbeide ruim is, vormt het initiatief derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van het GNN en NNN. 5.3.2 Soortenbescherming Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen en het effect van de bouw van twee woningen hierop te onderzoeken is een flora- en faunainspectie5 uitgevoerd. In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Gelderland een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Wel geldt voor alle amfibieën en zoogdieren de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de bouwwerkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Verstoring en vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van opgaande vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.

5.4

Waterhuishouding

In het Besluit Ruimtelijke Ordening, dat sinds 1 november 2013 is ingegaan, is opgenomen dat het verplicht is om een watertoets te verrichten. Het is dan ook noodzakelijk om in de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen een waterparagraaf op te nemen. In de waterparagraaf wordt een beschrijving gegeven over de manier waarop rekening wordt gehouden met de waterhuishouding als gevolg van het plan. In de paragraaf wordt dan ook een beschrijving gegeven van

5 Faunaconsult, Flora- en fauna-inspectie op een locatie aan de Looistraat te Heumen, 4 mei 2020

Vastgesteld

28

de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 5.4.1

Beleid

Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel “Koers houden, kansen benutten”. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met de (klimaat)veranderingen om ons heen en benut zij de kansen die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe zij dat willen bewerkstelligen. De drie speerpunten van het Waterbeheerprogramma zijn: § Veel dijkverbeteringen: in het waterbeheerprogramma staat bescherming tegen overstromingen voorop. In de komende jaren zullen veel dijkverbeteringen in het rivierengebied plaatsvinden. Daarbij houdt het waterschap rekening met nieuwe normen voor waterveiligheid en met de belangen van de omgeving. Dijkverbeteringen worden op veel plaatsen innovatief uitgevoerd. Hierdoor kan het waterschap de overlast voor de omgeving beperken en efficiënter werken. § Innovatie bij zuivering afvalwater: rioolwater is niet langer alleen maar afvalwater; het is ook een bron van nuttige energie en grondstoffen.

In het waterbeheerprogramma neemt het waterschap zich voor steeds meer technieken toe te passen om grondstoffen en energie terug te winnen uit het afvalwater. § Klimaatbestendig watersysteem: het klimaatbestendig maken van het watersysteem is een van de aandachtspunten in het beheerprogramma De zorg voor de bescherming van het drinkwater is een wettelijke taak van de provincie. De provincie Gelderland heeft in de omgevingsverordening de bescherming van het water meegenomen in de kaart ‘Water en Milieu’. Conform deze kaart liggen in het plangebied geen specifieke waterkundige waarden. Waterhuishoudkundige situatie Op de leggerkaarten van waterschap Rivierenland is te zien dat binnen het plangebied geen oppervlaktewater ligt. Rond het plangebied zijn verschillende watergangen gelegen. Zo is er een B-watergang ten westen van het plangebied gesitueerd. Daarnaast is ten oosten van het plangebied een A-watergang gesitueerd. Op basis van de Keur mag binnen een zone van 7 meter van de insteek van de watergang met beschermingszone A niet zonder vergunning van het waterschap worden gebouwd. Voor een watergang met beschermingszone B geldt de zone van 1 meter. Het plangebied bevindt zich ruimschoots buiten deze zones. Een vergunning van het waterschap is derhalve niet benodigd.

Bodemgesteldheid en grondwater Het maaiveld ter plaatse van het plangebied bevindt zich op een hoogte van 10,0 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal oostelijk gericht en bevindt zich op een diepte van circa 2,3 m-mv, overeenkomend met een hoogte van circa 7,7 m +NAP. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. Water in relatie tot ontwikkeling Door het toekennen van de planologische mogelijkheid om de grond te verharden (in de vorm van een woning, bijgebouwen en erfverhardingen) neemt het verhard oppervlak in relatie tot de huidige situatie toe. Iedere toename van verhard oppervlak dient zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Vastgesteld

29

Hemelwater Met het oprichten van de woningen zal nieuw verhard oppervlak worden toegevoegd. De realisatie van nieuw verhard oppervlak moet waterneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat initiatiefnemers voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na het gereedkomen van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Dit kan onder andere bereikt worden door het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen, het vergroten van bestaande oppervlaktewaterlichamen of het aanleggen van wadi’s. Initiatiefnemers moeten bij de aanvraag omgevingsvergunning zelf aangeven op welke manier en waar de compensatie gaat plaatsvinden. Bij de nieuwe woningen zal het hemelwater dan ook op eigen terrein moeten worden opgevangen. Hiervoor is voldoende ruimte. De exacte omgang met hemelwater zal worden uitgewerkt bij het definitieve bouwplan in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de woningen, de bijgebouwen en andere verhardingen. Hiervoor dienen de volgende uitgangspunten te worden gehanteerd: § Bij nieuwe woningen is de T=100+10% norm van toepassing, tenzij afvoer op het slotensysteem van het waterschap gaat plaatsvinden. § Geadviseerd wordt geen uitlogende materialen zoals zink, koper of lood toe te passen. Ten behoeve van het afkaderen van het aspect water is er een watertoets uitgevoerd. Deze is bijgevoegd in de bijlagen (bijlage 2).

Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegenereerd wateradvies. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen worden er geen bezwaren verwacht tegen het initiatief. Riolering Bij de nieuwe ontwikkeling moet het afvalwater worden aangesloten op de riolering. Het huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op het bestaande (druk)rioleringssysteem van de gemeente Heumen.

5.5

Archeologie en cultuurhistorie

5.5.1 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. In 2013 is het rapport ‘Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart’ vastgesteld. Dit rapport vormt de basis voor het beleid op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Het rapport bevat een actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van 2006.

Vastgesteld

30

Afbeelding 13. Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen, plangebied rood omcirkeld

Conform de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen is het plangebied geleden in een gebied met een hoge verwachting. Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Vanwege deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek benodigd als meer dan 500 m2 van de aanwezige bodem verstoord wordt met een ontwikkeling. In dit geval bedraagt de oppervlakte van het plangebied 1.900 m2, welke in het kader van de bouw van de twee woningen en het gebruik als tuin (vijvers, beplanting, tuinhuisjes, etc.) meer dan 500 m2 van de bodem kan verstoren. Er is daarom een archeologisch onderzoek6 verricht. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat binnen het plangebied een afgedekt kleipakket is aangetroffen. Dit kleipakket is onder invloed van latere afzettingen geërodeerd. Uit onderzoeken uit de omgeving is gebleken dat de top van dit kleipakket archeologische resten kan herbergen. Echter is de mate van erosie niet duidelijk en kan er niet geduid worden of deze resten daadwerkelijk nog aanwezig zijn of in welke mate ze zijn aangetast. Echter is er voldoende informatie beschikbaar om een sterke omwerking van de bodem ter plaatse aannemelijk te maken.

De inzet van een diepwoeler, de aanleg van grindkoffers en verschillende verstoringen voorafgaand aan de ophoging van het terrein zijn aanleiding om de archeologische verwachting bij te stellen naar laag voor alle perioden. Derhalve wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek op het plangebied niet noodzakelijk wordt geacht. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Heumen), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Op 23 september 2020 heeft de gemeente Heumen besloten de resultaten van het archeologisch onderzoek te volgen en het plangebied archeologisch vrij te geven (zie bijlage 3). 6 Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Looistraat (ong.) te Heumen, 15 september

2020, projectnummer: AM20069

Vastgesteld

31

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. 5.5.2 Cultuurhistorie De gemeente Heumen heeft samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Wijchen de beleidsnota ‘Cultuurhistorie: samen in verscheidenheid’ opgesteld. De beleidsnota geeft een visie en ambitie op de omgang met het (bovengrondse) cultureel erfgoed in de vier gemeenten. Blijkens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart worden er, ten aanzien van de thema’s historische geografie en historische stedenbouw en archeologie, geen waarden toegekend aan het plangebied. Volgens de Cultuurhistorische waarderingskaart van de gemeente Heumen is aan het plangebied een lage tot middelmatige waardering toegekend.

Het plangebied is gelegen in het bebouwinglint van de Looistraat. Met het oprichten van de woningen wordt het bebouwingslint afgerond. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich verder geen cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt daarom dat met het initiatief geen sprake is van een aantasting van cultuurhistorische waarden.

Afbeelding 14. Uitsnede cultuurhistorische waarderingskaart met het plangebied rood omcirkeld

5.6

Verkeer en parkeren

Het wijzigen van een bestemming heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. Vastgesteld

