Bijlage I Routekaart Heumen
Tekst van het document
Routekaart Energietransitie Heumen Gemeente Heumen
Concept eindrrapportage
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding
3
2.
Samenvatting
5
3.
Analyse stand van zaken
7
4.
Energiescenario’s 2030 en 2050
10
5.
Routekaart Energietransitie
18
2
1.
Aanleiding
Gemeente Heumen heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Om de weg hiernaartoe inzichtelijk te maken, heeft de gemeente in 2017 samen met stakeholders en bestuurders een routekaart opgesteld. Deze routekaart is een analysedocument waarin de doelstelling klimaatneutraal is uitgewerkt in subdoelen, aanpakken en projecten op verschillende gebieden. De gemeente heeft behoefte aan een actualisatie van de routekaart uit 2017, die is opgesteld met inmiddels verouderde gegevens. In januari 2020 heeft de raad een amendement aangenomen waarin uitgangspunten zijn opgenomen voor het vervolgproces rondom duurzame energie opwek in de gemeente. Deze uitgangspunten zijn bepalend voor de route richting 2030 en 2050 en een belangrijk onderdeel bij het opstellen van de routekaart. Eén van deze uitgangspunten betreft een nieuwe berekening (t.o.v. de routekaart uit 2017) van de benodigde hoeveelheid grootschalige duurzame energie opwek in 2050. De gemeente Heumen heeft aan Over Morgen gevraagd om de routekaart uit 2017 te actualiseren.
Het doel van de actualisatie van de routekaart is om een begrijpelijk beeld te geven van de huidige stand van zaken, de voortgang richting het doel van Klimaatneutraal en de opgave waar de gemeente nu nog voor staat; hoeveel CO2-uitstoot moet er worden bespaard en hoeveel duurzame energie opwek moet er worden gerealiseerd? Hierdoor wordt duidelijk hoe groot de klimaatopgave voor de gemeente is om haar eigen doelstelling te behalen. Aanpak Om tot de actualisatie van de huidige routekaart te komen, hebben we vier stappen doorlopen: 1. Analyse stand van zaken: We hebben de huidige stand van zaken richting een Klimaatneutraal Heumen in 2050 geanalyseerd. De uitkomsten hebben we verwerkt in een overzichtelijke one-pager en gedeeld met de gemeenteraad door middel van een informatienota. 2. Berekenen opgave voor 2050: We hebben energiescenario’s voor 2050 en 2030 gemaakt met het Energie Transitie Model (ETM) van Quintel om een beeld te geven van de opgave die de gemeente heeft om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De scenario’s zijn besproken tijdens een werksessie met betrokkenen van de gemeente en verrijkt met lokale kennis. 3. Maken van de routekaart 2030/2050: Op basis van de energiescenario’s hebben we een helder gevisualiseerde routekaart voor 2030/2050 opgesteld.
Hieruit blijkt in één oogopslag hoe het pad naar klimaatneutraal kan worden gerealiseerd met een focus op elektriciteit omdat de meeste interesse van de gemeente uitgaat naar de opgave voor grootschalige opwek. 4. Presentatie opgave en voorkeursscenario’s: Op 25 november 2021 wordt de routekaart aan de raad gepresenteerd tijdens een raadsinformatieavond. Wat is klimaatneutraal? Klimaatneutraal betekent dat de gemeente Heumen geen negatieve bijdrage aan het klimaat levert. Dit omvat alle maatregelen om klimaatverstoring als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen door menselijk handelen te voorkomen, terug te dringen en te compenseren. De focus van deze routekaart ligt op de energietransitie, ofwel de energiegerelateerde CO2-emissies. Deze emissies vormen verreweg het grootste aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. Het terugdringen van andere broeikasgassen zoals stikstof en methaan zijn geen onderdeel van deze routekaart. Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 hebben we een samenvatting opgenomen van de uitkomsten van de opdracht. In hoofdstuk 3 analyseren we de huidige stand van zaken op het gebied van energie en CO2. In hoofdstuk 4 lichten we de
3
gemaakte energiescenario’s voor een klimaatneutraal Heumen in 2030 en 2050 toe. In hoofdstuk 5 presenteren we de routekaart elektriciteit.
