CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Omgevingsplan, NvU Omgevingsplan Werklandschap Overasselt

Raad 12 december 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen nota van Uitgangspunten omgevingsplan Werklandschap Overasselt4.837 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, Werklandschap Overasselt (deelgebied fase 1)

Datum: 29 oktober 2024 Status document: 1e concept

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...........................................................................................................3 1.1

Aanleiding ...................................................................................................3

1.2

Uitgangspunten Omgevingsplan Werklandschap Overasselt (deelgebied fase 1) ....................................................................................................................5

1.2.1 Algemene uitgangspunten ....................................................................................5 1.2.2 Wijzigingen ten opzichte van de bestemmingsplannen ..........................................6

1.3

Leeswijzer ....................................................................................................8

2

Beschrijving plangebied Werklandschap Overasselt ...........................................9

3

Functies op basis van geldende bestemmingen ...............................................11 3.1

Bedrijf ........................................................................................................11

3.2

Openbare ruimte ........................................................................................15

3.2.1 Groen .................................................................................................................15 3.2.2 Verkeer ..............................................................................................................16

4

5

Activiteit overstijgende regels/ Bruidsschat en milieuthema’s..........................18 4.1

Algemeen ..................................................................................................18

4.2

Geluid ........................................................................................................19

Afwijkingen .....................................................................................................23 5.1

Afwijkingen................................................................................................23

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 2 -

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Heumen gaat verder met de implementatie van de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft tot doel de regels voor ruimtelijke projecten te bundelen en te vereenvoudigen. Wetten voor de leefomgeving zijn daarom samengevoegd en gemoderniseerd. Als gevolg hiervan zijn ruimtelijke en milieuregels geïntegreerd. Daarnaast is er meer ruimte ontstaan voor maatwerk op gemeentelijk niveau. In het omgevingsplan zijn de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Het omgevingsplan vervangt het instrument bestemmingsplan en aanverwante ruimtelijke plannen zoals wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Daarnaast vervangt het de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals een deel van de Algemene Plaatselijk Verordening (APV) en de Erfgoedverordening. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanaf dat moment werken we met het tijdelijke omgevingsplan (TOP). Het TOP is een samenvoeging van: -

de bestaande ruimtelijke plannen in de gemeente (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen en beheersverordeningen);

-

een aantal verordeningen (de archeologiebepaling uit de erfgoedverordening) en de bruidsschat (regels die verhuizen van Rijksniveau naar gemeentelijk niveau).

Tijdens de transitieperiode tot 1 januari 2032 moet de gemeente het tijdelijke omgevingsplan (TOP) omzetten naar een permanent omgevingsplan (POP). Het college heeft op 28 mei 2024 het Plan van aanpak transitieperiode vastgesteld waarin is bepaald, op welke manier we het omgevingsplan opbouwen. Dit plan is ter

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 3 -

informatie aan de raad toegezonden. Hierbij is gekozen om de bestemmingsplannen per gebiedstype om te zetten naar het permanente omgevingsplan (POP), waarbij we beginnen met het deelgebied Bedrijventerreinen. Op 14 december 2023 heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen voor het Werklandschap Overasselt (fase 1). Dit voorbereidingsbesluit expireert op 1 juli 2025. Om die reden is de planning dat de raad vóór die datum het omgevingsplan voor dit deel van het bedrijventerrein vaststelt. Met het Plan van aanpak transitieperiode is besloten om de verordeningen en de bruidsschat op een later moment naar het permanente omgevingsplan te verhuizen. De verordeningen zetten we thematisch over naar het permanente omgevingsplan. Bij de verordeningen is geen sprake van urgentie anders dan dat zij op 1 januari 2032 in het permanente omgevingsplan moeten staan. Met het Plan van aanpak transitieperiode is vastgesteld om de verordeningen op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een actualisatie door wijzigingen in beleid of wetgeving, over te zetten naar het permanente omgevingsplan. De bruidsschat kan naast gebiedsgericht (per deelgebied) ook thematisch worden omgezet (per onderwerp). Bij de bruidsschat is net als bij de verordeningen geen sprake van urgentie anders dan dat zij op 1 januari 2032 in het permanente omgevingsplan moeten staan.

