CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.12 aanvullende ecologische onderzoeken (deel II) (19811.005) Sportpark te Malden

Diverse bijeenkomsten 30 mei 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Toelichting ecologisch onderzoek1.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Heumen T.a.v. Mevrouw A. van Oostrum Postbus 200 6580 AZ Malden

Boxmeer, 5 mei 2023

Betreft: Project:

1

Tussentijds resultaat ecologische onderzoeken locatie Looistraat 19811.005

INLEIDING

Op het moment van schrijven van onderhavige memo is Econsultancy bezig met het uitvoeren van verschillende aanvullende ecologisch onderzoeken met betrekking tot het perceel aan de Looistraat te Heumen (figuur 1.1). Het plangebied is onderverdeeld in twee deellocaties. Voor deellocatie 1 wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de alpenwatersalamander, kleine marterachtigen en steenmarter naar aanleiding van de resultaten uit het verkennend natuuronderzoek van Sweco (rapport 51007211, d.d. 11 mei 2022). Voor deellocatie 2 is eerst een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (rapport 19811.006, d.d. 5 mei 2023) Voor het gehele plangebied wordt daarnaast aanvullend onderzoek naar de das uitgevoerd. Tevens zijn de omliggende bomen onderzocht op de aanwezigheid van geschikte boomholtes voor vleermuizen. In het volgende hoofdstuk wordt een update gegeven van de resultaten van de aanvullende onderzoeken tot nu toe. Vervolgens is een voorbeeldberekening voor de compensatieopgave ten aanzien van de das gemaakt voor het worst-case scenario.

2

1

Figuur 1.1 Het plangebied, onderverdeeld in twee deellocaties.

2

RESULTATEN

Alpenwatersalamander Ten aanzien van de alpenwatersalamander zijn twee veldbezoeken uitgevoerd, op 30 maart en 13 april 2023. Hiermee is het veldonderzoek naar deze soort afgerond. Gedurende beide veldbezoeken is de alpenwatersalamander niet aangetroffen, waardoor met voldoende zekerheid kan worden gesteld dat de alpenwatersalamander geen gebruik maakt van de watergangen die grenzen aan de onderzoekslocatie. Steenmarter en kleine marterachtigen Op 30 maart 2023 zijn vier marterboxen en drie losse wildcamera’s bevestigd in het struweel grenzend aan de onderzoekslocatie. Op 13 april 2023 zijn de sdkaartjes voor de eerste keer vervangen en op 28 april voor de tweede keer. Het veldonderzoek loopt nog tot 12 mei 2023. Tot nu toe is de wezel meermaals waargenomen in een van de marterboxen op de onderzoekslocatie (figuur 2.1). Hieruit kan worden opgemaakt dat de wezel een verblijfplaats heeft in de greppels met ruigte binnen het plangebied, of in het struweel grenzend aan het plangebied. Het treffen van mitigerende maatregelen en een

Figuur 2.1 Opname van de wezel in de marterbox.

ontheffingsaanvraag ten aanzien van deze verblijfplaats zijn noodzakelijk. Gezien de wezel in hetzelfde habitat voorkomt als de das, kunnen de maatregelen voor beide soorten gecombineerd worden. Holte-inspectie De bomen rondom het plangebied zijn onderzocht op holtes, scheuren en loshangend schors, welke geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Hierbij zijn zeven potentiële verblijfplaatsen aangetroffen (figuur 2.2).

Figuur 2.2 Potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen.

Het is van belang dat deze potentiële verblijfplaatsen duurzaam behouden blijven bij de voorgenomen ingreep. Hierbij worden de uitgangspunten uit het verkennend natuuronderzoek van Sweco (rapport 51007211, d.d. 11 mei 2022) aangehouden. Hierin wordt omschreven dat verstoring van potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes kan worden voorkomen door rekening te houden met verlichting: -

(Bouw)verlichting niet richten op omliggende groenstructuren tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober. Bij de permanente verlichting dient er zo min mogelijk uitstraling te zijn naar de omgeving. Sweco adviseert in het verkennend natuuronderzoek een grenswaarde van maximaal 2,0 lux uitstraling tussen

07:00 – 23:00 uur en 1,0 lux tussen 23:00 – 07:00 uur. Deze grenswaarde is maximaal op de perceelsgrens. Tevens is het noodzakelijk om meer maatregelen tegen uitstraling van verlichting te treffen. Dit kan door middel van inrichtingsmaatregelen zoals een extra bomenrij of houtwal ter afscherming. Indien het niet mogelijk is om potentiële verblijfplaatsen duurzaam te behouden dan is alsnog aanvullend ecologisch onderzoek naar vleermuizen benodigd. Hetzelfde geldt voor de aanwezige vliegroutes. Das Uit het eerder uitgevoerde verkennend natuuronderzoek van Sweco (rapport 5100720, d.d. 11 mei 2022) is gebleken dat de planlocatie behoort tot het foerageergebied van de das. Ook tijdens het onderzoek naar de steenmarter en kleine marterachtigen op de planlocatie is de das meermaals waargenomen (figuur 2.3). Om te onderzoeken in welke mate de das gebruik Figuur 2.3 Das maakt gebruik van de onderzoekslocatie. maakt van de onderzoekslocatie en om vast te stellen waar eventueel gecompenseerd kan worden ten aanzien van de das, is het van belang om de status van de dassenburchten in de omgeving (binnen 1,5 km) van de planlocatie vast te stellen. In het verleden (tussen 2009 en 2022) zijn de dassenburchten in de gemeente Heumen al in kaart gebracht door Das & Boom.

