Bijlage I Ontwerp Vaststellingsbesluit gemeenschappelijke regeling Munitax
Tekst van het document
B&W BESLUIT
Onderwerp: besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Beuningen
Datum: xxxxxx
Burgemeester en wethouders van Heumen; Overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd; de gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 aan deze wet moeten zijn aangepast; de Wet elektronische publicaties in werking is getreden; de gemeenschappelijke regeling hierop aangepast moet worden; gezien het daartoe strekkende verzoek van het college van de centrumgemeente van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen; gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen zienswijzen en toestemming van de gemeenteraad van de gemeente Heumen;
Besluit vast te stellen de navolgende wijziging van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen. ARTIKEL I De gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen wordt als volgt gewijzigd. A. De eerste zin van de regeling wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst De colleges van burgemeester en wethouders De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen, Druten, van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Groesbeek, Heumen en Wijchen, Druten, Heumen en Wijchen,
Zaak Document
: :
213949 214292
B. Artikel 1, sub a van de regeling wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst a. de gemeenten: de aan deze regeling a. de gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten Beuningen, Druten, deelnemende gemeenten Berg en Dal, Groesbeek, Heumen en Wijchen; Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen; C. Aan artikel 1 wordt een sub e en sub f toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst e. regeling: Regeling gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen; f. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. D. Artikel 2, lid 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 3. De gemeenten sluiten één of meer dienstverleningsovereenkomst af om het in artikel 2, eerste lid, gestelde doel te realiseren. E. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente van vestiging van overeenkomstige toepassing. 2. De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de regeling. 3. Als beheerseenheden worden aangemerkt de door het dagelijks bestuur als zodanig aangewezen organisatieonderdelen.
Nieuwe tekst 3. De gemeenten sluiten één of meer dienstverleningsovereenkomsten met de centrumgemeente af om het in artikel 2, eerste lid, gestelde doel te realiseren
Nieuwe tekst 1. Het college van de gemeente Beuningen draagt zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze centrumregeling. 2. De aangewezen archivaris van de gemeente Beuningen is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4, lid 1 van de Archiefwet 1995. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, lid 1 en artikel 13 van de
Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Beuningen. F. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. Toetreding tot de Regeling door andere gemeenten behoeft goedkeuring van de deelnemende gemeenten. 2. Deze regeling kan worden gewijzigd, dan wel worden opgeheven na een daartoe strekkend besluit van de deelnemende gemeenten. 3. De deelnemende gemeenten kunnen besluiten tot opheffing van de regeling. In dat geval stelt de centrumgemeente een liquidatieplan op met daarin opgenomen de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Indien zich gedurende die periode omstandigheden van buitengewone aard voordoen die desondanks tot uittreding c.q. opheffing van de regeling kunnen dwingen, zal hiervan na instemming tussen de gemeenten kunnen worden afgeweken. 5. Onder deze omstandigheden van buitengewone aard als bedoeld in het vorige lid van dit artikel wordt mede verstaan de situatie, dat het aantal categorieën van producten, waarop de Regeling betrekking heeft, op grond van een wettelijk voorschrift, dat niet door de gemeenten is vastgesteld, wordt verminderd. 6. Uittreding vindt niet eerder plaats dan per 31 december van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van tenminste twee jaar.
Nieuwe tekst De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
7. De financiële gevolgen van uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. Onder deze gevolgen wordt in ieder geval verstaan het ontstaan van wachtgeldverplichtingen. 8. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van uittreding als bedoeld in lid 6, wordt voorafgaande aan die uittreding door de deelnemende gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. G. Artikel 9 wordt vernummerd naar artikel 14. H. Vervolgens wordt een nieuw artikel 9 toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 9 Wijziging 1. Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot een wijziging van deze regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemende colleges. 3. De wijziging van deze regeling wordt als voorgenomen besluit voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, die binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp van de wijzing hun zienswijze hierover kunnen uitbrengen. 4. De deelnemers gaan pas over tot een definitieve wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers.
I. Na het (nieuwe) artikel 9 wordt een nieuw artikel 10 toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 10 Toetreding 1. Een college kan een verzoek tot toetreding richten aan het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente doet een voorstel tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden en stelt een toetredingssom vast. 3. De toetreding, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de toetreding akkoord zijn. 4. De toetreding vindt niet eerder plaats dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van het toetredende college. 5. De toetreding tot de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot toetreding. J. Na het (nieuwe) artikel 10, wordt een nieuw artikel 11 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 11 Uittreding 1. Een deelnemer kan een verzoek tot uittreding uit de regeling indienen bij het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 3.
Het college van de centrumgemeente inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het uittredingsplan.
4. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het college van de centrumgemeente een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van dit college het uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. Het in het vorige lid bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 6. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 7. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de centrumgemeente die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 8. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de centrumgemeente die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 9. De centrumgemeente brengt de uittreedsom in rekening bij de uittredende deelnemer.
De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van deze uittreedsom. 10.De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden.
