15 17 100925 4
Tekst van het document
natuu
Haven- en industriegebied Eemshaven Tweede aanvulling op het MER
Gemeente Het Hogeland 24 maart 2025
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Haven- en industriegebied Eemshaven Gemeente Het Hogeland
Tweede aanvulling op het MER Definitief 02 24 maart 2025 142751/25-004.544
142751 W.W. Gaastra MSc drs. M.J. Schilt
mr. A.R. van Driel, W.W. Gaastra MSc, P.F.M. Fouraschen MSc, B.J.H. Koolstra MSc, drs. P.J.R. Bügel drs. M.J. Schilt W.W. Gaastra MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
DOEL VAN DEZE AANVULLING
5
1.1
Inleiding
5
1.2
Leeswijzer
8
2
ACTUALISATIE VAN HET MER
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Advies van de Commissie
9
2.3
Actuele ruimtelijk-economische context planvoornemen
12
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4
12 14 17 18
2.4
Ruimtelijk-economische context Eemshavengebied Ruimtelijk-economische context Eemshaven Vertaling naar bestemmingsplan Eemshaven Conclusie
Actueel beleidskader
18
2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.4.5
18 22 23 25 25
Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid Beleid Groningen Seaports Conclusie beleidsactualisatie
2.5
Gewijzigde referentiesituatie
25
2.6
Verouderd zichtjaar 2030
30
2.7
Gevoeligheidsanalyse per milieuthema
31
2.7.1 2.7.2 2.7.3 2.7.4 2.7.5 2.7.6 2.7.7 2.7.8 2.7.9 2.7.10
31 38 39 41 42 43 45 48 48 50
Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Gezondheid Water Bodem Landschap en cultuurhistorie Natuur
3
EFFECTONDERZOEK GELUID
52
3.1
Effecten op geluid
52
3.2
Conclusie effecten op geluid
53
3 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
4
EFFECTONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
62
4.1
Effecten externe veiligheid
62
4.2
Conclusies effecten op externe veiligheid
62
5
EFFECTONDERZOEK NATUUR
65
5.1
Effecten op natuur
65
5.1.1
67
Conclusies additionele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
6
EFFECTONDERZOEK WATERKWALITEIT
75
6.1
Effecten op waterkwaliteit
75
6.2
Conclusies effecten op waterkwaliteit
77
7
EFFECTONDERZOEK WERELDERFGOED WADDENZEE
78
7.1
Effecten op Werelderfgoed Waddenzee
78
7.2
Conclusies effecten op Werelderfgoed Waddenzee
78
8
MONITORING EN VERGUNNINGVERLENING
83
Laatste pagina
Bijlage(n) I
ADVIES COMMISSIE MER BESTEMMINGSPLAN EEMSHAVEN
II
TRANSPONATIETABEL PARAGRAAF 2.1 ADVIES COMMISSIE MER
III
OVERHEIDSDOCUMENTEN RUIMTELIJK ECONOMISCH PROFIEL
IV
NOTITIE GELUID EEMSHAVEN
V
PASSENDE BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN EEMSHAVEN
VI
NOTITIE STIKSTOFDEPOSITIE EEMSHAVEN
VII
NOTITIE WATERKWALITEIT EEMSHAVEN
VIII
QUICKSCAN WERELDERFGOEDSTATUS WADDENZEE EEMSHAVEN
4 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
1 DOEL VAN DEZE AANVULLING 1.1
Inleiding
De gemeente Het Hogeland wil met het Bestemmingsplan Eemshaven de nu geldende, verouderde Beheersverordening Eemshaven (vastgesteld op 20 juni 2013) actualiseren. Een actueel planologisch juridisch kader is nodig om de verdere ontwikkeling van het haven- en industrieterrein te kunnen faciliteren. Voor deze actualisatie is een milieueffectrapport1 (hierna: MER) opgesteld om de mogelijke effecten op natuur en milieu te onderzoeken. De Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) heeft hierop een toetsingsadvies2 uitgebracht (zie bijlage I van deze aanvulling). In dit advies signaleert de Commissie enkele tekortkomingen op het MER. Om deze tekortkomingen te adresseren is in 2022 een aanvulling3 opgesteld en gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan Haven- en industrieterrein Eemshaven ter inzage gelegd. Ook op de aanvulling heeft de Commissie een advies 4 uitgebracht. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER en de aanvulling uit 2022 dat veel informatie over de milieugevolgen beschikbaar is gekomen. Desondanks ontbreekt nog belangrijke informatie. Actuele en volledige informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan Eemshaven.
1
Witteveen+Bos, Haven- en industrieterrein Eemshaven - Milieueffectrapport, d.d. 22 maart 2019, referentie EEM18-1/19-004.723.
2
Commissie voor de milieueffectrapportage, Bestemmingsplan haven en industriehaven Eemshaven, gemeente Het Hogeland -
3
Witteveen+Bos, Haven- en industrieterrein Eemshaven - Aanvulling op het MER, d.d. 16 maart 2022, referentie 117388/22-
4
Commissie voor de milieueffectrapportage, Bestemmingsplan haven en industriehaven Eemshaven, gemeente Het Hogeland -
Toetsingsadvies over het milieueffectrapport, d.d. 25 juli 2019, projectnummer 2781. 003.952. Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop, d.d. 24 april 2024, projectnummer 2781.
5 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Wat zegt de Commissie - advies ‘De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER en de aanvulling dat er veel informatie over de milieugevolgen beschikbaar is gekomen. Desondanks ontbreekt er nog belangrijke informatie. Actuele en volledige informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan Eemshaven. Het MER is inmiddels vijf jaar oud. In deze vijf jaar is er veel gebeurd op het vlak van de fysieke leefomgeving en het beleid daarvoor. Daarmee zijn het MER, het advies van de Commissie en de aanvulling niet meer goed afgestemd op recente omgevingsontwikkelingen, nieuwe inzichten, verschoven beleidsaccenten en veranderde wet- en regelgeving van de afgelopen vijf jaar. Deze ontwikkelingen, inzichten, beleidsaccenten en wet- en regelgeving zijn relevant voor het type industrie waar de Eemshaven op gericht is en de beoordeling van de milieueffecten van dit type industrie. De Commissie vindt het daarom belangrijk dat een realistisch alternatief wordt uitgewerkt waarbij, anticiperend op recente nieuwe ontwikkelingen, wordt gekeken naar de mogelijkheden om effecten op de leefomgeving te beperken of voorkomen.
Een actualisatie is ook nodig voor de referentiesituatie (zoals de vergevorderde plannen voor industrie in de Oostpolder) en de effectbepaling (het gebruikte zichtjaar 2030 past niet goed bij de termijn waarop de keuzes betrekking hebben). De 'houdbaarheid' van de informatie in een MER is altijd maatwerk. In dit geval acht de Commissie het MER en de aanvulling echter te verouderd om inzicht te geven in de mogelijke milieueffecten van het bestemmingsplan. Hierbij maakt zij de kanttekening dat in een ideale situatie de SED vervangen zou worden door een actueel en integraal gebiedsprogramma, zodat de milieueffecten van verschillende ontwikkelingen in samenhang kunnen worden afgewogen. De Commissie onderkent dat het initiatief hiervoor niet (uitsluitend) bij de gemeente Het Hogeland ligt. Zij geeft in overweging om samen met gemeente Eemsdelta, Provincie Groningen en Groningen Seaports na te gaan hoe de (geactualiseerde) ambities uit de SED kunnen worden onderzocht in een gebiedsgericht en op milieugevolgen onderzocht programma voor de Eemsdelta.
