CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Ontwerp aanpassing centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang in regio

Raad 11 december 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang Gelderland-Zuid4.968 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerp Aanpassing Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland 2026 Deze centrumregeling heeft betrekking op de samenwerking tussen 13 gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen en regio Rivierenland op het terrein van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Wijchen, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft; Overwegende dat: -

-

de 13 gemeenten in de regio’s Rijk van Nijmegen en Rivierenland sinds september 2021 samenwerken op basis van de centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland: deze samenwerking in 2024 in opdracht van de portefeuillehouders beschermd wonen en maatschappelijke opvang is geëvalueerd en de centrumregeling op basis hiervan is geactualiseerd; de verwachting is dat de doordecentralisatie beschermd wonen met ingang van 1 januari 2027 of later zal plaatsvinden: los van de datum van ingang van de daadwerkelijke doordecentralisatie de samenwerking te continueren op de terreinen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en de regionale taken op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. de samenwerking in de vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling; een enkelvoudige centrumregeling (zonder openbaar lichaam en gemeenschappelijk orgaan) hiervoor de meest geschikte vorm blijft; de gemeente Nijmegen als centrumgemeente voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg heeft gefungeerd; dit wil voortzetten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg; de geactualiseerde centrumregeling die ingaat met ingang van ..

2026 waarmee de regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland een niet vrijblijvende governance geregeld hebben, die voldoet aan de Norm van Opdrachtgeverschap en voldoet aan de verplichting om regionaal samen te werken in het kader van de Wmo 2015: zij daarom deze centrumregeling willen voortzetten waarin aan de gemeente Nijmegen het mandaat wordt verleend om als centrumgemeente beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in te kopen, te subsidiëren, contract- en accountmanagement uit te voeren, te monitoren, te declareren en te betalen, kwaliteitsbewaking en handhaving uit te voeren.

Gelet op: - hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; - de door de raden van voornoemde gemeenten aan hun colleges van burgemeester en wethouders verleende toestemming tot het aangaan van deze samenwerking en het vaststellen van deze regeling overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Besluiten: Vast te stellen de Centrumregeling beschermd Wonen en maatschappelijke opvang regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begrippen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: 1. beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio: gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen en de regio Rivierenland, exclusief Maasdriel en Zaltbommel en inclusief Mook en Middelaar; 2. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijnde gemeente Nijmegen; 3. de gemeenten: Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Wijchen; 4. de regiogemeenten: de gemeenten exclusief gemeente Nijmegen. 5. bestuurlijk kernteam: drie portefeuillehouders, één vanuit de gemeente Nijmegen, één vanuit de regio Rijk van Nijmegen en één vanuit de regio Rivierenland. Artikel 2 Doel van de centrumregeling In deze centrumregeling zijn de afspraken vastgelegd tussen 13 gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen en regio Rivierenland - inclusief Mook en Middelaar - over de uitvoering van de taken rondom beschermd wonen, maatschappelijke opvang inclusief regionale taken op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.

De gemeenten gaan daartoe de komende jaren een onderlinge samenwerking aan met als doel het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en de regionale taken op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Hierdoor wordt het behalen van schaalvoordelen, het stimuleren van de samenwerking tussen de gemeenten, de spreiding van voorzieningen, de beheersing van de middelen en eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s geregeld. Artikel 3 Uitgangspunten voor samenwerking 1. De gemeenten sluiten bij het uitvoeren van de taken binnen de samenwerking aan bij de regionale beleidskaders Samen Dichtbij, de evaluaties van Samen Dichtbij, het regioplan en andere aanverwante regionale beleids- en visiedocumenten of beleid wat hiervoor in de plaats komt. 2. Strategische beleidskaders en beleidsuitgangspunten blijven regionaal gelijk. Daarbinnen heeft elke gemeente ruimte voor lokale ambities, beleidsontwikkeling, processen en uitvoering mits deze niet van invloed zijn op de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 3. De gemeenten vullen hun rol in de zin van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 in. 4. De gemeenten werken regionaal samen aan de regionale beleidsopgaven.

