CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Bestemmingsplan Hoogstraat 16, Overasselt

Raad 14 maart 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hoogstraat 16, Overasselt17.579 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoogstraat 16, Overasselt

29

De parkeerbehoefte voor maximaal 4 van de 5 woningen (bestaand en nieuw) kan binnen eigen terrein worden opgevangen. Daarvoor worden parkeerplaatsen binnen de woonpercelen opgenomen. Ook de parkeerbehoefte die blijft bestaan voor het commerciële gedeelte of voor de extra woning kan geheel binnen eigen terrein worden opgevangen via de drie parkeerstroken parallel aan de Hoogstraat. In de directe omgeving maar wel buiten eigen terrein zijn tevens parkeerplaatsen aanwezig die in de bestaande situatie onder andere gebruikt werden voor bezoekers van de commerciële ruimte. Door de verkleining van de commerciële ruimte en de daarmee samenhangende afnemende parkeerbehoefte komen er in de openbare ruimte enkele parkeerplaatsen vrij die voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Het plan is uitvoerbaar vanuit verkeer en parkeren.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de cultuurkaart van de gemeente Heumen. Op de cultuurkaart is weergegeven dat een gedeelte van de bebouwing aan de Hoogstraat binnen het plangebied een beeldbepalend/karakteristiek gebouw betreft. Het gaat hierbij om de oorspronkelijke bebouwing van het in het plangebied aanwezige pand. Met voorliggend plan worden geen onderdelen van de oorspronkelijke bebouwing gesloopt. Door het slopen van de niet-oorspronkelijke bebouwing wordt de karakteristiek van het pand in ere hersteld. Het plan heeft daarmee een positieve invloed op de karakteristieke waarde van het pand. Voorliggend plan wordt aangegrepen om de bestaande aanduiding 'karakteristiek' (zie ook 3.3.3) in lijn te brengen met het oorspronkelijke deel van het pand.

30

Hoogstraat 16, Overasselt

Uitsnede cultuurkaart gemeente Heumen (bron: gemeente Heumen)

De Hoogstraat betreft een kade van voor 1832. Aan de weg worden geen bouw- of sloopwerkzaamheden verricht. De Hoogstraat wordt hiermee gerespecteerd. Door de komst van de tuinen krijgt ook de Hoogstraat een groener karakter. Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van cultuurhistorie. Archeologie Voor het plangebied geldt op grond van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch verwachting 1'. Voor deze gronden geldt dat voor grondwerkzaamheden met een oppervlakte van minimaal 200 m2 en dieper dan 40 cm archeologisch onderzoek is vereist. Deze dubbelbestemming is gebaseerd op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Heumen. Navolgende afbeelding geeft hiervan een uitsnede weer.

Uitsnede archeologische verwachtingskaart (bron: gemeente Heumen)

Hoogstraat 16, Overasselt

31

Vanwege de omvang van de bouwwerkzaamheden is een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6. Binnen het plangebied is sprake van een hoge archeologische verwachting. Ter plaatse van boringen 1 t/m 4 geldt dat het initiatief niet voorziet in bodemverstorende werkzaamheden óf dat de bodemverstorende werkzaamheden de bodem niet dieper verstoren dan de bestaande funderingsdiepte van bestaande bebouwing. Ter plaatse van deze boringen kunnen negatieve effecten ten aanzien van potentiële archeologische waarden op voorhand worden uitgesloten. Ter plaatse van boring 5, in de bestaande tuin in het achtererf van de bebouwing, wordt een patiowoning opgericht waarbij de bodem verstoord zal worden met een verstoringsdiepte tussen de 0,75 cm -mv - 90 cm -mv. Ter plaatse van boring 5 is een archeologisch niveau geconstateerd op een diepte van 50 - 75 cm - mv. In een later stadium van de ontwikkeling, in ieder geval voorafgaand aan de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen, zal er een aanvullend onderzoek bij het bevoegd gezag worden ingediend waarin nader is onderzocht of er ter plaatse van boring 5 en aangrenzende gronden archeologisch waardevolle resten aanwezig zijn en zo ja, welke maatregelen worden getroffen om deze resten te beschermen.

