CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Stedenbouwkundigevisie 26 november 2021

Raad 3 februari 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Integrale stedenbouwkundige visie woningbouw Zilverbergweg/Kruisbergsestraat, Overasselt5.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stedenbouwkundige visie | De Zilverberg

2

Laats gewijzigd: 26/11/2021 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Analyse

7

3

Visie

19

4

Stedenbouwkundige kaders

23

4.1

Infrastructuur Verkeer Parkeren Hulpdiensten en afvalinzameling Ondergrondse infra

23 28 30 31

4.2 Clusters Woningbouwprogramma Vorm, uitstraling, maat en schaal Openbare ruimte binnen de clusters Overgangen privé-openbaar

32 33 39 41

4.3

Robuust groen en blauw raamwerk Openbare groene ruimte Water

45 49

4.4 Randen plangebied Randen Zilverbergweg en Kruisbergsestraat 53

5

Voorbeeld uitwerking

57

4

1 Inleiding Voor u ligt de stedenbouwkundige visie voor de woningbouwontwikkeling op het gebied tussen de Zilverbergweg en de Kruisbergsestraat. Met dit document wil de gemeente Heumen sturing geven aan de verdere uitwerking van plannen en de realisatie van een fraai nieuw woongebied in de kern Overasselt. Deze stedenbouwkundige visie is tot stand gekomen in een intensief samenwerkingsproces met een ambtelijke begeleidingsgroep samen met bureau LOS Stadomland en bureau Grondgidsen. Tevens heeft een intensieve participatie plaatsgevonden met een speciaal voor dit project samengestelde “meedenkgroep”; hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met individuele stakeholders en heeft “het dorp” kunnen meedenken via de website www.heumenpraatmee.nl. De visie is opgesteld in de volgende stappen: 1. Ophalen en verkennen 2. Ontwikkelen van de modellen 3. Selectie voorkeursmodel 4. Opstellen concept stedenbouwkundige visie 5. Besluitvorming definitieve stedenbouwkundige visie

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het proces maar ook op de onderliggende analyse. Hierin laten we beknopt de totstandkoming van het voorkeursmodel zien. In de visie op hoofdlijnen, hoofdstuk 3, leggen we de hoofdkeuzes voor het gebied uit. In hoofdstuk 4, de stedenbouwkundige kaders, gaan we in op de ontwerpprincipes per thema. Hoofdstuk 5 geeft een voorbeeld verkaveling weer om een globaal beeld te krijgen van wat het zou kunnen worden na uitwerking van de kaders. We hebben ervoor gekozen om het thema duurzaamheid integraal op te nemen binnen allerlei aspecten van het plan. Hierdoor is er geen specifiek hoofdstuk opgenomen over dit thema maar wordt er per keuze en/of principe benoemd wat deze bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling.

5

6

2 Analyse Het kader is tot stand gekomen via een stedenbouwkundige analyse, diverse digitale sessies en aan de hand van 3 modellen die uiteindelijk geleid hebben tot een voorkeursmodel. Voordat we u in hoofdstuk 3 meenemen in de visie gaan we kort in op deze 3 onderdelen. Als u meer informatie wilt over de analyse maar ook de modellen of de afweging, kijkt u dan op www.heumenpraatmee.nl Stedenbouwkundige analyse De stedenbouwkundige analyse bestaat uit het onderzoeken van verschillende thema’s in de regio en de directe omgeving van het plangebied. Een aantal thema’s met conclusies zijn te vinden op de volgende pagina’s (zie blz. 8-15). De analyse geeft richting aan de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de ontwikkeling van het gebied en geeft ook inspiratie.

Drie modellen Uit de stedenbouwkundige analyse en de digitale sessies met de gemeente, omwonenden en meedenkgroep zijn een aantal conclusies uitgekomen. Hieruit zijn drie modellen ontwikkeld: verborgen enclaves; clusters; en Kruisberg. Deze modellen zijn terug te vinden via www.heumenpraatmee.nl Deze modellen zijn vervolgens uitvoerig besproken en beoordeeld door gemeente, omwonenden en de meedenkgroep, waarna via de website www.heumenpraatmee.nl gestemd kon worden door alle bewoners op hun favoriete model. Hieruit kwam het clustermodel als favoriet naar voren (zie blz. 16-17). 7

Digitale sessies Er hebben verschillende digitale sessies plaatsgevonden met omwonenden en de meedenkgroep. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met stakeholders. De analyse is hier gedeeld en besproken. Via diverse thema’s hebben deelnemers mee kunnen denken over wat zij belangrijk vinden voor het nieuwe woongebied. Thema’s waren bijvoorbeeld: ‘bijdrage en aansluiting op omgeving’; bereikbaarheid; duurzaamheid; en woonprogramma. Zo is inzichtelijk geworden wat wensen en belangrijke punten van aandacht zijn.

