Bijlage I Aanbiedingsbrief ontwerpjaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 MGR RvN
Tekst van het document
Aan de colleges en raden in de regio Rijk van Nijmegen
REGIO RIJK VAN NIJMEGEN
Datum
Contactpersoon
31 maart 2025
Ina Hol
Onderwerp
Direct telefoonnummer
Ontwerpbegroting 2026 en
06 5423 4003
ontwerpjaarrekening 2024
Geachte leden van de colleges en raden, Hierbij bieden wij u de ontwerpjaarrekening en -verslag 2024, -begroting 2026-2029 en bijstelling 2025 aan. Beide stukken hebben betrekking op de MGR en de modules iRvN en WerkBedrijf. In bijlage 1 kunt u verschillende financiële en inhoudelijke punten vinden die we naar aanleiding van de jaarrekening en begroting aan u meegeven. Zienswijzen De kaders voor de begroting 2026 hebben wij u eind vorig jaar gestuurd. U bent in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. Van deze mogelijkheid hebben alle gemeenten gebruik gemaakt, waarvoor onze dank. De ingediende zienswijzen hebben we waar mogelijk in de begroting verwerkt. In de bijlage 2 bij deze brief gaan wij in op deze zienswijzen. Op de ontwerpjaarstukken kunt u een zienswijze aan ons meegeven. Deze kunt u vóór 15 juni 2025 indienen. Controleverklaring 2024 Wij hebben een goedkeurende accountantsverklaring ontvangen, welke te vinden is in de ontwerpjaarrekening. Verkennen mogelijkheden bezuinigingen Gemeenten hebben vanaf 2026 te maken met een grote financiële opgave. De MGR heeft najaar 2024 van de portefeuillehouders financiën een oproep ontvangen om te onderzoeken of besparingen mogelijk zijn. Gemeenten hebben in hun zienswijzen op de kaderbrief MGR 2026 deze oproep herhaald. In deze brief gaan we hier verder op in.
Momenteel werkt het bestuur van de MGR scenario's uit waarlangs deze besparingen vorm zouden kunnen krijgen. Er is gekozen voor een zorgvuldig proces om deze scenario's uit te werken en af te stemmen, waarbij besluitvorming tweede helft juni is voorzien. Op die manier kunnen we de effecten van de meicirculaire 2025 goed betrekken in de besluitvorming. Daarnaast biedt het ruimte voor een
Bezoekadres: Nieuwe Dukenburgseweg 21a, 6534 AD Nijmegen I Postadres: Postbus 38165, 6503 AD Nijmegen I T: 024-7517500 I KvK: 61535702] IBAN-nr: NL29INGB0OO7338615 t.n.v. MGR Rijk van Nijmegen ] BIC-code: INGBNL2A ] btw-nr: 854380140.B01 ] www.regiorvn.nl
MGR Rijk van Nijmegen
2
zorgvuldige uitwerking {en afstemming) van de scenario's. Dit is van belang omdat binnen de module WerkBedrijf al verschillende kortingen landen, die inherent zijn aan de financiële uitgangspunten. Vooruitlopend op dit proces stelt het bestuur in de voorliggende ontwerpbegroting een taakstellende bezuiniging voor van 3% op de deelnemersbijdrage. Het gaat om het deel van de begroting dat door de deelnemende gemeenten wordt ingebracht, en bijvoorbeeld niet om de omzet die we genereren in de sociale werkvoorziening. We excluderen enkele specifieke budgetten. Later lichten we dit nader toe. Deze taakstelling is MGR-breed en moet inhoudelijk (en m.b.t. toedeling aan module) de komende maanden nog verder ingevuld worden. Het kan zijn dat bij de meicirculaire 2025 blijkt dat de financiële opgave maakt dat de 3% taakstelling niet realistisch is. Wij gaan dan met de deelnemende gemeenten in gesprek over alternatieve voorstellen.
3% taakstellende bezuiniging Onderstaand geven we aan, per module, waarop we de taakstelling van toepassing laten zijn en welke budgetten we excluderen. Het is hierbij belangrijk op te merken dat de inhoudelijke invulling van de taakstelling en de toedeling naar module nog uitgewerkt moet worden. Verderop in deze brief werken we uit per module wat de specifieke risico's en kansen zijn van bezuinigingen. Module bestuursondersteuning Bestuursondersteuning is organisatorisch belegd in een aparte module. Op de deelnemersbijdrage, van circa 260.000 euro, aan deze module zetten we een taakstelling van 3%. Module WerkBedrijf Binnen de module WerkBedrijf worden alle activiteiten gericht op re-integratie en arbeidstoeleiding uitgevoerd. We passen de taakstelling van 3% toe op 26,3 miljoen euro van de deelnemersbijdrage. We excluderen een aantal elementen: •
Omzet. WerkBedrijf genereert met haar medewerkers (SW en cao Aan de slag) omzet, doordat zij aan de slag zijn bij inleners tegen een tarief. Met deze baten dekken we een deel van de kosten voor de uitvoering van de SW. Het zou niet zinnig zijn over dit deel van de begroting te bezuinigen.
•
Rijksbudgetten ten behoeve van uitvoering Wet sociale werkvoorziening. Deze budgetten worden door het Rijk uitgekeerd aan gemeenten en zijn bedoeld voor de uitvoering van de sociale werkvoorziening. WerkBedrijf zet deze budgetten daartoe dan ook in. Het overgrote deel van deze kosten gaat naar de salarissen van de SW-medewerkers. Deze zijn gebonden aan cao-ontwikkeling. Vanwege dit salarisaspect en verder de specifieke aard van dit budget stellen we voor dit budget buiten de taakstelling te laten. Naast deze rijksbudgetten begroten we aanvullend nog een bijdrage van gemeenten voor de uitvoering van de SW. Voor 2026 is dit 1,8 miljoen euro. Hierop passen we wel de 3% taakstelling toe.
•
Begeleidingsbudgetten beschut werk. We hebben de afspraak dat gemeenten deze budgetten één-op-één overdragen aan WerkBedrijf. Binnenkort zullen deze budgetten gekoppeld zijn aan het aantal beschutte werkplekken dat gerealiseerd is in een gemeente of regio. Het budget is dan in feite gekoppeld aan het aantal werkzame personen. Mensen met een indicatie beschut werk hebben recht op een beschutte werkplek. We zullen dus moeten leveren voor dit budget en hier zit geen keuzevrijheid. In die zin is het dan ook niet haalbaar om op dit budget te bezuinigen.
