CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I toelichting

Raad 15 december 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Bestemmingsplan Malden, Kerkplein 10 - 1214.752 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Malden, Kerkplein 10-12

Juli 2022

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12”

Bestemmingsplan:

Malden, Kerkplein 10-12

IDN:

NL.IMRO.0252.MAbpKerkpl10en12-OW01

Status:

Ontwerp

Datum:

Juli 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

1

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

2

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 8 2.1

HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ................................................................................................................. 8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 9 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING ............................................................................................................................ 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 22 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 26 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 28 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 30 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 32

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 34 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 34 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 35

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 37 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 37 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 37 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 40 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 41 9.1 9.2 9.3 9.4

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 41 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 41 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 41 PARTICIPATIE ............................................................................................................................................ 41

BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN ..................................................................... 42 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 42 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 43 BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

3

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

AERIUS-BEREKENING ........................................................................................................................ 44 QUICKSCAN ECOLOGIE ....................................................................................................................... 45 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK ....................................................................................... 46 PROEFSLEUVEN ONDERZOEK................................................................................................................. 47 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 48 NOTITIE HAALBAARHEID INFILTRATIE REGENWATER ................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

4

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan het Kerkplein 10-12 in het centrum van Malden. Op het perceel is een woning, voormalig café en museum aanwezig. Op dit moment zijn de activiteiten ter plaatse beëindigd en heeft de bebouwing een tijdelijke functie. Initiatiefnemer is voornemens het perceel te transformeren naar woningbouw. Hiervoor wordt het voormalige museum intern verbouwd tot twee woningen en de bestaande woning gesloopt. Daarnaast bestaat het voornemen uit het realiseren van een aanbouw waarin acht appartementen worden ondergebracht. Het voornemen is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan “Kern Malden”. Ter plaatse van de beoogde ontwikkelingen ontbreken de juiste gebruiks- en bouwregels om de herontwikkeling te kunnen realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Malden, gemeente Heumen. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Heumen, Sectie G, nummer 4762 en 5196. De ligging van het plangebied (rode omlijning en rode ster) ten opzichte van de directe omgeving en in de kern Malden is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van Malden en de directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0252.MAbpKerkpl10en12-OW01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen);

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

5

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

De locatie is gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Kern Malden’, dat vastgesteld is op 13 juli 2017. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd tot ‘Wonen’ en ‘Horeca’. Beide bestemmingen zijn voorzien van een bouwvlak. Ter plaatse van de bestemming ‘Horeca’ geldt de functieaanduiding ‘Museum’ en maatvoeringsaanduiding ‘Maximum bouwhoogte 5m’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ van toepassing. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kern Malden’ is opgenomen in afbeelding 1.2. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode belijning.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “Kern Malden” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en/of kamerverhuur. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor tuinen en erven, parkeren met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

6

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor horecabedrijven en een museum ter plaatse van de aanduiding ‘Museum’. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. De tot ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen mede bestemd voor behoud en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische/cultuurhistorische waarde(n). 1.4.3

Strijdigheid

Voorliggend initiatief gaat uit van de realisatie van acht appartementen en twee woningen binnen het plangebied. De noodzakelijke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor deze ontwikkeling ontbreken in het geldende bestemmingsplan. De gewenste ontwikkeling is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Kern Malden’. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio Arnhem-Nijmegen en de gemeente Heumen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

7

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied en de omgeving

Het plangebied is gelegen in het centrum van de kern Malden. De ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door verscheidene functies zoals wonen, detailhandel, horeca, dienstverlening, etc.. Het plangebied wordt aan alle zijden begrensd door het Kerkplein. Aan de overzijde van deze weg ligt aan de noordoostzijde het gemeentehuis, aan de zuidwestzijde woningen en aan de noordwestzijde woningen en een kerkgebouw. Ter plaatse van het plangebied zijn een woning, café en museum aanwezig. De activiteiten ter plaatse zijn reeds beëindigd waardoor de bebouwing leeg staat. Voor het overige is het plangebied ingericht met verharding of als tuin. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto’s van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