11.De uittreding uit de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot uittreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de deelnemende gemeenten. Tussen het besluit tot uittreding en de feitelijke uittreding moeten ten minste 2 jaren gelegen zijn. K. Na het (nieuwe) artikel 11 wordt een nieuw artikel 12 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 12 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkend besluit van alle colleges van de deelnemende gemeenten. Een verzoek tot uittreding van minimaal twee derde van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot opheffing. 2. Indien een besluit tot opheffing, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, zal het college van de centrumgemeente een opheffingsplan opstellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en de personele gevolgen hiervan. Het opheffingsplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor de centrumgemeente heeft verband houdende met het personeel. 4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan. L. Na het (nieuwe) artikel 12 wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 13 Evaluatie
1. Elke deelnemer kan een verzoek om evaluatie van de regeling bij het college van de centrumgemeente indienen. 2. Het college van de centrumgemeente beslist op het verzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. M. Artikel 14 (na vernummering van artikel 9 naar artikel 14) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 14 Slotbepalingen Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding 1. De 'Regeling Gemeenschappelijk 1. De datum van ingang van deze regeling is 1 Belastingkantoor Beuningen, Druten, Heumen januari 2012. en Wijchen, in werking getreden per 1-1-2011 2. Het college van de centrumgemeente maakt op basis van besluitvorming van de colleges deze regeling tijdig bekend in het gemeenteblad overeenkomstig het bepaalde van de deelnemende gemeenten, wordt ingetrokken met ingang van de in het 3e lid in artikel 26 van de wet. genoemde datum van ingang, met dien 3. Het college van de centrumgemeente voegt verstande dat zij van toepassing blijft op de de gegevens van deze regeling toe in het register zoals bedoeld in artikel 136, lid 1 van feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. de wet. 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van deze regeling is 1 januari 2012. 4. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. 5.
De gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van de regeling. 6. Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'. N. Na het (gewijzigde) artikel 14 wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.
O. De ondertekening wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Wijchen. P. De toelichting op artikel 7 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 7. Archief Als er binnen een Gemeenschappelijke regeling geen Archiefverordening en/of Besluit Informatiebeheer zijn, gelden die van gemeente van vestiging. Voor wat betreft de archiefbepaling in de GR zijn destijds, in nauwe samenwerking met Bestuurlijk Juridische Zaken, zgn. modelbepalingen opgesteld die ook zijn opgenomen ín de Modelbepalingen voor Gemeenschappelijke Regelingen zoals bv Nijmegen die hanteert. Lid 1 Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente van vestiging van overeenkomstige toepassing. Lid 2 De aan de uitvoering van het tweede lid verbonden kosten komen ten laste van de regeling. Lid 3 Als beheerseenheden worden aangemerkt de door het dagelijks bestuur als zodanig aangewezen organisatieonderdelen.
Nieuwe tekst Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen.
Nieuwe tekst Artikel 7.Archief Als er binnen een Gemeenschappelijke regeling geen Archiefverordening en/of Besluit Informatiebeheer zijn, gelden die van gemeente van vestiging. Het artikel is aangepast aan de bepalingen van de Archiefwet.
Q. De toelichting op artikel 8 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 8. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Dit artikel regelt de procedure en gevolgen bij toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de Regeling. R. De toelichting op artikel 9 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 9. Slotbepalingen Deze regeling wordt begripsvormend en aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.
S. De toelichting op artikel 10 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
T.
Nieuwe tekst Artikel 8. Duur van de regeling Dit artikel bepaalt dat de regeling voor onbepaalde tijd is aangegaan.
Nieuwe tekst Artikel 9. Wijziging Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven om de regeling te wijzigen. Daarvoor is met deze bepaling een voorziening getroffen. Iedere deelnemer kan voorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling doen. De colleges besluiten hierover unaniem (art. 1 lid 5 jo. lid 1 Wgr), na toestemming van hun raden (art. 1 lid 5 jo. lid 4 Wgr).
Nieuwe tekst Artikel 10 Toetreding Dit artikel regelt de procedure voor toetreding van nieuwe partijen, voor zover die partijen daartoe op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd zijn. Toetreding kan geschieden bij gelijkluidend besluit van de colleges én het potentieel deelnemende college (art. 1 lid 3 jo. lid 1 Wgr). De colleges moeten daarvoor toestemming van hun raden hebben (art. 1 lid 3 jo. lid 2 Wgr), zoals ook het potentieel toetredende college dat nodig heeft. Toetreding vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgens op het besluit tot toetreding.
De toelichting op artikel 11 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 11 Uittreding Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 9 Wgr expliciet bepaald dat er nu in de regeling (voor zowel bepaalde als onbepaalde tijd) bepalingen moeten worden opgenomen over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon (GR) en de deelnemende gemeenten. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (proces en inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. Met artikel 11 wordt dit geregeld. In deze artikelen wordt de procedure, de voorwaarden en de gevolgen van uittreding beschreven. Hiermee is het voor deelnemers op voorhand duidelijk hoe de procedure tot uittreding verloopt, hoe de uittreedsom wordt bepaald en dat de uittredende deelnemer deze moet betalen. Een uittredende deelnemer is verantwoordelijk voor de kosten die met de uittreding gepaard gaan. Daarbij valt te denken aan frictie-, desintegratie- en projectkosten. Om de uittredingssom onafhankelijk te laten vaststellen is gekozen voor het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige door het college van de centrumgemeente.
U. De toelichting op artikel 12 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
V. De toelichting op artikel 13 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
W. De toelichting op artikel 14 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 12 Opheffing Dit artikel regelt de opheffing. Daartoe zijn gelijkluidende besluiten van minimaal twee derde van de individuele colleges vereist (lid 1), inclusief de benodigde toestemming van de raden. Het bestuur stelt vervolgens een opheffingsplan op (lid 2). Het opheffingsplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het opheffingsplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan (lid 4).
Nieuwe tekst Artikel 13 Evaluatie Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 11a Wgr de verplichting geïntroduceerd dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling moeten worden opgenomen. Voor de centrumgemeente is gekozen om dat deelnemers een verzoek om evaluatie kunnen doen.
Nieuwe tekst Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding Het oude artikel 9 is geheel gewijzigd en aangepast aan het nieuwe artikel 26 Wgr (inwerkingtreding Wet elektronische publicaties).
X. De toelichting op artikel 15 wordt toegevoegd: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt begripsvormend en aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2024.
Malden, xxxxi 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen,
mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris
mr. J.W.M.S. Minses Voorzitter