4
2.
Samenvatting Huidige stand van zaken Het grootste deel van de CO2-uitstoot van de gemeente Heumen is afkomstig van de sectoren Gebouwde Omgeving (40kT) en Transport en Mobiliteit (55kT). Een grote hoeveelheid van de uitstoot van Transport en Mobiliteit wordt veroorzaakt door de A73 die door de gemeente loopt. Heumen zelf heeft weinig invloed op het beperken van deze uitstoot. Wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik en het energieaanbod in Heumen is te zien dat de gemeente achterloopt op de doelen uit de Routekaart van 2017 en de doelen uit het amendement van januari 2020. Dit laat onderstaande afbeelding zien.
Het doel (stippenlijn) ten aanzien van warmte opwekking is niet gehaald. Er zijn relatief weinig warmtepompen. Ook wordt er onvoldoende elektriciteit centraal opgewekt. Indien het initiatief zonnepark Teersche Sluispolder gerealiseerd wordt kan dit een positieve impact hebben op het behalen van de ambitie. Het doel ten aanzien van het decentraal opwekken van elektriciteit is wel gehaald. Echter is de verwachting dat de tot nu toe sterk stijgende lijn van zonnepanelen op daken afvlakt vanwege beperkte geschiktheid van de overige daken. Scenario 2030 In het 2030 scenario neemt het energieverbruik af van 1.400 TJ naar 1.289 TJ. In lijn met de landelijke trends neemt het gasverbruik af terwijl het elektriciteitsverbruik toeneemt. In dit scenario is de totale CO2reductie van 1990 tot 2030 47,7%. In 2030 komt ongeveer de helft van de benodigde elektriciteit vanuit opwek met zonnepanelen binnen de gemeente Heumen. De andere helft wordt geïmporteerd, dit is veelal afkomstige van fossiele bronnen.
5
Scenario 2050 Het energiescenario 2050 is gebaseerd op het doel van 95% CO2-reductie in 2050 en 100% energieneutraal. In het scenario 2050 neemt het energieverbruik af van 1.400 TJ naar 880 TJ. Het gasverbruik gaat bijna naar 0. In plaats van grijs gas zal er in de toekomst groen gas worden gebruikt. In 2050 is ongeveer 440 TJ aan elektriciteit nodig. Alle benodigde elektriciteit komt in ons scenario vanuit opwek met zonnepanelen binnen de gemeente Heumen (daken en zonneparken). Routekaart naar 2050
De elektriciteitsbehoefte van 440 TJ wordt deels ingevuld met zonnepanelen op daken (grootschalig en kleinschalig) en deels met windturbines en zonnevelden. Dit is de totale opgave. In de oude routekaart was de opgave lager ingeschat (zie vorige pagina), namelijk 150 TJ grootschalige opwek (centrale opwek) en 71 TJ kleinschalige opwek (decentrale opwek). Dat komt omdat hier nog maar heel beperkt rekening was gehouden met een toename van het elektriciteitsverbruik voor warmte en de elektrificifatie van mobiliteit.
6
3.
Analyse stand van zaken 3.1. Broeikasgas-voetafdruk Heumen Voor het in beeld brengen van de huidige situatie hebben we gebruik gemaakt van Klimaatmonitor 2018 data. Inmiddels is 2019 data beschikbaar. Voor het uitvoeren van deze opdracht maakt het niet veel verschil, zeker omdat we de data hebben aangevuld met lokale informatie. Heumen is een licht groeiende gemeente met 16.462 inwoners in 2018 en 16.570 inwoners in 20211. De A73 loopt dwars door Heumen heen. Dit verklaart het grote aandeel van Transport en Mobiliteit in de totale broeikasgasvoetafdruk van Heumen (zie figuur rechts). Bijna 50% van de CO2uitstoot wordt veroorzaakt door Transport en Mobiliteit, waarvan de helft personenvervoer en de helft vrachtvervoer.