Afb. 1. drie modellen op www.heumenpraatmee.nl

8

Afb. 2. analyse praatplaat: landschap

9

Afb. 3. analyse praatplaat: oppervlaktewater

10

Afb. 4. analyse praatplaat: historie

11

Afb. 5. analyse praatplaat: hoogtverschillen

12

Afb. 6. analyse praatplaat: cultuurhistorie

13

Afb. 7. analyse praatplaat: recreatieve routes

14

Afb. 8. analyse praatplaat: omgevingshinder

15

Afb. 9. analyse praatplaat: omgevingskwaliteiten

16

Verborgen enclaves

Afb. 10. 3 modellen, met model Cluster als voorkeursmodel

Clusters

17

Kruisberg

18

•

Afb. 11. conclusiekaart van de analyse met belangrijkste aanknopingspunten voor het ontwerp

• • • • • • •

Kenmerkende hoogte verschillen benadrukken: Hoog > wonen & laag > water Bestaande wandel-en fietspaden behouden, zorgen voor een toegankelijke en informele sfeer in het gebied Kwaliteit van ‘de Kruisberg’ als inspiratie Groene karakter staat centraal, een robuust groen raamwerk Ruimte voor nieuwe ontmoetingsfuncties Faseerbaar, inspelen op behoeften Bebouwing past bij de maat en schaal van het dorp, aan de rand Toekomstbestendig (water, hittestress maar ook op sociaal vlak)

3 Visie Het clustermodel bestaat uit enkele zelfstandige woonclusters die vrij liggen van elkaar en met elkaar verbonden worden door een groene omgeving met daarin wandel- en fietspaden die ook de verbinding maken met de omgeving.

Kenmerkend voor het plangebied en ook voor andere delen in Overasselt zijn de plaatselijke hoogteverschillen. Deze hebben we als inpiratie genomen voor het plan door ze te behouden en te benadrukken. dit doen we door het maken van nieuwe woonclusters die net iets hoger liggen dan de ruimte daaromheen. op de hogere delen wordt gewoond en de lagere delen worden groene ruimtes en benutten we ook voor wateropvang. Naast de hoogteverschillen zijn ook de bestaande wandel- en fietspaden bijzonder in dit gebied. Niet omdat de functie speciaal is maar omdat het ervoor zorgt dat het gebied toegankelijk is voor het hele dorp en de paden een informele dorpse sfeer geven aan het gebied. In het plan willen we zoveel mogelijk paden behouden en dient het informele karakter en de sfeer van de paden als inspiratie voor de te maken nieuwe paden. Daarnaast moet het gebied ook in de toekomst zo toegankelijk mogelijk blijven voor het hele dorp. De sfeer, locatie en de onderlinge ordening van de woningen op ‘de Kruisberg’ zien we als een kwaliteit die we willen behouden en waar we op voortborduren. De bestaande woningen in het gebied vormen de inspiratie voor de nieuw te maken woonclusters. Het groene karakter van de plek willen we zoveel mogelijk in het plan centraal stellen.

Weliswaar op een heel andere eigentijdse manier, er komen immers zo’n 100 woningen bij, maar we willen ook in de nieuwe situatie het groen centraal maken en voorop stellen. We maken

een robuust groen raamwerk dat toegankelijk is voor het hele dorp, bijdraagt aan de groene sfeer en ruimte biedt voor spelen, ontmoeten, wandelen en waterbuffering. Deze wordt versterkt door het inpakken van de clusters met groene taluds, hagen en bomen. Binnen het gebied zijn nog een aantal voorzieningen zoals het basketbalveld, fietscrossbaantje en hondenuitlaatterrein die sterk verouderd zijn. We willen onderzoeken of we dit gebruik op een andere wijze en eventueel andere plek een nieuwe toekomst kunnen geven. Door het maken van verschillende clusters sluiten we aan op de maat en schaal van het gebied. Bovendien kan het gebied in fases ontwikkeld worden voor de doelgroepen waar op dat moment vraag naar is. Zo maken we een flexibel plan en kunnen we steeds fases netjes afronden. Om een goede mix te maken is het belangrijk om voor verschillende doelgroepen te bouwen waarbij in eerste instantie voldoende ruimte is voor starters en ouderen. De nieuwe bebouwing aan de Zilverbergweg en Kruisbergsestraat moet passen bij de maat en schaal van de huidige bebouwing en ruim genoeg opgezet zijn om de groene sfeer van de straten te behouden door middel van bomen, hagen en andere groenelementen. De nieuwe woonbuurt moet een toekomstbestendige en duurzame buurt worden.

Dit bereiken we door zoveel mogelijk zongericht te verkavelen en zo min mogelijk verharding toe te passen waardoor er ruimte is voor water, biodiversiteit en we de hitte weten te temperen. De openbare ruimte leent zich voor beweging en ontmoeting wat ook bijdraagt aan de sociale duurzaamheid.

