CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.10 Concept hoofdstuk compensatieopgave das D3 9 mei 2023

Diverse bijeenkomsten 30 mei 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Toelichting ecologisch onderzoek1.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Heumen T.a.v. mevrouw M. Snaaijer (Sweco) Postbus 200 6580 AZ Malden

Boxmeer, 9 mei 2023

Betreft: Project:

Concepthoofdstuk compensatieopgave das D3 (update 9 mei 2023) 19811.003

Beste mevrouw Snaaijer, Hierbij ontvangt u een eerste concept voor het hoofdstuk over de das uit het rapport ‘Rapportage actualisatie compensatieopgave das en Groene Ontwikkelingszone’.

1

RESULTATEN VELDINSPECTIES

1.1 Dassenburcht nabij plangebied Uit gegevens van Das & Boom is een dassenburcht bekend in de strook bos op circa 85 meter afstand ten zuidoosten van de planlocatie. Tijdens het veldbezoek op 1 december 2022 zijn binnen deze bosstrook meerdere burchtlocaties waargenomen (figuur 1.1 en 1.2). Daarnaast zijn verse graafsporen, prenten en latrines en een speelboom aangetroffen (figuur 1.3 t/m 1.6), waardoor geconcludeerd kan worden dat de burchten bewoond zijn. Op enkele plekken is ingesleept nestmateriaal (stro/hooi) waargenomen in de gangen, wat duidt op een kraamfunctie (figuur 1.7). Er lopen diverse wissels van de burchtlocatie naar de graslanden ten noorden en zuiden van de bosstrook. Ook op de onderzoekslocatie zijn diverse foerageersporen (wissels en mest- en snuitputjes) waargenomen (figuur 1.8 en 1.9).

Op basis van de bovenstaande waarnemingen kan worden gesteld dat op circa 85 meter van de onderzoekslocatie een kraamburcht van de das aanwezig is. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal dan ook leefgebied van deze kraamgroep verloren gaan. Om tot een gedegen compensatieopgave te komen dient breder in kaart gebracht te worden hoe het leefgebied tussen Malden en Nijmegen verdeelt is tussen verschillende dassenburchten. In paragraaf 2 wordt dieper ingegaan op de toetsing aan de Wet natuurbescherming en verlies van leefgebied van de das.

Figuur 1.1 Burchtlocaties in de bosstrook 85 meter ten zuidoosten van de planlocatie en de wissels vanaf deze burchten naar de omliggende graslanden.

Figuur 1.2 Enkele dassenpijpen.

Figuur 1.3 Hol graafsporen.

Figuur 1.5 Latrine.

Figuur 1.6 Speelboom.

Figuur 1.8 Wissels op de onderzoekslocatie.

met

verse

Figuur 1.4 Dassenprent.

Figuur 1.7 Dassenpijp met ingesleept nestmateriaal.

Figuur 1.9 Mestputje op de onderzoekslocatie.

1.2 Leefgebied das Voor het kwantificeren van het relatieve belang van gebieden voor de das wordt onderscheid gemaakt in leefgebied door middel van concentrische cirkels: het eigenlijke burchtgebied (0-50 meter), het preferente leefgebied (50-500 meter van de burcht), secundair foerageergebied (500-1500 meter van de burcht) en overig foerageergebied, ofwel uitloopgebied, (>1500 meter van de burcht; Heijnen, 1990). Deze afstanden zijn gesteld als uitgangspunt, en afhankelijk van onder andere voedselaanbod en omstandigheden ter plaatse. Het plangebied ligt geheel binnen het preferente leefgebied van de dassenfamilie op 85 meter afstand van de planlocatie. Op basis van de wissels (figuur 1.1) is reeds gebleken dat de das voornamelijk zijn voedsel vindt in graslanden ten noorden en ten zuiden van de burchtlocatie, waaronder het plangebied.

2

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

De das is beschermd als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden vaste voortplantings- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Hiertoe wordt eveneens het functionele leefgebied gerekend, omdat de aanwezigheid van voldoende voedselaanbod, dekking, migratiemogelijkheden en een beperkte verstoring, essentieel zijn voor het behoud van de burcht. Op dit moment is er nog geen definitieve inrichtingsschets beschikbaar van de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied en wordt ervan uitgegaan dat het gehele plangebied (11,6 hectare) verloren gaat voor de das. Er wordt onderscheid gemaakt tussen optimaal foerageergebied (weilanden, graslanden en structuurrijke bossen) en suboptimaal foerageergebied (met name akkers). Binnen het plangebied is 9,5 hectare aangemerkt als optimaal foerageergebied voor de das (figuur 2.1). Dit deel van het perceel bevat grasland en hier zijn tevens wissels, mestputjes en snuitputjes aangetroffen. Het zuidwestelijke deel van het plangebied (circa 2,1 ha), is in gebruik als camperplaats en vierdaagsecamping. Daarnaast is dit gedeelte van maart 2020 tot en met augustus 2021 in gebruik geweest als vaccinatielocatie van de GGD, waarvoor een grote tent en een verharde parkeerplaats op het perceel aanwezig waren.

