Wk22-23 B 2 1
Tekst van het document
Aan: Raad & College van B&W Het Hogeland, Postbus 26 9980 AA Uithuizen Vooruit per mail: via contactformulier, griffie@hethogeland.nl Groningen, 19 mei 2026, Betreft: Aanvraag monumentenstatus voor Stitswerderweg 28 te Stitswerd “Oud Zuidwenda” Geacht College en leden van de raad, Conform de erfgoedverordening van de gemeente Het Hogeland (2024) Artikel 3 verzoeken wij u het pand Stitswerderweg 28 te Stitswerd, ook bekend als “Oud Zuidwenda”, op te nemen in uw register van beschermde gemeentelijke monumenten. Aanleiding voor deze aanvraag is een verzoek van de eigenaar en de documentatie die ons sterkte in onze opinie over het belang van het pand en de plek voor de gemeente en ook ver daarbuiten. Wij zien de volgende gronden voor aanwijzing tot gemeentelijk monument. Situering Het complex is gelegen aan de Delthe of Usquerdermaar, circa 1,5 km ten zuidwesten van het wierdedorp Stitswerd en circa 3 km ten noorden van Onderdendam (Afbeelding 1). The Delthe is een gegraven afwateringskanaal dat noord-zuid loopt: van het moerasgebied in het zuiden naar de Fivel en de Waddenzee in het noorden. In de Middeleeuwen slibde de Fivelmond dicht en werden bedijkingen aangelegd. Daarnaast was het moeras zodanig ingeklonken dat extra maatregelen nodig waren. Waarschijnlijk werden om die redenen vele maren in de 13e eeuw rechtgetrokken om de afwatering te verbeteren.
Het feit dat de boerderij Zuidwenda in een bocht van de Delthe ligt wijst erop dat de plek al voor de aanleg ervan bewoond is geweest en dus van hoge ouderdom is (Afbeelding 2). Op de hoogtekaart (Afbeelding 3) is duidelijk te zien dat het terrein wat hoger ligt dan de omgeving. Ook komt de bijna rondom liggende gracht mooi in beeld. In het perceel direct ten oosten van de gracht lijken nog sporen te zijn van een andere gracht. Dit alles wijst op belang van de plek in het verleden. Geschiedenis (Zie ook: Wikipedia) Een paar kilometer ten zuidwesten van het wierdedorp Stitswerd, lag tot voor kort aan de waterloop de Delthe, een boerenplaats Zuidwenda, deels het overblijfsel van een kloostervoorwerk of uithof. Inmiddels is de grote schuur gesloopt en heeft de huidige eigenaar plannen met het gespaarde voorhuis en het terrein. Het voorwerk behoorde aan het Johannieterklooster of commanderij te Warffum. Te Zuidwenda zal toen al een paar eeuwen lang een boerderij hebben gestaan, geheel of deels gehuisvest in de oude kloosterbebouwing.
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Vooral in de 20e eeuw is er veel verbouwd en gebouwd op plek, een grote schuur en bijgebouwen o.a. een Romney nissenhut. Op de plek stond in de Middeleeuwen een voorwerk van de Johannieter commanderij Warffumerklooster. De geestelijke ridderorde ontstond in het Heilige Land als hospitaalorde, evenals de Tempeliers. De commanderij te Warffum was een nonnenklooster en was het grootste klooster van de orde in Nederland. Voorwerken lagen op afstand van het klooster op grond dat op enigerlei wijze was verkregen. Het waren hier meestal omgrachte, verhoogde terreinen die plaats boden aan één of meer gebouwen. Onder leiding van kloosterlingen bewerkten lekenbroeders en zusters het land. Het waren gemengde bedrijven waarvan de opbrengsten voor het klooster waren. Het is een fenomeen dat in Groningen veel voorkwam. Het klooster verwierf hier in 1284 omvangrijke bezittingen van de Abdij van Werden. Vermoedelijk hoorde het bij een omvangrijk landgoed, waartoe ook het nabijgelegen voorwerk Barghuis behoorde. Het lag op de wierde die omringd was door singels en grachten en had een eigen poortgebouw. Mogelijk lag er bij Zuidwende een brug over de Delthe om sneller bij de commanderij van Warffum te kunnen komen. Na de Reductie in 1594 werden de kerken overgedragen aan de protestanten en de kloostergoederen door de provincie geconfisqueerd en verpacht aan boeren.
