CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Ruimtelijke motivering

Raad 13 maart 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Verlenen positief bindend advies omgevingsvergunning Rijksweg 38-4027.566 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

99 alinea's met “bopa”: 2 4 14 41 53 57 63 70 79 82 83 86 88 93 101 107 112 122 128 134 143 147 153 159 171 176 182 185 195 198 204 208 211 219 226 232 237 241 246 248 …

Ruimtelijke Motivering

BOPA Rijksweg 38-40 Gemeente Heumen

RUIMTELIJKE MOTIVERING

BOPA Rijksweg 38-40 Gemeente Heumen

Status:

Definitief

Datum:

17 december 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied Huidige planologische situatie Activiteiten in strijd met het Omgevingsplan Aanpak en uitleg van de BOPA Leeswijzer

5 5 6 7 8 8

Hoofdstuk 2 Het plangebied en planvoornemen

9

2.1 2.2 2.3

9 10 11

De huidige situatie Toekomstige situatie Voorwaarden vanuit de gemeente Heumen

Hoofdstuk 3 Beleid

13

3.1 3.2

Rijksbeleid Provinciaal beleid

13 16

3.3 3.4

Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

20 24

Hoofdstuk 4 Aspecten van de fysieke leefomgeving

29

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Algemeen Verkeer & parkeren Bodemkwaliteit Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid (Externe Veiligheid) Water Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Leidingen Duurzaamheid en klimaat Gezondheid Project-mer-beoordeling

29 29 31 35 38 40 44 45 48 56 64 68 68 71 76

Hoofdstuk 5 Afweging van belang en conclusie

81

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

83

6.1

83

Algemeen

BOPA Rijksweg 38-40

3

6.2

Kostenverhaal

83

Hoofdstuk 7 Participatie & Procedure

85

7.1 7.2

85 85

Participatie Procedure

Ruimtelijke motivering

4

BOPA Rijksweg 38-40

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

De aanleiding voor het opstellen van deze ruimtelijke motivering is het voornemen om een woning te realiseren aan de Rijksweg in Malden tussen de huisnummers 38 en 40. Voor de realisatie van de woning aan de Rijksweg tussen 38 en 40 te Malden moet een nu nog onbebouwd perceel met de functie 'Agrarisch met waarden – Landschap en natuur' worden herbestemd. Voor de realisatie van de woning wordt deels afgeweken van de agrarische functie. Ter plaatse van het bouwperceel aan de straatzijde zal worden afgeweken ten behoeve van een woonfunctie in de vorm van een vrijstaande woning. Voor het overige deel behoudt de locatie de agrarische functie. Het college heeft op 29 november 2023 aangegeven in principe in te stemmen met het verzoek om medewerking te verlenen. De ontwikkeling is niet in strijd met vastgesteld beleid. Wel zijn er een aantal aandachts- en uitgangspunten waarmee rekening gehouden moet worden. De gemeente Heumen heeft in haar principebesluit de voorkeur uitgesproken om het plan mogelijk te maken via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Buitenplanse omgevingsplanactiviteit(BOPA) Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan) en niet vergunningvrij voor het bouwen is.

Het kan een activiteit zijn waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. Het kan ook een activiteit zijn die in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Dat laatste is hier aan de orde.

1.2

Ligging plangebied

Het besluitgebied is gelegen aan de Rijksweg 38-40 te Malden. De locatie ligt in de noordrand van de kern van Malden op de overgang naar het buitengebied van Heumen. De locatie ligt ten westen van de Rijksweg (N844). De Rijksweg (N844) is de doorgaande weg, die begint aan de kruising van de Sluisweg, de Rijksweg (N271) en de Rijksweg (N844) ten zuiden van Malden. De Rijksweg loopt dwars door Malden naar Nijmegen. Voor voltooiing van de A73, was de Rijksweg (N271) een belangrijke doorgaande verbinding ten oosten van de Maas, van Nijmegen tot aan Maastricht. Na voltooiing van de A73 verloor de Rijksweg deze functie maar is het nog wel de belangrijkste directe verbinding tussen Malden en Nijmegen. De Rijksweg wordt gekenmerkt door lintbebouwing. Aan beide zijden van de weg staan verspreid enkele vrijstaande huizen. Naast woonfuncties zijn er langs de Rijksweg, horeca- en bedrijfsfuncties, sportvelden en een tuincentrum gelegen. Aan de rand van Nijmegen zijn enkele velden gelegen. Ten oosten van de Rijksweg en Malden ligt het bosgebied dat begint bij Heumersoord en doorloopt tot aan Groesbeek. Aan de westelijke kant wordt Malden begrenst door het Maas-Waalkanaal. Ten westen van het Maas-Waalkanaal loopt de A73. De locatie is kadastraal bekend als, gemeente Heumen, sectie G, nummer 2277 en heeft een totaal oppervlakte van ca.

3.300m², waarvan de voorste helft aan de weg van functie zal veranderen. Op navolgende figuur is de ligging van het besluitgebied aangeduid met een rood kader.

BOPA Rijksweg 38-40

5

Ligging van het besluitgebied in breder verband

1.3

Huidige planologische situatie

De planologisch-juridische situatie van het besluitgebied is vastgelegd in het omgevingsplan 'Omgevingsplan gemeente Heumen', in werking vanaf 1 januari 2024. Het tijdelijke deel van het 'Omgevingsplan gemeente Heumen' komt ter plaatse van de locatie voort uit het voorgaande bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009', dat vastgesteld is op 16 december 2010. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het perceel de functie 'Agrarisch met waarden - Landschap en natuur'. De gronden zijn hiermee in eerste instantie bedoeld voor de uitoefening van agrarische activiteiten, naast het behoud, herstel en de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden. Per bedrijf is daarnaast maximaal één bedrijfswoning dan wel het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan.