19

Erftoegangweg Voet- en fietspad naar sportveld Overig voet- en fietspad Bestaande route

20

Afb. 12. wegenstructuur plangebied

4 Stedenbouwkundige kaders 4.1 Infrastructuur Verkeer

Bereikbaarheid is een belangrijk aspect binnen het stedenbouwkundig plan. Voetgangers en fietsers moeten zich veilig kunnen bewegen en de woningen moeten ook per auto goed bereikbaar zijn. Door te kiezen voor verschillende clusters spreiden we de verkeersdrukte en wordt ieder cluster een rustige woonomgeving waar het prettig verblijven is. Het gebied wordt ingericht als 30 km zone. Ieder cluster krijgt een eigen ontsluiting voor zowel de auto als de fiets en voetganger. Omdat de woningdichtheid en daarmee de verkeersintensiteit laag is, kiezen we niet voor trottoirs maar krijgen voetgangers voldoende ruimte in het wegprofiel. Daarnaast blijven bestaande fiets- en wandelpaden zoveel mogelijk behouden en verbinden we de woonclusters met elkaar door middel van verharde paden voor langzaam verkeer. We onderscheiden de ontsluiting in een aantal typen: 1. (Nieuwe) erftoegangswegen 2. Langzaam verkeersroute naar sportveld 3. Overige langzaam verkeerspaden

Door zo min mogelijk verharding toe te passen draagt het plan bij aan een duurzamere omgeving, omdat die hierdoor minder gevoelig is voor hittestress en daarmee zoveel mogelijk water direct in de bodem infiltreert of kan worden geborgen. Niet alleen heeft een omgeving met minder verhard oppervlak een levendigere vormgeving, ook wordt het microklimaat verbeterd door verdamping en doordat planten stofdeeltjes uit de lucht filtreren. Het is ook beter voor het bodemleven. Er ontstaan leefgebieden voor planten en dieren, zowel aan het oppervlak als in de bodem. Water en groen in de omgeving daagt bovendien uit tot bewegen, wat leidt tot een basis voor een gezonde (speel) omgeving. Voor de verharde oppervlakte kiezen we gebakken materialen. Deze gaan lang mee, kunnen hergebruikt worden en hebben tijdens de productie een lagere milieu-impact dan betonproducten.

21

Bestaande wegen en paden Bestaande (auto)wegen en paden voor de ontsluiting van de woningen blijven behouden. Met uitzondering van de Kruisbergsestraat richting de sportvelden, deze wordt verbreedt naar 5 meter ten behoeve van de veiligheid van automobilisten, fietsers en voetgangers (afb. 13). Bestaande wandelpaden vormen nieuwe aanleiding voor de ontsluiting van de erven en/of woningen. Daar waar het kan blijft het karakter van het pad zoveel mogelijk behouden (afb. 14). Het pad wat langs de sportvelden loopt wordt verbreed naar twee meter, ten behoeve van de bererikbaarheid van de woningen (afb. 15).

Afb. 13. huidige weg in het noorden van het gebied verleggen en verbreden voor ontsluiting woningen, hierdoor ontstaat ruimte voor een bovenwijkse watervoorziening

22

Afb. 14. huidige pad richting de sportvelden behouden en verharden voor alleen voetgangers en fietsers

Afb. 15. huidig pad langs de sportvelden transformeren tot voorpad woningen en langzaam verkeersroute

Nieuwe erftoegangswegen De nieuwe erftoegangswegen zijn 5 meter breed met daarin ruimte voor de voetganger, fietser en auto, met uitzondering van het bestaande cluster, die wordt uitgevoerd in éénrichtingsverkeer. We maken geen suggestiestrook voor voetgangers zodat dit geen verwarring schept met een parkeerstrook. Parkeren vindt plaats op eigen terrein en in daarvoor bestemde parkeerkoffers (zie de paragraaf over parkeren). Doordat er weinig verkeersbewegingen zijn binnen het cluster is dit voldoende veilig.

De erftoegangswegen worden uitgevoerd in één type materiaal. De wegen tussen de woningen worden uitgevoerd met een molgoot in het midden die oppervlakkig het water richting de groene zone kan afvoeren (afb. 16). Op de plekken waar de erftoegangswegen grenzen aan groen wordt de weg met een bol profiel of op één oor gelegd om het water zo snel mogelijk de grond in te laten infiltreren.

geen halfverharding

Afb. 16. profiel verharde weg

Afb. 17. referentie erftoegangsweg

Afb. 18. referentie gebakken klinker met molgoot zonder functiescheiding

Afb. 19. referentie erftoegangsweg grenzend aan ondergeschikt langzaam verkeerspad

23

Afb. 23. referentie oost-west verbinding naar sportvelden voor langzaam verkeer, uitgevoerd in zandkleurig asfalt

Afb. 21. profiel langzaam verkeersroute naar de sportvelden

Afb. 22. houten paaltjes als scheiding tussen langzaam verkeerspaden en ontsluitingswegen voor auto’s

Afb. 20. profiel overige langzaam verkeerspaden in halfverharding met verstevigde berm

24

Langzaam verkeerspaden Wanneer woningen in een cluster georiënteerd zijn naar buiten, en dus via de achterkant verbonden zijn aan het cluster, wordt een verhard wandelpad in klinkerverharding aan de voorzijde van de woning toegepast. Dit pad verbindt de voorkanten van de woningen met de erfontsluitingswegen. Deze paden bevinden zich op de clusters, dus liggen hoger dan de overige langzaam verkeerspaden (afb. 24).