8

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het transformeren van het plangebied naar een woonlocatie met twee grondgebonden woningen en acht appartementen. Omwille van deze transformatie wordt alle bebouwing, met uitzondering van het museum, gesloopt. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woningvoorraad van de gemeente Heumen en in het bijzonder aan de kern Malden. De vraag naar kleinschalige woningen voor jongeren of ouderen (levensloopbestendig) is groot. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan deze gevraagde woningvoorraad. Het voormalige museum wordt inpandig verbouwd tot twee grondgebonden woningen. Deze woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap. Ten behoeve van de realisatie van de acht appartementen wordt een aanbouw gerealiseerd. Deze uitbouw wordt aan de noordzijde van de bestaande bebouwing gesitueerd. Het appartementengebouw krijgt drie bouwlagen. Op de begane grond worden bergingen gerealiseerd. Het appartementencomplex is uitgerust met een lift waardoor de appartementen geschikt zijn als levensloopbestendige woningen. Deze voorgenomen planontwikkeling vormt een stedenbouwkundige inpassing tussen hogere bebouwing aan de oostzijde van het Kerkplein en de lagere bebouwing aan de westzijde doordat de bestaande Muse gehandhaafd blijft en de nieuwbouw een bouwlaag hoger wordt.

Bij het stedenbouwkundige plan is rekening gehouden met omwonenden voor bijvoorbeeld windhinder of schaduwwerking. Rondom de nieuwe bebouwing is een ruime marge gehouden tot omliggende bebouwing waardoor de kans op schaduwwerking of windhinder wordt verminderd. Windhinder en schaduwwerking treed op bij hoge bebouwing, in voorliggend geval is de appartement aanbouw het hoogste punt. Aangezien de bebouwing lager is dan 30 meter is een windhinderonderzoek niet vereist maar moet een afweging worden gemaakt of de bebouwing kan leiden tot windhinder. Gezien de bebouwing van geringe hoogte is en er voldoende ruimte is tussen omliggende bebouwing wordt verwacht dat er geen sprake is van windhinder. Op basis van de stedenbouwkundige opzet wordt de voorgenomen ontwikkeling ingepast conform de geldende stedenbouwkundige kenmerken. Aan de oostzijde wordt op het eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte. De onderstaande afbeeldingen geven een beeld van de stedenbouwkundige opzet en 3D impressies van de beoogde woningen en appartementen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

9

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp Afbeelding 3.1

Indicatieve weergave nieuwe situatie plangebied t.o.v. de directe omgeving (Bron: City Developer-s)

Afbeelding 3.2

Impressieafbeeldingen woningbouwontwikkeling (Bron: City Developer-s)

Afbeelding 3.3

Vogelvlucht gewenste woningbouwontwikkeling (Bron: City Developer-s)

Klimaatadaptatie In de voorgenomen ontwikkeling wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met klimaatadaptatie. Initiatiefnemer is voornemens om delen van de gevel van de bebouwing van groen en vegetatie te voorzien om hittestress voor de bewoners en de omgeving te beperken. Tevens bestaat de wens om het dakoppervlak te voorzien van een vegetatiedak in combinatie met zonnepanelen. Tot slot wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het verwerken van natuur inclusieve maatregelen in het ontwerp voor huisvesting van dieren zoals vogels of vleermuizen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

10

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp Duurzaamheid Duurzaamheid speelt verder een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Gedacht moet hierbij worden aan speciale aandacht voor isolatie van fundering, vloer, gevel, dak en aan het gebruik van zonnepanelen, warmtepompen, vloerverwarming, inductie koken, “triple glas” etc. De woningen worden niet voorzien van een gasaansluiting.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde aangehouden. 3.2.2

Situatie plangebied

Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk / gemeente Heumen (CBS statLine); Stedelijk gebied: centrum.

Binnen de begrenzing van het plangebied wordt middels voorliggend bestemmingsplan de realisatie van twee 2^1 kap woningen en acht appartementen mogelijk gemaakt. Hieronder wordt per woningtype de gemiddelde parkeernorm aangegeven: • •

Twee-onder-een-kap, koop: Koop, Appartement, midden:

1,7 parkeerplaatsen per woning 1,4 parkeerplaatsen per appartement

3.2.2.1 Parkeren In voorliggend geval is er een parkeerbehoefte van (2* 1,7 + 8 * 1,4) 14,6 parkeerplaatsen. In totaal dienen er afgerond 15 parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Zoals waarneembaar in afbeelding 3.1 worden er in het plangebied 10 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee is er sprake van een tekort van 5 parkeerplaatsen. Met de gemeente is overeengekomen dat er 10 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en dat de overige parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden opgevangen. Opgemerkt wordt dat middels voorliggende ontwikkeling een horecagelegenheid en een museum komen te vervallen. Deze functies kennen een grotere parkeerbehoefte dan de voorliggende ontwikkeling, wonen. Per saldo zal dan ook sprake zijn van een afname van de parkeerbehoefte ter plaatse. Het plangebied is gelegen in het centrum van Malden waar sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Aan de noordwestzijde van het plangebied is nog voldoende ruimte voor parkeergelegenheid. Gesteld wordt dat in voorliggend geval de parkeerbehoefte kan worden opgevangen middels parkeergelegenheid op eigen terrein en in het openbaar gebied van het centrum van Malden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

