Bijlage 1-V Rapport compensatie das en GO D2
Tekst van het document
Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Inzicht in de benodigde compensatie en locatie voor de das en de versterking van de Groene Ontwikkelzone ter ondersteuning van de beoordeling van de kansrijke alternatieve locaties voor Sportvereniging Juliana ’31 in Malden
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ...................................................................................................................................................4 Aanleiding ................................................................................................................................................4 Doel ......................................................................................................................................................... 4 Ligging potentiële planlocaties ................................................................................................................4 Uitgevoerde onderzoeken ....................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2 2.3
Compensatie leefgebied das ...................................................................................................................7 Compensatieopgave................................................................................................................................7 Geschikte gronden ..................................................................................................................................8 Maatregelen.............................................................................................................................................9
3 Groene Ontwikkelzone ..........................................................................................................................12 3.1 Toetsingskader ......................................................................................................................................12 3.2 Onderzoek kernkwaliteiten ....................................................................................................................13 3.2.1 Effectbeoordeling Planlocatie B .........................................................................................................15 3.2.2 Effectbeoordeling Planlocatie C .........................................................................................................16 3.3 Versterking GO bij aantasting ...............................................................................................................17 3.4 Conclusie ...............................................................................................................................................19 4 4.1 4.2 4.3
Samenvatting en conclusie ...................................................................................................................20 Compensatie das...................................................................................................................................20 Compensatie GO ...................................................................................................................................21 Combineren compensatieopgave das en GO .......................................................................................21
5
Referenties ............................................................................................................................................22
Bijlage 1 Rekentabel locatie B Bijlage 2 Rekentabel locatie C
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
Document referentie: https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/rapport compensatie das en go d2.docx
3/22
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Heumen is van plan om op de huidige locatie van SV Juliana ’31 woningen te bouwen om te voorzien in de grote lokale en regionale woningvraag. Om woningbouw mogelijk te maken, moet SV Juliana ’31 verplaatst worden naar een andere locatie. Er zijn vier locaties voorgesteld waar SV Juliana ’31 naartoe kan verhuizen, deze locaties worden in deze notitie besproken met betrekking tot de compensatieopgave voor de das en de Groene ontwikkelzone. SV Juliana ’31 zal, indien mogelijk, verplaatst worden naar één van de vier locaties. Om de locaties geschikt te maken voor de aanleg van sportvelden, dienen alle opstallen en gebouwen gesloopt te worden en alle bomen en struwelen verwijderd. De grond zal tevens geëgaliseerd en bouwrijp gemaakt moeten worden en sportvelden moeten worden aangelegd, parkeergelegenheid gecreëerd, een toegangsweg gerealiseerd en een clubhuis en kleedkamers worden gebouwd. De locatie zal omheind worden door middel van hekwerk.
1.2
Doel
Het bepalen van de benodigde compensatie voor de das en de Groene Ontwikkelzone wordt uitgevoerd om de kansrijke alternatieven van de locaties voor ontwikkeling te kunnen beoordelen. De compensatieopgave zal voor het gekozen alternatief verder uitgewerkt worden in de Planuitwerkingsfase van dit project.
1.3
Ligging potentiële planlocaties
De planlocaties zijn gelegen rondom Malden, zie figuur 1.1. Malden is een dorp in gemeente Heumen in de provincie Gelderland. De planlocaties liggen in een agrarisch gebied.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
4/22
Figuur 1.1
1.4
Ligging van de potentiële planlocaties.
Uitgevoerde onderzoeken
Uit het verkennende natuuronderzoek (Spijker, 2022) blijkt dat er bij het realiseren van een sportlocatie op een van de vier zoeklocaties eventueel verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) overtreden kunnen worden voor wat betreft soorten. Het betreft verschillende soorten vleermuizen, kleine marterachtigen, das, steenmarter, huismus, gierzwaluw, boerenzwaluw, Alpenwatersalamander en grote modderkruiper. Eventuele negatieve effecten op soorten en overtredingen van verbodsbepalingen voor deze soorten zijn goed te mitigeren en/of compenseren. Eventuele negatieve effecten op soorten en overtredingen van verbodsbepalingen met betrekking tot de das zijn moeilijker te compenseren en/of mitigeren. Er zijn binnen de planlocaties geen dassenburchten aanwezig, maar is er wel foerageergebied aanwezig. In hoeverre dit essentieel foerageergebied betreft voor het behouden van de omliggende burchten, is op basis van de huidige informatie niet bekend. De noodzaak voor het compenseren van leefgebied is aanwezig en de compensatieopgave is in deze notitie verder uitgewerkt om te dienen als ondersteuning bij het bepalen van de voorkeurslocatie. Delen van de zoeklocaties liggen binnen de Groene ontwikkelzone (GO).
De toetsing van het effect van de mogelijke ontwikkelingen hierop betreft een ‘worst case’ benadering aangezien de ontwikkeling circa 7 ha zal omvatten en de onderzochte planlocaties groter zijn dan dit. De precieze toekomstige ligging van de sportvereniging binnen deze planlocaties is nog niet bekend.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
5/22
Het is dus nog niet exact bekend welk oppervlakte GO zal worden aangetast door de ontwikkeling. Binnen locatie B ligt 11,56 ha gebied dat is aangewezen als GO en binnen locatie C ligt 11,79 ha gebied dat is aangewezen als GO.
