CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I. Onderbouwing van de wijzigingen

Raad 1 februari 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijk belastingkantoor Beuningen (Munitax)1.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing wijzigingen Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen Oud artikel

Nieuw artikel

Onderbouwing

Eerste zin van de regeling: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen en Wijchen,

Eerste zin van de regeling: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen,

De tekst is aangepast aan de juiste gemeentenaam (na de herindeling van Groesbeek, Millingen a/d Rijn en BeekUbbergen tot gemeente Berg en Dal).

Artikel 1

Artikel 1, sub e en f: e. regeling: Regeling gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen; f. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

Toevoeging van twee definities die in de tekst van de gemeenschappelijke regeling worden gebruikt.

Artikel 7 1. Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente van vestiging van overeenkomstige toepassing. 2. De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de regeling. 3. Als beheerseenheden worden aangemerkt de door het dagelijks bestuur als zodanig aangewezen organisatieonderdelen.

Artikel 7 1. Het college van de gemeente Beuningen draagt zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze centrumregeling. 2. De aangewezen archivaris van de gemeente Beuningen is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform

Artikel is aangepast aan de bepalingen van de Archiefwet 1995.

artikel 4, lid 1 van de Archiefwet 1995. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, lid 1 en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Beuningen. Artikel 8 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing 1. Toetreding tot de Regeling door andere gemeenten behoeft goedkeuring van de deelnemende gemeenten. 2. Deze regeling kan worden gewijzigd, dan wel worden opgeheven na een daartoe strekkend besluit van de deelnemende gemeenten. 3. De deelnemende gemeenten kunnen besluiten tot opheffing van de regeling. In dat geval stelt de centrumgemeente een liquidatieplan op met daarin opgenomen de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Indien zich gedurende die periode omstandigheden van buitengewone aard voordoen die desondanks tot uittreding c.q. opheffing van de regeling kunnen dwingen, zal hiervan na instemming tussen de gemeenten kunnen worden afgeweken. 5. Onder deze omstandigheden van buitengewone aard als bedoeld in het

Artikel 8 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

De Wgr kent onderscheid in regelingen voor bepaalde en onbepaalde tijd. Deze regeling geldt voor onbepaalde tijd.

vorige lid van dit artikel wordt mede verstaan de situatie, dat het aantal categorieën van producten, waarop de Regeling betrekking heeft, op grond van een wettelijk voorschrift, dat niet door de gemeenten is vastgesteld, wordt verminderd. 6. Uittreding vindt niet eerder plaats dan per 31 december van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van tenminste twee jaar. 7. De financiële gevolgen van uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. Onder deze gevolgen wordt in ieder geval verstaan het ontstaan van wachtgeldverplichtingen. 8. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van uittreding als bedoeld in lid 6, wordt voorafgaande aan die uittreding door de deelnemende gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. -

Artikel 9 Wijziging 1. Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot een wijziging van deze regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemende

Het oude artikel 8 wordt “opgeknipt” in 4 nieuwe artikelen. Dit artikel gaat over de wijziging van de regeling. Dit artikel schetst de procedure tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling.

colleges. 3. De wijziging van deze regeling wordt als voorgenomen besluit voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, die binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp van de wijzing hun zienswijze hierover kunnen uitbrengen. 4. De deelnemers gaan pas over tot een definitieve wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers. -

Artikel 10 Toetreding 1. Een college kan een verzoek tot toetreding richten aan het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente doet een voorstel tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden en stelt een toetredingssom vast. 3. De toetreding, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de toetreding akkoord zijn. 4. De toetreding vindt niet eerder plaats dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van het toetredende college. 5. De toetreding tot de regeling

Het oude artikel 8 wordt “opgeknipt” in 4 nieuwe artikelen. Dit artikel gaat over de toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Dit artikel schetst de procedure tot toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling.

geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot toetreding. -

Artikel 11 Uittreding 1. Een deelnemer kan een verzoek tot uittreding uit de regeling indienen bij het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. Het college van de centrumgemeente inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het uittredingsplan. 4. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het college van de centrumgemeente een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van dit college het uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. Het in het vorige lid bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die

Het oude artikel 8 wordt “opgeknipt” in 4 nieuwe artikelen. Dit artikel gaat over de uittreding van deelnemers uit de regeling. Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 9 Wgr expliciet bepaald dat er nu in de regeling (voor zowel bepaalde als onbepaalde tijd) bepalingen moeten worden opgenomen over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon (GR) en de deelnemende gemeenten. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (proces en inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. Met het voorgestelde artikel wordt dit geregeld. In dit artikel wordt de procedure, de voorwaarden en de gevolgen van uittreding beschreven. Hiermee is het voor deelnemers op voorhand duidelijk hoe de procedure tot uittreding verloopt, hoe de uittreedsom wordt bepaald en dat de uittredende deelnemer deze moet betalen.

gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 6. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 7. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de centrumgemeente die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 8. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de centrumgemeente die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 9. De centrumgemeente brengt de uittreedsom in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van deze uittreedsom. 10. De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden.

11. De uittreding uit de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot uittreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de deelnemende gemeenten. Tussen het besluit tot uittreding en de feitelijke uittreding moeten ten minste 2 jaren gelegen zijn. Artikel 12 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkend besluit van alle colleges van de deelnemende gemeenten. Een verzoek tot uittreding van minimaal twee derde van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot opheffing. 2. Indien een besluit tot opheffing, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, zal het college van de centrumgemeente een opheffingsplan opstellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en de personele gevolgen hiervan. Het opheffingsplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor de centrumgemeente heeft verband houdende met het personeel.

Het oude artikel 8 wordt “opgeknipt” in 4 nieuwe artikelen. Dit artikel gaat over de opheffing van de regeling. Zie verder de toelichting bij artikel 11.

4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan.

Artikel 9. Slotbepalingen 1. De ' Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen, in werking getreden per 1-1-2011 op basis van besluitvorming van de colleges van de deelnemende gemeenten, wordt ingetrokken met ingang van de in het 3e lid genoemde datum van ingang, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van deze regeling is 1 januari 2012. 4. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. 5. De gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van de regeling.

Artikel 13 Evaluatie 1. Elke deelnemer kan een verzoek om evaluatie van de regeling bij het college van de centrumgemeente indienen. 2. Het college van de centrumgemeente beslist op het verzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast.

Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 11a Wgr de verplichting geïntroduceerd dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling moeten worden opgenomen. Er wordt voorgesteld om alleen op verzoek te evalueren.

Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding 1. De datum van ingang van deze regeling is 1 januari 2012. 2. Het college van de centrumgemeente maakt deze regeling tijdig bekend in het gemeenteblad overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet. 3. Het college van de centrumgemeente voegt de gegevens van deze regeling toe in het register zoals bedoeld in artikel 136, lid 1 van de wet.

Dit artikel is aangepast als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties. De toezending aan Gedeputeerde Staten is komen te vervallen. Nieuw is dat de gegevens van de gemeenschappelijke regeling in een landelijk register moet worden toegevoegd.

6. Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.

Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Wijchen.

Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen' Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen.

Dit is hetzelfde gebleven (stond eerst in artikel 9)

De tekst is aangepast aan de juiste gemeentenaam (na de herindeling van Groesbeek, Millingen a/d Rijn en BeekUbbergen tot gemeente Berg en Dal).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13641804/1