•
loonkostensubsidie. Gemeenten krijgen van het Rijk budget voor de uitkering van loonkostensubsidie, op basis van hun realisatie in het voorgaande jaar. Als de uitgaven op dit
MGR Rijk van Nijmegen
3
vlak groeien, groeit het budget mee. Als de uitgaven afnemen, krimpt het budget. Het is in die zin niet zinnig op deze post te bezuinigen. Des temeer omdat door de inzet van loonkostensubsidies mensen (gedeeltelijk) uit de uitkering geraken.
Module iRvN De budgetten van iRvN zijn op basis van deelnemersbijdrage, circa 18,4 miljoen euro voor 2026. We zien binnen de iRvN- begroting ook budgetten voor afspraken met specifieke deelnemers. Dit is additionele dienstverlening die per deelnemer is afgesproken en waarbij de kosten een-op-een worden doorbelast aan de betreffende deelnemer(s). Het gaat dan vooral om personele kosten. Het is aan de deelnemer om daarin wel of niet keuzen te maken. Hier staan activiteiten tegenover die bilateraal met deelnemende gemeenten zijn overeengekomen. We stellen daarom voor het budget voor plusproducten (w.o. het functioneel beheer dat iRvN voor Gemeente Nijmegen en andere deelnemers uitvoert) te excluderen van de taakstelling. Onderstaande tabel geeft de (MGR-brede) impact van de taakstelling weer. Begrotingsjaar
Totaal deelnemersbijdragen
Taakstellende korting van 3%
(minus specifieke budgetten en omzet) 2026
44,9 miljoen euro
1,3 miljoen euro
2027
45,4 miljoen euro
1,4 miljoen euro
2028
45,9 miljoen euro
1,4 miljoen euro
2029
46,9 miljoen euro
1,4 miljoen euro
Risico's en mogelijkheden module WerkBedrijf Binnen de module WerkBedrijf landen vanaf 2025 en 2026 al drie bezuinigingen, die inherent zijn aan de financiële uitgangspunten. Deze zijn onder andere vastgelegd in het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie. We benoemen ze onderstaand: •
Een korting van 5% op het werkbudget, vastgezet op 1,2 miljoen euro. Deze is vastgelegd in het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie. Deze is effectief vanaf 2025.
•
Een korting van tenminste 1,8 miljoen euro op de budgetten beschut werk. Vanaf 2026 keert het Rijk, waarschijnlijk, deze budgetten uit op basis van realisatie en niet op basis van doelstelling.
•
Door de koppeling van het werkbudget aan het gemeentefonds, werken kortingen op het gemeentefonds automatisch door in het werkbudget. Dit is met name relevant vanaf 2026.
We vangen deze bezuinigingen deels op door efficiëntie. Echter, vanaf 2026 zullen we door deze kortingen al keuzen moeten maken in de dienstverlening. Hierover zijn we de komende maanden in gesprek met de deelnemende gemeenten. We willen dit op een manier implementeren die de dienstverlening aan kwetsbare inwoners zo min mogelijk raakt. In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat bezuinigen de uitvoering van het actuele beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie onder druk zet. Verder bezuinigen heeft ons inziens de volgende risico's: •
Plaatsingen op betaald werk en uitstroom naar werk nemen af. Voor 2026 werken we met een plaatsingen doel van 1700 en een uitstroomdoel van 850. Deze doelen staan al onder druk door de bezuinigingen die we moeten inboeken. Aanvullend bezuinigen zet dit
MGR Rijk van Nijmegen
4
verdergaand onder druk. We verwachten dan in 2026 1400 plaatsingen en een uitstroom naar werk van 700. •
We zien een maatschappelijk risico van minder plaatsingen op werk en minder uitstroom uit de uitkering. Onderzoeken laten zien dat mensen die zelf hun inkomen verdienen ook op andere gebieden zelfredzamer en veerkrachtiger zijn. Zij maken minder gebruik van sociale dienstverlening en dragen meer bij aan leefbare buurten en wijken. Dit heeft impact op individuen, gezinnen en ook de samenleving. Door bezuinigingen op WerkBedrijf voorzien wij meer sociale problematiek in wijken en buurten.
•
We zien een financieel risico van minder plaatsingen op werk en minder uitstroom naar werk. Dit zal leiden tot hogere aantallen bijstandsgerechtigden en dus hogere uitkeringslasten. Gemeenten zullen tekorten krijgen op het BUIG-budget en dit zal drukken op de generieke gemeentebegroting. In feite wordt de capaciteit voor schadelastbeperking verminderd.
•
We hebben momenteel te maken met een krappe arbeidsmarkt, waarin al het arbeidspotentieel nodig is. Een deel van dit arbeidspotentieel zit in de bijstand. WerkBedrijf plaatst kandidaten onder andere in de zorg, in de techniek en in de ICT. In die zin dragen we bij aan een vitale arbeidsmarkt en aan het draaiend houden van de samenleving. Het vermogen dit te doen wordt aangetast door verdere bezuinigingen.
We zien de volgende mogelijkheden voor het opvangen van de bezuinigingen: •
Omdat we al bezuinigingen op moeten vangen hebben we de afgelopen tijd kritisch naar onze organisatie en werkprocessen gekeken. We hebben op verschillende aspecten zaken effectiever en efficiënter georganiseerd. In die zin is onze organisatie nu nog slagvaardiger om de voorliggende opgaven op te pakken.
•
Richting 2026 kunnen we de reeds effectieve bezuinigingen verder opvangen door in overleg met de deelnemende gemeenten keuzen te maken in de dienstverlening.
•
Het Rijk heeft extra middelen aangekondigd voor de versterking van de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven. Later in deze brief gaan wij hier dieper op in. We ontwikkelen samen met de gemeenten een plan voor de langjarige inzet van deze middelen. Dit is een kans om, in tijden van bezuinigingen, toch de infrastructuur voor kwetsbare werkzoekenden te versterken.
•
Het opvangen van aanvullende bezuinigingen zal altijd leiden tot verdere keuzen in de dienstverlening en dus het minder bedienen van de doelgroepen.
