CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2023

Raad 26 oktober 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 20233.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2023 Voor u ligt het beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2023 gemeente Heumen. Directe aanleiding voor dit plan is het raadsbesluit van 15 december 2022. Hierin is vastgesteld om in 2023 structureel beleid voor te bereiden met betrekking tot het aanbod voor- en vroegschoolse educatie. Voor- en vroegschoolse educatie is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. In het kader daarvan ontvangen de gemeente en scholen middelen van het Rijk om kinderen die dat nodig hebben voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden. Het doel is om met deze middelen peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op groep 3 van de basisschool, zodat zij zonder achterstand in groep 3 kunnen instromen. Door kinderen, die thuis geen of te weinig Nederlandse taal aangeboden krijgen, vroegtijdig en actief te ondersteunen bij het leren van de Nederlandse taal, willen we achterstanden op school voorkomen. Kinderen zullen op school een betere aansluiting vinden om de lesstof in groep 3 en verder te kunnen begrijpen. De ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd is van invloed op hun verdere leven. We zien graag dat alle kinderen in de gemeente Heumen zich vrij kunnen ontwikkelen en opgroeien tot verantwoordelijke, zelfstandige, zelfredzame en maatschappelijk betrokken deelnemers aan de samenleving.

Met dit beleid willen we voorkomen dat bij kinderen op jonge leeftijd onderwijsachterstanden ontstaan. We gunnen ieder kind een goede start. Dit vraagt om een vroegtijdige aanpak die al begint op het consultatiebureau. Cruciaal in de aanpak is taal, want echt goed meedoen in de samenleving begint bij een goede taalontwikkeling. De gemeente heeft de wettelijke taak om dit onderwijsachterstandenbeleid vorm te geven, samen met het onderwijs en de kinderopvang. Ieder heeft hierbij een eigen rol en taak. Dit beleidsplan is op 26 oktober 2023 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Heumen. Over de inhoud van dit plan heeft afstemming plaatsgevonden met de scholen, kinderopvang en de GGD.

Zaak Document

: :

167775 167779

Inleiding In dit beleidsplan wordt ingegaan op de volgende aspecten van het gemeentelijke VVE-beleid: ➢ visie op VVE, ➢ wettelijk kader, ➢ gemeentelijk kwaliteitskader VVE, ➢ financieel kader, en ➢ de (beleids)voornemens voor 2023 en verder.

1. Visie Onze visie op voor- en vroegschoolse educatie berust op de volgende twee pijlers: ➢ gelijke kansen voor alle kinderen; waarbij ➢ de betrokkenheid van ouders van cruciaal belang is om onderwijsachterstanden te voorkomen. 1.1 Gelijke kansen Ieder kind moet zich volledig kunnen ontwikkelen. Zijn of haar achtergrond, het opleidingsniveau van ouders of hun financiële situatie mag niet van invloed zijn op de schoolprestaties van een kind. Kinderen met dezelfde talenten hebben recht op gelijke kansen. Ieder kind ontwikkelt zich bovendien in een eigen tempo en op een eigen manier. De ontwikkeling wordt gestimuleerd door te zorgen voor een uitdagende en betekenisvolle omgeving, zoals het spelen van spelletjes, het doen van activiteiten en het aanbieden van geschikt speelgoed. In de kinderopvang komen kinderen in aanraking met leeftijdsgenootjes, ander speelgoed en andere activiteiten dan thuis. Dat is goed voor hun ontwikkeling. Kinderen die tijd doorbrengen op de kinderopvang ontwikkelen zich immers sneller op het gebied van taal en sociale vaardigheden. Ook wennen kinderen er aan om in een groep en volgens een bepaald ritme te functioneren. Dat maakt de kinderopvang een goede voorbereiding naar de basisschool. Daarnaast is het ook gewoon leuk om met andere kinderen te spelen. 1.2 Ouderbetrokkenheid Ouders zijn als opvoeder de belangrijkste partner van hun kind.

Zij leveren een essentiële bijdrage aan de ontwikkelingsmogelijkheden en het schoolsucces van hun kind. Het is dan ook belangrijk dat ouders en professionals samenwerken om het kind in zijn ontwikkeling te stimuleren. Ouders hebben daarmee een belangrijke rol in de voor- en vroegschoolse educatie. Het begint ermee om elkaar goed te informeren over de ontwikkeling van het kind. Als er thuis aan de (taal)ontwikkeling van een kind wordt gewerkt, dan levert dat een bijdrage aan het schoolsucces. Daarom is het van belang dat ouders intensief bij het VVE-aanbod betrokken worden.