Langzaam verkeersroute naar sportvelden Vanaf de Kruisbergsestraat loopt een directe langzaam verkeersroute naar de achteringang van de sportvelden (zie afb. 12; gele route). Dit pad wordt verhard uitgevoerd in zandkleurig asfalt, en is 2,5 m breed (afb. 23).

In de groene ruimte rondom de clusters bevinden zich de lager gelegen langzaam verkeerspaden. Deze paden zorgen ervoor dat de clusters met elkaar verbonden zijn en dat de groene ruimte toegankelijk is zodat mensen gemakkelijk een ‘ommetje’ kunnen maken. De paden zijn uitgevoerd in halfverharding en mogen bij hevige piekbuien onder water lopen. De paden zijn 1,5 m breed, met een versterking/fundering van in totaal 2m breed, zodat onderhoudsvoertuigen de paden ook goed kunnen berijden. (afb. 20).

25

Wanneer een ontsluitingsweg voor auto’s grenst aan een pad voor langzaam verkeer, worden deze van elkaar gescheiden door houten paaltjes (afb. 22).

Afb. 24. voetpad als ontsluiting van woningen uitgevoerd in klinkerverharding, georiënteerd op de groene ruimte te midden van de clusters

Parkeren

Het parkeren vindt zoveel mogelijk plaats op eigen terrein. Dat betekent voor vrijstaande woningen minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein en voor half-vrijstaande woningen minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein (afb. 25). Verder wordt er binnen de clusters geparkeerd in de daarvoor bestemde parkeerkoffers (afb. 26). Parkeerplaatsen in koffers worden uitgevoerd in waterdoorlatende halfverharding en hebben een groen karakter. De parkeernorm voor dit gebied is als volgt: • Vrijstaande woningen 2,3 • Halfvrijstaande woning 2,2 • Tussen/hoek woning (koop) 2 • Tussen/hoek woning (huur) 1,6 • Starters/senioren (goedkoop) 1

26

min. 1

min. 2

Afb. 25. parkeren op eigen terrein

Afb. 27. deeluitwerking cluster parkeerbalans

Afb. 26. parkeren in een parkeerkoffer

Afb. 28. referenties groene parkeerkoffers

27

Afb. 29. referenties parkeren op waterdoorlatende verharding

Door de parkeerkoffer in waterdoorlatende verharding uit te voeren blijft het oppervlakte aan verharding zo minimaal mogelijk

Hulpdiensten en afvalinzameling Hulpdiensten Een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten is vereist. Met een profiel van 5 meter is dit gewaarborgd. Daarnaast zijn alle woningen bereikbaar door middel van een weg of wandelpad. Afvalinzameling Door de opzet van de clusters is het mogelijk voor vuilniswagens om rond te rijden (afb. 30). Waar rondrijden niet mogelijk is wordt er gebruik gemaakt van een afval verzamelpunt op maximale loopafstand van 80 meter vanuit de woning (afb. 31).

28

Afb. 30. mogelijkheid tot rondrijden voor autoverkeer; enkele afvalverzamelplekken voor zijstraatjes

Afb. 31. referenties afvalverzamelplekken

Ondergrondse infra

Binnen het wegprofiel is een ondergronds nutstracé nodig met een breedte van 1 meter. De minimale maat uit de erfafscheiding is 30cm. Indien de erfafscheiding de bebouwing (gevel) is, dan geldt een minimale afstand van 1 meter. Het profiel van de weg is 5 meter, waardoor er altijd een doorgang is bij onderhoud aan de ondergrondse infrastructuur. De nutsstrook wordt zoveel mogelijk aan de zijkant van het wegprofiel geplaatst, tegen de erfgrenzen aan.

Afb. 33. bestaande kabels en leidingen geprojecteerd op nieuwe proefverkaveling

Afb. 32. standaard dwarsprofiel ondergrondse infra gemeente Heumen

29

Afb. 34. voorbeeld uitwerking woningbouwprogramma

30

Afb. 35. referentie rug aan rug woningen

Afb. 36. referentie rug aan rug woningen

4.2 Clusters Woningbouwprogramma

Binnen het plangebied is ruimte voor zo’n 100 tot 120 woningen in een gemixt programma voor verschillende doelgroepen. We gaan uit van het volgende woningbouwprogramma: • 20% goedkope starters/seniorenwoningen • 20-30% sociale huur (gestapeld of als rijwoning) • 30% middenhuur en/of goedkope en betaalbare koop als rijwoning • 20-30% vrijstaande en tweekappers (duur) Rug aan rug woningen Bij de starterswoningen en seniorenwoningen kan gedacht worden aan kleine wooneenheden rug aan rug in één volume (afb. 35-36). De woningen hebben weinig grondoppervlak nodig en op deze manier kan er een tweezijdig gebouw ontstaan wat wenselijk is aan de rand van een cluster.