De rest van de CO2-uitstoot is afkomstig uit de gebouwde omgeving en de landbouw. De CO2-uitstoot van de sector industrie is verwaarloosbaar in Heumen. Vrijwel de gehele CO2-uitstoot vanuit de landbouw is afkomstig van niet-energie gerelateerde CO2-emissies, namelijk mest, fermentatie en landbewerking. In onze opdracht focussen we ons op de energie-gerelateerde CO2-emissies. Bovenstaande figuur laat zien dat de sectoren Gebouwde omgeving en Transport en Mobiliteit hierin het meest relevant zijn en voor zo’n 95% van de energiegerelateerde CO2-emissies zorgen. Een groot deel van de CO2-emissies in de landbouw zijn niet-energie gerelateerd. 3.2. Energieverbruik en aanbod in Heumen De plaat op de volgende pagina laat de stand van zaken op het gebied van energie zien. Een eerdere versie van deze plaat is ook gedeeld met de gemeenteraad in de informatienota. De stippellijnen in de plaat zijn gebaseerd op de doelen uit het amendement van januari 2020 en de routekaart uit 2017. De balkjes geven de stand van zaken weer, gebaseerd op Klimaatmonitor data2. De grafieken zijn verdeeld in drie thema’s: warmte, centrale opwek van elektriciteit en decentrale opwek van elektriciteit. Er kan worden geconcludeerd dat gemeente Heumen achter ligt op de route die in 2017 en in het amendement is vastgesteld.
1 Primos Online - Bevolking - Heumen (abfresearch.nl)
2 DASHBOARD - Heumen (databank.nl)
7
Warmte Op het gebied van warmte zien we nog weinig ontwikkeling in Heumen. Er wordt met name biomassa gebruikt als alternatief voor gas. Het aandeel warmtepompen is nog relatief laag. Op dit onderdeel is nog de meeste inspanning nodig. Centrale opwek van elektriciteit Het energieverbruik is op dit moment vrijwel volledig fossiel. Er zijn geen windturbines in Heumen en ook geen zonnevelden. Wel is er een initiatief voor een zonnepark van 17 hectare in Malden (Teersche Sluispolder). Ten slotte ligt er op dit moment (CBS, 2020) 2,4 MW aan zonnepanelen op grote daken. Dat is slechts 3,5% van de potentie van grote daken3. De benutting van grote daken voor zonnepanelen loopt daarmee ook enorm ver achter bij de ambitie die is uitgesproken in de RES om in 2030 30% van het dakoppervlak te benutten. Het doel voor grootschalige opwek (centrale opwek) in de oude routekaart was 151 TJ (10 miljoen kWh opwek grote daken en 32 miljoen kWh opwek zonnevelden en windturbines is omgerekend 151 TJ). Decentrale opwek van elektriciteit Voor de benutting van kleine daken is in de RES Arnhem Nijmegen geen ambitie bepaald, maar in de Routekaart uit 2017 wordt een ambitie van 19,7 miljoen kWh uitgesproken, ofwel 71 TJ. Op dit moment ligt er voor 8,2 MW aan zonnepanelen op kleine daken (CBS, 2020). Dat is 26 TJ. Afgaande op de geïdentificeerde potentie van kleine daken4 is 19% van de potentie benut.
Een aandachtspunt is wel dat deze ontwikkeling waarschijnlijk binnenkort zal afvlakken, in verband met de geschiktheid van daken waar nog geen panelen op liggen.
3 dashboard | ZON-OP-DAK (arcgis.com)
4 dashboard | ZON-OP-DAK (arcgis.com)
8
Energiebesparing Verder nog het benoemen waard is het feit dat het energieverbruik sinds 2014 amper afneemt (zie volgende pagina). Dat is zorgelijk. Want zowel in het Gelders Energie Akkoord als in het Nationale SER Energieakkoord is 1,5% energiebesparing per jaar afgesproken. Het gasverbruik is in de afgelopen jaren gelijk gebleven, terwijl dit hoort af te nemen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het elektriciteitsverbruik hoort toe te nemen, omdat mensen elektrisch gaan verwarmen. Het elektriciteitsverbruik in de gemeente Heumen neemt juist licht af.
9
4.
