Bijlage Concept rapport windstudie Heumen
Tekst van het document
Onderzoek potentie windturbines Gemeente Heumen
Rapport
Inhoudsopgave 1.
Introductie
3
2.
Analyse zoekgebieden wind
6
3.
Energieinfrastructuur
15
4.
Conclusies en aanbevelingen
20
Bijlage 1. Kaarten harde restricties
22
Bijlage 2. Kaarten zachte restricties
24
Bijlage 3. Kaarten kansgebieden en provincie Gelderland data
26
2
1.
Introductie 1.1. Achtergrond
De gemeente Heumen wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Klimaatneutraal betekent dat de gemeente in 2050 95% CO2-reductie heeft gerealiseerd ten opzichte van 1990 en daarnaast ook per saldo net zoveel duurzame energie opwekt als het gebruikt in de gemeente (energieneutraal). Naar verwachting is er in 2050 zo’n 440 TJ elektriciteit nodig. Dit is een stijging van maar liefst 230% ten opzichte van de huidige hoeveelheid aan elektriciteit die jaarlijks nodig is. Dit komt onder andere door het gebruik van elektrische auto’s en warmtepompen. Over Morgen heeft energiescenario’s voor 2030 en 2050 gemaakt om een beeld te schetsen van het verloop van de energietransitie voor de gemeente Heumen en de mix van energiebronnen en technieken om de 2050 doelen te behalen. Zonne-energie vormt een belangrijk onderdeel van de energiemix voor de gemeente Heumen (zie figuur 1). We hebben berekend dat er naast het benutten van de realistische potentie van zon op dak (50% in 2050), nog 233 Figuur 1: Opgave wind en zon TJ aan grootschalige opwek nodig is met zonnevelden en windturbines om het doel van 2050 te halen. Hierbij is de waterstofvraag nog niet meegerekend waarnaar we in de Routekaart 2050 naar verwijzen. 1.2. De opdracht
In het afgelopen jaar is gebleken dat er onder de bevolking in Heumen veel weerstand is tegen de komst van (grote) windturbines. In januari 2020 wees de Heumense gemeenteraad als gevolg daarvan de komst van grote windturbines ook af. De reden voor dit onderzoek is dat de provincie aan de Figuur 2: Invulling van 233 TJ Gelderse gemeenten heeft gevraagd om de mogelijkheden voor windturbines opnieuw te bekijken in het kader van de RES 2.0. Het is namelijk gebleken dat windturbines op en rond de Veluwe lastig is, waardoor er naar alternatieve locaties gekeken moet worden. Daarnaast is in de RES 1.0 ook aangegeven dat de kosten van de opwek met alleen zonne-energie een stuk hoger zijn dan wanneer een combinatie van opwek van zon en wind wordt ingezet. Dat komt omdat
3
aansluiting op de energieinfrastructuur (en eventuele uitbreiding van de netcapaciteit) erg kostbaar is. Omdat zonnepanelen met name in de zomermaanden veel stroom opwekken, betekent dit dat het elektriciteitsnet in de wintermaanden amper wordt gebruikt. Dat is zeer inefficient. Met het combineren van wind en zon wordt het elekriciteitsnet optimaler benut en daarmee gaan de kosten omlaag. De gemeente Heumen heeft daarom aan Over Morgen gevraagd om inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor windenergie in 4 gebieden (figuur 3).
Figuur 3: Nader te onderzoeken zoekgebieden wind gemeente Heumen
A. A73 zone. Deze zone bevindt zicht ten oosten van de A73; B. Uitloopgebieden. Deze gebieden bevinden zich bij Nederasselt en Overasselt. C. Het kommengebied. Dit gebied bevindt zich ten noorden van Overasselt. D. Heumensoord. Een bosrijk gebied aan de oostkant van de gemeente Heumen. In dit gebied ligt het zweefvliegveld Malden. Onderzocht dient te worden of het mogelijk is om in de oostelijke kant van Heumensoord, parallel of langs de spoorlijn windturbines te plaatsen. Over Morgen heeft onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor windturbines in deze gebieden. Hierbij zijn twee types windturbine onderzocht: Een relatief kleine 3 MW turbine en een ‘’standaard’’ turbine van 5,6 MW. Zie voor de specificaties van deze turbines tabel 1.