De verordeningen en de bruidsschat nemen we op een later moment in het permanente omgevingsplan op, tenzij in de volgende hoofdstukken iets anders staat aangegeven. Vanwege de beperkte voorbereidingstijd richten we ons nu op de gebruiksregels en komen de bouwregels later aan bod, wanneer we het omgevingsplan voor de overige bedrijventerreinen gaan voorbereiden.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 4 -

1.2

Uitgangspunten Omgevingsplan Werklandschap Overasselt (deelgebied fase 1)

Het omgevingsplan heeft twee doelen, aan de ene kant de ruimte bieden voor ontwikkelingen en aan de andere kant het beschermen van waarden. Voor het zoeken van een balans tussen deze twee doelen geldt de spelregel dat het omgevingsplan zorg moet dragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘ETFAL’). De Nota van Uitgangspunten vormt het vertrekpunt voor het omgevingsplan voor het Werklandschap Overasselt (deelgebied fase 1). Hierin leggen we vast hoe we omgaan met aandachtspunten en keuzes voor het permanente omgevingsplan voor het eerste deel van dit bedrijventerrein. Omwille van de beperkte hoeveelheid tijd passen we bouwregels aan wanneer we met de rest van het omgevingsplan aan de slag gaan. Een omgevingsplan is een dynamisch plan en zo heeft de wetgever het ook bedoeld. 1.2.1 Algemene uitgangspunten Het omgevingsplan is een ander instrument dan een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan was vooral gericht op ruimtelijke ordening en specifieke bestemmingen van grond. Het omgevingsplan groepeert een breder scala aan aspecten, waaronder milieu, water, natuur, cultuurhistorie, en gezondheid. Aan een omgevingsplan worden andere (technische) eisen gesteld dan aan een bestemmingsplan. Het één op één verhuizen van bestaande regels is daardoor niet mogelijk. Binnen de gemeente zijn meerdere bestemmingsplannen van kracht.

Eén van de eisen ten aanzien van een omgevingsplan is dat er straks nog maar één omgevingsplan voor de hele gemeente geldt. We kijken daarom bij de omzetting naar de manier waarop we regels formuleren (beter leesbaar) en naar kansen voor deregulering (vermindering administratieve lasten).

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 5 -

Naast het uniformeren, harmoniseren en dereguleren biedt het omgevingsplan ook meer afwegingsruimte voor de gemeente. In deze Nota van Uitgangspunten zijn we voorzichtig omgegaan met deze afwegingsruimte, omdat we vaak eerst een afweging in beleid moeten maken. De vergunningsplicht, of meldplicht voor ruimtelijke activiteiten, moet in het omgevingsplan expliciet worden opgenomen. Als de gemeente dit niet doet, is bijvoorbeeld het bouwen van een bouwwerk vergunningsvrij. Om te voorkomen dat er allerlei ongewenste situaties ontstaan, nemen we in het omgevingsplan expliciet op dat hetgeen wat niet geregeld is in het omgevingsplan, niet is toegestaan (‘insluiten’). Dit komt overeen met de huidige situatie. Ook voor bestemmingsplannen geldt dat alleen hetgeen wat expliciet is toegestaan geldt. In elk ander geval wordt gehandeld in strijd met het bestemmingsplan. 1.2.2 Wijzigingen ten opzichte van de bestemmingsplannen De wijzigingen van het omgevingsplan ten opzichte van de bestemmingsplannen zijn als volgt in te delen:

Kleine technische wijzigingen Wijzigingen die bestuurlijk minder relevant zijn en alleen te maken hebben met het feit dat het omgevingsplan een nieuw instrument is met een nieuw technisch en juridisch wettelijk kader. Deze wijzigingen houden hoofdzakelijk verband met de structuur van de regeling en de formulering van regels (veelal redactionele wijzigingen). Hieronder vallen ook wijzigingen uit bestemmingsplannen die in het omgevingsplan worden samengevoegd. Dit leidt tot harmonisering en uniformering en dus ook tot wijzigingen. We verwachten dat dit geen impact heeft op bestaande rechten van de gevestigde ondernemers. Bij het opstellen van de regels zien wij hier scherp op toe. Als het harmoniseren en uniformeren van regels onverhoopt wel dit gevolg heeft, herstellen wij dit na participatie en/of zienswijzen. Het omgevingsplan bevat ook overgangsrecht. Aangezien deze wijzigingen alleen technisch van aard zijn en niet inhoudelijk, worden deze niet opgenomen in deze nota.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 6 -