Energiescenario’s 2030 en 2050
We hebben het Energie Transitie Model5 (ETM) van Quintel gebruikt om de ontwikkeling van de energievraagen aanbod te berekenen voor 2030 en 2050. Voor 2030 hebben we een scenario ontwikkeld gebaseerd op de actuele trends en ontwikkelingen, de Klimaat- en Energieverkenning 20206, aangevuld met lokaal en regionaal beleid, zoals de RES Arnhem-Nijmegen. Voor 2050 hebben we een scenario ontwikkeld dat leidt tot een klimaatneutraal Heumen. 4.1. Energiescenario 2030 – actuele trends en ontwikkelingen 4.1.1. Toelichting op het scenario Het energiescenario is te vinden via deze link: https://pro.energytransitionmodel.com/saved_scenarios/11254. Samengevat is de 2030 situatie als volgt: -
Het energieverbruik neemt af van 1.400 TJ naar 1.289 TJ. Het gasverbruik in de gebouwde omgeving daalt aanzienlijk, net als het gebruik van fossiele brandstoffen. Het elektriciteitsverbruik neemt toe, wat geheel in lijn is met de landelijke trends.
5 Energietransitiemodel (energytransitionmodel.com)
6 Klimaat- en Energieverkenning 2020 | PBL Planbureau voor de Leefomgeving
10
-
De benodigde energie om de energievraag in te vullen is 1.577 TJ. Het verschil tussen energievraag (1.289 TJ) en de benodigde energie om deze vraag in te vullen (1.577 TJ) ontstaat onder andere door verlies en conversie. Daardoor is meer energie nodig om aan de vraag te voldoen. Dat energie verloren gaat kan worden voorkomen door te werken met opslag van elektriciteit en warmte. In ons scenario hebben we nog geen rekening gehouden met opslag van elektriciteit en warmte.
-
De CO2-reductie tussen 1990 en 2030 is -47,7% in plaats van 55% (Gelders Energie Akkoord). Voor huishoudens en gebouwen/niet-huishoudens (de gebouwde omgeving) bedraagt de CO2reductie 53,5% (zie figuur 1).
Figuur 1: CO2-uitstoot gemeente Heumen
Figuur 2: Herkomst van elektriciteit
-
Om 1577 TJ aan energie op te wekken worden verschillende bronnen gebruikt, waaronder zon, restwarmte, omgevingswarmte (voor warmtepompen) en gas.
-
In 2030 komt ongeveer de helft van de benodigde elektriciteit vanuit opwek met zonnepanelen binnen de gemeente Heumen. De andere helft wordt geimporteerd en is grotendeels afkomstig van fossiele energiebronnen.
4.1.2. Uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten die we hebben gebruikt worden hieronder beschreven: Huishoudens
11
-
Voor huishoudens houden we rekening met 1,0% isolatiebesparing van de warmtevraag per jaar. Dit is conform de prognose van de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Op deze manier worden appartementen gemiddeld naar label B geïsoleerd, terwijl hoekhuizen en twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande woningen en rijtjeshuizen gemiddeld naar label C gaan.
-
Verder houden we ermee rekening dat 10% van de woningeigenaren van gas op een bodemwarmtepomp overstapt, 10% op een luchtwarmtepomp en 10% op een hybride warmtepomp. Verder hebben we een klein deel kleinschalige warmtenetten gemodelleerd (zo’n 10%, oftewel een kleine 800 woningen), die worden gevoed met zonthermie, biomassa en collectieve warmtepompen. Er is nog geen rekening gehouden met geothermie en aquathermie.
-
Volgens de Nationale Energieverkenning worden alle apparaten 15% zuiniger in 2030 (Nationale Energieverkenning 2017). Wij zijn iets behoudender hierin en hebben 10% energiebesparing door apparaten aangehouden.
-
In 2030 zullen er geen gloeilampen meer worden gebruikt. De helft van de woningen zal worden verlicht met LED lampen. De andere helft met spaarlampen.
-
Ten slotte zal het koken op gas richting 2050 geheel verdwijnen. Voor 2030 houden we aan dat het aandeel koken op gas afneemt van 69% naar 50%.