4
Type
Toelichting
Vermogen (MW)
Masthoogte (m)
Rotordiameter (m)
Tiphoogte (m)
Referentietype WT3000
Referentietype uit het handboek Risicozonering Windturbines (RVO 2014)
3
120
110
175
Vestas V150
Conform analysekaarten Nationaal Programma RES 2019
5,6
166
150
241
Tabel 1. De twee types windturbines die voor deze analyse zijn onderzocht
1.3. Uitspraak Raad van State 30 juni 2021 Een uitspraak van de Raad van State over een uitbreiding van een windturbinepark in Delfzijl heeft ertoe geresulteerd dat de landelijke overheid een milieubeoordeling moet gaan maken van de gevolgen van de aanleg van windparken. Deze uitspraak is het gevolg van het zogenoemde Nevele-arrest van Europese Hof uit juni 2020 in een zaak over een Belgisch windpark. Totdat deze landelijke beoordeling is uitgevoerd (verwachtte duur ca. 2 jaar) mogen algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet worden gebruikt voor windturbineparken. De uitspraak van de Raad van State heeft geen gevolgen voor de bouw van 1 of 2 losse windturbines. Voor windparken van drie of meer turbines kan de gemeente eigen normen stellen in een bestemmingsplan of omgevingsvergunning en zo zelf gekozen en onderbouwde normen hanteren. Zo lang er nog geen landelijke milieuboordeling gemaakt is kunnen nieuwe windparken op deze manier toch mogelijk worden gemaakt. In dit onderzoek hanteren we nog de normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zoals beschreven in de Handreiking Risicozonering Windturbines, aangezien deze voor losse windturbines nog gelden en de in de nieuwe milieubeoordeling mogelijk gewijzigde normen voor windparken nog onbekend zijn.
1.4. Leeswijzer
In hoofdstuk 2 analyseren we de zoekgebieden aan de hand van geldende harde en zachte beleidsrestricties. We creëren inzicht in de kansrijke gebieden voor de plaatsing van windturbines in Heumen. In hoofdstuk 3 laten we de mogelijkheden voor aansluiting van de windturbines op het onderstation zien. In hoofdstuk 4 sluiten we af met de conclusies en aanbevelingen.
5
2.
Analyse zoekgebieden wind
Voor de plaatsing van windturbines dient rekening gehouden te worden met externe veiligheid, geluidsproductie en bescherming van bepaalde (natuur)gebieden. Deze belemmeringen zijn ingedeeld in twee soorten: harde en zachte restricties. Waar er harde restricties gelden, worden windturbines op dit moment uitgesloten. Het gaat om gebieden waar vanwege veiligheids- en milieuoverwegingen windturbines niet mogelijk zijn. Zachte restricties zijn bijvoorbeeld natuurgebieden of toetsingsvlakken voor luchtverkeer. Afhankelijk van het aantal en de opstelling van de turbines kunnen onder bepaalde voorwaarden toch windturbines mogelijk zijn. Het regime wat hierbij hoort is nee, tenzij. In tabel 2 zijn per aspect per type windturbine de afstandszones weergegeven die in de analyse in dit hoofdstuk zijn gehanteerd. In de kolom uitsluitingsgebied staan de afstandzones waarin windturbines uitgesloten zijn. Deze gebieden zijn de harde resticties. In de kolom toetsingsvlak staan de afstandzones waarin een risico analyse gedaan moet worden. Deze zones vallen onder de zachte restricties.