6

BOPA Rijksweg 38-40

Uitsnede omgevingsplan

1.4

Activiteiten in strijd met het Omgevingsplan

Voor het beoogde gebruik moet de agrarische functie aangepast worden naar een woonfunctie. Om de realisatie mogelijk te maken dient daarnaast een bouwvlak te worden toegevoegd. De nieuwbouw wijkt hierdoor op 2 punten af van het vigerende omgevingsplan: Het bouwvlak (géén bouwaanduiding) De bestemming (nu 'Agrarisch met waarden – Landschap en natuur') Omgevingsplanactiviteiten Op basis van artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) zijn er twee mogelijkheden om tot een omgevingsvergunning te komen.

Artikel 8.0a BKL: 1.

2.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Het planvoornemen is in strijd met de regels in het omgevingsplan. In dit geval is de realisatie van de woning niet mogelijk binnen het omgevingsplan. Wij maken in dit geval gebruik van lid 2. van artikel 8.0a van het Bkl, waarbij de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor de aanvraag wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BOPA Rijksweg 38-40

7

1.5

Aanpak en uitleg van de BOPA

Om de voorgenomen gebruikswijziging en afwijking van de bouwregels ten behoeve van de te realiseren woning, planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt middels een vergunningaanvraag van een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een zogenaamde BOPA, afgeweken van omgevingsplan. De omgevingsvergunningsaanvraag dient te worden voorzien van een ruimtelijke motivering, waaruit blijkt dat het voornemen niet in strijd is met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de voorliggende ruimtelijke motivering wordt er getoetst aan de beoordelingsregels. Centraal staat hierbij het toetsen aan de beoordelingsregels en de aantoonbaarheid van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de bedoelde motivering van het gewenste gebruik van de locatie aan de Rijksweg te Malden tussen de huisnummers 38 en 40, ter plaatse van het voormalige agrarische pereel. Door de toetsing van de regels aan de activiteiten op het grondgebied van het omgevingsplan en het koppelen van functieaanduidingen met de toegelaten activiteiten aan de locatie, wordt een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie in het omgevingsplan bereikt.

1.6

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is de opbouw van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing als volgt: In Hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen omschreven waarbij wordt ingegaan op de vergelijking van de huidige situatie met het planvoornemen. In Hoofdstuk 3 staat het beleidskader centraal. In Hoofdstuk 4 worden de aspecten van de fysieke leefomgeving beschreven met o.a. verkeer & parkeren, bodemkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, geur, omgevingsveiligheid, water, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, duurzaamheid & klimaat, gezondheid en de m.e.r.-beoordeling. In Hoofdstuk 5 is de afweging van de BOPA opgenomen. In Hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van het voornemen gemotiveerd. In Hoofdstuk 7 wordt het thema participatie en de te doorlopen procedure besproken.

8

BOPA Rijksweg 38-40

Hoofdstuk 2 Het plangebied en planvoornemen 2.1

De huidige situatie

Ten westen van de Rijksweg, net buiten de kern van Malden ligt een onbebouwd terrein met agrariche functie, aansluitend aan lintbebouwing. De projectlocatie grenst aan de percelen behorende bij Rijksweg 38 (aan noordzijde) en Rijksweg 40 (aan zuidzijde) Tot 2015 was deze locatie bijna volledig begroeid met bomen en opgroeiende struiken. In de daaropvolgende jaren zijn de omgewaaide en dode bomen op het terrein jaarlijks opgeschoond. De vrijgekomen ruimte is vervolgens gebruikt als opslag- en stallingsplaats. Het terrein was toen naast de directe inrit vanaf de weg nog bereikbaar via de inrit tussen de Rijksweg 40 en 40A. Vanaf 2018 is het terrein volledig in gebruik geweest als caravanstalling. Na de beëindiging van de caravanstalling in 2022 is het terrein opgeschoond. In de huidige situatie is het terrein tijdelijk weer in agrarisch gebruik. De omvang van het gehele perceel bedraagt circa 3.300 m².

Uitsnede Geo-Obliekviewer (bron: Slagboom en Peeters Luchtfotografie, foto gemaakt op 2 maart 2024)

BOPA Rijksweg 38-40

9

2.2

Toekomstige situatie

Deze ruimtelijke motivering doelt op de bouw van een vrijstaande woning tussen Rijksweg 38 en Rijksweg 40. Voor de realisatie van de woning, vindt er een splitsing van het perceel plaats. De omvang van het nieuwe woonperceel bedraag circa 1.900 m². De overige gronden van het kadastrale perceel (ca. 1.400 m²) behouden de agrarische functie. Voor de nieuw te bouwen woning moet conform het huidige omgevingsplan ter plaatse voortkomend uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Heumen 2009', worden aangesloten worden bij de bouwregels. De woning krijgt een oriëntatie op de Rijksweg, staat met de voorgevel op voldoende afstand van de weg en is aansluitend bij de woningen in de omgeving. De inpassing is uitgewerkt op een wijze die aansluit bij de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristieken van de locatie en omgeving. Om het open karakter van de Rijksweg te behouden, komt de voorgevelrooilijn van de woning tussen de achterkant van het woonhuis aan de zuidkant en de voorkant van het woonhuis aan de noordkant te liggen. Door de keuze voor een verspringende rooilijn ten opzichte van de omliggende woningen sluit de woning aan bij het dorpse en vrije karakter van het bebouwingslint. Naast een goede ruimtelijke inpassing zorgt de verspringende rooilijn voor een verkeersveilige en overzichtelijke aansluiting op de Rijksweg.

De individuele vrijstaande woningen aan de Rijksweg komen op deze wijze beter tot hun recht en behouden allen een vrij zicht op de Rijksweg. De stedenbouwkundige, landschappelijke en ruimtelijke inpassing van deze woning en bijbehorende erven is in een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als Bijlage 1 bij deze motivering. Samenvattend zal de woning als volgt, stedenbouwkundig als ook ruimtelijk op een goede wijze worden ingepast: Woning bestaande uit twee bouwlagen met kap, aansluitend bij het bebouwingsbeeld aan deze straat; Woning wordt voorzien van een zadelkap, eventueel met wolfseinde of samengestelde kap. Platte daken zijn niet toegestaan; Aanhouden van vrije ruimtes van ca. 3 tot 4 meter uit de zijdelingse perceelsgrens met Rijksweg 40 en ca.