Naast de vaststelling dat de MER verouderd is en er een actualisatie nodig is, passend bij de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaren, mist de aanvulling op het MER als zodanig essentiële informatie: · De referentiesituatie is veranderd nu de ontwikkeling van de Oostpolder in een vergevorderd stadium van besluitvorming verkeert; · De effectbepaling is gebaseerd op het – inmiddels niet meer zo ver in de toekomst gelegen – zichtjaar 2030; · Er is niet onderzocht of, gezien de huidige stand der techniek, het volledig 'opvullen' van de geluidszone uit 1993 nodig of wenselijk is en of een alternatief met minder geluidbelasting mogelijk is; · Effecten op externe veiligheid ontbreken doordat risico's van bulk op- en overslag van ammoniak (mede als gevolg van de energietransitie) niet in beeld zijn gebracht; · Op basis van de informatie in het MER en de aanvulling is aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Het MER beschrijft daarmee geen alternatief dat uitvoerbaar is in het kader van de natuurwetgeving; · Op basis van informatie in het MER en de aanvulling is niet zeker dat aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water kan worden voldaan. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over bestemmingsplan Eemshaven’.
Met het ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorende MER heeft de gemeente Het Hogeland een voorkeursalternatief gepresenteerd dat één-op-één aansluit bij het bestaande ruimtelijke regime dat van toepassing is in het plangebied: een conserverend bestemmingsplan dat 1) het bestaande gebruik bestendigt en borgt, 2) de beoogde gebruiksmogelijkheden van de uitgegeven en nog uit te geven, niet benutte bedrijfskavels vastlegt en 3) nadere grenzen stelt aan de verwachte milieueffecten die voortkomen uit de huidige en toekomstige functies binnen het plangebied. Deze nadere grenzen zijn in het kader van het MER en onderhavige Aanvulling uitgewerkt en in het bestemmingsplan verankerd.
6 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Naar aanleiding van het advies van de Commissie op de aanvulling zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: - Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de houdbaarheid van het MER met betrekking tot de volgende onderdelen: · de actuele ruimtelijk-economische context van het planvoornemen; · wijzigingen met betrekking tot beleidskaders; · wijzigingen met betrekking tot de referentiesituatie; · wijzigingen bij gebruik van een later zichtjaar; · aandachtspunten voor de vergunningverlening; - De volgende thema’s zijn nader onderzocht: · wenselijkheid van het opvullen van de volledige geluidszone; · effecten op externe veiligheid; · effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie; · effecten op de waterkwaliteit; · Werelderfgoedstatus Waddenzee. Daarnaast beveelt de Commissie aan te beschrijven hoe resultaten van bestaande monitoring en periodieke evaluatie wordt betrokken bij de voorbereiding van vergunningen en andere besluiten. Geen actualisatie SED en beschouwing alternatief De Commissie mer merkt op dat de SED, die ten grondslag ligt aan onder andere het bestemmingsplan en MER Eemshaven, verouderd is en geactualiseerd moet worden door een integraal gebiedsprogramma. De SED is vastgesteld door de provincie Groningen en schetst de kaders voor verschillende ruimtelijke projecten die destijds voorzien waren.
In de SED zijn de kaders voor de genoemde ruimtelijke projecten geschetst. Het actualiseren van deze visie is een bevoegdheid die niet ligt bij de gemeente Het Hogeland. Wat de gemeente wel kan doen is het uitwerken van het ruimtelijk project Eemshaven zoals in de SED beschreven. Daarom wordt het bestemmingsplan Eemshaven ook opgesteld. Het MER 2019 en de aanvulling uit 2022 zijn opgesteld ten behoeve van dit bestemmingsplan en moet voldoende beslisinformatie over het milieu bevatten om een weloverwogen keuze te kunnen maken over het bestemmingsplan. De Commissie constateert dat dit niet het geval is, vanwege recente ontwikkelingen en verouderdere informatie uit het MER 2019 en de aanvulling 2022. Voorliggende aanvulling repareert deze geconstateerde tekortkomingen door te toetsen of een gewijzigde referentiesituatie, het gebruik van een ander zichtjaar of gewijzigde beleidskaders tot een andere beoordeling leiden. Zie Afbeelding 0.1 voor een schematisering van de planprocedure voor Eemshaven.
7 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Afbeelding 0.1 Schematisering planprocedure Eemshaven
1.2
Leeswijzer
De Commissie maakt in haar toetsingsadvies onderscheid tussen adviezen en aanbevelingen. De Commissie geeft haar adviezen in een kader aan. Deze kaders zijn dikgedrukt weergegeven in onderstaande hoofdstukken. Bij aanbevelingen ontbreekt een kader. In hoofdstuk 2 wordt invulling gegeven aan het van het advies van de Commissie om een actualisatie te verrichten van het MER. De adviezen van de Commissie worden behandeld in hoofdstukken 2 tot en met 6. De aanbevelingen van de Commissie worden behandeld in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 geeft een doorkijk naar monitoring en vergunningverlening.
8 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
2 ACTUALISATIE VAN HET MER 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan het van het advies van de Commissie om een actualisatie te verrichten van het MER. Dit gebeurt aan de hand van de volgende stappen, die in navolgende paragrafen worden uiteengezet: - in paragraaf 2.2 wordt het advies van de Commissie ten aanzien van de actualisatie verwoord; - in paragraaf 2.3 wordt de actuele ruimtelijk-economische context van het planvoornemen tot het vaststellen van een bestemmingsplan Eemshaven geschetst; - in paragraaf 2.4 staat het actuele beleidskader waarbinnen het planvoornemen is verankerd verwoord; - in paragraaf 2.5 is een actualisatie opgenomen van de referentiesituatie uit het MER Eemshaven; - in paragraaf 2.6 is een actualisatie opgenomen van de effectanalyse uit het MER Eemshaven, waarbij ook een ruimer zichtjaar is gehanteerd; - in paragraaf 2.7 is een gevoeligheidsanalyse opgenomen waarin per milieuthema is bekeken wat de impact is van wijzigingen in beleid en wet- en regelgeving (tot 31 december 2023), de referentiesituatie en het hanteren van een ander zichtjaar. In bijlage II van deze aanvulling is een transponatietabel voor paragraaf 2.1 van het advies van de Commissie mer opgenomen.
2.2
Advies van de Commissie
De Commissie adviseert een actualisatie van het MER op te stellen. Dit omdat het profiel en de effecten van de Eemshaven naar de verwachting van de Commissie tenminste partieel afwijken van hetgeen werd geconstateerd in het MER, en zich naar verwachting ook anders ontwikkelen dan in 2016 werd voorzien. Specifiek gaat de Commissie nader in op: - Gewijzigde en nieuwe (beleids)kaders: sinds het MER in 2019, en zeker sinds 2016, hebben zich ontwikkelingen voorgedaan en zijn nieuwe beleidsaccenten en veranderingen in wet- en regelgeving doorgevoerd, die relevant kunnen zijn voor de planvorming van de Eemshaven. - Gewijzigde referentiesituatie: sinds de vaststelling van de SED hebben zich in en rondom de Eemshaven relevante ontwikkelingen voorgedaan, zoals de potentiële toekomstige gebiedsontwikkeling Oostpolder en de realisatie van windpark Eemshaven West. Daarnaast is in 2020 het windpark Oostpolder gerealiseerd. De referentiesituatie van het MER Eemshaven verhoudt zich niet meer geheel tot de daadwerkelijke stand van zaken in deze planvoornemens, en daardoor ontbreekt mogelijkerwijs een goed inzicht in de cumulatieve effecten van deze ontwikkelingen; - Verouderd zichtjaar: het in het MER 2019 gehanteerde zichtjaar is 2030. Inmiddels is een logischer zichtjaar voor de effectbepaling 2035 of 2040.
Op basis van voorgaande adviseert de Commissie een actualisatie van het MER op te stellen, waarin de robuustheid van de aannames en de conclusies van het MER aan bovenstaande punten worden getoetst. Uit de actualisatie zal dan vervolgens moeten blijken welke aspecten ten aanzien van vergunningen en contracten op lokaal niveau extra aandacht verdienen en welke vervolgbesluiten op regionaal niveau nodig zijn. In navolgende paragrafen wordt het MER en de aanvulling op bovenstaande punten aangevuld. In onderstaand kader is paragraaf 2.1 van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over de actualisatie van het MER overgenomen - zie ook pagina 5 t/m 7 van het advies.