Tabel 2: Belemmeringen en afstanden per type windturbine
2.1. Harde restricties
In bijlage 1 zijn de harde restricties voor de twee typen windturbines in de gemeente Heumen in kaart gebracht. Deze kaarten lijken erg op elkaar, maar verschillen in de afstandzones die gebruikt zijn zoals weergegeven in tabel 2. In het bijzonder kijkend naar de vier onderzoeksgebieden, valt gelijk op dat er in het midden van Heumensoord vrijwel geen harde restricties zijn. Heumensoord wordt begrensd door de spoorlijn aan de oostelijke kant en een buisleiding aan de zuidkant. Ook de A73- zone bevat weinig harde restricties, op de A73/hoogspanningsleiding aan de rand en een aantal beperkt kwetsbare objecten na. In de andere twee
6
onderzoeksgebieden (uitloopgebieden en het kommengebied) bevinden zich veel meer harde restricties, waaronder een buisleiding, hoogspanningsleiding, (beperkt) kwetsbare objecten en de geluidscontour rondom deze objecten. Gebied B valt hierdoor vrijwel helemaal af. In het kommengebied is nog enige ruimte te zien waar geen harde restricties gelden. Geluid Een belangrijk aspect voor het bepalen van locaties van windturbines is geluid. De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidgevoelige functies (zoals woningen, ziekenhuizen of onderwijsgebouwen) bescherming tegen geluidhinder. Er bestaan grenswaarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op gevels en het akoestische klimaat binnen bestaande gebouwen. Windturbines moeten op een zodanige afstand van geluidsgevoelige objecten geplaatst worden dat ze deze grenswaarden in acht nemen en geluidsnormen zijn gegarandeerd. Welke afstand dat exact is, is afhankelijk van de lokale omstandigheden en het type windturbine. Zoals ook in tabel 2 te zien is, is bij beide type windturbines een geluidscontour van 500m rondom woningen aangehouden voor deze analyse. De geluidscontour van 500m rondom de woningen is buiten beschouwing gelaten voor verspreid liggende woningen in het buitgengebied. Deze woningen kunnen namelijk in aanmerking komen als molenaarswoning. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 2.4. 2.2. Zachte restricties
In bijlage 2 zijn de zachte restricties in kaart gebracht voor beide typen windturbines. Bepaalde gebieden waar zachte restricties voor gelden komen in de gemeente Heumen niet voor, zoals stiltegebieden, rustgebieden van winterganzen en weidevogelgebieden. Opvallend is dat voor heel Heumensoord zachte restricties gelden, namelijk voor luchtvaart door het zweefvliegveld Malden dat in Heumensoord ligt en door de nabijheid van de helikopterluchthaven UMC St. Radboud in Nijmegen. Maar ook voor het Gelders Natuur Netwerk en het toetsingsvlak van de spoorlijn aan de Figuur 4: Gebieden ten behoeve van schoon drinkwater en grondwaterbescherming in oostelijke kant. Daarnaast is (een Heumensoord gedeelte van) Heumensoord ook belangrijk voor waterwinning en grondwaterbescherming, zoals te zien is in figuur 4. Ook is er een boringsvrije zone in dit gebied. Plaatsen van windturbines in de boringsvrije zone is mogelijk zolang de beschermende kleilaag niet wordt doorboord. Daar dient dan wel eerst nader onderzoek te worden gedaan. Er spelen hiermee vele verschillende zachte restricties voor Heumensoord. Voor de gebieden B en C geldt er een belemmering voor luchtvaart door de nabijheid van luchthaven Volkel. Daarnaast zijn er ook kleine vlakken van het Gelders Natuur Netwerk gelegen in het Kommengebied. Voor de A73 zone geldt voor een gedeelte van het gebied het toetsingsvlak van de snelweg.
7
Soortenbescherming Vanuit de wet Natuurbeheer dient er bij het plaatsen van windturbines rekening gehouden te worden met verschillende diersoorten die gevoelig zijn voor aanvaringen met windturbines. De wespendief is een vogelsoort die een hoge gevoeligheid voor aanvaringen met windturbines heeft. Het is daarom belangrijk om eventuele nestplaatsen en het foerageergebied van deze vogel mee te nemen in de analyse. In de gemeente Heumen zijn twee nestlocaties van de wespendief bekend. Zie hiervoor figuur 5. Het oranje nest in de kaart is in 2019 gebruikt, maar niet meer in 2020 Figuur 5: (mogelijke) nestplaatsen van de wespendief en 20211. Bij St. Walrick (roze nest op de kaart) zou er ook een nestplaats zijn, de precieze locatie hiervan is niet bekend. Deze twee locaties bevinden zich niet in een onderzoeksgebied, maar wel in de buurt van gebied A en gebied C. De nestplaatsen liggen niet in het beschermingsgebied van de wespendief rondom de Veluwe. In en rondom dat gebied worden speciale maatregelen genomen om het aantal aanvaringen te verminderen, zoals de zichtbaarheid van de windturbines vergroten en/of het tijdelijk stilzetten van de turbines tijdens risicovolle periodes 2. Voor Heumen zal er onderzoek gedaan moeten worden naar of deze nestplaatsen nog gebruikt worden, of er voldoende voedsel te vinden is voor de wespendief en wat het foerageergebied is.
