Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruinmte gemeente Heumen 2024-2034
Tekst van het document
Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2024 - 2034 Gemeente Heumen
ORIE
Openbare ruimte in evenwicht
ORIE
Openbare ruimte in evenwicht www.orie-advies.nl orie@orie-advies.nl 06-42009181 KVK: 58882898
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
2
Samenvatting
Aanleiding De openbare ruimte in gemeente Heumen is er voor alle bewoners en bezoekers. Het is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, naar hun werk gaan, spelen, sporten en ontspannen. Wij hebben als gemeente Heumen de belangrijke taak om onze openbare ruimte te verzorgen en te beheren, zodat de openbare ruimte de benodigde functies kan vervullen. Omdat de openbare ruimte meerdere functies vervuld, moet deze aan veel eisen voldoen: het moet veilig, aantrekkelijk, groen, klimaatadaptief en toegankelijkheid zijn voor iedereen. In het beheer en (her)inrichting van de openbare ruimte lopen we tegen een aantal knelpunten aan, namelijk: •
Er ontbreekt een integrale visie en aanpak op de inrichting van de openbare ruimte en een bijbehorend beleidskader.
•
De huidige sectorale en fragmentarische aanpak biedt geen structurele oplossing voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte op langere termijn en is minder efficiënt.
•
Integrale aanpak van maatregelen in de openbare ruimte komt niet van de grond, omdat een werkwijze, opdracht en organisatie ontbreekt om dit te doen.
•
De beeldkwaliteitniveaus waarop de openbare ruimte wordt onderhouden, zijn niet bestuurlijk vastgelegd.
Dit beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) bevat een integrale visie en een integraal beleidskader voor het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. Kaders Er is landelijke wet- en regelgeving die voorschrijft waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Zo is er de Omgevingswet, de Wegenverkeerswet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten die aangeeft dat er geen kapitaalvernietiging plaats mag vinden. Naast landelijke wetgeving is ook lokaal beleid van Heumen dat van invloed is op de inrichting van de openbare ruimte. Belangrijke beleidsdocumenten waarmee we rekening houden in dit beleidsplan zijn: •
De Strategische Visie 2030;
•
het Koersdocument Omgevingsvisie;
•
Coalitieakkoord 2022-2026 “Inwoners centraal, Natuurlijk samen”.
In het Koersdocument Omgevingsvisie zijn drie ambities geformuleerd. Deze drie ambities sluiten weer aan bij de vastgestelde Strategische Visie 2030. De ambities zijn: 1. We willen klimaatneutraal zijn in 2050 en klimaatbestendig in 2035 (uiterlijk 2050); 2. We wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving;
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
3
3. We streven naar een circulaire economie – in de breedste zin van het woord.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
4
Koersbepaling De ambities zijn in dit beleidsplan concreet gemaakt aan de hand van de volgende maatschappelijke thema’s, die invloed hebben op het beheer en inrichting van de openbare ruimte, zijnde: •
Duurzaamheid
•
Mobiliteit & toegankelijkheid
•
Klimaatadaptatie
•
Biodiversiteit
•
Sociale cohesie
•
Gezondheid
•
Veiligheid
Voor elk van deze thema’s zijn doelstellingen geformuleerd waarmee aan de ambities concrete invulling wordt gegeven. Per thema is een aantal maatregelen voorgesteld, waarmee de doelstellingen en de bovenliggende ambities kunnen worden verwezenlijkt. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het vergroten van boom- en plantvakken in onze woonkernen, om daarmee een klimaatadaptieve en biodiverse leefomgeving te realiseren, waarmee we invulling geven aan ambities 1 en 2. De maatregelen kunnen als apart verbeterproject worden uitgevoerd of ze kunnen worden toegevoegd aan integrale onderhoudsprojecten om extra meerwaarde te creëren in de openbare ruimte. Middels dit beleidsplan IBOR willen we de thema’s en doelstellingen laten bekrachtigen door het bestuur, zodat we met het extra aangevraagde budget (Kadernota 2024) kunnen inspelen op deze maatschappelijke thema’s bij het beheren en verbeteren van de openbare ruimte. Aanpak De huidige sectorale aanpak (= per beheerdiscipline) is erop gericht om ons gemeentelijke areaal, bestaande uit o.a. Wegen, Groen, Technische installaties, Riolering, Bomen en Speelvoorzieningen, in stand te houden. Bij het beheren van onze openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van functioneel beheer, waarbij veiligheid het enige criterium is, en van beeldgericht beheer, waarbij naast veiligheid ook de uitstraling mee speelt.
Het beeldgericht beheer gebeurt op basis van beeldkwaliteit niveaus. Deze beeldkwaliteit niveaus zijn geënt op de beschikbare budgetten en op de huidige werkwijze om de openbare ruimte in stand te houden. De beeldkwaliteiten waarop nu wordt beheerd zijn niet bestuurlijk of expliciet vastgelegd. Het voorstel is om de huidige beeldkwaliteit niveaus voor de verschillende beheergroepen vast te stellen (zie tabel), zodat het onderhoudsbudget en het te hanteren onderhoudsniveau jaarlijks is verzekerd.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
5
Beheergroepen Wegen Fietspaden Civiele kunstwerken Bomen Groen Grasvegetaties Speelvoorzieningen Technische installaties Reiniging Terreinmeubilair
Centrum C B F B B B F C B C
Hoofdinfra C B F B B B F C B C
Woongebied C B F B B B F C B C
Bedrijventerrein C B F B B B F C B C
Buitengebied C B F C C C F C C C
F = functioneel beheer, gestuurd op veiligheid en functioneren B & C = beeldgericht beheer, gestuurd op beeldkwaliteitsniveau B (Basis) en C (Laag)
Om het beheer efficiënter en doelmatig te laten verlopen is een integrale beheeraanpak benodigd. Bij een integrale beheeraanpak worden sectorale onderhoudsmaatregelen in plaats, tijd en geld op elkaar afgestemd, waardoor werk met werk wordt gemaakt. Denk hierbij aan als een wegdek vervangen wordt, dat het groen eromheen ook meegaat in de vervangingsronde. Beheergroepen in de openbare ruimte gaan niet allemaal even lang mee. De afschrijvingstermijnen geven een indicatie in jaren van wanneer die beheergroep afgeschreven is en daarmee vervanging nodig heeft. Door de afschrijvingstermijnen van de beheergroepen Wegen, Riolering, Bomen en Groen op elkaar af te stemmen, kan er efficiënter worden gewerkt. Door het uitvoeren van schouwen en inspecties wordt de huidige staat van onderhoud in beeld gebracht en wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten levensduur per beheergroep. Op basis van deze gegevens wordt een integrale meerjarenplanning opgesteld. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de woningrenovaties van Oosterpoort en ruimtelijke ontwikkelingen. Tevens wordt het extra aangevraagde budget (Kadernota 2024) voor invulling van de maatschappelijke thema’s in onderhoudsprojecten of verbeterprojecten ingepland. In dit beleidsplan is een tweejarig proces voor het opstellen van de meerjarenplanning opgenomen.
Door het integraal beheren van de openbare ruimte en het toevoegen van de maatschappelijke thema’s wordt meerwaarde gecreëerd voor onze bewoners en bezoekers. De openbare ruimte wordt structureel onderhouden op een herkenbaar niveau en is veilig en toegankelijk voor iedereen en we spelen in op de klimaatveranderingen, waardoor de leefbaarheid in onze gemeente wordt verbeterd.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
6
Inhoud Samenvatting .............................................................................................................................................3 1.
2.