9 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Wat zegt de Commissie - advies ‘Nieuwe ontwikkelingen en inzichten vragen om actualisatie Het oorspronkelijke MER dateert van maart 2019. De Commissie heeft in juli 2019 geadviseerd het MER aan te vullen. In het MER en de aanvulling wordt veelvuldig verwezen naar de SED, die is opgesteld in 2016. Sinds 2019, en zeker sinds 2016, hebben er zich tal van ontwikkelingen voorgedaan, zijn er nieuwe inzichten ontstaan, nieuwe beleidsaccenten en veranderingen in wet- en regelgeving. Deze kunnen relevant zijn voor de planvorming voor de Eemshaven. Enkele voorbeelden zijn: · De vraagraming die aan de basis ligt van de SED en het MER bij het bestemmingsplan bestaat uit een kwalitatief deel (welke sectoren) en een kwantitatief deel (hoeveel hectare). De beschreven marktontwikkelingen zijn inzichten uit 2014 die deels nog actueel zijn (zoals de toename van duurzame energie, elektrificatie en opkomst van datacenters) maar deels ook achterhaald (onder meer de toekomst die gezien werd voor twee grote kolencentrales, de opkomst van schaliegas en zorgen dat dit Nederlands gas uit de markt zou drukken). · De klimaat- en CO2-reductiedoelstellingen spelen in de vraagraming en de SED nog geen prominente rol, evenmin als de aardbevingsproblematiek. Deze beleidsaspecten krijgen nu veel meer aandacht, wat tot andere afwegingen kan leiden.
· De energietransitie leidt tot het ontstaan of versterking van nieuwe bedrijfstakken, zoals waterstofproductie en –transport, inclusief grootschalige ammoniakopslag en -verlading. De ontwikkeling en aanlanding van windparken op zee maakt de Eemshaven interessant voor nieuwe bedrijfstakken. · De Eemshaven is in het Rijksprogramma Energie Hoofdstructuur (PEH) aangewezen als energiehub. De Eemshaven is specifiek in het PEH benoemd met een mogelijke ruimteclaim tussen 25 en 310 ha. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat dit ten koste van andere typen industrie kan gaan. · De ontwikkeling van de Oostpolder (die in de SED nog niet voorzien werd) en de gevolgen hiervan voor onder meer de Waddenzee en op de nautische veiligheid kunnen de totale milieugebruiksruimte beïnvloeden; · In de Oostpolder is in 2020 het windpark Oostpolder gerealiseerd. De effectberekeningen in de aanvulling op het MER zijn gebaseerd op de situatie zonder dit windpark; · Gezondheid is nadrukkelijker deel van het milieubeleid gaan uitmaken; de advieswaarden voor luchtkwaliteit en geluid van de WHO zijn strenger geworden en er zijn steeds meer zorgen over ZZS, waaronder PFAS. Dit kan leiden tot andere afwegingen. · Er zijn nieuwe inzichten ten aanzien van de (ontwikkeling van de) natuurkwaliteiten van het Waddengebied, drukfactoren en verbetermaatregelen, en daarmee de mogelijke draagkracht van het gebied.
Dit alles maakt dat het profiel en de effecten van de Eemshaven anders zijn en zich naar verwachting anders zullen ontwikkelen dan in 2016. Daarmee zijn de effecten in algemene zin onvoldoende inzichtelijk (in de paragrafen hieronder wordt nog ingegaan op specifieke aspecten). Tegelijkertijd zijn deze – mogelijk gewijzigde – effecten niet afgezet tegen de huidige beleidskaders. Ook in het advies uit 2019 gaf de Commissie aan dat het voornemen zoals uitgewerkt in het MER niet anticipeert op (op dat moment) recente ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en energietransitie. Nieuwe ontwikkelingen en inzichten werken niet door in de alternatieven In het advies uit 2019 heeft de Commissie geadviseerd "één of meerdere alternatieven uit te werken die realistisch zijn en die aansluiten bij de ambities en randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie Groningen en de SED." Als voorbeeld gaf de Commissie onderzoek naar de vraag of een kleinere geluidsruimte (dan de in 1993 vastgestelde geluidsruimte) mogelijk is. De aanvulling op het MER geeft aan dat in het MER voor de SED al onderzoek is gedaan naar alternatieven. Daarnaast stelt de aanvulling dat het vergunningentraject geschikter is om duurzaamheidsambities te realiseren.
10 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
De SED is inmiddels bijna 8 jaar oud en deels gebaseerd op inzichten van 10 jaar oud, terwijl zich in deze jaren veel voor de Eemshaven relevante veranderingen hebben voorgedaan. Ook is de ontwikkeling van de aangrenzende Oostpolder niet in de SED meegenomen en is er dus sprake van een andere referentiesituatie. Het realiseren van duurzaamheidsambities in het vergunningentraject heeft als nadeel dat er geen inzicht ontstaat in de cumulatieve effecten van individuele initiatieven (temeer omdat hierbij niet in alle gevallen een MER wordt opgesteld). Juist daarvoor is het MER bedoeld. Het “bestemmingsplan richt zich op het bieden van maximale ruimte en flexibiliteit aan zware bedrijvigheid tot en met milieucategorie 5.3, binnen de randvoorwaarden van de SED”. Het MER onderzoekt of met “deze maximale invulling de beoogde leefomgevingskwaliteit” geborgd is. Deze "beoogde leefomgevingskwaliteit" kent echter een aanmerkelijk hogere milieubelasting dan de huidige situatie. Zo wordt in het MER uitgegaan van een geluidscontour voor de Eemshaven die is vastgesteld in 1993. De destijds vastgestelde milieugebruiksruimte is tot nu toe niet volledig gebruikt (zie ook paragraaf 2.2 van dit advies). De SED, het bestemmingsplan, het MER en de aanvulling op het MER gaan ervan uit dat dit wel mogelijk, dan wel wenselijk is.
De inzichten rond een gezond woon- en leefklimaat zijn sindsdien echter veranderd. De visie op de verwachte economische ontwikkeling is veranderd in de loop der tijd (en zal dynamisch blijven). Dit werpt de vraag op of de huidige maximale milieucontouren noodzakelijk zijn voor de beoogde economische ontwikkeling. Veranderde referentiesituatie en voor de hand liggend zichtjaar De Commissie heeft in 2019 geadviseerd het MER aan te vullen. Op dat moment was er nog geen besluit om de Oostpolder te ontwikkelen. Inmiddels ligt, gelijktijdig met het bestemmingsplan Eemshaven, het conceptprovinciaal inpassingsplan Oostpolder ter inzage. Dit voorziet in ontwikkeling van de Oostpolder tot industrieterrein gericht op zware industrie. Het spreekt vanzelf dat deze ontwikkeling relevant is voor de bepaling van de milieueffecten van het bestemmingsplan Eemshaven. Deze moeten immers bepaald worden ten opzichte van de referentiesituatie. In het MER noch de aanvulling is rekening gehouden met de inmiddels vergevorderde voorgenomen ontwikkeling van de Oostpolder. Hiermee is er geen goed inzicht in de cumulatieve effecten, temeer omdat ook in de SED de ontwikkeling van de Oostpolder nog niet voorzien werd. Daarnaast zijn de effecten bepaald met als zichtjaar 2030. Dat was niet onlogisch in 2016 (SED) of 2019 (MER).