Op grond van de conclusies van het archeologisch onderzoek is de bestaande archeologische dubbelbestemming in voorliggend plan over het gehele plangebied overgenomen. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar vanuit het aspect archeologie. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast Uit kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat in het plangebied amper plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui.

De hoeveelheid verhard oppervlak neemt als een gevolg van het plan af. Hemelwater wordt na een bui daarmee beter verwerkt en geborgen. Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de gevoelstemperatuur in het plangebied toe kan nemen. De woningen worden gebouwd conform de actuele eisen rond isolatie en zijn hiermee minder gevoelig voor opwarming. Daarnaast wordt met het plan extra groen aangelegd, wat eveneens leidt tot verkoeling in het plangebied.

32

Hoogstraat 16, Overasselt

Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid een lichte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee blijft in het plangebied sprake van droogtegevoeligheid. Door de toename van onverhard oppervlak blijft hemelwater beter behouden in het plangebied. Het plangebied is daarmee minder gevoelig voor droogte. Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat voor het plangebied een extreem kleine tot kleine kans op overstroming geldt. In het geval van een overstroming zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Hoogstraat 16, Overasselt

33

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  De enkelbestemming 'Gemengd', ten behoeve van het behoud van de woon- en commerciële functie van het bestaande pand en het toevoegen van een extra woning. Ter plaatse van het pand wordt een bouwvlak opgenomen dat beter passend is bij de feitelijke bebouwing. Ter hoogte van het plangebied worden maatvoeringen ten aanzien van de maximum bouwhoogte, goothoogte en het aantal wooneenheden opgenomen. Ter plaatse van het bouwvlak geldt tevens de bouwaanduiding 'Karakteristiek' ter plaatse van de oorspronkelijke bebouwing om de karakteristieke uitstraling van het pand te beschermen;  De enkelbestemming 'Wonen', ten behoeve van de te realiseren woningen op het achterste gedeelte van het plangebied. Ten behoeve van de woningen is een bouwvlak opgenomen met maatvoeringen ten aanzien van de maximum bouwhoogte, goothoogte en het aantal woneenheden;  De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1', mede ter bescherming en het behoud van de eventueel in de grond aanwezige archeologische resten. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

34

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan de relevante instanties. Adviezen worden in het document verwerkt.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

De initiatiefnemer heeft omwonenden reeds geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen het plangebied. Met omwonenden zijn individuele gesprekken gevoerd en deze gesprekken zijn positief verlopen. De omwonenden zullen ook tijdens het vervolg van de ontwikkeling op de hoogte worden gehouden van het plan en de bijbehorende planning.

6.4

Verslag zienswijzen

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

Hoogstraat 16, Overasselt

35

36

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlagen bij de toelichting

Hoogstraat 16, Overasselt

37

38

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Hoogstraat 16, Overasselt

39

40

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai

Hoogstraat 16, Overasselt

41

42

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 3

Digitale watertoets

Hoogstraat 16, Overasselt

43

44

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 4

Quickscan Flora en Fauna

Hoogstraat 16, Overasselt

45

46

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 5

Parkeerbalans

Hoogstraat 16, Overasselt

47

48

Hoogstraat 16, Overasselt

Bijlage 6

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Hoogstraat 16, Overasselt

49

50

Hoogstraat 16, Overasselt

Regels

Hoogstraat 16, Overasselt

51

52

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Hoogstraat 16, Overasselt met identificatienummer NL.IMRO.0252.BP78435-0001 van de gemeente Heumen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanduidingsvlak: een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.6 aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit: een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, uitgeoefend door de bewo(o)n(st)er van de woning, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ambachtelijk, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden, persoonlijke dienstverlening dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is.

1.7 aan- en uitbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.8 achtergevel: de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw. 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bed & breakfast: een inpandige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit.

Hoogstraat 16, Overasselt

53

1.11 bestaande situatie: a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat dienstbaar is aan en in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.17 bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.19 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.22 carport: een overkapping, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een (vierwielig) motorvoertuig. 1.23 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

54

Hoogstraat 16, Overasselt

1.24 dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek. 1.25 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond. 1.26 erker: een ondergeschikte transparante toevoeging aan de wegzijde op de begane grond. 1.27 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 growshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en /of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps-of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip ‘growshop’. 1.30 hoeksituatie: een perceel dat, door zijn ligging op een straathoek, aan twee zijden een naar de weg gekeerde perceelsgrens heeft. 1.31 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt.