Iedere gemeente levert minimaal 0,2 fte ambtelijke beleidscapaciteit om de regionale opgaven te realiseren. 5. De gemeenten geven invulling aan de transformatie van beschermd wonen in intramurale voorzieningen naar beschermd wonen thuis in de samenleving door meer in te zetten op ambulante ondersteuning en uiteenlopende woonvarianten verspreid in de regio. 6. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk om de lokale sociale basis voor inwoners op orde te brengen zoals benoemd in de regionale beleidskaders, zodat inwoners kunnen meedoen en

7.

zo lang mogelijk zelfstandig, al dan niet met ondersteuning, kunnen wonen. Zwaardere zorg en/of een beroep op beschermd wonen en maatschappelijke opvang en verslavingszorg wordt daardoor alleen ingezet als het echt nodig is. Om de uitstroom te bevorderen van zowel de dag- en nachtopvang als de 24-uursopvang zetten gemeenten zich in om meer voorzieningen te realiseren in beide regio’s.

Hoofdstuk 2 Centrumgemeente Artikel 4 Aanwijzing centrumgemeente Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente voor deze Centrumregeling. Artikel 5 Taken 1. De colleges van de regiogemeenten dragen in de dienstverleningsovereenkomst, aan het college van Nijmegen, taken op ter verwezenlijking van het doel zoals omschreven in artikel 2 van deze centrumregeling. 2. De taken richten zich in ieder geval op de inkoop of subsidiëring, declareren en betalen, contract- en relatiemanagement, monitoren, kwaliteitsbewaking en handhaving van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, regionale taken op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in het kader van de Wmo 2015. 3. Nijmegen kan als centrumgemeente nog andere taken uitvoeren voor de regiogemeenten, vast te leggen in de dienstverleningsovereenkomst. 4. Nijmegen zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wmo 2015 in de geest van deze regeling invullen. De centrumgemeente krijgt van de regiogemeenten de ruimte om deze rol in te vullen. 5. Bij onvoorziene omstandigheden en urgente kwesties die vragen om slagvaardigheid en doorzettingskracht zal centrumgemeente Nijmegen het bestuurlijk kernteam van de regio beschermd wonen en maatschappelijke opvang raadplegen voor advies. Dit binnen de aangegeven beleids- en inkoop en regiobegroting kaders. 6.

De leden van het bestuurlijk kernteam, worden door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten voorgedragen voor een periode van twee jaar. Artikel 6 Bevoegdheden colleges 1. Ter verwezenlijking van het doel, kunnen de colleges van de regiogemeenten aan het college van Nijmegen taken opdragen en bevoegdheden mandateren begrensd door wetgeving, jurisprudentie en de financiële kaders van de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. De bevoegdheden die ter uitvoering van deze regeling worden gemandateerd, worden in een mandaatregeling opgenomen. De mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de colleges en burgemeesters van de regiogemeenten. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van volmacht door de burgemeesters tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen door Nijmegen namens de regiogemeenten. 4. Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente voor wat betreft de taken die aan Nijmegen worden opgedragen. Hoofdstuk 3 Financiering, begroting en verantwoording Artikel 7 Financiering Beschermd wonen. 1. De regionale taak beschermd wonen wordt bekostigd uit de rijksmiddelen die centrumgemeente Nijmegen hiervoor ontvangt.

2.

3.

Wanneer de financiële doordecentralisatie van beschermd wonen ingaat ontvangen alle gemeenten – naast het rijksbudget welke de centrumgemeente ontvangt voor beschermd wonen - middelen voor beschermd wonen en worden deze middelen voor de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang geoormerkt door de deelnemende gemeenten. Met ingang van de financiële doordecentralisatie worden de lokaal ontvangen rijksbudgetten beschermd wonen beschikbaar gesteld aan de centrumgemeente voor bekostiging van de regionale taken beschermd wonen. De afspraken hierover worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst.