Intussen is het 2024 en is het zichtjaar 2030 nog maar zes jaar verwijderd van het heden. Een effectbepaling gericht op zichtjaar 2035 of 2040 geeft meer houvast voor de keuzes die gemaakt moeten worden ten aanzien van (de toekomst van) de Eemshaven. Advies om het MER te actualiseren In het MER en de aanvulling staat dat de Eemshaven binnen de (deels niet meer actuele) kaders van de SED blijft. Niet duidelijk wordt · of de Eemshaven ook binnen geactualiseerde of toekomstige kaders blijft; · wat de gevolgen zijn voor de uitvoerbaarheid indien de Eemshaven niet binnen deze kaders blijft; · welke aspecten bij uitgifte en vergunningverlening meer aandacht vragen; · of eenzelfde economische ontwikkeling te realiseren is met minder milieubelasting. Nu dit niet duidelijk is kan de gemeenteraad de gevolgen voor de leefomgeving onvoldoende meewegen bij het besluit over het bestemmingsplan. De Commissie adviseert een actualisatie van het MER op te stellen waarin de robuustheid van de aannames en conclusies uit het MER worden getoetst aan recente ontwikkelingen en beleid op het gebied van economie, energie, klimaat, natuur en leefomgeving. Uit deze actualisatie zal moeten blijken welke aspecten ten aanzien van vergunningen en contracten op lokaal niveau extra aandacht verdienen en welke vervolgbesluiten op regionaal niveau nodig zijn.
Ten aanzien van dit laatste beveelt de Commissie aan parallel hieraan de SED te actualiseren in de vorm van een actueel en integraal gebiedsprogramma wat gezamenlijk met gemeente Eemsdelta, Provincie Groningen en havenbedrijf Groningen Seaports wordt opgepakt.’
11 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
2.3
Actuele ruimtelijk-economische context planvoornemen
Naar aanleiding van het advies van de Commissie mer wordt in deze paragraaf het’ Actuele ruimtelijkeconomische context planvoornemen’ van de Eemshaven geschetst. Dit profiel is een schets van het type bedrijvigheid (dus kwalitatief) waarvoor de Eemshaven bedoeld is. Dit profiel wordt geschetst aan de hand van recente beleidsdocumenten van overheden. Eerst wordt ingegaan op het Eemshavengebied (2.3.1) en vervolgens op het plangebied van het bestemmingsplan Eemshaven (2.3.2). Het ruimtelijk-economische profiel kent een zeker abstractieniveau, en geeft dus niet ’hard’ aan wat wel en niet wordt toegestaan. Dit zal in het bestemmingsplan gebeuren. In paragraaf 2.3.3. wordt dit toegelicht. Met deze paragraaf 2.3 wordt invulling gegeven aan de eerste 4 gevraagde onderdelen die staan benoemd in paragraaf 2.1 (pagina 5) van het advies van de Commissie mer.
2.3.1
Ruimtelijk-economische context Eemshavengebied
Het Eemshavengebied bestaat uit drie (deels nog te ontwikkelen) subgebieden: Eemshaven, Eemshaven Zuidoost en Oostpolder. Planologisch kent elk van deze gebieden zijn eigen regime, maar ruimtelijkeconomisch kan het Eemshavengebied als één geheel worden gezien. Het profiel van het Eemshavengebied is door de provincie recent beschreven in de documenten ”Koersdocument Omgevingsvisie” (2022) en het ruimtelijk voorstel voor het NOVEX-gebied Groningen ”Dit is Groningen!” (december 2023). Deze teksten zijn opgenomen in bijlage III van deze aanvulling. Volgens ”Dit is Groningen!” is het Eemshavengebied gericht op groene energie, zeehavengebonden bedrijvigheid, hyperscale datacenters, batterijproductie en innovatieve high tech maakindustrie. Deze typen bedrijvigheid worden hieronder kort behandeld. Groene energie Het begrip ”groen” is in de documenten ”Koersdocument Omgevingsvisie” en ”Dit is Groningen!” niet nader gedefinieerd. Wat als ”groen” of ”duurzaam” kan worden aangemerkt is een vraag op zich. De EU ontwikkelt hiervoor een standaard (”Taxonomy”), deze standaard zal leidend worden voor overheidsfinanciering van groene/duurzame activiteiten. In het Koersdocument is vermeld gaat het bij groene energie om in ieder geval om produceren, opslaan en verwerken.
Tabel 2.1 Groene energie volgens het koersdocument
produceren
Groene stroom
Groene waterstof
-
Windparken in Eemshaven zelf; Windparken op zee die worden gebouwd en onderhouden vanuit Eemshaven; Productie groene stroom in de drie bestaande elektriciteitscentrales; Productie stroom waarbij de CO2 niet in de atmosfeer komt (bijvoorbeeld doordat CCS wordt toegepast.
-
-
-
Waterstofproductie met elektrolyse o.b.v. groene stroom in Eemshaven/Oostpolder Waterstofproductie door kraken van aangevoerde groene ammoniak
opslaan
-
Grootschalige opslag in batterijsystemen
-
Grootschalige opslag groene waterstof en/of van energiedragers voor groene waterstof (zoals ammoniak of LHOC) in Eemshaven
verwerken
-
Aanlanding stroomkabels vanaf zee, bewerking (o.a. omzetten gelijkstroom naar wisselstroom), doorvoer via hoogspanningsnet TenneT
-
Aanlanding van buisleidingen vanaf zee, bewerking (evt. op druk brengen), doorvoer via waterstofbackbone Gasunie
12 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
De grote hoeveelheden groene energie kunnen in het Eemshavengebied uiteraard ook benut worden voor economische activiteiten en het genereren van toegevoegde waarde en banen. De provincie en gemeente zijn hier groot voorstander van (zie o.a. de Structuurvisie Oostpolder (2023)). Het benutten van de groene energie is met name interessant voor energie-intensieve industrie. Waterstofproductie, batterijfabrieken en datacenters zijn voorbeelden van energie-intensieve industrie die grote hoeveelheden groene stroom gebruiken. In energie-intensieve industrieën die met hoge temperaturen werken (bijvoorbeeld in de sectoren, food, chemie of metaal) wordt nu vaak aardgas gebruikt. Voor deze bedrijven is groene waterstof een duurzaam alternatief. De transitie naar een groene economie kost tijd, en het verloop hiervan is niet volledig planbaar of voorspelbaar. Er zijn nu nog grootschalige grijze energie-activiteiten in de Eemshaven aanwezig, zoals de energiecentrales van RWE en Engie en de verlading van LNG. Bedrijven zijn deze grijze activiteiten aan het vergroenen (en bijvoorbeeld door het gebruik van kolen af te bouwen) maar het moment waarop zij volledig zullen zijn ’vergroend’ ligt nog niet vast. Ook is niet uitgesloten dat in de Eemshaven deels nog nieuwe ’grijze’ activiteiten (zoals bijvoorbeeld opslag van LNG in tanks op het land) worden ontwikkeld.
Er zal waarschijnlijk een vrij langdurige overgangsfase zijn waarin grijs en groen naast elkaar bestaan. Zeehavengebonden bedrijvigheid De Eemshaven ligt aan diep vaarwater en is bereikbaar voor schepen met een diepgang van 14 meter. De Eemshaven ligt in een regio in Europa (La Havre-Hamburg range) met veel concurrentie van andere grote zeehavens. De Eemshaven is voor goederenvervoer multimodaal ontsloten (schip, rail, weg). De Eemshaven maakt geen deel uit van het wereldwijde netwerk van grootschalige containerhavens. De Eemshaven heeft wel een positie in de op- en overslag van bulk en stukgoederen. Op- en overslag De op- en overslag vindt plaats op locaties van bedrijven zelf (bijvoorbeeld Wijnne Barends, Vopak) en op de openbare kades van Groningen Seaports. Er zijn ook kansen voor opslag die nu nog niet voorkomt, zoals bijvoorbeeld opslag van auto’s (zie onderzoek Louter 2011). Wind op zee De wind op zee sector is momenteel prominent aanwezig in de Westlob van de Eemshaven. De onderdelen zijn tegenwoordig zo groot dat bedrijven een voorkeur hebben voor locaties dichtbij diep vaarwater. Op dit moment zijn bedrijven aanwezig die zich bezighouden met assemblage, transport en onderhoud van de turbines. Recent heeft een groot toeleverend bedrijf zich gevestigd (TKF, productie van kabels).