Figuur 1.2
Ligging planlocaties ten opzichte van GNN, GO en ecologische verbindingszone.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
6/22
2
Compensatie leefgebied das
2.1
Compensatieopgave
Alle planlocaties zijn mogelijk geschikt als foerageergebied voor de das en waarschijnlijk ook als zodanig in gebruik. Tijdens het verkennende natuuronderzoek zijn er op bijna alle planlocaties sporen aangetroffen van de das. Daarnaast zijn er in de omgeving van alle planlocaties dassenburchten aanwezig (Spijker, 2022). Nader onderzoek naar de das heeft ten tijde van dit schrijven niet plaatsgevonden. De grootte van een territorium is afhankelijk van het voedselaanbod en dus van de kwaliteit van het leefgebied. De grootte varieert van 30 tot 150 hectare in optimaal gebied, en van 150 tot 600 hectare in marginaal gebied. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Er moet voldoende foerageergebied liggen binnen 500 meter tot enkele kilometers (kennisdocument das). Conform het kennisdocument das dient essentieel (primair) foerageergebied (vochtig grasland of bosjes) bij aantasting voor 120% gecompenseerd te worden door (akker)bouwland1 om te vormen naar grasland. Secundair foerageergebied zoals akkers, ruigten en dergelijke dient bij aantasting met een oppervlakte van tenminste 50 procent te worden gecompenseerd. Overige voorwaarden conform het kennisdocument das: •
•
• •
Maatregelen binnen het territorium van de betreffende dassenfamilie nemen. Ook kunnen de maatregelen worden genomen direct aangrenzend aan het territorium als dat gebied niet behoort tot een territorium van een andere dassenfamilie. De maatregelen moeten tijdig gerealiseerd zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de tijd die een (nieuwe) begroeiing nodig heeft om te kunnen functioneren voor de das. Maatregelen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden laten plaatsvinden. Werkzaamheden overdag uitvoeren, maar niet later dan 19.00 uur.
Voor de gronden binnen de planlocaties die aangewezen zijn als grasland wordt vanuit gegaan dat deze primair leefgebied zijn vanwege de aangetroffen loopsporen/wissels en nabijheid van burchten. Deze oppervlaktes worden dan ook met 120% gecompenseerd. Voor de gronden die zijn aangemerkt als bouwland wordt vanuit gegaan dat dit secundair leefgebied betreft. Deze oppervlaktes worden met 80% gecompenseerd met uitzondering van de gronden bij locatie C. Door het huidige intensieve gebruik als paardenweides is dit terrein in mindere mate geschikt als foerageergebied voor de das. De weilanden zijn op plekken kaal en zanderig. Daarom is ervoor gekozen om op deze locatie uit te gaan van 50% compensatie. Bij locatie D is een deel ook bebouwd met een bedrijfswoning en grote opstallen, deze zijn geen geschikt leefgebied en dus ook niet meegenomen in de compensatieopgave. In tabel 2.1. is een overzicht weergegeven van het bovenstaande.
1
https://boerenbunder.nl/report/51.79690,5.84007
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
7/22
Tabel 2.1.
Overzicht van de type gronden en benodigde compensatie.
Locatie
Type grond
A B
Grasland Grasland Bouwland Grasland Bouwland Grasland Bouwland Gebouwen
C D
2.2
Bebouwd Opp. m2 (tot. 7 ha) 70.000 30.000 40.000 30.000 40.000 38.000 30.000 2.000
Compensatie opgave
Opp. compensatie m2
Totaal Opp. compensatie m2
120% 120% 80% 120% 50% 120% 80% n.v.t.
84.000 36.000 32.000 36.000 20.000 45.600 24.000 -
84.000 68.000 56.000 69.600
Geschikte gronden
Er is in de omgeving niet veel bouwland beschikbaar. Daarnaast zijn er ook nog andere lopende projecten (onder andere aanleg zonnevelden) die aanspraak doen op hetzelfde schaarse bouwland voor het compenseren van de effecten op het foerageergebied van de das. Met het ‘zoekgebied energielandschap’ is rekening gehouden bij de keuze voor de compensatiegebieden. Andere projecten in de omgeving die aanspraak doen op bouwland zijn niet bekend. Voor elke planlocatie is een compensatiegebied gezocht dat zich aan dezelfde zijde van het Maas-Waalkanaal bevindt en op een niet te grote afstand is gelegen. Zodat de kans groot is dat deze binnen het territorium van dezelfde dassenfamilie vallen: • • • •
Locatie A: er zijn twee compensatiegebieden aangewezen van circa 6,1 en 3,1 ha. Locatie B: er is één compensatiegebied aangewezen van circa 7,3 ha. Locatie C: er is één compensatiegebied aangewezen van circa 6,2 ha Locatie D: er zijn twee compensatiegebieden aangewezen van circa 1,0 en 6,1 ha.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
8/22
Figuur 2.1.
2.3
Locatie van de compensatiegebieden voor elke locatie t.o.v. de planlocaties.