31

Vorm, uitstraling, maat en schaal

32

Dorps bouwen We maken een dorps woonmilieu. Dit doen we op gebouwniveau met de volgende ontwerpuitgangspunten: • Per cluster maken we een gedifferentieerd woningbouwprogramma met verschillende woningtypes; vrijstaande-, half-vrijstaande- en rijwoningen. • De woningen hebben allemaal een kap die onderling mag verspringen/draaien. Er onstaat dus een sterk kappenbeeld en door de draaiingen wordt het beeld afwisselend. • Woningen kappen laag aan, zodat de bouw bescheiden is en deze goed past in de groene ruimte (max. nokhoogte 9 meter en goothoogte 4 meter), (afb. 37). • Verspringing in de rooilijn (afb. 39) • Maximaal 5 (rij)woningen aan elkaar (afb 40). • Bij rijen langer dan 3 woningen kiezen we voor een verspringing in de rooilijn of draaien van de kaprichting, zodat het kleinschaliger oogt (afb. 40). • De woningen staan zoveel mogelijk geclusterd rondom een gezamenlijke plek waardoor er cohesie ontstaat. • Het zicht vanuit het cluster wordt zoveel mogelijk gevangen door woningen, waardoor het verschil tussen de sfeer binnen het cluster en de sfeer buiten het cluster benadrukt wordt. Hier en daar maken we een doorkijk naar buiten (afb. 41).

nokhoogte 9 meter

goothoogte 45 meter

Afb. 37. maximale nok- en goothoogte

Afb. 38. referentie voor optische speling met goothoogte

Afb. 39. verspringing in de rooilijn

33

Afb. 40. maximaal 5 rijwoningen aan elkaar, rijen langer dan drie krijgen óf een verspringing in de rooilijn, óf draaien van de kaprichting

Afb. 41. besloten erven tenzij er een pad loopt

Samenhang in het bestaande cluster Naast voldoende differentiatie, waarmee we een dorps karakter maken, is ook samenhang tussen de woningen in de clusters belangrijk. We maken hierin onderscheid in sfeer en architectuur tussen het bestaande cluster ‘de Kruisberg’ en de nieuw te maken clusters. Binnen het cluster van de Kruisberg staat differentiatie voorop en streven we naar een “traditioneel” beeld in aansluiting op de bestaande sfeer. Door de goot- en nokhoogte van maximaal 4 en 9 aan te houden en te sturen op detaillering in het metselwerk ontstaat er voldoende samenhang.

Afb. 42. speciaal metselwerk Rollaag

34

Afb. 43. speciaal metselwerk Boerenvlecht

Afb. 44. maximale goothoogte van 4 meter met een kaphoogte van 9 meter

Samenhang in de nieuwe clusters Bij de nieuwe clusters willen we samenhang creëren door middel van grote gebaren zoals kap, kleur en materiaal. Ieder cluster krijgt een ander beeld en uitstraling, zodat er onderscheid wordt gemaakt tussen alle clusters.

Afb. 45. clusteruitwerking A: combinatie van bruinachtige bakstenen en rode dakpannen

Door te kiezen voor houtbouw creëer je niet alleen samenhang, het is ook nog een heel duurzame keuze doordat in de houtbouw CO2 wordt vastgelegd en de restmaterialen natuurlijk zijn.

35

Afb. 46. clusteruitwerking B: (overwegend) houten gevels met zwarte dakpannen

mansarde dak

zadeldak

zadeldak met doorgemetselde topgevel

Afb. 48. uitwerkingen verschillende dakstijlen

Afb. 47. clusteruitwerking C: combinatie van wit gekeimde gevels en zwarte dakpannen

Duurzaamheid op gebouwniveau Vanuit het rijk wordt steeds actiever gestuurd op het bouwen van duurzamere woningen. Naast de vastgestelde BENG-norm die in werking is getreden op 1 januari 2021 willen we toekomstige bewoners aanmoedigen om de ambitie nog iets hoger te leggen. Dit kan door middel van: • Gebruik van minimaal 5 gecertificeerde cradle2cradle materialen per woning (afb. 49) • Zongerichte verkaveling met geïntegreerde zonnepanelen (afb. 50-51) • Opnemen van nestelvoorzieningen in de gevel of in de kap (afb. 52) • Toepassen van grasdaken • Het bouwen van een passieve woning, waarbij het verlies van warmte tot een minimum gereduceerd wordt

Afb. 50. Geïntegreerde zonnepanelen

36

Afb. 51. Geïntegreerde zonnepanelen

zongeorienteerd OF dakhelling voor optimale zonexpositie

Afb. 49. cradle 2 cradle materialen

Afb. 52. Nestelvoorzieningen opnemen in kap en muur

Openbare ruimte binnen de clusters

Er is een duidelijk verschil tussen de openbare ruimte buiten de clusters en binnen de clusters. Buiten de clusters leggen we de focus op het verblijven, spelen, ontmoeten in een groene sfeer. We sturen op een zo min mogelijk verharde openbare ruimte door gebruik te maken van smalle profielen (zie de paragraaf over verkeer). De openbare ruimte is informeel en dit betekent dat het aanvoelt alsof het enkel de erftoegang is van de woningen eromheen. Daarnaast staan binnen de clusters de auto’s zo veel mogelijk op eigen terrein of in de daarvoor bestemde parkeerkoffers. Op deze manier hebben we zo min mogelijk auto’s zichtbaar in de openbare ruimte. De straten hebben een hol profiel waarbij het water zoveel mogelijk oppervlakkig richting het omliggende groengebied afgevoerd wordt. De materialen zijn gebakken klinkers.

