CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

Wk30-35 C 3 1

Raadsvergadering 4 oktober 2023, gemeente HetHogelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wagenborg Stevedoring B.V. T.a.v. de heer E. Wagenborg Postbus 14 9930 AA DELFZIJL

1 september 2023

Datum: Kenmerk:

z.hhl.078741

Onderwerp:

Melding / gedoogbeslissing

Geachte heer Wagenborg, Op 10 augustus 2023 heeft BMD Advies namens u een verzoek ingediend om binnen uw inrichting, Wagenborg Stevedoring B.V., op de locatie geleden aan de Eemshornweg 1-3 en 9-10 te Eemshaven bedrijfsmatige activiteiten te gedogen die samenhangen met de berging van het zwaar beschadigde schip "Fremantle Highway". In deze brief reageren wij op dit verzoek. 1. Achtergrond verzoek Op 25 juli 2023 brak een brand uit op het vrachtschip varend onder de naam "Fremantle Highway". Het schip was die dag vertrokken uit Bremerhaven richting Port Said om via het Suezkanaal naar de eindbestemming Singapore te varen. In de nacht van 25 op 26 juli 2023 brak er aan boord brand uit. De brand heeft ervoor gezorgd dat het schip zwaar beschadigd is geraakt en het schip de reis naar de eindbestemming niet meer kon voortzetten. De eerste dagen na de brand is het schip constant gemonitord door diverse deskundigen van de bergers, zoals scheepsbouwkundigen, experts op het gebied van gevaarlijke stoffen, brandbestrijders en nautische specialisten. Dit hebben zij in samenwerking met experts van Rijkswaterstaat en de Kustwacht uitgevoerd. Na een aantal dagen is het schip versleept naar een tijdelijke locatie op 16 km boven Schiermonnikoog en Ameland. Deze locatie zorgde voor een betere uitgangspositie, die past bij verschillende vervolgscenario's en de verwachte weersomstandigheden.

Met het verslepen van het schip naar een tijdelijke locatie is voorgesorteerd op een volgende stap in het bergingsproces. Op deze tijdelijke ankerplaats is de situatie opnieuw bekeken en is gezocht naar een mogelijke en beschikbare haven om het schip verder naar te verslepen. In de haven zullen dan vervolgstappen plaatsvinden in het bergingsproces. Op 2 augustus 2023 heeft, na overleg met alle betrokken partijen, minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat besloten dat het vrachtschip "Fremantle Highway" naar de Eemshaven zou worden gesleept. De Eemshaven was hiervoor de meest geschikte haven, gelet op de korte afstand (64 km), de aanwezige infrastructuur en faciliteiten die de haven biedt voor de vervolgstappen in de berging van het schip. In de haven ligt het schip veiliger en kan de lading gelost worden. Door de sleepreis zo kort mogelijk te houden zijn ook risico's door ---------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 1/12

bijvoorbeeld verslechterde weersomstandigheden beperkt. Hiervoor is de Eemshaven door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als zogenoemde Port of Refuge, wat wordt gezien als uitwijkhaven voor schepen in nood. 2. Inhoud verzoek Op donderdag 3 augustus 2023 is het vrachtschip "Fremantle Highway" vervolgens naar de Eemshaven versleept en is hier vervolgens veilig aangelegd met als doel de volgende stappen in het bergingsproces hier te kunnen uitvoeren. Deze stappen zijn erop gericht om het vrachtschip "Fremantle Highway" vertrek-gereed te maken zodat het schip veilig naar een andere locatie kan worden gesleept. Het vertrek-gereed maken houdt in, voor zover de gegevens nu bekend zijn, vanwege de stabiliteit van het schip en het voorkomen van het opnieuw uitbreken van brand (herontsteking van de lading), dat: - Stof (roet en as) wordt verwijderd van de dekken 1 t/m 5 om veilig te kunnen werken en contaminatie van de omgeving te voorkomen. - Gecontamineerd (vervuild) koel-/bluswater wordt verwijderd. - De lading van de dekken 1 t/m 4 (onderste dekken) wordt verwijderd. - De verwijderde lading in een mobiele wasinstallatie wordt gewassen die voor deze werkzaamheden tijdelijk wordt geplaatst. - De lading vervolgens wordt onderverdeeld in verschillende klassen, variërend van product tot afvalstof, wat bepalend zal zijn voor de wijze van afvoer.