Mogelijk zijn er ook andere nestplaatsen in de gemeente. Andere vogels dan de wespendief kunnen ook gevoelig zijn voor aanvaringen met windturbines. Voor Heumensoord is het belangrijk dat er wordt onderzocht wat de gevolgen kunnen zijn voor (roof)vogels van het plaatsen van windturbines. Dit omdat over een bosrijk gebied vogels doorgaans hoger vliegen dan over een open gebied, wat aanvaringen met windturbines kan vergroten. De das is een andere soort waar rekening mee gehouden moet worden. Het gaat hier dan vooral om rekening houden met de fundering van een windturbine die niet op of in nabijheid van een dassenburcht wordt geplaatst. Ook is het van belang dat werkzaamheden en bouwmachines de burcht niet verstoren. Daarnaast moet er onderzocht worden wat het foerageergebied van de das is en of dit niet wordt verstoord door het plaatsen van windturbines. Indien dat wel het geval is, kan er gekeken worden naar compensatie van het gebied. Locaties van dassenburchten en hun foerageergebied in de gemeente Heumen dienen in kaart gebracht te worden om te weten of deze in of rondom de onderzoeksgebieden zijn. Winturbines kunnen onder vleermuizen veel slachtoffers maken. Een maatregel om dit tegen te gaan is het stilzetten van de turbines wanneer vleermuizen actief zijn (gedurende de nacht).
1
Bron: Besluit Verlenen ontheffing, Wet natuurbescherming - soortenbescherming, provincie Gelderland, 17 september 2020
2
Bron: Windenergie op en rondom de Veluwe Effecten op Wespendief en andere soorten, A&W-rapport 20-14, Altenburg en Wymenga ecologisch
onderzoek, Feanwalden, E. Klop J. Stahl H. Sierdsema P. Alefs J. Latour 2020,
8
Omgevingsverordening
Voor het bepalen van potentiele gebieden voor wind spelen er naast het GNN nog eental andere omgevingsverordening aspecten vanuit de provincie een rol. Onder andere de Groene Ontwikkelingszone (GO) en GNN-verkenningsgebieden wind. De provincie Gelderland heeft gebieden aangemerkt als Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit zijn gebieden met een andere bestemming dan natuur. Het beleid is gericht op het combineren van andere functies met natuur, wanneer deze functies de ecologische samenhang met het aangrenzende GNN, de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten versterken 3. In bijlage 3, figuur 5 is deze zone weergegeven. Te zien is dat ten noorden van het kommengebied de GO loopt. Ook is het zweefvliegveld Malden aangemerkt als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast zijn ook een aantal percelen in het A73 onderzoeksgebied als GO aangewezen. Binnen het GNN zijn er vanuit de provincie verkenningsgebieden aangewezen waar er onder voorwaarden het plaatsen van windturbines mogelijk is. Deze gebieden zijn in bijlage 3, figuur 6 in kaart gebracht.Te zien is dat de verkenningsgebieden ten westen liggen van de A73, gedeeltelijk overlappend met de Overasseltse en Hatertse vennen maar niet met de onderzoeksgebieden. 2.3. Raadsbesluit
In de raad is besproken dat er voor de plaatsing van windturbines, minimaal 1000 meter afstand moet worden gehouden van woonkernen4. In figuur 6 is dit op de kaart gevisualiseerd. Hier zijn de kansgebieden weergegeven die op meer dan 1000m afstand liggen van woonkernen. De woonkernen zijn afkomstig uit de BRT (Basisregistratie Topografie). Te zien is dat de groene vlakken nauwelijks de onderzoeksgebieden overlappen. Er blijft dus vrijwel geen ruimte over voor het plaatsen van windturbines in de onderzoeksgebieden als dit uitgangspunt wordt gehanteerd. Buiten de onderzoeksgebieden is er volgens dit uitgangspunt ruimte over aan de oostelijke kant van Heumensoord. Er gelden daar vooral zachte restricties, zoals te zien is in bijlage 2. Ook in het middengedeelte van de gemeente Heumen is er een groot kansgebied voor wind. Natuurlijk moet ook hier rekening gehouden worden met de harde en zachte restricties. Het gaat hier vooral om (beperkt) kwetsbare objecten (harde restricties) en natuur en water (zachte restricties). Dit kansgebied overlapt met de Overasseltse en Hatertse vennen, wat onderdeel is van het GNN. Daarentegen overlapt het kansgebied voor een klein gedeelte met de verkenningsgebieden uit het GNN waar onder voorwaarden wind mogelijk is. Verder heeft de raad op 30-01-2020 ook vastgelegd dat windmolens niet hoger mogen zijn dan 150m.
