23 A21 Bijlage II Rapport Vuurvogel cultuurhistorische waardestelling Gelders genootschap 3 november 2022
Tekst van het document
De Vuurvogel Cultuurhistorische waardestelling & bouwkundige inspectie
GELDERS GENOOTSCHAP
COLOFON
Project Cultuurhistorische waardestelling & bouwkundige inspectie Vuurvogel Versie Concept Datum 3 november 2022 Gelders Genootschap Lotte Schuitemaker Extern bureau Arcadis, Rosaly Bodewes Opdrachtgever Gemeente Heumen Contactpersoon mevrouw L. Termoshuizen
Inleiding De gemeente Heumen is voornemens de voormalige Jenaplanschool de Vuurvogel gelegen aan Veldsingel 2 te slopen en de locatie te herontwikkelen. Enige buurtbewoners en verschillende erfgoedpartijen achten het bestaande schoolcomplex behoudenswaardig en zien kansen voor herontwikkeling met behoud van het schoolgebouw. Mede naar aanleiding van recente ontwikkelingen en ruimtelijke ambities is de vraag gerezen welke cultuurhistorische waarde de school vertegenwoordigt. De gemeente staat voor een zorgvuldig proces en wenst door middel van een onafhankelijke studie te onderzoeken wat de aanwezige cultuurhistorische waarden zijn en een eventuele plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst. Behoud betekent eveneens dat er een vraag rondom herbestemming speelt. Om meer inzicht te krijgen in de inspanningen die dit vergt wordt ook de technische staat onderzocht, Dit rapport bestaat daarom uit twee hoofdonderdelen: een cultuurhistorische waardestelling en bouwkundige inspectie. In de Cultuurhistorische waardestelling worden de cultuurhistorische waarden van het gebouw onder de loep genomen.
Is het gebouw van zodanige cultuurhistorische waarde dat behoud te rechtvaardigen is? Wat maakt het karakteristiek en welke onderdelen leveren daartoe een positieve bijdrage? Deze laatste component kan bij herbestemming, maar ook bij herontwikkeling en sloop, aanknopingspunten voor ontwerp bieden. De bouwkundige inspectie betreft een nulmeting van de huidige bouwkundige staat. Vervolgens wordt er gekeken welke maatregelen nodig zijn om het casco te restaureren om het gebouw functioneel te herstellen en weer te voldoen aan wet- en regelgeving. Aansluitend worden de kosten van de werkzaamheden bepaald.
Deel I – beschrijving en waardestelling gemeente: postcode + plaats: straat + huisnr.:
Heumen 6581 TC Malden Veldsingel 2
bescherming:
-
naam object: oorspr. functie: huidige functie:
De Vuurvogel Jenaplanschool Woningen antikraak
bouwjaar: architect: bouwstijl/type:
1978 Jan Verhoeven Structuralisme
datum foto: datum beschrijving:
15-08-2022 23-09-2022
Typering Jenaplanschool de Vuurvogel uit 1978, ontworpen door architektenburo Jan Verhoeven bv. uit Hoevelaken.
Historie en ligging De Jenaplanschool de Vuurvogel, ook bekend als De Vuurvogel 1, ligt in het zuidoosten in de uitbreidingswijk Maldensveld. Verder naar het oosten gelegen ligt het Maldensche vlak. De wijk Maldensveld in Malden-Oost is ontstaan in de jaren ’70-’80 en bevindt zicht ten zuidoosten van de historische kern van Malden. Het gebied raakte in de tweede helft van de twintigste eeuw steeds verder bebouwd.
Situatie rond ca. 1925 (bron: Topotijdreis.nl).
Situatie na de bouw van de school, ca. 1987 (bron: Topotijdreis.nl). Uit de oude topografische kaarten blijkt dat de school en de buurt rond dezelfde tijd zijn gebouwd. De locatie van de basisschool in de buurt is gezien het grote aantal eengezinswoningen voor de hand liggend. Op architectuurhistorisch niveau sluit het pand dan ook aan bij de post ’65-architectuur van de omliggende woningen. De architectuur van de Jenaplanschool valt echter, dankzij het unieke en losstaande karakter en de ligging tussen
de bomen en speelpleinen, meer op dan de woningbouw. De school is dan ook beeldbepalend voor de wijk Maldensveld. De school is in 1978 ontworpen door het architectenbureau van Jan Verhoeven uit Hoevelaken. De opdracht luidde om een zes-klassige openbare lagere school en een tweeklassige openbare kleuterschool in het “Maldens Veld” te Heumen te bouwen.