Aanleiding .........................................................................................................................................8 1.1
Probleemstelling ......................................................................................................................................9
1.2
Leeswijzer................................................................................................................................................9
Kaders voor het IBOR.....................................................................................................................10 2.1
Landelijke kaders...................................................................................................................................10
2.2
Gemeentelijke kaders ............................................................................................................................11
3.
Areaal ..............................................................................................................................................15
4.
Kwaliteit openbare ruimte ...............................................................................................................16
5.
6.
7.
8.
4.1
Beeldsystematiek ...................................................................................................................................16
4.2
Functioneel beheer.................................................................................................................................17
4.3
Huidig gewenst beheerniveau ................................................................................................................17
4.4
Huidige kwaliteit van de openbare ruimte .............................................................................................17
Beheerkosten en -budgetten ............................................................................................................20 5.1
Kwaliteit ................................................................................................................................................20
5.2
Onderhoudskosten volgens normbedragen............................................................................................20
5.3
Begroting ...............................................................................................................................................21
5.4
Kosten van vervanging ..........................................................................................................................22
Integrale beheerstrategie .................................................................................................................23 6.1
Onderhoudscyclus .................................................................................................................................23
6.2
Afschrijvingstermijnen ..........................................................................................................................23
6.3
Meerwaarde ...........................................................................................................................................24
Maatschappelijke thema’s en doelstellingen...................................................................................26 7.1
Sociale cohesie ......................................................................................................................................26
7.2
Gezondheid ............................................................................................................................................27
7.3
Biodiversiteit .........................................................................................................................................27
7.4
Mobiliteit & toegankelijkheid ...............................................................................................................27
7.5
Klimaatadaptie .......................................................................................................................................28
7.6
Veiligheid ..............................................................................................................................................28
7.7
Duurzaamheid........................................................................................................................................28
7.8
Beleidsuitgangspunten ...........................................................................................................................29
Uitvoering en kosten van de thema’s ..............................................................................................30 8.1
Vervanging ............................................................................................................................................30
8.2
Onderhoud .............................................................................................................................................31
8.3
Gebruik ..................................................................................................................................................31
8.4
Beleid .....................................................................................................................................................31
8.5
Kosten ....................................................................................................................................................32
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
7
9.
Opstellen integrale meerjarenplanning ...........................................................................................33 9.1
Procesbeschrijving .................................................................................................................................33
9.2
Monitoring .............................................................................................................................................35
10. Resultaat en vervolg ........................................................................................................................36 Bijlage 1: Arealen ....................................................................................................................................38 Bijlage 2: Beeldmeetlatten .......................................................................................................................40 Bijlage 3: Overzicht monitoring ..............................................................................................................43 Bijlage 4: Normbedragen onderhoud .......................................................................................................44 Bijlage 5: Normbedragen vervanging ......................................................................................................46 Bijlage 6: Mogelijke maatregelen per thema met kosteninschatting .......................................................48
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
8
1. Aanleiding
De openbare ruimte is van en voor iedereen. Het is bindmiddel in onze samenleving en vormt de basis voor het openbare leven. Het is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, naar hun werk gaan, spelen, sporten en ontspannen en waar wij trots op zijn. Wij hebben als gemeente Heumen de belangrijke taak om onze openbare ruimte te verzorgen en te beheren, zodat de openbare ruimte de benodigde functies kan vervullen. Omdat de openbare ruimte meerdere functies vervuld, moet deze aan een diversiteit van eisen voldoen: het moet veilig, aantrekkelijk, groen en toegankelijkheid voor iedereen zijn. Daarnaast moet de openbare ruimte zo zijn ingericht dat het een oplossing biedt voor knelpunten die ontstaan door klimaatverandering (wateroverlast, hitte, droogte, biodiversiteit). Ook andere thema’s, zoals gasloze woningen, zonnepanelen, laadplekken voor elektrische auto’s en vergrijzing hebben impact op de openbare ruimte. Voor de energietransitie zal de infrastructuur voor kabels en leidingen moeten worden aangepast aan de nieuwe wijze van energieopwekking. Dit heeft vervolgens weer impact op verharding en plantvakken. En bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte is circulariteit en duurzaamheid een belangrijk aspect. De bovenstaande aandachtspunten gelden ook voor de oudere wijken die de komende jaren aan vervanging toe zijn.
Hierbij is een knelpunt dat er gewerkt wordt met een bestaande situatie, waardoor aanleg van o.a. laadpalen of extra plantvakken complexer is door de beperkte ruimte. Een visie hoe onze openbare ruimte de vele functies kan blijven vervullen ontbreekt op dit moment. Dat geldt ook voor een beleidskader dat richting geeft aan de wijze waarop gemeente Heumen de openbare ruimte inricht en in stand houdt. De openbare ruimte is de laatste jaren beheerd op basis van beeldkwaliteit, met hierbij de focus op het in stand houden van de bestaande situatie. Het onderhoud op een basis tot laag niveau (beeldkwaliteit B/C) is te beperkt en leidt uiteindelijk tot een lager kwaliteitsniveau dan basisniveau. De huidige werkwijze is fragmentarisch en vaak sectoraal. De onderhoudsmaatregelen blijven vaak klein en praktisch. Dit komt mede door de beperkte organisatorische capaciteit en het beperkte budget. Tenslotte zijn er de plannen voor woningbouw en herinrichtingen die impact hebben op de openbare ruimte en de gemeentelijke organisatie. Als de aanleg direct goed wordt uitgevoerd, dan valt er veel winst te behalen voor het beheer. Ook hier speelt dat een beleidskader, in de vorm van een handboek inrichting openbare ruimte (HIOR), ontbreekt op basis waarvan eisen kunnen worden gesteld aan nieuwe openbare ruimte.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
9
1.1 Probleemstelling
We komen tot de volgende probleemstellingen: •
Er ontbreekt een integrale visie en aanpak op de inrichting en beheer van de openbare ruimte en een bijbehorend beleidskader.
•
De huidige sectorale en fragmentarische aanpak biedt geen structurele oplossing voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte op langere termijn en is minder efficiënt.
•
Integrale aanpak van maatregelen en inspelen op ontwikkelingen in de openbare ruimte komt niet van de grond, omdat een werkwijze, opdracht en organisatie ontbreekt om dit te doen.
•
De beeldkwaliteitniveaus waarop de openbare ruimte wordt onderhouden, zijn niet bestuurlijk vastgelegd.
Dit beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) gaat in op het formuleren van een integrale visie en een integraal beleidskader voor het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. Het draagt bij aan een duurzame inrichting en een eenduidig beeld van de openbare ruimte die veilig is, toegankelijk, groen, biodivers en klimaatadaptief. Water en riolering blijft buiten beschouwing in dit Beleidsplan IBOR. Dit wordt al geborgd in het Beleidsplan Water en Riool. Omdat riolering invloed heeft op de integrale strategie, de programmering en planning van onderhoudsprojecten, wordt het bij de integrale aanpak meegenomen.