Beleidswijzigingen Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk-, provinciaal-, of rijksbeleid benoemen we in deze Nota van Uitganspunten uitdrukkelijk. Voor de gemeente is de omgevingsvisie een belangrijk document. Maar ook alle sectorale beleidsdocumenten, die componenten hebben met de fysieke leefomgeving, zijn relevant. Met de Bedrijventerreinenvisie gemeente Heumen 2024 (adviesrapport Doorakkers*) wordt het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de gemeente vastgesteld. Bij een aantal onderwerpen in de navolgende hoofdstukken (meer kwaliteit, uitsluiten bedrijfsvreemde functies en betere regels parkeren) hebben we het beleid uit deze visie opgenomen en aangegeven hoe we er in het omgevingsplan mee willen omgaan. * Dit visiedocument is nog niet door de raad vastgesteld.

Afwegingsruimte voor gemeenten De bruidsschat bevat thema’s die in het omgevingsplan geregeld moeten worden, omdat het Rijk ze niet meer in landelijke wetgeving regelt (bijv. regels over bouwwerken, milieubelastende activiteiten, de aanleg van wegen of de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning). In het algemeen sluiten we voor deze wijzigingen aan bij de huidige (landelijke) regelingen (beleidsneutraal). Voor sommige regels is het niet wenselijk om te wachten met deze over te nemen, bijvoorbeeld omdat voor een aspect nu regels worden opgenomen en een deel dan nog onder de bruidsschat valt. In dat geval worden de regels uit de bruidsschat direct opgenomen in het permanente omgevingsplan. Voor zover relevant geven we dat in de navolgende hoofdstukken aan. Als er redenen zijn om in het omgevingsplan niet aan te sluiten bij de huidige (landelijke) regeling, bijvoorbeeld door mogelijkheden voor deregulering of door gebruik te maken van de afwegingsruimte om aan te sluiten bij het gemeentelijke beleid, benoemen we dat in deze Nota van Uitgangspunten uitdrukkelijk.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 7 -

Instructieregels Rijk en provincie Zowel door het Rijk als de provincie zijn instructieregels vastgesteld. Dit zijn regels die, voor zover relevant, de gemeente verplicht moet overnemen in het omgevingsplan (bijvoorbeeld regels over luchtkwaliteit en externe veiligheid). Als dit het geval is respecteren wij deze regels.

1.3 Leeswijzer Na deze inleiding volgen hoofdstukken waarin we nader ingaan op thema’s met de vast te leggen waarden, de verhuizing van de bestemmingen (functies), hoe om te gaan met milieuaspecten die vooral via de bruidsschat overgaan naar de gemeente (activiteit overstijgende regels). Tot slot is aangegeven hoe we om willen gaan met de huidige wijzigingsbevoegdheden en afwijkingsmogelijkheden die in de bestemmingsplannen zijn opgenomen. Per onderdeel nemen we steeds een voorstel op hoe we het aspect kunnen meenemen in het omgevingsplan.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 8 -

2 Beschrijving plangebied Werklandschap Overasselt

Het terrein is gelegen aan de doorgaande weg N846 en de Kasteelsestraat. Het terrein is bruto 6,46 hectare en netto 4,39 hectare. Deze voor bedrijventerreinen ongebruikelijke bruto-netto verhouding heeft alles te maken met het type bedrijventerrein, namelijk een werklandschap. Het terrein bestaat uit verschillende delen. Dit zowel wat betreft aard en omvang van de gevestigde bedrijven als de uitstraling. De maximaal toegestane milieucategorie op het gehele bedrijventerrein is categorie 2 met de mogelijkheid voor 3.1 op basis van een afweging aan de hand van een concreet plan. Dit wordt een binnenplanse afwijking genoemd en is van toepassing op de firma VDW Bestratingen. De 1e fase van het bedrijventerrein Werklandschap Overasselt begint ten noorden van de weg Lagenhof. De bedrijven die hier gelegen zijn worden enkel ontsloten door De Laan, een doodlopende weg. De weg is goed onderhouden, overzichtelijk, voorzien van parkeerhavens en groen. De openbare ruimte sluit aan bij hetgeen men verwacht bij een werklandschap. Dit deel vormt geen geheel. Er is in feite sprake van twee delen: het middengebied en de ring. Het middengebied is een regulier bedrijventerrein(tje). Het wordt gedomineerd door de vestiging van VDW Bestratingen. Maar omdat de kavel grotendeels gelegen is achter andere bedrijfsgebouwen is deze vestiging vanaf de weg nauwelijks zichtbaar.