Maatregelen
Hieronder zijn een aantal te nemen herinrichtingsmaatregelen opgenomen die de compensatiegebieden geschikt maken als foerageergebied voor de das. Deze zijn opgedeeld in maatregelen om leefgebied te ontwikkelen en maatregelen om barrières op te heffen. Creëren van leefgebied • • •
Het aanleggen van (lijnvormige) beplantingen, (hoogstam)boomgaarden en overhoekjes. Het aanleggen van (bemeste) graslanden (primair dassenleefgebied) Bij voorkeur 50 procent of meer van het totaal aan grasland moet niet hoger dan 5 centimeter zijn, zodat de dassen voldoende regenwormen kunnen vangen.
Opheffen van barrières Dassen gebruiken wissels vaak van generatie op generatie. Het zorgen dat (deel)populaties niet geïsoleerd van elkaar komen te liggen kan gebeuren door bestaande of nieuwe barrières passeerbaar te maken voor dassen door: • •
Aanleggen van dassentunnels onder wegen. Aanleg van singels, houtwallen, heggen, hagen, bosjes en dergelijke als geleiding naar plekken waar veilig overgestoken kan worden.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
9/22
Beknopte analyse van connectiviteit van de compensatiegebieden: •
•
•
• •
Bij locatie 1 in de omgeving zijn al voorzieningen aanwezig om de Hatertseweg over te steken. De overige wegen in de omgeving zijn onverharde wegen waar alleen bestemmingsverkeer langs rijdt. Bij locatie 2 in de omgeving zijn al voorzieningen aanwezig om de N844 over te steken. De overige wegen in de omgeving zijn onverharde wegen waar alleen bestemmingsverkeer langs rijdt. Bij locatie 3 zijn al meerdere voorzieningen aanwezig. Echter kan hier nog een voorziening worden getroffen om de Blankenbergseweg met locatie 4 te verbinden. Locatie 4 is al verbonden doormiddel van een faunavoorziening. Bij locatie 5 zijn alleen bestemmingsverkeer op de wegen in de omgeving. Eventueel kan er langs de Looistraat nog een extra voorziening worden getroffen.
Figuur 2.2 geeft inzicht in de aanwezige dassenburchten (onderzoek uit 2018,in opdracht van de gemeente Heumen), faunavoorzieningen en ligging van de compensatiegebieden. Tabel 2.2 is een overzicht van de planlocaties, bijbehorende compensatiegebieden en maatregelen.
Figuur 2.2.
Een overzicht van aanwezige faunavoorzieningen en ligging van de compensatiegebieden.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
10/22
Tabel 2.2.
Overzicht van de planlocaties, bijbehorende compensatiegebieden en maatregelen.
Planlocatie
Compensatiegebied
Maatregel
A
3 en 4
Leefgebied creëren Extra faunavoorziening Blankenbergseweg
B
1
Leefgebied creëren
C
2
Leefgebied creëren
D
4 en 5
Leefgebied creëren Extra faunavoorziening Looistraat
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
11/22
3
Groene Ontwikkelzone
3.1
Toetsingskader
Vanaf 1 februari 2022 gelden er nieuwe regels op het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Deze regels staan in de omgevingsverordening. De relevante artikelen zijn in het kader hieronder genoemd: Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone) 1)
2)
Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a) de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b) de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.
Artikel 2.53a (onderzoek kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone) 1)
2)
3)
Bij toepassing van artikel 2.52 bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a) actuele en potentiële natuurwaarden; b) in de bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten; en c) ecologische samenhang. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige: a) kwaliteit van water, bodem en lucht; b) stilte, rust en duisternis; en c) landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf.
Artikel 2.53b (versterkingsplan) 1)
Als de Groene ontwikkelingszone wordt versterkt op grond van artikel 2.52, eerste lid, onderdeel a, bevat het bestemmingsplan dat de activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt een versterkingsplan, dat in ieder geval inzicht geeft in: a) hoe verzekerd is dat de versterking wordt uitgevoerd; b) hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; c) hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; d) de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en de locatie waarop de versterking plaatsvindt.
Artikel 2.53c (borging versterking) Planologische verankering van de versterking vindt plaats in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan als waarin de nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
12/22
Artikel 2.53d (borging uitvoering versterking) 1)
De uitvoering van de versterking wordt verzekerd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan, waarin wordt bepaald dat: a) alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan als de maatregelen overeenkomstig het versterkingsplan worden uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar, of een kortere termijn als dat mogelijk is, na vaststelling van het bestemmingsplan waarin de activiteit is toegelaten; en b) de maatregelen overeenkomstig het versterkingsplan in stand worden gehouden. In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt dat als op de locatie van de fysieke ingreep een beschermde inheemse diersoort of een soort, genoemd in de nationale Rode Lijsten, voorkomt, alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan nadat de maatregelen conform het versterkingsplan zijn uitgevoerd.
Op 15 februari 2022 stelden Gedeputeerde Staten de conceptregels voor de Groene ontwikkelingszone vast. De Groene Ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de zogenoemde ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Deze zones zijn aangewezen met als doel om hier de natuur- en landschapskwaliteit te versterken. Bij een ontwikkeling of activiteit in het GO moet de natuurkwaliteit worden versterkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer een initiatiefnemer iets wil bouwen in deze zone, tegelijkertijd de kernkwaliteiten moeten worden versterkt door aanleg van natuur- en landschapselementen. Gedeputeerde Staten stellen nu regels vast zodat men bij een initiatief of een activiteit eenduidig kan vaststellen hoe groot die versterking moet zijn en waar deze moet plaatsvinden. Deze regels bieden gemeenten en initiatiefnemers houvast bij het bepalen van de omvang van de locatie van de versterking van het GO. De ontwerpregels liggen van 21 februari 2022 tot en met 4 april 2022 ter inzage.