2

2. Wettelijk kader Op de voorschoolse educatie zijn verschillende wetten van toepassing. Het aanbieden van vooren vroegschoolse educatie is daardoor niet vrijblijvend. Het is gebaseerd op een samenhangend wettelijk kader dat richting geeft aan de wijze waarop de gemeente het VVE-beleid uitvoert. Dit kader wordt gevormd door (1) de Wet op het primair onderwijs en (2) de Wet Kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In het verlengde hiervan is de onderwijsinspectie belast met het toezicht en handhaving van de kwaliteit van het VVE-aanbod. 2.1 Wet primair onderwijs Artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) draagt het college op om ervoor te zorgen dat er in de gemeente voldoende voorzieningen zijn waar kinderen met risico op een achterstand in de Nederlandse taal kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie. In het verlengde hiervan stelt artikel 160 van diezelfde wet dat burgemeester en wethouders minstens één keer per jaar overleg voeren en zorg dragen voor het maken van afspraken over de resultaten van vroegschoolse educatie. Wij doen dit in het bestuurlijk op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen. De resultaatafspraken voor 2023 zijn in overleg met de scholen, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen tot stand gekomen.

(Zie bijlage 1) Hiermee voldoet de gemeente aan de wettelijke voorschriften, zoals dat op 19 januari 2023 door de onderwijsinspectie is vastgesteld. 2.2 Wet kinderopvang Sinds 2018 is er sprake van een harmonisatie in de kinderopvangvoorzieningen. Dit betekent dat zowel kinderopvang als peuterspeelzalen onder de Wet Kinderopvang vallen. De harmonisatie heeft ervoor gezorgd dat de kwaliteitseisen voor peuter- en kinderopvang gelijk zijn getrokken, waardoor kinder- en peuteropvang meer op elkaar kunnen worden afgestemd. In artikel 1.50b van de Wet Kinderopvang worden regels gesteld omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie, indien dit wordt gesubsidieerd door de gemeente. Deze regels zijn nader uitgewerkt in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

De basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie hebben betrekking op: ➢ de omvang van de voorschoolse educatie ➢ de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker ter verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie, ➢ het aantal beroepskrachten en de groepsgrootte ➢ de opleiding van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie ➢ de inhoud van het pedagogisch beleidsplan ➢ het gebruik van een voorschools educatieprogramma In artikel 1.49 van de Wet Kinderopvang is bovendien opgenomen dat een houder van een kindcentrum verantwoorde kinderopvang aanbiedt, waaronder wordt verstaan het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de 3

persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen.

3. Gemeentelijk kwaliteitskader VVE De visie op VVE – gelijke kansen en ouderbetrokkenheid - en het wettelijke kader vormen het vertrekpunt voor het gemeentelijke kwaliteitskader. We willen de kansengelijkheid van kinderen vergroten door te investeren in een kwalitatief goed aanbod voorschoolse educatie. Dat doen we op de volgende manier: ➢ we leggen vast wanneer kinderen als doelgroepkinderen aangemerkt worden. ➢ we stellen vast hoe we het aanbod organiseren, ➢ we stellen voorwaarden aan het opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers ➢ er is sprake van een warme overdracht van alle doelgroepkinderen, en ➢ we bepalen hoeveel doelgroepkinderen we willen bereiken. Daarbij hanteren we de volgende kwaliteitsregels: ➢ De leidster-kindratio bedraagt één leidster op maximaal 8 kinderen, ➢ De maximale groepsgrootte is 16 kinderen, ➢ Beroepskrachten die in de voorschoolse educatie werken, moeten gekwalificeerd zijn om als pedagogisch medewerker in de kinderopvang te werken én ze moeten scholing hebben gevolgd gericht op voorschoolse educatie. Aangezien de voorschoolse educatie niet bij de voordeur van de school stopt, is er in deze paragraaf ook aandacht voor de overgang naar de vroegschoolse educatie van doelgroepkinderen op de basisschool.

Meer specifiek heeft dit betrekking op de doorgaande leerlijn en de warme overdracht, maar vooral ook met de resultaatafspraken die we met het onderwijs, kinderopvang en de GGD hebben gemaakt. 3.1 Doelgroepkinderen Kinderen die in aanmerking komen voor een VVE-aanbod worden doelgroepkinderen genoemd. De gemeente heeft beleidsvrijheid bij het definiëren van doelgroepkinderen. Bij collegebesluit van 2 juli 2013 is de volgende definitie voor doelgroepkinderen vastgesteld. Doelgroepkinderen WE zijn peuters en kleuters die in het basisonderwijs een leerlinggewicht 0,3 of 1,2 hebben of waarvoor door het consultatiebureau een urgentieverklaring is afgegeven.