Afb. 53. auto zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein 37

Belangrijk uitgangspunt voor de openbare ruimte binnen de clusters is een veilige en toegankelijk woonomgeving voor jong en oud. Door de ruimte op één niveau, drempelloos, uit te voeren is het voor iedereen toegankelijk (afb. 54).

Afb. 54. toegankelijkheid door alles op één niveau uit te voeren

38

Afb. 55. overzichtstekening van de randen van de clusters

Overgangen privé-openbaar

We hechten veel waarde aan de kwaliteit van de vormgeving van de overgangen openbaar naar privé. Grenzen openbaar-privé bepalen in hoge mate de uitstraling en sfeer van woonomgevingen. Zeker achteren zijkanten die gekeerd zijn naar de openbare ruimte verdienen aandacht. We onderscheiden de overgangen in twee types: • Binnen, de overgangen binnen de clusters • Buiten, de overgangen tussen de clusters en de groene ruimte De hoofdkeuze in het maken van de overgangen privé-openbaar is aan de binnenzijde het maken van een informeel woonerf. Aan de buitenzijde het maken van een groene rand rondom de clusters. Eigenaarschap Het eigenaarschap is binnen en buiten ook verschillend. Binnen de erven ligt het eigenaarschap van de erfafscheidingselementen bij de bewoners. Aan de randen (buiten) ligt het eigenaarschap en dus ook het beheer van de erfafscheidingselementen bij de ge-

- 1 meter Delftse stoep

meente, of er is sprake van gedeeld eigendom, waardoor de kwaliteit gewaarborgd blijft. Binnen de erven kunnen de bewoners elkaar erop aanspreken of in vereniging van eigenaren het onderhoud regelen. Binnen Aan de binnenkant van de clusters gelden de volgende ontwerpprincipes (afb. 56): • Aan de voorzijde zijn er twee opties: 1) een kleine stoep van max. 1 meter tussen de voorgevel en de openbare ruimte voor een bloempot of een bankje, of 2) een onverharde voortuin van min. 3 meter breed omzoomd met een lage haag. • Aan de zij/achterkant van het perceel moet er een haag geplaatst worden van minimaal 30 cm uit de erfgrens. Door deze maat aan te houden heeft de haag voldoende groeiruimte en gaat deze niet te veel overhangen aan de openbare zijde. • Bij zij/achterkanten van percelen grenzend aan een parkeerkoffer mag er gebruik gemaakt worden van een haag, een muurtje met haag of een hederascherm.

- 1 meter haag

muurtje - muurtje & haag haag

- 3 meter tuin & haag

Afb. 56. overgang privé - openbaar binnen de erven

39

Buiten Doordat het cluster altijd iets hoger ligt ontstaat er een duidelijke overgang van privé naar openbaar. Om de randen organisch te maken gaan we uit van taluds van 1:3 en begroeiing op het talud (afb. 57-60). Het kan ook zijn dat de woningen met de voorgevel georiënteerd zijn op de groene ruimte. In dat geval zijn er twee varianten mogelijk: • Een stoepje voor de woning van maximaal 1 meter voor een bloempot en bankje, daarna een verhard voorpad en een talud van 1:3 (afb. 61). • Een onverharde groene voortuin van maximaal 3 meter met een haag, daarna een verhard voorpad en een talud van 1:3 (afb. 62). Afb. 57. achterkant kavels naar Kruisbergsestraat

40

Afb. 58. achterkant kavels met haag en talud

Afb. 59. achterpad met talud

Afb. 61. voorkant met stoepje

41

Afb. 60. sportvelden route met talud

Afb. 62. voorkant met haag

Openbare groene ruimte Sloten Voet- en fietspad Zoekgebied voorziening Ontmoetingsplek

42

Afb. 63. overzichtstekening van de groene openbare ruimte tussen de clusters

4.3 Robuust groen en blauw raamwerk Openbare groene ruimte

De openbare ruimte tussen de clusters vormt een robuust groen en blauw raamwerk. Dit raamwerk maken we om de sfeer en identiteit van de plek te maken, de biodiversiteit te beschermen en/of te vergroten, en de ruimte biedt kansen voor ontmoeting door de aanwezigheid van speelaanleidingen en verschillende wandel- en fietspaden. Groene ruimte Voor de groene ruimte zijn er een paar spelregels: • Groene inrichting die past bij het Oeverwallenlandschap, kleinschalig met doorzichten • De groene ruimte is organisch van vorm • Minimale ruimte tussen de clusters is 12m • De groene ruimte ligt minimaal 0,50 meter onder het maaiveld van de clusters • De overgangen van de clusters naar de groene openbare ruimte worden gemaakt door middel van hagen, bomen en struiken. Eigendom en beheer van die groene randen ligt bij de gemeente, daarmee borgen we duurzame instandhouding en het groene beeld (zie hiervoor ook de paragraaf ‘overgangen prive-openbaar’) • Binnen het raamwerk is ruimte voor voldoende wateropvang