Risico's en mogelijkheden module iRvN Bezuinigingen op ICT binnen gemeenten kunnen op het eerste gezicht leiden tot kostenverlaging, maar brengen vaak aanzienlijke risico's met zich mee die het totale kostenaspect negatief beïnvloeden. Door te besparen op bijvoorbeeld systeemonderhoud, beveiliging of digitale infrastructuur, ontstaan er grotere kwetsbaarheden voor storingen, inefficiëntie en cyberaanvallen. Daarnaast leiden verouderde systemen tot een lagere productiviteit, langere verwerkingstijden en een grotere afhankelijkheid van handmatig werk. Dit resulteert uiteindelijk in hogere operationele kosten, meer herstelkosten bij incidenten en mogelijk zelfs boetes bij het niet-naleven van wet- en regelgeving. De huidige ICT-ontwikkelingen, versterkt door geopolitieke ontwikkelingen, maken de kosten voor ICT erg onvoorspelbaar en in toenemende mate is de deelnemersbijdrage al niet toereikend, laat staan dat er ruimte is om bezuinigen.
MGR Rijk van Nijmegen
s
We stellen dat een beetje op alles bezuinigen volgens een kaasschaafmethode een tegengesteld effect zal hebben. De enige mogelijkheid die dan overblijft zijn ontwikkelingen vertragen of bevriezen. Er zal een bestuurlijk afweging moeten worden gemaakt of bezuinigingen zwaarder wegen dan bovenstaande overwegingen op deze onderwerpen. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende onderwerpen: • Afschalen van het Programma Beveiliging. Wij voeren dat programma nu uit op basis van een scenario tussen 'optimaal' en 'minimaal', Afschalen betekent het accepteren van een grotere kwetsbaarheid en een grotere kans op cyberincidenten binnen de infrastructuur en informatie. • Bevriezen van het Programma MS365 We werken regiobreed aan de implementatie van Microsoft365. Voor iRvN zijn dat technische en functionele werkzaamheden, voor de deelnemers zijn het inrichtings-, proces- en gebruikerszaken. Bevriezen betekent dat MS365 niet verder wordt uitgerold of ontwikkeld, dat deelnemers niet of minder ondersteund worden en dat we de licentiekosten terugbrengen naar het strikt noodzakelijke. Daarnaast kan het niet-doorontwikkelen van MS365 betekenen dat de Citrix-omgeving langer in stand gehouden moet worden, hetgeen een steeds kostbaardere aangelegenheid wordt vanwege kostenstijgingen. • Geen doorontwikkeling op volwassenheidniveau We werken aan een volwassenheidsniveau 3 in 2026.
Stoppen of temporiseren betekent dat we dat niveau later behalen en daardoor niet voldoen aan onze eigen ambities en aan de vereisten van weten regelgeving op privacy (AVG) en informatieveiligheid (BIO2). • Afschalen van Dienstverlening op locatie Iedere deelnemer heeft een medewerker op locatie, specifiek voor het ondersteunen van gebruikers bij ICT-middelen (zoals het uitgeven en installeren van laptops, mobiele telefoons, accounts) en het oplossen van acute verstoringen die de dienstverlening raken op locatie zoals balieproblemen. Schrappen van deze dienstverlening betekent dat gebruikers niet meer op locatie worden ondersteund en zelf verantwoordelijk zijn in gebruik nemen van spullen boel. Ondersteuning bij storingen op locatie zal als extra werk opgepakt worden door medewerkers die niet op locatie werkzaam zijn met langere doorlooptijd, ook voor andere incidenten, tot gevolg. De actuele geopolitieke situatie, met toenemende spanningen en een sterk groeiende dreiging van cyberaanvallen door statelijke actoren en georganiseerde cybercriminelen, en ook met het gebruik van Al daarbij, maakt het belang van een robuuste digitale infrastructuur en informatiebeveiliging duidelijk.
De regionale trajecten (cloudstrategie, Mobile Device- en Applicatie-Management, Datagericht werken en MS365) hebben in zich dat samenwerken leidt tot efficiëntie en kostenmatiging: niet bezuinigen op maar met ICT. Efficiëntie bereiken we ook met het gezamenlijk invullen van moeilijk vervulbare functies. We verkennen of we de investeringen in de regionale trajecten en in iRvN kunnen dekken met incidentele baten die iRvN dit jaar voorziet. We kijken of we een taakstelling eventueel met een opbouw kunnen implementeren.
MGR Rijk van Nijmegen
6
Wij nodigen u uit in uw zienswijze aan te geven hoe u aan kijkt tegen deze voorgestelde taakstelling en de effecten op de dienstverlening.
Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en zien uw zienswijze tegemoet.
Hoogachtend, Dagelijks Bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitter,
De Secretaris,
Drs. H.M.F. Bruis
J. Hol
Bijlagen:
1. Highlights jaarrekening en begroting (direct achter deze brief); 2. Bespreking zienswijzen kaderbrief MGR 2026 (direct achter deze brief); 3. Ontwerpjaarrekening 2024; 4. Ontwerpbegroting 2026-2029 en bijstelling 2025.
MGR Rijk van Nijmegen
7
Bijlage 1: highlights jaarrekening 2024 en begroting 2026 In deze bijlage gaan we in op de highlights van de jaarrekening en begroting voor beide modules.
1.
Module yerkBedriif
Jaarrekening Voorzichtige groei We zien dat onze resultaten in 2024 een verbetering laten zien ten opzichte van 2023. In 2023 hadden we qua uitstroom naar werk en plaatsingen op werk tegenvallende resultaten. In 2024 zien we hier een verbetering. In de regio stijgt het aantal mensen dat bijstand ontvangt in 2024. Ook bij WerkBedrijf zien we dat het aantal kandidaten in dienstverlening toeneemt. Van de kandidaten in dienstverlening groeit het aandeel dat in de fase bemiddeling zit. Op basis hiervan verwachten we de groei in resultaten die we vanaf 2024 hebben ingezet in 2025 door te kunnen zetten. We plaatsen wel een winstwaarschuwing. De kandidaten die bij WerkBedrijf instromen hebben over het algemeen een grote ondersteuningsbehoefte. Zij zijn niet snel of gemakkelijk bemiddelbaar naar werk. Een groeiende groep van ons kandidatenbestand heeft een arbeidsbeperking. Dat hangt samen met het sluiten van de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong, in 2015. Kandidaten die voorheen van die voorzieningen gebruikt maakten vallen nu onder de Participatiewet valt. Als we deze groep plaatsen op werk, zetten we vaak een loonkostensubsidie en jobcoaching in. Deze kandidaten blijven bij WerkBedrijf in dienstverlening. We zetten ons in om de plaatsing op werk zo duurzaam mogelijk te laten zijn. Waar mogelijk kijken we met de kandidaat of we de loonwaarde kunnen ontwikkelen.
