CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I GGD 2023 Onderbouwing van de wijzigingen

Raad 1 februari 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-Zuid4.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing wijzigingen GGD Gelderland-Zuid, de voorgestelde louter tekstuele aanpassingen, zonder inhoudelijke consequenties, zijn in dit overzicht niet opgenomen Oud artikel

Artikel 4

Onderbouwing

Nieuw artikel

Belangen

Artikel 4

Belangen

De juiste terminologie toegepast.

De GGD Gelderland-Zuid behartigt de De GGD Gelderland-Zuid behartigt de gemeenschappelijke belangen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein deelnemende gemeenten op het terrein van de openbare gezondheidszorg, zulks van de publieke gezondheidszorg, zulks met inachtneming van hetgeen in deze met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald tot de taken en regeling nader is bepaald tot de taken en bevoegdheden. bevoegdheden. Artikel 5, derde lid

Artikel 5, derde lid

3. Taken (afkomstig uit Wpg of andere 3. Taken (afkomstig uit Wpg of andere wetten) die vanwege beleidsmatige wetten) die vanwege beleidsmatige keuzes keuzes van de deelnemende gemeenten van de deelnemende gemeenten na na besluitvorming in het algemeen besluitvorming in het algemeen bestuur zijn bestuur zijn opgedragen aan de GGD opgedragen aan de GGD betreffen: betreffen: a. reizigersadvisering en vaccinaties; a. reizigersadvisering en vaccinaties; b. openbare geestelijke gezondheidszorg; b. openbare geestelijke c. forensische geneeskunde; d. het voorzien in een Advies- en meldpunt gezondheidszorg; voor huiselijk geweld en c. forensische geneeskunde; d. het voorzien in een Advies- en kindermishandeling; meldpunt voor huiselijk geweld en e. toezicht op de kwaliteit van de uitvoering kindermishandeling; van de Wmo 2015; e. toezicht op de kwaliteit van de f. jeugdgezondheidszorg, met inachtneming uitvoering van de Wmo 2015; van het bepaalde in artikel 5 lid 2 sub a tot en met d van de Wpg);

De term maatschappelijk opvang is toegevoegd als onderdeel van de adviesfunctie bij de centrale toegang. Daarnaast is de nieuwe meldpuntfunctie toegevoegd die voortvloeit uit de Wet verplichte GGZ.

f. jeugdgezondheidszorg, met g. advisering in het kader van centrale inachtneming van het bepaalde in artikel toegang tot beschermd wonen en 5 lid 2 sub a tot en met d van de Wpg); maatschappelijke opvang; g. advisering in het kader van toegang h. meldpuntfunctie, horen en uitvoeren tot beschermd wonen; van verkennend onderzoek in het kader van de Wet verplichte GGZ.

-

Artikel 11a Zienswijze raden In de uitgangspuntennotitie is aangegeven dat besluit met aanzienlijk 1. Met inachtneming van artikel 10 lid 5 politiek of financieel belang ter zienswijze aan de raden moeten worden van de wet worden de raden van de voorgelegd. Waarbij het begrip “aanzienlijk” nog uitwerking behoeft. De deelnemende gemeenten voorafgaand aan voorgestelde uitwerking is om de besluiten over de meerjarenstrategie, het nemen van het besluit in de de wijziging van het takenpakket en voorstellen tot wijziging van de GR gelegenheid gesteld om een zienswijze voor zienswijze voor te leggen aan de raden van de deelnemende naar voren te brengen indien het één van gemeenten. Daarbij wordt een termijn gesteld voor het geven van die de volgende besluiten betreft: zienswijzen en wordt bepaald dat het DB een reactie geeft op den a. besluit algemeen bestuur tot het ingediende zienswijzen. Een verplichting om daarop te reageren was er vaststellen van de meerjarenstrategie; voorheen niet. Om te voorkomen dat de procedure vertraging oploopt b. besluit algemeen bestuur om – op door niet-tijdig ingediende zienswijzen (om wat voor reden dan ook) voorstel van de colleges – het takenpakket hoeft het dagelijks bestuur niet-tijdig ingediende zienswijzen niet te van de GGD aan te passen. betrekken in het schriftelijke en gemotiveerde oordeel met betrekking c.

besluit algemeen bestuur om een tot ingediende zienswijzen. Dat mag uiteraard wel maar dit artikel geeft voorstel tot wijziging van de aan dat het dagelijks bestuur daartoe niet is verplicht. gemeenschappelijke regeling in overweging te geven aan de colleges, overeenkomstig artikel 1 van de wet. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal acht weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze.

3. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, ook het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Niet tijdig ontvangen zienswijzen kunnen door het dagelijks bestuur buiten beschouwing worden gelaten. 5. De zienswijze met betrekking tot de kaderbrief, de begroting en de jaarrekening zijn separaat geregeld in respectievelijk artikel 30a, 31 en 33 van deze regeling.

-

Artikel 11b Participatie In de gewijzigde Wgr is geregeld dat er een bepaling in de regeling 1. Inspraak verloopt via de moeten worden opgenomen waarin staat of en op welke wijze gemeenteraden en colleges van de burgerparticipatie wordt ingevuld. Er wordt gekozen om dit via de deelnemende gemeenten, die deze bestaande inspreek mogelijkheden bij de raden te doen. In de inbreng mee kunnen nemen in een uitgangspuntennotitie is daar nog aan toegevoegd dat het AB of de zienswijze of mee kunnen geven aan hun raden kunnen besluiten wanneer, op welk onderwerp en op welke vertegenwoordiger in het algemeen schaal een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt bestuur. Ingezetenen en gehouden. belanghebbenden kunnen via de bestaande mogelijkheden inbreng Deze formulering wijkt af van de voorkeursvariant van de hebben op de voorbereiding, uitvoering raadsvertegenwoordigers; het AB of de raad laten besluiten (al dan niet en evaluatie van beleid. na zienswijze) wanneer, op welk onderwerp en op welke schaal een 2. In afwijking van lid 1 kan het algemeen bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. bestuur besluiten om – incidenteel ten behoeve van een concreet vraagstuk – ingezetenen en belanghebbenden inbreng te laten hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Artikel 12

Artikel 12

j. tot privaatrechtelijke j. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen rechtshandelingen van de GGD van de GGD Gelderland-Zuid te besluiten, Gelderland-Zuid te besluiten, waaronder waaronder het sluiten van het sluiten van arbeidsovereenkomsten arbeidsovereenkomsten, met uitzondering na inwerkingtreding van de Wnra per 1 van privaatrechtelijke rechtshandelingen als januari 2020 , met uitzondering van bedoeld in artikel 31a van de wet; privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet;

Aangepast omdat de Wnra inmiddels in werking is getreden.

Artikel 19 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden

Artikel 19 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden

1.Het algemeen en het dagelijks bestuur 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de verstrekt aan alle raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd deelnemende gemeenten de door één of alle informatie die voor een juiste meer leden van die raden gevraagde beoordeling van het door het bestuur inlichtingen. gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen en dagelijks bestuur 2.Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben inlichtingen die door een of meer leden voor de uitoefening van hun taken. 3.Het algemeen en dagelijks bestuur van die raden worden verlangd. verstrekt de voornoemde inlichtingen zo spoedig mogelijk op de door de raden verzochte wijze.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 van de Wgr is dit artikel aangepast. In dit artikel wordt invulling gegeven aan de wettelijke eisen en aan de wensen van de raadsvertegenwoordigers, zijnde: Er wordt gekozen voor een formulering waarbij er een informatieplicht is voor die stukken van de GGD zodat raden de controlerende en kader stellende rol uit kunnen voeren.

Artikel 14

Artikel 14

6. De besluitenlijst van het dagelijks bestuur wordt toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur.

6. De besluitenlijst van het dagelijks bestuur wordt toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur en gepubliceerd op de website van de GGD Gelderland-Zuid.

Publicatie toegevoegd.

Artikel 23

Personeel

Artikel 23

Personeel

1. Ten behoeve van de GGD Gelderland- 1. Ten behoeve van de GGD GelderlandZuid kan personeel in dienst worden Zuid kan personeel in dienst worden genomen. Na inwerkingtreding van de genomen. Dit gebeurt op basis van het Wnra per 1 januari 2020 gebeurt dit op aangaan van arbeidsovereenkomsten. 2. Sinds de inwerkingtreding van de Wnra basis van het aangaan van arbeidsovereenkomsten. per 1 januari 2020 geldt het private 2. Na inwerkingtreding van de Wnra per arbeidsrecht. 1 januari 2020 geldt het private arbeidsrecht, met inachtneming van het overgangsrecht zoals opgenomen in de Wnra.

Tekstueel aangepast omdat de Wnra inmiddels in werking is getreden.