Artikel 8 Financiering maatschappelijke opvang en de regionale taken voor openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg 1. De financiële middelen van maatschappelijke opvang en de regionale taken voor verslavingszorg en openbare geestelijke gezondheidszorg gaan via de rijksbudgetten welke de centrumgemeente Nijmegen ontvangt. 2. De kosten voor het verlenen van zorg, de personele en overhead kosten voor het uitvoeren van regionale taken op het gebied van maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheid en verslavingszorg worden betaald vanuit de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 9 Regiobegroting Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en de regionale taken openbare gezondheidszorg en verslavingszorg 1. De rijksmiddelen die worden ontvangen voor beschermd wonen (lokaal en centrumgemeente), maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg vormen samen met de Eigen Bijdragen (beschermd wonen en maatschappelijke opvang) het regiobudget beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. Het regiobudget beschermd wonen en maatschappelijke opvang, is het financieel kader voor besteding en leidend voor de taken zoals benoemd onder lid 1 van dit artikel. 3. Alle regiogemeenten geven de centrumgemeente het mandaat om de (meerjaren-) regiobegroting te laten vaststellen, met in achtneming van 4b, hieronder. 4.

Bij besteding van middelen en het opstellen van de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelden de volgende afspraken: a. De centrumgemeente stelt jaarlijks, in overleg met regiogemeenten, een regionale meerjarenbegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang op basis van benodigde inkoop, subsidies, innovaties en actuele ontwikkelingen op. De personele en overhead kosten voor het uitvoeren van de regionale taken worden betaald vanuit het regiobudget. b. De regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt voorgelegd aan de portefeuillehouders beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de deelnemende gemeenten voor bestuurlijke overeenstemming. c. Jaarlijks wordt er verantwoording afgelegd op doelrealisatie aan de portefeuillehouders beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de deelnemende gemeenten. Dit om gezamenlijk te kunnen blijven sturen op de beweging, transformatie en realisatie in de regio als geheel. d. Jaarlijks worden per deelnemer de voorschotten verrekend met de daadwerkelijk, in het voorgaande jaar, gerealiseerde kosten. Het tekort of overschot wordt conform de afspraken in de dienstverleningsovereenkomst met de deelnemers verrekend. e.

De rijksmiddelen die de gemeenten in regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland ontvangen voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang, en openbare gezondheidszorg (voor de regionale taken) en verslavingszorg worden eerst volledig uitgenut alvorens een bijdrage van regiogemeenten wordt gevraagd.

Artikel 10 Dienstverleningsovereenkomst 1. In een tussen de colleges van de regiogemeenten en gemeente Nijmegen te sluiten dienstverleningsovereenkomst, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze centrumregeling. In de dienstverleningsovereenkomst wordt in ieder geval geregeld: a. De uitvoeringskaders behorende bij de genoemde taken; b. De kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door Nijmegen moet voldoen; c. De hoogte van de financiële bijdrage voor de taakuitvoering door de centrumgemeente Nijmegen; d. De informatieplicht en verantwoordingsplicht van het college van Nijmegen aan de colleges van de regiogemeenten; e. De wijze waarop de colleges van de regiogemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden; f. Nadere uitwerking van solidariteits- en vereveningsprincipe; g. Kosten verbonden aan uittreding en verrekening hiervan. 2. De plicht, als bedoeld in het vorige lid, onder d, houdt in ieder geval in het verstrekken van alle gegevens aan de regiogemeenten die voor de uitvoering van de wetgeving door de gemeenten van belang zijn. 3. Indien partijen daartoe besluiten kan de dienstverleningsovereenkomst tussentijds gewijzigd worden. Artikel 11 Voorzitter/ regionale procesmanager De deelnemende gemeenten kunnen kiezen voor de aanstelling van een onafhankelijke voorzitter en een regionale procesmanager.

Hoofdstuk 3 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 12 Wijziging van de regeling 1. Iedere deelnemende regiogemeente kan een voorstel doen tot wijziging van deze regeling. 2. De gewijzigde regeling wordt pas voorgelegd voor toestemming aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de gewijzigde regeling akkoord zijn. 3. De deelnemende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers. 4. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag volgend op die waarop deze door centrumgemeente Nijmegen bekend is gemaakt, tenzij bij de gewijzigde regeling anders is bepaald. 5. Op wijziging van deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel 13 Toetreding tot de regeling 1. Iedere potentiële nieuwe deelnemer kan een voorstel doen tot toetreding van een gemeente aan deze regeling. 2. Bij toetreding van een gemeente maken de deelnemers afspraken over een herschikking van de financiële bijdragen. 3. De toetreding, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de toetreding akkoord zijn. 4. De toetreding vindt niet plaats dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van de toetredende gemeente. 5.