3.2
Onderzoek kernkwaliteiten
De planlocaties B en C zijn geheel binnen de Groene Ontwikkelzone gelegen (Spijker, 2022), zie figuur 3.1.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
13/22
Figuur 3.1.
Ligging van planlocatie B en C t.o.v. het provinciale beleid voor natuur.
De kernkwaliteiten voor de verschillende deelgebieden van het GO zijn gedefinieerd in de Omgevingsverordening Gelderland, en worden beschreven op het niveau van deelgebieden. Naast de gebied specifieke kernkwaliteiten zijn er algemene kernkwaliteiten die voor alle deelgebieden gelden. Dit zijn de milieucondities die de voorwaarde vormen voor het voortbestaan van de natuur, te weten ecologische samenhang, stilte, donkerte, openheid en rust. Planlocatie B is gelegen binnen deelgebieden 51 en 59 en planlocatie C is gelegen binnen het deelgebied nummer 51. Locatie B en C liggen tevens binnen een Ecologische Verbindingszone met het model das en kamsalamander. In de bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelzone zijn voor elk deelgebied de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen beschreven. De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen zijn niet allemaal van toepassing in de planlocaties. In deze notitie is richting gegeven aan de relevante ontwikkelingsdoelen van het GO binnen en in de omgeving van de planlocaties. Relevante ontwikkelingsdoelen GO • • •
Ontwikkeling populatie dassen (planlocatie B en C). Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden (planlocatie C). Ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen (planlocatie B en C).
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
14/22
3.2.1
Effectbeoordeling Planlocatie B
Inleiding Planlocatie B is gelegen in deelgebied nr. 51 Rijk van Nijmegen. Daarnaast ligt deze locatie in een Ecologische Verbindingszone met het model das en kamsalamander. De planlocatie is geheel binnen het GO gelegen. Huidige situatie Locatie B bestaat uit grasland, dat tijdens het veldbezoek in gebruik als schapenweide. Langs de planlocatie zijn boerderijen te vinden.
Figuur 3.2.
Impressie van locatie B
Beoordeling De locatie is gelegen binnen een EVZ voor de das en kamsalamander. De kamsalamander is niet in het plangebied of omgeving waargenomen, de das komt wel voor binnen de planlocatie en omgeving en het grasland in het plangebied is potentieel geschikt foerageergebied. Een negatief effect op de kamsalamander is hiermee klein, ook gezien het huidige gebruik als dierenweide en de afwezigheid van geschikt habitat, zowel land- als voortplantingshabitat. Een effect op de das is mogelijk wanneer er essentieel leefgebied wordt aangetast. Het is aannemelijk dat toekomstige sportvelden door hekwerk zullen worden omheind waardoor grotere grondgebonden dieren zoals de das niet meer op het terrein kunnen komen. Door de omvorming van de schapenweide tot sportlocatie kunnen de meest ontwikkeldoelen van het GO niet meer uitgevoerd worden. Echter is het mogelijk om met de juiste maatregelen wel biotopen te creëren voor andere diersoorten, waaronder vlinders, reptielen en amfibieën en om de EVZ te versterken met hagen en watergangen. De ontwikkeling naar sportveld heeft voornamelijk een mogelijk negatief effect op het leefgebied van de das. Overige kernkwaliteiten zijn niet van toepassing binnen de projectlocatie. De gestelde ontwikkeldoelen kunnen niet meer worden gerealiseerd binnen het sportterrein.
Het is echter wel mogelijk om door het treffen van de juiste inpassingsmaatregelen biotopen te creëren voor vlinders, reptielen en amfibieën en om de EVZ te versterken met hagen en watergangen. Aantasting Binnen de huidige grenzen van planlocatie B is de gehele planlocatie gelegen binnen het GO. Het aantasten van het GO leidt hier tot een totale afname van circa 11,6 ha. Er verdwijnt hierdoor een groot deel van het GO wat tevens is aangewezen als EVZ. De bestaande corridor wordt hierdoor versnipperd, wat een negatief effect heeft op één van de doelsoorten namelijk de das. De kamsalamander komt niet voor in de omgeving en het ontbreekt aan geschikt habitat, een negatief effect op deze soort wordt uitgesloten.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
15/22
3.2.2
Effectbeoordeling Planlocatie C
Inleiding Planlocatie C is gelegen in deelgebied nr. 51 Rijk van Nijmegen en nr. 59 Groot Nijmegen. Daarnaast ligt deze locatie in een ecologische verbindingszone met het model das en kamsalamander. De planlocatie is geheel binnen het GO gelegen daarnaast is binnen de locatie is ook een stuk aangewezen als GNN. Huidige situatie De locatie bestaat uit een terrein gebruikt als paardenweide met stallen waarbij de weides van elkaar gescheiden zijn met hekwerk. Op een deel van het terrein kan kruidenrijk grasland tot ontwikkeling komen. In de noordoosthoek van de locatie is de locatie van de VDH Kringgroep aanwezig (hondenschool), hier staat een clubgebouw en er is verlichting aanwezig. Onder de zoeklocatie vallen ook een paar schuren en andere gebouwen. De locatie grenst aan het bosgebied Heumenssoord.