Het terrein is voor een groot deel onbebouwd en wordt gebruikt voor open overslag van materialen en voor laden en lossen van vrachtwagens en manoeuvreerruimte. In de bocht van de weg is het bedrijf Sanders gevestigd. Deze vestiging wordt gekenmerkt door een vrij grootschalig bedrijfs- en kantoorpand. Door haar omvang is het pand van grote invloed op de uitstraling van het terrein/

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 9 -

De Laan. Een aantal solitaire bedrijfspanden langs de Kasteelsestraat completeren dit middengebied. De Ring: dit gedeelte vorm eigenlijk het ‘echte’ werklandschap. Hier zijn en worden bedrijfswoningen en kleinschalige bedrijfshallen gerealiseerd. De bedrijfshallen zijn aan de weg gesitueerd en ogen redelijk uniform, de woningen daarachter zijn meer divers. Wel is er een aantal bedrijfshallen die qua bouw en uitstraling hiervan afwijken wat afbreuk doet aan de kracht die juist uitgaat van de hoge mate van uniformiteit. Hoewel wat achterafgelegen draagt ook het kleinschalige kantoorcomplex met appartementen niet bij aan de uniformiteit van de uitstraling. In de ring zijn vooral kleinschalige bouw en bouw gerelateerde bedrijven gevestigd met hier en daar ook andere typen bedrijvigheid die hier in principe niet thuishoren. Door deze diversiteit aan bedrijvigheid, de uitstaling van de bedrijfsgebouwen, de positionering van de panden op de kavel en het feit dat sprake is van een doodlopende weg maakt dat handhaving alert moet zijn en blijven. Door de diversiteit is het moeilijker te controleren en te signaleren of de uitgeoefende activiteiten wel thuishoren op het terrein. Een doodlopende weg maakt dit extra moeilijk omdat hier verhoudingsgewijs minder mensen komen.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 10 -

3 Functies op basis van geldende bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan staan we in principe de bestaande functies toe. Hierna gaan we op de specifieke functies nader in. Daarbij komt specifiek vastgesteld gemeentelijk beleid aan de orde en geven we aan in hoeverre we dit beleid kunnen vertalen in het omgevingsplan. De milieuvoorwaarden waar de functies aan moeten voldoen, bijvoorbeeld geluid worden geregeld in de activiteitoverstijgende regels (zie hoofdstuk 4).

3.1 Bedrijf Hoe is het nu geregeld? Met een werklandschap wordt bedoeld “een gebied waar het werken centraal staat”. Dit kunnen verschillende economische activiteiten zijn, zelfs een combinatie met wonen en voorzieningen”. Tegenwoordig wordt de term vooral gebruikt in het kader van het streven naar toekomstbestendige bedrijventerreinen en richt zich vooral op het vergroenen van bedrijventerreinen (brief GS, ‘Deelname Werklandschappen van

de toekomst, d.d. 4 december 2023’). In het bestemmingsplan zijn de activiteiten die milieuhinder produceren (zoals bedrijven) en milieugevoelig zijn (zoals woningen) vastgelegd. Daarbij moet een goed woon- en leefklimaat geborgd zijn. Destijds heeft de VNG om een goed woonen leefklimaat te waarborgen en de ondernemer de ruimte te geven om te ondernemen, de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uitgegeven. Hierin zijn richtafstanden opgenomen tussen hinder veroorzakende functies en gevoelige functies.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 11 -