Toetreding tot deze regeling door andere gemeenten is gedurende het eerste jaar na het treffen van deze regeling niet mogelijk.

6.

Op toetreding tot deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Uittreding uit de regeling 1. Een deelnemer die wenst uit te treden maakt dit voornemen schriftelijk kenbaar aan de overige deelnemers. 2. Een deelnemer besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe toestemming heeft verleend. 3. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. 4. Onverminderd het derde lid, is uittreding gedurende de eerste drie jaar na aangaan van deze regeling, niet mogelijk. 5. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende regiogemeente en worden alleen in rekening gebracht als de regiogemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de desintegratie uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (balans, exploitatiecijfers, overige cijfers) van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. 6. De uittredingskosten zoals bedoeld in lid 5 worden vastgesteld door een door de centrumgemeente en de uittredende deelnemer gezamenlijk aan te wijzen deskundige.’ 7.

De uittredende deelnemer ontvangt van de centrumgemeente bij uittreding een eindafrekening, met een verrekening van de voorschoten en de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daarnaast worden in de eindafrekening de kosten opgenomen die verband houden met de uittreding. Een en ander wordt nader uitgewerkt in de dienstverleningsovereenkomst. 8. Naar aanleiding van de uittreding wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 14, of heffen zij de regeling op, conform artikel 15. 9. Op uittreding uit deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel 15 Opheffing van de regeling 1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van minimaal twee derde van de deelnemers. Een verzoek tot uittreding van minimaal twee derde van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot opheffing. 2. Indien een besluit tot opheffing, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, geven de deelnemers een onafhankelijke registeraccountant de opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de regiogemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en de personele gevolgen hiervan. 4. Het college van Nijmegen is belast met de uitvoering van het opheffingsplan bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 16 Evaluatie en doorontwikkeling Deze regeling zal elke vier jaar worden geëvalueerd onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze evaluatie zullen worden verstrekt aan de colleges van de

deelnemende gemeenten. Onderdeel van de evaluatie is de vraag op welke wijze de centrumregeling kan worden doorontwikkeld. Artikel 16a Participatie van ingezetenen Ingezetenen kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspreken bij de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 17 Duur Deze regeling is voor onbepaalde tijd getroffen. Artikel 18 Geschillen Onverminderd artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden geschillen over deze regeling onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. Voordat een dergelijk advies wordt gevraagd, dient het geschil besproken te worden in een afvaardiging van de deelnemende colleges. Wanneer dit niet leidt tot overeenstemming wijst iedere deelnemer een onafhankelijke deskundige aan. De aangewezen deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de advies- commissie optreedt. Het opdrachtgeverschap aan de commissie wordt door de deelnemers gezamenlijk vervuld. De kosten van de onafhankelijke deskundige worden naar rato verdeeld over de deelnemende gemeenten. Artikel 19 Inzending en bekendmaking 1. Het college van Nijmegen zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Gelderland en van Limburg. 2. Het college zoals genoemd in het eerste lid draagt tevens zorg voor bekendmaking van de regeling overeenkomstig artikel 26 van de wet. 3.

Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. Artikel 20 Archivering 1. Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze centrumregeling, op basis van de archiefverordening van de gemeente Nijmegen. 2. Ten aanzien van de door de colleges van de regiogemeenten gemandateerde taken, berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij die colleges, conform de archiefverordeningen van de regiogemeenten. 3. Eén van de gemeentearchivarissen van de centrumgemeente dan wel de regiogemeenten houdt namens alle deelnemende colleges toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. Bij opheffing van de centrumregeling treffen de colleges een voorziening voor het beheer van de overgebleven archiefbescheiden, de gemeentearchivarissen van de deelnemende gemeenten gehoord. Artikel 21 Privacy Het in achtnemen van de privacy met betrekking tot de door de centrumgemeente uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die de centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert conform de privacy wet- en regelgeving.