1.2 Leeswijzer
Het IBOR dient te voldoen aan landelijke wetgeving, maar ook vanuit gemeente Heumen zijn er kaders die van toepassing zijn. Deze kaders staan in hoofdstuk 2 benoemd. Hoofdstuk 3 laat zien waaruit ons gemeentelijke areaal bestaat, onderverdeeld in beheergroepen. Hoofdstuk 4 gaat in op de kwaliteit van de beheergroepen en hoe de beeldsystematiek werkt. Hoofdstuk 5 beschrijft de huidige onderhoudsniveaus met de bijbehorende kosten voor het beheer en een spiegeling aan de begroting. In hoofdstuk 6 staat hoe de diverse vakdisciplines vervanging integraal kunnen afstemmen met een beheerstrategie gebaseerd op afschrijvingstermijnen. In hoofdstuk 7 worden de Heumense ambities concreet gemaakt aan de hand van maatschappelijke thema’s met daaraan gekoppelde doelstellingen voor de openbare ruimte. Hoofdstuk 8 gaat over het uitvoering geven aan de doelstellingen. Hoofdstuk 9 gaat in op het proces om te komen tot een integrale meerjarenplanning.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
10
Hoofdstuk 10 laat zien hoe de knelpunten uit paragraaf 1.1 kunnen worden verholpen en geeft enkele vervolgacties aan.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
11
2. Kaders voor het IBOR
De gemeente heeft in haar rol als eigenaar en beheerder veel vrijheid in het vaststellen van haar beleid binnen de kaders die door hogere overheidslagen zijn vastgesteld. Deze kaders bestaan uit nationale wetgeving en beleid. Ook uit de provincie en uit de gemeente Heumen zelf zijn er kaders die van invloed zijn op de uitvoering van de beheertaak van de openbare ruimte. In dit hoofdstuk worden deze kaders benoemd.
2.1 Landelijke kaders
2.1.1 Grondwet Artikel 21 van de Grondwet spreekt van de zorgplicht van de overheid voor de openbare ruimte. Hierbij zijn gemeenten, als eigenaar, verantwoordelijk voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Ook als de gemeente geen eigenaar is van een zaak met een publieke bestemming, voert zij toch het beheer hierover. 2.1.2 Gemeentewet en Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De gemeentewet en het daaruit vloeiende Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geven aan dat overheden de financiën op orde dienen te hebben. Hier vallen ook de investeringen in de openbare ruimte onder. In de beleidsbegroting en het jaarverslag zijn dan ook paragrafen opgenomen over het onderhoud van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. 2.1.3 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert alle wetten voor de leefomgeving en staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van die fysieke leefomgeving. Enkele voorbeelden van wetten die onder de omgevingswet vallen zijn de Wet natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 2.1.4 Wegenverkeerswet De Wegenverkeerswet regelt de veiligheid en de doorstroming op de weg en het voorkomen van schade en overlast door het verkeer aan anderen.
De gemeente is dus wettelijk verplicht de leefomgeving veilig te onderhouden, maar de wet schrijft niet voor hóé de gemeente het moet onderhouden. Het gemeentebestuur bepaalt het niveau van onderhoud.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
12
2.2 Gemeentelijke kaders
2.2.1 Strategische Visie 2030 De Strategische Visie 2030 is het koersdocument van de gemeente. Het geeft weer waar Heumen tot 2030 naartoe wil werken voor alle vakgebieden. Er zijn vier pijlers centraal gesteld. Hieronder is per pijler benoemd wat er in de strategische visie over de openbare ruimte is aangegeven. Samengevat stelt de strategische visie dat de openbare ruimte uitnodigt tot ontmoeting, veilig en toegankelijk is ingericht voor iedereen en klimaat adaptief is ingericht. -
Natuurlijk met iedereen Dit gaat over de gemeenschap, waarbij iedereen betrokken is en er een inclusieve samenleving ontstaat. Waar nodig fungeert de gemeente als vangnet. Voor de inclusiviteit zet de gemeente zich vol in en doet ze meer dan wettelijk nodig is.
-
Natuurlijk groen Heumen is een landelijke gemeente met veel groen en ruimte, rust en een afwisselend landschap. De gemeente wil het groene karakter behouden en de rust, ruimte en de natuur van het buitengebied ontzien.
-
Natuurlijk duurzaam Hierbij staan de termen klimaatneutraal, klimaatbestendig en energietransitie centraal.
-
Natuurlijk veilig De fysieke buitenruimte is veilig en toegankelijk ingericht voor iedereen. Een veilige woon- en leefomgeving staan centraal.
2.2.3 Koersdocument Omgevingsvisie Het Koersdocument Omgevingsvisie geeft de inhoudelijke richting voor de Omgevingsvisie. De ambities voor de toekomst zijn hierin op hoofdlijnen vastgelegd. In het Koersdocument Omgevingsvisie zijn de volgende hoofdlijnen beschreven: 1. We willen klimaatneutraal zijn in 2050 en klimaatbestendig in 2035 (uiterlijk 2050); 2. We wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving; 3. We streven naar een circulaire economie – in de breedste zin van het woord. De hoofdlijnen die een raakvlak hebben met de openbare ruimte zijn hieronder kort beschreven.
Wonen, werken, voorzieningen en verplaatsen De gemeente is in 2035 (uiterlijk 2050) een klimaatneutrale en klimaatbestendige samenleving. Er wordt ingezet op een gezonde woon- en leefomgeving en we richten onze openbare ruimte zo in, dat deze uitnodigt tot en ruimte biedt voor beweging en sport. Daarbij zijn groene plekken in de bebouwde kom zoveel mogelijk behouden.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
13
Fietsgebruik wordt gestimuleerd en daarom gaan we het (snel)fietsnetwerk verder ontwikkelen. We zetten in op versterking van ruimtelijke kwaliteit en het verduurzamen van bedrijventerreinen.
Duurzaamheid (en klimaatadaptatie) We zetten in op het verduurzamen en klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte is een klimaatadaptieve inrichting de norm. De gemeente neemt een regisserende rol in het vergroenen van de openbare ruimte (minder stenen, meer bomen en meer biodiversiteit). De gemeente Heumen heeft een opgave om hemelwater bij hevige regenbuien te verwerken. Dit door de mogelijkheden voor infiltratie te vergroten en tijdelijke en structurele waterbergingslocaties te realiseren. Indien de waterbergingsopgave ter plaatse niet kan worden opgelost, dan wordt gekeken naar de realisatie van een structuur met blauwgroene aders die het overtollige water afvoert naar waterbergingslocaties aan de randen van de kernen.
Landschap, natuur en cultuurhistorie De maakbaarheid van ons landschap kent grenzen; het natuurlijke bodem- en watersysteem is het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. We zetten in op het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden in onze natuurgebieden. Agrarische activiteiten en recreatie in en nabij onze natuurgebieden mogen niet tot onevenredige schade aan de natuur leiden. Buiten de natuurgebieden wil de gemeente de natuurwaarden versterken om de biodiversiteit te vergroten. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten daaraan aantoonbaar bijdragen. Het Lierdal en de Landschapszone Malden-Noord worden versterkt als recreatieve uitlopers en groene (en verkoelende) longen van Malden, ook om de recreatiedruk beter te spreiden. Onze natuurgebieden zijn bij lange perioden van droogte kwetsbaar voor natuurbranden. Daarom nemen we actief maatregelen in de bescherming tegen droogte en extreme hitte. Ter versterking van het toerisme zet de gemeente in op de realisatie van Toeristische Overstappunten (TOP’s) en het versterken van de recreatieve (fiets)route(s) tussen het vennengebied, de oeverwal (Maasbandijk) en de stuwwal (o.a. Heumensoord), om deze gebieden beter met elkaar te verbinden. Bij het inrichten van onze openbare ruimte houden we rekening met aspecten als verkeersveiligheid en gevoel van sociale veiligheid.