In de handreiking is een lijst opgenomen die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld kan worden. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. Op dit moment zijn op basis van het bestemmingsplan Werklandschap Overasselt bedrijven uit de milieucategorie 1 t/m 2 van de bedrijvenlijst toegestaan. In het bestemmingsplan is de bedrijvenlijst niet onverkort overgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Een aantal soorten bedrijven en/of instellingen is bewust weggelaten omdat ze niet passen op een werklandschap als het onderhavige. In de regels is een ontheffingsbevoegdheid opgenomen om bedrijven toe te staan die niet voorkomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten mits wordt aangetoond dat het betreffende bedrijf wat hinder, aard en omvang betreft gelijkgesteld kan worden aan een bedrijf dat wel voorkomt in de lijst, en overigens ook geen blijvende onevenredige afbreuk aan het heersende woon- en leefmilieu is te verwachten. Daarnaast kan via een ontheffingsbevoegdheid een hogere bedrijfscategorie onder voorwaarden worden toegestaan. In de regels is verder bepaald dat de bedrijfspercelen per bedrijf niet groter mogen zijn dan 5.000 m2. Parkeervoorzieningen mogen uitsluitend op eigen terrein worden gerealiseerd.

Om te zorgen voor representatieve voorzijden van percelen, is bepaald dat voor de voorgevel van de bedrijfsgebouwen het parkeren van vrachtauto’s niet is toegestaan. Buitenopslag is uitsluitend toegestaan achter de achtergevel van de bedrijfspanden. In de bouwregels zijn uitgangspunten opgenomen voor de bedrijfsgrootte en de exacte locatie waar de bedrijfswoningen mogen staan.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 12 -

Is er nieuw beleid/regelgeving? De belangrijkste wijzigingen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de volgende: -

Het Activiteitenbesluit milieubeheer is vervallen.

-

Voor een deel van de activiteiten waarvoor nu de regels in het Activiteitenbesluit gelden, gelden nu de landelijke regels in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Het aantal activiteiten dat onder het Bal valt is beduidend kleiner dan in het oude Activiteitenbesluit. Wat vanuit het Activiteitenbesluit niet meegenomen is in het Bal moet de gemeente eventueel zelf regelen in het omgevingsplan. Deze activiteiten zijn opgenomen in de bruidsschat.

-

De VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering (met milieucategorieën) vervalt

(De VNG werkt aan de opvolger hiervan – ‘Activiteiten en milieuzonering’- die binnenkort verschijnt). -

Milieuaspecten als geluid- en geurhinder moeten in het omgevingsplan geregeld worden. Zie hiervoor hoofdstuk 4 Activiteit overstijgende regels/Bruidsschat en milieuthema’s.

Wat gaan we regelen? 1. Meer uniformiteit in uitstraling en duidelijkheid in gebruik (zekerheid). 2. Focus aanbrengen toegestane milieucategorieën (bandbreedte verkleinen). 3. In de oogmerken van het plan aangeven wat de gewenste types bedrijven (qua sectoren en impact) zijn voor dit bedrijventerrein. Dit bepaalt mede of een activiteit die zich wil vestigen wel of niet zal worden vergund. We willen hierbij activiteiten toestaan die het werklandschap versterken. Dat wil zeggen: industrie, groothandel en bouw- en nijverheid gerelateerde bedrijven. 4. Uitsluiten van functies die we niet gewenst / versterkend vinden zoals de nieuwe vestiging van perifere detailhandel, dienstverlenende bedrijven, autoreparatiebedrijven en andere types zogenoemde bedrijventerreinvreemde functies zoals fitnesscentra, kringloopwinkels en kinderdagverblijven.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 13 -

5. Verwerken nieuwe VNG richtlijn bedrijven en milieuzonering (die werkt niet meer met een bedrijvenlijst, maar met direct werkende regels over milieu-emissie voor o.a. geluid). 6. Aangeven van bedrijfspercelen volgens definitieve kaveluitgifte. 7. Vastleggen van max. één bedrijf met één bedrijfswoning op één perceel. 8. Hiermee ook uitsluiten van meer bedrijfsverzamelgebouwen. 9. Herzien noodzakelijkheidscriterium. 10. Omissie beeldkwaliteitsplan herstellen.

Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? In zijn algemeenheid willen we meer rechtszekerheid, sneller en zorgvuldiger besluiten en werken vanuit een visie die ontwikkelruimte bepaalt.