Productie van turbine-onderdelen (wieken, masten, fundering) vindt nu elders plaats maar zou goed passen bij de Eemshaven. Hetzelfde geldt voor recycling van turbine-onderdelen. Industriële productie De Eemshaven is interessant voor bedrijven die met omvangrijke volumes (voor grondstoffen en/of producten) werken. Voorbeelden zijn Holland Malt (Mouterij) en Eco Fuels (Biobrandstoffen). Hiervan zijn veel meer voorbeelden denkbaar, ook bedrijfstypen die nu nog niet in de Eemshaven aanwezig zijn. Als op termijn grote hoeveelheden groene waterstof beschikbaar is kunnen bedrijven die met hoge temperaturen werken voor de Eemshaven kiezen. Recycling en grondstoffen Deze bedrijven werken ook met omvangrijke volumes en kennen een groot werkgebied. Theo Pouw is hiervan een voorbeeld. Ander voorbeelden zijn het ontmantelen van boorplatforms en het recyclen van windturbines. Bouw/reparatie/sloop van schepen Scheepsbouw is een typische havengebonden activiteit. Groningen heeft van oudsher een sterke maritieme sector, en op meerdere plekken in Groningen worden moderne zeeschepen gebouwd en gerepareerd. De Meyer Werf gebruikt de Eemshaven voor afbouw van cruiseschepen. Hoewel er op dit moment geen ruimte beschikbaar is, is het bouwen, repareren en/of slopen van zeeschepen in principe wel een passende activiteit voor de Eemshaven.
13 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Veerdiensten De Eemshaven kent nu een veerverbinding met Borkum, er zijn plannen voor een tweede internationale veerverbinding. Hyperscale datacenters De gemeente Het Hogeland is één van de twee gemeenten in Nederland waar het Rijk hyperscale datacenters (>10 ha) nog toestaat. Dit betekent overigens niet dat de gemeente en de provincie deze bedrijfstypen ook toe moeten staan. Deze overheden maken hiervoor hun eigen beleidsafwegingen. Vanwege het grote belang van bedrijfscontinuïteit worden datacenters alleen binnendijks gerealiseerd. Het Deelgebied Eemshaven Zuidoost is specifiek ontwikkeld voor dit bedrijfstype. Daarnaast zijn er mogelijkheden in de Oostpolder, en mogelijk in de resterende binnendijkse delen van de Eemshaven. Batterijproductie Een gigafactory het voor fabriceren van batterijen heeft veel ruimte nodig (meerdere tientallen hectares). Voor de ontwikkelkansen van deze bedrijvigheid is de aanwezigheid van een hoger onderwijs (inclusief technische opleidingen) in Groningen een positieve factor. De Oostpolder wordt mede voor dit bedrijfstype ontwikkeld. In de Eemshaven is de fysieke ruimte beperkter en ligt een deel van de kavels buitendijks. Innovatieve high tech (maak)industrie Dit bedrijfstypen is in de overheidsdocumenten niet nader gespecificeerd.
Voor de ontwikkelkansen van deze bedrijvigheid is de aanwezigheid van een hoger onderwijs (inclusief technische opleidingen) in Groningen een positieve factor. De Oostpolder wordt mede voor dit bedrijfstype ontwikkeld. In de Eemshaven is de fysieke ruimte beperkter en ligt een groot van de kavels buitendijks.
2.3.2
Ruimtelijk-economische context Eemshaven
Het bestemmingsplan Eemshaven en de Aanvulling MER hebben alleen betrekking op de Eemshaven zelf. In deze paragraaf wordt daarom ingezoomd op de Eemshaven. Ruimtelijk profiel: planologisch regime Voor vrijwel het gehele bedrijventerrein is in dit ontwerpbestemmingsplan de bestemming “Enkelbestemming – Industrie” opgenomen. De enige uitzondering hierop is het converterstation van TenneT dat specifiek bestemd is met “Enkelbestemming – Converterstation” (donkerpaars vlak).
14 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Afbeelding 2.1 Uitsnede ontwerpbestemmingsplan Eemshaven
In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan staat dat de Eemshaven globaal uit twee gedeelten bestaat: de 'Westlob' rond het Doekegatkanaal, de Julianahaven en de Emmahaven waar veel havengebonden industrie aanwezig is en de 'Oostlob' waarin de Wilhelminahaven ligt met veel energiegerelateerde bedrijvigheid. In het MER Bestemmingsplan Eemshaven uit 2019 wordt genoemd dat er in de Eemshaven 4 sectoren zijn: Logistiek, Energie, Recycling en MKB. In de planregels worden de Oostlob en Westlob en de 4 sectoren uit het MER niet onderscheiden. In het hele plangebied (m.u.v. het converterstation) geldt de enkelbestemming “Bedrijventerrein – Industrie” waarbinnen bedrijven tot maximaal milieucategorie 5.3 is toegestaan (zie de bedrijvenlijst in bijlage I bij het ontwerpbestemmingsplan). De toelichting van de bestemming Industrie is te zien in afbeelding 2.2.
Afbeelding 2.2 Plantoelichting bestemming industrie
Een ruimtelijk relevant element is de zeedijk (zie afbeelding 2.3). Voor bepaalde bedrijfstypen is een binnendijkse ligging belangrijk.
15 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Afbeelding 2.3 Ligging primaire keringen
Economisch profiel: sectoren Hierboven werden reeds de Westlob en de Oostlob genoemd. In de onderstaande afbeelding 2.4 is een meer gedifferentieerde indeling van de Eemshaven in 7 beheergebieden weergegeven (deelgebied 3 in afbeelding 2.4 betreft Eemshaven Zuidoost en valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan Eemshaven). Deze indeling is opgenomen in de Bedrijventerreinenvisie 2021-2025 van de gemeente Het Hogeland en is overgenomen uit een rapport van Bureau Louter uit 2021. Een vergelijkbare indeling was opgenomen in het rapport van Bureau Buiten uit 2015.
Afbeelding 2.4 Indeling beheergebieden
In de Bedrijventerreinenvisie 2021-2025 van de gemeente Hogeland is tabel 2.5 opgenomen over beschikbare ruimte.
16 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Tabel 2.5 Beschikbare ruimte per beheergebied
Om de relatie met het MER Eemshaven te leggen worden de 8 beheergebieden uit tabel 2.2 ingedeeld bij de 4 hoofdsectoren uit het MER Eemshaven (2019). Deze 4 hoofdsectoren in het MER zijn afkomstig uit de Havenvisie 2030 van Groningen Seaports. De indeling is indicatief. In de Bulk Area (beheergebied 1) zitten bijvoorbeeld ook industriële productiebedrijven die zich dus niet alleen met Logistiek bezig houden.
Tabel 2.2 beheergebieden ingedeeld naar sectoren Sector uit MER 2019
beheergebieden uit Bedrijventerreinenvisie 2021
Aanbod per 2021 (afgerond op hele ha) uit Bedrijventerreinenvisie 2021
Logistiek
Bulk Area (1) Handelskade (4) RoRo-Area (10) Short Sea Area (11) Logistic Park (6)
36 + 57 = 93 ha (Westlob)
MKB
MKB Park (7)
21 ha (Westlob)
Recycling
Recycling Park (9)
0 ha
Energie
Energy Park (2)
114 ha (Oostlob)
2.3.3
Vertaling naar bestemmingsplan Eemshaven
Het bestemmingsplan staat alle bedrijven (tot maximaal milieucategorie 5.3) toe die op de bedrijvenlijst in bijlage I (van het ontwerpbestemmingsplan) zijn vermeld. Op de bedrijvenlijst staan ook bedrijfstypen die niet genoemd worden in de beleidsdocumenten waarin het ruimtelijk-economisch profiel wordt geschetst. De gemeente wil echter flexibiliteit mogelijk maken. Het bestemmingsplan stuurt ook niet op ruimtelijke zoneringen zoals de 4 hoofdsectoren uit het MER of de 8 beheergebieden uit de Bedrijventerreinenvisie. Dat betekent bijvoorbeeld dat op het Energypark een recyclingbedrijf gevestigd zou kunnen worden. Ook ten aanzien van de locatie wil de gemeente flexibiliteit mogelijk maken.
