Bijlage I - bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Tekst van het document
Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit : De T=10+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt met name voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur te bedragen.
Volgens de Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland geldt vanaf nieuw verhard oppervlak een vrijstelling van de compensatieplicht voor toename tot 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m 2 voor het buitengebied. Als peildatum voor het eenmalig gebruik is 1 januari 2010 aangehouden, Dit betekent dat alleen aanspraak gemaakt kan worden op de vrijstelling als hier in het verleden (na 1 januari 2010) nog geen gebruik van is gemaakt.
26
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Gemeente Heumen Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Heumen is onder meer vastgelegd in het recente Beleidsplan water en riolering Heumen 2023-2027. Het Bwr is samen met de gemeenten Beuningen, Druten, Nijmegen en West Maas & Waal opgesteld en zet het beleid uit het Gemeentelijk rioleringsplan (GPR) 2018-2022 voort.Bij de totstandkoming van het Bwr is Waterschap Rivierenland nauw betrokken geweest. Voor alle nieuwbouwplannen binnen de gemeente Heumen geldt dat het regenwater op eigen perceel verzameld en verwerkt dient te worden. Het regenwater mag niet meer bij het vuilwaterriool worden aangesloten of oppervlakkig afstromen naar de openbare ruimte. De gemeente Heumen conformeert zich aan het beleid van het waterschap. De eis vanuit het waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) dienen minimaal 66,4 mm/m² verhard oppervlak te kunnen bergen. Bij een systeem met een overloop op het watersysteem van het waterschap moet minimaal 43,6 mm/m² verhard oppervlak geborgen worden, waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem mag worden geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het waterschap moet een vergunning worden aangevraagd of gemeld worden. De wijze van infiltreren, bergen en verwerken van het hemelwater op eigen terrein is ter invulling van de perceeleigenaar.
Bij de keuze en aanleg van een voorziening dient te worden voorkomen dat er afval in het hemelwatersysteem wordt geloosd. Daarnaast dient gebruik te worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwproducten en werkwijzen. Er wordt derhalve geadviseerd gebruik te maken van niet uitloogbare bouwmaterialen of materialen die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient een voorziening bij voorkeur inspecteerbaar en reinigbaar te zijn. Het systeem dient binnen 48 uur weer leeg te zijn zodat de volledige bergingscapaciteit weer beschikbaar is. De gemeente adviseert binnen stedelijk gebied om minimaal 20 tot 30 mm in een voorziening te bergen met een overloop op eigen terrein. De overloop mag daarbij geen overlast voor de omgeving opleveren. 4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is in het kader van de geplande realisatie van het appartementengebouw een geohydrologische analyse en een watertoets uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. In dit onderzoek is uitgegaan van de situering van een bergings- en infiltratiemedium onder de parkeervakken in combinatie met een daktuin op het woongebouw en de bergingen. Uitgaande van een b.o.b. niveau op 3,0 m – maaiveld en een minimale dekking van 0,8 m kan een infiltratieriool ø 1.000 mm worden toegepast. De lengte van het stelsel, zoals voorgesteld in bijlage 7 van het rapport, bezit een lengte van ca. 30 m en een bergingscapaciteit van 23,6 m3. Om tot voldoende bergingscapaciteit te komen dient derhalve een dubbele buis te worden toegepast. Hiermee wordt een berging gecreëerd van 47,2 m3. Het infiltrerend oppervlak van het stelsel zoals voorgesteld in bijlage 7 bij het rapport is berekend op 120 m2. Uitgaande van een doorlatendheid van 5 m/dag wordt een infiltratiecapaciteit van 300 m 3/dag verkregen, overeenkomend met ca. 12,5 m3/uur. Hiermee is tevens aangetoond dat het stelsel binnen 24 uur weer leeg is. Hiermee voldoet het bergings- en infiltratiemedium aan de eisen van de gemeente Heumen en het waterschap Rivierenland voor het bergen van hemelwater op eigen terrein van 66,4 mm en een ledigingstijd van 24 uur.
De ligging van de aan- en afvoerleidingen worden te zijner tijd opgenomen in het waterhuishoudkundig plan. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
27
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
4.9.1
Regelgeving
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen.