32

Verkeer De nieuwe functie zorgt voor andere verkeersbewegingen. Op basis van de CROW-kengetallen7 is de verkeersgeneratie van de beoogde woningen in beeld gebracht. Voor het initiatief is gekeken naar de functie koophuis vrijstaand en het gebiedstype rest bebouwde kom, weinig stedelijk. Het oprichten van de twee vrijstaande woningen heeft als gevolg een verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Aangezien in totaal twee vrijstaande woningen worden opgericht zal de totale verkeersgeneratie van het initiatief 15,6 tot 17,2 verkeersbewegingen per etmaal bedragen. De woningen zullen ontsloten worden middels de Looistraat. Gezien het profiel van de weg zal deze de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen goed kunnen verwerken. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is eveneens gebruik gemaakt van CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' en van de zelfde functie en het omgevingstype. Op basis van deze gegevens dienen op het perceel 2,7 parkeerplaatsen per woning te worden opgericht. In totaal dienen 5,4 parkeerplaatsen (afgerond 6 parkeerplaatsen) te worden opgericht bij de woningen. Op het perceel is voldoende ruimte voor het oprichten van de parkeerplaatsen.

7 CROW-publicatie 317, Verkeersgeneratie Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie

Vastgesteld

33

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plankaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is digitaal opgesteld en beschikbaar. Van het elektronische document is een papieren versie gemaakt. Bij een onbedoeld verschil tussen de papieren versie en de elektronische versie gaat de laatste voor.

6.1

Toelichting op de verbeelding

De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. Het voorste gedeelte van het plangebied is bestemd tot ‘Tuin’ en het resterende deel tot ‘Wonen’, welke tevens is voorzien van een bouwvlak. Voor het bouwvlak geldt de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ waardoor er twee nieuwe woningen zijn toegestaan. Tevens is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende oppervlakte’ aan het bouwvlak toegekend zodat per woning 150 m2 aan bijgebouwen kan worden opgericht.

6.2

Toelichting op de planregels

Alle gronden binnen het plangebied zijn voorzien van een bestemming. Een bestemming geeft de functie(s) aan die voor een gebied zijn toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. De bevoegdheid om bestemmingen toe te kennen is voorbehouden aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming toekennen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening” redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruik om die bestemming te realiseren. De bestemming en regels gelden voor 10 jaren te rekenen vanaf het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers, bedrijven en de overheid.

Vastgesteld

34

Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van de SVBP2012 en het meest recente bestemmingsplan voor de kern van Heumen; “Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek”. De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken, te weten: § Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; § Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; § Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels en algemene wijzigingsregels; § Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven en maken in dit geval de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk. Het onderhavige bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden.

Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.

Vastgesteld

35

7. UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Alle kosten die gemaakt moet worden het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Vooroverleg In het kader van onderhavig bestemmingsplan is geen vooroverleg gevoerd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 14 december 2020 tot en met 25 januari 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen ingediend.

Vastgesteld

36

8.

PROCEDURE

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: § Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; § Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken; § Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; § Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; § Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; § Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; § Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroeps/inwerkingtreding termijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vastgesteld

37

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RuGozoR3Mkn1 (03 april 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Bureau Leefomgeving

Schoolstraat 7, 5961EE Horst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Looistraat ongenummerd

RuGozoR3Mkn1

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

03 april 2020, 09:01

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

6,22 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Nieuw bouw woningen

Situatie 1

RuGozoR3Mkn1 (03 april 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Woningen Plan | Plan

verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

6,06 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RuGozoR3Mkn1 (03 april 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning

Vrijstaande woningen

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Woningen 186304, 419910 6,06 kg/j

Naam

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Eenheden Stof

Emissie

2,0 NOx

6,06 kg/j

verkeer 186351, 419858 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

8,6 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RuGozoR3Mkn1 (03 april 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Database versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RuGozoR3Mkn1 (03 april 2020) pagina 5/5

datum 4-5-2020 dossiercode 20200504-9-23201 Standaard wateradvies Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies. Algemene projectgegevens Projectomschrijving: Twee woningen Looistraat ong. Heumen Oppervlakte plangebied: 1900 Adres: Looistraat ongenummerd, Heumen Gemeente: Heumen Het plan is ingediend door: Peter v.d. Ligt Bureau Leefomgeving Beleid van Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.

Waterberging Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak kleiner dan 500 m² in het stedelijk gebied of kleiner dan 1500 m² in het landelijk gebied. Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een eenmalige vrijstelling. Hiervoor kunt u contact opnemen met de afdeling vergunningen van het waterschap. In alle andere gevallen dient u compenserende maatregelen te treffen. De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m³ per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m³ bij bui T=100+10%, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,30 meter in het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Alleen in het gebied Alblasserwaard en Vijfheerenlanden geldt een maximaal toelaatbare peilstijging van 0,20 meter vanwege de beperkte drooglegging in het gebied. Bij een bui T=100+10% mag geen inundatie optreden. De maatgevende afvoer is 1,5 l/s/ha.

