Wk42 C 3 4
Tekst van het document
VOORSTEL BRIEF NPVR AAN BZK Geachte mevrouw Goezinne,
De regio Noord- en Oost-Groningen is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aangewezen als één van de elf regio’s in het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). De afgelopen maanden hebben wij als regio zowel bestuurlijk als ambtelijk met BZK gesproken over het programma en de insteek die we daarbij voor ogen hebben. We zijn blij dat er vanuit BZK instemmend is gereageerd op ons voorstel om, vanwege de afwijkende omstandigheden in onze regio in verband met Nij Begun en andere lopende programma’s, de gevraagde regio-agenda iets anders te interpreteren en aan te pakken dan de overige deelnemende regio’s. In de kamerbrief d.d. 9 september geeft minister Rijkaart een stand van zaken over het NPVR. Naar aanleiding van deze kamerbrief informeren we u over de voortgang van het programma in onze regio. Dit omdat de regio Noord- en Oost-Groningen een andere start van het traject kende en omdat de insteek in onze regio afwijkt van de overige regio’s. Deze feiten leiden tot een ander plan van aanpak waarin we gezamenlijk, Rijk én regio, gaan werken aan een scherpe analyse en een handelingsperspectief voor behoud en versterking van de basisvoorzieningen in onze regio. Onze aanpak Het NPVR gaat uit van regio-agenda’s, waarbij de opgave in de regio in beeld wordt gebracht en de regio samen met het Rijk een ontwikkelagenda opstelt.
BZK heeft, voor een periode van drie jaar, procesmiddelen beschikbaar gesteld om deze regio-agenda’s op te stellen. Wat betreft het opstellen van een regio-agenda kiezen Noord- en Oost-Groningen voor een andere aanpak. Noord- en Oost-Groningen is een plattelandsregio met heel veel verschillende kleine en (middel)grote kernen. In de regio komen verschillende opgaven op het gebied van leefbaarheid en brede welvaart samen. De opgaven voor onze regio zijn deels al in beeld gebracht door onze Regio Deals en Nij begun. Bijbehorende middelen zijn ook beschikbaar, maar zowel de Regio Deals als de Agenda’s van Nij begun zijn bedoeld om een ‘plus’ te genereren. Wat betreft inhoud noch middelen zijn ze bedoeld om structureel een basaal niveau aan voorzieningen te waarborgen. Voorzieningen zoals als sport, bereikbaarheid, veiligheid en (ouderen)zorg hebben te lijden onder bezuinigingen, terwijl de behoefte aan deze voorzieningen in een regio als de onze steeds verder toeneemt. Wij willen het NPVR inzetten om een concrete analyse te maken van de opgave die de overheden hebben om te voorzien in een basaal niveau van basisvoorzieningen. Vervolgens gaan Rijk en regio, op basis van die analyse, het gesprek aan over beleids- en financieringslogica in onze regio.
Dat gesprek moet leiden tot maatwerk; regiospecifieke afwegingen en afspraken voor ontwikkeling, behoud en beheer van basisvoorzieningen voor onze inwoners en ondernemers. De regio gelooft in een structurele verandering van de samenwerking. Het NPVR zien wij als een uitgelezen mogelijkheid om structureel iets te doen aan het behoud en de versterking van onze basisvoorzieningen. Niet in de vorm van een nieuw programma of plan dat gericht is op ‘de plus’, maar als verandering in de wijze waarop Rijk en regio samenwerken en de wijze waarop het Rijk bepaalde beleids- en financieringskeuzes maakt. Een regio-agenda voor Noord- en Oost-Groningen In de regio-agenda die wij gaan opstellen zullen we dus inhoudelijk aansluiten bij de opgaven die eerder in beeld zijn gebracht en aanvullend daarop willen wij de regio-agenda laden met een concrete analyse van de opgaven die rijk en decentrale overheden hebben om te voorzien in een basaal niveau van voorzieningen in onze regio. Voor deze analyse zullen wij samenwerken met onderzoekers van kennisinstellingen als de RUG. Op basis van de resultaten van deze analyse willen wij met het Rijk
komen tot een handelingsperspectief dat concreet zicht biedt op waarborging van een basaal niveau aan voorzieningen waarop de Agenda’s van Nij begun kunnen bouwen om in onze regio tot een met de rest van Nederland vergelijkbaar niveau van brede welvaart te komen. We verwachten de analysefase af te kunnen ronden in het voorjaar van 2026 en dan samen afspraken te kunnen maken over de invulling van het vervolgproces. Tot slot De voornoemde kamerbrief van 9 september, waarin opnieuw aandacht wordt gevraagd voor de regionale verschillen en waarin diverse voorbeelden worden genoemd waarmee recht gedaan kan worden aan die verschillen (Realisatiestimulans, MIRT, Rural Proofing en onderzoek door het OESO) geeft ons het vertrouwen dat wij met onze aanpak, ook in de komende kabinetsperiode, op de samenwerking en steun van alle departementen, en in het bijzonder het ministerie van BZK, kunnen rekenen. Wij zien daarom uit naar uw bezoek aan onze regio op 5 november.
Met vriendelijke groet, mede namens de colleges van burgemeester en wethouders van Het Hogeland, Oldambt, Veendam, Pekela, Stadskanaal en Westerwolde.
Ben Visser Burgemeester gemeente Eemsdelta