Beschut werk is een specifieke voorziening voor mensen die vanwege een arbeidsbeperking een aangepaste werkplek en extra begeleiding nodig hebben. Dit kan als zij de indicatie beschut werk hebben. Er zijn dan extra subsidies beschikbaar. Beschut werk is blijvend een prioritair thema binnen onze dienstverlening. We zetten ons in om het aantal beschutte werkplekken te laten stijgen. Eind 2024 hadden we in onze regio 65 beschutte werkplekken. Eind 2023 waren dit er nog 43. We hebben in 2024 stevig geïnvesteerd in de dienstverlening beschut werk. Onze capaciteit op deze dienstverlening is uitgebreid. We zetten in op een toename van de instroom in de indicatie, bijvoorbeeld in samenwerking met PRO/VSO scholen en het UWV. Met werkgevers in de regio organiseren we dat er voldoende beschutte werkplekken zijn. Financieel Door verschillende factoren hebben we dit jaar aan de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (SW) 1,4 miljoen euro minder besteed dan begroot. Dit betekent dat een gemeentelijke bijdrage van 37,1 miljoen euro voldoende bleek. We hebben de SW voor de tweede maal binnen de door het Rijk beschikbare gestelde budgetten (37,S miljoen) uit kunnen voeren. Door efficiënt en effectief te werken zijn we toegegroeid naar uitvoering binnen de beschikbare Rijksbudgetten. Daarnaast zagen we dat er meer SW-medewerkers uitstroomden dan verwacht.
Ook zagen we dat een door ons begrote verhoging van het minimumloon niet doorging. Binnen het werkbudget hebben we incidenteel minder uitgegeven dan begroot. We stellen naar aanleiding daarvan voor 242.000 te doteren aan de bestemmingsreserve risico's participatiebudget. We zetten steeds in op een strakke begroting, waarbij we realistisch en scherp begroten wat we voor de bij ons belegde taken nodig hebben. Op de arbeidsmatige dagbesteding hebben we 380.000 euro minder uitgegeven dan verwacht. Voor volgend jaar verwachten we hier conform budget uit te
MGR Rijk van Nijmegen
8
komen. Dit komt door het wegvallen van een deel a-structurele middelen en een tariefverhoging. Als laatste hebben we op het onderdeel loonkostensubsidie 530.000 euro minder uitgegeven dan verwacht. Voor dit onderdeel ontvangen gemeenten budgetten op basis van realisatie in het voorafgaande jaar.
Begroting Financiële en beleidsmatige ontwikkelingen Leidend voor de voorliggende ontwerpbegroting is het nieuwe beleidskader arbeidsmarkt en reintegratie 'Klaar voor nieuwe kansen!'. Dit is in januari en februari 2024 vastgesteld door de gemeenteraden van de zeven deelnemende gemeenten. Het beleidskader spreekt verschillende ambities uit aan welke WerkBedrijf de komende jaren een bijdrage levert. We zetten ons in voor intensieve begeleiding van kandidaten met een grote ondersteuningsbehoefte. Om hen te helpen stappen naar werk te zetten. Ook zetten we ons in als strategische speler in de arbeidsmarktregio om de samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheid te versterken.
Vanaf 2025: het Werkbudget Binnen onderdeel Werk wordt o.a. het werkdeel van de Participatiewet uitgevoerd. Een belangrijk budget binnen dit onderdeel is het werkbudget. Dit budget wordt herleid uit het Gemeentefonds met de objectieve rekentaal van Berenschot. Het werkbudget volgt het participatiebudget op, welke niet meer herleidbaar is in de nieuwe systematiek van het gemeentefonds. Het werkbudget kent meer volatiliteit dan het oude participatiebudget. Om dat op te vangen heeft het algemeen bestuur in oktober 2024 een risicoreserve Werk ingesteld.
Doelstellingen leder jaar stellen we in de begroting de doelstellingen vast. Voor het jaar 2025 hebben we kritisch naar onze doelstellingen gekeken. Op basis van onze realisatie de afgelopen jaren stellen we de volgende ambities voor: Doelstelling 2025
Doelstelling 2026
Uitstroom naar werk
825
850
Duurzaamheid uitstroom naar werk
Nog in ontwikkeling
Nog in ontwikkeling
Plaatsingen op werk
1650
1700
Van bijstandsgerechtigden
1450
1500
Fulltime
750
775
• • • •
Parttime
900
925
Jongeren
450
500
•
Statushouders
120
150
•
55+
120
150
1.000 (einde 2025)
1.100 (einde 2026)
Mensen met arbeidsbeperking aan het werk (geweest) Aantal beschutte werkplekken
100 (einde 2025)
150 (einde 2026)
Mensen actief (geweest) in Op weg
425
425
7,9 miljoen omzet
7,6 miljoen omzet
naar werk Toegevoegde waarde (SW)
MGR Rijk van Nijmegen
9
Deze doelstellingen zijn zowel realistisch als ambitieus, en dragen op die manier optimaal bij aan de beleidsdoelstellingen uit het beleidskader. We baseren de doelstellingen op onze monitoring van het kandidatenbestand en de fase waarin kandidaten zich bevinden. Binnen de financiële opgave waar we de komende jaren mee te maken hebben, zien we dit als het maximaal haalbare. Toekomstbestendigheid werkontwikkelbedrijven Door het (grotendeels) sluiten van de instroom in de Wajong en de Wet sociale werkvoorziening in 2015 verandert de doelgroep van de Participatiewet. Hierdoor vallen meer mensen met een arbeidsbeperking onder de Participatiewet. Het ministerie van SZW stelt financiële middelen ter beschikking om de ondersteuningsinfrastructuur van werkontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken. Die infrastructuur moet voor mensen een opstap bieden naar regulier werk, een vangnet bieden voor wanneer regulier werk (tijdelijk) niet lukt en beschutte werkplekken bieden als dat nodig is. De komende maanden werken we met de deelnemende gemeenten een plan uit dat dient als onderlegger van de meerjarige inzet van deze middelen. De financiële middelen bestaan uit de volgende rijksbudgetten: •
Een eenmalig impulsbudget, uitgekeerd aan de gemeenten met de meicirculaire van 2024. Deze is toegevoegd aan de integratie uitkering SW en verstrekt voor een specifiek doel. In onze regio gaat het om € 1,2 miljoen;
•
Een jaarlijks (a-structureel) budget voor 10 jaar;
•
Een structureel budget sociale infrastructuur vanaf 2025. In de meicirculaire 2025 wordt dit gepubliceerd.