1.32 hoofdgebouw: een gebouw, inclusief alle aan- en uitbouwen met uitzondering van carports, dat op een bouwperceel door zijn indeling of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.33 kamerverhuur; een voorziening gericht op de verhuur van een losse kamer binnen een woning, ten behoeve van permanente bewoning. 1.34 kangoeroewoning: een in omvang ondergeschikte één- of tweepersoonswoning die een in- dan wel aangebouwd deel uitmaakt van een (bedrijfs)woning. 1.35 mantelzorg: de langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan hulpbehoevenden door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Hierbij valt te denken aan het zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis.

Hoogstraat 16, Overasselt

55

1.36 ondergeschikte functie: functie die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. 1.37 overkapping: een bouwwerk bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden. 1.38 praktijk- en/of kantoorruimte: een ruimte die door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve, medische en/of ontwerptechnische arbeid. 1.39 prostitutiebedrijf: een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice. 1.40 seksinrichting: a. een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen. b. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.41 smartshop: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en /of leveren van psychotrope stoffen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip ‘smartshop’. 1.42 Staat van bedrijfsactiviteiten: een als bijlage bij deze regels gevoegde en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen. 1.43 twee-aaneen: bebouwing in halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen, waarvan het hoofdgebouw aan maximaal één zijde grenst aan een ander hoofdgebouw en daardoor aan één zijde in de perceelsgrens is gebouwd. 1.44 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.45 voorgevel: de kennelijke voorgevel van een gebouw. 1.46 voorgevellijn: de lijn gevormd door het voornaamste oorspronkelijke voorgevelvlak (dus met voorbijgaan aan ondergeschikte aan- of uitbouwen) en het verlengde hiervan. 1.47 voorgevelrooilijn: de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.

56

Hoogstraat 16, Overasselt

1.48 voorste bouwgrens: elke naar de weg of de openbare ruimte gekeerde bouwgrens. 1.49 vrijstaand: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd. 1.50 voorzieningen voor de waterhuishouding: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater. 1.51 werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.52 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een zelfstandig wonend persoon of een samenwonende groep van personen. 1.53 woongebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, waarin uitsluitend woonfuncties zijn gelegen, die zijn aangewezen op een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten. 1.54 zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, met een baliefunctie, in een vorm of op een wijze die gelijkenis vertoont met een kantoor, zoals een bank, een uitzendbureau of een hypotheekadviesbureau, dan wel met detailhandel, zoals een kapsalon, een videotheek, een stomerij of een schoenmakerij. 1.55 zorgwoning: een zelfstandige woning met bijbehorende voorzieningen behorende bij een zorgcomplex en bestemd voor de huisvesting van een persoon of een samenwonende groep van personen met een bepaalde zorgbehoefte.

Hoogstraat 16, Overasselt

57

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse (bouw)perceelsgrens: de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.3 bebouwingspercentage: de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel. 2.4 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.8 bruto vloeroppervlak van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.10 peil: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

58

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. zakelijke dienstverlening; c. wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en/of kamerverhuur; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. alsmede voor: d. de instandhouding en bescherming van de ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ aangegeven bebouwing. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. De voorgevel moet worden gesitueerd in de voorste bebouwingsgrens dan wel op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter. c. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; d. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is aangegeven; e. De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen ter plaatse van: 1.

een vrijstaand gebouw bedraagt minimaal 2,5 m, met dien verstande dat aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd vanaf 3 m achter de voorgevel en het verlengde daarvan en tot een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 6 m; 2. gebouwen van 2 of meer aaneen bedraagt minimaal 2,5 m aan de uiteinden, met dien verstande dat tot in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd vanaf 3 m achter de voorgevel en het verlengde daarvan en tot een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 6 m. 3.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen Bij een woning mogen bijgebouwen, erkers, entreeportalen en luifels worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. De maximale gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m² per woning, met dien verstande dat indien het gezamenlijke bestaande oppervlak van bijgebouwen meer bedraagt dan 50 m², het bestaande gezamenlijke oppervlak is toegestaan; c. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. d. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m. e. Bijgebouwen dienen minimaal 3 m achter de voorgevel van de woning en/of het verlengde daarvan te worden gebouwd; f.