Gebouwen/niet woningen -
Ook voor gebouwen gaan we uit van een 1,0% besparing van de warmtevraag per jaar. Het isolatieniveau van gebouwen zal daardoor gemiddeld naar label B gaan.
-
We voorzien een flinke stijging in het gebruik van elektrische warmtepompen in combinatie met warmte en koude opslag (WKO).Wij hebben in het scenario aangenomen dat in 2030 25% van de gebouwen/niet woningen gebruikt maakt van zo’n oplossing. Verder hebben we een aangenomen dat 20% van de gebouwen/niet woningen in 2030 wordt aangesloten op een warmtenet. Hierbij zal het gebruik van een collectieve warmtepomp het meest logisch zijn.
-
Verlichting vormt een groot deel van het energieverbruik van gebouwen. We gaan conform de trendontwikkeling uit van 50% LED en 50% duurzame TL-buizen in 2030.
-
Ten slotte hebben we een groei van 1% per jaar van het aantal gebouwen in Heumen gemodelleerd.
Transport -
Een groot deel van het energieverbruik in Heumen wordt veroorzaakt door passagiersvervoer en vrachtvervoer dat gebruik maakt van de Waal en de snelwegen A73. De gemeente Heumen heeft geen directe invloed op de CO2-reductie van het vervoer op deze snelweg.
-
We zijn voor 2030 niet uitgegaan van een modal shift (overstap van auto naar OV of fietsen) maar hebben aangenomen dat de verdeling van vervoersmiddelen min of meer gelijk blijft. Daarnaast verwachten we geen groei meer van het totale aantal reizigerskilometers. De afgelopen jaren stabiliseerde dit aantal al.7 Wellicht neemt het aantal reizigerskilometers af door een toename van het thuiswerken.
-
In 2030 zal 20% van de personenauto’s elektrisch zijn in het scenario. We houden vooralsnog geen rekening met een aandeel waterstofauto’s en hebben dit getal op 0% gezet. In het geval van vrachtvervoer voorzien we wel een aandeel van 10% waterstof. Waterstof is een brandstof die met name voor zwaar transport interessant zal zijn.
-
We gaan ervanuit dat het bestuursakkoord Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer voor 100% duurzaam busvervoer in 2030 wordt gehaald. Dat betekent dat het busvervoer ofwel elektrisch, ofwel op waterstof rijdt in 2030.
-
Verder zal 10% van de binnenvaart overstappen van diesel op het minder vervuilende LNG. We voorzien ook een ontwikkeling van elektrische binnenvaart, maar dat is nog hoogst onzeker en kan in het ETM nog niet worden gemodelleerd.
7 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/45/groei-afgelegde-kilometers-in-nederland-vlakt-af
12
Industrie -
In het klimaatakkoord staat dat in 2030 17% van de warmtevraag in de industrie elektrisch verwarmd moet worden. We zijn ervan uitgegaan dat een deel van de voedselindustrie in Heumen (20%) in 2030 gebruikt maakt van een elektrische stoomketel en een klein deel (5%) een biomassaketel.
-
In de overige industrie wordt in Heumen al veel elektriciteit gebruikt en wij voorzien een verdere stijging naar 70%. We voorzien ook hier conform de Klimaat en Energieverkenning een klein aandeel biomassaketels (5%).
-
Voor de rest is alleen de sector ICT nog enigszins relevant in Heumen. De groei daarvan hangt sterk af van de komst van datacenters. We hebben vooralsnog een beperkte groei van 20% tussen 2018 en 2030 aangehouden.
Landbouw -
In de sector landbouw voorzien we een jaarlijkse efficiencyverbetering van 1,5%. Op dit moment komt de warmte voor de landbouw voor een deel vanuit een warmtenet. Dit zijn individuele gasgestookte WKK’s die in het ETM onder het onderwerp warmtenetten vallen. De impact hiervan is niet relevant voor de routekaart.
Aanbod -
We hebben geen windturbines ingeladen in het 2030 scenario. Wel hebben we het zonnepark in het scenario meegenomen dat wordt ontwikkeld in Malden van 17 hectare.