- Van het schip verwijderde lading zal tijdelijk worden gestald binnen de inrichting alvorens de lading wordt afgevoerd. - Brandstof en stookolie worden verwijderd. Dit houdt in dat er sprake is van de volgende milieurelevante activiteiten: - Het afvoeren van afvalstoffen: autowrakken, gecontamineerd koel-/bluswater, waswater uit de mobiele wasinstallatie, brandstof (zware olie en gasolie). - Het aanwezig hebben en gebruiken van een mobiele wasinstallatie. - Het aanwezig hebben en gebruiken van scrap-containers en dompelcontainers. Voor een groot deel passen de uit te voeren activiteiten binnen de kaders van de vigerende omgevingsvergunning voor de inrichting Wagenborg Stevedoring B.V. (hierna: Wagenborg). Er zal echter ook sprake zijn van activiteiten die niet (volledig) binnen de kaders van de omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd. Voor deze activiteiten wordt gevraagd om deze activiteiten uiterlijk tot 15 oktober 2023 te gedogen aan de kade van de inrichting van Wagenborg Stevedoring B.V. (zie tekening "ligging van de Fremantle Highway", die is opgenomen in bijlage 1, Tekeningen van de Toelichting bij de aanvraag gedoogbeschikking Wagenborg Stevedoring B.V., opgesteld op 10 augustus 2023 door BMD Advies).

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 2/12

3. Juridisch kader Vigerende vergunning Voor uw inrichting is op 17 februari 2016 een revisievergunning met kenmerk WABO-2015-0245 verleend voor de volgende activiteiten: • Op- en overslag van Refuse Derived Fuels (RDF) (maximaal 20.000 ton); • Ontmanteling van boorplatforms; • Assembleren van offshore windturbines; • Opslag van offshore materieel; • Onderhoud van onderdelen van offshore materieel; • Afgifte van brandstof aan varend materieel waaronder eigen sleepdiensten en schepen van derden. Op 17 maart 2022 is een veranderingsvergunning Wabo met kenmerk Z.HHL.020501 verleend. In deze veranderingsvergunning worden de volgende activiteiten vergund: • Overslag van containers met vervuilde grond of (niet) teerhoudend afval; • Op- en overslag van goederen ten behoeve van afbouw (cruise)schepen. Strijdigheid Het aanvoeren van de genoemde afvalstoffen (autowrakken, gecontamineerd koel-/bluswater, waswater uit de mobiele wasinstallatie, brandstof), het aanwezig hebben en gebruiken van een mobiele wasinstallatie en het aanwezig hebben en gebruiken van scrap-containers en dompelcontainers is niet aan u vergund. U heeft aangegeven dat het gaat om activiteiten van tijdelijke aard die het gevolg zijn van een zeer uitzonderlijke overmacht situatie die uiterlijk tot 15 oktober 2023 zullen plaatsvinden.

Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), is het verboden zonder omgevingsvergunning een inrichting op te richten, te veranderen of in werking te hebben. De hierboven genoemde activiteiten, zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning in werking is, zijn in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. Bevoegdheid tot handhaving Ingevolge artikel 2.4 van de Wabo zijn wij met betrekking tot uw inrichting bevoegd gezag ten aanzien van toezicht en de bestuursrechtelijke handhaving van het voorgeschrevene in de Wabo. Wij zijn, ingevolge artikel 125 van de Gemeentewet, gelezen in samenhang met artikel 5.2 eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien de last dient tot handhaving van regels ten aanzien waarvan het wij bevoegd gezag zijn. Op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 3/12