17 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
De sturing op ”past dit bedrijf in de Eemshaven” en ”kan dit bedrijf op een bepaald locatie in de Eemshaven” gebeurt via het gronduitgifte- en vestigingsbeleid door Groningen Seaports (GSP). Via de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports die optreedt als aandeelhouder van GSP en gevormd wordt door Provincie Groningen, Gemeente Het Hogeland en Gemeente Eemsdelta, wordt de gronduitgifte getoetst aan de aandeelhoudersstrategie Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports. De aandeelhouders hanteren hierbij momenteel de “aandeelhouderstrategie” uit 2016. In de loop van 2025 zal deze strategie worden vervangen door een nieuw “Strategisch Kader”. Dit Strategisch Kader is momenteel in voorbereiding.
2.3.4
Conclusie
De gemeente Hogeland ziet op basis van de actualisatie van de ruimtelijk-economische context geen reden om het planvoornemen voor het MER aan te passen. Het planvoornemen uit MER 2019 sluit nog steeds goed aan op de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Op basis van deze paragraaf ziet de gemeente het niet nodig om een MER-alternatief te onderzoeken. In paragraaf 2.5 en 2.6 blijft het planvoornemen uit MER 2019 de basis voor de effectanalyses.
2.4
Actueel beleidskader
In het MER (2019) wordt in hoofdstuk 2 aandacht besteed aan het beleidskader op dat moment, in de aanvulling (2022) is dit niet aangevuld. In bijlage III van het MER (2019) is thematisch beleid en wet- en regelgeving beschreven. Doordat het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorend MER ter inzage zijn gelegd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (inwerkingtreding op 1 januari 2024) is de oude wetgeving van toepassing op het MER (en ontwerpbestemmingsplan) op grond van het overgangsrecht. Daarom is niet gekeken naar beleid/wet- en regelgeving onder de Omgevingswet. In de hoofdstukken wordt hiernaar verwezen als beleid/wet- en regelgeving 2023. In hoofdstuk 2 van het MER is het beleid opgesplitst in vier verschillende lagen, namelijk het Rijksbeleid, provinciaal en regionaal beleid, gemeentelijk beleid en het beleid van Groningen Seaports. In voorliggende aanvulling is per overheidslaag gekeken naar de gebruikte beleidskaders in 2019 en of deze tussen 2019 en december 2023 zijn gewijzigd in paragraaf 2.1.1 tot en met 2.1.4. Indien sprake is van wijzigingen is dit nader toegelicht onder de tabellen. Thematisch beleid en wet- en regelgeving zoals opgenomen in bijlage III van het MER (2019) wordt behandeld bij de verschillende omgevingsaspecten in paragraaf 2.4.
2.4.1
Rijksbeleid
In Tabel 2.3 is de vergelijking te zien tussen het Rijksbeleid uit het MER en beleid tot 31 december 2023. Onder de tabel wordt een kleine toelichting gegeven van het beleid.
18 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Tabel 2.3 Rijksbeleid in 2019 en 2023 2019
2023
Toelichting
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
Vervallen bij inwerkingtreding Nationale Omgevingsvisie (2020)
Vervallen met inwerkingtreding van de Nationale Omgevingsvisie.
Structuurvisie Windenergie op land (2013)
Structuurvisie Windenergie op land (2013)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2020)
Inhoudelijke wijziging in 2020, maar niet op stukken die van toepassing zijn op de Eemshaven. Titel 2.8 niet benoemd in MER 2019.
Gemeenschappelijke verklaring (2012)
Gemeenschappelijke verklaring (2012)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen.
-
Nationaal Water Programma (2022)
Programma voor de totale wateropgaven van Nederland, waar de Eemshaven ook wordt benoemd.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro heeft sinds 2019 een paar actualisatieslagen gehad. Zoals aangegeven in het MER (2019), is titel 2.5 en dan specifiek artikel 2.5.10 van belang voor de Eemshaven. Dit artikel ziet namelijk op havens en bedrijventerreinen in en aan de Waddenzee en Waddengebied. In dit artikel zijn geen wijzigingen doorgevoerd sinds 2011 en maakt dus geen onderdeel uit van onderhavige analyse. Op grond van titel 2.8 is de Eemshaven expliciet aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Op grond van artikel 2.8.3 Barro betekent dit dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een vestigingsplaats: - Grootschalige elektriciteitsopwekking toelaat (elektriciteitsproductie met een of meer elektriciteitsproductie-installaties met een gezamenlijk vermogen van ten minste 500 MW); - Voorziet in de fysieke ruimte daartoe; en - Het geen hoogtebeperkingen bevat voor installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking. De Eemshaven is ook aangewezen als vestigingsplaats voor een kernenergiecentrale.
Op grond van artikel 2.8.5 Barro betekent dit dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een vestigingsplaats voor een kernenergiecentrale of de daar omheen liggende gronden binnen een straal van 1 km, geen wijziging bevat ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van titel 2.8 van het Barro geldende bestemmingsplan die: - Nieuwe woningen mogelijk maakt, als gevolg waarvan het aantal bewoners binnen de straal van 1 km meer dan 5.000 personen zal bedragen; - Nieuwe kwetsbare objecten mogelijk maakt. Toetsing aan het Barro Omdat de Eemshaven is aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking, moet dit mogelijk zijn gemaakt in het bestemmingsplan: - In het bestemmingsplan zijn bestaande zonneparken opgenomen en aangeduid. Daarnaast laat het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning binnenplanse afwijking nieuwe, tijdelijke zonneparken toe op eigen terreinen van bedrijven op het industrieterrein. Hierbij zijn geen hoogtebeperkingen gesteld aan de installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking, maar is wel opgenomen dat aan de omvang, situering en inrichting van het zonnepark een inrichtingsplan ten grondslag moet liggen.
Hiervoor zijn criteria geformuleerd waarmee rekening gehouden moet worden (historisch gegroeide landschapsstructuur, afstand tot andere ruimtelijke elementen en evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de voorzieningen voor de opwekking van zonneenergie); - Het bestemmingsplan legt ook de planologische borging vast van reeds bestaande windturbines, nieuwe turbines zijn op grond van het bestemmingsplan niet mogelijk;
19 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
-
-
Kolengestookte elektriciteitsproductiebedrijven, met uitzondering van bestaande kolengestookte elektriciteitsproductiebedrijven, zijn uitgesloten in het bestemmingsplan. In de Eemshaven zit een bestaande RWE steenkool- en biomassacentrale die goed is voor de opwekking van 1.560 MW; Daarnaast zijn bedrijven, opgenomen in bijlage I van Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan op basis van het bestemmingsplan. Hieronder vallen ook bio-energiecentrales.
Het bestemmingsplan voorziet in een planologische borging van bestaande elektriciteitsopwekking van meer dan 500MW én staat de realisatie van nieuwe zonneparken toe. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan titel 2.8 van het Barro voor wat betreft de vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking Wat betreft de vestigingsplaats voor een kernenergiecentrale: het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe woningen en daarnaast zijn nieuwe kwetsbare objecten expliciet uitgesloten in het bestemmingsplan. Daarmee wordt ook voldaan aan titel 2.8 van het Barro voor wat betreft de vestigingsplaats voor een kernenergiecentrale. Wijzigingen in het Barro leiden niet tot andere inzichten en leiden niet tot wijzigingen ten opzichte van het MER 2019. Nationale Omgevingsvisie (2020) In 2020 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangen voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Opgaves zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie, die ook met elkaar verweven zijn. De NOVI staat hier voor een nieuwe aanpak van de vraagstukken in de fysieke leefomgeving. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities.
Ook geven ze vier prioriteiten aan 1: - Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel; - Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio’s; - Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI wordt een schematische weergave gegeven van de afwegingen die de NOVI worden gemaakt (zie afbeelding 2.6).