In de 18e eeuw werden de landerijen verkocht, vaak aan de pachters. In de 19e eeuw was het uithofterrein nog deels intact blijkt uit een beschrijving van de in historie geïnteresseerde, alwetende schoolmeester J.G. Rijkens. Hij dacht dat er een klooster had gestaan en dat men aan de plaatselijke omstandigheid kon zien dat er iets van dien aard was geweest. Hij schreef: “de plattegrond is een regelmatig vierkant en nog gedeeltelijk van eene gracht omringd; het overige van de gracht is meest gedempt”. In 1837 was nog een waterpunt voorhanden, terwijl in het oostelijke deel van de wierde een begraafplaats werd vermoed. Hier zijn in de 20e eeuw inderdaad skeletresten gevonden. Bij het graven van een sloot zou men ook op de resten van een zeilschip zijn gestuit. In een oorkonde uit 1503 over een brug bij Onderdendam wordt althans nog gesproken van de beide “voerwarcken als Suijtwende ende Barchuijs”. In een zerk die vroeger voor de deur lag stond volgens Roelf Gerrit Rijkens, die de boerderij in 1836 bezocht, met Romeinse cijfers het jaartal 1544 (MDXLIII). Mogelijk werd toen de (eerste) boerderij (Oud) Zuidwendinge gebouwd. Na de reductie werd de boerderij in 1595 geseculariseerd tot een provincieplaats. In 1767 verkocht de provincie zowel Oud-Zuidwenda als Nieuw-Zuidwenda aan de toenmalige pachters. De grachten van het oude voorwerk werden deels gedempt in de 19e eeuw.
Een deel van de gedempte grachten zijn nog zichtbaar als verlaging in het landschap (zie ook Afbeelding 3). Een aantal andere grachten zijn nog steeds aanwezig. Tot in de 20e eeuw liep een voetpad vanaf Zuidwende langs de Delthe naar de zuidelijker gelegen boerderij De Delthe, dat bij een ruilverkaveling echter is verdwenen.
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 1: Topografische kaart waarop het pand gemarkeerd is.
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 2: Zuidwenda (bij markering) ligt onmiskenbaar in een bocht van de Delthe (bron: waterkaart Atlas van de Leefomgeving).
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 3: Hoogtekaart van Zuidwenda en de directe omgeving (AHN3 DTM 2019; Bron:AHN.nl)..
Huidige staat Vanwege de aardbevingsproblematiek ten gevolge van de gaswinning is een gedeelte van het complex gesloopt. Het betreft wat bijgebouwen en de schuur (Afbeelding 5). De schuur dateerde uit de jaren ‘50. Maar de dragende balken zijn mogelijk ouder (Afbeelding 4). Deze zijn in opslag geplaatst.
Afbeelding 4: Detailopname van de houten gebinten van de afgebroken schuur (foto K.J. Staal).
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 5: Luchtopname van het perceel met het voorhuis (Bron: Google Maps 2026).
Het voorhuis van de boerderij is nog deels opgetrokken in zgn. kloostermoppen (Afbeelding 6-Afbeelding 8 en fotobijlage). De noordelijke, oorspronkelijke muur bevat nissen en rookkanalen die sterk doen vermoeden dat het in het gebouw bier werd gebrouwen, dus een zgn. brouwhuis. (In Gerkesklooster is de oude kerk eigenlijk het brouwhuis van het klooster Jeruzalem). De vondst ter plekke van stukken eeststeen doen denken aan het roosteren van allerlei zaken, dat nog lang doorging. Immers dergelijke stenen, die rond 1700 in zwang kwamen, werden gebruikt om graan, mout, cichorei en meekrap te drogen of te roosteren. De rest van gebouw was een zaal waarin bijeenkomsten werden gehouden of gewoond kon worden en waar het vanwege de activiteiten aan de andere zijde van het pand behaaglijk warm kon zijn. De balkenzoldering is 18e -eeuw s evenals de kapconstructie. Blinden en wandbetimmering uit de 18e eeuw zijn in opslag en kunnen herplaatst worden. De roedenramen in de voor- en zijgevels dateren waarschijnlijk ook uit deze periode. Er zullen zoals gezegd in vroeger tijd op het terrein meer gebouwen hebben gestaan dan het enige min of meer gespaarde gebouw, getuige het puin dat hier en daar gevonden wordt. Puin en bodemvondsten getuigen van eeuwenlange bewoning en bezigheden begonnen in de middeleeuwen tot in de huidige tijd.