8 meter uit de zijdelingse perceelsgrens met Rijksweg 38; Toepassing van een verspringende gevelrooilijn: de voorgevel van de woning wordt gesitueerd tussen de voorgevel van Rijksweg 38 en de achtergevel van Rijksweg 40; Behoud van de bestaande in/uitrit op huidige plaats zodat de locatie van de ontsluiting op de Rijksweg, ongewijzigd blijft ten opzichte de huidige ontsluiting; Behoud van het bestaande gebouw op het perceel (achterzijde perceel) als onderdeel van het agrarische perceel; Een goede landschappelijke inpassing van het woonperceel; Natuurcompensatie op de percelen, gemeente Heumen, sectie G, nummers 5832 en 5834, met een gezamenlijk oppervlak van 1.055m². Op onderstaande figuur is de woning met bijhorende inpassing indicatief en op hoofdlijnen weergegeven.

10

BOPA Rijksweg 38-40

Figuur: Uitsnede Inrichtingsschets

2.3

Voorwaarden vanuit de gemeente Heumen

De gemeente Heumen geeft aan dat in de ruimtelijke onderbouwing met behulp van onderzoeken moet worden onderbouwd dat de volgende aspecten geen belemmering vormen voor de haalbaarheid van het bestemmingsplan. Stedenbouwkundige en landschappelijkeinpassing Een motivering dat het bouwplan qua massa, verschijningsvorm, functie, ontsluiting en dergelijke past binnen de omgeving waarin het gesitueerd wordt. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan de inrichting van het perceel en dient een gespecificeerd beplantingsplan onderdeel uit te maken van het plan. Parkeren en ontsluiting Parkeren moet passen binnen de CROW-normen. In een situatietekening moet worden aangegeven waar ontsluiting plaatsvindt en waar op eigen terrein geparkeerd wordt. Flora en fauna Uit de onderbouwing moet blijken dat geen nadelige effecten voor flora en fauna te verwachten zijn, of hoe ermee wordt omgegaan indien er wel nadelige effecten zijn. Geluid Het plan moet voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de Wet geluidhinder voor wat betreft verkeerslawaai. Luchtkwaliteit Het plan moet voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het hoofdstuk luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer. Aangetoond moet worden dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Waterhuishouding en riolering Het plan mag geen ongunstige consequenties hebben voor de waterhuishouding hebben.

Uit de onderbouwing moet blijken dat aan de bergingseis voldaan wordt. Per pand dient een vuilwaterriolering te worden gerealiseerd. Bodemkwaliteit

BOPA Rijksweg 38-40

11

Uit een verkennend bodemonderzoek moet blijken dat de kwaliteit van de grond zodanig is dat deze geschikt is voor het beoogde doel. Archeologie Indien het plan gelegen is in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde zal uit een inventariserend archeologisch onderzoek moeten blijken of en welke maatregelen genomen moeten worden ter bescherming van ter plaatse aanwezige archeologische waarden. De gemeente zal hier een selectiebesluit over nemen. Cultuurhistorische waarden Indien het plan is gelegen in een gebied met cultuurhistorische waarden zal gemotiveerd moeten worden aangegeven waarom dit geen belemmering hoeft te zijn voor de haalbaarheid. Ontplofbare oorlogsresten Het risico op ontplofbare oorlogsresten zal waar nodig moeten worden onderzocht met nader te bepalen onderzoeksmethode. Externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering Indien uw bouwlocatie gelegen is binnen een hindercirkel van een bedrijf of nabij een inrichting die een cirkel heeft op basis van het Besluit Externe Veiligheid zal gemotiveerd moeten worden waarom dit geen beletsel hoeft te zijn om te bouwen. Stikstof Voor de gebruiks- en bouwfase is een Aerius-berekening nodig om aan te tonen dat er geen stikstofdepositie plaatsvindt in omliggende Natura2000 gebieden.

Beoordeling m.e.r.-plicht Er moet worden beoordeeld of het plan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu.

12

BOPA Rijksweg 38-40

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en verandering energievoorziening. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Binnenstedelijke ontwikkeling wonen Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naartoe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. Toetsing Het planvoornemen ligt niet volledig in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie door buiten bestaand stedelijk gebied een woning te realiseren. Een belangrijk aspect van de NOVI betreft het creëren van prettige woonmilieus (prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio's). Met de NOVI wordt vooral gestuurd op inbreiding in plaats van uitbreiding. Met het planvoornemen wordt echter een uitbreiding van het stedelijk gebied gerealiseerd. Desondanks past het voornemen binnen het beleid van de NOVI, aangezien de ontwikkeling plaatsvindt in een bestaande bebouwingsstructuur. Het perceel is namelijk gelegen in de bebouwde omgeving van Malden. De toekomstige woning zal worden gerealiseerd tussen twee bestaande huizen. Door de realisatie van de woning wordt de aanwezige bebouwingsstructuur gesloten.

Doordat er sprake is van een enkele vrijstaande woning, wordt aangesloten bij de bestaande identiteit van de Rijksweg. Langs de Rijksweg liggen voornamelijk vrijstaande woningen met grote tuinen. Het planvoornemen wijkt hier niet van af. Daarnaast komt door de realisatie van het voornemen tussen de woonfuncties een agrarische functie te verdwijnen. Er kan worden gesteld dat het voornemen wenselijk is en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BOPA Rijksweg 38-40

13

3.1.2 Instructieregels Rijks (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen.

De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat regels ter bescherming van de nationale belangen instructieregels, waaronder : waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Toepassing Voor onderhavige afwijking van het omgevingsplan zijn de onderstaande categorieën van toepassing: Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Voor het Besluit activiteiten leefomgeving (Bkl) betreft dit:

14

BOPA Rijksweg 38-40

Doordat er sprake is van een functiewijziging en een verandering in het gebruik dient er rekening te worden gehouden met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Voor het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) betreft dit: Met het project wordt een nieuw bouwwerk toegevoegd. Doordat er naast de functiewijziging ook sprake is van de activiteit bouwen, dient te worden getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Voor het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) betreft dit: Doordat er sprake is van de toevoeging van een nieuw kwetsbare object in de vorm van een woning dient er ook getoetst te worden aan het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In Hoofdstuk 4 van deze motivering wordt het project getoetst aan de aspecten van de fysieke leefomgeving. Aan de hand van de aspecten van de fysieke leefomgeving wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de sectorale aspecten die voortvloeien uit het Omgevingsbesluit, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in Hoofdstuk 4 bij het betreffende aspect behandeld. Uit deze toets blijkt dat de ontwikkeling past binnen de kaders uit deze AMvB's. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.3.1 Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Ladder voor duurzame stedelijk ontwikkeling is opgenomen als een instructieregel voor het Omgevingsplan, specifiek gericht op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. De ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, van kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een Omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het Omgevingsplan rekening gehouden met: a. b.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Bij het bepalen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet beoordeeld worden in hoeverre er sprake is van een nieuw of groter planologisch ruimtebeslag en/of een functiewijziging. Het beoogde en huidige planologische regime moeten daarbij met elkaar vergeleken worden. De kwantitatieve én kwalitatieve behoefte van de ontwikkeling moet worden bepaald op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad

BOPA Rijksweg 38-40

15

van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Bij nieuwbouw en uitbreiding van bedrijven ligt de ondergrens in beginsel bij een bruto-vloeroppervlakte van 500 m2 . Voor ontwikkelingen van een terrein ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een ruimtebeslag van 500 m2 . 3.1.3.2 Toetsing Binnen de locatie is er sprake van een nieuwe ontwikkeling in de vorm van een nieuwe vrijstaande woning. Doordat er sprake is van de toevoeging van een enkele woning, wordt de drempelwaarde van 12 woningen bij woningbouw niet wordt overschreden. Om deze reden is er geen sprake van een ladderplichtige ontwikkeling in de context van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling. De marktvraag en behoefte dienen hierdoor niet te worden onderbouwd.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Gelderland De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen.

De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang,

16

BOPA Rijksweg 38-40

zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Toetsing De Provincie Gelderland streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hieruit vloeit de ambitie voort om binnen Gelderland een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag te realiseren; voor ieder een passende, duurzame woning. Voor de provincie Gelderland staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop. Er is dan ook zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders. Op de markt is sprake van een aanbod van verschillende woningtypen en woonmilieus, passend bij de diversiteit aan woningvraag. Centraal staat om voor ieder een passende en duurzame woning te vinden. Dit project sluit goed aan bij de kenmerkende woningtypen van de Rijksweg. Door op deze plaats een woning te realiseren wordt de bestaande bebouwde omgeving optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Door op deze locatie een vrijstaande woning te realiseren, wordt elders de kans geboden om woningen te realiseren die aansluiten bij de behoefte ter plaatse. Gelet op het vorenstaande is het planvoornemen in lijn met de woonvisie, zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. 3.2.2.1 Toetsing Alle instructieregels die voortvloeien uit de Omgevingsverordening Provincie Gelderland komen hieronder aan bod. 3.2.2.1.1 Wonen Doordat sprake is van de ontwikkeling van woonlocaties zijn de instructieregels van wonen het zwaarstwegend. Artikel 5.62 - Oogmerk instructieregels over woonlocaties en recreatiewoningen Het in onderdeel a genoemde oogmerk komt voort uit de ambitie om de Gelderlanders nu en in de toekomst te voorzien in een goede woonplek. Die ambitie uit de omgevingsvisie krijgt vorm in het Actieplan Wonen.

De woonbehoefte en de balans tussen vraag en aanbod van voor de verschillende doelgroepen beschikbare woonruimte varieert per regio. Deze paragraaf regelt dat in elke regio een regionale woonagenda wordt opgesteld en geactualiseerd en dat de daarin gemaakte afspraken doorwerken in de gemeentelijke omgevingsplannen. Zo wordt in onderlinge afstemming en samenwerking gewerkt aan de ambitie en opgave van een evenwichtige en toekomstbestendige Gelderse woonvoorraad. Artikel 5.64 - Doorwerking regionale woonagenda

BOPA Rijksweg 38-40

17

Lid 1: Een nieuwe woonlocatie kan in het omgevingsplan alleen mogelijk worden gemaakt voor zover deze ontwikkeling past binnen de hierover gemaakte afspraken in de regionale woonagenda. De regionale afspraken spelen een belangrijke rol bij de motivering van een nieuwe locatie, naast de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129 g van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Uiteraard kan de ontwikkeling van een zodanige schaal zijn, dat de bovenlokale impact ook nog buiten de eigen regio getoetst moet worden, bijvoorbeeld als die impact de provincie- of regiogrens overschrijdt. Lid 2: Ten behoeve van de flexibiliteit is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk om van een regionale woonagenda af te wijken. In dat geval moet onder andere aantoonbaar sprake zijn van afstemming met de gemeenten in de regio, omdat de ontwikkeling vooruitlopend op de actualisatie van het afsprakenkader mogelijk wordt gemaakt. Toetsing Met het initiatief wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. In de navolgende motivering, wordt het initiatief verder getoetst aan de regels in de Omgevingsverordening voor het realiseren van nieuwe woonlocaties. Doordat aan beide zijden van het perceel reeds woningen aanwezig zijn, sluit de toekomstige woning aan de bestaande bebouwingsstructuur.

Aangezien de te realiseren woning aansluit bij de naastgelegen vrijstaande woningen is de woning passend binnen het straatbeeld. De ontwikkeling zorgt hierdoor nauwelijks voor een impact op de omgeving. 3.2.2.1.2 Gelderse streek Rijk van Nijmegen In afdeling 5.3 'Instructieregels omgevingsplan: landschap' zijn onder artikel 5.43 de instructieregels voor het beschermen van het landschap van 'Rijk van Nijmegen' opgenomen Artikel 5.43 (beschermen landschap Gelderse streken: Rijk van Nijmegen) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Rijk van Nijmegen wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Rijk van Nijmegen. Toetsing Voor het behouden van het Gelders Landschap van het Rijk van Nijmegen, wordt gestreefd naar het behoud van de recreatieve ontsluiting van het uitloopgebied, met een goede zonering om kwetsbare natuurwaarden te beschermen. Doordat de ecologische verbindingszone tussen Nijmegen en Malden niet wordt beïnvloed, worden deze regels gerespecteerd. Daarnaast moet voor de stuwwal van Nijmegen worden voorkomen dat de meer verstedelijkte ontwikkelings-assen, door mogelijk conflicterende, ruimtelijke ontwikkelingen verrommelen.