Artikel 22 Klachten Klachten die betrekking hebben op de uitoefening van bevoegdheden die in mandaat van de centrum- gemeente worden uitgevoerd door medewerkers van de centrumgemeente worden afgehandeld volgens de klachtenregeling van de centrumgemeente.

Artikel 23 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop centrumgemeente Nijmegen deze regeling op de gebruikelijke wijze bekend heeft gemaakt. Artikel 24 Intrekking bestaande regelingen en mandaten Met de inwerkingtreding van deze regeling vervallen eventuele bestaande regelingen en mandaten met betrekking tot de domeinen beschermd wonen en maatschappelijke opvang van deze regeling. Artikel 25 Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als: centrumregeling ‘Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland’.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van De gemeentesecretaris, De Burgemeester,

Toelichting bij Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland Artikelsgewijze toelichting 1.1 Inleiding Voor wat betreft de verplichte samenwerkingstaken uit de Wmo 2015 op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang vervult Nijmegen de verplichte rol van centrumgemeente voor regionale samenwerking. Gelet op de schaalvoordelen van regionale samenwerking en de verdere verplichting van rijkswege tot samenwerking binnen de Wmo 2015 is in 2021 besloten om samenwerking te formaliseren in de vorm van een centrumregeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Met de geactualiseerde centrumregeling is een niet vrijblijvende governance geregeld, die voldoet aan de Norm van Opdrachtgeverschap en voldoet aan de verplichting om regionaal samen te werken in het kader van de Wmo 2015. 1.2 Centrumregeling Voor het aangaan van een centrumregeling op basis van de Wgr door colleges, dienen de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders toestemming te vragen aan hun gemeenteraden (art. 1, lid 2 Wgr). De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

1.3 Deelnemers Aan de centrumregeling nemen de colleges van burgemeester en wethouders deel van alle gemeenten in regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland: - Berg en Dal - Beuningen - Buren - Culemborg - Druten - Heumen - Mook en Middelaar - Neder-Betuwe - Nijmegen - Tiel - West Betuwe - West Maas en Waal - Wijchen De gemeente Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente. Hiermee is sprake van een enkelvoudige centrumregeling. Wanneer er meer gemeenten zijn die taken uitoefenen voor andere deelnemers is er sprake van een meervoudige centrumregeling. Het ligt voor de hand om Nijmegen aan te wijzen als centrumgemeente, aangezien deze de rol als centrumgemeente op grond van de Wmo voor de taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang vervult. Uit efficiency oogpunt is in 2021 ervoor gekozen om taakuitvoering waar mogelijk te concentreren bij één centrumgemeente. Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen nader toegelicht. De regeling wordt aangegaan met 13 gemeenten. Ieder heeft daarin zijn eigen rol, als centrumgemeente of regiogemeente. Verder zijn ze gelijkwaardig en hebben dezelfde (stem)rechten.

Artikel 2 Doel van de centrumregeling Artikel 10, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bepaalt dat het belang ter behartiging waarvan de regeling is getroffen in de regeling staat vermeld. De vorm voor samenwerking binnen het sociale domein in de provincie Gelderland is een centrumregeling op grond van artikel 8 lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit is de meest lichte – geformaliseerde – publieke samenwerkingsvorm die mogelijk is voor overheden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een gemeenschappelijk openbaar lichaam, wordt bij een centrumregeling geen nieuwe organisatie met rechtspersoonlijkheid in het leven geroepen. Ook kent een centrumregeling geen formeel besluitvormend orgaan zoals een algemeen of dagelijks bestuur of bestuurscommissie. Bij een centrumregeling kan worden bepaald dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van de aan de regeling deelnemende gemeenten (regiogemeenten), voortaan in mandaat kunnen worden uitgeoefend door bestuursorganen of ambtenaren van een van de deelnemende gemeenten (de centrumgemeente). De gemeenten in Gelderland-Zuid hebben aan de centrumgemeente een mandaat afgegeven. De basis voor deze vorm van samenwerking wordt gelegd in de tekst van de centrumregeling. Per deelnemer kunnen er vervolgens in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken worden gemaakt.