Artikel 31 Begrotingsprocedure

Artikel 31 Begrotingsprocedure

1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april 1. Het dagelijks bestuur zendt de een ontwerpbegroting voor het ontwerpbegroting vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan dat komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de waarvoor de begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. raden van de deelnemende gemeenten. 2.Het dagelijks bestuur houdt bij het 2. Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting opstellen van de ontwerpbegroting rekening met begrotingsrichtlijnen. rekening met 3.De ontwerpbegroting wordt door de begrotingsrichtlijnen. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder van de besturen van de deelnemende ter inzage gelegd en tegen betaling van gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid en derde kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. lid, van de Gemeentewet is van 4. De raden van de deelnemende overeenkomstige toepassing. gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur 4.De raden van de deelnemende hun zienswijze over de ontwerpbegroting gemeenten kunnen bij het dagelijks naar voren brengen. Het dagelijks bestuur bestuur hun zienswijze over de biedt de raden een termijn van minimaal ontwerpbegroting naar voren brengen.

twaalf weken voor het schriftelijk naar Het dagelijks bestuur voegt de voren brengen van een zienswijze. Het commentaren waarin deze zienswijze is dagelijks bestuur voegt de commentaren vervat bij de ontwerpbegroting, zoals waarin deze zienswijze is vervat bij de deze aan het algemeen bestuur wordt ontwerpbegroting, zoals deze aan het aangeboden. algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.Het algemeen bestuur stelt de 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van begroting vast vóór 1 juli van het jaar, de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door voorafgaande aan dat, waarvoor de het algemeen bestuur schriftelijk en begroting moet dienen. 6.Terstond na de vaststelling zendt het gemotiveerd in kennis van zijn oordeel algemeen bestuur de begroting aan de over de zienswijze zoals bedoeld in het raden van de deelnemende gemeenten, vierde

Artikel 31 wordt gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wgr en vormt een weergave van hetgeen daarover in de wet is opgenomen. Dit artikel is ook uitgebreid om zodoende inzicht te verschaffen in de procedure zonder dat het raadplegen van de Wgr daarvoor nodig is. In het negende lid van artikel 31 zijn de uitzonderingen op de hoofdregel opgenomen.

die ter zake bij Gedeputeerde Staten lid, alsmede van de eventuele conclusies hun zienswijze naar voren kunnen die het daaraan verbindt. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting brengen. 7.Het dagelijks bestuur zendt de vast vóór 15 september van het jaar, begroting binnen twee weken na de voorafgaande aan dat, waarvoor de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 begroting dient. juli aan Gedeputeerde Staten. 7. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de 8.Het bepaalde in dit artikel is, met raden van de deelnemende gemeenten, die uitzondering van de genoemde ter zake bij Gedeputeerde Staten hun termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van zienswijze naar voren kunnen brengen. de begroting. Bij begrotingswijzigingen is 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting het echter niet noodzakelijk om aan de binnen twee weken na de vaststelling, doch raden van de deelnemende gemeenten in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de naar hun zienswijze te vragen, indien begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. een begrotingswijziging niet leidt tot wijzigingen van het saldo van baten en 9.

Het eerste, derde en vierde lid van dit lasten per programma of tot gevolgen artikel is toepassing op besluiten tot voor de hoogte van de individuele wijziging van de begroting, met gemeentelijke bijdragen. uitzondering van de navolgende categorieën begrotingswijzigingen - besluiten van het bestuur met betrekking tot begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage en niet leiden tot verschuivingen tussen reeds door het bestuur goedgekeurde programma’s. 10. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.

Artikel 33 Jaarrekening

Artikel 33 Jaarrekening

1. Het dagelijks bestuur biedt de 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april jaarrekening over het afgelopen jaar en van het jaar volgende op het jaar het jaarverslag, met daarbij waarop deze betrekking heeft de gevoegd de accountantsverklaring, voorlopige jaarrekening met daarbij bedoeld in artikel 213, derde lid van de gevoegd de accountantsverklaring en het jaarverslag, aan de raden van de Gemeentewet, jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen deelnemende gemeenten. 2. De raden van de deelnemende bestuur aan onder gelijktijdige gemeenten kunnen binnen een termijn van toezending aan de besturen van de gemeenten. acht weken bij het dagelijks bestuur hun 2. De raden van de gemeenten kunnen zienswijze over de jaarrekening naar voren binnen twee maanden na toezending bij brengen. het dagelijks bestuur 3. Het algemeen bestuur stelt de hun zienswijze over de jaarrekening naar jaarrekening vast vóór 15 juli, in het jaar voren brengen. volgende op het jaar waarop deze 3. Het algemeen bestuur stelt de betrekking heeft. jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de op het jaar waarop deze betrekking vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, heeft. 4.