Erkers, entreeportalen en luifels mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden:

Hoogstraat 16, Overasselt

59

1. 2. 3. 4. 5.

De horizontale diepte van een erker of entreeportaal mag maximaal 1,5 m bedragen; De afstand van een erker of entreeportaal tot de voorste perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen; De breedte van een erker of entreeportaal mag maximaal 2/3 van de breedte van de desbetreffende gevel van de woning bedragen; De bouwhoogte van een erker of entreeportaal mag maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; de horizontale diepte van overige ondergeschikte bouwdelen waaronder luifels mag maximaal 1 m bedragen.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. 1 m voor zover het gronden betreft, gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; 2. 2 m voor zover het gronden betreft, gelegen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan. 3.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing. b. De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de bebouwing en hun omgeving ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.2.3 onder c ten behoeve van het oprichten van naar de openbare weg gekeerde erfen terreinafscheidingen tot een bouwhoogte van maximaal 2 m, mits: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. dit uit oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; 3. de belangen van derden niet onevenredig worden aangetast.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast Woningen en woongebouwen kunnen worden gebruikt ten behoeve van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft waarbij: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. maximaal 40% van de vloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast met een maximum van 50 m²; 3. het aantal te verhuren kamers niet meer mag bedragen dan 3; b. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; c. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving;

60

Hoogstraat 16, Overasselt

d. e. f. g. h. i.

er geen onevenredige verstoring plaatsvindt in de voorzieningenstructuur van de wijk of de kern; het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; er geen etalages, vitrines en lichtreclames zijn; er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen wordt; er gelijktijdig niet meer dan twee medewerkers aanwezig zijn.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Kangoeroewoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 teneinde bij een woning een kangoeroewoning toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een in omvang ondergeschikte één of tweepersoonswoning die een in- dan wel aangebouwd deel uitmaakt van een grotere woning; b. het geheel van oorspronkelijke woning en kangoeroewoning past binnen de maatvoering, zoals die is opgenomen in de bouwregels voor woningen dan wel hoofdgebouwen; c. de kangoeroewoning beslaat maximaal 1/3 deel van de oppervlakte en inhoud van het geheeld van oorspronkelijke woning en kangoeroewoning; d. er bestaat een open verbinding tussen de oorspronkelijke woning en kangoeroewoning; e. de kangoeroewoning heeft geen eigen voordeur; f. de kangoeroewoning krijgt geen eigen huisnummer; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; h. de verkeersveiligheid mag niet in het geding komen; i. de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur/samenhang van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; j. er moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; k. aanwezige waarden van monumentale gebouwen en of beeldbepalende gebouwen mogen niet onevenredig worden aangetast.

3.6.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 teneinde bij een woning een woonunit toe te staan of voor het bewonen van een bijgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. deze woonruimte is noodzakelijk vanuit een oogpunt van mantelzorg, aangetoond middels een zorgindicatie, afgegeven door een daartoe deskundig adviseur; b. er is sprake van een tijdelijke situatie; c. de woonruimte vormt een ruimtelijke eenheid met de hoofdwoning; d. de woonruimte wordt binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden gerealiseerd, met dien verstande dat de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte maximaal 50 m2 bedraagt; e. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; f. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig wordt aangetast; g. de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur en samenhang van de omgeving worden niet aangetast; h. aanwezige waarden van monumentale of beeldbepalende gebouwen worden niet onevenredig aangetast; i. tijdelijke woonunits moeten zoveel mogelijk uit het zicht worden geplaatst; j. er blijft voldoende parkeergelegenheid gehandhaafd dan wel de parkeergelegenheid verminderd niet verder indien deze al ontoereikend is.

Zodra de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen, moet de woonunit verwijderd worden en het bijgebouw overeenkomstig de bestemming worden gebruikt.