Dit wordt voorkomen door sturing op ruimtelijke kwaliteit en het adequaat inzetten op aantrekkelijke landschapsbouw. Bij herinrichting van de stadsdelen op flanken van de stuwwal is het van belang om voldoende aandacht te besteden aan het herstel van het oude landgoedkarakter. Voor het voorliggende project geldt dat de ruimtelijke kwaliteit van de stuwwal door de ligging niet wordt beïnvloed. Middels handhaving van het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt aandacht besteed aan het oude landelijke karakter. 3.2.2.1.3 Glastuinbouw In afdeling 5.7 'Instructieregels omgevingsplan: ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking' zijn onder paragraaf 5.7.4, artikel 5.78 instructieregels ten behoeve van een eenmalige uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf opgenomen. Artikel 5.78 (eenmalige uitbreiding bestaand glastuinbouwbedrijf)

18

BOPA Rijksweg 38-40

Een omgevingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding van een glasopstand tot maximaal vijf hectare toelaten van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, als in de toelichting op het omgevingsplan wordt aangetoond dat: a. b. c.

de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is; deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid.

Toetsing Deze regel is voor de voorliggende ontwikkeling niet van toepassing. Ter plaatse van de ontwikkeling is geen sprake van een glastuinbouwbedrijf of de uitbreiding daarvan. 3.2.2.1.4 Intrekgebied In hoofdstuk 4 'Regels over activiteiten in de omgeving' zijn onder afdeling 4.3 regels opgenomen met betrekking tot grondwaterbedreigende activiteiten. Artikel 4.15 (toepassingsbereik en oogmerk regels over grondwaterbedreigende activiteiten) 1. Deze afdeling gaat over grondwaterbedreigende activiteiten in een waterwingebied, een grondwaterbeschermingsgebied, een koude-warmte-opslagvrije zone, een boringsvrije zone, een intrekgebied, een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied of een minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied. 2. Deze afdeling is opgenomen met het oog op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de openbare drinkwatervoorziening. Artikel 4.16 (specifieke zorgplicht) 1. Degene die een grondwaterbedreigende activiteit verricht in een waterwingebied, een grondwaterbeschermingsgebied, een koude-warmte-opslagvrije zone, een boringsvrije zone, een intrekgebied, een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied of eenminder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebieden weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het grondwater, is verplicht: a.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat Gedeputeerde Staten en de directeur van het drinkwaterbedrijf onverwijld op de hoogte worden gesteld als nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater zich voordoen of dreigen voor te doen. Paragraaf 4.3.6 Intrekgebieden Artikel 4.35 (verbod mijnbouwactiviteit in intrekgebieden) Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte.

Toetsing Bij de te realiseren woning worden geen handelingen of milieubelastende activiteiten verricht, die nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater veroorzaken of kunnen veroorzaken.

BOPA Rijksweg 38-40

19

3.2.2.1.5 Faunabeheer In hoofdstuk 2 van de omgevingsverordening 'Toedeling van beheer en onder', wordt onder afdeling 2.1 'Faunabeheer', de faunabeereenheid benoemd. Afdeling 2.1 Faunabeheer Artikel 2.1 (faunabeheereenheid)

a. b.

Lid 1: Binnen de provincie Gelderland is er één faunabeheereenheid. Lid 2: Het werkgebied van Faunabeheereenheid Gelderland omvat het hele grondgebied van de provincie Gelderland, met uitzondering van Kroondomein Het Loo. Lid 3: De faunabeheereenheid heeft tot taak: a. het coördineren van de uitvoering van het faunabeheerplan; en b. het adviseren van Gedeputeerde Staten over faunabeleid.

Toetsing De faunabeheereenheid betreft één gegeven. Hieruit volgen geen acties voor het voornemen. 3.2.2.2 Conclusie De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen een Nationaal Landschap, de Romeinse Limes, de Groene Ontwikkelingszone (GO), het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Hollandse Waterlinie. De locatie maakt ook geen onderdeel uit van een ganzenrustgebied of beschermingsgebied natte landnatuur. De locatie garandeert een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende motivering, maakt inzichtelijk dat er wordt voldaan aan de instructieregels die voortvloeien uit de omgevingsverordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woondeal Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Het partnerschap is vastgelegd in de woondeal uit 2020. Marktpartijen en woningcorporaties hebben hun ondersteuning hierbij uitgesproken. Met de geactualiseerde Woondeal 2.0, vastgesteld op 8 maart 2023, onderkennen partijen de bovengemiddeld grote woonopgave, continueren de samenwerking uit 2020 en geven het partnerschap verder vorm. De Woondeal 2.0 zet in op zeven werkafspraken: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Woningbouwopgave en versnelling Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens Huisvesting aandachtsgroepen Klimaatadaptief, conceptueel en circulair bouwen Leefbaarheid en stadsvernieuwing Verstedelijking en gebiedsontwikkeling Overige thema's als vakantieparken, stikstof en elektriciteitsnetwerken

Partijen streven naar de bouw van 33.000 woningen tot en met 2030 in de Groene Metropoolregio. En richting 2040 zo'n 55.000 woningen. De woningbouwopgave voor gemeente Heumen is 910 woningen tot en met 2030. Op dit moment is er tot en met 2030 voldoende plancapaciteit om de opgave in te vullen. Deze capaciteit ligt geleidelijk boven 130% van