Artikel 3 Uitgangspunten voor de samenwerking De centrumregeling regelt de juridische samenwerkingsvorm. De uitgangspunten die aan deze samenwerking ten grondslag liggen zijn opgenomen in dit artikel. Hierin geven we ook aan wat de bronnen zijn waar deze uitgangspunten in zijn vastgelegd. Artikel 4 Aanwijzing centrumgemeente In dit artikel wordt Nijmegen aangewezen als centrumgemeente. Artikel 5 Taken De taken die gedefinieerd zijn onder deze regeling worden beschouwd als een minimumpakket dat gelijk is voor alle deelnemende gemeenten. In onderling overleg kan het takenpakket worden uitgebreid of aangepast; dat kan gezamenlijk door aanpassing van het handvest of tussen betreffende regiogemeente en Nijmegen door aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst. Nijmegen zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de geest van deze regeling invullen. Het gaat daarbij zowel om de wettelijke taken: beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Voorbeelden van onvoorziene omstandigheden voor het bestuurlijk kernteam zijn calamiteiten, publicitaire zaken, opschalen winteropvang en acute wijzigingen van het budget binnen de vastgestelde regiobegroting.

Artikel 6 Bevoegdheden Per deelnemende gemeente is een mandaatregeling gemaakt, waarin de relevante bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders aan het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen zijn gemandateerd. Ook is een volmacht verstrekt voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Bevoegdheden die niet worden gemandateerd blijven bij het bestuursorgaan dat de bevoegdheden bezit. De centrumgemeente kan de opgedragen taken door inkoop- of subsidie laten uitvoeren. Bij inkoop in een samenwerkingsverband speelt aanbestedingsrecht een belangrijke rol. De inkoop of subsidiëring en de onderhandelingen geschiedt door de centrumgemeente Nijmegen – onder voorbehoud van instemming deelnemers – binnen de afgesproken kaders.

Bij deze manier van inkopen, zijn maximale efficiencyvoordelen te behalen. Door grotere volumes, zal er sprake zijn van een sterkere onderhandelingspositie die tot kostenbesparingen en betere voorwaarden kan leiden. Ook kunnen voordelen (financieel en op het gebied van kennisopbouw) behaald worden door het centraliseren en standaardiseren van de inkoopprocessen en organisatie. Daarnaast richt de samenwerking zich op overleg en afstemming tussen de deelnemende gemeenten met betrekking tot het sociale domein. Verbetering van kwaliteit en het benutten van schaalvoordeel is leidend. Artikel 7 en 8 Financiële middelen De regionale taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en openbare gezondheidszorg worden bekostigd uit de rijksmiddelen die de centrumgemeente ontvangt. Met ingang van de financiële doordecentralisatie van deze middelen aan de individuele gemeenten, stellen deze gemeente dit beschikbaar voor de bekostiging van de regionale taken. Deze baten vormen samen de regiobegroting beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 9 Regiobegroting De kostenverdeling bestaat uit twee componenten: − Een onderdeel voor de technische uitvoering van de inkoop en subsidie (lid 4). − Een onderdeel voor de vergoeding van het daadwerkelijke gebruik van zorg (lid 4). Voorts wordt voor de kostenverdeling een solidariteitsprincipe gehanteerd.

Artikel 10 Dienstverleningsovereenkomst Binnen de variabelen die binnen de centrumregeling worden vastgelegd, kan de centrumgemeente met afzonderlijke regiogemeenten dienstverleningsovereenkomsten afsluiten. De centrumgemeente heeft met alle regiogemeenten één gezamenlijke dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Tussen de colleges wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten waarin nadere uitwerking wordt gegeven aan de regeling. In dit handvest wordt tenminste geregeld: − De uitvoeringskaders; − De kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door Nijmegen moet voldoen; − De uitwerking van de kostenverdeelsleutel cq.de wijze waarop de deelnemende gemeenten een financiële bijdrage leveren in de kosten die Nijmegen maakt voor de uitvoering van de krachtens de regeling opgedragen taken en bevoegdheden; − De informatieplicht en verantwoordingsplicht van het college van de centrumgemeente Nijmegen aan de overige colleges van de regiogemeenten; − De wijze waarop de colleges van de regiogemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden. In een dienstverleningsovereenkomst tussen de centrumgemeente Nijmegen en elke andere deelnemer afzonderlijk wordt per taakgebied of per taak nadere uitwerking gegeven aan de regeling. Tevens regelt de DVO het mandaat dat aan de centrumgemeente wordt verleend.