De school net na de bouw, ca. 1978 (Bron: Archief het Nieuwe Instituut). Grenzend aan de openbare Jenaplanschool zou een Oecumenische basisschool worden gebouwd. Hiervoor heeft Jan Verhoeven en vergelijkbaar ontwerp gemaakt in dezelfde bouwstijl. Dit ontwerp is echter nooit gerealiseerd. De Vuurvogel heeft eind jaren ‘80 een verbouwing ondergaan waarbij aan de noordoostzijde van het gebouw een aanbouw is geplaatst. Deze aanbouw is van lagere kwaliteit en draagt niet bij aan de cultuurhistorische waarden van het pand. Scholenbouw Tussen 1950 en 1990 ontstond er kritiek op het traditionele onderwijs als gevolg van de systematische bestudering van het kind. Het kind werd steeds meer gezien als belangrijke en op zichzelf staande verschijningsvorm van de mens. Men kwam tot de conclusie dat het onderwijs statisch was en slecht bij de behoeftes van het kind paste. Er ontstonden daardoor steeds meer vernieuwingsvormen in het onderwijs in de tweede helft van de twintigste eeuw. Er kwam een overgang van passief klassikaal en kennisgericht onderwijs naar een
actievere vorm met een losser klassenverband. Ook op het gebied van scholenarchitectuur kwam er verandering na de Tweede Wereldoorlog. Door de veranderingen in de vorm van het onderwijs veranderde de leeromgeving. Geen vaste banken meer, maar een omgeving waarin het kind gestimuleerd werd om zelf te ontdekken. Voldoende lichttoetreding en goede ventilatie waren daarbij belangrijke criteria. De samensmelting van onderwijskunde en bouwkunde leken destijds te versmelten tot ‘onderwijsbouwkunde’.
Karakteristiek Plattegrond en opbouw De Vuurvogel is gebouwd middels structuralistische karakteristieken. De verschillende ruimtes zijn aan elkaar verbonden en komen samen in het hart van het gebouw: de centrale ontmoetingsruimte. Het ontwerp is opgebouwd uit een modulesysteem, die het ontwerp in de horizontale, verticale en diagonale as symmetrisch maakt. De plattegrond bestaat uit een groot centraal blok welke dienst doet als centrale ontmoetingsruimte en zestienhoekig is vormgegeven. Daaromheen is een overgangsgebied met acht gemetselde nissen die gerealiseerd zijn als werkplek, opslagruimte en bibliotheek. In de ring rondom de centrale ruimte en overgangsgebied zijn acht lokalen aanwezig. Hoewel de meerhoekige lokalen gelijk zijn qua vormgeving (een achthoek met twee nissen), zijn ze ten opzichte van elkaar gespiegeld of gedraaid. Op de diagonale assen zijn tussen de lokalen vijfhoekige toiletgroepen aanwezig. Op de horizontale en verticale assen bevinden zich rechthoekige doorgangen. Deze leiden naar verschillende ruimtes, met aanvullende functies. Het blok aan de noordzijde van de school is een cv- en bergruimte. In het oorspronkelijke plan zou dit blok gedeeld worden met de Oecumenische basisschool. Aan de zuidkant bevindt zich een blok dat dienst doet als speelruimte/gymzaal. Aan de westzijde bevinden zich de directeurs- en personeelskamer.
Ten oosten bevindt zich momenteel de later toegevoegde uitbouw. De verschillende doorgangen bevatten garderobes en toegangsdeuren. De school heeft hierdoor geen centrale entree, maar op meerdere locaties ingangen. Het pand telt slechts één bouwlaag, maar de kaphoogte varieert in de verschillende ruimtes. Het dakplan, welke is afgewerkt met zowel rode dakpannen als bitumen, heeft hierdoor een unieke structuur met voornamelijk schuine daken. De lokalen bevatten vierhoekige lantaarns met een plat dak. De centrale hal is voorzien van een koepel met lantaarn.