Aan de voorkant van de uitvoering van het VVE-beleid staat het consultatiebureau. Daar wordt beoordeeld of een kind een doelgroepkind is. Als dat zo is wordt door het consultatiebureau een VVE-indicatie afgegeven.

4

Een VVE-indicatie wordt afgegeven op basis van één of meer van de volgende criteria: a. Het opleidingsniveau van de ouder(s)1, b. Het kind wordt thuis voornamelijk aangesproken in een andere taal dan Nederlands. c. De jeugdgezondheidzorg is van oordeel dat het kind wordt bedreigd in zijn (taal)ontwikkeling. 3.2 Aanbod Met een VVE-indicatie kunnen ouders zich aanmelden bij KION, de aanbieder voor VVE in onze gemeente. In Malden wordt op twee locaties voor peuteropvang gewerkt met een erkend VVEprogramma. Hierbij is ook specifieke aandacht voor een goede informatieverstrekking en begeleiding van de ouders. Er wordt gewerkt met het VVE-programma ‘Uk en Puk’ in combinatie met het observatie en registratiesysteem KIJK! Het doel van dit programma is om kinderen met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool. Problemen die we op jonge leeftijd kunnen voorkomen, bieden immers winst in de toekomst. Doelgroepkinderen zitten in gemengde groepen. Dit betekent dat er geen sprake is van concentratie van doelgroepkinderen in één VVE-klasje. Het doel van het VVE-aanbod is dat de kinderen straks goed kunnen instromen op de basisschool. Met de kinderopvang en basisscholen maken we afspraken over het monitoren van de vorderingen bij deze kinderen. We sturen bij waar dat nodig is.

3.3 Doorlopende leerlijn Een doorlopende leerlijn is van belang om kinderen een goede overstap naar de basisschool te laten maken. Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers goed zijn opgeleid, zodat zij de ontwikkeling van de kinderen goed kunnen volgen en bijsturen waar dat nodig is. Dit betekent dat pedagogisch medewerkers in de VVE voldoende taalvaardig moeten zijn om de taalontwikkeling van jonge (doelgroep)kinderen te kunnen stimuleren. Vanaf 1 augustus 2019 moeten deze pedagogische medewerkers beschikken over een taalniveau 3F voor spreek- en leesvaardigheid. In de gemeente Heumen zijn alle pedagogische medewerkers getoetst en geschoold voor taalniveau 3F. 3.4 Warme overdracht De overgang van de opvangvoorziening naar de basisschool is voor kinderen en ouders een belangrijk moment. Om deze overgang soepel te laten verlopen, is er een warme overdracht. 1 Het opleidingsniveau van de ouder(s) is 0,3 of 1,2. Het gewicht 0,3 wordt toegekend aan kinderen waarbij de dagelijkse

verzorging in handen is van ouders met het volgende opleidingsniveau: maximaal lbo/vbo, praktijkonderwijs of kader beroepsgerichte leerweg. Het gewicht 1,2 wordt toegekend aan kinderen van wie één van de ouders maximaal (speciaal) basisonderwijs of (v)so-zmlk heeft gehad en de andere ouder eenzelfde opleiding of opleiding zoals genoemd onder 1.

5

De warme overdracht vindt plaats in een persoonlijk gesprek. Bij de overdracht naar de basisschool bespreken de contactpersonen de ontwikkeling van het kind aan de hand van ingevulde formulier Alle Kinderen in Beeld (AKI). Ouders worden hierbij betrokken en vooraf wordt aan de ouders toestemming gevraagd voor de overdracht. 3.5 Bereik We zetten in op 100% bereik van de doelgroepkinderen, zodat zoveel mogelijk kinderen ook daadwerkelijk gebruik kunnen maken van het VVE-aanbod. Voor doelgroepkinderen geldt wettelijk een minimale deelname van 4 dagdelen of minimaal 16 uur per week. Hierover zijn afspraken gemaakt met de uitvoerende organisatie voor kinderopvang. Daarnaast moet er vanaf 1 januari 2022 op iedere VVE-locatie minimaal 10 uur inzet van een pedagogische beleidsmedewerker op hbo-niveau zijn. Deze beleidsmedeweker coacht de pedagogisch medewerkers, coördineert externe zorg en houdt toezicht op de doorgaande lijn.