2.2.3 Coalitieakkoord 2022-2026 Inwoners centraal, Natuurlijk samen Het coalitieakkoord zet de inwoners van Heumen centraal. De belangrijkste leidraad in dit akkoord is de strategische visie. -
Sociaal domein
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
14
Verbinding van dorpen en wijken en het versterken van de sociale cohesie. Werk is een belangrijk middel in zelfredzaamheid en het werkbedrijf kan hier een rol in spelen. Een gezonde levensstijl, beweging en ontmoeting wordt gestimuleerd. Voorzieningen zijn bereikbaar voor iedereen. En vrijwilligers worden gezien als cruciale verbinders van de gemeenschap. -
Duurzaamheid Hier staan dezelfde termen centraal die ook in de strategische visie onder duurzaamheid worden benoemd; te weten klimaatneutraal, klimaatbestendig en de energietransitie. Daarnaast is er ook aandacht voor de warmtetransitie. Er wordt aangesloten bij de regionale energietransitie (RES) voor de energietransitie en de regionale adaptiestrategie (RAS) voor de klimaatopgave.
-
Wonen en leefomgeving Het landschapsontwikkelingsplan wordt omarmd en er wordt ingezet op verdere landschapsontwikkeling. Kwaliteitsverbetering in de gemeente is gebaat bij biodiversiteit en het uitbreiden van groen met extra boomaanplant. Bij de uitvoering van werkzaamheden is er nadrukkelijk oog voor het vergroten van betrokkenheid van inwoners bij een schone, groene en veilige leefomgeving. De gemeente zorgt voor het beheer in de openbare ruimte. Hierbij is toegankelijkheid voor iedereen belangrijk. In het coalitieakkoord staat: “We continueren het bestaande beleid voor
rolstoeltoegankelijkheid, de ecologische aanpak en het oppakken van knelpunten in de openbare ruimte. Mede op basis van de signalen uit de gemeenschap zetten we actief in op het verhogen van het onderhoudsniveau en stellen hiervoor middelen beschikbaar.” Bij mobiliteitsoverlast worden er bij knelpunten passende oplossingen gezocht, waar nieuwe ontwikkelingen worden benut. 2.2.4 Beleidsplan water en riolering Heumen 2023-2027 Gemeenten hebben een zorgplicht op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast zijn watergangen die niet onder een waterschap vallen, de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. Wat in veel gevallen de gemeente is. Klimaatadaptatie is verweven in het werk. De ambitie is om een duurzame, toekomstgerichte en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte te realiseren en te behouden. Het bodem- en watersysteem zijn sturend in deze planvorming. Dit op een doelmatige en betaalbare wijze. Het integraal werken aan de openbare ruimte, gebiedsgericht werken en het in balans brengen en houden van de waterstromen zijn essentieel om dit te bereiken. 2.2.5 Beleid speelvoorzieningen Heumen zet in op natuurlijk spelen. Dat brengt kinderen in contact met de natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld speelbosjes, bloemrijke speelweides, zwerfkeien/stapstenen, spelen met zand/water/takken/boomstammen en hoogteverschillen.
Als er veel jonge kinderen (tot ORIE – openbare ruimte in evenwicht
15
4 jaar) in de wijk wonen, wordt het natuurlijk spelen aangevuld met traditionele speeltoestellen, bijvoorbeeld schommels en een glijbaan. 2.2.6 Lokale Inclusie Agenda (LIA) Gemeente Heumen wil een inclusieve gemeente zijn waarin iedereen dezelfde rechten en kansen heeft. Ieder mens wil namelijk een zo fijn mogelijk leven; op een eigen manier, in een prettige omgeving en met het gevoel dat je ertoe doet. In de Lokale Inclusie Agenda is opgenomen wat we al doen voor inwoners zodat zij volop mee kunnen doen in de samenleving. Daarnaast is er ruimte voor verbetering. Daarom wordt in de uitvoeringsagenda ook geschreven wat we gaan doen om drempels verder te verlagen, zodat het voor alle inwoners van Heumen makkelijker wordt om mee te doen.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
16
3. Areaal
De openbare ruimte bestaat uit een verscheidenheid aan objecten en vlakken. Denk hier bijvoorbeeld aan afvalbakken, plantvakken en bestratingen en bomen. Al deze objecten en vlakken samen vertegenwoordigen een waarde van ca. € 202.000.000 aan kapitaalgoederen. Wij hebben als gemeente de taak om deze kapitaalgoederen te beheren. Om het beheer efficiënt te laten verlopen worden gelijkwaardige objecten en vlakken gebundeld tot een beheergroep, bijvoorbeeld verschillende tegels naar de beheergroep elementenverharding tegels. Enkele beheergroepen die een overlap met elkaar hebben wordt vervolgens gebundeld tot een hoofdbeheergroep, zoals de verschillende verhardingen die samenkomen in de hoofdbeheergroep Wegen. Zo is voor onze beheerders inzichtelijk voor welke beheergroepen zij verantwoordelijk zijn en waaraan de onderhoudsbudgetten besteed kunnen worden. Hieronder staan de hoofdbeheergroepen met enkele beheergroepen ter indicatie. De volledige lijst is in bijlage 1 terug te vinden. Hoofdbeheergroep
Beheergroep
Eenheid
Aantal
Wegen
Asfalt
m²
516.247
Elementenverharding betonstraatsteen
m²
292.146
Elementenverharding tegels
m²
190.847
Water
Duikers
m1
2.490
Civiele
Keerwanden/keermuren/muren
m1
1.000
Vaste fiets- en voetgangersbrug
st.
3
Bomen in grasvegetatie
st.
5.477
Bomen in beplanting
st.
4.044
Hagen <1,50 blokhaag
m²
8.275
Sierheesters
m²
62.963
Gazon
m²
216.277
Berm buiten de bebouwde kom klepelen
m²
279.472
Speeltoestellen
st.
245
JOP / sport / skate
st.
5
Lichtmasten staal
st.
3.176
Armaturen conventioneel
st.
76
Grof zwerfafval
m²
1.876.620
Onkruid op verharding
m²
1.230.349
Bank met rugleuning
st.
105
Flespaal
st.
2.900
kunstwerken Bomen Groen Grasvegetaties Speelvoorzieningen Technische installaties Reiniging Terreinmeubilair
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
17
4. Kwaliteit openbare ruimte
De openbare ruimte bestaat uit verschillende elementen, zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven. Van bomen tot asfaltwegen en van lichtmasten tot groenvakken. Het beheer van deze elementen wordt door een beeldsystematiek aangestuurd. Naast beheren met de beeldsystematiek wordt er ook functioneel beheer toegepast. Dit geldt voor civiele kunstwerken en speelvoorzieningen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze beheer systematieken en hoe deze zich verhoudt tot de huidige kwaliteit van onze openbare ruimte.
4.1 Beeldsystematiek
Voor de kwaliteit van de openbare ruimte wordt gekeken naar de beeldsystematiek van het CROW, het kennisinstituut voor het werk in de openbare ruimte. Op basis van deze beeldkwaliteitsniveaus kunnen keuzes worden gemaakt voor het onderhoud van bijvoorbeeld de groenvoorzieningen. De volgende beeldkwaliteitsniveaus zijn omschreven: A+
Zeer intensief beheerniveau: de buitenruimte wordt op een zeer hoog niveau
onderhouden, waardoor er niets op aan te merken valt. A
Intensief beheerniveau: de buitenruimte wordt op een hoog niveau onderhouden,
waardoor er weinig op aan te merken valt. B
Normaal beheerniveau: het gemiddelde beheerniveau, waarbij er hier en daar iets is
aan te merken op de buitenruimte. Voor wegen is de waarschuwingsgrens overschreden en is er klein onderhoud nodig of binnen vijf jaar groot onderhoud. C
Extensief beheerniveau: een laag beheerniveau, waarbij er regelmatig slechte plekken
te zien zijn. D
Zeer extensief beheerniveau: een zeer laag beheerniveau, waarbij er
kapitaalvernietiging optreedt.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
18
Op de vorige pagina is een voorbeeld van een beeldmeetlat te zien. In dit geval de meetlat voor hagen. In bijlage 2 zijn meer voorbeelden van beeldmeetlatten te vinden.