Hoogstraat 16, Overasselt

61

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, bed & breakfast en/of kamerverhuur; met bijbehorende bebouwing, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen: a. Het bebouwingspercentage (inclusief carports) van de gronden binnen deze bestemming mag maximaal 60% bedragen. 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met in achtneming van het bepaalde in lid 4.2.1. b. Hoofdgebouwen mogen worden gebouwd in de vorm van vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen. c. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; d. De voorgevel moet worden gesitueerd in de voorste bouwgrens dan wel op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter. e. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is aangegeven; f. De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen ter plaatse van: 1.

een vrijstaand gebouw bedraagt minimaal 2,5 m, met dien verstande dat aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd vanaf 3 m achter de voorgevel en het verlengde daarvan en tot een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 6 m; 2. gebouwen van 2 of meer aaneen bedraagt minimaal 2,5 m aan de uiteinden, met dien verstande dat tot in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd vanaf 3 m achter de voorgevel en het verlengde daarvan en tot een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 6 m. 4.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, erkers en entreeportalen gelden de volgende bepalingen: a. Bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Bijgebouwen dienen minimaal 3 m achter de voorgevel van de hoofdgebouwen en/of het verlengde daarvan te worden gebouwd. c. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per hoofdgebouw mag maximaal 50 m² bedragen, met in achtneming van het bepaalde in lid 4.2.1. d. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. e. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m; f. Erkers, entreeportalen en luifels mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. De horizontale diepte van een erker of entreeportaal mag maximaal 1,5 m bedragen; 2.

De afstand van een erker of entreeportaal tot de voorste perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen;

62

Hoogstraat 16, Overasselt

3. 4. 5.

De breedte van een erker of entreeportaal mag maximaal 2/3 van de breedte van de desbetreffende gevel van de woning bedragen; De bouwhoogte van een erker of entreeportaal mag maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; de horizontale diepte van overige ondergeschikte bouwdelen waaronder luifels mag maximaal 1 m bedragen.

4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. 1 m voor zover het gronden betreft, gelegen voor de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan; 2. 2 m voor zover het gronden betreft, gelegen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan. 4.2.5 Carports Voor het bouwen van carports gelden de volgende bepalingen: a. De oppervlakte van een carport mag niet meer bedragen dan 20 m2, met in achtneming van het bepaalde in lid 4.2.1. b. De bouwhoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 m. c. Voor zover een carport vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan wordt gebouwd mag deze geen tot de constructie zelf behorende wanden hebben. d. Voor zover een carport achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde hiervan wordt gebouwd mag deze maximaal drie wanden hebben, waarvan er maximaal twee tot de constructie zelf mogen behoren. 4.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast Woningen en woongebouwen kunnen worden gebruikt ten behoeve van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft waarbij: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. maximaal 40% van de vloeroppervlakte en de voor de woonfunctie bestemde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en bed & breakfast met een maximum van 50 m²; 3. het aantal te verhuren kamers niet meer mag bedragen dan 3; b. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; c. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen onevenredige verstoring plaatsvindt in de voorzieningenstructuur van de wijk of de kern; e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; f. er geen etalages, vitrines en lichtreclames zijn; g. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer;

Hoogstraat 16, Overasselt

63

h. i.

er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen wordt; er gelijktijdig niet meer dan twee medewerkers aanwezig zijn.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Kangoeroewoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 teneinde bij een woning een kangoeroewoning toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een in omvang ondergeschikte één of tweepersoonswoning die een in- dan wel aangebouwd deel uitmaakt van een grotere woning; b. het geheel van oorspronkelijke woning en kangoeroewoning past binnen de maatvoering, zoals die is opgenomen in de bouwregels voor woningen dan wel hoofdgebouwen; c. de kangoeroewoning beslaat maximaal 1/3 deel van de oppervlakte en inhoud van het geheeld van oorspronkelijke woning en kangoeroewoning; d. er bestaat een open verbinding tussen de oorspronkelijke woning en kangoeroewoning; e. de kangoeroewoning heeft geen eigen voordeur; f. de kangoeroewoning krijgt geen eigen huisnummer; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; h. de verkeersveiligheid mag niet in het geding komen; i. de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur/samenhang van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; j. er moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; k. aanwezige waarden van monumentale gebouwen en of beeldbepalende gebouwen mogen niet onevenredig worden aangetast.