Conclusie Wij adviseren positief over het plan, onder de voorwaarde dat er voldoende rekening wordt gehouden met bovengenoemde aandachtspunten (indien van toepassing). Het ruimtelijk plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer toegestuurd te worden aan Waterschap Rivierenland. Vervolgens kunt u het ruimtelijk plan nader uitwerken tot op het niveau van een aanvraag watervergunning of melding (indien van toepassing). Voorwaarde hierbij is dat het op te stellen bestemmingsplan niet conflicteert met deze nadere uitwerking. Dit is uw eigen verantwoordelijkheid. Vervolg Voor de uitvoering van het plan kan, afhankelijk van de bovengenoemde aandachtspunten, een watervergunning of melding bij het waterschap vereist zijn. In deze watervergunning of melding kunnen nadere technische eisen aan uw plan gesteld worden. U kunt hiervoor contact opnemen met het secretariaat van de afdeling Vergunningen. Zij zijn bereikbaar via e-mailadres secretariaat-afdelingvergunningen@wsrl.nl en telefoonnummer (0344) 64 94 94.

Wij adviseren u om uw aanvraag of melding vooraf te bespreken met medewerkers van de Afdeling Vergunningen. Dit automatisch gegenereerd wateradvies kan hierbij nuttig zijn. Voor meer informatie over vergunningen en melding kunt u ook terecht op: www.waterschaprivierenland.nl/vergunningen © Digitale Watertoets - www.dewatertoets.nl Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//op basis van door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens. Dit digitale advies heeft een geldigheid van 2 jaar. www.dewatertoets.nl

datum 4-5-2020 dossiercode 20200504-9-23201 Samenvatting In deze paragraaf worden puntgewijs de resultaten van de toetsing samengevat. Tekenen: Heeft u een toetslaag geraakt? nee In welke gemeente ligt uw plangebied? Heumen Vragen: Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassingen van de bebouwing en de ruimte? nee Gaat het ruimtelijk plan over activiteiten anders dan woningen, bedrijven of kleinschalige infrastructuur? nee Is uw totale plangebied groter dan 3500 m² ? nee Verwacht u een toename van verharding in het plan groter dan 500 m² in stedelijk gebied of 1500 m² in landelijk gebied? nee Afbeeldingen geraakte signaleringskaarten

www.dewatertoets.nl

::: gemeente .

Heumen

Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:

SELECTIEBESLUIT

Definitief rapport bureauonderzoek en verkennend booronderzoek 23-09-2020 geen I. Verploegen, beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening

E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen

Onderzoek Onderzoeksrapport: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Looistraat (ong.) te Heumen (gemeente Heumen) -

Auteur: D. Hagens, L. Kruithof en N.J.W. Van der Feest -

Versie: 2.0, concept -

Beoordeling Inleiding: In april 2020 is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Looistraat (ong.) te Heumen (gemeente Heumen). Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of eventueel vervolgtraject worden opgesteld. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het bodemonderzoek betreft de voorgenomen ontwikkeling van twee half vrijstaande woningen. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot tenminste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. -

Bureauonderzoek De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Heumen (2013) in een zone met een hoge archeologische verwachting, waarschijnlijk goede conservering: Hoog voor archeologische resten uit alle perioden. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een terrasrestrug. Op basis van het kaartbeeld van het AHN ligt het plangebied relatief laag in het landschap. In de omgeving en binnen dezelfde landschappelijke setting zijn tot heden nog geen vuursteenvondsten bekend. Op basis van deze gegevens wordt een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Ten (noord)oosten van het plangebied zijn enkele vondsten bekend uit zowel het neolithicum, de bronstijd en de ijzertijd. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Looistraat, ten noorden van de oorsprong laat middeleeuwse dorpskern van Heumen. Uit historische kaarten blijkt het plangebied tot heden onbebouwd is. Het was achtereenvolgens in gebruik

Pagina 1 van 2

als bouwland en weiland. Op de kaart uit 1965 is te zien dat er meerdere bebouwing aanwezig is direct rondom het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wegens de verwachte aanwezigheid van ooivaaggronden is een goede conservering van archeologische resten verwacht. Door de relatief lage grondwaterstand kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Inventariserend veldonderzoek Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen kan worden gesteld dat binnen het plangebied een afgedekt kleipakket is aangetroffen. Dit kleipakket is onder invloed van latere afzettingen geërodeerd. Uit onderzoeken uit de omgeving is gebleken dat de top van dit kleipakket archeologische resten kan herbergen. De mate van erosie is echter niet duidelijk en er kan niet geduid worden of deze resten daadwerkelijk nog aanwezig zijn of in welke mate ze zijn aangetast. Echter is er voldoende informatie beschikbaar om een sterke omwerking van de bodem ter plaatse aannemelijk te maken: de inzet van een diepwoeler de aanleg van grindkoffer en verschillende verstoringen voorafgaand aan de ophoging van het terrein.