Afbeelding 2.6 Afwegen met de NOVI
In de NOVI is de Eemshaven aangewezen als (onderdeel van): 1 Energie-intensieve industriecluster Noord-Nederland als onderdeel van prioriteit 2, waarbij energieintensieve industrieclusters worden ingezet voor verdere ontwikkeling en omschakeling naar een duurzame, circulaire economie. Deze clusters hebben een belangrijke positie in het produceren van duurzame bronnen, die ook de gebouwde omgeving van energie voorzien; 1
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Nationale Omgevingsvisie, september 2020, paragraaf 1.7 e.v..
20 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
2
3
Energie-intensieve industriecluster nabij haven- en industriegebieden, zoals de Eemshaven, als onderdeel van prioriteit 2, waarbij actief ruimte geboden wordt aan (nieuwe) energie-intensieve industrie. De NOVI beschrijft wordt ingezet op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen en dat voor haven- en industriegebieden (waaronder de Eemshaven) voldoende fysieke en milieuruimte beschikbaar moet blijven. Het functioneren mag niet in het geding komen.; Voorkeurslocatie voor het vestigen van hyperscale datacenters, als onderdeel van prioriteit 2. Voor de vestiging van datacenters gaat de voorkeur uit naar de randen van Nederland op locaties waar veel aanbod is van (hernieuwbare) elektriciteit, waar aansluiting op het elektriciteitsnetwerk kan worden geboden en waar ruimte minder schaars is.
De NOVI is een instrument van de Omgevingswet die vooruit loopt op de inwerkingtreding van die wet. Omdat de NOVI is vastgesteld in 2020, is het een relevant beleidskader voor de mogelijkheden van de verdere ontwikkeling van de Eemshaven. Toetsing aan de Nationale Omgevingsvisie 1. Het bestemmingsplan bevat binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - Industrie’ aanduidingen ten behoeve van bestaande zonneparken en windturbines. Voor nieuwe zonneparken geldt dat deze middels een binnenplanse afwijking mogelijk gemaakt kunnen worden. Daarmee biedt het bestemmingsplan mogelijkheid om de opwerk van duurzame energiebronnen te realiseren. Dit sluit aan bij de NOVI. 2. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling van energieintensieve industrie binnen de aangewezen cluster en inzet van duurzame energiebronnen (windturbines en zonneparken) zijn in het bestemmingsplan vastgelegd. Daarmee sluit het bestemmingsplan aan bij de NOVI. 3. In het bestemmingsplan zijn gronden binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - Industrie’ aangewezen voor, onder andere, bedrijven die zijn genoemd in bijlage I Staat van bedrijfsactiviteiten. In deze lijst zijn datacentra opgenomen. Daarmee maakt het bestemmingsplan de vestiging van datacentra mogelijk en draagt daarmee bij aan uitvoering van de NOVI.
Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de NOVI en zijn er geen wijzigingen die om actualisatie vragen voor het MER 2019. Nationaal Water Programma (2022) Het Nationaal Water Programma beschrijft de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de uitvoering ervan in de Rijkswateren. Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, blijven werken aan een goeden bescherming tegen overstromingen en wateroverlast en aan een robuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Daarbij verdient zorg voor een goede waterkwaliteit en een duurzame drinkwatervoorziening de aandacht. In dit programma wordt in hoofdstuk 23 ingegaan op de Waddenzee en Eems-Dollard, waar de zeetoegangsgeul en -aantakkingen van het hoofdwatersysteem- binnen de Eemshaven in valt (zie afbeelding 2.7). Uitgangspunt voor vaarroute van en naar de haven is het gebruikmaken van de natuurlijke geulen. Bereikbaarheid van de haven is daarbij van belang. Voor de geul binnen de Eemshaven gelden geen te handhaven afmetingen op grond van het Nationaal Water Programma.
21 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Afbeelding 2.7 Overzichtskaart Waddenzee en Eems-Dollard
Toetsing aan het Nationaal Waterprogramma Het deel van de zeetoegangsgeul en aantakkingen van het hoofdwatersysteem die binnen het plangebied van het bestemmingsplan vallen zijn bestemd als ‘Water - Industriehaven’. De bereikbaarheid van de haven en bevaarbaarheid van de geul is daarmee geborgd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met Nationaal Waterprogramma en zijn er geen wijzigingen die om actualisatie vragen voor het MER 2019.
2.4.2
Provinciaal en regionaal beleid
In Tabel 2.4 is de vergelijking te zien tussen het provinciaal en regionaal beleid uit de MER en beleid tot 31 december 2023. Onder de tabel wordt er een kleine toelichting gegeven van het beleid.
Tabel 2.4 Provinciaal en regionaal beleid in 2019 en 2023 2019
2023
Toelichting
Omgevingsvisie Groningen (2016-2020)
Omgevingsvisie Groningen (2023)
Visie is eenmaal verlengd, aanpassingen gedaan aan kaarten. Inhoudelijk geen relevante wijzigingen voor Eemshaven.
Omgevingsverordening Groningen (2016)
Omgevingsverordening Groningen (2022)
Geactualiseerd in 2022, geen inhoudelijke wijzigingen relevant voor Eemshaven.
Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl (2017)
Structuurvisie Eemsmond-Delfzijl (2017)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
22 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
2019
2023
Toelichting
Ontwikkelingsvisie Eemsdelta (2013)
Ontwikkelingsvisie Eemsdelta (2013)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
Economische visie Eemsdelta 2030 (2012)
Economische visie Eemsdelta 2030 (2012)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
Toetsing aan het provinciale en regionale beleid Vanuit provinciaal en regionaal beleid zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die relevant zijn voor de Eemshaven. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met provinciaal en regionaal beleid en zijn er geen wijzigingen die om actualisatie vragen voor het MER 2019.
2.4.3
Gemeentelijk beleid
In Tabel 2.5 is de vergelijking te zien tussen het gemeentelijk beleid uit de MER en beleid tot 31 december 2023. Onder de tabel wordt er een kleine toelichting gegeven van het beleid.
Tabel 2.5 Beleidskader voor gemeentelijk beleid in 2019 en 2023 2019
2023
Toelichting
Bestemmingsplan BuitengebiedNoord/Eemshaven (1993)
-
Zoals ook aangegeven in de MER is dit bestemmingsplan vervallen door onderstaande beheersverordening
Beheersverordening Eemshaven (2013)
-
Bestemmingsplan Eemshaven voor het industrieterrein (waarvoor MER 2019 en voorliggende aanvulling is opgesteld) is ter vervanging van deze beheersverordening
Beleidsplan Economie Gemeente Eemsmond (2017-2021)
Omgevingsvisie Het Hogeland (2022)
Beleidsplan is vervangen door de Omgevingsvisie Het Hogeland
-
Eemshaven+ (2023)
Vastgesteld op 7 november 2023.
-
Bedrijventerreinenvisie Het Hogeland 2021-2035
Vastgesteld op 2 maart 2021.
Omgevingsvisie Het Hogeland (2022) De Omgevingsvisie Roemte voor Het Hogeland is een integrale visie op de leefomgeving van de gemeente Het Hogeland met een toekomstbeeld richting 2050. Daarbij wordt ingezet op behoud van cultuurhistorische waarden, rust en ruimte en dynamische, groene economie. De havens van de gemeente zijn daarbij belangrijke schakels in een internationaal netwerk van bedrijvigheid en werkgelegenheid. De Eemshaven is daarnaast een belangrijke energie-hub in de nationale energie-infrastructuur. De gemeente zet in op de Eemshaven als energie-hub en als aanjager voor een groene economie. De haven en aanverwante bedrijvigheid biedt veel kansen voor een duurzame groei, en heeft de potentie om de basis te leggen voor een groene waterstofeconomie als ‘hydrogen valley’. Daarnaast worden bedrijven in de Eemshaven gestimuleerd om te verduurzamen en is er ruimte voor nieuwe bedrijvigheid die gebonden is aan de beschikbaarheid van duurzame energie.