•
Een budget voor een landelijk ondersteuningsprogramma dat uitgevoerd wordt door VNG, Cedris en Divosa.
In onze brief over de beleidsmatige en financiële kaders voor de meerjarenbegroting 2026-2029 is aangekondigd dat we vier ontwikkelsporen zien om in regio Rijk van Nijmegen onze ondersteuningsinfrastructuur te verstevigen. Samen met de deelnemende gemeenten werken we het plan verder uit. Dit doen we in relatie tot de bezuinigingsopgave voor de MGR en in het bijzonder die van WerkBedrijf. De keuze voor een scenario en de omvang van de te realiseren bezuinigingen zijn bepalend voor de definitieve versterkingen. Deze moeten namelijk in lijn zijn met waar ons bestuur WerkBedrijf op wil inzetten. We verwachten dat ons bestuur in juni een besluit neemt over de uitwerking van de bezuinigingsopdracht en daarmee ook de versterking in de ondersteuningsinfrastructuur. We hopen u dan verder te kunnen informeren hierover. De ontwikkelsporen zijn gericht op het uitbreiden van beschutte werkplekken voor werkzoekenden die hiervoor in aanmerking komen, het verbeteren van ondersteuning aan kandidaten die het niet volhouden bij reguliere ondernemers, het inzetten op werkbehoud en het verder versterken van ondersteuning om kwetsbare kandidaten te ontwikkelen zodat zij de (volgende stap) richting werk kunnen zetten. Afgelopen periode hebben we een concretere invulling hiervan verkend. Vanuit deze verkenning denken we onder andere aan de volgende versterkingen:
MGR Rijk van Nijmegen
1.
10
Het stimuleren en faciliteren van werkgevers om werkomstandigheden te bieden die aansluiten bij onze kandidaten. Ons doel is om kandidaten zo regulier mogelijk te laten werken. Om te gaan werken (als kandidaat) én om werknemers aan te nemen (als werkgever) is zekerheid over wat je (financieel) kan verwachten cruciaal. Werkgevers ervaren drempels zoals verzuimrisico's of de haalbaarheid van een rendabele businesscase. Dit weerhoudt hen om kandidaten een kans te geven. Dit geldt vooral in de sectoren met kleine marges en bij de werkgevers die met meerdere (kwetsbare) kandidaten werken. Dit zijn bijvoorbeeld de werkgevers die de productiewerkzaamheden van ons hebben overgenomen en daarmee ook het ondernemersrisico. We hebben deze werkgevers nodig, zij bieden plekken waar een deel van onze kandidaten op aangewezen is. Als we werkgevers ondersteunen door risico's te beperken kunnen we kansen creëren voor onze kandidaten. En werken we aan behoud van werkzaamheden die essentieel zijn voor een deel van onze kandidaten. Het uitbreiden van de mogelijkheid om kandidaten te detacheren (als eerste opstap naar werk) is een richting die we hiervoor verder verkennen.
2.
Kwetsbare kandidaten ondersteunen op leefgebieden waar zij problemen ervaren zodat zij stappen kunnen in hun traject richting werk, werk vinden en werk kunnen behouden Veel kandidaten hebben problemen op meerdere vlakken, bijvoorbeeld een instabiele thuissituatie, mentale en/of fysieke gezondheidsproblemen en financiële problemen. Deze problemen staan niet op zichzelf en zijn met elkaar verweven. Ondersteuning op meerdere leefgebieden is belangrijk om vooruitgang te boeken in de begeleiding naar werk toe, het vinden van een passende werkplek én om werk te behouden. We realiseren ons dat ondersteuning op andere leefgebieden om expertise vraagt. We verkennen daarom in hoeverre een versterking van netwerksamenwerking, expertise en integrale benadering van de kandidaat kan bijdragen om kandidaten beter te begeleiden naar duurzaam werk. Een bijkomend effect is dat we in deze samenwerking ook een deel van onze doelgroep bereiken die nog niet in onze dienstverlening zit, maar daar wel baat bij heeft.
3.
Ontwikkeling en activering van kandidaten in een praktijksetting We zien dat 'werkend ontwikkelen en ontdekken' goed aansluit bij de kandidaten die we nu en in de toekomst begeleiden. Door kandidaten in een praktijksetting aan de slag te laten gaan ontwikkelen zij niet alleen (werknemers)vaardigheden, maar ervaren zij ook andere voordelen én persoonlijke uitdagingen die (weer) gaan werken met zich meebrengen. Tegelijkertijd krijgen zowel de kandidaat als wij een duidelijk beeld van de arbeidsmarktmogelijkheden en de best passende vervolgstap. Vanuit een werkende situatie is het bovendien makkelijker om een volgende stap te zetten richting duurzaam werk. We verkennen daarom hoe we ons netwerk aan (sociaal) ondernemers kunnen inzetten om dit te bereiken waarbij het rendabel blijft voor de ondernemers, maar ook aansluit bij het doel van de kandidaat en WerkBedrijf.
4.