Het maken van een robuuste groene omgeving is een duurzame keuze. Een natuurlijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van mensen: • Bij herstel van stress • Zet aan tot sociaal contact • Draagt bij aan een optimale ontwikkeling van kinderen • Stimuleert beweging • Bevordert de persoonlijke ontwikkeling en zingeving Bron: WUR.nl

43

Bewegen, spelen en ontmoeten Om bewegen, spelen en ontmoeten te stimuleren zijn er binnen de groene ruimte verschillende speelaanleidingen en paden. We kiezen ervoor om geen schommels, glijbanen of wipkippen te plaatsen maar juist de fantasie van kinderen te prikkelen door natuurlijke speelelementen. De spelaanleiding start wat ons betreft bij de voordeur en is niet beperkt tot een specifieke plek. Denk hierbij aan: • Struinpaden met leunpalen en stenen om even te gaan zitten • ‘omgevallen’ bomen om op te zitten op in te klimmen (afb. 64) • Plukfruit boomgaard voor het maken van een voetbal goal en het plukken van fruit (afb. 65) • Stapstenen in combinatie met wateropvang en de hoogte verschillen (afb. 77)

Afb. 64. natuurlijk spelen op omgevallen bomen

44

Afb. 65. plukfruit boomgaard In de huidige situatie zijn er in het plangebied een basketbalveldje aan de Kruisbergseweg en een fietscrossbaan aanwezig. In de proefverkaveling gaan we er vanuit dat deze voorzieningen op die plek gaan verdwijnen. In de centrale groene ruimte is plek om te spelen. Verder zijn we als gemeente in overleg met de verenigingen die gebruik maken van het nabijgelegen sportpark om bij de achterentree een openbare speel/sportvoorziening te maken. Dit ter vervanging van het basketbalveldje. Ook zijn we aan het onderzoeken of we de fietscrossfunctie kunnen integreren in de noordelijke groene ruimte (richting de waterbuffer). Afb. 66. LED-verlichting langs de belangrijkste paden

Verlichting Het maken van een veilige openbare ruimte heeft ook te maken met het kiezen van de juiste verlichting. Te veel en te fel licht dat de hele nacht brandt kan mens en natuur ontregelen. Daarom kiezen we voor zo min mogelijk verlichting en zo laag mogelijk bij de grond (afb. 66). Afb. 67. kruidenrijke begroeiing We kiezen voor: • Duurzame LED-verlichting • Bij voorkeur een verschil tussen de verlichting binnen de clusters en in de groene ruimte tussen de clusters Beplanting We werken zoveel mogelijk met gebiedseigen beplanting die past bij het overwallenlandschap. Dit doen we om Afb. 68. houtwal de biodiversiteit te beschermen en/of te vergroten. Denk hierbij aan: • Kruiden- en bloemrijke begroeiing, extensief beheer van grasland (afb. 67) • Hagen en kleine ruige hoekjes • Hagen en houtwallen, met beplanting zoals sleedoorn, meidoorn, braam en hondsroos (afb. 68) • Hoogstamboomgaard met fruit en ruimte voor steenuilen (afb. 69) • Solitaire beplanting zoals de gewone es, linde, hoogstamfruitboom, paardenkastanje, kers Afb. 69. hoogstamboomgaard (meikers) of walnoot • Knotwilgen langs watergang richting het noorden (afb. 70)

Afb. 70. knotwilgen langs watergang

45

afb 72

46

afb.73

afb. 74

Afb. 71. in het noordelijke deel reserveren we ruimte voor een goede doorgang om bovenwijks water op te vangen, te begeleiden en bufferen.

Water

Het plangebied ligt aan de noordzijde lager ten opzichte van omliggende gronden. Hierdoor stroomt er in de huidige situatie al op een natuurlijke wijze water richting het gebied. Door de toename aan bebouwing en verharding zal dit in de toekomst alleen maar toenemen. Bovendien heeft de bestaande wijk aan de oostzijde wat wateroverlast en is er behoefte aan extra berging voor die wijk. We kiezen ervoor om daarom het plangebied aan te sluiten op de A-watergang aan de noordzijde en een aanvullende berging te creëren. Deze oplossing biedt een kans voor zowel het bestaand stedelijk gebied als de nieuwe ontwikkeling op de locatie zelf. Via het plan de Zilverberg bieden we de mogelijkheid dat het water uit de oostelijk gelegen wijk doorgevoerd kan worden.

Afb. 72. doorsnede noord cluster 2 - bestaande woningen

Voor het nieuwe woongebied hebben we ongeveer 2000m3 berging nodig uitgaande van een bui T=100+10% (Berekend m.b.v. Rapportage Watertoets Zilverbergweg te Overasselt, Econsultancy).

47

De groene ruimte tussen de clusters is zodanig ruim dat hier voldoende ruimte voor opvang van regenwater kan worden gemaakt. In bijgaande afbeelding (afb. 71) is een indicatief patroon van zaksloten getekend waarin water kan worden geborgen. In een uit te werken civieltechnisch plan zal de exacte dimensionering van zaksloten en laagtes moeten worden bepaald.