Artikel 11 voorzitter Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikelen 12, 13, 14 en 15 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Een gemeenschappelijke regeling die voor onbepaalde tijd is getroffen (zie artikel 17) dient bepalingen te bevatten omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (artikel 9, lid 1 Wgr). Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot wijziging. Over een wijziging moeten alle deelnemers overeenstemming bereiken. De colleges van burgemeester en wethouders besluiten over de wijziging nadat ze daarvoor toestemming van hun gemeenteraden hebben gehad. Voor het wijzigen van de centrumregeling is toestemming van de gemeenteraden van alle deelnemers en besluitvorming in alle colleges van burgemeester en wethouders vereist. Voordat een

wijziging wordt doorgevoerd, is instemming van twee derde van de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders vereist. Het eerste jaar na het aangaan van de regeling is toetreding van nieuwe deelnemers niet mogelijk. Dit om de deelnemers in de nieuwe regeling de kans te geven onderling hun draai te vinden en om tijdige besluitvorming over het aangaan van de regeling te stimuleren. Toetreding van nieuwe deelnemers na het eerste jaar vergt een wijziging van de regeling. Dit kan op voorstel van elk van de deelnemers. Toetreding kan plaatsvinden, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. Het besluit tot wijziging van de regeling vindt plaats na toestemming van hun gemeenteraden. Uittreding van deelnemers is de eerste drie jaar niet mogelijk. Na deze periode kan uittreding niet eerder worden geeffectueerd dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Uittreding van deelnemers vergt een wijziging van de regeling. Ook kan naar aanleiding van de uittreding besloten worden de regeling op te heffen. Na een daartoe strekkend besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van twee derde van de deelnemers zal de regeling worden opgeheven. Bij besluitvorming telt de stem van iedere regiogemeente even zwaar.

Artikel 16 Evaluatie De centrumregeling zal elke vier jaar worden geëvalueerd onder gezamenlijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze evaluatie zullen worden verstrekt aan de deel- nemende colleges. Artikel 16a participatie Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 17 Duur De voorkeur wordt gegeven aan een regeling voor onbepaalde tijd ten opzichte van een regeling voor bepaalde tijd. Wanneer na evaluatie geconcludeerd wordt dat de regeling effectief is en voortzetting behoeft, hoeft hiervoor geen nieuwe regeling in het leven te worden geroepen. Bij een regeling voor bepaalde tijd zou de regeling op een in de regeling genoemde datum vervallen. Artikel 18 Geschillen Artikel 28 van de Wgr bepaalt dat geschillen omtrent de toepassing van de regeling door gedeputeerde staten worden beslecht, tenzij deze onder de bevoegdheid van een rechter vallen. Onverminderd deze bepaling worden geschillen over de regeling onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies. Voordat dit daadwerkelijk gebeurd, dient de kwestie besproken te worden in een afvaardiging van de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders. Wanneer dit niet tot een oplossing leidt benoemen de colleges van burgemeester en wethouders elk een onafhankelijk deskundige. Deze deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de adviescommissie optreedt.

De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Artikel 19 inzending Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 20 Archivering De archivering met betrekking tot de door de centrumgemeente Nijmegen uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die deze gemeente ook voor haar eigen processen hanteert. Hierbij worden in ieder geval de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht genomen, zoals (maar niet uitsluitend) de bepalingen uit de Archiefwet, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wmo 2015.

Artikel 21 Privacy Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 22 Klachten Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 23 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het laatste deelnemende college deze regeling bekend heeft gemaakt. De centrumgemeente is gehouden aan de publicatie van de regeling. Wanneer een van de gemeenteraden geen toestemming verleent, heeft dit geen opschortende werking voor het aangaan van de regeling. De regeling zal dan zonder de betreffende deelnemer worden aangegaan. (Artikel 1 Wgr. De toestemming van de raad kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang) Artikel 24 Intrekking bestaande regelingen en mandaten Dit artikel behoeft geen toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16189919/1