Meer beschutte werkplekken realiseren voor kandidaten die hierop aangewezen zijn Beschut werk is een prioritair thema binnen de dienstverlening. We investeren hier stevig op, en zetten goede stappen. Verdere versnelling is nog nodig, en daartoe kunnen de betreffende rijksbudgetten deels ingezet worden. We breiden onze uitvoeringscapaciteit uit om de instroom in de voorziening beschut werk te doen toenemen. Hiervoor werken we nauw samen met onderwijsinstellingen en het UWV. Daarnaast zijn we continu actief in ons netwerk van werkgevers om voldoende beschutte werkplekken te borgen. Indien mogelijk creëren we een
MGR Rijk van Nijmegen
11
beschutte werkplek direct bij een reguliere werkgever. In dat geval ligt het werkgeversrisico bij de ondernemer. Inmiddels zetten we ook de detacheringsbaan in om beschutte werkplekken te realiseren. In deze constructie zijn kandidaten (tijdelijk) in dienst bij de MGR en worden ze bij inleners aan het werk gezet. In dit geval ligt het werkgeversrisico bij de MGR. Voor de doelgroep beschut werk is het lastig voldoende tarieven uit de markt te halen om de kosten volledig te dekken. Voor de komende periode hebben we op dit risico begroot. Om dit risico meer structureel af te dekken, kunnen we een deel van de betreffende budgetten inzetten. Momenteel voeren we een project uit ter ondersteuning van het collectief van sociaal ondernemers in onze regio. Voor ieder van bovenstaande sporen bekijken we hoe we dit collectief optimaal in kunnen zetten voor het realiseren van de doelen. 2. Module iRvN
Op beide onderdelen (Automatisering en Applicatiebeheer) is minder uitgegeven dan begroot, respectievelijk€ 71.000 en €104.000, met name ontstaan door een eenmalig voordeel op de overhead vanwege lagere kosten gastheer of doorbelasting van PIOFAH-taken. In 2024 heeft iRvN haar inzet mogen leveren aan het beheren van een veilige infrastructuur, het uitgeven en onderhouden aan alle medewerkers van hardware en applicaties, het afhandelen van incidenten en informatieveiligheidsincidenten, beoordelen en implementeren van wijzigingsvoorstellen en ondersteuning van medewerkers via telefoon, e-mail of op locatie. Naast al deze werkzaamheden is, onder andere, inzet geleverd voor het Programa Beveiliging, Tenantscheidingen, managed maken van alle devices en niet in de laatste plaats het vormgeven van het Programma MS365. Wij kijken terug op 2024 als een zeer intensief en soms spannend jaar. Een jaar met mooie resultaten, een aantal duidelijke stappen in iRvNs ontwikkeling naar een professionele ICT-dienstverlener en leerpunten voor 2025. In de begroting zijn specifiek met deelnemers overeengekomen aanvullende diensten opgenomen. Voor de begroting doen deze afspraken 'niets', de voor deze dienstverlening gemaakte kosten worden een-op-een doorbelast aan de deelnemer waaraan de dienstverlening wordt geleverd. Voor de deelnemer zelf zijn deze plusproducten uiteraard wél kosten.
De komende jaren brengen aanzienlijke uitdagingen met zich mee, vooral door geopolitieke ontwikkelingen die onze infrastructuur en informatieveiligheid onder druk zetten. De beveiliging van ICT-hardware, laptops, smartphones en softwareleveranciers zoals Microsoft en Citrix staan daarbij centraal. Tegen 2026 streven we naar volwassenheidsniveau 3 en voldoen we aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO2), wat verdere investeringen in de iRvN-organisatie vereist. De belangrijkste kostenstijgingen en risico's voor de begroting zijn de stijgende licentiekosten bij Microsoft en Citrix, het regionale MOM-beleid: met verhoogde kosten voor beheer van mobiele devices, beveiliging en nieuwe cyberrisico-tooling en de arbeidsmarktkrapte, vooral in veiligheid en cyberbeveiliging. Deze onzekerheden zullen naar verwachting in de loop van 2025 duidelijker worden. We bezien deze onzekerheden ook nadrukkelijk in het kader van onze opdracht bezuinigingsopdracht.
MGR Rijk van Nijmegen
12
Bijlage 2: Bespreking zienswijzen kaderbrief MGR 2026 Opmerkingen ten aanzien van WerkBedrijf
Gemeente geeft aan het plan voor de besteding van de impulsmiddelen ten behoeve van de toekomstbestendigheid infrastructuur werkontwikkelbedrijven kritisch te zullen beoordelen. Enerzijds vanwege ge uitdagende financiêle situatie yan gemeenten__Anderzijds vanwege de [vermeende] overlap met het project ter ondersteuning van sociaal ondernemers. Gemeente wil graag inzicht in de verschillende fingnciêle stromen [Bergen_Dgl,_Heumen,_Mook en Middelaar,_Nijmegen]. Eerder in deze brief (en in bijlage 2) )gaan we al op een aantal van deze zaken in. Er zijn verschillende financiële stromen: •
Een eenmalig impulsbudget, uitgekeerd aan de gemeenten met de meicirculaire van 2024. Deze is toegevoegd aan de integratie uitkering SW en verstrekt voor een specifiek doel. In onze regio gaat het om € 1,2 miljoen;
• •
Een jaarlijks (a-structureel) budget voor 10 jaar; Een structureel budget sociale infrastructuur vanaf 2025. In de meicirculaire 2025 wordt dit gepubliceerd.
•
Een budget voor een landelijk ondersteuningsprogramma dat uitgevoerd wordt door VNG, Cedris en Divosa.
Wij juichen een kritische blik bij de planvorming toe, op die manier kunnen we, gezamenlijk, tot het beste plan komen. Wat betreft de financiële situatie bij gemeenten; we benoemen graag dat een gerichte versterking van de infrastructuur voor kwetsbare werkzoekenden ook tot kostenbesparingen leidt. Dit geldt vooral in het BUIG-budget, maar ook via een afname van de vraag naar allerlei sociale dienstverlening. Inwoners die zelf (deels) in hun inkomen kunnen voorzien zijn tenslotte zelfredzamer. Samen met de gemeenten kijken we hoe we deze planvorming integraal op kunnen pakken met het project ter ondersteuning van sociaal ondernemers.
gemeente geeft aan dgt in het plan_yoor de besteding yan de impulsmiddelen_ygn het Rijk_yoorgl ingezet moet worden op het versterken van al bestaande initiatieven en vormen van dienstverlening (Druten, Wijchen] Dit is een denkrichting die wij van harte ondersteunen. Samen met de deelnemende gemeenten concretiseren we dit graag verder in de planvorming. We koersen erop om voor de zomer gezamenlijk het plan vast te stellen. Het plan moet de basis vormen voor het meerjarig programmeren van de rijksmiddelen in de MGR begroting.
Gemeenten vragen WerkBedrijfte onderzoeken welke aanvullende besparingen er vanaf2025 of2026 mogelijk zijn (Bergen Dgl,_Druten,_Heumen,_Mook en Middelggr,_Nijmegen, Wijchen) En hieromtrent een helder proces te schetsen (Beuningen). We nemen deze zienswijze ter harte en zijn momenteel bezig met het opstellen van verschillende scenario's omtrent bezuinigingen en besparingen, waarbij we MGR breed uitgaan van een taakstellende bezuiniging van 3% op de deelnemersbijdrage. In de aanloop naar besluitvorming door ons bestuur zal ambtelijk en bestuurlijk afgestemd worden met de deelnemende gemeenten.