Plattegrond De Vuurvogel, 1978 (bron: Het Nieuwe Instituut, VERHd89). Gevelbeschrijving De buitengevels van het pand zijn opgetrokken uit rode baksteen welke worden benadrukt door de lichtgele en lichtblauwe afwerking van vensters en kozijnen. De gevels bevatten een afwisseling in raamgrootte waardoor er een uniek karakter ontstaat. Vanwege de bijzondere vormgeving met gespiegelde delen rondom een gezamenlijke ontmoetingsruimte bevat het pand een veelvuldigheid aan gevels en zijn er hoeken van verschillende graden terug te vinden. Deze worden benadrukt door een hoekafwerking waarbij delen van de bakstenen uitsteken. Iedere gevel wordt gekenmerkt door een lichtgele gootlijst, op sommige plaatsen in combinatie met een dakoverstek met klossen. De school heeft geen centrale ingangspartij, aangezien de school langs meerdere zijden betreden kan worden. De lichtgele kleurstelling is gebruikt voor de kozijnen terwijl de blauwe kleurstelling beweegbare gevelonderdelen (deuren en ramen die te openen zijn) benadrukt. Naar waarschijnlijkheid is de gele en blauwe kleurstelling niet origineel. Middels kleurhistorisch onderzoek kan dit eventueel verder onderzocht worden. De vensters en kozijnen verschillen rondom de gevel van afwerking. Soms is er gewerkt met stopverf, soms wordt er gebruik gemaakt van glaslatten. Hieruit blijkt dat er aanpassingen zijn doorgevoerd.
Onder de vensters zijn bakstenen waterslagen aangebracht. Aan de speelruimte/gymzaal bevindt zich een overkapping, welke het gebouw met speelplein verbindt.
Interieur: De binnenmuren van het pand zijn opgetrokken uit een combinatie van grijze betonsteen en rode baksteen. De ontmoetingsruimte wordt overkapt door een expressieve koepel die bestaat uit een complexe balkenconstructie die in het zicht is gelaten. De kap zorgt voor een hoog plafond in de ontmoetingsruimte met openingen waardoor daglicht naar binnen kan komen. Een vierkante lantaarn is het sluitstuk van de kap van de centrale hal. Ook bij de klaslokalen en de extra ruimtes is de kapconstructie in het zicht gelaten. De houten spanten, ringgordingen, kilkepers en daksporen dragen bij aan de sfeer van het pand. Kenmerkend in het interieur zijn onder andere de nissen in de overgangsruimte welke voor verschillende doeleinden gebruikt kunnen worden. Vroeger bevatten deze nissen ‘vensters’ waardoor naar de centrale hal gekeken worden, maar momenteel zijn deze grotendeels dichtgezet. Het interieur van de toiletgroepen is nog intact. Deze zijn vormgegeven met karakteristieke groene wandtegels, welke ook terug te vinden zijn bij de wasbakken in de klaslokalen. Opvallend detail: de deuren bij de verschillende toiletgroepen verschillen in hoogte voor kinderen en docenten. Wanneer we op kleiner niveau naar het interieur kijken zien we dat vele elementen nog in originele staat zijn. Dit betreft onder andere paneeldeuren en hang- en sluitwerk.
Terreininrichting: Jan Verhoeven heeft tijdens het ontwerp van de Vuurvogel ook direct de terreininrichting ontworpen. Het ontwerp hiervoor was in gezamenlijkheid met de nooit uitgevoerde Oecumenische school ontworpen en bevatte moestuinen, speelpleinen en in hoogte variërende bomen. In de huidige situatie zijn veel van deze terreinelementen nog aanwezig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de achthoekige zitkuil met zandbak welke deels afgeschermd wordt door een muurtje. Ook de muurtjes bij de fietsenrekken welke op basis van zes- en achthoeken zijn vormgegeven en de indeling van de tuintjes bij de lokalen zijn nog naar origineel ontwerp. Invloed structuralisme Het structuralisme is een bouwstijl uit de tweede helft van de twintigste eeuw en ontstond als reactie op het functionalisme uit de Wederopbouw. Gebouwen die volgens structuralistische principes zijn opgebouwd bestaan uit verschillende eenheden die samen een structuur vormen. De menselijke maat staat daarbij voorop. Andere kenmerken zijn het spelen met de grens tussen binnen en buiten en het multifunctionele gebruik van ruimtes. In de Vuurvogel zijn verschillende structuralistische karakteristieken terug te vinden. Bijvoorbeeld in de modulaire plattegrond met een basisstramien van geometrische vormen dat wordt herhaald.