Omdat de windturbines van 3 MW en 5,6 MW de gangbare turbines zijn, hebben we deze typen turbines ook meegenomen in ons onderzoek. Een windturbine van 3 MW heeft een ashoogte van ongeveer 120 meter maar een tiphoogte van ongeveer 200 meter.
3 https://opendata.gelderland.nl/dataset/16753-omgevingsvisie--groene-ontwikkelingszone--provincie-gelderland
4 Raadsbesluit Heumen 30 januari 2020
9
Figuur 6: Kansgebieden die op minstens 1000m afstand van woonkernen liggen
2.4. Kansrijke gebieden
Wanneer we de wettelijke richtlijnen en afstanden aanhouden, zie tabel 2 (en de 1000m afstand tot een woonkern buiten beschouwing laten) blijven er enkele gebieden over waar geen harde of zachte restricties gelden. In figuur 7 zijn deze kansgebieden voor de 3MW en 5,6MW windturbines weergegeven. Dit zijn gebieden waar geen belemmeringen gelden en in principe windturbines geplaatst mogen worden. In principe, omdat nog nader onderzoek gedaan dient te worden om te weten of hier nog andere belemmeringen voor wind dan de harde of zachte restricties die zijn onderzocht (zie tabel 2) van toepassing zijn. Een voorbeeld is een nader onderzoek naar de bescherming van soorten zoals de das. Het gebied voor de 3MW windturbines is ruimer, aangezien dit type turbine kleiner is (zie tabel 1) en daarom de te hanteren afstand tot o.a. woningen en infrastructuur ook kleiner is (zie tabel 2). Daardoor blijven er grotere gebieden over. Inzoomend op de vier onderzoeksgebieden, is te zien dat er alleen een kansgebied ligt in de A73 zone. In de andere gebieden zijn wel sprake van harde en/of zachte restricties.
10
Figuur 7: gebieden waar geen harde of zachte restricties gelden voor windturbine type 3MW (in lichtgroen) en 5,6MW (gearceerd gebied)
In figuur 8 zijn de gebieden waar geen restricties gelden uit figuur 7 weergegeven. Ook zijn in figuur 8 in het paars de gebieden toegevoegd waar alleen zachte restricties gelden. Deze zachte restrictie gebieden vallen onder het nee, tenzij regime waar er onder restricties mogelijk wel windturbines zijn toegestaan. Door ook deze gebieden inzichtelijk te maken zijn er meer mogelijkheden voor wind. Zo is te zien dat Heumensoord nu wel een kansgebied is. Dit betekent o.a. een nadere analyse van de aanvliegroutes, maar ook nader onderzoek naar de mogelijkheden voor windturbines in het waterwingebied wat zich hier bevindt. Ook in het kommengebied en net daarbuiten ligt een kansgebied waar zachte restricties gelden, met name voor luchtvaart. Een groot gebied buiten de onderzoeksgebieden dat uit deze analyse naar voren komt, is het gebied ten westen van de A73: de Overasseltse en Hatertse vennen. De zachte restricties die hier gelden zijn GNN en water. Dit is een gebied waar zich natte landnatuur bevindt en heeft daardoor een hoge ecologische maar ook recreatieve waarde. Zoals te zien is in bijlage 3, figuur 7, overlapt dit kansgebied voor een groot deel met het verkenningsgebied van het GNN waar onder voorwaarden wind mogelijk is. Dit schept kansen. Waar rekening mee moet worden gehouden zijn de (mogelijke) nestplaatsen van de wespendief (zie ook figuur 5).
Hier zal verder onderzoek naar gedaan moeten worden of deze nestplaatsen nog gebruikt worden, of er voldoende voedsel te vinden is en wat het foerageergebied van de wespendief is. Ten zuiden van zoekgebied B, tussen Nederasselt en Overasselt is er ook een groot vlak te zien waar er zachte restricties gelden, vooral voor luchtvaart. Ook is dit gebied van cultuurhistorische en recreatieve waarde, omdat hier het Kroonwerk Coehoorn gelegen is. Het Kroonwerk Coehoorn is onderdeel van de Groene Ontwikkelingszone. Een nadere analyse is nodig naar de zachte restricties in dit gebied.
11
Figuur 8: Gebieden waar geen harde of zachte restricties gelden (weergegeven in het groen) en waar alleen zachte restricties gelden (weergegeven in het paars).