4.2 Functioneel beheer
Naast het beheren volgens de beeldsystematiek is er ook sprake voor functioneel beheer. Bij functioneel beheer wordt enkel gekeken naar het in stand houden van de beheergroepen, zodat deze veilig zijn en naar behoren functioneren. Er is dus geen differentiatie in een hoger of lager beheerniveau, en daarmee geen differentiatie in de benodigde beheerkosten. Functioneel beheer wordt toegepast op civiele kunstwerken en speelvoorzieningen, omdat deze veilig en functioneel moeten zijn.
4.3 Huidig gewenst beheerniveau
Het huidige beheer van de openbare ruimte in Heumen focust zich op het in stand houden van het areaal en heeft daarbij een B- of C-beeldkwaliteit. Het beheer van het wegareaal is gericht op een C-kwaliteit, waarbij de wegen er veilig en zonder grote gebreken aan het wegdek bij dienen te liggen. De fietspaden worden beheerd op een B- niveau beeldkwaliteit. De beeldkwaliteitniveaus zijn momenteel geen vastgesteld beleid, maar volgen uit de beschikbare budgetten.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
19
4.4 Huidige kwaliteit van de openbare ruimte
Bij schouwen en inspecties
Schouw IBOR
is de norm van CROW dat er bij beeldmeetlatten, die gaan over het onderhoud
Blad en natuurlijk afval
van de openbare ruimte,
Veegvuil
10% afgekeurd mag worden ten opzichte van de
Hagen Onkruid op verharding
gestelde beeldkwaliteit. Een onderdeel van de openbare ruimte is afgekeurd als niet
Gazon Onkruid in beplanting
aan de gestelde norm, die op die plek geldt, wordt
0
20
Goedgekeurd
40
60
80
Afgekeurd
voldaan. De 10% is de werkvoorraad voor het volgende jaar, meer dan 10% betekent een achterstand in het onderhoud.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
20
100
Voor de reiniging van de openbare ruimte en het onderhoud van de groenvoorzieningen zijn de gemiddelden van de schouwen van juni 2022 en september 2022 in de grafiek “Schouw IBOR” weergegeven. Door een gemiddelde te bekijken, worden extremen in seizoen van bijvoorbeeld de groei van onkruid en bladafval wat afgevlakt. Te zien is dat er meerdere beheergroepen zijn die meer dan de 10%-norm afwijken van het gestelde beheerniveau. Het gaat hier om veegvuil (26,5%), hagen (23%), onkruid op verharding (16%) en onkruid in beplanting (16%). Dit zijn voor reiniging en groen achterstanden in het onderhoud. In de grafiek hiernaast is te
Algemene kwaliteit wegen
zien dat de kwaliteit van de wegen grotendeels boven de C-kwaliteit ligt, die de
Beton
gemeente als richtlijn hanteert. Van de
Elementverharding tegels
verschillende
Elementverharding klinkers (incl.
verhardingstypen is er geen type dat 10% of meer
gebakken materialen)
Asfalt
afkeuring heeft. De asfaltverhardingen kennen
Onverhard
met 9,48% de hoogste afkeuring, maar vallen
0,00%20,00%40,00%60,00%80,00% 100,00%
binnen de 10% en zijn
A+
daarmee een goede
A
B
C
D
werkvoorraad. Als er wordt ingezoomd op de
Percentage kwaliteit op basis van oppervlakte wegen
beeldmeetlatten die over de
Voegwijdte
wegen gaan, dan is te zien dat het beeld dat hierboven
Randschade Gesloten verharding oneffenheden Elementen verharding oneffenheden
geschetst is, terugkomt. Zoals
Scheuring Dwarsonvlakheid Rafeling
hiernaast valt te zien.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
%A
80,00%
85,00%
90,00%
%B
%C
%D
95,00%
21
100,00%
Bij de beeldmeetlatten die gaan over elementenverharding (voegwijdte, oneffenheden en dwarsonvlakheid) is er een 3,67% D-kwaliteit bij oneffenheden te zien, wat ruim binnen de 10% valt. De overige beeldmeetlatten gaan over gesloten verhardingen (asfalt en beton). Hier valt direct op dat er een hoog percentage rafeling is (11,37%). Dit is een eenmalige achterstand waarvoor groot onderhoud nodig is. Van de speeltoestellen zijn
Afwijkingen speeltoestellen in procenten van
bij 90 van de 245
totaal areaal
speeltoestellen een of meerdere afwijkingen geconstateerd. Deze afwijkingen variëren van
0
veel gras in
20 Geen afwijking
40
60
80
100
Afwijking
Indicatie voor vervanging
zandondergrond tot verrotte delen in speelelementen. Bij zes objecten is een indicatie voor achterstallige vervanging; het advies is om de speeltoestellen mee te nemen in de integrale meerjarenplanning. Er is hiermee geen achterstand in vervanging, wel is er een achterstand in het beheer ter waarde van € 6.041,-. Voor de bomen is de
Levensverwachting bomen
levensverwachting uit de
es
n le
ge
be
w
oo
aa
rd e
rd
le
ar ja 1 <
15 to t
5
tt e ni e
bieden ze de samenleving meer
>
Naarmate bomen ouder worden,
ar
0,00% 15 j
dan een jaar en 1,96% 1 tot 5 jaar.
10,00%
ja
een levensverwachting van minder
20,00%
t5
schema met 0,7% van de bomen met
30,00%
ar
jaar ligt de vervangingsopgave op
40,00%
to
bomen vervangen. De komende vijf
50,00%
ja
de bomen wordt jaarlijks 2% van de
60,00%
1
basis van de afschrijftermijnen van
70,00%
r
vervanging die te verwachten is. Op
aa
boominspectie een indicator voor
ecosysteemdiensten. Ecosysteemdiensten zijn diensten die bomen van nature leveren en die bijdragen aan de omgeving. Denk hierbij aan CO2 afvangen, schaduw bieden, fijnstof afvangen etc. Daar staat tegenover dat oudere bomen intensiever onderhoud vergen en dus meer kosten.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
22
5. Beheerkosten en -budgetten
Om de kwaliteit van de openbare ruimte op peil te houden of deze kwaliteit een impuls te geven zijn er financiële middelen nodig. Dit hoofdstuk geeft inzicht in deze benodigde middelen. Deze worden gespiegeld aan het huidige budget.