Beginselplicht handhaving Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van een (dreigende) overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan, dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Het bestuursorgaan mag alleen onder bijzondere omstandigheden van het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom afzien. Beleid Door ons, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland, is op 28 september 2021 in het VTH-beleidsplan een gedoogstrategie vastgesteld. Volgens vaste jurisprudentie zijn bestuursorganen in beginsel - behoudens bijzondere omstandigheden verplicht om handhavend op te treden. In de jurisprudentie en in ons beleid worden als bijzondere omstandigheden genoemd: 1. Overgangssituaties: In sommige gevallen kan met zekerheid worden aangenomen dat een vergunningsaanvraag wordt gehonoreerd, in deze gevallen is er uitzicht op legalisatie van de overtreding. 2. Overmachtssituaties: In het geval van een noodsituatie kan er sprake zijn van overtredingen die worden gedoogd, onder voorwaarde dat de noodsituatie niet is veroorzaakt door de overtreder. 3. Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel: Situaties waarin bij handhaving het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel wordt geschonden.

In deze gevallen kunnen er toezeggingen zijn gedaan over het toestaan van een overtreding door de gemeente. 4. Onevenredigheid: In sommige gevallen kan handhaven een disproportionele werking hebben, bijvoorbeeld wanneer een sanctiemethode te zwaar is voor een bepaalde overtreding. Door in situaties waar handhavend optreden onevenredig is te gedogen - onder de condities van een beperking in tijd, omvang en onder voorschriften - volgen wij ons beleid en volgen wij de mogelijkheden die in de rechtspraak voor gedogen worden gegeven. 4. Overwegingen en belangenafweging ten aanzien van de gedoogsituatie Wij - en de wetgever - zijn van mening dat gedogen als regel geen aanbeveling verdient en moet worden voorkomen. In dit geval vinden wij echter dat gedogen past binnen de grenzen die aan gedogen worden gesteld. Er is sprake van een tijdelijke overtreding die, kijkend naar het beleid, kan worden aangemerkt als een overmachtssituatie en een situatie waarover kan worden geconcludeerd dat handhavend optreden onevenredig is. De Eemshaven is aangewezen door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als Port of Refuge. Het schip is in eigendom bij een Japanse Rederij. Door de aanwijzing van de Eemshaven als Port of Refuge dient het schip in nood een plek te worden geboden. Er is gelet hierop sprake van een noodsituatie die niet door Wagenborg is veroorzaakt.

Ook kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een dermate uitzonderlijke situatie, dat het belang van een --------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 4/12

zo zorgvuldig en veilig mogelijke bergingsoperatie voorop staat. Daarnaast worden potentiële milieugevolgen ingekaderd door de aanwezigheid van beperkingen in omvang en duur van de overtreding en de aanwezigheid van voorwaarden en rechtstreeks werkende regels op de betreffende activiteiten. Wij zijn van mening dat, gelet op de bovenstaande overwegingen, het in deze situatie niet redelijk is om handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. Voorwaarden Het bevoegd gezag kan voorwaarden aan een gedoogbeslissing verbinden. Zo worden de belangen, die op zichzelf voor handhaving pleiten, maar niet doorslaggevend kunnen zijn, toch zo goed mogelijk gewaarborgd. Het bestuursorgaan heeft bij het gedogen beleidsvrijheid ten aanzien van het verbinden van voorwaarden. Indien de onder "2. Inhoud verzoek" genoemde activiteiten plaatsvinden conform de werkwijze zoals in de onderstaande voorwaarden beschreven is, kan dit op een veilige en verantwoorde wijze plaatsvinden. De opgenomen voorwaarden zijn vergelijkbaar met voorschriften, die ook aan een omgevingsvergunning voor deze activiteit zullen worden verbonden. 5. Activiteit overstijgende risico's Potentieel brandrisico Binnen het schip vindt onderzoek plaats naar de oorsprong, de uitbreiding en de gevolgen van de brand.