-
Wat betreft zonnepanelen op daken gaan we uit van de doelen zoals die in de RESSEN zijn afgesproken, namelijk 30% benutting van daken met zonnepanelen. We hanteren dit getal ook voor kleine daken.
4.2. Energiescenario 2050 – Klimaatneutraal 2050 4.2.1. Toelichting op het scenario Het energiescenario voor 2050 is te vinden via deze link: https://pro.energytransitionmodel.com/saved_scenarios/11253. Het energiescenario 2050 is gebaseerd op het doel van 95% CO2-reductie in 2050 en 100% energieneutraal. Hierbij is de methodiek van de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-20508 als basis gebruikt, waarbij we zijn uitgegaan van nationale sturing, gecorrigeerd voor de regionale context waar van toepassing. Samengevat is de 2050 situatie als volgt: -
Het energieverbruik neemt af van 1.400 TJ naar 880 TJ. Het gasverbruik in de gebouwde omgeving gaat bijna naar 0, net als het gasverbruik in de industrie en landbouw. In plaats van grijs gas zal er in de toekomst groen gas worden gebruikt.
-
Figuur 3: Methodiek Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 Het verschil tussen energievraag (880 TJ) en de benodigde energie om deze vraag in te vullen (1.437 TJ) ontstaat door warmte en elektriciteitsverlies. Bijvoorbeeld doordat de geproduceerde warmte niet nodig
8 Zie https://www.tennet.eu/nl/bedrijf/publicaties/ii3050.
13
is en daardoor verloren gaat. Dat energie verloren gaat kan worden voorkomen door te werken met opslag van elektriciteit en warmte. In ons scenario hebben we nog geen rekening gehouden met opslag van elektriciteit en warmte.
14
-
Om 1437 TJ aan energie op te wekken worden verschillende bronnen gebruikt, waaronder zon, restwarmte, omgevingswarmte (voor warmtepompen) en hernieuwbaar gas.
-
Het elektriciteitsverbruik stijgt enorm, van 180 TJ naar 425 TJ in 2050. Dit is overigens in lijn met de verwachting voor heel Nederland, waar een vertweevoudiging tot een verdriedubbeling van het elektriciteitsverbruik wordt verwacht. Er is 442 TJ aan elektriciteit nodig om te voorzien in de vraag.
-
We hebben nog geen rekening gehouden met het gebruik van warmtenetten in de landbouw en industrie. Daar is nog weinig over bekend. Maar omdat de landbouw en industrie zeer klein zijn in Heumen heeft dit weinig gevolgen voor het scenario.
-
De CO2-reductie tussen 1990 en 2050 is -99,9% in plaats van 95% (Klimaatakkoord). Dat komt omdat er veel onzekerheden in een 2050 scenario zitten en het op dit moment lastig is om te voorspellen waar een deel van de CO2-uitstoot overblijft.
-
In 2050 is ongeveer 440 TJ aan elektriciteit nodig. Alle benodigde elektriciteit komt in ons scenario vanuit opwek met zonnepanelen binnen de gemeente Heumen (daken en zonneparken) (zie figuur 4). Dat betekent concreet 71 MW aan zonnepark. In de bovenstaande energiemix staat 48 hectare aan zonnepark, maar dit is uiteraard afhankelijk van de wijze waarop het zonnepark wordt ingepast. Over het algemeen is tegenwoordig voor 1 MW aan geinstalleerd vermogen ongeveer 1 hectare aan landschappelijk ingepast zonnepark nodig.
-
Ten slotte zien we een grote vraag naar biomassa en biogas. Dat komt zoals gezegd doordat een deel van de gebouwde omgeving, landbouw en industrie in ons scenario groen gas gebruikt. Dat komt met name omdat wij op dit moment nog niet weten welke bronnen en technieken het beste geschikt zijn voor het vervangen van de overblijvende gasvraag. Hetzelfde geldt voor vrachtverkeer en binnenvaart, waarbij nog steeds een deel benzinegebruik staat ingevoerd in het model voor vrachtwagens en LNG voor binnenvaartschepen. Hierdoor ontstaat een grote vraag naar natte biomassa, die de beschikbaarheid van biomassa in Heumen flink overstijgt en dus moet worden geimporteerd. Overigens
Figuur 4: Herkomst van elektriciteit
Figuur 5: Potentie van biomassa
zullen er mogelijk nieuwe technieken komen, zoals elektrische binnenvaart, waardoor de vraag naar biomassa wat lager zal uitvallen dan in het gemaakte scenario.