Ook zijn hier tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen, waardoor deze oppervlakte wordt gezien als secundair foerageergebied.

Figuur 2.1 Het optimale en suboptimale foerageergebied binnen het plangebied voor de dassenfamilie die zich op 85 meter afstand van de planlocatie gevestigd heeft.

Conform het kennisdocument voor de das dient optimaal foerageergebied bij aantasting voor 120 % gecompenseerd te worden door vervangend leefgebied te realiseren. Suboptimaal foerageergebied dient bij aantasting met een oppervlakte van tenminste 50 % te worden gecompenseerd. In het ‘worst case scenario’ zal in totaal 12,45 hectare gecompenseerd moeten worden (tabel 2.1). Tabel 2.1 Overzicht van de benodigde compensatie Type foerageergebied Primair Secundair

Oppervlakte 95.000 m2 21.000 m2

Compensatie opgave 120 % 50 %

Oppervlakte compensatie 114.000 m2 10.500 m2

Totaal 124.500 m2

De initiatiefnemer is voornemens een deel van het plangebied in te richten voor de compensatieopgave voor de Groene Ontwikkelingszone. Tijdens het schrijven van onderhavig rapport is er nog geen definitieve inrichtingsschets beschikbaar van de toekomstige situatie binnen het plangebied. Afhankelijk van de ligging van de toekomstige sportvelden en de invulling van de compensatieopgave voor de Groene Ontwikkelingszone is het mogelijk dat een deel van het plangebied ook in de toekomstige situatie bruikbaar blijft als foerageergebied voor de das. Naarmate het onderzoek vordert en de planvorming duidelijker is, zal de compensatieopgave bijgesteld moeten worden.

De te nemen maatregelen ten aanzien van de realisatie van nieuw leefgebied voor de das dienen opgenomen te worden in een activiteitenplan. Dit activiteitenplan dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland, middels een ontheffingsaanvraag van de Wet natuurbescherming.

3

COMPENSATIEOPGAVE DAS

3.1 Beschikbare gronden De initiatiefnemer heeft een compensatiegebied voor het creëren van leefgebied voor de das aangewezen van circa 7,3 ha (figuur 3.1). Het gebied is circa 430 meter ten noordwesten van het plangebied gelegen en betreft een akker met tijdelijk grasland. De afgelopen jaren is dit perceel in gebruik geweest voor de teelt van luzerne, aardappelen en granen. Op dit moment is het nog onvoldoende duidelijk of dat deze compensatiegrond volledig ingezet kan worden als compensatie voor het foerageergebied voor de kraamburcht nabij het plangebied zelf. De compensatiegronden zijn mogelijk in het leefgebied van een concurrerende dassenfamilie gelegen (figuur 3.1). Tijdens de veldbezoeken zijn verschillende dassenburchten in de omgeving van het plangebied en de compensatiegronden waargenomen.

Figuur 3.1 In geel en blauw zijn de burchten weergegeven die tijdens de veldbezoeken bezocht zijn. De rode burchten zijn eerder aangetroffen door Das & Boom, maar konden tijdens de veldbezoeken niet bezocht worden.

De functies van deze dassenburchten worden op het moment van schrijven nog verder onderzocht en uitgewerkt. Om er zeker van te zijn dat de dassenburcht nabij het plangebied een kraamburcht betreft, en om te onderzoeken of er meer burchten in de omgeving een kraamfunctie hebben zijn er op 24 april 2023 in totaal acht wildcamera’s geplaatst bij actieve burchten in de omgeving. Vervolgens is op 5 mei 2023 nog een negende camera toegevoegd bij de burcht in de tuin van de Hatertseweg 9. De eerste beelden van de acht camera’s welke in april geplaatst zijn, zijn op 8 mei 2023 binnengekomen. Op deze beelden is nog geen activiteit van jonge dassen waargenomen. Dit betekent echter nog niet dat de burchten geen kraamfunctie hebben. Het kan zijn dat de dassen nog te jong zijn om naar buiten te komen, waardoor zij op het moment van het eerste deel van het cameraonderzoek nog onder de grond zaten. Na het tweede deel van het cameraonderzoek, eind mei, kan met meer zekerheid worden gezegd waar de kraamburchten gelegen zijn. Deze informatie is benodigd om een beter beeld te verkrijgen van de te realiseren compensatie. Ook als de 7,3 hectare op ruime afstand van de locatie volledig ingezet kan worden als compensatie dient alsnog een oppervlak van 5,15 hectare gecompenseerd te worden in de directe nabijheid van de huidige burcht (12,45 hectare - 7,3 hectare).