20

BOPA Rijksweg 38-40

de geambieerde nieuwbouw. Daarmee is in theorie voldoende plancapaciteit. Voorliggend plan met 12 appartementen wordt opgenomen in de plancapaciteit en draagt dus bij om de gestelde kwantitatieve woningbouwopgave te behalen. In lijn met de nationale doelstelling om toe te groeien naar 2/3e betaalbare nieuwbouwwoningen, wordt ingezet op een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters. Iedere gemeente zorgt vanaf 2025 binnen de gemeentebrede nieuwbouwopgave voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000, landelijke betaalbaarheidsgrens, prijspeil 2023). Op basis van het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich ervoor in dat een deel van het middensegment bestaat uit betaalbare koopwoningen voor lagere inkomens, met een prijs van maximaal € 250.000 of middenhuur (woningen tussen € 808-€ 1.123, prijspeil 2023). Op basis van het woningbehoefteonderzoek is er ruimte voor uitwisseling tussen de betaalbare segmenten, met dien verstande dat er voldoende sociale huurwoningen en middenhuur/betaalbare koopwoningen voor lagere inkomens worden toegevoegd.

Toetsing In de Woondeal 2.0 is het streven om betaalbare woningen te realiseren. Het aantal te realiseren woningen in de gemeente Heumen bedraagt 910 tot 2030. Deze woningen komen echter bijna uitsluitend tot stand door betaalbare woningen in de vorm van sociale huur (250), midden-huur (130), betaalbare koop (200) én woningen van woningcorporaties (440). Dit zijn de geplande woningbouwplannen binnen de gemeente. Naast deze woningen is er echter ook nog ruimte voor individuele projecten. De vraag naar woningen is immers groter dan het aanbod. Het beoogde project sluit dus niet aan op de Woondeal 2.0, maar betreft een juist individueel project. Bij dit individuele project is sprake van een enkele woning voor eigen gebruik. Dit betreft een woning in de vrije markt die onder het dure segment zal vallen. Het is echter zo dat de gronden aan de Rijksweg in bezit zijn van de toekomstige bewoners. Doordat er een woning op eigen grond gerealiseerd wordt, hoeven geen gronden aangekocht te worden, die mogelijk grotere woningbouwprojecten belemmeren. Ondanks dat deze woning is bedoeld voor een hoger segment, is het streven om een energie neutrele en duurzame woning te realiseren. 3.3.2 Woonagenda Subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 In de woonagenda wordt onder meer gesteld dat minimaal 50% van de nieuwbouwwoningen in het betaalbare segment moeten worden gerealiseerd.

De Woondeal 2.0 stelt dat op regionaal niveau wordt toegewerkt naar twee derde deel betaalbare huur- en koopwoningen.

Toetsing Met de realisatie van een vrijstaande woning voor de vrije markt op eigen terrein, zorgt het voornemen niet voor een belemmering van de woningmarkt. Doordat er sprake is van een enkele woning, zijn de uitgangspunten van de woonagenda en woondeal van ondergeschikt belang.

BOPA Rijksweg 38-40

21

3.3.3 Verstedelijkingsstrategie Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Naast de Subregionale Woonagenda is er op het niveau van de Groene Metropoolregio een verstedelijkingsstrategie opgezet. Conform de NOVI en Woondeal hebben bestuurders van Rijk en provincie afgesproken een regionale verstedelijkingsstrategie voor de regio Arnhem/Nijmegen/Food Valley op te stellen. Op 1 januari 2021 is de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen van start gegaan. De Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen is een samenwerking tussen 18 gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen. Aanleiding voor de strategie is de noodzaak om rond de 100.000 woningen toe te voegen in de regio's Food Valley (40.000 woningen) en Arnhem - Nijmegen (60.000 woningen) tot 2040. De belangrijkste afspraak van de Woondeal is dat er nog voor 2025 maar liefst 20.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Dat zijn er 5.000 meer dan eerder gepland. Hiermee hoopt de regio voor een groot deel tegemoet te komen in de urgente woningvraag. En ook na 2025 blijft de regio bouwen. Tot 2030 dienen er 35.000 woningen bijgebouwd te worden. Op de lange termijn zelfs 50.000 tot 60.000. Daarbovenop geldt dat 50% van deze nieuwe woningen in het betaalbare segment dienen te vallen. Zodat meer mensen in aanmerking komen voor een woning. De nieuwe woningen dienen daarnaast ook duurzaam van aard te zijn.

Doel van de verstedelijkingsstrategie is om aan te geven waar op de korte (2025), middellange (2030) en lange termijn (2040) de extra woon- en werklocaties in dit gebied gaan komen, gekoppeld aan de andere opgaven die van belang zijn, namelijk verduurzaming van de economie, de bereikbaarheid, versterking van het landschap/de natuur en kwaliteit van de leefomgeving. Toetsing De locatie aan de Rijksweg maakt onderdeel uit van het deelgebied Rijk van Nijmegen. De verstedelijkingsstrategie bestaat per deelgebied uit vijf kaarten.

Uitsnede verstedelijkingskaart: Economie

22

BOPA Rijksweg 38-40

Op de kaart Economie van de verstedelijkingsstrategie is de locatie aan de Rijksweg aangeduid met de huidige functie. Op basis van deze kaart is de locatie aangeduid als landbouwgebied. Op onderstaande integrale kaart is echter te zien dat Malden voor 2030 op zoek moet gaan naar woningbouwlocaties. Voor de woningbouwopgave van 2030 en erna is er sprake van een zoekopgave. In Malden staat het behoud van een leefbare kern centraal. Hierbij moet gelet op de centrumvoorzieningen en lokale dienstverlening de vitaliteit behouden blijven. Om de leefbare kernen en vitaliteit van Malden te behouden, dienen woningen op een gepaste wijze worden toegevoegd. Grote woningbouwprojecten als Winkelsteeg en Kanaalzone-Zuid, zoals in Nijmegen zijn voor de kern van Malden niet aan de orde. Deze zouden voor de beoogde strategie niet geschikt zijn.