4.2.2. Uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten die we hebben gebruikt worden hieronder beschreven: Huishoudens
15
-
Voor huishoudens houden we rekening met 1,0% isolatiebesparing van de warmtevraag per jaar. Dit is conform de prognose van de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en hebben wij doorgetrokken naar 2050. Op deze manier worden alle woningen gemiddeld naar label A of B geïsoleerd.
-
We hebben een deel kleinschalige warmtenetten gemodelleerd (zo’n 25%, oftewel zo’n 2.000 woningen), die worden gevoed met geothermie, zonthermie, biomassa en collectieve warmtepompen. Er is nog geen rekening gehouden met aquathermie.
-
Verder houden we ermee rekening dat een groot deel van de woningeigenaren van gas op een luchtwarmtepomp overstapt (46%), 9% op een bodemwarmtepomp en 20% op een hybride warmtepomp.
-
Waar we in het 2030 scenario 10% energiebesparing door apparaten hebben aangehouden, denken we dat er richting 2050 nog eens 5% extra wordt bespaard.
-
In 2030 zullen er bijna geen spaarlampen meer worden gebruikt. 90% van de woningen zal worden verlicht met LED lampen.
-
Koken op gas is in 2050 geheel verdwenen. We hebben 100% inductie koken aangehouden.
Gebouwen/niet woningen -
Ook voor gebouwen gaan we uit van een 1,0% besparing van de warmtevraag per jaar tot aan 2050. Het isolatieniveau van gebouwen zal daardoor gemiddeld naar label A gaan.
-
We gaan ervan uit dat in 2050 een groot deel van de gebouwen/niet woningen gebruik maakt van een elektrische warmtepompen in combinatie met warmte en koude opslag (WKO) (55%) en 45% op een warmtenet is aangesloten, gevoed met een collectieve warmtepomp, gasketel (groen gas) of geothermie.
-
Verlichting vormt een groot deel van het energieverbruik van gebouwen. In 2050 heeft 95% van de gebouwen LED-verlichting, en 5% een hoge opbrengst TL-buis.
-
Ten slotte gaan we ervanuit dat het aantal gebouwen in Heumen jaarlijks groeit met 0,5% (voor 2030 1% per jaar en daarna minder).
Transport -
We zijn voor 2050 niet uitgegaan van een modal shift (overstap van auto naar OV of fietsen) maar hebben aangenomen dat de verdeling van vervoersmiddelen min of meer gelijk blijft. Daarnaast verwachten we ook voor 2050 geen groei van het totale aantal reizigerskilometers.
-
In 2050 verwachten we dat 95% van de personenauto’s elektrisch is en een klein deel rijdt op waterstof (5%). Treinen en motoren rijden 100% elektrisch. In het geval van vrachtvervoer voorzien we dat een aanzienlijk deel op waterstof rijdt (50%) en de rest elektrisch (25%) en benzine (25%, bio-ethanol).
-
De binnenvaart gebruikt bio-LNG in ons scenario, maar in de toekomst zal mogelijk een deel ook elektrisch varen.
Industrie -
In de sector Overige industrie wordt in Heumen voorzien wij een verdere stijging van het gebruik van elektriciteit naar 80% en de rest gebruikt waterstof (20%).
-
In de voedselindustrie zijn hoge temperaturen nodig. Daarom gebruikt in 2050 een groot deel (50%) een elektrische stoomketel, en de rest produceert met waterstof (25%) of met een ketel werkend op groen gas (25%). De ontwikkelingen in de industrie zijn overigens nog hoogst onzeker, maar omdat de industrie klein is in Heumen heeft dit weinig impact op het scenario.
-
Voor de rest is alleen de sector ICT nog enigzins relevant in Heumen. De groei daarvan hangt sterk af van de komst van datacenters. We hebben vooralsnog een beperkte groei van 50% tussen 2018 en 2050 aangehouden.