Figuur 3.1.
Impressie van locatie C
Beoordeling De locatie is gelegen binnen een EVZ aangewezen voor de das en kamsalamander. De kamsalamander is niet in het projectgebied of omgeving waargenomen, de das komt wel voor binnen de planlocatie en omgeving. Een negatief effect op de kamsalamander is hiermee klein, ook gezien het huidige gebruik als paardenweide en de afwezigheid van geschikt habitat. Een effect op de das is mogelijk wanneer er essentieel leefgebied wordt aangetast. Het is aannemelijk dat de sportvelden door hekwerk zullen worden omheind waardoor grotere grondgebonden dieren zoals de das niet meer op het terrein kunnen komen. Door de omvorming van een deel van het gebied tot sportlocatie kunnen de meest ontwikkeldoelen van het GO niet meer uitgevoerd worden. Echter is het mogelijk om met de juiste maatregelen wel biotopen te creëren voor vlinders, reptielen en amfibieën en om de EVZ te versterken met hagen en watergangen. De ontwikkeling van paardenweide naar sportveld heeft voornamelijk een mogelijk negatief effect op het leefgebied van de das. Overige kernkwaliteiten zijn niet van toepassing binnen de projectlocatie. De gestelde ontwikkeldoelen kunnen niet meer weer worden gerealiseerd binnen het sportterrein.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
16/22
Het is echter wel mogelijk om door het treffen van de juiste inpassingsmaatregelen biotopen te creëren voor vlinders, reptielen en amfibieën en om de EVZ te versterken met hagen en watergangen. Aantasting Binnen de huidige grenzen van planlocatie C is de bijna de gehele planlocatie gelegen binnen het GO. Het aantasten van het GO leidt hier tot een totale afname van circa 10,3 ha. Er verdwijnt hierdoor een groot deel van het GO wat tevens is aangewezen als EVZ. De bestaande corridor wordt hierdoor smaller, wat een negatief effect heeft op één van de doelsoorten namelijk de das. De kamsalamander komt niet voor in de omgeving en het ontbreekt aan geschikt habitat, een negatief effect op deze soort wordt uitgesloten.
3.3
Versterking GO bij aantasting
Ontwerp Regels versterking Groene ontwikkelingszone Bij een ontwikkeling of activiteit in het GO moet de natuurkwaliteit worden versterkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer een initiatiefnemer iets wil bouwen in deze zone, tegelijkertijd de kernkwaliteiten moeten worden versterkt door aanleg van natuur- en landschapselementen. In artikel 2.53b t/m 2.53d van de Omgevingsverordening geldend vanaf 1 februari 2022 staan de regels omtrent het versterkingsplan die moeten worden opgevolgd wanneer een nieuwe activiteit of ontwikkeling het GO aantast. Gedeputeerde Staten stellen momenteel nog regels vast zodat men bij een initiatief of een activiteit eenduidig kan vaststellen hoe groot die versterking moet zijn en waar deze moet plaatsvinden. Deze regels bieden gemeenten en initiatiefnemers houvast bij het bepalen van de omvang van de locatie van de versterking van het GO. De ontwerpregels liggen van 21 februari 2022 tot en met 4 april 2022 ter inzage. De ontwerpregels zoals deze nu ter inzage liggen gaan uit van een te volgen stappenplan en het gebruik van rekentabellen. Op basis van een onderzoek naar de actuele kernkwaliteiten kunnen de eerste opties voor versterking worden ontworpen, die worden doorgerekend in de tabellen behorend bij stappen 1 en 2.
De versterkingsmaatregelen worden uitgewerkt en onderbouwd in stap 3 (locaties van de maatregelen) en stap 4 (versterkingsplan conform artikel 2.53b van de omgevingsverordening). De locatie De versterking vindt idealiter plaats binnen het projectplangebied. Als het plangebied te klein is (bijvoorbeeld een bouwkavel met hoog aandeel bebouwd oppervlak), is de volgende stap het overwegen om het plangebied te vergroten. Wanneer versterking binnen het plangebied niet mogelijk is, kan gekeken worden naar een locatie grenzend aan het plangebied. Dit aangrenzend gebied hoeft niet binnen dezelfde bestemming te liggen of dezelfde grondeigenaar te hebben. Rekentabellen (zie bijlage 1 en 2) Op verzoek van de gemeente Heumen is er alvast een eerste doorberekening gemaakt van de versterkingsopgave bij de locaties B en C met de concept rekentabellen op basis van de concept ontwerpregels.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
17/22
Planlocatie B 1. Verliesfactor: er zijn geen natuurtypen of landschapselementtypen aanwezig. De locatie bestaat geheel uit intensief begraast grasland. 2. Impactfactor: Er is gekozen voor de impactfactor woonwijk. Het oppervlakte wat wordt ontwikkeld is 7 ha met 1 clubhuis, het gebied is aardrijkskundig van nationaal belang2 en er is een EVZ aanwezig; model das en kamsalamander. Dit leidt tot een verliesfactor van 10.562,5 punten. 3. Versterkingsmaatregel: de vereiste versterking is 10.562,5 punten. Als maatregelen kan er 0,5 ha houtwal/houtsingel aangebracht worden langs bijvoorbeeld de zuidzijde van de locatie. Daarnaast kan er 6,5 ha kruidenen faunarijk grasland (N12.02) worden gerealiseerd, dit natuurtype is in de omgeving al aanwezig. Deze maatregelen zullen de EVZ versterken en de toeslag is hierdoor van toepassing. Als speciale elementen kunnen stobbenwallen (0,05 ha), takkenrillen/houtstapels (0,05 ha), nestkast steenuil/kerkuil en een hop-over voor vlinders worden gerealiseerd. Dit leidt tot 10.610 versterkingspunten (balans +47,5 punten). Het te compenseren oppervlakte komt hiermee uit op 7 ha., waarvan 4,5 ha binnen planlocatie B kan worden gerealiseerd en de overige 2,5 ha dient aangrenzend aan de planlocatie B te worden gerealiseerd. Planlocatie C 1. Verliesfactor: de locatie bestaat geheel uit intensief begraast land door het gebruik als dierenweide.