11

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 3.2.2.2 Verkeersgeneratie In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is uitgegaan van het gemiddelde. In voorliggend geval heeft het voornemen betrekking op 2 twee-onder-een-kapwoningen en 8 appartementen. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Koop, huis twee-ondereen-kap Koop, appartement midden Totaal

Verkeersbewegingen per woningtype per weekdag (gemiddeld) 7,6

Aantal woningen

2

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 15,2

5,8

8

46,4 61,6

De totale verkeersgeneratie voor de voorgenomen ontwikkeling komt afgerond neer op gemiddeld 62 (afgerond) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De omliggende centrumwegen zijn van voldoende omvang om dit beperkte aantal verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. 3.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

12

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

2.

3.

4.

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit.

Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

13

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.1.5 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Barro bevat onder andere regels voor grote rivieren, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, IJsselmeergebied en erfgoederen.

4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie passend is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. Qua Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag een belangrijk criterium is voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met betrekking tot het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval worden 2 woningen en 8 appartementen (totaal 10 woningen) toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.

Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg. Ondanks dat niet aan de ladder hoeft te worden getoetst dient conform jurisprudentie wel de behoefte te worden aangetoond. Voor de onderbouwing van de behoefte wordt verwezen naar paragraaf 4.3.1.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

14

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

4.2.1.2 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •

Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.

4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de provinciale ambities ten aanzien van energietransitie, waarbij onder meer gasloos bouwen één van de aspecten is die de provincie voor staat. Doordat de woningen en appartementen gasloos (moeten) worden gebouwd, vermindert de behoefte naar fossiele brandstoffen. Tevens worden in het plangebied waar mogelijk groenelementen toegevoegd. Denk hierbij aan groene erfafscheidingen en plantenborders. De appartementen en woningen worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied op een locatie waar de bestaande bebouwing geen vervolgfunctie meer heeft. Door het deels slopen van de bestaande bebouwing en het inpandig verbouwen van de museum wordt verpaupering ter plaatse voorkomen en blijft de locatie leefbaar. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)

4.2.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woonen leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

15

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, wordt geanticipeerd op de situatie onder de Omgevingswet. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen: In voorliggend geval is artikel 2.2 van de Omgevingsverordening van belang. Dit artikel luidt als volgt: 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Ten aanzien van wonen is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De provincie Gelderland heeft 26 januari 2021 de ‘Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020 – 2030’ vastgesteld. Er is voor de subregio Nijmegen e.o. sprake van een woningbouwopgave tot 2030 van meer dan 16.000 woningen, waarbij de druk vanwege de inloop van het bestaande woningtekort ligt op de komende 5 jaar. Oplossing hiervoor is de versnelling van de woningbouw, niet alleen in de stad Nijmegen, maar ook in de ommelandgemeenten. Om voldoende woningen te kunnen realiseren is er een plancapaciteit nodig die groter is dan de gewenste 16.000 woningen. Door planuitstel en planuitval is het nodig om de capaciteit tot 130 % te verhogen om flexibel in te kunnen spelen op de woningbouw en om de woningbouwproductie op het gewenste peil te houden. De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan de bouwproductie tot 2030. Levensloopbestendige woningen voor senioren, alsmede betaalbare huur- en koopwoningen voor huishoudens met een middeninkomen, waaronder starters zijn de doelgroepen waarvoor gebouwd dient te worden. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van twee tweekappers en acht appartementen.