23 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
Toetsing aan de Omgevingsvisie Het Hogeland Het bestemmingsplan Eemshaven biedt in beginsel ruimte aan de ambities zoals die zijn gesteld in de Omgevingsvisie Het Hogeland. De daadwerkelijke mogelijkheden dienen per specifiek initiatief nader aan het bestemmingsplan te worden getoetst. Op het aangrenzende bedrijventerrein Oostpolder wordt wel specifiek ruimte geboden aan dit type bedrijvigheid. De Oostpolder maakt onderdeel uit van het Eemshaven-complex. Het bieden van ruimte aan waterstof-producerende of waterstof opslaande bedrijven is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie van de gemeente Hogeland. Eemshaven+ In het programma Eemshaven+ maakt de gemeente plannen voor de dorpen in dit gebied. Verschillende projecten zijn geformuleerd als onderdeel van het programma. Rondom de Eemshaven gaat het bijvoorbeeld om: - Het plaatsen van een nieuwe vijzel voor molen Goliath; - het verduurzamen van woningen in Oudeschip en omstreken; - vernieuwing van het Dorpshuis Oudeschip; - Opwaarderen van natuur en recreatie in Aeilsgat; - Bomen en heggen plaatsen tegen lichthinder van de Eemshaven; - Plaatsen van lantaarnpalen; - Anti resonantie-maatregelen op naar de Oostpolder gerichte gevels van boerenschuren. Toetsing aan het Programma Eemshaven+ Deze projecten hebben geen invloed op het industrieterrein van de Eemshaven en kunnen afzonderlijk gerealiseerd worden.
Het bestemmingsplan heeft geen invloed op de ontwikkelingen uit het programma Eemshaven+ en daarom zijn er geen wijzigingen die om actualisatie vragen voor het MER 2019. Het programma Eemshaven+ draagt bij aan het versterken van de sociaaleconomische structuur van de dorpen in de omgeving van het plangebied. Bedrijventerreinenvisie Het Hogeland 2021-2035 In deze visie richt de gemeente Hogeland zich op de groeiende vraag naar reguliere bedrijfsterreinen, met name in Winsum, Bedum, Uithuizen en de haven van Lauwersoog. Mede door de economische ontwikkeling in Noord-Groningen en de bedrijvigheid rond de Eemshaven wordt deze behoefte versterkt. In hoofdstuk 4 wordt specifiek ingegaan in op de Zeehaventerreinen Eemshaven. De meeste ruimte in het gebied wordt gebruikt voor de sectoren energie, data en logistiek. Daarnaast bieden deze sectoren de meeste arbeidsplaatsen. Veel logistieke activiteit is verbonden aan de energiesector, met name rondom offshore wind-projecten. De groei van offshore windparken in het Nederlandse en Duitse deel van de Noordzee leidt tot een toenemende vraag naar logistieke ruimte. Daarnaast worden de offshore turbines groter, waardoor er meer opstel- en assemblageruimte benodigd is op en aan de kade. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag naar vestiging of uitbreiding van bedrijven vanuit de energiesector, en welke factoren hier invloed op hebben.
Overheidsbeleid rondom de energiesector, zoals transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame alternatieven, wordt gezien als belangrijke variabele. Ook de prijsontwikkeling van elektriciteit en verschillende typen brandstoffen bepalen de investeringsbereidheid. Eemshaven kan ook in de toekomst blijven concurreren als Energyport en de opwekking van elektriciteit, mede dankzij de goede logistieke infrastructuur. Toetsing aan de Bedrijventerreinenvisie Het Hogeland 2021-2035 Het bestemmingsplan Eemshaven biedt in beginsel ruimte aan de ambities zoals die zijn gesteld in de bedrijventerreinenvisie. De daadwerkelijke mogelijkheden dienen per specifiek initiatief nader aan het bestemmingsplan te worden getoetst. Op het aangrenzende bedrijventerrein Oostpolder wordt wel specifiek ruimte geboden aan dit type bedrijvigheid. De Oostpolder maakt onderdeel uit van het Eemshaven-complex. Het bieden van ruimte aan waterstof-producerende of waterstof opslaande bedrijven is daarmee in lijn met de bedrijventerreinenvisie.
24 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
2.4.4
Beleid Groningen Seaports
In Tabel 2.6 is de vergelijking te zien tussen het Beleid Groningen Seaports uit de MER en beleid tot 31 december 2023.
Tabel 2.6 Veranderingen beleidskader voor Beleid Groningen Seaports 2019
2023
Toelichting
Havenvisie 2030 (2012)
Havenvisie 2030 (2012)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
Havenbeheersverordening
Havenbeheersverordening
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
Vestigingsbeleid (2016)
Vestigingsbeleid (2016)
Sinds 2019 geen inhoudelijke wijzigingen
Toetsing aan beleidsstukken Groningen Seaports Vanuit het beleid van Groningen Seaports zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die relevant zijn voor de Eemshaven. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met het beleid van Groningen Seaports en daarom zijn er geen wijzigingen die om actualisatie vragen voor het MER 2019.
2.4.5
Conclusie beleidsactualisatie
De gemeente Hogeland ziet op basis van de beleidsactualisatie geen reden om het planvoornemen voor het MER aan te passen. Het planvoornemen uit MER 2019 sluit nog steeds goed aan op de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Op basis van deze paragraaf ziet de gemeente het niet nodig om een MER-alternatief te onderzoeken. In paragraaf 2.5 en 2.6 blijft het planvoornemen uit MER 2019 de basis voor de effectanalyses.
2.5
Gewijzigde referentiesituatie
Hoofdstuk 4 van het MER 2019 bevat de uitwerking van het voornemen. Daarin zijn ook de huidige situatie, referentiesituatie en plansituatie (maximaal scenario) beschreven. De Commissie geeft in haar advies aan dat sindsdien ontwikkelingen in de omgeving van de Eemshaven hebben plaatsgevonden die kunnen leiden tot een gewijzigde referentiesituatie. Met name de ontwikkeling van Oostpolder is hierin relevant. De Commissie vraagt om de ontwikkelingen Oostpolder te betrekken in het MER Eemshaven, om zo de cumulatieve effecten van het project en autonome ontwikkelingen goed in beeld te krijgen. In deze paragraaf zijn de wijzigingen van de referentiesituatie van deze aanvulling in vergelijking met de referentiesituatie van het MER 2019 in beeld gebracht. Relevante wijzigingen De referentiesituatie in het MER 2019 bestaat uit de huidige situatie, autonome ontwikkelingen (tot en met 2030) en generieke en planoverstijgende autonome ontwikkelingen (zoals toepassing nieuwe technieken waarmee uitstoot van emissies wordt verminderd). Dit vormt de ‘nul-situatie’, waarmee de effecten van het voornemen mee worden vergeleken.
25 | 83
Witteveen+Bos | 142751/25-003.674 | Definitief 02
De huidige situatie is in het MER 2019 beschreven als ‘de feitelijke situatie in 2017, uitgezonderd illegale activiteiten’. Alle vergunde ruimte uit de bestaande milieuvergunning van de bedrijven valt daar ook onder. 1 In het MER 2019 zijn verschillende autonome ontwikkelingen genoemd, welke mee zijn genomen in de referentiesituatie. Op dit moment zijn sommige van deze autonome ontwikkelingen al (deels) gerealiseerd. In Tabel 2.7 is een overzicht opgenomen die de wijzigingen ten behoeve van de referentiesituatie (RF) van het MER 2019 in beeld brengt. Enerzijds zijn er autonome ontwikkelingen uit het MER 2019 die reeds zijn gerealiseerd en dus eigenlijk vallen onder de huidige situatie -aangezien zowel de huidige situatie als autonome ontwikkelingen onderdeel uitmaken van de referentiesituatie in het MER 2019, heeft dit geen invloed op de beoordeling van de referentiesituatie. Anderzijds gaat het om nieuwe autonome ontwikkelingen die destijds nog niet bekend waren, maar nu wel -dit kan wel invloed hebben op de beoordeling van de referentiesituatie, omdat deze ontwikkelingen destijds niet meegenomen zijn.