Beantwoording technische vraag DKC koopovereenkomst betonfabriek Morssinkhof
Tekst van het document
Technische vraag DKC – koopovereenkomst betonfabriek Morssinkhof Bij 6.1 de koopovereenkomst van betonfabriek Morssinkhof, lezen wij op pagina 14 artikel 13 Milieubepaling 13.1 het volgende: “Indien de conclusie van het rapport (Rapport I) ten aanzien van een verkennend bodem- en grondwateronderzoek is dat deze niet passend is bij het huidige gebruik van het Verkochte, te weten een betonfabriek, dan heeft de Koper het recht de Overeenkomst te ontbinden.” Het wordt dus bekeken op basis huidig gebruik: een betonfabriek. Dit is gebruik “Industrie” en geen gebruik “wonen”, daar zit een echt verschil tussen.
- Hoe kijkt het college hiernaar? - Is er een inschatting gemaakt voor de mogelijke kosten van dit reëel risico? Grondverzet en sanering kan een kostbare zaak zijn
Antwoord: “De gemeente koopt een betonfabriek en het bodemonderzoek moet in de eerste plaats aantonen of de kwaliteit van de bodem past bij het gebruik als betonfabriek. Als dat niet het geval is, met andere woorden er worden ernstige verontreinigingen aangetroffen, dan kan de gemeente de overeenkomst ontbinden. Morssinkhof heeft nimmer de verplichting om zijn grond te verkopen die primair geschikt is voor woningbouw. Hij verkoopt een perceel industriegrond en hij kan aangesproken worden op de kwaliteit van de bodem die past bij de functie ‘industrie’. Uiteraard is de bodem ook onderzocht op de geschiktheid voor woningbouw en het onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de bodem, met uitzondering van een paar nogmaals te onderzoeken spots na oplevering, direct geschikt is voor woningbouw. Nergens wordt overigens de interventiewaarden overschreden, dus formeel is nergens sprake van een noodzaak tot sanering. Alleen het hergebruik als bouwstof staat bij die paar spots ter discussie. Hierover is een raadsmededeling onderweg naar de gemeenteraad.”