De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst zal onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde “tabelsoorten” niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan zal met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt gaan worden. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming worden de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wnb geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat
28
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden. 4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna (zie Bijlage 5) en een stikstofdepositieonderzoek, waarin zowel de bouw- als de gebruiksfase is beschouwd, uitgevoerd (zie Bijlage 6). Soortenbescherming Uit het onderzoek in Bijlage 5 blijkt dat zowel wat flora als vleermuizen, zoogdieren, vogels en andere soorten betreft er geen overtreding van de Wet natuurbescherming is. Bovendien worden er geen bomen gekapt, zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden binnen de Wet natuurbescherming. Verder geldt voor alle soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, een zogenaamde 'algemene zorgplicht'. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden, zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. In het kader van de Wet natuurbescherming zijn er, met inachtneming van de zorgplicht en broed- en nestperiode, geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Gebiedsbescherming Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie (tussenliggende bebouwing) en de (effect)afstanden tot de Natura 2000-gebieden (de planlocatie bevindt zich op een afstand van 6,8 km van het dichtsbijzijnde Natura 2000 gebied 'De Bruuk') wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemde gebieden. Desalniettemin is volledigheidshalve toch een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie voor zowel de bouw- als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
29
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
4.10
Archeologie & cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal op 1 januari 2024 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen op 1 januari 2024 in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat vooralsnog gepland voor 1 januari 2024. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2019. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die in januari 2024 naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Conform de huidige archeologische dubbelbestemming behoeft, indien er minder dan 200 m 2 aan grond wordt geroerd voor het woongebouw, geen archeologisch rapport te worden overgelegd. In dit geval wordt er (buiten de contouren van de te slopen boerderij) minder dan 200 m 2 aan grond geroerd, zodat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. De bestaande archeologische dubbelbestemming wordt in dit plan gehandhaafd. Cultuurhistorie Blijkens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart worden er, ten aanzien van de thema’s historische geografie en historische stedenbouw en archeologie, geen waarden toegekend aan het plangebied.
Volgens de Cultuurhistorische waarderingskaart van de gemeente Heumen is aan de kern Malden een zeer lage waardering toegekend. Wel is de Boterdijk aangewezen als een oud landschapselement (weg en kade ouder dan 1832). Aan het verloop van de Boterdijk wordt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niets gewijzigd. 4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
30
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.
4.12
Vormvrije MER-beoordeling
4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
31
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
32
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Heumen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht. 5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.1.2
Bestemmingsregels
In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling zijn specifieke gebruiksregels voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, bed & breakfast en kamerverhuur gesteld.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
33
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent bestaande afwijkende maatvoering en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene gebruiksregels omtrent strijdig gebruik van gronden en bouwwerken. Algemene afwijkingsregels Deze bepaling bevat algemene afwijkingsregels omtrent de voorgeschreven maatvoering, bouwgrenzen, het bouwen van nutsvoorzieningen en het oprichten van antennes. Overige regels In deze bepaling is ten aanzien van parkeren opgenomen dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. 5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingsplan
In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Wonen Binnen de bestemming Wonen zijn gestapelde woningen, tuinen en bijbehorende voorzieningen, zoals paden en parkeerplaatsen mogelijk. De hoofdgebouwen moeten worden gerealiseerd binnen het aangeduide bouwvlak. Bijgebouwen mogen binnen het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd. Binnen het bouwvlak worden via enkele aanduidingen de bouwmogelijkheden verder gereguleerd. Tevens zijn in de regels enkele nadere voorwaarden opgenomen. Verkeer Binnen de bestemming Verkeer zijn onder andere wegen, paden, parkeerplaatsen en groen- en andere voorzieningen toegestaan. Waarde - Archeologische verwachting 1 (dubbelbestemming) Een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie is opgenomen ter bescherming van de mogelijke archeologische waarde in de ondergrond. De bestemming bevat regels voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
34
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Alle kosten die gemaakt moet worden het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg zal het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen: Provincie Gelderland; Waterschap Rivierenland. De eventueel ingediende vooroverlegreacties worden vervolgens van een gemeentelijke reactie voorzien.