Ook de overgang tussen binnen en buiten is zichtbaar middels de vele toepassing van glas en de zichtlijnen van de centrale ruimte naar de lokalen en het plein. Bovendien bevat elk lokaal een deur die toegang geeft tot het plein en de groenvoorziening rondom de school waardoor binnen en buiten aan elkaar gekoppeld worden. In het structuralisme staat de mens en de onderlinge ontmoeting centraal. De opzet van de plattegrond met de centrale ruimte is hier een goed voorbeeld van. Bovendien past deze centrale ruimte binnen de multifunctionele karakteristiek van het structuralisme. Het belang van de menselijke maat wordt benadrukt in de hoogte van de deuren van de toiletgroepen welke voor kinderen lager zijn dan voor de docenten.
Invloed Jenaplan-gedachte: Jenaplan is een vorm van vernieuwingsonderwijs ontstaan in de jaren ’20 van de twintigste eeuw waarbij het kind centraal staat en de ruimte geboden wordt om zich zelfstandig en breed te ontwikkelen. Het kind dient gestimuleerd te worden om geestelijk te groeien. Jenaplanonderwijs hanteert een indeling in stamgroepen (onderbouw, middenbouw en bovenbouw) bestaande uit twee of drie leerjaren. Gesprek, werk, spel en viering zijn de belangrijkste kenmerken van de onderwijsstructuur. De Vuurvogel is het eerste schoolgebouw in Nederland dat volledig volgens de principes van het Jenaplanonderwijs is neergezet. Gesprek, werk, spel en viering worden dan ook door het ontwerp gestimuleerd. Gesprek kan op verschillende manieren plaatsvinden, individueel, in groepen en in een kringgesprek. De meerhoekige vorm van de klaslokalen van de Vuurvogel zorgen ervoor dat er gemakkelijk een kring gecreëerd kan worden terwijl de nissen in de centrale hal uitnodigen om in kleiner verband te overleggen. Dankzij de plattegrond van de Vuurvogel ontstaan er verschillende geborgen werkruimtes voor variërende groepsgroottes waardoor ieder kind op zijn of haar eigen manier kan werken. Het element spel is terug te vinden in de speelruimte en het plein welke door Verhoeven zijn mee-ontworpen.
Het laatste kenmerk van het Jenaplanonderwijs, de viering, is terug te vinden in de grote centrale ruimte. Deze ontmoetingsruimte kon gemakkelijk ingezet worden als locatie voor vieringen en optredens. Het Jenaplanonderwijs heeft dus een belangrijke stempel gezet op de architectuur, waarbij het kind een centrale plek heeft gekregen in het ontwerp. De architect en zijn oeuvre: Jan Verhoeven groeide op in Amersfoort. Zijn vader J.A. Verhoeven (1895-1971) had een eigen Warmte- en Elektronisch adviesbureau die veel samen werkte met architecten. In 1950 begon Verhoeven aan zijn studie tot architect. Hierbij werd hij onder andere opgeleid door architect Aldo van Eyck (1918-1999). In 1959 trouwde Jan Verhoeven met Eva Wensing (1927-2011). Zij heeft vervolgens altijd meegewerkt in het architectenbureau van haar man. In 1966 verhuisden ze naar het door Jan Verhoeven ontworpen huis Park Weldam in Hoevelaken. Verhoeven hield zich gedurende zijn carrière vooral bezig met woonhuizen en woningbouwcomplexen. Vanaf begin jaren zeventig begon Verhoeven ook scholen te ontwerpen. In totaal ontwierp Verhoeven 10 scholen, 2 daarvan waren bestemd voor Jenaplanonderwijs. De basisprincipes die hij in zijn woningbouwcomplexen toepasten, met individuele delen rond een centrale ontmoetingsplek, keerden ook in zijn schoolontwerpen terug.
Ook het gebruik van bovenlichten met grote ramen, expressieve houten dakconstructies en ruimten van verschillende hoogtes zijn kenmerken die in zijn gebouwen terugkomen. Kenmerkend voor zijn ontwerpen was bovendien het gebruik van traditionele materialen, baksteen, houten constructiedelen en dakpannen. Het oeuvre van Jan Verhoeven behoort samen met dat van architecten als Aldo van Eyck Piet Blom en Herman Hertzberger tot de belangrijkste erfenis van het structuralisme in Nederland.