Zowel de tweekappers als de appartementen zijn geschikt als levensloopbestendige woningen. Daarnaast zijn de kleinschalige appartementen en tweekappers in het centrum van Malden geschikt voor starters. Voorliggende ontwikkeling waarin zowel appartementen als tweekappers worden gerealiseerd speelt in op deze vraag. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

Het beleid voor de regio Arnhem-Nijmegen is verwoord is meerdere documenten. Op 19 oktober 2020 heeft de Regio Arnhem Nijmegen e.o. de Woonagenda vastgesteld. Met de woonagenda leggen de samenwerkende gemeenten in de subregio Nijmegen e.o. (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen) een gezamenlijke koers vast om tegemoet te komen aan de wonen opgaven voor de jaren 2020-2030. Het centrale doel is het zorgen voor een blijvend goed woon- en leefklimaat voor alle huidige en toekomstige inwoners van de subregio, met voldoende woningen, kwantitatief en kwalitatief voor iedereen die dat nodig heeft.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

16

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 4.3.1

Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030

4.3.1.1 Algemeen De Woonagenda Subregio Nijmegen e.o 2020-2030 is vastgesteld in januari 2021. Met de woonagenda leggen de samenwerkende gemeenten in de subregio Nijmegen e.o. (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen) een gezamenlijke koers vast om tegemoet te komen aan de wonen opgaven voor de jaren 2020-2030. Het centrale doel is het zorgen voor een blijvend goed woon- en leefklimaat voor alle huidige en toekomstige inwoners van de subregio, met voldoende woningen, kwantitatief en kwalitatief voor iedereen die dat nodig heeft. 4.3.1.2 Kwantitatieve woningbehoefte Het Woningmarktonderzoek 2019 Arnhem Nijmegen, uitgevoerd door Companen is gebaseerd op de nieuwe provinciale woningbehoefteprognoses van 2019 en de uitkomsten uit het WoON 2018. Er is voor de subregio Nijmegen e.o. sprake van een woningbouwopgave tot 2030 van meer dan 16.000 woningen, waarbij de druk vanwege de inloop van het bestaande woningtekort ligt op de komende 5 jaar. Oplossing hiervoor is de versnelling van de woningbouw, niet alleen in de stad Nijmegen, maar ook in de ommelandgemeenten. Om voldoende woningen te kunnen realiseren is er een plancapaciteit nodig die groter is dan de gewenste 16.000 woningen.

Door planuitstel en planuitval is het nodig om de capaciteit tot 130 % te verhogen om flexibel in te kunnen spelen op de woningbouw en om de woningbouwproductie op het gewenste peil te houden.

Afbeelding 4.1

Woningbehoefte gemeente Heumen (Bron: Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030)

De Woonagenda Subregio Nijmegen 2020-2030 gaat uit van de woningbehoefte volgens het regionale woningmarktonderzoek en van het programmeren van 130% plancapaciteit. Dat betekent dat in de subregio Nijmegen e.o. planologische ruimte nodig is voor ongeveer 20.500 woningen tot 2030. 4.3.1.3 Kwalitatieve woningbouwbehoefte Volgens het regionale woningmarktonderzoek is er in de subregio behoefte aan tenminste 50% toevoeging van betaalbare woningen. Het gaat om sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen (tot € 1.000,-) en sociale koopwoningen (tot € 355.000,-). Het grootste gedeelte van de woningvoorraad staat er al. Er wordt gezocht naar noodzakelijk toevoegingen en naar mogelijkheden om de bestaande woningvoorraad beter in te zetten. Overigens verschilt binnen de subregio de vraag naar type woningen per gemeente. Is in Nijmegen meer behoefte aan sociale en particuliere huurappartementen, in de ommelandgemeenten is er meer behoefte aan grondgebonden goedkope en betaalbare koopwoningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

17

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030’ Voorliggend plan voorziet in een beperkte woningbouwontwikkeling in de kern Malden binnen de gemeente Heumen. Er is geen sprake van een dorpsuitbreiding aangezien wordt gebouwd op een inbreidingslocatie. Door woningen te bouwen die met name in trek zijn bij jongeren en levensloopbestendige appartementen die geschikt zijn voor starters en ouderen wordt aangesloten bij de afspraken die zijn gemaakt in de Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030. Geconcludeerd worden dat voorliggend plan in overeenstemming is met het regionale beleid en de Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het regionale beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het regionale beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot de voorliggend bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1