Landbouw -
In de landbouw voorzien we een mix in het gebruik van biomassa, een elektrische warmtepomp en een gasketel (groen gas).
Aanbod
16
-
We hebben geen windturbines ingeladen in het 2050 scenario (zie figuur 4). Er is 71 MW aan zonnepark nodig om vraag en aanbod van elektriciteit aan elkaar te matchen. Er kan ook worden gekozen voor een mix van zonneparken en windturbines. Bijvoorbeeld 35 MW aan zonnepark en 5 windturbines van 3 MW.
-
Wat betreft zonnepanelen op daken gaan we uit van een verdere benutting van de daken van 30% naar 50%. Ook voorzien we een efficiencyverbetering van zonnepanelen naar 400wp per paneel. Niet al het dakoppervlak kan (volledig) worden benut vanwege beperkingen in aansluit- en teruglevermogelijkheden of een ongeschikte dakconstructie.
-
We gaan er vooralsnog vanuit dat de vraag naar waterstof wordt geïmporteerd met vrachtwagens. Het zou ook kunnen dat Heumen een deel van de waterstofvraag zelf produceert. Figuur 6 laat zien dat de waterstofvraag van 128 TJ (zie energiemix pagina 13) in het ETM geheel wordt geïmporteerd.
Figuur 6: Vraag en aanbod van het centrale waterstofnet
17
5.
Routekaart Energietransitie
In het vorige hoofdstuk zijn de energiescenario’s voor 2030 en 2050 gepresenteerd. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de stand van zaken (hoofdstuk 3) en de energiescenario’s (hoofdstuk 4) een beeld geschetst van de route die de gemeente Heumen moet doorlopen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Hierbij is gefocust op de route voor elektriciteit, waarin de ontwikkeling van de vraag naar elektriciteit en de ontwikkeling van het aanbod van duurzame opwek in beeld is gebracht, incl. de handvatten die de gemeente heeft om de ontwikkeling positief te beïnvloeden. 5.1. Routekaart elektriciteit
Zoals het energiescenario voor 2050 laat zien zal de vraag naar elektriciteit in 2050 zo’n 440 TJ bedragen. De elektriciteitsbehoefte van 440 TJ wordt deels ingevuld met zonnepanelen op daken (grootschalig en kleinschalig) en deels met windturbines en zonnevelden. Dit is de totale opgave. Daarnaast is er ook een (groene) waterstofvraag. Waterstof wordt gemaakt met elektriciteit die wordt opgewekt met zonnepanelen of windturbines. Zoals in hoofdstuk 4.2.2 beschreven kan deze waterstof worden geïmporteerd. Het zou ook kunnen dat Heumen een deel van de waterstofvraag zelf produceert. De routekaart laat ook de elektriciteitsvraag zien incl. de waterstofvraag. In ons scenario ontstaat er vanaf 2030 een waterstofvraag, maar die vraag kan natuurlijk ook eerder ontstaan. In verband met de onduidelijkheid over de herkomst van waterstof stellen we dat de opgave minimaal 440 TJ bedraagt en doen we nog geen uitspraken over een eventuele additionele opgave. 5.2. Opgave 2030 en 2050 De vraag naar elektriciteit kan worden gereduceerd door te isoleren en door alternatieve bronnen en technieken voor verwarming toe te passen, waardoor er minder elektriciteit voor verwarming van de gebouwde omgeving nodig is.
72
De overblijvende vraag naar elektriciteit wordt binnen Heumen ingevuld met wind en zon. Een deel kan worden ingevuld met zonnepanelen op daken. Hierbij zijn we uitgegaan van een realistische benutting van alle in potentie geschikte daken in Heumen van 30% in 2030 en 50% in 2050. Veel in potentie geschikte daken vallen af door een ongeschikte dakconstructie, of onmogelijkheid tot aansluiting op het elektriciteitsnet.
18
De resterende opgave van 233 TJ moet in 2050 zijn ingevuld met zonneparken (grondgebonden zon) of windturbines om het doel van Klimaatneutraal te realiseren.
19