Gemeente geeft ggn dat de resultaten wat betreft uitstroom nggr werk_nog beter moeten._Zij yrgagt hoe yerkBedriifdit op zal pakken [Beuningen]. De realiteit is dat gegeven de huidige arbeidsmarkt en het huidige kandidatenbestand het uitstroompotentieel lager ligt dan een jaar of vier geleden. Echter, wij zien ruimte voor groei en
MGR Rijk van Nijmegen
13
zetten daar momenteel vol op in. Dit doen we vooral door optimaal aan te sluiten bij de kansen en mogelijkheden van kandidaten. In de arbeidsmarkt zoeken we steeds die ondernemers die kansen kunnen bieden aan onze kandidaten. Waar mogelijk zetten we in op het opleiden en ontwikkelen van kandidaten. Dit kan gaan om basale werknemersvaardigheden, maar ook om specifieke beroepsvaardigheden. Door steeds te werken aan de kwaliteit van onze dienstverlening en onze consulenten verwachten wij de stijgende lijn die in 2024 ingezet is uit te kunnen bouwen. Gemeente geeft aan kritisch te zijn over een (herhaalde) overheveling van 750k van het positief resultaat van 2023 (Beuningen}. Gemeente stelt voor het restant van dit budget terug te laten vloeien naar de gemeenten (Druten, Wijchen}. Deze overheveling was ten behoeve van een project ter ondersteuning van sociaal ondernemers in de regio. Wij nemen deze zienswijze ter harte en stellen voor het restant van deze middelen terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeenten. Dit betreft 723.000 euro, welke we naar rato terugstorten aan de deelnemende gemeenten. Voor de voortzetting van het project bezien we, in overleg met de deelnemende gemeenten, hoe we dit kunnen integreren in de planvorming toekomstbestendigheid werkontwikkelbedrijven.
Gemeente geeft aan te verwachten dat de gemeenteraad betrokken wordt bij eventuele dotaties danwel onttrekking aan de risicoreserve Werk (Druten, Wijchen). In de voorliggende ontwerpjaarrekening stellen we voor een dotatie te doen in de risicoreserve. Dit zal onderdeel van de besluitvorming zijn in het algemeen bestuur van 3 juli 2025. Gemeenteraden zijn in de gelegenheid op dit voorstel een zienswijze in te dienen. Gemeente onderstreept het belang van geïntensiveerde dienstverlening aan kwetsbare werkzoekenden, om zo bij te dragen aan een inclusieve arbeidsmarkt (Nijmegen). De afgelopen jaren is onze dienstverlening reeds toegegroeid naar intensieve dienstverlening. Wij baseren onze dienstverlening altijd op maatwerk, op hetgeen de betreffende kandidaat nodig heeft. In het huidige kandidatenbestand hebben veel van de kandidaten intensieve ontwikkeling en begeleiding nodig. We zetten in op ontwikkeling van zowel (basale) werknemersvaardigheden als specifieke beroepsvaardigheden. Waar mogelijk bemiddelen we kandidaten richting kansrijke sectoren. Daar zijn de mogelijkheden voor duurzame plaatsingen het grootst. Een punt waar we de komende jaren op door willen ontwikkelen is het integraal, met andere dienstverleningsdisciplines, vormgeven van de dienstverlening. We hebben het dan over vormen van dienstverlening die vaak bij gemeenten belegd zijn.
Opmerkingen ten aanzien van iRvN Gemeente vraagt iRvN om aandacht te houden voor de organisatieontwikkeling van iRvN. Er is een verschuiving naar Saas-oplossingen. De nadruk komt meer op regievoering te liggen. Gemeente wil graag_weten_hoe iRyN kijkt nggr die yergnderingen_in_relatie tot_haar taken en werkzaamheden_[Berg en Dal). Binnen iRvN herkennen we duidelijk de geschetste ontwikkelingen. De beweging naar Saasoplossingen zorgt ervoor dat in onze rol een verschuiving gaande is van uitsluitend uitvoerend beheer naar meer regievoering, steeds minder de technische uitvoering zelf verzorgen en in plaats daarvan sterker inzetten op het bewaken van kwaliteit, beveiliging, compliance en contractmanagement.
MGR Rijk van Nijmegen
14
Dit is niet een verschuiving die komt maar die gaande is. We investeren daarom actief in de organisatieontwikkeling van iRvN. Dit houdt concreet in dat contractmanagement en leveranciersmanagement extra aandacht krijgt zodat de medewerkers kunnen sturen op leveranciersprestaties en op kwaliteit. Het aanpassen van interne processen en samenwerking binnen de organisatie is nodig om deze nieuwe regietaken zo goed mogelijk in te vullen. Wij merken op dat de verSaaSing met name betrekking op de transitie binnen het gemeentelijk applicatielandschap. Applicatiebeheer is, behalve bij Gemeente Nijmegen, een verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. In het regionaal strategisch traject 'CLoudstrategie is het tempo van de regionale versasing aan de orde.
Gemeente ziet graageen ngdere uitwerking van de wijze waarop iRyt ggnkijkt tegen het pay-per-use principe in relatie tot het huidige bekostigingsmodel (Berg en Dal). Gemeente gaat in 2025 graag in gesprek over de wijze yon doorbelgting van werkplekkosten en _licenties,_mede op basis ygn opschoning en rapportages, om geen overbodige producten in te zetten (Heumen). Zoals aangegeven zal iRvN in 2025 in samenspraak met het RSiO verder spreken over de financiële doorbelastingen. De kantoorautomatiserings-werkplek en licenties lijken zich te lenen voor een payper-use-doorbelasting. In dat voorstel zullen wij ook meenemen in hoeverre de inzet van licenties kan worden geoptimaliseerd
Gemeente vraagt iRvN rekening te houden in hun planning met nieuwe onderwerpen die volgen uit nieuywye_ wetgeving rond informatiebeveiliging_ In het kader ygn de NIS2/CER dienen zich_[nieuwe] onderwerpen aan als Operationele Techniek (OT) en Bedrijfscontinuïteit (BCM). Gemeente is benieuwd welke rol iRvN voor zichzelf ziet ten aanzien van deze thema's (Berg en Dal). De NIS2-richtlijn is een Europese wetgeving die verder gaat dan alleen het overheidsdomein en BIO2. Het heeft betrekking op de cyberbeveiliging van netwerken en informatiesystemen binnen kritieke sectoren zoals waterzuiveringssystemen of verkeersmanagementsystemen. Gemeenten hebben doorgaans contracten met leveranciers die verantwoordelijk zijn voor deze kritieke systemen en in dat leverancierscontact kan en wil iRvN een actieve adviesrol spelen over de beveiliging van deze systemen en de eventuele consequenties voor het takenpakket van iRvN. Wat betreft Bedrijfscontinuïteit (BCM) is het voor gemeenten en iRvN uiteraard van belang om de eigen bedrijfscontinuïteit zo goed als mogelijk te waarborgen. Voor gemeenten geldt dat o.a. door continuïteitsplannen per vakgebied te ontwikkelen. In de basis zijn al onze systemen 'kritisch' en de huidige ontwikkelingen maken dat wij ons nog meer in moeten zetten voor het realiseren van de juiste beveiligingsmaatregelen, zowel binnen onze eigen organisatie (o.a.
door risicomanagement en risicobeoordeling) als in onze rol naar de gemeenten toe.