4.5.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 teneinde bij een woning een woonunit toe te staan of voor het bewonen van een bijgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. deze woonruimte is noodzakelijk vanuit een oogpunt van mantelzorg, aangetoond middels een zorgindicatie, afgegeven door een daartoe deskundig adviseur; b. er is sprake van een tijdelijke situatie; c. de woonruimte vormt een ruimtelijke eenheid met de hoofdwoning; d. de woonruimte wordt binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden gerealiseerd, met dien verstande dat de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte maximaal 50 m2 bedraagt; e. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; f. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig wordt aangetast; g. de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur en samenhang van de omgeving worden niet aangetast; h. aanwezige waarden van monumentale of beeldbepalende gebouwen worden niet onevenredig aangetast; i. tijdelijke woonunits moeten zoveel mogelijk uit het zicht worden geplaatst; j. er blijft voldoende parkeergelegenheid gehandhaafd dan wel de parkeergelegenheid verminderd niet verder indien deze al ontoereikend is.

Zodra de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen, moet de woonunit verwijderd worden en het bijgebouw overeenkomstig de bestemming worden gebruikt.

64

Hoogstraat 16, Overasselt

Artikel 5

Waarde - Archeologische verwachting 1

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 5.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m², een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3.

De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien wordt aangetoond dat de grond dieper dan 0,40 m is gewoeld of indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, welke is getoetst door een archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, ontginnen, verlagen, afgraven of egaliseren van gronden over een oppervlak van meer dan 200 m2; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld, over een oppervlakte van meer dan 200 m2; c. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen over een oppervlak van meer dan 200 m2; d.

het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verhardingen 200 m2 of meer bedraagt; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies over een oppervlak van meer dan 200 m 2; f. het aanleggen van drainage; g. het graven of dempen van sloten, watergangen of vijvers.

Hoogstraat 16, Overasselt

65

5.3.2 Uitzonderingen Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vraagt het bevoegd gezag een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg om advies.

5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen en de bestemming 'Waarde Archeologische verwachting 1' te verwijderen indien is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.

66

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Bestaande afwijkende maatvoering Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden. b. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. c. In geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 7.2 Ondergronds bouwen a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. een gebruik van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seks- en/of pornobedrijf en/of prostitutiebedrijf; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor de realisatie van propaantanks, behalve als de propaantanks voldoen aan: 1. de risicoafstanden die afkomstig zijn van het RIVM en zijn neergelegd in de memo 'Afstandstabel propaanreservoirs 0,15 - 50 m3' van 14 juli 2006 met kenmerk 263/06CEV; 2. de risicocontour de eigen perceelsgrens niet overschrijdt; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een smartshop en /of growshop.

Hoogstraat 16, Overasselt

67

8.2 Parkeren a. Bij het bouwen zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid (inclusief fietsparkeren) overeenkomstig de parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren', of de rechtsopvolger daarvan. b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

9.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de voorgeschreven goothoogte, hoogte en oppervlakte van gebouwen, percentages, horizontale en verticale diepten, afstanden tot perceelsgrenzen en overige maatvoering, eventueel met overschrijding van een bouwgrens, niet zijnde een bestemmingsgrens, met dien verstande dat deze afwijkingen niet meer mogen bedragen dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maatvoering; b. bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, op de verbeelding, indien en voor zover deze afwijkingen noodzakelijk zijn in verband met de uitmeting van het terrein, dan wel indien dit uit oogpunt van doelmatig gebruik van de grond gewenst is, met dien verstande dat het beoogde stedenbouwkundig beeld niet mag worden geschaad en de afwijking ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer mag bedragen dan 10 m; c. het bouwen van bouwwerken van openbaar nut, voor zover deze, indien het gebouwen betreft, geen grotere inhoud hebben dan 50 m3 en geen grotere hoogte dan 4 m; d. het oprichten van antennes met een grotere hoogte dan ten aanzien van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is toegestaan, voor zover deze grotere hoogte noodzakelijk is in verband met het beoogde gebruik, met dien verstande dat dit met het oog op het stedenbouwkundig beeld aanvaardbaar moet zijn.

Artikel 10

Overige regels

10.1 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, en f. de ruimte tussen bouwwerken. 10.2 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerp van het bestemmingsplan.

68

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hoogstraat 16, Overasselt'.

Hoogstraat 16, Overasselt

69

70

Hoogstraat 16, Overasselt

Verbeelding

Hoogstraat 16, Overasselt

71

72

Hoogstraat 16, Overasselt

Hoogstraat 16, Overasselt

73

74

Hoogstraat 16, Overasselt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13845935/1