Dit betekent concreet: 1. In- en uitsluiten van activiteiten met gebruiksruimte via systematiek staalkaart VNG en casco Nijmegen. Daarbij in samenhang sturen op planologische en milieukundige kaders voor het gebied. Meer sturen op bedrijfsactiviteiten die het werklandschap versterken (dus goed omschrijven). 2. Bedrijfsactiviteiten die het werklandschap versterken toelaten. Terughoudend omgaan met gebiedsvreemde functies (niet passende activiteiten). 3. Waar nodig locaties toewijzen op omgevingsplankaart. 4. Maximaal één bedrijf met één bedrijfswoning per perceel. 5. Geen nieuwe bedrijfswoningen toevoegen tenzij herbouw. 6. Vastleggen dat er alleen wordt gewoond door bedrijfseigenaren of andere werknemers. Dit betekent dat het noodzakelijkheidscriterium wordt geschrapt. 7. Sturen op emissienormen voor o.a. geluid – hierbij uitgaan van een richtafstand die geschikt is voor gemengd gebied. 8. Opnemen koppeling met beeldkwaliteitsplan in bouwregels opnemen.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 14 -

9. Bouwregels uit het oude plan blijven gelden tot het moment dat we met de overige terreinen aan de slag gaan. 10. Bouwaanduidingen blijven vooralsnog gehandhaafd.

3.2 Openbare ruimte De functies in de openbare ruimte hebben in het bestemmingsplan de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Verkeer. 3.2.1 Groen

Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan Werklandschap Overasselt zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden met de bestemming ‘Groen’. De bestemming Groen is toegekend aan alle wezenlijke groenelementen uit het stedenbouwkundige plan. Dit geldt bijvoorbeeld voor de centrale groenzone in het gebied, maar ook voor enkele randen van het plangebied en enkele kleinere groene gebieden in het plan. Snippergroen in de vorm van bermen etc. is vaak opgenomen binnen de bestemming Verkeer, waarbinnen ook de mogelijkheid bestaat tot de realisatie van groenvoorzieningen.

Is er nieuw beleid/regelgeving? Op basis van de omgevingsvisie streven we In de werkgebieden naar een brede groene landschappelijke buffer aan de randen, waar waterberging, bomen en beplantingen de ruimte hebben. We reserveren enkele plekken voor bomen en groen, zoals bij de entrees.

Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? 1. Voor groen sluiten we, net als nu, aan bij het bestaande structurerend groen in het bestemmingsplan. Waar mogelijk bezien we of we de regels voor openbaar

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 15 -

toegankelijk gebied kunnen harmoniseren en meer activiteitgericht kunnen formuleren (zodat de verbinding met beleid wordt versterkt).

3.2.2 Verkeer

Hoe is het nu geregeld? In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’.

Parkeren De ontsluiting van dit deel van het werklandschap vindt plaats via De Laan. Dit is een doodlopende weg. De feitelijke parkeerbehoefte is sterk afhankelijk van de precieze bedrijfsvoering. Bij de afgifte van een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de CROW-normen. In de CROW-uitgave wordt onderscheid gemaakt in een aantal typen bedrijfsmatige activiteiten. Hiervoor zijn verschillende parkeernormen opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in typen stedelijke gebieden, te weten ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’ en ‘rest bebouwde kom’. In dit geval is vanwege de ligging van het werklandschap in Overasselt het type ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. Voorts is wat betreft de mate van stedelijkheid de categorie ‘weinig stedelijk’ aangehouden. | Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein echter dit gebeurt niet altijd. Regelmatig wordt er voor langere tijd geparkeerd in het openbaar gebied (zijn er rabatstroken). Dit doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het Werklandschap.

Is er nieuw beleid/regelgeving? In het Bkl is een instructieregel (een regeling van het rijk die de gemeente moet opnemen in het omgevingsplan) opgenomen ten aanzien van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Omdat in dit plan geen sprake is van een nieuwe ontwikkeling is deze regel hier niet van toepassing.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 16 -

Omgevingsvisie Een speerpunt in de omgevingsvisie is een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het openbaar vervoer, de auto, de fiets en voor de wandelaar. Hiervoor zijn de volgende beleidsambities geformuleerd: -

De gemeente wil het autogebruik in de gemeente zoveel als mogelijk ontmoedigen;

-

Het (snel) fietswerk verder ontwikkelen;

-

De wens om de OV-verbindingen tussen alle kernen en Nijmegen te verbeteren en het gebruik van deelauto’s stimuleren.