Gemeenten verzoeken iRvN te onderzoeken welke besparingen vanaf2026 moge/ijk zijn en hiervoor in de ontwerpbegroting van 2026 scenario's voor te leggen (Berg en Dal, Beuningen). Gemeente vraagt daarbij aandacht voor continuïteit van dienstverlening, doorontwikkeling processen, efficiëntie en innoygtie [Heumen]. MGR heeft de vraag ontvangen om te onderzoeken welke besparingen mogelijk zijn. Eerder in deze brief schrijven we dat we de komende maanden een 3% taakstelling op de deelnemersbijdrage verder uitwerken. iRvN onderzoekt nu haar mogelijkheden en ervaart daarbij grote spanning bij, onder andere, de noodzaak voor Programma Beveiliging, projectuitvoering en -participatie bij gemeentelijke projecten, het regulier beheer en de eigen update- en upgrade-projecten,
MGR Rijk van Nijmegen
15
incidentafhandeling, realiseren van wijzigingen, security-monitoring en -response en organisatiedoorontwikkeling in het kader van de groei naar Volwassenheidsniveau 3.
Gemeenten vragen bij de uitwerking van bezuinigingsscenario's rekening te houden met het feit dat nieuwe vormen van dienstverlening soms bestaande dienstverlening vervangen en daarmee leiden tot kostenbesparing of efficientie [Druten, Wijchen]. Wij houden daar zeker rekening mee. iRvN stelt zich op het standpunt dat we niet moeten kiezen voor het simpelweg afzwakken van bestaande processen (beetje minder dit of dat) maar dat we gezamenlijk moeten bepalen welke zaken we eventueel niet meer doen of op een andere, efficiëntere manier kunnen uitvoeren. De suggestie van gemeenten ligt in die lijn.
Gemeenten zi[n benieuwd naar de visie op de impact van de bezuinigingsopdracht ap de reguliere ICT dienstverlening van IRvN, en de 5 projecten van de strategische i-agenda. Gemeenten vragen in de uitwerkingyan bezuinigingsscenario's_onderscheid te maken_tussen beheer en ontwikkeling [Druten, Wijchen] Zie iRvNs reactie op de voorgaande zienswijze(n) als het gaat om de impact van de bezuinigingsopdracht op de reguliere ICT dienstverlening van IRvN. De vijf projecten op de strategische i-agenda vragen, naast de inzet van iRvN, ook en met name i-inzet van de gemeenten. Binnen het RSiO is dat vraagstuk aan de orde en de regio bepaalt de wijze waarop daarmee omgegaan moet worden.
Gemeente vindt het een goede ontwikkeling om hardware zoveel mogelijk (deels) te hergebruiken of te recyclen. Dit omvat het herstellen en hergebruiken van apparaten en onderdelen (Heumen}. Binnen het Duurzaamheidsprogramma van MGR (iRvN en WBRN) onderzoeken wij hoe wij onze ambitie realiseren om in 2045 een inclusieve, CO2-neutrale en circulaire MGR kunnen zijn. Minder vervangen, meer inzetten van gebruikte hardware en meer (kleine) reparaties zelf uitvoeren helpen daarbij.
Gemeente benadrukt het belang von goede samenwerking in de regio, op basis van heldere afspraken,_o._a_ over governgnce Lyniformiteit en_standaardisatie kunnen helpen bijkostenbesparing. Binden, boeien en door laten ontwikkelen van personeel is kansrijker in regionaal verband (Heumen}. iRvN ziet ook dat belang. Op het gebied van functioneel beheer ziet iRvN kansen die toenemen wanneer gemeenten meer kiezen voor een gelijk(er) applicatielandschap. Ook het samen invullen van 'moeilijke' vacatures en het delen van formatie (zoals we dat nu al doen voor CISO en Informatiemanagement) biedt kansen.
Gemeente constateert ontwikkelingen aangaande organisatorische transformatie, o.a. vanwege vereisten inzake informatieveiligheid. Gemeente verzoekt om een transitieplan met likmomenten voor sturing [bestuurlijk en bedrijfsmatig),_hierin_meenemend effecten op begroting vanwege personeellasten [werving, behoud, frictie] en_materile lasten [groei Nijmegen] en impact yolyygssenheidsniyeau_i-_yeiligheid [Nijmegen]. De noodzakelijke organisatorische transformatie is het gevolg van enerzijds de ontwikkelingen waar wij allen mee te maken hebben en anderzijds met de ontwikkeling van iRvN (evenals de gemeenten) naar volwassenheidsniveau 3. Dit vraagt keuzen van gemeenten op de opdracht aan iRvN. Het vastleggen in transitieplannen met daarin de consequenties zoals genoemd is een goede vorm.
MGR Rijk van Nijmegen
16
Gemeente verzoekt de governance bii iRvN oan te passen. De huidige werkwijze dwingt bestuur/iike én bedrijfsmatige opmerkingen_in_deze zienswijze onder te brengen. Gemeente verzoekt_iRyNin2025 te komen met een voorstel (Nijmegen). Wij nemen dat mee. Gemeente maakt zich zorgen om de regionale i-ambities versus de geconstateerde beperkte realisatiekrocht van de regiogemeenten. Deze is nodig om de voorziene kaderstelling op gebied van Cloudstrgtegie en Managed-Device beleid (veiligheid) In 2025 gerealiseerd te krijgen. We gaan via het Portefeuillehoudersoverleg Digitalisering in gesprek over hoe we dit spanningsveld kunnen bijsturen (Nijmegen). Wij delen de zorgen over de regionale i-ambities en de beperkte realisatiekracht van de regiogemeenten en zien ook bij iRvN capaciteitsvraagstukken. Wij ondersteunen, samen met de MGR-deelnemers in het RSiO, de gesprekken via het PFO Digitalisering en, Kring van Gemeentesecretarissen.