6.3
Participatie
Er heeft een omgevingsdialoog met omwonenden plaatsgevonden. Naast persoonlijk contact is er onder andere een brief met een tekening van het bouwplan verspreid. Zie Bijlage 7. De plannen zijn goed ontvangen door de buurt. De mensen met wie persoonlijk is gesproken, hebben allen aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de ontwikkeling.
6.4
Zienswijzen
Op grond van artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan van woensdag 20 september t/m dinsdag 31 oktober 2023 ter inzage gelegen. Een ieder kon, gedurende de hiervoor genoemde termijn van zes weken, schriftelijk zijn of haar mening over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeenteraad van Heumen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
6.5
Beroep
Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
35
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlagen bij toelichting
36
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
37
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 2
38
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
39
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 4
40
Wateronderzoek
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 5
Quickscan Flora en Fauna
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
41
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 6
42
Stikstofdepositieonderzoek
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Bijlage 7
Omgevingsdialoog
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
43
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Regels
44
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179 met identificatienummer NL.IMRO.0252.MAbpRijksweg179-VA01 van de gemeente Heumen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit: een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, uitgeoefend door de bewo(o)n(st)er van de woning, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ambachtelijk, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden, persoonlijke dienstverlening dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is; 1.6 achtergevel: de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.7 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bestaande situatie: bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.9 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat dienstbaar is aan en in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.13 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
45
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
1.14 bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.15 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.17 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 carport: een overkapping, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een (vierwielig) motorvoertuig; 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder
rechtstreeks contact met het publiek, zoals een bank, een uitzendbureau, hypotheekadviesbureau, dan wel diensten die gepaard gaan met detailhandel zoals een kapsalon, een videotheek, een stomerij of een schoenmakerij. Hieronder wordt tevens begrepen medische dienstverlening; 1.22 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.23 erker: een ondergeschikte transparante toevoeging aan de wegzijde op de begane grond; 1.24 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 gestapelde bebouwing: bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten;
46
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
1.27 growshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'growshop'; 1.28 hoofdgebouw: een gebouw, inclusief alle aan- en uitbouwen met uitzondering van carports, dat op een bouwperceel door zijn indeling of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.29 kamerverhuur: een voorziening gericht op de verhuur van een losse kamer binnen een woning, ten behoeve van permanente bewoning; 1.30 ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen, ondergeschikt aan een gebouw, zoals stoepen, stoeptreden, hellingbanen, trappen, bordessen, funderingen, goten, luifels, balkons, erkers, entreeportalen, veranda's, overkappingen, schoorstenen, liftopbouwen, technische installaties en afdaken; 1.31 overkapping: een bouwwerk bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden; 1.32 permanente bewoning: bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een recreatiewoning,
stacaravan of andere, voor wisselende bewoning bedoelde, ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woonof verblijfplaats; 1.33 prostitutiebedrijf: een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice; 1.34 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.35 smartshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/ of leveren van psychotrope stoffen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip 'smartshop'; 1.36 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.37 voorgevel: de kennelijke voorgevel van een gebouw; 1.38 voorzieningen voor de waterhuishouding: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater;
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
47
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
1.39 vrijstaand: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd; 1.40 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een zelfstandig wonend persoon of een samenwonende groep van personen;
48
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de (zijdelingse) (bouw)perceelsgrens: de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 bruto vloeroppervlakte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren; 2.7 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
49
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en/of kamerverhuur; b. tuinen en erven; c. parkeren; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen (inclusief aan- en uitbouwen) mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in de vorm van gestapelde woningen; c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; d. de maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt zoveel als is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'. 3.2.2
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen mogen zowel binnen het bouwvlak als binnen de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt 5 m; c. bijgebouwen moeten op een minimum afstand van 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en/of het verlengde daarvan worden gebouwd; 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt: 1. 1 m voor zover het gronden betreft, gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; 2. 2 m voor zover het gronden betreft, gelegen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan. 3.2.4
Ondergeschikte bouwdelen
Voor het bouwen van ondergeschikte bouwdelen geldt de volgende bepaling: a. ondergeschikte bouwdelen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd; b. overschrijding van het bouwvlak is slechts toegestaan, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,0 m.