Volgens het bergingsplan wordt de rijdbare lading en lading die nog risico’s met zich meebrengen uit het schip gehaald zodat het schip klaar is voor een veilig vervolg. Voertuigen die nog kunnen rijden worden uit het schip gereden. Op het terrein van het bedrijf worden containers geplaatst gevuld met water. Voertuigen die betrokken zijn bij een incident vormen een specifiek brandrisico. In het geval van het alsnog ontstaan van een brand (thermal runaway) in een elektrisch aangedreven voertuig kan dit voertuig in een gereedstaande dompelcontainers worden geplaatst. Een dompelcontainer heeft een groot koelend effect waardoor de temperatuur wordt teruggebracht en de lithium-ion batterij volledig wordt ontladen waardoor het brandrisico wordt weggenomen. Accu's (energiedragers) die gedemonteerd worden, worden in speciale bakken gezet en afgevoerd conform publicatiereeks gevaarlijke stoffen 'Lithium-houdende energiedragers: Opslag' (PGS 37-2). De brandstoffen en stookolie van het schip worden overgeslagen op een ander schip (debunkeren). Het debunkeren wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiervoor een bunkervergunning heeft waarin veiligheidseisen zijn opgenomen. Een bunkervergunning is geregeld in het Havenverordening Groningen Seaports 2022.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 5/12

Lucht, geur In het schip zijn na de brand overblijfselen van voertuigen en onverbrande deeltjes in de vorm van roetdeeltjes en as achtergebleven. Om emissies en verontreiniging van de omgeving te voorkomen wordt het schip ontdaan van de roet en as. Het stof wordt via gesloten systemen onder vacuüm weggezogen door een vacuümwagen en afgevoerd naar erkende verwerkers. De vacuümwagen beschikt over een stofafscheidingssysteem waarin meerdere filters zijn geïnstalleerd om stof naar de buitenlucht te voorkomen. Geur wordt veroorzaakt door aerosolen en gassen, dit zijn kleine deeltjes die uit een stof verdampen. Tijdens de brand is een grote variatie van stoffen vrijgekomen zoals koolmonoxide, metaaloxiden en stof. (Gas)deeltjes vallen tijdens een brand neer of kunnen zich hechten aan materialen. Met het afzuigen van het as en stof verdwijnt een groot deel van de brandlucht. Verder verwachten wij dat de activiteiten en het schip niet tot geurhinder leiden. 6. Overwegingen activiteiten Afvalstoffen Van het schip zullen afvalstoffen worden afgevoerd. De autowrakken worden in scrapcontainers overgebracht en afgevoerd naar erkende verwerkers. Hierbij is er geen rekening mee gehouden dat autowrakken op het schip blijven. Gecontamineerd koel-/bluswater wordt overgepompt in een ander schip en afgevoerd dan wel via tankwagens afgevoerd.

Het waswater uit de mobiele wasinstallatie wordt apart opgevangen en afgevoerd naar een erkende inzamelaar. Mocht een dompelcontainer worden gebruikt, dan zal het water in de container afgevoerd worden als gevaarlijk afval. Het aanwezig hebben en gebruiken van een mobiele wasinstallatie. De auto's die van het schip afkomen, worden gewassen in een mobiele wasstraat. Een mobiele wasinstallatie moet een voldoende bodembeschermende werking hebben zodat vloeistoffen niet in de bodem kunnen geraken. Voorwaarden hiervoor staan in paragraaf 3.3.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de regeling. Het voldoen aan deze voorwaarden voorkomt bodemverontreiniging. Het spoelwater mag niet in het riool, grond- en oppervlaktewater terechtkomen en moet apart worden opgevangen. Voor deze activiteit dient aan de voorschriften van paragraaf 3.3.2 van het Activiteitenbesluit en -regeling te worden voldaan. Deze regels zijn rechtstreeks werkend en worden daarom niet als voorwaarden aan deze gedoogbeslissing verbonden. Bodem In de vigerende revisievergunning, kenmerk WABO-2015-0245, d.d. 17 februari 2016, zijn de bodemsituatie van het bedrijf en de bescherming van de bodem beschreven. Voor de activiteiten die verzocht zijn te gedogen, gelden de voorschriften van deze revisievergunning.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 6/12

