15 08 050723 Bijlage 4 2 Aanmeldnotitie m e r
Tekst van het document
Witpaard B.V. Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden T 088 600 6720 www.witpaard.nl
AANMELDNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING Bestemmingsplan ‘Winsum Dorp, Woningbouw Bobenco-terrein’
Versie: concept Datum: 6 april 2022 Auteur: Dhr. N.W.R. Steijvers MSc. Opdrachtgever: Credo Vastgoedontwikkeling B.V. Opdrachtnemer: Witpaard B.V. Contactpersoon: Dhr. N.W.R. Steijvers MSc.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 2 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Beoordelingskader ........................................................................................................................ 3 1.3 Procedure ...................................................................................................................................... 3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 3 1.5 Opzet van de aanmeldnotitie ........................................................................................................ 4
2. Kenmerken van het project ............................................................................................ 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Voorgenomen activiteit .................................................................................................................. 6 2.3 Cumulatie met andere projecten ................................................................................................... 7 2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................................ 7 2.5 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................. 7 2.6 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................. 7 2.7 Risico van ongevallen .................................................................................................................... 7 2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid ....................................................................................... 7
3. Plaats van het project ..................................................................................................... 8 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 8 3.2 Beschrijving van de locatie ............................................................................................................ 8 3.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 9 3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving ............................................................. 10
4. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu ............................................................ 11 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 11 4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ................................................................... 11 4.3 Effectkenmerken .......................................................................................................................... 15
5. Conclusie....................................................................................................................... 16 Bijlagen .............................................................................................................................. 17 Bijlage 1: Quickscan bedrijven en milieuzonering ............................................................................ 17 Bijlage 2: Quickscan flora & fauna .................................................................................................... 17 Bijlage 3: AERIUS-berekening........................................................................................................... 17
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Credo Vastgoedontwikkeling B.V., hierna te noemen ‘de initiatiefnemer’, is voornemens op de locatie van de voormalige steenfabriek Bobenco aan de Trekweg naar Onderdendam, hierna te noemen ‘het plangebied’, 29 grondgebonden woningen te realiseren. In het verleden zijn reeds plannen gemaakt om deze locatie te transformeren naar een woonfunctie, maar om uiteenlopende redenen zijn deze plannen nooit uitgevoerd. Het plangebied is in de huidige staat en omgeving niet interessant als bedrijfslocatie voor vergelijkbare bedrijvigheid; het vigerend bestemmingsplan staat dit eveneens niet meer toe. De bestaande bebouwing is sterk verouderd en vervallen en aan vervanging toe. Het transformeren en opwaarderen van het plangebied is in dit kader een wenselijke ontwikkeling. De voorgenomen herontwikkeling is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan ter plekke van het plangebied te worden herzien. Voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst uit het Besluit milieueffectrapportage dient een m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.beoordeling.
1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.
1.3 Procedure In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: 6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
3
• • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Conclusie De oppervlakte van onderhavig plangebied bedraagt circa 1,36 ha en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. Het plan maakt geen nieuwe bedrijfsbestemmingen mogelijk waardoor de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 ook niet wordt overschreden. Gezien het feit dat onderhavige ontwikkeling bestaat uit 29 grondgebonden woningen, wordt eveneens de drempelwaarde van 2.000 woningen niet bereikt. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. blijft. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.5 Opzet van de aanmeldnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1. Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’
Criteria Kenmerken van het project
Plaats van het project
Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden; • berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
4
Kenmerken van het potentiële effect
• landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4 worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
5
2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.
2.2 Voorgenomen activiteit Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt allereerst de huidige voormalige bedrijfsbebouwing van de steenfabriek gesaneerd en gesloopt. Het verhard oppervlak rond de gebouwen en op het voorterrein, welke het grootste deel van het plangebied beslaat, wordt verwijderd. Het plangebied wordt hierna geschikt gemaakt voor de realisatie van 29 grondgebonden woningen. Ten behoeve van de ontsluiting van de woningen wordt door het plangebied een rondweg aangelegd. De rondweg sluit aan op de Trekweg naar Onderdendam, ten noorden van het plangebied langs het Winsumerdiep. Navolgende afbeeldingen verbeelden de beoogde inrichting van het plangebied.