Waardestelling Architectuurhistorische waarden: • De voormalige basisschool de Vuurvogel uit 1978 is van belang als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een structuralistisch schoolgebouw gebouwd voor het Jenaplanonderwijs. • De school is vanuit architectuurhistorisch oogpunt van waarde vanwege de detaillering van zowel interieur als exterieur. • De opvallende structuur van het schoolgebouw is gedurende de afgelopen decennia niet aangetast. Tevens bevinden zich nog een aantal specifieke interieurelementen in de school uit de bouwtijd, waaronder karakteristieke paneeldeuren, de toiletruimten en de wasbakken in de lokalen. Ook hang- en sluitwerk uit de bouwtijd is in nog in de school aanwezig. • De school is van belang als voorbeeld van scholenbouw binnen het oeuvre van de architect Jan Verhoeven uit Hoevelaken. Het ontwerp is qua opzet, detaillering en materiaalgebruik karakteristiek voor het oeuvre van Verhoeven. • De school is van belang als exemplarisch voorbeeld van het structuralisme, een voor de periode 1960-1990 kenmerkende bouwstijl. Stedenbouwkundige waarden: • De school met bijbehorende terreinaanleg is van waarde voor de planmatig ontworpen uitbreidingswijk “Maldens Veld” uit de jaren ’70 van de twintigste eeuw in Malden. De school heeft bijgedragen aan de ontwikkelingen in de buurt en bepaald in hoge mate het beeld ter plaatse, mede door de unieke vormgeving.
• De school staat in relatie tot de omgeving en omgrenzende bebouwing. Dankzij het open karakter van de school en het grote speelplein vindt er een wisselwerking plaats tussen de school en de wijk. Algemeen historische waarden: • De school is voor belang voor de geschiedenis van het basisonderwijs in de gemeente Heumen in het algemeen en voor de geschiedenis van het Jenaplanonderwijs in het bijzonder. De Vuurvogel is als eerste in Nederland volledig opgezet volgens het Jenaplanconcept. Gaafheid/herkenbaarheid: • De hoofdvorm, gevelindeling, ruimtelijke indeling en materiaalgebruik zijn nog intact. De latere toevoeging van de uitbouw doet geen afbreuk aan het karakter van de school. Het uiterlijk ten opzichte van de buurt is hierdoor niet aangetast. Zeldzaamheid: • De school vormt een bijzonder bewaard gebleven en zeldzaam voorbeeld van een structuralistische Jenaplanschool uit de jaren ’70 binnen de gemeente Heumen. De school heeft tevens betekenis op provinciaal niveau als een van de weinige voorbeelden van door Jan Verhoeven gebouwde scholen en tevens als een van de weinige zuiver structuralistische schoolgebouwen in Gelderland.
Conclusie Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de voormalige school De Vuurvogel op basis van architectuurhistorische, stedenbouwkundige en historische criteria, gaafheid en zeldzaamheid voldoende waarden vertegenwoordigd om, inclusief de terreinaanleg, in aanmerking te komen voor plaatsing op de monumentenlijst van de gemeente Heumen. Behoud van het gebouw is nastrevenswaardig. Sloop van het gebouw betekent het verlies van betekenisvol erfgoed van kwaliteit.
De Vuurvogel gezien vanaf de Veldsingel.
De rechterzijde van de school gezien vanaf het speelplein.
Hoekdetail exterieur.
Centrale ontmoetingsruimte.
Balkenplan centrale ontmoetingsruimte.
Toiletgroep met originele tegels en deuren.
Klaslokaal (nu in gebruik als woning).
Balkenconstructie gymzaal/speelruimte.
Gymzaal/speelruimte.
Deur met originele deurhendel.
Speelplein met zandbak en zitkuil aan de rechterzijde.
Bronvermelding -
Zahle, M., Jan Verhoeven (1926-1994): exponent van het structuralisme, Rotterdam (Stichting BONAS) 2012. Beschrijving archief Jan Verhoeven ‘Verhoeven, J. (Jan) / Archief’ , Rotterdam (Het Nieuwe Instituut) 2000 Boersma, Tjeerd, Ton Verstegen, Herman van Bergeijk, Nederland naar school: twee eeuwen bouwen voor een veranderend onderwijs, Rotterdam (NAi Uitgevers) 1996. Ton Verstegen (red.), Een traditie van verandering: De architectuur van het hedendaagse schoolgebouw, Rotterdam (NAi Uitgevers) 2008.