Zij wordt binnen twee weken, doch in van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking ieder geval vóór 15 juli, met alle heeft, aan Gedeputeerde Staten. bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten 5. Vaststelling van de jaarrekening strekt aangeboden. het dagelijks bestuur tot decharge, 5. Vaststelling van de jaarrekening strekt behoudens later in rechte gebleken valsheid het dagelijks bestuur tot decharge, in geschrifte of andere behoudens later in rechte onregelmatigheden. gebleken valsheid in geschrifte of andere 6. In de jaarrekening wordt het door elk van onregelmatigheden. de deelnemende gemeenten over het 6. In de jaarrekening wordt het door elk desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde van de deelnemende gemeenten over bedrag opgenomen. het desbetreffende jaar

Dit artikel wordt gewijzigd conform de artikelen 34 lid 3 en lid 4 en artikel 34b van de Wgr.

werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 7. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld conform de bij de begroting vastgestelde systematiek. 8. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33 van deze regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.

7. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld conform de bij de begroting vastgestelde systematiek. 8. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33 van deze regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 34 Zorgplicht archiefbescheiden Artikel 34 Zorgplicht archiefbescheiden

Lid 1. De tekst van dit lid is gebaseerd op het bepaalde in artikel 40 van de Archiefwet 1995. Een door het algemeen bestuur vastgestelde 1. Het dagelijks bestuur draagt de zorg 1. Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor archiefverordening vormt de basis waarop de aan het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden van de de archiefbescheiden van GGD Gelderland- toebedeelde zorg zoals aangegeven in artikel 41 lid 1 onder a van de organen van de GGD Gelderland-Zuid. Zuid, overeenkomstig een door het Archiefwet 1995 nader wordt vormgegeven. 2. Het dagelijks bestuur stelt regels vast algemeen bestuur vast te stellen betreffende de wijze waarop de in het verordening, die aan gedeputeerde staten Lid 2. Deze regels zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer GGD eerste lid bedoelde zorg dient te worden wordt medegedeeld. Gelderland-Zuid 2013. verricht. Deze regels worden aan 2. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die Lid 3. De aanwijzing van de archiefbewaarplaats is opgenomen in het Gedeputeerde Staten medegedeeld. 3. Gedeputeerde Staten oefenen worden gevormd krachtens de Besluit Informatiebeheer GGD Gelderland-Zuid 2013 evenals de toezicht uit op de in het eerste lid gedelegeerde en gemandateerde taken. aanwijzing van de DPG als beheerder. bedoelde zorg.

Het dagelijks bestuur stelt voor het beheer van de archiefbescheiden van GGD Lid 4. De verslaglegging door de archivaris aan het dagelijks bestuur is Gelderland-Zuid nadere regels vast, met de basis voor deverantwoording van het dagelijks bestuur jegens het inachtneming van het bepaalde in de algemeen bestuur. archiefverordening zoals genoemd in lid 1. 3. De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats alsmede het beheer van de naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden en documentaire verzamelingen. 4. De archivaris doet jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag inzake de in lid 3 hiervoor vermelde uitoefening van het toezicht en het gevoerde beheer. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

Artikel 35 Toetreding en uittreding

Artikel 35 Toetreding

1. Toetreding van gemeenten tot de Toetreding tot deze regeling is slechts gemeenschappelijke regeling of mogelijk voor zover de Wet uittreding van gemeenten uit de Veiligheidsregio’s en de Wet publieke gemeenschappelijke regeling is slechts gezondheid dit toelaten. mogelijk voor zover de Wet Publieke Gezondheid en de Wet Veiligheidsregio's dit toelaten. 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding.

Artikel 35 beperkt zich nu tot de toetreding. De uittreding wordt geregeld in artikel 35a van deze regeling. De bijzondere situatie rondom toe- en uittreding heeft te maken met de wettelijke indeling van de veiligheids- en GGD regio’s.

-

Artikel 35a Uittreding

Artikel 35a is het rechtstreeks gevolg van de wijziging van de Wgr. Zodoende zijn de deelnemende gemeente op voorhand op de hoogte van de wijze waarop de uittreding is geregeld.

1. Uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in In dit artikel wordt invulling gegeven aan de wettelijke eisen en aan de artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. wensen van de raadsvertegenwoordigers, zijnde zo min mogelijk 2. Bij afwezigheid van een wettelijke verstoring zijn van de uitvoering van de wettelijke taken en de interne voorziening omtrent uittreding is gevolgen voor organisatie moeten zo beperkt mogelijk houden. Verder uittreding slechts mogelijk na voltooiing zou de uittreding zo spoedig mogelijk geëffectueerd moeten worden. van het uittredingsproces zoals beschreven in lid 3 tot en met 12 van dit artikel. 3. De hoogte van de uittreedsom wordt bepaald door de frictiekosten en desintegratiekosten. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast bij besluit genomen bij meerderheid van stemmen. 4. De deelnemende gemeenten hanteren als uitgangspunt dat de uittredende gemeente over een periode van vijf jaar de eigen bijdrage moet doorbetalen, waarbij deze bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt, zodat de uittredende gemeente in het zesde jaar niet meer hoeft te betalen, tenzij de bevindingen van de projectgroep aanleiding vormen tot bijstelling van dat uitgangspunt. 5.De gevolgen van de uittreding worden in kaart gebracht door een projectgroep. 6.

De projectgroep wordt samengesteld door het dagelijks bestuur en bestaat uit een afgevaardigde van het dagelijks bestuur, een afgevaardigde van de uittredende gemeente en één of meer

onafhankelijk deskundigen, in gezamenlijkheid te benoemen. De kosten van de in te schakelen deskundigen komen voor rekening van de uittredende gemeente. 7. De projectgroep rapporteert aan het dagelijks bestuur. 8. Het algemeen bestuur neemt het besluit tot vaststelling van de uittreedsom uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van het gemeentelijke uittredingsbesluit als dat aan de orde is of twaalf maanden nadat de indeling in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s is gewijzigd. De beslistermijn kan éénmaal worden verdaagd met zes maanden. 9. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het college van hun gemeente binnen acht weken hun zienswijze naar voren brengen over de uittreding. 10. De raden van de deelnemende gemeenten dienen toestemming te geven, alvorens de colleges overgaan tot het voltooien van het uittredingsproces. 11. De ondernemingsraad en/of het lokaal overleg worden betrokken bij het uittredingsproces en in de gelegenheid gesteld om hun bevoegdheden ten aanzien van de uittreding uit te oefenen. 12. De uittredende gemeente blijft tot aan het moment van daadwerkelijke uittreding volwaardig deelnemer en dient tot aan dat moment al zijn verplichtingen na te

komen met betrekking tot deze gemeenschappelijke regeling. 13. Na uittreding van de betreffende gemeente stelt het dagelijks bestuur de aanpassing van de onderhavige gemeenschappelijke regeling op, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 14. De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt bekend gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet.

Artikel 36 Wijziging en opheffing

Artikel 36 Wijziging

Deze wijziging is ingegeven door het gewijzigde artikel 1 van de Wgr. Hier wordt de procedureregeling opgenomen ingeval van wijziging van 1. De regeling kan worden gewijzigd of – 1. De regeling kan worden gewijzigd de regeling, bestaande uit een ontwerpregeling, mogelijkheid van indien de wet dat toelaat – opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de zienswijze en lokale besluitvorming. door een daartoe strekkend besluit van besturen van twee derde van het aantal Wijzigen van de regeling bestaat (net als bij toetreding en uittreding) de besturen van twee derden van het deelnemende gemeenten, met uit twee stappen. Allereerst het voorleggen van een ontwerp van de inachtneming van het bepaalde in artikel 1 gewijzigde regeling aan de raden waarover zijn hun zienswijze kenbaar aantal deelnemende gemeenten. 2. Elke deelnemende gemeente en het van de wet. mogen maken bij hun college van burgemeester en wethouders. algemeen bestuur is bevoegd een 2. Zowel het algemeen bestuur als elke Daarna het voorleggen van de gewijzigde regeling aan de colleges van wijziging in de regeling aan de besturen deelnemende gemeente burgemeester en wethouders ter besluitvorming die dat pas doen na is bevoegd een wijziging in de regeling aan toestemming van de raden. van de deelnemende gemeenten in de besturen van de deelnemende overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel.