Bovenaanzicht beoogde inrichting (Sacon, 19 augustus 2021)
Bouwplan Het bouwplan bestaat uit in totaal 28 grondgebonden woningen. Meer gespecificeerd worden er 10 twee-onder-een-kapwoningen, 8 geschakelde woningen, 4 vrijstaande woningen en 6 rijwoningen gerealiseerd. Het parkeren wordt zowel op de percelen van de woningen zelf als in de openbare ruimte opgelost.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
6
2.3 Cumulatie met andere projecten In de periode dat de aanlegfase wordt uitgevoerd, is er geen sprake van cumulatie met andere projecten die naar aard vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden (sloop bestaande bebouwing, verwijderen beplanting, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen vervangende nieuwbouw) lokaal en van tijdelijke aard zijn.
2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Evenals in de bestaande situatie wordt het huishoudelijk afval volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt en wordt het afvalwater van de vervangende nieuwbouw aangesloten op de gemeentelijke riolering. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd.
2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht, lucht en trillingen. Bij de effectbeschrijving wordt hierop nader ingegaan.
2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.
2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Er is geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
7
3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.
3.2 Beschrijving van de locatie Het plangebied betreft de locatie van de voormalige steenfabriek Bobenco aan de Trekweg naar Onderdendam aan de oostzijde van de kern Winsum, gemeente Het Hogeland. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Winsum, sectie E, nummer 3712 met een oppervlakte van circa 13.639 m2. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Winsum. Ten oosten van het plangebied vindt momenteel de gefaseerde ontwikkeling van nieuwbouwwijk Munster plaats. Aan de noordzijde vormen de Trekweg naar Onderdendam en het Winsumerdiep de begrenzing van het plangebied. Tot slot liggen aan de west- en zuidzijde van het Bobenco-terrein de percelen voor het gemengde bedrijventerrein Lombok voor wonen en werken, waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt. Onderstaande afbeeldingen geven de ligging van het plangebied in de omgeving weer.
Globale ligging locatie Bobenco-terrein. Locatie rood omkaderd.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
8
Gedetailleerde ligging locatie Bobenco-terrein. Locatie rood omlijnd.
3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt ‘Bestemmingsplan Winsum Dorp’ zoals vastgesteld op 28 september 2010 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Winsum. Conform het vigerend bestemmingsplan heeft het gehele plangebied de bestemming ‘Bedrijf – 1’. Aan de noordzijde, ter plekke van de Trekweg naar Onderdendam, geldt de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’. Aan de zuidzijde van het plangebied is een bouwvlak gelegen dat tevens over de omliggende percelen van het bedrijventerrein Lombok strekt. Voor dit gehele bouwvlak geldt een maatvoeringsaanduiding: het bouwvlak mag voor maximaal 60% worden bebouwd en voor de ter plekke aanwezige bebouwing geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de verbeelding van ‘Bestemmingsplan Winsum Dorp’.
Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen’. Plangebied rood omlijnd. (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
9
3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Binnen het plangebied zijn geen specifieke waarden aanwezig. Ook zijn er geen waardevolle gebouwen of bouwwerken aanwezig op het Bobenco-terrein. De aspecten ‘flora & fauna’ en ‘archeologie en cultuurhistorie’ worden nader behandeld in paragraaf 4.2.2.6 en 4.2.2.7. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Waddenzee) ligt op een afstand van circa 10,3 km van het plangebied. Op grotere afstand liggen andere Natura-2000 gebieden zoals Leekstermeergebied (16 km) en Zuidlaardermeergebied (17,5 km). Deze gebieden liggen buiten de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn op grond van de aard van het project en de afstand tot het plangebied op voorhand uitgesloten. Ook zijn er geen effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarvan het dichtstbijzijnde gebied zich op circa 2,7 km ten zuiden van het plangebied bevindt.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
10
4. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase.