Conclusie en advies De onderzoeksresultaten zijn aanleiding om de archeologische verwachting bij te stellen naar laag voor alle perioden. Derhalve wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek op het plangebied niet noodzakelijk wordt geacht. Opmerkingen: De opmerkingen op de conceptversie van het rapport zijn toegelicht en/of verwerkt. -

Selectiebesluit: De gemeente is akkoord met het selectieadvies van Aeres Milieu om het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Pagina 2 van 2

B W BESLUIT

Onderwerp: ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid voor de Looistraat tussen 45a en 47

Datum: 1 december 2020

Inleiding Bij de gemeente Heumen is een verzoek ingediend voor het oprichten van twee woningen aan de Looistraat in de bebouwde kom van Heumen, op hun percelen kadastraal bekend als gemeente Heumen, sectie C, nummers 2016, 2017, 2616 en 2617. Betreffende percelen maken onderdeel uit van het bebouwingslint dat aan de Looistraat is gelegen. De betreffende percelen worden omringd door de woningen Looistraat 45a en 47. Vanwege het afronden van het bebouwingslint van de Looistraat heeft de gemeente medewerking verleend aan het verzoek om ter plaatse twee woningen op te richten. Door middel van een wijziging an he be emming lan d de be emming Ag a i ch ge ij igd naa W nen In verband met dit project is het bouwplan getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh) voor de aspecten wegverkeer-, industrie- en railverkeerslawaai. Uit de toetsing blijkt, dat voor de twee woningen een hogere waarde moet worden vastgesteld in verband met wegverkeerslawaai als gevolg van de ligging binnen de geluidcontour van de snelweg A73. Procedure Met betrekking tot deze aanvraag wordt op grond van artikel 110c lid 1 van de Wgh de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd zoals voorgeschreven in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbesluit, de aanvraag en de daarbij behorende bijlage worden gedurende zes weken ter inzage gelegd.

Gedurende de termijn van zes weken hebben belanghebbenden de gelegenheid om hun zienswijze tegen het ontwerp besluit kenbaar te maken. Wettelijke basis van het besluit Toetsingskader Wet geluidhinder, wegverkeerslawaai Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, moet onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. Hierbij wordt de geluidsituatie van 10 jaar na oplevering (in dit onderzoek het jaar 2031) betrokken. De breedte van de geluidszone wordt bepaald door het aantal rijstroken van de weg en het stedelijk of buiten stedelijk karakter van de omgeving langs de weg (artikel 74 Wgh). De woningen komen binnen de geluidszone van de A73 te liggen en bij autosnelwegen moet uitgegaan worden van de grenswaarden voor buiten stedelijk gebied.

Zaak Document

: :

41048 48391

In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen in buitenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied 53 dB (art. 83 lid 1) Bij het toetsen van de geluidbelasting mag een aftrek worden toegepast conform artikel 110g Wet geluidhinder. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. Volgens artikel 76 Wgh moeten de voorkeursgrenswaarden of de hogere waarden in acht genomen te worden binnen de zone van de betreffende wegen. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden volgens de Wgh moeten maatregelen onderzocht worden. Daarbij wordt eerst gekeken naar maatregelen bij de bron (bijvoorbeeld: geluid-reducerend wegdek) en wordt vervolgens gekeken naar maatregelen in de overdracht (geluidschermen of - wallen of het vergroten van de afstand tussen de weg en de woning). Ook wordt naar de doelmatigheid van de maatregelen gekeken.

Indien potentiele maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard kunnen wij op grond van artikel 83 Wgh een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting toestaan. Als niet aan de grenswaarde kan worden voldaan, dan kan het plan slechts doorgang vinden indien de gevel als zogenaamde dove-gevel wordt uitgevoerd en de binnenniveaus voldoen aan de wettelijke grenswaarde van 33 dB (artikel 112 Wgh). Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek op de berekende geluidbelasting worden toegepast. Bij het indienen van de bouwaanvraag moet worden aangetoond of er voldaan wordt aan de geluidniveaus binnen in de woningen. Beleid gemeente Heumen De gemeente heeft beleidsregels hogere waarde wet geluidshinder d.d. 15 augustus 2007 vastgesteld. De beleidsregels zijn het kader waar binnen het college hogere waarden besluiten kan nemen. Dit is van belang voor stedenbouwers, wegenbouwers en planontwikkelaars die hierdoor precies kunnen weten wat de mogelijkheden zijn om plannen te realiseren op geluidsbelaste locaties (geluidniveaus boven de wettelijke normen).