5.1 Kwaliteit
In hoofdstuk “Kwaliteit openbare ruimte” is aangegeven dat de huidige beeldkwaliteit in Heumen op een B- of C-kwaliteit ligt. Deze beeldkwaliteiten zijn geënt op budgetten en de huidige werkwijze om de openbare ruimte in stand te houden. De beeldkwaliteiten zijn niet bestuurlijk vastgesteld. Of als deze wel zijn vastgesteld, zijn ze niet eerder expliciet vastgelegd. Voor de beheergroepen betekent dit het volgende: Wegen Fietspaden Civiele kunstwerken Bomen Groen Grasvegetaties Speelvoorzieningen Technische installaties Reiniging Terreinmeubilair
Centrum C B F B B B F C B C
Hoofdinfra C B F B B B F C B C
Woongebied C B F B B B F C B C
Bedrijventerrein C B F B B B F C B C
Buitengebied C B F C C C F C C C
F = functioneel beheer, gestuurd op veiligheid en functioneren B & C = beeldgericht beheer, gestuurd op beeldkwaliteitsniveau B (Basis) en C (Laag)
5.2 Onderhoudskosten volgens normbedragen
De benodigde kosten voor het beheer van de openbare ruimte op het beeldkwaliteitniveau, zoals getoond in de bovenstaande tabel, zijn tot stand gekomen door een systeemdoorrekening aan de hand van normbedragen. Deze normbedragen zijn in bijlage 4 terug te vinden. De bedragen zijn landelijke gemiddelden voor de kosten per beheergroep per kwaliteitsniveau. Door deze te vermenigvuldigen met de arealen van Heumen ontstaat er een beeld van de benodigde financiële middelen.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
23
Hoofdbeheergroep
Jaarlijkse onderhoudskosten volgens normbedragen
Wegen
€
834.691,02
Civiele kunstwerken
€
13.490,75
Bomen
€
206.588,79
Groen
€ 1.025.628,57
Grasvegetaties
€
157.891,03
Speelvoorzieningen
€
26.342,75
Technische installaties
€
83.831,99
Reiniging
€
338.869,49
Terreinmeubilair
€
39.260,38
Totaal
€ 2.726.594,77
5.3 Begroting
Als de bovenstaande bedragen naast de huidige begroting worden gelegd, dan is te zien dat er een verschil is tussen de begroting en de normen. Door inventief werk, meelopen in projecten, strategisch inkopen en een goede inzet van de DAR wordt een meerwaarde aan de begroting gegeven, waardoor er enkel voor bomen een tekort ontstaat ter waarde van €25.000,-. Dit bedrag is in de Kadernota 2024 aangevraagd. Onderhoud Hoofdbeheergroep Wegen Civiele kunstwerken Bomen Groen Grasvegetaties Speelvoorzieningen Technische installaties Reiniging Terreinmeubilair totaal
Begroting
Norm
Inverdienen door huidig beheer
Verschil
€ € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € €
683.292,76 13.480,00 112.380,75 735.173,07 129.459,00 27.083,00 43.233,00 339.104,00 38.598,28 2.121.803,85
834.691,02 13.490,75 206.588,79 1.025.628,57 157.891,03 26.342,75 83.831,99 338.869,49 39.260,38 2.726.594,77
151.398,26 10,75 69.208,04 290.455,50 28.432,03 -740,25 40.598,99 -234,51 662,10 579.790,91
Ten opzichte van de normgetallen wordt bij de uitvoering van het onderhoud en beheer een goede prestatie geleverd doordat de beschikbare middelen efficiënt worden ingezet. Kanttekening hierbij is dat de huidige marktontwikkeling (stijgende prijzen door loonontwikkeling en energiekosten) op de korte en middellange termijn zorgen baart. In de inkoopprocedure wordt per aanbesteding rekening gehouden met de actuele stand van de markt.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
24
0,00 0,00 -25.000,00 -0,00 -0,00 -0,00 -0,00 -0,00 -25.000,01
5.4 Kosten van vervanging
Door het gebruik van de openbare ruimte is deze onderhevig aan slijtage. Asfaltwegen gaan scheuren en vertonen rafeling aan het oppervlak, bestratingsmaterialen worden sleets en bomenwortels geven wortelopdruk in trottoirs en wegen. Kijkend naar de resterende levensduur en de waarde van alle kapitaalgoederen in de openbare ruimte is een gestructureerde vervanging steeds meer gewenst. Alle kapitaalgoederen in de gemeente Heumen vertegenwoordigen een waarde van ca. € 202.000.000,-. Deze kapitaalgoederen dienen op den duur te worden vervangen. Tot 2023 is er sprake van een situatie van beperkte vervanging, waarmee we nu in een situatie komen dat bepaalde gebieden (jaren 60 en 70-wijken) verouderd raken en vervangen moeten worden. De onderstaande berekening van de vervangingskosten betreft een ‘systeemberekening’. Dit betekent dat het berekende bedrag een langjarig gemiddelde is dat op den duur nodig is om de openbare ruimte op orde te houden. Vervanging Hoofdbeheergroep Wegen Civiele kunstwerken Bomen Groen Grasvegetaties Speelvoorzieningen Technische installaties Reiniging Terreinmeubilair totaal
Begroting
Norm
€ € € € €
800.000,00 4.520,00 10.000,00 10.000,00 5.000,00
€
223.625,00
€
1.053.145,00
€ € € € € € € € € €
Verschil
1.262.595,02 51.607,53 266.818,33 387.350,23 52.744,37 46.439,93 302.468,00 47.563,16 2.417.586,57
€ € € € € € € € € €
-462.595,02 -47.087,53 -256.818,33 -377.350,23 -47.744,37 -46.439,93 -78.843,00 -47.563,16 -1.364.441,57
Voor de gehele openbare ruimte is er in theorie jaarlijks een bedrag van €2.417.587,- voor vervanging nodig om de openbare ruimte in de huidige staat te houden. In bijlage 5 zijn de normbedragen opgenomen. Een kanttekening bij het bedrag is dat er ook nog cofinanciering plaatsvindt vanuit andere geldstromen. Denk hierbij aan: ruimtelijke ontwikkelingen, subsidies en riolering. Bij riolering mag bij vervanging onder een hoek van 40 graden vanaf de buis de vervanging van de openbare ruimte (wegen en groen) betalen. Door een bedrag te reserveren voor vervanging wordt geanticipeerd op de te verwachten vervangingsopgave die tot stand komt door de in hoofdstuk “Integrale beheerstrategie” beschreven afschrijvingstermijnen. De openbare ruimte gaat nu eenmaal niet eeuwig mee en zal in fases vervangen moeten worden. Op basis van inspecties wordt een integrale
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
25
meerjarenplanning opgesteld (zie hoofdstuk “Procesbeschrijvingen”) en wordt de vervangingsopgave in kosten en in locaties in beeld gebracht.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
26
6. Integrale beheerstrategie
Beheergroepen in de openbare ruimte gaan niet allemaal even lang mee. De afschrijvingstermijnen geven een indicatie in jaren van wanneer die beheergroep afgeschreven is en daarmee vervanging nodig heeft. Door de afschrijvingstermijnen van wegen, riolering en het openbaar groen meer op elkaar af te stemmen, kan er efficiënter worden gewerkt door werk met werk te maken. Dit vormt de integrale beheerstrategie.
6.1 Onderhoudscyclus
Na de aanleg in de openbare ruimte neemt de kwaliteit langzaam af door slijtage. Door bijvoorbeeld auto’s die over een asfaltweg rijden of de invloed van het weer op zitgelegenheden. Zoals in het figuur hierboven te zien is, geeft regulier klein onderhoud een beperkte ‘boost’ aan het niveau. Dit wordt herhaald tot de ondergrens, wat als acceptabel wordt geacht, bijna is bereikt. Op dat moment vindt groot onderhoud plaats. Dit is bijvoorbeeld een nieuwe asfaltlaag op een weg. Hiermee komt het niveau van de wegen weer hoger te liggen en volgen er stappen in klein onderhoud tot het moment van vervanging, waarna de cyclus opnieuw begint. Het moment van vervanging is als er bij een inspectie gebreken zijn geconstateerd die aanleiding geven tot vervanging of als de afschrijvingstermijn bereikt is.