4. Financieel kader De gemeente ontvangt een specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid met de verplichting om voldoende VVE-aanbod te realiseren. De hoogte van deze uitkering wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de CBS-achterstandsscore van de gemeente. De uitkering is in 2023 voorlopig vastgesteld op een bedrag van € 64.000. Voor dit bedrag kan een groep van 8 peuters gebruik maken van het VVE-aanbod. De daadwerkelijke doelgroep is echter twee keer groter dan de groep waarvoor we rijksmiddelen ontvangen. Tot 2022 kon de VVE-subsidie met de Rijksmiddelen worden gedekt. Vanaf 2023 is het beschikbare budget van € 64.000 echter onvoldoende om een aanbod te realiseren voor de kinderen die dit nodig hebben. In 2023 was voor het VVE-aanbod een budget van € 102.349 nodig zodat het aanbod op het niveau van de voorgaande jaren gehandhaafd kon worden. Dit aanbod is gericht op een bereik van 17 doelgroepkinderen met een VVE-indicatie. In de raadsvergadering van 15 december 2022 zijn hiervoor eenmalig extra middelen beschikbaar gesteld. Als we het aanbod ook na 2023 op het huidige niveau willen handhaven, is het nodig om hiervoor structureel extra middelen te reserveren. De verwachting is dat het aantal VVE-indicaties niet zal afnemen, maar in ieder geval stabiliseert of zelfs zal toenemen.

Daarom is hiervoor in de Kadernota 2024-2027 een bedrag van structureel € 50.000 gereserveerd.

5. Beleidsvoornemens 2023 en verder ➢ In het najaar 2023 wordt de werkwijze warme overdracht binnen de scholen en voorschoolse voorzieningen geëffectueerd. ➢ Voor alle doelgroepkinderen wordt gewerkt met het AKIB-overdrachtsformulier. Deze kinderen worden in een persoonlijk gesprek ‘warm’ overgedragen aan de basisschool.

6

➢ Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties rapporteren jaarlijks vóór 15 oktober over de resultaten van het bereik aan de gemeente. De opbrengst wordt met alle betrokkenen gedeeld ➢ Om de onderlinge kwaliteitsdialoog te bevorderen worden de resultaatafspraken jaarlijks besproken en geëvalueerd. Hiervoor is van iedere betrokken organisatie een medewerker aanwezig bij het door de gemeente georganiseerde en gefaciliteerde VVE-overleg. ➢ Met de schoolbesturen en kinderopvangorganisatie worden de resultaatafspraken jaarlijks gemonitord en waar nodig bijgesteld.

Bijlage ➢

Resultaatafspraken VVE 2023

7

Bijlage 1 Resultaatafspraken VVE gemeente Heumen 2023 Aanleiding In het kader van het onderwijsachterstandenbeleid ontvangen de gemeente en scholen middelen van het Rijk om kinderen die dat nodig hebben voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden. Deze kinderen worden doelgroepkinderen genoemd. VVE is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om met deze middelen peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op groep 3 van de basisschool. Het Rijk vindt het belangrijk dat op lokaal niveau de discussie over de opbrengsten van VVE plaatsvindt. Daarom is in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) de verplichting opgenomen dat gemeenten en schoolbesturen resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie maken. De onderwijsinspectie bevraagt de gemeente periodiek op de gemaakte resultaatafspraken. Het maken van lokale resultaatafspraken heeft als doel om met elkaar een kwaliteitsdialoog op gang te brengen, waardoor alle kinderen in beeld zijn en we ze kunnen volgen. Door een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen te bevorderen kunnen positieve resultaten worden bereikt met de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Heumen. De resultaatafspraken voor 2023 zijn in onderling overleg met de scholen, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen tot stand gekomen.

Resultaatafspraken 2023 Uitgangspunt is dat resultaatafspraken bijdragen aan het bereiken van de VVE-doelstelling: het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van achterstanden bij jonge kinderen met als doel om die achterstand in te lopen. De inspanningen zijn erop gericht om zoveel mogelijk kinderen een goede start te geven op de basisschool. Voor 2023 maken we afspraken over (1) signalering en toeleiding, (2) het aanbod, (3) bereik, (4) warme overdracht en (5) samenwerking. Deze afspraken vormen het kader om de opbrengsten van het VVE-aanbod in de gemeente Heumen te monitoren. 1. Signalering en toeleiding Een goede signalering van en toeleiding naar VVE van doelgroepkinderen draagt bij aan het bereik van deze kinderen. De screening van doelgroeppeuters wordt uitgevoerd op het consultatiebureau. Kinderen tussen 2 en 4 jaar worden op vastgestelde screeningsmomenten gezien door de jeugdarts en/of de jeugdverpleegkundige. Deze werkwijze is gericht op een 100% bereik van alle kinderen in deze leeftijdsgroep. Het consultatiebureau van de GGD geeft op basis van een drietal criteria een VVE-indicatie af. 2. Aanbod We maken een onderscheid tussen het voorschoolse en het vroegschoolse aanbod. Voorschools aanbod Als ouders een VVE-indicatie hebben ontvangen, kunnen zij hun kind aanmelden bij de afdeling klantrelaties van KION.