Molenaarswoningen Verder inzoomend op de kansgebieden uit figuur 7 en 8, hebben we een analyse gedaan naar de woningdichtheid en nabijheid van woningen in relatief dunbevolkte gebieden. De verspreid liggende woningen in deze gebieden kunnen namelijk in aanmerking komen om als bedrijfswoning (molenaarswoning) onderdeel uit te gaan maken van een windpark. In dat geval hoeft er voor deze woningen niet meer te worden voldaan aan de geluidsnormen. De betreffende woningeigenaren dienen hiervoor toestemming te geven en betrokken te zijn bij de inrichting van het windpark. Doordat molenaarswoningen bij veel windparken in Nederland voorkomen, is het interessant deze gebieden met een lage woningdichtheid nader te bestuderen en niet per definitie uit te sluiten. Deze analyse gebruikt als basis de gebieden waar geen harde belemmeringen gelden. Figuur 9 laat de gebieden zien die kansrijk zijn. Te zien is dat in Heumensoord een groot vlak is waar geen woningen op minder dan 500m afstand zijn gelegen. Ook in het gebied rondom Kroonwerk Coehoorn staan vrijwel geen woningen. In het kommengebied en in de A73 zone zijn er enkele gebieden waar geen woningen of maximaal enkele woningen op 500m afstand zijn. Uiteraard hebben we in de analyse geen rekening gehouden met het draagvlak (of het ontbreken hiervan) bij de bewoners van de molenaarswoningen.
12
Figuur 9 : Afstand tot woningen in de kansrijke gebieden
2.5. Conclusie
Bij het aanhouden van een minimale afstand van 1000 meter om woonkernen blijft er vrijwel geen potentie over voor windturbines binnen de onderzoeksgebieden. In deze analyse blijft het gebied tussen A en C over als potentieel kansrijk gebied, maar hier spelen wel zachte restricites zoals de GNN en (mogelijke) nestplaats(en) van de wespendief. Wanneer we de wettelijke richtlijnen en afstanden aanhouden en de harde en zachte restricties voor beide type windturbines over elkaar heen leggen, blijkt vooral gebied A: de A73 zone kansrijk. Hier zijn wel enkele woningen op minder dan 500m afstand. Ook horen een aantal percelen binnen dit gebied bij de Groene Ontwikkelingszone. Ook gebied C: het kommengebied en vlak daarbuiten blijkt kansrijk omdat hier een gebied overblijft waar er geen harde restricties gelden waardoor wind wordt uitgesloten. De zachte restrictie die voor dit gebied geldt is voor luchtverkeer voor vliegveld Volkel. Een nadere analyse moet gedaan worden wat de mogelijkheden zijn voor wind binnen deze zachte restrictie. En ook hier zal onderzocht moeten worden of er bij de bewoners van deze woningen draagvlak is om als molenaarswoning aangemerkt te worden. Voor Heumensoord gelden weinig harde restricties en is de woningdichtheid laag.
Maar omdat er vele verschillende zachte restricties gelden, onder andere voor luchtvaart, natuur en grondwaterwinning waar rekening mee gehouden zal moeten worden, zal er nog een nadere analyse gedaan moeten worden naar de mogelijkheden binnen deze restricties. Ook is het van belang om onderzoek te doen naar aanvaring met windturbines van roofvogels in Heumensoord.
13
Buiten de onderzoeksgebieden om, lijken ook de gebieden rondom het Kroonwerk Coehoon en de Overasseltse en Hatertse vennen kansrijk omdat er alleen zachte restricties gelden en geen harde restricties waardoor windturbines per definitie zijn uitgesloten. Voor de Overasseltse en Hatertse vennen is er ook overlap met de GNN verkenningsgebieden vanuit de provincie waar onder voorwaarden wind mogelijk is. Hier dient nader onderzoek naar gedaan te worden wat dat betekent voor het vennengebied, evenals naar de aanwezigheid van de wespendief. Voor het gebied rondom Kroonwerk Coehoorn is het van belang om een nadere analyse naar de zachte restrictie voor vliegverkeer te doen en hoe wind zou passen binnen de cultuurhistorische en recreatieve waarde van dit gebied.
14
3. Energieinfrastructuur 3.1. Aansluitmogelijkheden op het elekriciteitsnetwerk
In de RES 1.0 van Arnhem-Nijmegen zijn de hoofdstations (HS/TS) en de middenspanningsstations (MS) weergegeven. In de nabijheid van Heumen is geen onderstation aanwezig. Aansluiting van een windpark in de gemeente Heumen zal moeten plaatsvinden op het aanwezige onderstation ten westen van Nijmegen (Teersdijk).