Afb. 73. doorsnede oost-west cluster 3 - cluster 4

1) T=100 + 10% is de herhalingstijd dat 1x in de 100 jaar een zware bui voorkomt, plus een marge van 10%.

Afb. 74. doorsnede zuid-noord cluster 4 - cluster 2

We willen zoveel mogelijk water vasthouden en zo mogelijk infiltreren binnen het plangebied alvorens het af te voeren richting het noorden (afb. 75). Dit doen we in de volgorde: 1. Water opvangen op eigen terrein 2. Water van daken gaan we zichtbaar over straat afvoeren waarmee bewustzijn ontstaat 3. Water vertraagd afvoeren van de clusters naar de tussenliggende groene ruimte en hier zo lang mogelijk vasthouden 4. Water afvoeren richting het noorden

48

We willen het water zoveel mogelijk zichtbaar maken in het plangebied, zowel bij de particuliere percelen als in de openbare ruimte (afb. 76-79). Dit doen we door de waterloop richting het noorden zoveel mogelijk bovengronds via een sloot af te voeren, dus zo min mogelijk duikers. Door de hoogteverschillen kan het water zichtbaar gebufferd worden in een waterschijf boven de GHG2.

Zo min mogelijk verharding in de openbare ruimte

1. hemelwater opvangen in eigen tuin

2. water van daken zichtbaar over straat afvoeren

3. water vertraagd afvoeren naar groene ruimte en hier vasthouden

N 4. water afvoeren richting noorden Afb. 75. waterafvoer

2) GHG: gemiddelde hoogste grondwaterstand

Afb. 76. natuurlijk spelen i.c.m. waterafvoer (wadi)

Afb. 77. natuurlijk spelen i.c.m. waterafvoer

49

Afb. 78. bovengrondse waterafvoer in de openbare ruimte Afb. 79. Water tijdelijk opvangen met behulp van een verweven, bewustzijn creëren regenton

50

Afb. 80. Randen plangebied aan Zilverbergweg en Kruisbergsestraat

4.4 Randen plangebied Randen Zilverbergweg en Kruisbergsestraat

De aansluiting op het bestaande stedelijk weefsel, de woningen aan de Zilverbergweg, Kruisbergsestraat en de bestaande wandelpaden zijn belangrijk voor de kwaliteit van de woonomgeving. Bij de ontwikkeling dient met de volgende aspecten rekening gehouden te worden: • De nieuwe bebouwing moet passen bij de maat en schaal van de bestaande woningen • De straten moeten voldoende ruim opgezet zijn met doorkijkjes richting de nieuwe groene ruimte • De toegankelijkheid van het gebied blijft behouden, bestaande wandelpaden blijven behouden en nieuwe paden sluiten aan op voetpaden rond het te ontwikkelen gebied • Achterkanten van woonpercelen moeten groen ingepast worden De Zilverbergweg moet worden verbreed om de verhoogde verkeersdruk aan te kunnen. Hierbij komt aan één zijde een verhoogd voetpad (afb. 81)

51

Specifiek voor de Zilverbergweg betekent dit het volgende (afb. 82): • Oriëntatie van de nieuwe woningen richting de Zilverbergweg • Verdichting mogelijk door middel van vrijstaande en halfvrijstaande woningen, geen rijtjeswoningen • Verspringende rooilijn • Voldoende doorkijkjes naar de groene ruimte • Direct op de hoek van de Zilverbergweg/ Kruisbergsestraat geen bebouwing • Bestaande wandelpaden behouden

52

Afb. 81. profiel Zilverbergweg

Afb. 82. rand grenzend aan de Zilverbergweg

En voor de Kruisbergsestraat zijn de volgende aspecten van belang (afb. 84): • Zo min mogelijk oriëntatie richting de Kruisbergsestraat • Overgangen privé-openbaar d.m.v. hoogte verschillen • Overgangen privé-openbaar d.m.v. groene wal (zie ook paragraaf overgangen privé-openbaar) • Enkele doorzichten richting de groene ruimte in het plangebied • Aanhaken op bestaande wandelroutes

53

Afb. 83. profiel Kruisbergsestraat

Afb. 84. rand grenzend aan de Kruisbergsestraat

54

Afb. 85. voorbeelduitwerking

5 Voorbeeld uitwerking Water stroomt naar het noorden, gebruik maken van hoogteverschillen Bestaande paden behouden en verbreden waar nodig tot 5 meter Wandelpaden in halfverharding door de groene ruimte Verspringing van de rooilijn Clusters met afwisselende oriëntatie, naar binnen en naar buiten Bereikbaarheid door middel van voetpad aan de voorkant Waterafvoer door gebruik van taluds tussen de clusters Verhard voet/fietspad richting de sportvelden Starters/seniorenwoningen in de vorm van rug aan rug woningen Parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein, of in parkeerkoffers Rondrijden mogelijk maken voor afvalinzameling en hulpdiensten

55

LOS stadomland B.V.

Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Stedenbouwkundige visie | De Zilverberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11034769/1