50
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten en/of kamerverhuur
Woningen kunnen worden gebruikt ten behoeve van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en/of kamerverhuur mits: a. de woonfunctie per woning in overwegende mate gehandhaafd blijft waarbij: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. maximaal 40% van de vloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en kamerverhuur met een absolute maximum oppervlakte van 50 m²; 3. het maximum aantal te verhuren kamers 3 bedraagt; b. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; c. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen onevenredige verstoring plaatsvindt in de voorzieningenstructuur van de wijk of de kern; e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; f. er geen etalages, vitrines en lichtreclames zijn; g. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningsplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; h. er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen wordt; i.
er gelijktijdig maximaal twee medewerkers aanwezig zijn.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
51
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor `Verkeer´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden; b. verblijfsgebied; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, afvalvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 10 m; c. de bouwhoogte van overige palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 4 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.2.1 onder a ten behoeve van het oprichten van erfafscheidingen tot een maximum hoogte van 2 m, mits: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. dit uit oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; 3. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast.
52
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologische verwachting 1
Bestemmingsomschrijving
De voor ´Waarde - Archeologische verwachting 1´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden in de gronden. 5.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een diepte groter dan 0,4 m minus maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. De verplichting tot het doen van opgravingen; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien wordt aangetoond dat de grond dieper dan 0,4 m is gewoeld of indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, die is getoetst door een archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld; d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, ontginnen, verlagen, afgraven of egaliseren van gronden over een oppervlak van meer dan 200 m²; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 m vanaf maaiveld, over een oppervlak van meer dan 200 m²; c. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen over een oppervlak van meer dan 200 m²; d. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verhardingen 200 m² of meer bedraagt; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, over een oppervlak van meer dan 200 m²; f. het aanleggen van drainage; g. het graven of dempen van sloten, watergangen of vijvers.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
53
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
5.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.3.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.3.3 Verlening a. De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd; d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies. 5.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen en de dubbelbestemming ´Waarde - Archeologische verwachting 1´ te verwijderen indien is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.
54
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
55
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maatvoering
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. In geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 7.2
Ondergronds bouwen
a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. De maximum verticale diepte bij ondergronds bouwen bedraagt 3,5 m; c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.
56
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud; b. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf en/of seksinrichting; c. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor de realisatie van propaantanks; d. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een smartshop en /of growshop.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
57
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de voorgeschreven bouwhoogte en oppervlakte van gebouwen, percentages, horizontale en verticale diepten, afstanden tot perceelsgrenzen en overige maatvoering, eventueel met overschrijding van een bouwgrens, niet zijnde een bestemmingsgrens, met dien verstande dat deze afwijkingen niet meer mogen bedragen dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maatvoering; b. bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, op de verbeelding, indien en voor zover deze afwijkingen noodzakelijk zijn in verband met de uitmeting van het terrein, dan wel indien dit uit oogpunt van doelmatig gebruik van de grond gewenst is, met dien verstande dat het beoogde stedenbouwkundig beeld niet mag worden geschaad en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer mag bedragen dan 10,0 m; c. het bouwen van bouwwerken van openbaar nut, voor zover deze, indien het gebouwen betreft, geen grotere inhoud hebben dan 50,0 m³ en geen grotere hoogte dan 4,0 m; d. het oprichten van antennes met een grotere hoogte dan ten aanzien van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is toegestaan, voor zover deze grotere hoogte noodzakelijk is in verband met het beoogde gebruik, met dien verstande dat dit met het oog op het stedenbouwkundig beeld aanvaardbaar moet zijn.
58
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 10 10.1
Overige regels
Parkeren
a. Bij het bouwen zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in Hoofdstuk 2, moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid (inclusief fietsparkeren) overeenkomstig de parkeernormen zoals opgenomen in CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', of de rechtsopvolger daarvan. b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
59
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
60
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
bestemmingsplan Malden, Rijksweg 179
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Malden, Rijksweg 179'.
bestemmingsplan "Malden, Rijksweg 179" (definitief)
61