Figuur 10: Elektriciteitsinfrastructuur Liander RES Arnhem-Nijmegen uit de RES 1.0.
Volgens Liander is er echter weinig beschikbare capaciteit over in dit gebied (zie figuur 11). Tegelijkertijd geeft de netbeheerder aan dat het station Teersdijk wordt uitgebreid binnen 5 - 10 jaar.
15
Figuur 11: Beschikbare netcapaciteit Liander (23-08-2021)
Op basis van de RES 1.0 zoekgebieden heeft Liander een zoekgebied aangewezen voor een nieuw station in de regio Berg en Dal (zie figuur 12). Met name voor het zoekgebied bij Heumensoord biedt dit een uitkomst. Tegelijkertijd zal dit station pas na 2025 gereed zijn (op basis van verstrekte informatie door Liander).
16
Figuur 12: uitbreidingstrategie Liander RES 1.0
17
3.2. Ligging van de zoekgebieden tov het elektriciteitsnetwerk
Station Teersdijk
A: A73 zone Het gebied aan de A73 ten westen van Malden ligt relatief gunstig qua afstand tot het onderstation bij Nijmegen (zo’n 5 kilometer). Er is een grondgestuurde boring nodig onder de N324 om bij het onderstation van Teersdijk te komen maar verder zijn er relatief weinig obstakels.
B: Uitloopgebieden Nederasselt en Overasselt Een kabelaansluiting van een windpark bij Overasselt zal langs de N324 moeten lopen en wordt aangesloten op het HS/TS station bij Nijmegen Teersdijk. Dit is algauw een afstand van 6-7 kilometer, gerekend vanaf het noorden van Overasselt. De afstand vanaf de zoekgebieden ten oosten en ten westen Nederasselt is zelfs nog iets verder. Voor beide Figuur 13: Station Teersdijk locaties is zowel een gestuurde boring onder de A73 als onder de N324 nodig om het station te bereiken. Hierdoor is aansluiting vanaf dit zoekgebied het meest complex en prijzig van alle zoekgebieden. C: Kommengebied Het kommengebied ligt op een lastige plek richting het onderstation Teersdijk. Een aansluiting vanaf het kommengebied kent veel obstakels en het meest praktisch is om de aansluiting langs de A73 of de N324 te leggen. Dat betekent wel een omweg voor de kabelaansluiting en ook hier is dan zowel een grondgestuurde boring nodig onder de A73 en de N324 door. Dit is relatief kostbaar. D: Heumensoord De afstand tot het onderstation van Teersdijk is 4-5 kilometer, maar er is een grondgestuurde boring onder het Maas-Waal kanaal nodig om via de A73 het onderstation te bereiken. Daarmee wordt het realiseren van een aansluiting op het onderstation relatief kostbaar.
Een nieuw station in de omgeving van Berg en Dal kan een zeer interessante mogelijkheden bieden voor aansluiting. De Overasseltse en Hatertse vennen Op basis van figuur 8 lijkt het gebied bij de Overasseltse en Hatertse vennen ook potentieel geschikt voor wind, maar hier ligt het Gelders Natuur Netwerk en het gebied heeft ook een recreatieve waarde. Ten slotte is het in de buurt van de (mogelijke) nestplaatsen van de wespendief. Het gebied ligt wel in de nabijheid van het onderstation bij Teersdijk.
18
3.3. Conclusie
Het zoekgebied langs de A73 lijkt het minst complex om aan te sluiten op het onderstation bij Teersdijk. Een aansluiting vanaf Nederasselt en Overasselt is lastig aan te sluiten op het onderstation bij Teersdijk. Ook aansluiting van het kommengebied en Heumensoord zal relatief kostbaar zijn, maar omdat er een nieuw onderstation komt bij Berg en Dal is deze laatste locatie wellicht toch interessant. Buiten de zoekgebieden komt ook de Overasseltse en Hatertse vennen naar boven als potentieel interessant gebied.