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 6: Voorzijde (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 7: Westzijde gezien van de overzijde van de Delthe. (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 8: Achterzijde. Hier bevond zich de aansluiting met de schuur (foto: B. de Beaufort)
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
De huidige eigenaar van Zuidwenda wil het oude gebouw restaureren er een woongedeelte en een schuur aan vast bouwen en het terrein weer in de oude staat terugbrengen, zodat het geheel weer een zichtbare herinnering wordt aan een kloostervoorwerk. In Groningen en Friesland stonden opmerkelijk veel kloosters waarvan weinig is overgebleven. Van de vele voorwerken zijn alleen de namen gebleven, geen enkel gebouw of terrein herinnert aan het verschijnsel dat ongetwijfeld belangrijk was voor de omgeving. Een boerenbedrijf geleid door ontwikkelde kloosterlingen zal als modelboerderij gediend hebben, een voorbeeld voor de omgeving. Klaas Jan Staal heeft in het verleden bijzondere gebouwen gered en gerestaureerd. Het veerhuis te Schifpot tussen Feerwerd en Garnwerd wat vroeger ook een herberg en een winkel was, is dankzij hem bewaard gebleven, evenals een bijzonder type boerderij aan de Meedenerweg te Feerwerd. Te Obergum restaureerde hij een 17e eeuws pand, ooit een koopmanshuis en bracht brieven en aantekeningen, ook uit de 17e eeuw in veiligheid, gevonden in hoeken en kieren in het pand. Het huis stond op nominatie om te worden gesloopt, nu is de statige huizenrij, zichtbaar vanaf de Boog intact gebleven en doet dat uitzicht vanaf de brug, het hart van veel toeristen sneller kloppen, zoals een zin uit een Winsumer folder luidt. K.J.
Staal woont in een boerderij waarvan de schuur was ingestort, maar eigenhandig heeft hij het bouwwerk, volgens de regelen der kunst weer opgetrokken. Niet alleen zet hij zich nu in voor Zuidwenda, maar hij is ook bezig, in samenspraak met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, te Schifpot een reconstructie van een verdwenen kalkoven te bouwen. Gezien de brede ervaring van de heer Staal wat betreft restaureren en reconstrueren is het vertrouwd hem de kans te geven om deze bijzondere plek in oude luister te herstellen. Tot slot Samenvattend kunnen we stellend dat 1. we misschien wel met het enige restant van een Middeleeuwse kloostervoorwerk in de provincie te maken hebben.; 2. er met name in de 18e eeuw wijzigingen aan het pand hebben plaatsgevonden die nu zichtbaar zijn in de kapconstructie, de roedenramen en de betimmering; 3. de plek vanwege de ligging aan de Delthe bijzonder is vanwege de historie in de landschappelijke context; 4. we groot vertrouwen hebben in de huidige eigenaar om het historisch karakter te herstellen en voor toekomstige generaties te bewaren. Wij vragen u dan ook conform uw erfgoedverordening (2024) het pand Stitswerderweg 28 te Stitswerd, ook bekend als “Oud Zuidwenda”, op te nemen in uw register van beschermde gemeentelijke monumenten.
Mocht snelheid geboden zijn, dan zou u in overleg met de eigenaar ervoor kunnen kiezen gebruik te maken van Artikel 11 van de erfgoedverordening tot aanwijzing van het pand als voorlopig gemeentelijk monument.
Hoogachtend,
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Namens erfgoedvereniging Bond Heemschut,
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Fotobijlage
Afbeelding 9: romaanse pannen (foto: B. de Beaufort).
Afbeelding 10: montantstenen (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 11: voorzijde schouw (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 12: deel van schouw (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 13: bovenzijde van een eeststeen (foto: B. de
Afbeelding 14: onderzijde van een eeststeen (foto: B. de
Beaufort)
Afbeelding 15: deel van een zgn. ossenoogvenster of oculus
(foto: B. de Beaufort)
Beaufort)
Afbeelding 16: tegeltableau 18e eeuw (foto: B. de Beaufort)
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 17: schouw en deel van achtermuur 14e eeuws (foto:
Afbeelding 18: Detail achtermuur. (foto: B. de Beaufort)
B. de Beaufort)
Afbeelding 19: schouwplek voormuur (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 20: Achtermuur boven. (foto: B. de Beaufort)
Afbeelding 21: voorhuis net 18e eeuwse balkenzoldering (foto:
Afbeelding 22: Detail met balk. (foto: B. de Beaufort)
B. de Beaufort)
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 23: dakconstructie van het voorhuis (foto: K.J.Staal).
Afbeelding 24: Interieur woonkamer voor demontage (foto J.J.Staal).
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”
Afbeelding 25: deels dichtgemetseld raam met houten latei. De houten latei wijst mogelijk op een Middeleeuwse oorsprong (Foto: K.J.Staal).
Heemschut 1911: “Bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en de cultuurmonumenten in het bijzonder.”