Figuur: Uitsnede Integrale kaart De locatie van het voornemen is aangeduid als 'nat-droogte verbindingen zone' en 'recreatief groen'. Doordat er aan weerszijden van de locatie echter al woningen zijn gelegen, biedt de locatie zich aan voor de bouw van een enkele woning. Logischerwijs worden nieuwe locaties verbonden aan de bestaande kern. Tussen Nijmegen en Malden blijft ten zuiden van de Grootstalselaan een groene zone bestaan. Deze strook dient te worden behouden voor de zoektocht naar meer landschap. Doordat de locatie aan de Rijksweg al tussen bebouwing is gelegen, doet het realiseren van de woning geen afbreuk aan het zoekgebied voor landschap. De groene verbinding blijft ondanks de toevoeging van de woning bestaan. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen in lijn is met de verstedelijkingsstrategie.

BOPA Rijksweg 38-40

23

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Heumen De gemeente Heumen zag de invoering van de nieuwe Omgevingswet als een goed moment om na te denken over de manier waarop we de ruimte in onze gemeente willen inrichten. Wat zijn onze ambities? Wat past waar? Wat willen we wel? En wat liever niet? In Oktober 2023 is de Omgevingsvisie Heumen vastgesteld. Deze omgevingsvisie laat zien waar de gemeente Heumen voor staat en welke doelen ambities de gemeente heeft voor de fysieke leefomgeving. In de visie wordt aangegeven welke aspecten en delen van de fysieke leefomgeving de gemeente koestert, waardeert en daarom wil behouden en verbeteren. Ook wordt er in de omgevingsvisie aangegeven hoe de gemeente de opgaven voor de toekomst aan wil gaan. In de omgevingsvisie wordt er daarom minimaal 10 jaar vooruit gekeken. Met de omgevingsvisie wil de gemeente Heumen toewerken naar een klimaatneutrale samenleving, een gezonde, veilige en groene leefomgeving én een circulaire economie. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden er een aantal leidende principes: 1. 2.

3. 4.

5.

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in een vroegtijdig stadium verkennen waar kansen liggen om met de ruimtelijke ontwikkeling bij te dragen aan de centrale doelstelling van een inclusieve samenleving. Het natuurlijke bodem- en watersysteem is leidend bij keuzes en uitwerkingen van nieuwe ontwikkelingen (juiste functie op de juiste plek). Daarbij wordt een zorgvuldig gebruik van de ruimte nagestreefd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn klimaatadaptief (anticiperen op klimaatverandering) en natuurinclusief (een bijdrage leveren aan de (lokale) biodiversiteit en natuurwaarden). Zorgvuldig ruimtegebruik is het vertrekpunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen passen we de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toe. Transformatie en herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding) gaat boven uitbreiding. Indien nieuwe stedelijke functies in het buitengebied toch noodzakelijk zijn, worden deze zoveel mogelijk gebundeld (passend bij de aard van de opgave) en landschappelijk ingepast. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan – of doen in ieder geval geen afbreuk aan – een veilige, gezonde en groene fysieke leefomgeving.

Malden

24

BOPA Rijksweg 38-40

Uitsnede Omgevingsvisie Heumen. Tussen Malden en Nijmegen geldt dat het doel is om de groene uitloopzones en de landschappelijke verbindingen te versterken. Deze landschapszone waarin de locatie zich bevindt wordt omschreven als Landschapszone Malden-Noord. Doel is het om de Rijksweg te vergroenen en de openbare groenstructuur verder te versterken. Dit moet een positieve bijdrage leveren aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid. De Rijksweg wordt als probleemzone omgeschreven gelet op verkeer. Doel is het om dit aan te pakken. Toetsing In de omgevingsvisie staat omschreven dat het gebied ter hoogte van de Rijksweg 38-40 door de ligging onder druk staat van verstedelijking, zowel vanuit Nijmegen als Malden. Over woningbouw wordt het volgende vermeld: "Incidentele ontwikkelingen op het gebied van woningbouw blijven in de zone langs de Rijksweg mogelijk. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat sprake moet zijn van een bijdrage aan het versterken van de natuur- en belevingswaarden van het landschap en de ruimtelijke voorwaarden uit de structuurvisie Lierdal (zie paragraaf 4.4 uit deze visie)." Deze visie richt zich op het versterken van het Lierdal en de Landschapszone Malden-Noord als recreatieve uitlopers en groene (en verkoelende)longen van de Malden om de recreatiedruk beter te spreiden.

Verbetering Om de recreatieve mogelijkheden van het gebied ter hoogte van de Rijksweg 38-40 te versterken is het

BOPA Rijksweg 38-40

25

vormalige agrarisch karakter van het terrein niet gewenst. Ook het stallen van caravans past niet binnen het in toekomst gewenste landschapsbeeld. Wanneer er sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de toekomstige woning, worden de natuur- en belevingswaarden van het landschap rondom het perceel verbeterd. Conclusie Het voornemen past hiermee binnen de Omgevingsvisie Heumen.

3.4.2 Strategische Visie Gemeente Heumen 2030 'Natuurlijk met iedereen' De gemeente Heumen heeft in de strategische visie de speerpunten voor de komende 10 jaar bepaald. In de visie geeft de gemeente onder andere antwoord op de volgende vraag: Wat voor samenleving wil Heumen zijn in 2030? De visie die het antwoord is op deze vraag, is het kompas voor de komende tien jaar. Met dat kompas geeft de gemeente richting aan de samenleving die ze in 2030 willen zijn. Dat gebeurt om nog meer gezicht te geven aan de mooie gemeenschap die Heumen al is. De centrale doelstelling in de koers voor de komende 10 jaar is het zijn van een Heumense, inclusieve samenleving. De gemeente heeft zich daarbij laten inspireren door de volgende definitie: “Een inclusieve samenleving biedt alle mensen zondermeer fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid, op het gebied van arbeid, onderwijs, wonen, goederen en diensten, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur, vrijetijdsbesteding en uitgaan” (bron VNG). De gemeente Heumen stelt zich dan ook steeds de vraag: kan iedereen naar vermogen meedoen aan de lokale gemeenschap? Daarnaast gaat de gemeente in deze visie in op andere relevante aspecten. Eén daarvan is de toenemende druk op onze buitenruimte door grote opgaven als woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. De aspecten hebben ieder ingrijpende gevolgen voor het landschap.