Op 4 en 5 april 2023 heeft Econsultancy deze burchten bezocht en in kaart gebracht wat de status van de verschillende burchten was (actief/belopen/inactief; figuur 2.4). Actieve burchten worden veelvuldig gebruikt, belopen burchten slechts af en toe en inactieve burchten worden op het moment niet gebruikt door de das.

Figuur 2.4

De bezochte burchten, onderverdeeld in actief/belopen (geel) en inactief (blauw).

Op de belopen/actieve burchten zijn vervolgens wildcamera’s geplaatst, om te onderzoeken welke burchten functioneren als kraamburcht. Jonge dassen verlaten de burcht voor het eerst eind april/begin mei. De wildcamera’s staan nog tot en met 12 mei 2023. Tussentijds zijn de sd-kaartjes van de camera’s gewisseld op 28 april 2023. Op basis van deze beelden zijn twee kraamburchten en één potentiële kraamburcht waargenomen (figuur 2.5).

Figuur 2.5 De twee burchten waarvan met zekerheid kan worden gezegd dat het kraamburchten zijn (das icoon) en de potentiële dassenburcht (gele ster).

Bij de meest noordelijke burcht van de twee kraamburchten zijn opnames gemaakt van twee jonge dassen en hun moeder (figuur 2.6). De dassen gingen hierbij duidelijk in en uit de pijp waarop de camera gericht stond. Ook is waargenomen hoe de moederdas nestmateriaal in de gang sleept. Bij de burcht langs de snelweg zijn eveneens opnames gemaakt waarbij het vrouwtje nestmateriaal in een van de pijpen sleept (figuur 2.7). Daarnaast zijn waarnemingen gedaan van een moederdier samen met een jong (figuur 2.8). Op basis van deze waarnemingen kan met zekerheid worden gesteld dat de twee burchten kraamburchten betreffen.

Figuur 2.6 De twee jonge dassen met hun moeder.

Figuur 2.7 Moederdas sleept nestmateriaal de gang in.

Figuur 2.8 Moederdas met jong.

Bij de meest zuidelijke burcht (figuur 2.5; aangegeven met gele ster) zijn op de huidige beelden nog geen jongen te zien. Echter is wel waar te nemen hoe de moederdas nestmateriaal in de pijp sleept (figuur 2.9). Vermoedelijk verbleven de jongen ten tijden van de eerste controle van de beelden nog in de burcht. In dat geval zullen zij hoogstwaarschijnlijk bij de volgende controle te zien zijn op de beelden. Tijdens de veldbezoeken is ook gelet op de aanwezige Figuur 2.9 Moederdas sleept nestmateriaal de gang in. wissels vanuit de kraamburchten (figuur 2.10). Vanuit de meest noordelijke kraamburcht lopen wissels door de houtwal en naar de grasvelden ten noorden en naar een aanwezige faunatunnel onder de weg door, waardoor de das ook gebruik kan maken van de gronden en het bosperceel ten zuidoosten. Het is met de huidige informatie niet bekend of deze familie ook de Blankenbergseweg ten noorden van het plangebied oversteekt om op het plangebied te foerageren. Ten aanzien hiervan dient bij de volgende veldronde gelet te worden op de aanwezigheid van wissels langs de Blankenbergseweg. Vanaf de zuidelijk gelegen kraamburcht lopen wissels naar de omliggende percelen. Daarnaast loopt een wissel langs de gehele houtwal ten oosten van de burcht. Verwacht wordt dat deze dassenfamilie ook aan de overzijde van de Looistraat foerageert binnen (het zuidelijk deel van) het plangebied.

Binnen het plangebied zijn eveneens veel foerageersporen waargenomen en ook wissels langs de houtwal aan de oostzijde. Hieruit blijkt in ieder geval dat de onderzoekslocatie onderdeel uitmaakt van het essentiële leefgebied van de das.

Figuur 2.10 Wissels vanuit de kraamburchten.

3

COMPENSATIEOPGAVE

Ten tijde van het schrijven van onderhavige memo is nog niet precies bekend hoe de planlocatie in de toekomstige situatie ingericht gaat worden. Bij het berekenen van de compensatieopgave is daarom uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij het gehele plangebied voor de das verloren gaat. Gezien twee dassenfamilies potentieel gebruik maken van het plangebied om te foerageren, is uitgegaan van 100% primair foerageergebied (met uitzondering van de bebouwing). Wanneer het gehele plangebied ongeschikt raakt voor de das, gaat er circa 117.000 m2 optimaal foerageergebied verloren. Omdat er sprake is van primair foerageergebied, geldt hiervoor een compensatiefactor van 120%. 120% van 117.000 m2 is 140.400 m2. Dit komt neer op 14,04 hectare. Indien beide kraamburchten gebruik maken van een deel van het perceel dienen in het leefgebied van beide kraamburchten compensatiegronden ingericht te worden ter compensatie van het verlies van het leefgebied binnen het plangebied. Indien uit het vervolgonderzoek blijkt dat enkel de zuidelijke kraamburcht gebruik maakt van het plangebied zal meer focus van compensatie plaats dienen te vinden in het leefgebied van deze kraamburcht. Na het verkrijgen van de rest van de data van het dassenonderzoek kan een beter beeld van de compensatieopgave verkregen worden.

Met vriendelijke groeten, Econsultancy

Mevrouw J.J.R.M. van den Berg, BSc Projectleider Ecologie

De heer ir. B.H.H. Verdijck Senior projectleider Ecologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12789792/1