Wat gaan we regelen? 1. Bestemmingen groen en verkeer herijken. Bezien of een generieke activiteitgerichte regeling voor openbaar toegankelijk gebied mogelijk is. 2. Opnemen verplichting tot parkeren op eigen terrein 3. Regel voor stallen van materieel en beperking stellen aan laden en lossen 4. Vaste koppeling maken met te stellen parkeernorm (nu nog CROW)

Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? De instructieregel voor de toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. Het nu op te stellen omgevingsplan gaat niet over nieuwe ontwikkelingen. 1. Algemeen: opnemen regeling voor activiteiten in openbaar toegankelijk gebied. (harmoniseren en uniformeren van regels uit de APV en bestemmingsplan) 2. Parkeren op eigen terrein volgens CROW-normen. 3. Voor het overige nemen we de bestaande infrastructuur over op basis van het bestemmingsplan.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 17 -

4 Activiteit overstijgende regels/ Bruidsschat en milieuthema’s

4.1 Algemeen Hoe is het nu geregeld? Het opnemen van regels over milieuaspecten in een plan is nieuw voor gemeenten. De wetgever heeft de keuze gemaakt om bepaalde milieuaspecten niet meer te regelen maar dit over te laten aan gemeenten. Gemeenten moeten dit doen in hun omgevingsplan.

De milieuaspecten maken nu onderdeel uit van de Bruidsschat. De Bruidsschat is beleidsneutraal ten opzichte van het oude recht (i.c. het Activiteitenbesluit milieubeheer). In het plan van aanpak voor de transitieperiode is gekozen voor de insteek om de planologisch relevante aspecten uit de Bruidsschat mee te nemen bij de gebiedsgerichte verhuizing van de regels naar het permanente omgevingsplan. De overige delen van de Bruidsschat verhuizen we op een later moment. In deze Nota van Uitgangspunten concretiseren we dit door aan te geven welke onderdelen van de Bruidsschat we in het omgevingsplan Werklandschap Overasselt fase 1 opnemen.

Is er nieuw beleid / regelgeving? Onder het kopje Hoe is het nu geregeld? Is al vermeld dat de wetgever bepaalde milieuaspecten niet meer gaat regelen maar dit overlaat aan gemeenten om te regelen in het omgevingsplan. Dit betekent echter niet dat de wetgever helemaal geen regels over de bedoelde milieuaspecten stelt. De wetgever heeft wel

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 18 -

instructieregels gemaakt aan de hand waarvan gemeenten hun omgevingsplan moeten maken. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De Bruidsschat voldoet (op onderdelen) niet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dit hoofdstuk bespreken we de keuzes die het Besluit kwaliteit leefomgeving over de betreffende milieuaspecten bevat en doen we voorstellen over de wijze van regelen in het omgevingsplan.

Uitgangspunt beleidsneutraal In de voorstellen die we in dit hoofdstuk doen, is aangesloten bij de Bruidsschat per 1 januari 2024. Dit is ook logisch omdat een andere keuze vaak vraagt om een beleidsmatige grondslag dan wel een nader onderzoek naar de gevolgen van een keuze. Daar waar het beleidsneutraal overnemen van de huidige regels niet mogelijk is (vanwege de nieuwe instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving) wordt dit uitdrukkelijk aangegeven.

4.2 Geluid Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels (onder andere normen) voor: -

het geluid van geluidveroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en

-

het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen).

Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied) onder. Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 19 -

gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties.

Voorstel 1. In het omgevingsplan Werklandschap Overasselt fase 1 de instructieregels van het Bkl (standaardwaarden en flexibiliteitsbepalingen) overnemen.

Geluidveroorzakende activiteiten Het Bkl bepaalt dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een geluidveroorzakende activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste indien het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt. Onder geluidveroorzakende activiteiten vallen nagenoeg alle activiteiten (zoals bedrijven). Het Bkl wijst de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geluidveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een ‘uit de hand gelopen hobby’ geen verband houden met de activiteit wonen.