KION zorgt voor plaatsing van deze doelgroepkinderen en een passend aanbod. De gemeente Heumen subsidieert KION om dit te realiseren. Er worden geen aparte VVE-groepen ingericht, maar de doelgroepkinderen maken deel uit van de reguliere peutergroepen met VVE-geschoolde pedagogisch medewerkers. De onderwijsinspectie houdt toezicht op de wijze waarop de gemeente het onderwijsachterstanden-beleid vormgeeft en op

8

de kwaliteit van de VVE-locaties. Gelet op de beperkte rijksmiddelen beperkt dit aanbod zich vooralsnog tot de twee VVE-locaties, in de brede school en de Vuurvogel in Malden. Vroegschools aanbod Doelgroepkinderen worden gedurende de vroegschoolse periode door school gevolgd en krijgen extra ondersteuning indien dit noodzakelijk is. Dit geldt ook voor de doelgroeppeuters die bij de start op de basisschool feitelijk geen achterstand in de leeftijdsadequate ontwikkeling hebben. Bij de start van groep 3 in de basisschool zit 80% van de doelgroepkinderen op of boven het gewenste niveau waarbij de SLO-doelen als uitgangspunt gelden. Gekeken wordt naar taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische ontwikkeling. 3. Bereik Over het bereik spreken we af dat a. Minimaal 90% van de doelgroeppeuters ook daadwerkelijk gebruik maakt van een gesubsidieerde VVE-plaats. Het streven is 100%. b. Minimaal 80% van de bereikte doelgroeppeuters in de voorschoolse voorziening het gewenste aantal uren afneemt, dat wil zeggen 960 uur in 1,5 Jaar. 4. Warme overdracht Voor alle doelgroepkinderen wordt gewerkt met het overdrachtsformulier. Deze kinderen worden 'warm' overgedragen aan de basisschool. Voor het overdrachtsgesprek nodigt de onderbouwleerkracht de ouders en de pedagogisch medewerker uit.

Bij aanmelding van een doelgroepleerling neemt de basisschool de informatie uit het overdrachtsformulier over in het eigen (kind)volgsysteem. Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties rapporteren jaarlijks vóór 15 oktober over de resultaten van het bereik aan de gemeente. De gemeente levert hiervoor een format aan. De opbrengst wordt met alle betrokkenen gedeeld 5. Samenwerking tussen de gemeente, scholen, KION en GGD Door samenwerking tussen alle betrokken partijen kunnen positieve resultaten bereikt worden met de uitvoering van het VVE-beleid in de gemeente Heumen. De resultaatafspraken geven input om de kwaliteit van de VVE te monitoren en verder te ontwikkelen. Om de onderlinge kwaliteitsdialoog te bevorderen worden de resultaatafspraken jaarlijks besproken en geëvalueerd. Hiervoor is van iedere betrokken organisatie een medewerker aanwezig bij het door de gemeente Heumen georganiseerde en gefaciliteerde VVE-overleg. Van deze bijeenkomsten wordt een verslag gemaakt en de aanwezigheid bijgehouden. Tot slot - doorontwikkeling VVE In dit document zijn resultaatafspraken gemaakt voor de ontwikkeling van het VVE-beleid in 2023. Het maken van resultaatafspraken geeft input aan een gezamenlijke kwaliteitsdialoog over de inzet en opbrengsten van VVE, waardoor dit gesprek goed gevoerd kan worden.

Door een optimale samenwerking tussen alle betrokken partijen kunnen positieve resultaten bereikt worden met de uitvoering van VVE in de gemeente Heumen. Deze resultaatafspraken zijn op 10 januari 2023 door het college van B&W vastgesteld. De beide schoolbesturen Conexus en SPO-Condor en kinderopvangorganisatie KION hebben hiermee ingestemd.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13098845/1