Rondom 1 perceel is een bomenrij aanwezig van 0,28 ha. Dit leidt tot 840 verliespunten. 2. Impactfactor: Er is gekozen voor de impactfactor woonwijk. Het oppervlakte wat wordt ontwikkeld is 7 ha met 1 clubhuis, het gebied is aardrijkskundig van nationaal belang en er is een EVZ aanwezig model das en kamsalamander. Dit leidt tot een verliesfactor van 10.562,5 punten. 3. Versterkingsmaatregel: de vereiste versterking is 11.402,5 punten. Als maatregelen kan er 0,5 ha houtwal/houtsingel teruggebracht worden langs bijvoorbeeld de zuidzijde van de locatie. Daarnaast kan er 7,2 ha kruidenen faunarijk grasland (N12.02) worden gerealiseerd, dit natuurtype is in de omgeving al aanwezig. Deze maatregelen zullen de EVZ versterken en de toeslag is hierdoor van toepassing. Als speciale elementen kunnen stobbenwallen (0,05 ha), takkenrillen/houtstapels (0,05 ha), nestkast steenuil/kerkuil en een hop-over voor vlinders worden gerealiseerd. Dit leidt tot 11.485 versterkingspunten (balans +82,5 punten). Het te compenseren oppervlakte komt hiermee uit op 7,7 ha., waarvan 3,1 ha binnen planlocatie C kan worden gerealiseerd en de overige 4,6 ha dient aangrenzend aan de planlocatie C te worden gerealiseerd. Tabel 3.1. Overzicht van het aantal behaalde punten en benodigde compensatie oppervlakte. Locatie
Verliesfactor (punten)
Impactfactor (punten)
B C
0 840
10.562,5 10.562,5
Vereiste versterking (punten) 10.562,5 11.402,5
Versterkingsmaatregel (punten) 10.610 11.485
Compensatie oppervlakte (ha) 7 7,7
2
https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=727e334acc2f47bd98df9 c47b8b9e3b0
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
18/22
3.4
Conclusie
Planlocatie B en C liggen binnen het GO. Hier is getoetst aan aantasting van de kernkwaliteiten bij eventuele realisatie van sportvelden op deze locaties. De relevante ontwikkeldoelen van het GO kunnen dan niet meer weer worden gerealiseerd binnen het sportterrein. Het GO wordt door de voorgenomen activiteit niet versterkt. Het versterken (voorheen compenseren) van het GO is hierdoor noodzakelijk. De versterking dient bij voorkeur plaats vindt binnen het projectplangebied. Als het plangebied te klein is, is de volgende stap overwegen om het plangebied te vergroten. Wanneer versterking binnen het plangebied niet mogelijk is, kan gekeken worden naar een locatie grenzend aan het plangebied. Dit aangrenzend gebied hoeft niet binnen dezelfde bestemming te liggen of dezelfde grondeigenaar te hebben. Bij planlocatie B is het te compenseren oppervlakte 7 ha., waarvan 4,5 ha binnen planlocatie B kan worden gerealiseerd en de overige 2,5 ha dient aangrenzend aan de planlocatie B te worden gerealiseerd. Bij planlocatie C is het te compenseren oppervlakte 7,7 ha., waarvan 3,1 ha binnen planlocatie C kan worden gerealiseerd en de overige 4,6 ha dient aangrenzend aan de planlocatie C te worden gerealiseerd. Wanneer gekozen wordt voor locatie B of C, dient er een versterkingsplan te worden opgesteld (art 2.53b) en geborgd in het bestemmingsplan (art 2.53c en d).
De ontwerpregels, waarin ook regels voor deze compensatie zijn opgenomen, liggen van 21 februari 2022 tot en met 4 april 2022 ter inzage. Definitieve berekeningen moeten worden gemaakt wanneer de ontwerpregels door GS zijn vastgesteld.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
19/22
4
Samenvatting en conclusie
4.1
Compensatie das
Voor de das dient essentieel (primair) foerageergebied (vochtig grasland of bosjes) bij aantasting voor 120% gecompenseerd te worden door (akker)bouwland3 om te vormen naar grasland. Secundair foerageergebied zoals akkers, ruigten en dergelijke dient bij aantasting met een oppervlakte van tenminste 50 procent te worden gecompenseerd. Daarnaast wordt aanbevolen om beheermaatregelen te treffen om het leefgebied te ontwikkelen en maatregelen te nemen om barrières op te heffen. Voor elke planlocatie is een compensatiegebied gezocht dat zich aan dezelfde zijde van het Maas-Waalkanaal bevindt en op een niet te grote afstand is gelegen zodat de kans groot is dat deze binnen het territorium van dezelfde dassenfamilie vallen: • Locatie A: er zijn twee compensatiegebieden aangewezen van circa 6,1 en 3,1 ha. • Locatie B: er is één compensatiegebied aangewezen van circa 7,3 ha. • Locatie C: er is één compensatiegebied aangewezen van circa 6,2 ha • Locatie D: er zijn twee compensatiegebieden aangewezen van circa 1,0 en 6,1 ha.