Beslissing gedogen Wij beslissen daarom om niet handhavend optreden tegen het uitvoeren van de volgende activiteiten zonder daartoe vereiste omgevingsvergunning voor de activiteit bedoeld in artikel 2.1, eerste 1, aanhef en onder e van de Wabo: Het aanvoeren van afvalstoffen: autowrakken, gecontamineerd koel-/bluswater, waswater uit de mobiele wasinstallatie, brandstof (zware olie en gasolie). Het aanwezig hebben en gebruiken van een mobiele wasinstallatie. Het aanwezig hebben en gebruiken van scrap-containers en dompelcontainers. Volgens vaste jurisprudentie dient de gedoogbeslissing gebonden te zijn aan een termijn. Het gedogen heeft een tijdelijk karakter, omdat er anders sprake kan zijn van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De gedoogtermijn dient zo kort mogelijk te zijn. Voor de onderhavige situatie achten wij, gelet op het door BMD Advies namens u ingediend verzoek tot gedogen, een gedoogtermijn tot uiterlijk 15 oktober 2023 een passende termijn. Hierna zal de gedoogbeslissing haar geldigheid verliezen.

Overige opmerkingen Naast de gedoogbeslissing en voorwaarden daarbij blijven de revisievergunning 17 februari 2016 met bijbehorende voorschriften, de omgevingsvergunning van 17 maart 2022 met bijbehorende voorschriften en voorschriften, die volgen uit rechtstreeks werkende regelgeving, ten aanzien van uit te voeren activiteiten en het drijven van de inrichting, onverkort gelden. De uitoefening van de gedoogde activiteiten vindt geheel voor uw eigen risico plaats. Deze beslissing heft de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van de gedoogde activiteiten niet op. Het gedogen geldt alleen voor zover het onze handhavingsbevoegdheid betreft. Deze gedoogbeslissing laat de zelfstandige handhavingsbevoegdheden van andere organen, zoals onder meer de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie, onverlet. In het geval u handelt in strijd met de gedoogvoorwaarden, zijn wij gehouden te overwegen de gedoogbeslissing in te trekken en alsnog handhavend op te treden tegen het feit dat er activiteiten plaatsvinden zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning in werking is. Vanwege het feit dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat gedoogbeslissingen niet met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld kunnen worden, kan er tegen gedoogbeslissingen geen bezwaar worden gemaakt en geen beroep worden ingesteld.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 7/12

Publicatie en kennisgeving Wij sturen een afschrift van deze gedoogbeslissing aan een aantal andere partijen die ook betrokken (kunnen) zijn bij uw activiteiten. Daarnaast maken wij de gedoogbeslissing bekend in de Ommelander Courant en de website en sociale mediakanalen van de gemeente. Tot slot Heeft u naar aanleiding van deze brief nog vragen of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen met de heer S. Knoop van de Omgevingsdienst Groningen via telefoonnummer: 0598 - 788434.

Met vriendelijke groet,

College van burgemeester en wethouders van gemeente Het Hogeland,

H.J. Bolding Burgemeester

P.P.M. van Vilsteren Gemeentesecretaris

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 8/12

Gedoogvoorschriften

1.

Algemeen

1.1

Een ongewoon voorval als bedoeld in hoofdstuk 17 van de Wet milieubeheer moet zo spoedig mogelijk telefonisch worden gemeld aan Omgevingsdienst Groningen via het telefoonnummer: 050-318 00 00.

2.

Op- en overslag van afvalstoffen

2.1

De opslag van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze plaatsvinden. De afvalstromen van (vloeibare) gevaarlijke afvalstoffen en niet-gevaarlijke afvalstoffen moeten gescheiden van elkaar worden gehouden en worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

2.2

De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging buiten de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden getroffen om deze verontreiniging te verwijderen.

2.3

De verpakking van gevaarlijk afval moet zodanig zijn, dat: a. niets van de inhoud uit de verpakking kan ontsnappen; b. het materiaal van de verpakking niet door gevaarlijke stoffen kan worden aangetast, dan wel met die gevaarlijke stoffen een reactie kan aangaan dan wel een verbinding kan vormen; c. deze tegen normale behandeling bestand is; d. deze is voorzien van een etiket, waarop de gevaarsaspecten van de gevaarlijke stof duidelijk tot uiting komen.

2.4

Afvalstoffen moeten zodanig gescheiden van elkaar worden opgeslagen dat de verschillende soorten afvalstoffen ten opzichte van elkaar geen reactiviteit kunnen veroorzaken. De opslag van autowrakken moeten gescheiden van andere afvalstoffen plaatsvinden.

