Bijlage bij inspraaktekst Tijmensen
Tekst van het document
De selectie en argumentatie rondom de verschillende locaties voor flexwoningen roepen belangrijke vragen op over de overwegingen die ten grondslag liggen aan deze keuzes. Hier volgen enkele kritische punten en argumenten: 1. Waardering van zichtlocaties versus omgevingskwaliteit voor bewoners Het argument bij locatie 5, Rijksweg/Vieracker, dat deze locatie als entree van Malden "minder aantrekkelijk" is voor flexwoningen vanwege de zichtbaarheid, lijkt impliciet aan te geven dat het aanzien van de dorpsentree zwaarder weegt dan de leefomgeving van bestaande bewoners in omliggende wijken. Dit is moeilijk te verzoenen met het streven naar gelijkwaardige behandeling en respect voor de leef-kwaliteit van alle bewoners. Waarom zou het visuele karakter van een entree belangrijker zijn dan het woongenot van bestaande omwonenden? 2. Ongepaste afwegingen rond entree versus milieu Bij locatie 5 wordt gesteld dat stedenbouwkundige complexiteit en zichtbaarheid de aantrekkelijkheid verminderen, terwijl bewoners in andere locaties wél geconfronteerd worden met de gevolgen van een dergelijke keuze. Dit wekt de indruk dat er met dubbele standaarden wordt gewerkt: zichtlocaties verdienen bescherming, terwijl andere delen van het dorp als geschikt worden beschouwd, zonder vergelijkbare aandacht voor omgevingskwaliteit of hinder. 3.
Onbalans in prioritering van beleidsdoelen (vervolg) De nadruk op abstracte beleidsdoelen, zoals de esthetiek van een dorpsentree, lijkt te prevaleren boven de praktische en sociale noodzaak van adequate huisvesting. Dit roept de vraag op of het beleidskader waarmee locaties worden beoordeeld voldoende recht doet aan de werkelijke behoeften van bewoners en toekomstige huurders van flexwoningen. Een betere balans tussen beleidsmatige en menselijke overwegingen is essentieel. 4. Onevenwichtige milieutechnische en juridische beoordeling Locaties zoals de Eendenpoelseweg (1) en het Hoogenhofsepad (6) worden vanwege juridische en milieutechnische uitdagingen als problematisch gezien. Echter, dezelfde grondige beoordeling lijkt niet consistent te zijn toegepast op de voorgestelde locatie. Er wordt bijvoorbeeld bij andere locaties verwezen naar nader onderzoek naar ecologie en akoestiek, terwijl dergelijke onderzoeken bij de gekozen locatie mogelijk nog niet volledig zijn uitgevoerd of zelfs zijn beperkt tot een quickscan. Dit kan wijzen op een selectieve toepassing van vereisten. 5. Ontbreken van transparantie in besluitvorming De argumentatie rondom locatie 5, Rijksweg/Vieracker, benadrukt het belang van stedenbouwkundige complexiteit en zichtlocaties, maar de vraag blijft waarom dit zwaarder weegt dan de woonkwaliteit van omliggende wijken.
Het gebrek aan duidelijke en vergelijkbare beoordelingscriteria voor alle locaties maakt de besluitvorming niet alleen ondoorzichtig, maar ook vatbaar voor kritiek. Dit voedt wantrouwen in een eerlijk en democratisch proces. 6. Mismatch met participatie-eisen van de Omgevingswet De argumenten lijken bovendien onvoldoende te zijn besproken met of afgestemd op omwonenden, wat in strijd is met de participatie-eisen die sinds 1 januari 2024 verankerd zijn in de Omgevingswet. Het gevoel dat besluitvorming "in de wandelgangen" al heeft plaatsgevonden, wordt versterkt door de inconsistentie in de wijze waarop locaties worden beoordeeld en voorgesteld. 7. Ruimtelijke ordening versus leefbaarheid Het is onduidelijk hoe het omzetten van een 'zichtlocatie' in een woongebied past binnen principes van goede ruimtelijke ordening. Door zichtlocaties te beschermen en andere gebieden
met mogelijke overlast te belasten, wordt de indruk gewekt dat leefbaarheid geen prioriteit heeft, maar ondergeschikt is aan esthetiek en beleidsmatige voorkeuren. Samenvattend De huidige keuze voor flexwoningen lijkt deels ingegeven door beleidsmatige en visuele overwegingen die niet consistent of transparant zijn toegepast op alle locaties. Dit leidt tot een onbalans in de afwegingen, waardoor niet alleen de leefbaarheid van bestaande omwonenden wordt aangetast, maar ook het vertrouwen in het besluitvormingsproces. Een herbeoordeling van de locaties, met duidelijke, eerlijke en uniforme criteria, is noodzakelijk om dit vertrouwen te herstellen en recht te doen aan de werkelijke behoeften van zowel huidige als toekomstige bewoners.