Structuurvisie Heumen 2025

4.4.1.1 Algemeen In januari 2014 heeft de gemeente Heumen de Structuurvisie Heumen 2025 vastgesteld. De structuurvisie geeft de gemeentelijke ambitie op verschillende thema's weer. Daarnaast zijn voor meerdere deelgebieden 'gebiedsontwikkelingen' beschreven. De gemeente kiest voor een meer terughoudende rol waarin zij minder taken zelf gaat doen en meer een regierol op zich zal nemen. In deze visie wordt ten aanzien van de verschillende (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen een toekomstbeeld gegeven tot het jaar 2025. Hierbij worden onder andere wonen en werken, recreatie en toerisme, natuur en landschap, verkeer, cultuurhistorie en duurzaamheid belicht. 4.4.1.2 Woningbouw in de kernen Het woningbouwprogramma wordt gestuurd op basis van de kwaliteiten van een locatie en de lokale behoefte. Voor Malden geldt dat geen uitbreiding meer aan de orde is, maar alleen inbreiding. Deze inbreiding vindt plaats op percelen waar bebouwing al aanwezig is en waar mogelijkheden ontstaan voor functiewijzigingen. Groengebieden worden niet ingezet voor inbreiding, met uitzondering van de onbebouwde terreinen ten westen van de Rijksweg in het zuiden van Malden. De Kanaalzone wordt gezien als transformatiegebied binnen de bebouwde kom van Malden en is in die zin een inbreidingslocatie. In de drie overige kernen wordt met name ingezet op uitbreiding.

Deze uitbreidingen vinden gefaseerd plaats in relatie tot de behoefte in het dorp op locaties aan de randen van het dorp. Bij de uitbreiding is aandacht voor de verweving van de kwaliteiten van landschap en dorp met als doel het landschap/ het buitengebied ook tot bij het bestaande dorp te brengen. Inbreiding is mogelijk op bebouwde percelen waar functiewijzigingen plaatsvinden en niet mogelijk op bestaande open ruimten, tenzij er hierdoor een stedenbouwkundige versterking van een dorpslint plaatsvindt. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Heumen 2025 De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de structuurvisie Heumen 2025. Voorgenomen initiatief gaat uit van het transformeren van een inbreidingslocatie in het centrum van Malden. Bestaande leegstaande bebouwing wordt deels gesloopt en het museum wordt intern verbouwd ten behoeve van het wonen. De woningen en appartementen die worden gebouwd zijn geschikt voor starters, 1-/2-persoonshuishoudens, ouderen en doorstromers. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Structuurvisie Heumen 2025.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

18

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 4.4.2

Welstandsnota 2019 gemeente Heumen

4.4.2.1 Algemeen In april 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Heumen de ‘Welstandsnota 2019’ vastgesteld. In de Welstandsnota 2019 is vastgelegd op welke wijze het welstandstoezicht in de gemeente Heumen is geregeld. Deze nota geeft de uitgangspunten voor wanneer een voorgenomen bouwwerk aan welstand wordt getoetst en bevat de criteria die in het geval van toetsing gelden. 4.4.2.2 Gebiedsgerichte welstandscriteria Aan welke welstandscriteria bouwplannen voor nieuwe hoofdgebouwen worden getoetst, verschilt in de gemeente Heumen per gebiedstype. De gebiedstypes die worden onderscheiden zijn stedenbouwkundig samenhangend en vertonen kenmerkende architectonische eigenschappen. Deze bestaande kwaliteiten vormen de basis van het welstandstoezicht in de gebouwde omgeving. In de welstandsnota zijn verschillende deelgebieden opgenomen. Het plangebied valt binnen het welstandsgebied ‘Nieuwbouw centrum’. 4.4.2.3 Welstandsgebied ‘Nieuwbouw centrum’ Voor het welstandgebied ‘Nieuwbouw centrum’ gelden de volgende voorwaarden: Plaatsing o o o o

Het ruimtelijk karakter is gebaseerd op de gerealiseerd en/of nog beoogde centrumkwaliteiten van het gebied. Het overwegend half open bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden aan ruime openbare ruimten wordt in stand gehouden. Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving. Panden zijn gericht naar de openbare ruimte.

Massavorm o o o o

De massa en vorm van nieuwbouw wordt zorgvuldig ingepast tussen de bestaande bebouwing. De bouwhoogte wordt afgestemd op de bouwhoogte (van 3 tot 5 bouwlagen) van de belendende omgeving. Verspringingen in de dakgoothoogte blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing. De vormgeving van het dak is afgestemd op de stijl van het betreffende pand.

Gevelopbouw en -indeling o

o o o

Waar tussenruimten tussen de panden gelijk of kleiner is dan 2x de gemiddelde gevelbreedte van de naastliggende panden, sluit nieuwbouw aan bij de kenmerken van de bebouwing in de directe omgeving. Bij grotere tussenruimten is een grotere vrijheid in stijlkenmerken, ritmiek, gevelopeningen en toevoegingen toegestaan. De geleding van de gevel is verticaal gericht. Alle gevels gericht naar, of zichtbaar vanuit de openbare ruimte, zijn ten minste op voetgangersniveau voorzien van gevelopeningen. Blinde gevels zijn, zeker op begane grondniveau, niet toegestaan. Plaatsing en behandeling van de hoofdentree krijgt bijzondere aandacht.