Voor de haalbaarheid van het planvoornemen zal het dan ook van essentieel belang zijn dat ook op en in de directe omgeving van het plangebied inrichtingsmaatregelen en beheersmaatregelen genomen kunnen worden om ook op lokaal niveau voldoende leefgebied te garanderen voor de das. Zoals in hoofdstuk 2 benoemd is, is de initiatiefnemer voornemens een deel van de planlocatie in te richten ten behoeve van de compensatieopgave voor de Groene Ontwikkelingszone. Ten behoeve van de das is het van belang om de foerageerrichting naar de gronden ten noorden van het plangebied te behouden. Daarnaast is het van belang om de looproute richting het compensatiegebied te garanderen (figuur 3.2). Grenzend aan de zuidwest hoek van de onderzoekslocatie is een faunatunnel aanwezig, waardoor de das onder de Hatertseweg door zou kunnen. Deze tunnel was ten tijde van het veldbezoek echter niet functioneel. Om de migratieroute van de das richting het plangebied te kunnen garanderen, is het van belang om deze tunnel te onderhouden.

Figuur 3.2 De ligging van het compensatiegebied (groen) ten opzichte van de planlocatie (rood). De witte pijlen geven de looprichting van de dassenfamilie aan.

3.2 Maatregelen Tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden dient nieuw optimaal leefgebied van minimaal gelijke kwaliteit als hetgeen dat verloren gaat gerealiseerd te zijn. Het nieuwe leefgebied moet bij voorkeur: • • •  

jaarrond voldoende voedsel beschikbaar hebben; meerdere plekken bevatten waar dassen hun burcht kunnen vestigen; geen barrières bevatten zoals steile (bijvoorbeeld beschoeide) oevers of wegen; voldoende (lijnvormige) beplantingen, hoogstamboomgaarden, overhoekjes en dergelijke bieden; voldoende rust en stilte bieden.

(Kennisdocument Das Bij12, 2017) In figuur 3.3 is een voorbeeld weergegeven van inrichtingsmaatregelen op de planlocatie zelf ten behoeve van de das. Dit betreft slechts een ruwe schets. Compensatiemaatregelen ten behoeve van de Groene Ontwikkelingszone zijn hierin nog niet opgenomen.

Figuur 3.3 Ruwe voorbeeldschets voor inrichtingsmaatregelen ten behoeve van de das op de planlocatie zelf.

Dassenraster Om te voorkomen dat dassen onbedoeld op de sportvelden terechtkomen kan dassenraster geplaatst worden tussen het compensatiegebied en het sportpark. Houtwallen en struweelhagen Houtwallen en struweelhagen dienen als geleiding, waar dassen zich langs kunnen voortbewegen over het terrein. Voor de aanleg kan gekozen worden voor inheemse soorten als lijsterbes, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, hondsroos, beuk, mispel en inlandse vogelkers. Deze soorten dienen tevens als voedsel voor de das. De houtwallen en struweelhagen dienen daarnaast als afscheiding tussen het compensatiegebied en het sportpark en de omliggende woningen, waardoor verstoring ten aanzien van de das zoveel mogelijk voorkomen wordt. Grasland Regenwormen vormen het grootste deel van het voedsel van de das. Het realiseren van graslandjes (gras-klaver mengsel) welke extra bemest worden met ruige stalmest draagt bij aan een rijke bodemfauna. Het is van belang dat het gras niet te hoog wordt (niet meer dan 10 cm hoog) zodat het de das niet belemmerd tijdens het

foerageren. Extensieve begrazing met bijvoorbeeld schapen om het gras kort te houden heeft de voorkeur boven maaien. Fruitbomen In het grasland kunnen hoogstamfruitbomen zoals zoete kers, kweepeer, wilde peer en appel aangeplant worden. Door verschillende soorten aan te planten, die op verschillende tijden van het jaar fruit leveren, hebben de dassen gedurende de gehele zomer valfruit tot hun beschikking. Faunatunnel Grenzend aan de zuidwest hoek van de onderzoekslocatie is een faunatunnel aanwezig, welke door de das gebruikt zou kunnen worden. Deze tunnel is op het moment echter niet functioneel, vanwege de aanwezige begroeiing. Het advies is om deze tunnel te onderhouden zodat deze door de das in gebruik kan worden genomen.

Mochten er nog vragen en/of opmerkingen zijn naar aanleiding van dit concept, dan kunt u contact opnemen met ons.

Met vriendelijke groeten, Econsultancy

Mevrouw J.J.R.M. van den Berg, BSc

De heer ir. B.H.H. Verdijck en

Opsteller

mevrouw R. Heldens Kwaliteitscontrole

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12789793/1