19
4. Conclusies en aanbevelingen Uit de windanalyse en de het onderzoek naar de energieinfrastructuur zijn een aantal conclusies en aanbevelingen gekomen. Deze zijn in dit hoofdstuk per onderzoeksgebied beschreven. A: A73 zone Het noordelijke deel van de A73 zone lijkt het meest kansrijke gebied van de vier onderzoeksgebieden voor de plaatsing van windturbines, gezien er daar geen harde en zachte restricties gelden. Ook qua ligging is dit gebied kansrijk, omdat potentiele windturbines aangesloten kunnen worden op het onderstation Teersdijk. Er liggen wel enkele woningen in dit onderzoeksgebied. Deze zouden kunnen worden aangemerkt als molenaarswoning. Er moet worden onderzocht of daar draagvlak voor is bij de bewoners van deze woningen. Ook zijn enkele percelen in het A73 gebied onderdeel van de Groene Ontwikkelingszone. Uitgezocht moet worden of de functie wind hier binnen past. B: Uitloopgebieden Nederasselt en Overasselt In dit gebied gelden een aantal harde restricties waardoor wind hier per definitie al uitgesloten is. Dit komt door de aanwezigheid van een buisleiding, hoogspanningsleiding en geluidscontour van kwestbare objecten. Daarnaast is aansluiting op de energieinfrastructuur hier complex. C: Kommengebied In het kommengebied zijn een aantal harde restricties zoals een hoogspanningsleiding en geluidsnormen van (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarentegen blijft er wel enige ruimte over waar alleen zachte restricties gelden, namelijk voor vliegverkeer door de luchthaven Volkel. Een toets zal hier gedaan moeten worden om te kijken wat er mogelijk is. Ook is er een overlap met de Groene Ontwikkelingszone. Gekeken moet worden of wind als functie hierbij past. Als het gebied net buiten dit zoekgebied wordt meegenomen als kansgebied, zou er ruimte zijn voor een aantal windturbines. Ook door de lage woningdichtheid is dit een interessant gebied voor wind. De woningen die zich in dit gebied bevinden zouden als molenaarswoning kunnen worden aangemerkt. Onderzocht moet worden of hier draagvlak voor is bij de bewoners. De aansluiting op de energieinfrastructuur is hier relatief kostbaar en complex. D: Heumensoord Heumensoord is een potentieel interessant gebied waar weinig harde restricties gelden maar vele zachte restricties, voor luchtvaart, natuur en grondwaterwinning. Door deze verschillende restricties dient er met veel regels rekening gehouden te worden. Hier zal nader onderzoek naar gedaan moeten worden. Ook vanuit soortenbescherming is er onderzoek nodig naar de gevolgen van het plaatsen van windturbines in een bosrijk op roofvogels. De bouw van een nieuw onderstation in de omgeving van Berg en Dal is reden om de mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines in dit gebied verder te onderzoeken.
De Overasseltse en Hatertse vennen Het gebied bij de Overasseltse en Hatertse vennen is potentieel ook geschikt voor meerdere windturbines, maar ook hier gelden zachte restricties zoals het Gelders Natuur Netwerk. Daarentegen is een deel van dit vennengebied vanuit de provincie aangemerkt als verkenningsgebied voor wind waardoor onder voorwaarden windturbines mogelijk kunnen zijn. Qua aansluiting op het elektriciteitsnet ligt het gebied in de nabijheid van het onderstation bij Teersdijk. Wel zal hier ook onderzoek gedaan moeten worden naar het foerageergebied en de (mogelijke) nestplaatsen van de wespendief.
20
Gebied tussen Nederasselt en Overasselt Het gebied bij Kroonwerk Coehoorn is potentieel ook geschikt voor wind. Hier is een lage woningdichtheid, maar er speelt een zachte restrictie voor vliegverkeer van vliegeveld Vonkel, dit dient verder onderzocht te worden en ook hoe wind zou passen binnen de cultuurhistorische en recreatieve waarde van dit gebied.
21
Bijlage 1. Kaarten harde restricties
Figuur 1: harde restricties voor windturbine type 3MW
22
Figuur 2: harde restricties voor windturbine type 5,6MW
23
Bijlage 2. Kaarten zachte restricties
Figuur 3: zachte restricties voor windturbine type 3MW
24
Figuur 4: zachte restricties voor windturbine type 5,6MW
25
Bijlage 3. Kaarten kansgebieden en provincie Gelderland data
Figuur 5: Groene Ontwikkelingszone (GO)
26
Figuur 6: GNN en GNN verkenningsgebieden waar onder voorwaarden windturbines mogelijk zijn
27
Figuur 7: Overlap kansgebieden met GO en GNN verkenningsgebieden wind
28