De beleidsregels zijn van toepassing op de door de wet vastgestelde gemeentelijke bevoegdheden en geven een werkwijze waarbij zoveel mogelijk nieuwbouw op de meer geluidsbelaste locaties mogelijk wordt, maar waarbij tevens de toekomstige bewoners worden beschermd tegen een te grote geluidsbelasting ten gevolge van weg- en spoorwegverkeer of een industrieterrein. Overwegingen

Er is ten behoeve van dit bouwplan een akoestisch onderzoek (kenmerk Rm200206aaA0.1, d.d. 10 juli 2020) uitgevoerd. Uit het geluidonderzoek blijkt dat als gevolg van de A73 de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Wij hebben beoordeeld of aan het wettelijk kader en het eigen beleid is voldaan en of maatregelen genomen kunnen worden om de geluidsbelasting op de gevel van de betreffende woningen dusdanig te reduceren, dat geen hogere waarden noodzakelijk is. In lijn met het wettelijk kader en artikel 3 van het beleid van de gemeente Heumen is in het akoestisch onderzoek aangetoond dat de geluidsbelasting niet verlaagd kan worden tot de voorkeurswaarde door het treffen van bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen of het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger. Eventuele maatregelen stuiten op bezwaren van landschappelijk aard en uitvoerbaarheid. Daarom is de wijziging van het bestemmingsplan en het bouwen van de woningen alleen mogelijk indien voor deze woningen hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting worden vastgesteld. Daarbij is verder van belang dat in lijn met artikel 4 uit het beleid, woningen een open plaats opvullen en be aande beb ing Al laa e edenb k ndige ga in di b lin den betreffende percelen omringd door woningen. Inpassing van de twee woningen op deze locatie is daarom logisch en gewenst.

De hoogste waarde is 57 dB op het deel van de gevel op 7,5 m. De grenswaarde van 53 dB wordt overschreden. Dit betekent dat om het plan doorgang te kunnen laten vinden, vanaf de tweede verdieping op 7,5 m de gevel als zogenaamde dove gevel moet worden uitgevoerd. Op de andere delen van de gevel bedraagt de hoogste waarde 53 dB. Deze waarde overschrijdt niet de wettelijke en beleidsmatige maxima. Volgens beleid wordt bij cumulatie de vereiste gevelisolatie (=karakteristieke geluidwering volgens Bouwbesluit) berekend met gecumuleerde geluidniveaus (van verschillende bronnen). Het is in verband met een goed woon en leefklimaat wenselijk om ook de niet-gezoneerde wegen mee te nemen bij cumulatie. Bij het indienen van de bouwaanvraag moet uit gevelonderzoek vervolgens blijken welke maatregelen nodig zijn om het binnenniveau te laten voldoen aan een waarde van 33 dB.

Besluit Burgemeester en wethouders van Heumen; Gelet op het voorgaande en de bepalingen uit de Wet geluidhinder en de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten: 1. De volgende hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van de volgende woningen vast te stellen: Adres

Bestemming

Maatgevende hoogte (m)

Geluidsbron

Hogere waarde

kadastraal bekend als gemeente Heumen, sectie C, nummers 2016, 2017, 2616 en 2617

2 woningen

4,5

A73

53 dB

2. Daarbij de volgende voorwaarden te stellen: ƒ

Een gevel vanaf 7,5 m hoogte (tweede verdieping) moet worden uitgevoerd als een zogenaamde dove gevel, zijnde een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB;

ƒ

De vereiste gevelisolatie (= karakteristieke geluidwering volgens Bouwbesluit) wordt berekend met de gecumuleerde geluidniveaus inclusief de niet-geluidsgezoneerde wegen (geluidwering conform comfort eis), exclusief aftrek conform artikel 110 g Wgh.

3. Het hogere waarde besluit, nadat het onherroepelijk is geworden, in te schrijven in het register van het kadaster, conform artikel 110i Wgh.

Malden, 1 december 2020 burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen,

D.C. van Eeten Gemeentesecretaris

G.M. Mittendorff Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9747132/1