Voorstel In het omgevingsplan Werklandschap Overasselt deelgebied fase 1 expliciet opnemen dat een beroep of bedrijf aan huis en een uit de hand gelopen hobby niet onder de activiteit wonen vallen (en dus een geluidveroorzakende activiteit zijn).

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 20 -

Gebieden met functiemenging of rustige gebieden Het Bkl bevat (zoals gezegd) standaardnormen om geluidsgevoelige gebouwen te beschermen tegen geluidveroorzakende activiteiten. Deze standaardnormen van het Bkl zijn gelijk aan de waarden die in het huidige recht zijn opgenomen. Het Bkl geeft gemeenten de mogelijkheid om voor gebieden met functiemenging een soepelere norm of voor rustige gebieden een strengere norm te hanteren. Als de gemeente een soepelere norm wil opnemen in het omgevingsplan moet door middel van onderzoek vaststaan dat de binnenwaarde (het geluid binnen geluidgevoelige gebouwen) niet hoger is dan de normen die het Bkl daarvoor stelt. Als de gemeente een strengere norm wil opnemen, moet aangetoond worden dat bestaande geluidveroorzakende activiteiten niet worden beperkt ten opzichte van het huidige recht.

Voorstel Het omgevingsplan Werklandschap Overasselt is een gebied met functiemenging. Om die reden wordt er geen rustig gebied aangewezen.

Piekgeluid Naast de normen voor het continue geluid bevat het Bkl ook normen voor piekgeluid. Piekgeluiden zijn plotselinge en harde geluiden (bijvoorbeeld dichtslaan van autodeuren of laden en lossen met een vrachtwagen). Het Bkl bevat in tegenstelling tot het huidige recht, geen normen voor het maximale piekgeluid in de dagperiode (periode tussen 07.00 – 19.00 uur). Het Bkl bevat dus alleen normen voor het piekgeluid in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur). Aan deze wijziging ligt ten grondslag dat de wetgever normen voor het piekgeluid alleen maar noodzakelijk acht met het oog op het voorkomen van slaapverstoring.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 21 -

Voorstel In het omgevingsplan Werklandschap overeenkomstig de instructieregels van het Bkl, geen normen voor het piekgeluid in de dagperiode opnemen.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 22 -

5 Afwijkingen 5.1 Afwijkingen Hoe is het nu geregeld? In bestemmingsplannen zijn mogelijkheden opgenomen om met een omgevingsvergunning, onder voorwaarden, af te wijken van het bestemmingsplan. Deze afwijkingsmogelijkheden zijn opgenomen om beperkte afwijkingen toe te staan maar er nog wel een toets kan plaatsvinden of er aan de voorwaarden voldaan wordt. Voor dit omgevingsplan nemen wij alleen de afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot gebruik mee, dit overeenkomstig het in 1.1 geschetste uitgangspunt.

Bestemming

Afwijkingsmogelijkheid

Het toelaten van een bedrijf uit ten hoogste één categorie hoger dan de ter plaatste toegestane Bedrijf

categorie, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan

worden te behoren tot de toegestane categorieën.

Het toelaten van bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het Bedrijf

betrokken bedrijf naar aard en invloed op de

omgeving geacht kan worden te behoren tot de toegestane categorieën.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 23 -

Is er nieuw beleid/regelgeving? Er is geen sprake van nieuw beleid of regelgeving.

Wat gaan we doen? 1. Formaliseren van afwijkingen/strijdigheden die al zijn vergund. 2. Verbeteren van het afwegingskader voor afwijkingsmogelijkheden.

Hoe gaan we het regelen in het omgevingsplan? 1. Inventarisatie van verleende vergunningen. 2. Afwijkingsbevoegdheid voor bedrijfsfuncties vervalt door werkwijze sturen op milieuemissie. 3. Alleen overgangsrecht voor niet passende activiteiten (‘uitsterfbeleid’) zoals: - sportschool - kantoren - bedrijfsverzamelgebouwen. 4. Formaliseren van afwijkingen/strijdigheden die al zijn vergund.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan, deel Werklandschap Overasselt - 24 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14741227/1