Materiaal en kleur o o o o

Gevels bestaan in hoofdzaak uit baksteen. Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof kunnen alleen worden toegepast bij beplating van gedeelten van gevels, als het past bij de belendende panden. De kleuren van in het zicht komende dakbedekking en gevels zijn op elkaar afgestemd. Het gebruik van sterk contrasterende kleuren in grote vlakken is niet toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

19

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de welstandsnota 2019 gemeente Heumen Ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen en appartementen zal het ontwerp door de gemeente worden getoetst aan de geldende welstandscriteria. De stedenbouwkundige opzet is reeds beoordeeld door de gemeentelijk stedenbouwkundige en akkoord bevonden. 4.4.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de voorgenoemde beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

20

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectenrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Woningen worden op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Doordat er 10 geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd, is het van belang om te bepalen of er ter plaatse van de woningen mogelijk sprake is van geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en/of industrielawaai. Hierna wordt nader op deze aspecten ingegaan. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Woningen worden aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Het akoestisch onderzoek bepaalt de geluidsbelasting aan de gevel van de geluidsgevoelige bestemming die vanwege de weg wordt ondervonden. Het onderzoek is alleen noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg gelegen is. In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg:

De hiervoor geldende zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (artikel 74.2).

In de nabijheid van het plangebied liggen twee 50 km/uur wegen, met een bijbehorende wettelijke gelzuidszone van 250 meter. Het plangebied ligt binnen deze geluidszone waarmee deze wegen in ogenschouw genomen dienen te worden voor dit onderzoek. Dit zijn de wegen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

21

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp o o

Groesebeekseweg N844 rijksweg

Naast deze twee 50 km/uur wegen liggen er nog twee, voor dit onderzoek belangrijke, 30 km/uur wegen in de nabijheid van het plangebied, dit zijn de Broeksingel en de Broekkant. Op deze wegen kunnen hoge intensiteiten verwacht worden en deze zijn dus in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook meegenomen in het onderzoek. De overige 30 km/uur wegen in de nabijheid van het plangebied worden in het kader van dit onderzoek niet relevant geacht. Deze wegen hebben naar verwachting lage verkeersintensiteiten, aangezien deze wegen voornamelijk toegangswegen vormen voor de aanliggende woonwijken. Om de geluidsbelasting van de wegen in kaart te brengen is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in bijlage 1. Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de hoogste toelaatbare geluidsbelasting ten gevolge van de omliggende wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. Voor de woningen en appartementen is voor het aspect wegverkeerslawaai dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen.

5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval heeft Terra Agribusiness BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten en de conclusie van dit onderzoek zijn hierna opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het onderzoeksrapport die in bijlage 2 van deze toelichting is opgenomen. Verkennend bodemonderzoek (NEN5740) In het bovengrondmengmonster (BM1) zijn lichte verhogingen zink, kwik, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM1) is een lichte verhoging lood aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) is een lichte verhoging zink aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

22

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 5.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit in het plangebied vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

23

Bestemmingsplan “Malden, Kerkplein 10-12” Ontwerp 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Beleid ten aanzien van externe veiligheid

5.4.1.1 Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.1.2 (Beperkt) kwetsbare objecten Onder beperkt kwetsbare objecten worden onder andere verstaan verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen per hectare en dienst- en bedrijfswoningen van derden, hotels, restaurants, kantoren en winkels voor zover deze objecten niet tot de kwetsbare objecten behoren en bedrijfsgebouwen en vergelijkbare objecten. Kwetsbare objecten zijn onder andere woningen (met uitzondering van de beperkt kwetsbare objecten) en andere objecten waar zich gedurende een groot deel van de dag grote groepen mensen bevinden of een deel van de dag kwetsbare groepen mensen bevinden. 5.4.1.3 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk getroffen wordt door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag en gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden.

Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting. De grenswaarde voor het PR is voor nieuwe kwetsbare objecten (op enkele uitzonderingssituaties na) gesteld op een niveau van 10-6 per jaar op het object. Voor beperkt kwetsbare objecten is deze waarde een richtwaarde, wat wil zeggen dat hiervan alleen om gewichtige redenen van afgeweken kan worden. De norm 10-6 per jaar BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11960295/1