Figuur 4.1.
3
Locatie van de compensatiegebieden voor elke locatie t.o.v. de planlocaties.
https://boerenbunder.nl/report/51.79690,5.84007
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
20/22
4.2
Compensatie GO
De versterking dient bij voorkeur plaats vindt binnen het projectplangebied. Als het plangebied te klein is, is de volgende stap overwegen om het plangebied te vergroten. Wanneer versterking binnen het plangebied niet mogelijk is, kan gekeken worden naar een locatie grenzend aan het plangebied. Dit aangrenzend gebied hoeft niet binnen dezelfde bestemming te liggen of dezelfde grondeigenaar te hebben. Bij planlocatie B is het te compenseren oppervlakte 7 ha, waarvan 4,5 ha binnen planlocatie B kan worden gerealiseerd en de overige 2,5 ha dient aangrenzend aan de planlocatie B te worden gerealiseerd. Bij planlocatie C is het te compenseren oppervlakte 7,7 ha., waarvan 3,1 ha binnen planlocatie C kan worden gerealiseerd en de overige 4,6 ha dient aangrenzend aan de planlocatie C te worden gerealiseerd.
4.3
Combineren compensatieopgave das en GO
Omdat de compensatie van de das plaats moet vinden op bouwgrond en de compensatie van het GO aangrenzend aan de planlocatie is het combineren van de compensatieopgaves niet mogelijk. De provincie Gelderland heeft echter aangegeven dat versterking van het GO ook plaats mag vinden nabij de voorgenomen ontwikkeling. Bij locatie C is onvoldoende ruimte om direct grenzend aan de locatie de versterking van het GO te realiseren. In theorie zou de compensatie van de das voor locatie C die gecompenseerd wordt bij locatie B dan gecombineerd worden met de versterking van het GO op deze locatie. Dit ligt op een afstand van circa 350 meter, er zijn al faunatunnels onder de N844 aanwezig en het versterkt het reeds aanwezige GO en EVZ. Omdat bij de versterking kruiden- en faunarijkgrasland wordt aangebracht kan dit voor de das een goed foerageergebied vormen. Voor locatie B is niet mogelijk om de compensatie van de das en het GO te combineren. In de directe omgeving van locatie B is niet voldoende bouwland aanwezig om het foerageergebied van de das mee te kunnen compenseren. Bij locatie B is direct aangrenzend aan de projectlocatie wel voldoende mogelijkheid om de versterking van het GO te realiseren.
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
21/22
5
Referenties
Rapporten Spijker, R.R. (2022) Verkennend natuuronderzoek. Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. [concept] Referentienummer NL22-648800269-15449. Sweco Nederland B.V., Arnhem. Websites Omgevingsverordening Gelderland: https://gldanders.planoview.nl/planoview/ Kaart deelgebieden Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelzone: https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=7ee7 f076e44b48f18d36528e9f9d1d87 Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelzone: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9925.PVOmgverordenin gGC-gc08/b_NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc08_733.pdf Concept regels Groene ontwikkelingszone ter inzage https://www.gelderland.nl/omgevingsvisie/Concept-regels-Groeneontwikkelingszone-ter-inzage Kennisdocument Das ingezien van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-003Kennisdocument-Das-1.0.pdf
Sweco | Compensatieopgave das en Groene ontwikkelzone Projectnummer: 51007211 Datum: 11-05-2022
Versie: D2
22/22
Bijlage 1 Rekentabel locatie B
1. Verliesfactor categorie Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 elzensingel, bomenlaan, rij knotwilg
punten /eenheid 3990
0
leeftijd < 25 jaar
3000
0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
3990 4980 3990
0 0 0
2660 2660 2000
0 0 0
1000
0
N11.01, N12.02, N12.03 N12.05
1000 1000
0 0
N12.06 N14, N15, N16 en N17
leeftijd < 25 jaar
1000 3000
0 0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
3990 4980
0 0 opp. (ha) 0 0,00
Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig weidevogelgrasland N13.01 Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos
opper-vlakte punten (ha)
VERLIESPUNTEN
Tabel 2 IMPACTFACTOR eenheid
woningen
wooneenheid m2 woonbestemming / 100 wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 4 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines x m wieklengte /50 ha. functioneel zonneveld ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 1250
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine zonnepark wegen <80 km/uur middel wegen > 100 km/uur
toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen
basispunten /eenheid aantal eenheden
categorie
2 2
1 7
2 2 2 2 1,5 1,5
400 2000 3000 4000
2 2 2
IMPACTPUNTEN Oppervlakte bebouwd = 7 ha
2
Impactpunten ligging in indien van basis incl. toeEVZ toepassing slagen factor verhogen
open indien van landschap/a toepassing ardkundige factor waarden verhogen 1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1
1,5
2 2 2
1 1 2 2
2
2 1
2 2 2
1,25 1,25 1,25 1,25
1 1 1,25 1,25
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1
1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25
0 0 25 4200 0
1 1 1