4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en sloop- en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de werkzaamheden verdwijnen deze effecten. Gezien het tijdelijke karakter van de werkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Derhalve wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem Een woonwijk is geen (potentiële) verontreinigingsbron voor de bodem. Het effect van onderhavige ontwikkeling op de bodemkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor de milieuhygiënische bodemkwaliteit tot gevolg. 4.2.2.3 Geluid Wegverkeer- en spoorweglawaai Onderhavige ontwikkeling maakt geen nieuwe (spoor)wegen met geluidszones mogelijk. Deze aspecten zijn derhalve niet van toepassing. Industrielawaai De beoogde woningen vormen geen hinderveroorzakende functies in het kader van de Wet geluidhinder.
Verder worden er geen andere functies toegevoegd die mogelijk voor geluidhinder kunnen zorgen. Het plan heeft geen negatief effect op de omgeving voor wat betreft industrielawaai. 4.2.2.4 Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van de vervangende nieuwbouw. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
11
opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. 4.2.2.5 Bedrijven en milieuzonering Het plan voorziet in de realisatie van 28 woningen grenzend aan het bedrijventerrein Lombok. Voor het toevoegen van woningen nabij bedrijvigheid dient nagegaan te worden of de bestaande bedrijvigheid niet wordt ingeperkt in de bedrijfsvoering of eventuele uitbreidingsmogelijkheden door de toevoeging van nieuwe gevoelige functies. Hiertoe is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd, welke als bijlage 1 bij deze aanmeldnotitie is opgenomen. Uit de quickscan blijkt dat de geprojecteerde woningen geen bedrijven in de omgeving substantieel beperken in hun bedrijfsvoering. Daarmee heeft het plan geen negatief effect op de omgeving voor wat betreft het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’. 4.2.2.6 Water Oppervlakteverharding Met de voorgenomen ontwikkeling verandert de mate waarin oppervlakteverharding aanwezig is binnen het plangebied. In onderstaande tabellen is het verhard oppervlak in de bestaande en de beoogde situatie voor het totale plangebied bereken. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 13.639 m2. Tabel 1: verhard oppervlak huidige situatie Onderdeel
Opp. in m2
% verhard
Verhard opp. in m2
Bebouwing
3.942
100
3.942
Erfverharding
6.800
100
6.800
Totaal verharding
10.742
Tabel 2: verhard oppervlak beoogde situatie Onderdeel
Opp. in m2
% verhard
Verhard opp. in m2
Bebouwing
2.540
100
2.540
Tuin
8.250
30
2.475
Erf- en toegangsweg
1.850
100
1.850
Totaal verharding
5.865
Geconcludeerd wordt dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie met circa 5.865 m2 afneemt en dat hiertoe sprake is van een hydrologisch positieve ontwikkeling. Derhalve is geen watercompensatie benodigd. Hemelwater In de huidige situatie is het plangebied nagenoeg volledig verhard. In de toekomstige situatie zal het verhard oppervlak binnen het plangebied afnemen. Door afname van het verhard oppervlak komt er meer ruimte voor infiltratie van hemelwater binnen het plangebied.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
12
Afvalwater Het afvalwater van de beoogde nieuwbouw wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Middels een gescheiden stelsel worden schoon hemelwater en afvalwater gescheiden afgevoerd. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkelen Het plangebied is in de huidige situatie voor een groot deel verhard. Met de verwijdering van een groot oppervlak aan verharding en toename van groen in de vorm van tuinen heeft de voorgenomen ontwikkeling een positief effect voor wat betreft hittestress. Door het hemelwater lokaal te infiltreren, het beperken van erfverharding tot het hoognodige en toevoeging van groen, wordt droogte zoveel mogelijk voorkomen. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor de waterhuishouding tot gevolg. 4.2.2.7 Flora en fauna Quickscan flora en fauna In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plekke van het plangebied.