2.5

Het overslaan van gevaarlijke (afval)stoffen van schip naar schip of van schip naar tankauto of vacuümwagen moet zodanig plaatsvinden dat de risico's voor de omgeving worden voorkomen, of wanneer dit niet mogelijk is tot een minimum worden beperkt en aanvaardbaar blijven. Om dit te waarborgen moeten de volgende voorzieningen aanwezig zijn en gebruikt worden: overvulbeveiliging; noodstop; wegrijdbeveiliging bij de tankauto en vacuümwagen en aarding van de vacuümwagen (ter voorkoming van statische oplading) en elektrisch geleide slangen. De koppelingen aan deze slangen dienen vonkarm te zijn. Daarnaast moeten de werkzaamheden die in het kader van de overslag plaatsvinden in een procedure zijn vastgelegd, waarin ten minste de onderstaande aandachtspunten zijn verwerkt: - De eisen ten aanzien van het te beladen c.q. te lossen schip c.q. tankauto; - De eisen ter voorkoming van statische oplading; - Het toezicht c.q. de verantwoordelijkheid tijdens de werkzaamheden; - Het gebruik van veiligheidsvoorzieningen;

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 9/12

-

De afvoer en de verwerking van opgevangen gemorst product (aftap- en lekvloeistof); - De wijze waarop de verspreiding van luchtverontreinigende stoffen (o.a. geur en - stof) wordt beperkt; - Bijhouden van logboek inzake overslaan van gevaarlijke afvalstoffen; - De bescherming van de laad-/ losplaats tegen aanrijdingen of vallende voorwerpen; - De getroffen voorzieningen tegen het onbedoeld verplaatsen van het voertuig; - In geval van overpompen van vloeistoffen in een tankauto of inzamelvaartuig: peilen van vloeistofniveau; - De eisen die gesteld worden aan de overpompslangen (keuringsfrequentie; visuele controle op deuken, breuken of scheuren die tot lekkage kunnen leiden). Deze procedures moeten op de inrichting dan wel op het inzamelvoertuig aanwezig zijn, moeten worden gehanteerd en moeten te allen tijde op verzoek van controlerende ambtenaren van het bevoegd gezag kunnen worden getoond 2.6

In de procedure, bedoeld in het vorige voorschrift, moeten ten aanzien van het laden en lossen van schepen ten minste de onderstaande aandachtspunten zijn verwerkt: - De wijze waarop gewaarborgd is dat het laden en lossen geschiedt onder toezicht zowel aan boord als op de steiger c.q. kade; - De wijze waarop tijdens het laden/lossen het nood(stop)systeem van de walinstallatie vanaf het schip in werking gesteld kan worden; - De wijze waarop tijdens het laden/lossen het nood(stop)systeem van het schip vanaf de wal in werking gesteld kan worden; - De wijze waarop controle plaatsvindt op lekkages direct na het starten van de overslag.

2.7

Afgeperste en goedgekeurde slangen moeten duidelijk zijn gewaarmerkt en van elke beproeving moet Wagenborg Stevedoring B.V. een gedagtekende omschrijving bijhouden in een hiertoe bijgehouden register.

2.8

De los- en laadvoorzieningen moeten geschikt zijn voor de (afval)stoffen die worden overgeslagen.

2.9

De los- en laadvoorzieningen moeten zodanig worden ondersteund, beschermd, bediend en opgeborgen, dat beschadiging hiervan wordt voorkomen.

2.10

De los- en laadvoorzieningen moeten op een goede staat worden gecontroleerd alvorens te worden gebruikt. Beschadigde en ongekeurde slangen mogen niet worden gebruikt en niet op overslagplaatsen aanwezig zijn.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 10/12

2.11

Indien los- en laadvoorzieningen na de overslag worden leeg gemaakt, moeten voorzieningen zijn aangebracht om ze leeg te laten stromen voordat ontkoppeling plaatsvindt. De vrijkomende stoffen moeten in een daartoe bestemd systeem worden opgevangen.

2.12

Niet in gebruik zijnde laad- en losvoorzieningen moeten met een afsluiter, of met een ten minste gelijkwaardige voorziening zijn afgesloten, zodat lekkage wordt voorkomen. Voor niet in gebruik zijnde laad- en losslangen is het als alternatief toegestaan dat de uiteinden van de laad- en losslangen boven een lekbak dienen te hangen die tegen inregenen is beschermd.