0
1 1 1 1
0
0 0
0 0 62,5 10500 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 opp. (ha) 10562,5 7,00 0
Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie
basis
opp (ha)
factor tijdelijke maatregel
indien van toepassing factor verlagen
factor indien van bijdrage EVZ toepassing factor verhogen
Versterkingspunten basis
Natuurvriendelijke oever
L01.15
3000
incl. toeslagen
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1,25
0
0,7
1500
0 1875
Poel L01.01 Houtwal, houtsingel, L01.02 en L01.03 elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag L01.05 en L01.06
3000 3000 3000
0,7
1
1,25
1
0
0
Laan (dubbele bomenrij)
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
Rij knotwilgen L01.08 Hoogstamboomgaard L01.09 Zoete plas N04.02 Dynamisch moeras N05.04 Nat schraalland / Vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig weidevogelgrasland N13.01
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke akker N12.05
1000 1000
0,7
1 1
1,25
1,25 1
6500
8125 0
Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos
N12.06 N14, N15, N16 en N17
1000 2000
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
5000
0,05
0,7
1
1,25
1
250
250
5000
0,05
0,7
1
1,25
1
250
250
10
1
0,7
1
1,25
1
10
10
Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel
L01.07
0,5
0,7 0,7 0,7
6,5
0,7 0,7
1,25 1,25 1,25
1,25
0 0 0
0
Nestkast steen, bos- of kerkuil Kleine zoogdiertunnel
das, bever, kleine marters e.a.
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’
reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
100
0 0 100
Loopstroken of -richels
bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
100
0,7
1
1,25
1
0
0
VEREISTE VERSTERKING
0,7
1
VERSTERKINGSPUNTEN 10562,5 BALANS
1,25
0
10610 opp 47,5 7,00
Bijlage 2 Rekentabel locatie C
1. Verliesfactor categorie Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 elzensingel, bomenlaan, rij knotwilg
punten /eenheid 3990
0
leeftijd < 25 jaar
3000
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
3990 4980 3990
0 0 0
2660 2660 2000
0 0 0
1000
0
N11.01, N12.02, N12.03 N12.05
1000 1000
0 0
N12.06 N14, N15, N16 en N17
leeftijd < 25 jaar
1000 3000
0 0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
3990 4980
Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig weidevogelgrasland N13.01 Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos
opper-vlakte punten (ha)
0,28
VERLIESPUNTEN
840
0 0 opp. (ha) 840 0,28
Tabel 2 IMPACTFACTOR eenheid
woningen
wooneenheid m2 woonbestemming / 100 wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 4 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines x m wieklengte /50 ha. functioneel zonneveld ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 1250
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine zonnepark wegen <80 km/uur middel wegen > 100 km/uur
toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen
basispunten /eenheid aantal eenheden
categorie
2 2
1 7
2 2 2 2 2 1,5 1,5
400 2000 3000 4000
2 2 2
IMPACTPUNTEN
Impactpunten ligging in indien van basis incl. toeEVZ toepassing slagen factor verhogen
open indien van landschap/a toepassing ardkundige factor waarden verhogen 1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2
1 1 2 2 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25
1 1 1,25 1,25 1
0 0 25 4200 0
1 1 1
0
1 1 1 1
0
0 0
0 0 62,5 10500 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 opp. (ha) 10562,5 7,00 0
Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie
basis
opp (ha)
factor tijdelijke maatregel
indien van toepassing factor verlagen
factor indien van bijdrage EVZ toepassing factor verhogen
Versterkingspunten basis
Natuurvriendelijke oever
L01.15
3000
incl. toeslagen
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1,25
0
0,7
1500
0 1875
Poel L01.01 Houtwal, houtsingel, L01.02 en L01.03 elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag L01.05 en L01.06
3000 3000 3000
0,7
1
1,25
1
0
0
Laan (dubbele bomenrij)
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
Rij knotwilgen L01.08 Hoogstamboomgaard L01.09 Zoete plas N04.02 Dynamisch moeras N05.04 Nat schraalland / Vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig weidevogelgrasland N13.01
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke akker N12.05
1000 1000
0,7
1 1
1,25
1,25 1
7200
9000 0
Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos
N12.06 N14, N15, N16 en N17
1000 2000
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
5000
0,05
0,7
1
1,25
1
250
250
5000
0,05
0,7
1
1,25
1
250
250
10
1
0,7
1
1,25
1
10
10
Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel
L01.07
0,5
0,7 0,7 0,7
7,2
0,7 0,7
1,25 1,25 1,25
1,25
0 0 0
0
Nestkast steen, bos- of kerkuil Kleine zoogdiertunnel
das, bever, kleine marters e.a.
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’
reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
100
0 0 100
Loopstroken of -richels
bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
100
0,7
1
1,25
1
0
0
VEREISTE VERSTERKING
0,7
1
VERSTERKINGSPUNTEN 11402,5 BALANS
1,25
0
11485 opp 82,5 7,70