6.2 Afschrijvingstermijnen
Er zijn twee typen afschrijvingstermijnen: volgens een systeembenadering en volgens de praktijk. Een systeembenadering geeft een beeld van de gemiddelde situatie. Daarmee biedt het inzicht in de opgaven die de komende jaren naar waarschijnlijkheid komen. Dit kan afwijken van de praktijk. Een boom in beplanting, waar er geen kabels en leidingen in de buurt liggen, die in een goede staat verkeert, hoeft bijvoorbeeld niet vervangen te worden als de afschrijvingstermijn voorbij is. Hierbij wordt er wel preventief geld gereserveerd om de vervanging bijtijds aan te pakken.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
27
Binnen de openbare ruimte is riolering de bepalende discipline. Immers als een weg open ligt om het riool te vervangen, is het efficiënt om gelijk het wegareaal mee te nemen in de vervanging. Vandaar dat de afschrijvingstermijnen voor wegen en groen worden aangepast op die van het riool. De strategie bij rioolbeheer is erop gericht om de helft van de vervangingsopgave uit te voeren met behulp van ‘relinen’. Bij relinen wordt er aan de binnenkant van de rioolbuis een nieuwe laag aangebracht zonder de weg open te breken. Met deze aanpak wordt de levensduur van deze rioleringen verdubbeld en de gemiddelde afschrijvingstermijn van het riool naar 105 jaar gebracht. Als de wegfundering goed is, kan de afschrijvingstermijn van minder zwaar belaste asfaltwegen ook op deze 105 jaar gesteld worden. Wegen bestaand uit elementenverhardingen gaan niet zo lang mee. Deze verhardingen zijn na 55-60 jaar versleten en aan vervanging toe. Bij het groen gaan het gras en bosplantsoen 105 jaar mee voordat er vervanging plaatsvindt. Straatbomen en andere groenelementen hebben net als elementenverharding een afschrijvingstermijn van 55-60 jaar. Om ook elementenverharding en het groen aan te laten sluiten bij de cyclus van het riool is er na ongeveer 55 jaar een kleine vervangingsronde extra nodig. Hierbij wordt er niet in de onderlaag van wegen gewerkt als dit niet nodig is.
Met deze kleine vervangingsronde als tussenmaatregel kan het groen en de elementenverharding aansluiten bij de afschrijvingstermijnen van de riolering , de asfaltwegen, gras en bosplantsoen van 105 jaar. Hoofdbeheergroep
Beheergroep
Riolering Wegen
105 Asfaltverhardingen
105
Elementenverhardingen
55-60
Grasvegetaties Groen Bomen
Afschrijvingstermijn (jaren)
105 Bosplantsoen
105
Heesters en vaste planten
55-60
Straatbomen
55-60
6.3 Meerwaarde
Het op elkaar afstemmen van regulier beheer van de beheergroepen, door het gelijkschakelen van de afschrijvingstermijnen en daarmee het moment van vervanging, biedt meerwaarde, omdat we op één locatie meerdere onderhoudswerkzaamheden tegelijk uitvoeren. Zo wordt overlast beperkt en bespaart het geld.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
28
Naast het afstemmen van regulier beheer van de beheergroepen is er ook meerwaarde te behalen door het aanbrengen van verbeteringen in de openbare ruimte, die niet alleen gericht zijn op vervanging. Het gaat hierbij om het inspelen op met name maatschappelijke ontwikkelingen en klimaatveranderingen die tevens benoemd zijn in de gemeentelijke kaders. Hierover gaat het volgende hoofdstuk.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
29
7. Maatschappelijke thema’s en doelstellingen
In de benoemde gemeentelijke kaders zijn drie hoofdlijnen of ambities geformuleerd: 1. We willen klimaatneutraal zijn in 2050 en klimaatbestendig in 2035 (uiterlijk 2050); 2. We wonen en werken in een gezonde, veilige en groene leefomgeving; 3. We streven naar een circulaire economie – in de breedste zin van het woord. Deze ambities zijn verder te concretiseren in de volgende maatschappelijke thema’s, die in onze gemeentelijke kaders benoemd zijn: •
Sociale cohesie
•
Gezondheid
•
Biodiversiteit
•
Mobiliteit en toegankelijkheid
•
Klimaatadaptatie
•
Veiligheid
•
Duurzaamheid
Door invulling te geven aan de thema’s werken we aan het behalen van onze ambities en creëren we meerwaarde die tot uiting komt in onze openbare ruimte. Daarvan profiteren onze inwoners en bezoekers! Voor elk van deze thema’s zijn doelstellingen geformuleerd, waarmee we aan de ambities concrete invulling kunnen geven. Deze doelstellingen geven richting in de te maken keuzen bij het beheer en de inrichting van onze openbare ruimte. In de volgende paragrafen staan de doelstellingen per thema benoemd. Enkele van de doelstellingen zijn minder geschikt om uit te werken in concrete maatregelen, maar zijn eerder algemene beleidsuitgangspunten die als kader worden meegenomen bij de uitvoering. Als het gaat om een beleidsuitgangspunt is dit specifiek aangegeven.
7.1 Sociale cohesie
Voor het thema Sociale cohesie zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. De openbare ruimte rond de woning nodigt bewoners van alle leeftijden uit om naar buiten te gaan, samen te komen, te ontmoeten en om in te verblijven. 2. Er is ruimte voor gezamenlijke bewonersinitiatieven, de gemeente is hierin faciliterend of regisserend (waarbij er een extra focus ligt op extra groen).
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
30
3. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (blijvend mee). Dit is een beleidsuitgangspunt.
7.2 Gezondheid
Voor het thema Gezondheid zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. Er zijn veilige en aantrekkelijke beweegmogelijkheden die voor alle doelgroepen toegankelijk zijn. Er is extra aandacht voor specifieke doelgroepen zoals kinderen, ouderen en mensen met een beperking. 2. Er zijn voldoende grote en kleine (groen)gebieden om te kunnen recreëren, ontspannen, ervaren en om verkoeling te zoeken in de directe woonomgeving. 3. De openbare ruimte is schoon en de milieuhygiënische voorzieningen (afvalcontainers) dragen bij aan de gezondheid. 4. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte wordt gedacht aan de gezondheid van omwonenden en van de mensen die werk het uitvoeren. Dit is een
beleidsuitgangspunt.
7.3 Biodiversiteit
Voor het thema Biodiversiteit zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. Het soortenbestand kent een grotere (inheemse) diversiteit. De aanwezigheid van invasieve exoten wordt zoveel mogelijk tegengegaan. 2. Bij inrichting en onderhoud van beplanting en bomen is aandacht voor een gezonde bodem. 3. Bomen kunnen tot hun volle wasdom komen. Oude bomen worden gekoesterd. 4. Bewoners zijn zich bewust van het belang van biodiversiteit en worden gestimuleerd om dit toe te passen in hun tuin.
7.4 Mobiliteit & toegankelijkheid
Voor het thema Mobiliteit & toegankelijkheid zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. Openbare wegen en paden zijn goed toegankelijk voor de beoogde gebruiker. 2. De inrichting van de openbare ruimte is afgestemd op de hoeveelheid en categorie gebruikers. 3. In de openbare ruimte zijn er minder auto’s aanwezig. Alternatieven (zoals deelauto’s en fietsen) worden gestimuleerd. ORIE – openbare ruimte in evenwicht
31
4. Hinder en overlast van provinciale wegen door dorpen wordt opgelost. 5. De inrichting van de openbare ruimte stimuleert het gedrag van verkeersdeelnemers voor constante doorstroming en voorkomt opstoppingen en files. 6. Er wordt rekening gehouden met elektrisch rijden. Dit is een beleidsuitgangspunt.
7.5 Klimaatadaptie
Voor het thema Klimaatadaptatie zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. De inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte draagt bij aan het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering: a. Hittestress b. Droogtestress c. Wateroverlast 2. De oppervlakte groen blijft gelijk of neemt toe in areaal en kwaliteit. 3. Bewoners zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering en worden aangespoord op eigen terrein maatregelen te nemen.