Bovendien dwingen de beperkt beschikbare middelen én een uitbreiding van taken de gemeente om scherpe keuzes te maken. De keuzes maakt de gemeente aan de hand van het politieke koersdocument.

26

BOPA Rijksweg 38-40

Op basis van deze visie heeft de gemeente een route uitgestippeld voor de komende tien jaar. Om keuzes te maken zijn de uitgangspunten uit de visie vertaald in dit wegingskader. In dit wegingskader staat onder andere de volgende vraag: Draagt het bij aan de veiligheid van de fysieke buitenruimte in kernen en het buitengebied?

Toetsing Met het voornemen komt een agrarische functie te vervallen. Deze ontwikkeling kan op basis van de strategische visie als gewenst worden omschreven, aangezien de buitenruimte schaars is en deze beter landschappelijk gewenst kan worden ingepast. In de strategische visie wordt aangegeven dat de druk op de buitenruimte door woningbouwplannen steeds groter wordt. Het voorliggende plan, betreft de realisatie van een enkele woning, waarbij het achterste perceeldeel de agrarische functie behoudt. Enkele jaren geleden is het perceel binnen de mogelijkheden van de agrarische functie gebruikt als caravanstalling. In de toekomstige situatie komt dit te vervallen, waardoor het landschapsbeeld zal verbeteren.

Conclusie Gelet op bovenstaande is het afwijken van het Omgevingsplan in lijn met de Strategische Visie 2030.

BOPA Rijksweg 38-40

27

28

BOPA Rijksweg 38-40

Hoofdstuk 4 Aspecten van de fysieke leefomgeving 4.1

Algemeen

4.1.1 Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De gemeente mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locatie’ gaat het om het vinden van een balans tussen ‘beschermen en benutten’. Onder ‘functie’ kan worden verstaan het gebruiksdoel of de status (bijzondere eigenschap) die een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft. Het gaat in het omgevingsplan immers niet meer uitsluitend over een goede ruimtelijke ordening, maar over een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit brengt een bredere kijk op de leefomgeving met zich mee, onder meer vanuit het oogpunt van milieu, duurzaamheid en gezondheid. De ruimtelijke onderbouwing wordt zodoende opgevolgd door een “onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ”. Vaak wordt de term Goede Onderbouwing Fysieke Leefomgeving (GOFLO).

In de GOFLO kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen: Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzaamheid & gezondheid Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Flora & Fauna Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trilling Welstand Archeologie, cultuurhistorie en landschap Bodem Spuitzone onderzoek Weging van het waterbelang De relevante onderwerpen komen hieronder aan bod, om aan te tonen dat er sprake is van een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving.

4.2

Verkeer & parkeren

Voor verkeer en parkeren geldt dat géén omgevingswaarden zijn vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. Gemeenten hebben de mogelijkheid om gemeentelijke verkeers- en vervoersplannen en parkeerbeleid te vertalen in een gemeentelijke Omgevingsplan. Hiervoor zullen ze zelf invulling moeten geven aan de omgevingswaarden conform artikel 2.9 van de Wet. Parkeren in de gemeente Heumen

BOPA Rijksweg 38-40

29

Parkeren in de gemeente Heumen is gratis. In een deel van het centrum van Malden is een blauwe zone ingesteld. Hier kan met een parkeerschijf maximaal 2 of 3 uur geparkeerd worden. Bij het realiseren van een nieuwe plan moet rekening gehouden worden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van het initiatief is aangesloten op de maximale normen van het CROW. Deze cijfers dienen dan ook als basis in onderstaande motivatie. Met betrekking tot de woningtypologie en ligging is uitgegaan van een vrijstaande koopwoning in de rest bebouwde kom in een matig stedelijk gebied. 4.2.1 Verkeersgeneratie Volgens de CROW-normen bedraagt de verkeersgeneratie voor een vrijstaand (koop)huis in de rest bebouwde kom van een matig stedelijk gebied 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Verandering t.o.v. de oude situatie In het verleden werd de locatie gebruikt als opslagterrein. De opslag van caravans, (boot)trailers en ander materieel, brengt in het campingseizoen de nodige verkeersbewegingen met zich mee. CROW-publicatie 381 beschikt niet over kencijfers voor een caravanstalling. Het kencijfer voor reguliere opslag, betreft ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief' waarbij wordt gerekend met 5,7 verkeersbewegingen per 100m² bruto vloeroppervlak.

De kengetallen zijn voor een caravan- en (boot)traileropslag mogelijk te hoog om een goed beeld te geven. De caravanstalling beschikte over circa 50 plaatsen. Deze 50 plaatsen werden tijdens de vakantieperiodes volledig benut. In de vakantieperiodes ontstonden bij de uitrit aan de Rijksweg pieken in het aantal verkeersbewegingen. Door deze piepmomenten ontstand er verkeershinder aan de Rijksweg, door uitrijdende auto's met caravans of trailers. De totale verkeersgeneratie per jaar zal in de toekomstige woonsituatie met 8,6 verkeersbewegingen per dag hoger uitvallen. Doordat echter sprake is van een woonhuis, worden de verkeersbewegingen gelijkmatig over het jaar verdeeld, met een nagenoeg gelijk aantal verkeersbewegingen per dag. Bij een woonhuis is er dus geen sprake van piekmomenten, waardoor overlast in de toekomstige situatie zal worden beperkt. Op basis van de beoordeling van de mogelijke nevenfuncties op basis van de functie 'Agrarische met waarden - Landschap en Natuur', kan worden geconcludeerd dat de verkeersgeneratie van een woonfunctie gunstiger zal zijn in het kader van verkeersoverlast. De toegenomen verkeersgeneratie op basis van de woonfunctie, zal niet voor verkeersoverlast zorgen aan de Rijksweg. De Rijksweg (N884) betreft een provinciale weg met een hoge verkeersafwikkelende werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15096605/1