gemeenten in overweging te geven via een Het dagelijks bestuur zendt het voorstel daartoe strekkend voorstel. van het algemeen bestuur toe aan de 3. Het college dient het voorstel, zoals besturen van de deelnemende bedoeld in het tweede lid, in bij het gemeenten. algemeen bestuur, waarna het algemeen 3. De bij de wet voorgeschreven bestuur het voorstel vaststelt. 4. Het dagelijks bestuur zendt het door het toezending van de wijziging aan Gedeputeerde Staten geschiedt door de algemeen bestuur vastgestelde voorstel zorg van het college van Burgemeester ter besluitvorming toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten, nadat de en Wethouders van de gemeente Nijmegen. Ook de besluiten raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze tot wijziging of opheffing van deze regeling, dan wel tot toetreding of naar voren te brengen bij de colleges van uittreding van deelnemende gemeenten, burgemeester en wethouders over het worden door dit college bekend gemaakt ontwerp van de gewijzigde regeling. in alle deelnemende gemeenten, door 5. De colleges van de deelnemende kennisgeving gemeenten nemen een besluit op het van de inhoud daarvan in de voorstel na toestemming van de raden, Staatscourant. overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de wet, en zenden een afschrift van 4.

De meest recente versie van de regeling wordt door de GGD Gelderland- het collegebesluit inclusief de toestemming van de raden aan de GGD. Zuid op haar website gepubliceerd.

6. Indien van twee derde van het aantal deelnemende gemeenten een instemmend besluit is ontvangen, is de wijziging getroffen en zal het algemeen bestuur dit in zijn eerstvolgende vergadering bevestigen. 7. Het dagelijks bestuur stelt daarna de colleges en raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Artikel 37 Liquidatie

Artikel 37 Opheffing

1. Ingeval van opheffing van de regeling 1. Deze regeling kan slechts worden besluit het algemeen bestuur tot opgeheven als dit door wijziging van de liquidatie en stelt daarvoor de nodige Wet publieke gezondheid mogelijk wordt. regelen. Hierbij kan van de bepalingen Opheffing geschiedt – behoudens een van deze regeling worden afgeweken. andersluidende wettelijke voorziening – door daartoe strekkende besluiten van 2. Het liquidatieplan wordt door het twee derde van het aantal deelnemende algemeen bestuur, de raden van de gemeenten. gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de 2.Ingeval van opheffing van de regeling gevolgen die de beëindiging heeft voor besluit het algemeen bestuur tot liquidatie het personeel. en stelt daartoe een liquidatieplan vast. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de Hierbij kan van de bepalingen van deze wijze waarop de deelnemende regeling worden afgeweken. gemeenten, voor zover het 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de saldo ontoereikend is, zorg dragen voor gevolgen die de beëindiging heeft voor het de nakoming van de verplichtingen van personeel. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de de GGD Gelderland-Zuid. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg uitvoering van de liquidatie. dragen voor de nakoming van de 6.

Zo nodig blijven de organen van de GGD Gelderland-Zuid ook na het tijdstip verplichtingen van de GGD Gelderland-Zuid. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de van opheffing in functie, totdat de uitvoering van de liquidatie. liquidatie is voltooid. 6. De bestuursorganen van de GGD blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Opheffing van de regeling wordt gekoppeld aan de wettelijke mogelijkheden daartoe.

-

Artikel 39a Evaluatie

De Wgr bepaalt dat in de gemeenschappelijke regeling een artikel moet worden opgenomen over de wijze waarop de regeling geavaleerd 1. Tenminste éénmaal in de zes jaar vindt word. een evaluatie van deze regeling plaats. Er wordt gekozen voor formulering die afwijkt van het voorstel van de 2. Op verzoek van twee of meer raadsvertegenwoordigingen. Deze was: evaluatie op het gemeenten kan een tussentijdse evaluatie meerjarenplan/strategie op onderdelen en verder kunnen raden er om worden voorgesteld aan het algemeen vragen als het nodig is. bestuur. 3. De evaluatie richt zich op de inhoud van deze regeling en de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. 4. Het algemeen bestuur neemt een besluit over de inhoud, het proces en de werkwijze van de evaluatie.

Bepalingen 40 en over inwerkingtreding en 40a over bekendmaking Artikel 40

Inwerkingtreding

Deze gewijzigde regeling treedt, na een daartoe strekkend besluit van twee derde van het aantal gemeenten, in werking na bekendmaking van het besluit, per 1 juli 2024, onverminderd het bepaalde in artikel 26 lid 3 van de wet. Artikel 40a

Bekendmaking

1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen maakt de regeling bekend in alle deelnemende gemeenten in het door de gemeente Nijmegen uitgegeven gemeenteblad en draagt zorg voor toevoeging aan het register zoals bedoeld in artikel 136 van de wet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622860/1