7.6 Veiligheid
Voor het thema Veiligheid zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. Openbare ruimte is sociaal veilig ingericht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle gebruikers. 2. Openbare ruimte is fysiek veilig ingericht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle gebruikers. 3. Speelplaatsen zijn veilig ingericht.
7.7 Duurzaamheid
Voor het thema Duurzaamheid zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1. Alle gebruikte materialen, zowel bij inrichting als onderhoud, zijn zoveel mogelijk recyclebaar zonder waardevermindering. 2. Het beheer van de openbare ruimte is gericht op levensduur verlengende maatregelen. 3. Alle afvalstoffen (restproducten uit het onderhoud) uit de openbare ruimte worden gezien als grondstoffen en hebben waarde. 4. De gebruikte grondstoffen zijn veilig en gezond. ORIE – openbare ruimte in evenwicht
32
5. De openbare ruimte is energiezuinig ingericht, opereert zoveel mogelijk op fossiel onafhankelijke energiebronnen en wordt beheerd met duurzame energiebronnen. 6. Kabels en leidingen worden ingericht op toekomstig gebruik. Dit is een
beleidsuitgangspunt. 7. Er wordt rekening gehouden met elektrisch rijden. Dit is een beleidsuitgangspunt.
7.8 Beleidsuitgangspunten
In een aantal van de bovenstaande thema’s staan beleidsuitgangspunten benoemd. Hieronder staan deze beleidsuitgangspunten opgesomd. •
Bij werkzaamheden in de openbare ruimte werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (blijvend mee).
•
Bij werkzaamheden in de openbare ruimte wordt gedacht aan de gezondheid van omwonenden en van de mensen die werk het uitvoeren.
•
Er wordt rekening gehouden met elektrisch rijden.
•
Kabels en leidingen worden ingericht op toekomstig gebruik.
Bij het formuleren van de scope van een project in de openbare ruimte worden de genoemde maatschappelijke thema’s met doelstellingen zoveel mogelijk meegenomen om extra meerwaarde te creëren. De wijze waarop dat gebeurt staat in het volgende hoofdstuk beschreven.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
33
8. Uitvoering en kosten van de thema’s
In hoofdstuk 7 zijn de maatschappelijke thema’s benoemd op basis waarvan we de gemeentelijke ambities verder kunnen concretiseren. Door deze thema’s bij reguliere onderhouds- en vervangingsprojecten mee te nemen in de projectopgave, biedt het een maatschappelijke meerwaarde bovenop het enkel herstellen van de openbare ruimte. Het bieden van meerwaarde brengt echter wel kosten met zich mee bovenop de beheerkosten genoemd in hoofdstuk 5. Om de doelstellingen die aan de thema’s zijn gekoppeld te verwezenlijken, is er een pakket van maatregelen als voorbeeld opgesteld. Deze maatregelen zijn te verdelen in een viertal hoofdgroepen, onderverdeeld in de manier van uitvoeren: 1. Vervanging: a) Opnemen in het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte); b) Versneld vervangen in een solitair project of vervangingsproject; 2. Onderhoud; 3. Gebruik; 4. Beleid. In bijlage 6 is een opsomming gegeven van mogelijke maatregelen met een inschatting van de kosten.
8.1 Vervanging
Bij vervanging is er sprake van twee componenten: a) Opnemen in het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte); b) Versneld vervangen in een solitair project of vervangingsproject; Iets opnemen in het HIOR (optie a) betekent dat er bij een reguliere vervangingsronde rekening met die inrichtingseis wordt gehouden. In hoofdstuk 6 is te zien dat het 55 tot 105 jaar kan duren voordat onderdelen in de openbare ruimte daadwerkelijk vervangen worden. Hierdoor zijn er geen meerkosten verbonden aan maatregelen die in het HIOR worden opgenomen, maar duurt het wel lang voordat de doelstellingen die gekoppeld zijn aan een maatschappelijk thema worden gerealiseerd. Vandaar is de optie b) van versneld vervangen beschikbaar. Met het versneld uitvoeren van de maatregel (versneld vervangen) wordt eerder afgeschreven op een beheergroep, maar wordt wel een impuls gegeven om de openbare ruimte eerder aan de doelstellingen die gekoppeld zijn aan een maatschappelijk thema te laten voldoen.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
34
8.2 Onderhoud
Niet alle doelstellingen zijn met een nieuwe inrichting van de openbare ruimte te verwezenlijken. Het verbeteren van de verzorgingsgraad is enkel te bereiken door het onderhoudsniveau te verhogen. Een voorbeeld hiervan is de doelstelling Openbare wegen en
paden zijn goed toegankelijk voor de beoogde gebruiker van het thema Mobiliteit en toegankelijkheid. Een van de mogelijke maatregelen hiervoor is zeer weinig bladafval of takken op doorgaande fietspaden. Dit betekent dat deze fietspaden intensiever moeten worden schoongemaakt, waardoor het onderhoudsniveau van B- naar A-kwaliteit gaat met de daarbij horende extra onderhoudskosten.
8.3 Gebruik
Naast onderhoud en vervanging zijn er maatregelen te benoemen die met het gebruik door de bewoners te maken hebben. Voorbeelden hiervan zijn proberen het gedrag te veranderen als het gaat om bijvoorbeeld tegengaan van overhangend groen vanuit particuliere percelen op de openbare ruimte, bewoners meer betrekken door zelfbeheer te stimuleren, of het informeren van bewoners, instanties en verenigingen over hoe de openbare ruimte te gebruiken. Hier kunnen extra kosten aan verbonden zijn door (tijdelijke) inhuur van mensen om de projecten te managen. Dit kan een inhoudelijke adviseur zijn, maar ook extra handhaving of een communicatieadviseur.
8.4 Beleid
De laatste mogelijkheid om doelstellingen te verwezenlijken is door het opstellen van nieuw beleid. Voor enkele thema’s is het bestaande beleid van de gemeente Heumen te gedateerd om goed aan te haken bij de ambities voor de openbare ruimte. Vandaar dat als maatregel staat benoemd om een nieuw Verkeers- en Vervoersplan (VVP) op te stellen. Hierin kunnen nieuwe ontwikkelingen zoals deelauto’s, elektrische oplaadpunten, te hanteren parkeernormen, hoofdverkeerroutes, wegindelingen en dergelijke in worden vastgelegd. Het beleidsplan water en riolering 2023-2027 en bijbehorende kostendekkingsplan is eind 2022 vastgesteld. Bij het voorbereiden en uitvoeren van onderhoudsprojecten stemmen we de onderhoudsmaatregelen zo goed mogelijk af op de maatregelen genoemd in het beleidsplan water en riolering, om onze openbare ruimte klimaatbestendig te maken.
ORIE – openbare ruimte in evenwicht
35
8.5 Kosten
Door invulling te geven aan de thema’s werken we aan het behalen van onze ambities en creëren we meerwaarde die tot uiting komt in onze openbare ruimte. Daarvan profiteren onze inwoners en bezoekers doordat bijvoorbeeld: •
Minder ‘water-op-straat’ situaties voorkomen;
•
Meer schaduw op looproutes wordt gecreëerd door het planten van bomen;
•
Bestaande bomen meer ruimte en onderhoud krijgen, waardoor ze behouden kunnen blijven;
•
Minder CO2 uitstoot vrijkomt omdat er elektrisch materieel wordt ingezet;
•
Minder hitte-stress wordt ervaren, omdat we overtollige verhardingen omvormen naar groenvakken;
•
Bewoners zich meer bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering en worden aangespoord op eigen terrein maatregelen te nemen;