2.13

Voordat de overslag begint, moet het bedienend personeel zich ervan overtuigen dat de voor de overslag te gebruiken installatieonderdelen zodanig gereed zijn dat de te verpompen vloeistof alleen terecht kan komen op de daarvoor bestemde plaats.

2.14

De overslag moet door goed geïnstrueerd personeel worden uitgevoerd. Tijdens het overslaan moet ten minste een bedrijfsfunctionaris of de daartoe bevoegde en geïnstrueerde chauffeur van de tankwagen, op de laad- of losplaats aanwezig zijn, die in geval van storingen en/of onregelmatigheden onmiddellijk maatregelen moet treffen om het overslaan te (doen) stoppen.

2.15

Een voorziening (zoals een spill kit) moet voor onmiddellijk gebruik gereedliggen ten einde de effecten van een eventuele morsing op het oppervlaktewater te kunnen beperken.

2.16

Bij de opvang van afvalwater van de mobiele wasstraat moet het water worden opgevangen in een voorziening. Dit afvalwater mag niet worden geloosd op de riolering, het oppervlaktewater en in de bodem en moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

2.17

Nieuwe en ongebruikte energiedragers worden bij voorkeur verpakt opgeslagen in ADR-goedgekeurde verpakkingen. De opslag van stabiele gebruikte en/of beschadigde/defecte energiedragers moet wanneer opslag in een brandcompartiment niet mogelijk is, worden opgeslagen in een verpakking die voldoet aan de ADR verpakkingsinstructie P908 of LP904. De transportverpakking moet buiten worden geplaatst of in een apart opslagvak.

3.

Registratie

3.1

In de inrichting moet een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van alle overgeslagen (afval)stoffen het volgende moet worden vermeld: a. de datum van overslag; b. de aangevoerde hoeveelheid (kg of m³); c. de inzamelmiddelen waaruit of waarnaar is overgeslagen; d. de gebruikelijke benaming van de afvalstoffen;

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 11/12

e. de euralcode (indien van toepassing); f. het afvalstroomnummer (indien van toepassing). 3.2

In de inrichting moet eveneens een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van de afvoer van alle binnen de inrichting ontstane afvalstoffen het volgende moet worden vermeld: a. de datum van afvoer; b. de afgevoerde hoeveelheid (kg); c. de afvoerbestemming; d. de naam en adres van de afnemer; e. de gebruikelijke benaming van de (afval)stoffen; f. de euralcode; g. het afvalstroomnummer (indien van toepassing).

3.3

Tenminste twee dagen voor het afvoeren van een afvalstof, meldt de Wagenborg Stevedoring B.V. dit onverwijld aan het bevoegd gezag via het e-mailadres milieuklacht@od-groningen.nl. Deze mededeling bevat ten minste gegevens over a. de datum van afvoer; b. de afgevoerde hoeveelheid (kg); c. de afvoerbestemming; d. de naam en adres van de afnemer; e. de gebruikelijke benaming van de (afval)stoffen; f. de euralcode; g. het afvalstroomnummer (indien van toepassing).

4.

Opstellen materieel

4.1

De vacuümwagen en materieel moet zoveel mogelijk zodanig worden opgesteld dat stof niet uit het schip vrijkomt en zich over het werkterrein verspreidt. De slang voor het opzuigen van stof, is stofdicht. Bij het opzuigen van stof, roet en as mag geen verontreiniging van het terrein of het oppervlaktewater plaatsvinden. Vrijgekomen stof wordt direct verwijderd.

4.2

De vacuümwagen is voorzien van een zodanige filter dat stofverspreiding wordt voorkomen. Van de stofafscheidingsinstallatie (cycloonafscheider) van de vacuümwagen wordt de filter zo vaak als voor de goede werking nodig is, vervangen of schoongemaakt.

--------------------------------Postbus 26 9980 AA Uithuizen 088 345 8888

gemeente@hethogeland.nl

www.hethogeland.nl

Pagina 12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13274214/1