Doel van de quickscan is het inzichtelijk brengen van eventuele wettelijk beschermde planten- en diersoorten in en direct rondom het plangebied. Daarnaast wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden er uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. De rapportage van de quickscan is als bijlage 2 bij deze aanmeldnotitie opgenomen. Uit de flora en fauna quickscan is geconcludeerd dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen van een aantal gebouwbewonende vleermuissoorten niet zonder nader onderzoek is uit te sluiten. Volgens vleermuisprotocol 2021 dienen er vier bezoeken met betrekking tot zomerverblijfplaatsen en twee bezoeken met betrekking tot massawinterverblijfplaatsen (gewone dwergvleermuis) te worden uitgevoerd. De bezoeken worden in de periode 15 mei - 15 september uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van het nader onderzoek wordt duidelijk of er al dan niet ontheffing met mitigerende en compenserende maatregelen nodig is. Zonder ontheffing mogen vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter niet worden aangetast. Om deze reden is ontheffing vereist. Omdat de steenmarter vrijwel zeker gebruik maakt van het plangebied is nader onderzoek overbodig.
Voor de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin mitigerende maatregelen worden genoemd. Daarnaast wordt duidelijk of er al dan niet compensatiemaatregelen nodig zijn. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen/nesten van gebouwbewonende vogelsoorten als de huismus, huiszwaluw, gierzwaluw en de kerkuil konden worden uitgesloten. In de bomen, die op de vervuilde houtwallen aan de noordoostzijde staan, zijn geen jaarrond beschermde nesten en potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De bomen en de bosschages dienen buiten het
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
13
broedseizoen (grofweg 15 maart tot en met 15 juli) te worden verwijderd. Dit geldt eveneens voor al het snoeiafval zodat vogels er geen gebruik meer van kunnen maken. Naast jaarrond beschermde verblijfplaatsen/nesten kunnen er tijdens het broedseizoen broedvogels in het pand broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Verder dient men tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Stikstof De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en – depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist.
Hiertoe is, op basis van het bouwplan, een AERIUS-berekening uitgevoerd naar de stikstofdepositie die het plan genereert in de gebruiksfase. De AERIUSrapportage is als bijlage 3 bij deze aanmeldnotitie opgenomen. Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat het plan in de toekomstige gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/jr genereert in Natura 2000gebieden. Hiermee zorgt het plan voor geen verdere belasting van Natura 2000-gebieden voor wat betreft stikstof. Een ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming is derhalve niet vereist. 4.2.2.8 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Met het voorgenomen plan zijn bodemroerende activiteiten gemoeid, waartoe beoordeeld moet worden of er mogelijk archeologische waarden in het gedrang zijn als gevolg van deze bodemwerkzaamheden. Uit de regionale archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart blijkt dat het plangebied niet is aangeduid als zone met een archeologische verwachtingswaarde. In het verleden zijn daarnaast reeds onderzoeken gedaan ter plekke van het plangebied, waaruit is gebleken dat geen verstoring van archeologische waarden te verwachten is. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen negatieve effecten zal hebben op het aspect ‘archeologie’.
Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen karakteristieke gebouwen en/of cultuurhistorische, landschappelijke of stedenbouwkundige waarden aanwezig, zoals vastgelegd in het ‘Facetbestemmingsplan gebouwd erfgoed’. Het planvoornemen heeft daarmee geen negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. 4.2.2.9 Externe veiligheid Onderhavige ontwikkeling maakt geen risicovolle inrichting of objecten mogelijk. Dit aspect is derhalve niet van toepassing.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
14
4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 4.2. - Bereik van het effect: de reikwijdte van het effect beperkt zich tot het plangebied. Er is geen sprake van een invloedsgebied. - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: zie paragraaf 4.2. Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte emissies geluid, lucht, trillingen en licht zijn zeker. - Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2). Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (datum nader te bepalen). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal ca. 2 tot 3 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten.
Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
15
5. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
16
Bijlagen Bijlage 1: Quickscan bedrijven en milieuzonering Bijlage 2: Quickscan flora & fauna Bijlage 3: AERIUS-berekening
6 april 2022 | Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan ‘Bobenco-terrein, Winsum’ | Witpaard
17