15 01 100925
Tekst van het document
*Z06327AC993* Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Eemshaven met bijbehorende MER 10 september 2025 Agendapunt: 15 Behandeling: Besluitvormend Onderwerp: Datum:
Portefeuille-
Wethouder E. Dijkhuis Moes, Bart Zaaknummer: Z.HHL.080260 houder(s): Steller:
1. Samenvatting Het bestemmingsplan Eemshaven biedt een actueel planologisch-juridisch kader voor de verdere ontwikkeling van het haven- en industrieterrein. Het ontwerpbestemmingsplan heeft samen met een aanvulling op het Milieu Effect Rapport (hierna MER) van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Op het ontwerp bestemmingsplan en het MER zijn een aantal zienswijzen ingebracht. Bovendien heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna; de Commissie) een advies uitgebracht. Naar aanleiding van de zienswijzen op het ontwerp en het advies van de Commissie, is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast en is het MER aangevuld. Het vaststellen van een bestemmingsplan en een Milieu Effect Rapport (MER) is een wettelijke bevoegdheid van de gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om op deze zienswijzen te reageren en het bestemmingsplan inclusief bijbehorende MER vast te stellen. Voorgesteld wordt om op de zienswijzen te beslissen overeenkomstig de reactie in de zienswijzennota en het bestemmingsplan inclusief bijbehorende MER Eemshaven vast te stellen. 2. Gevraagd of voorgesteld besluit 1. Op de zienswijzen te beslissen overeenkomstig de ‘zienswijzennota bestemmingsplan Eemshaven’; 2. Het bestemmingsplan Eemshaven conform de voorgestelde wijzigingen (n.a.v. de gegronde zienswijzen en ambtshalve wijzigingen) op onderdelen aan te passen; 3.
Het bestemmingsplan Eemshaven met bijbehorende MER (inclusief aanvullingen) vast te stellen. 3. Inleiding 3.1 Aanleiding Het ontwerp bestemmingsplan/MER Eemshaven heeft vanaf 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er 12 zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn weergegeven in de nota van beantwoording (zie bijlage 2). Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna de Commissie) heeft gereageerd op het ontwerp bestemmingsplan/MER. De commissie vond dat er nog informatie ontbrak en vond dat de plannen voor de Eemshaven, Oostpolder en Oosterhorn Postbus 26
9980 AA Uithuizen
088 345 8888
gemeente@hethogeland.nl
www.hethogeland.nl
meer in samenhang moesten worden onderzocht. In antwoord hierop is het MER voor een tweede keer aangevuld. Ook hierop is een advies van de Commissie gekomen. Daarover wordt in dit advies bij argumenten nader op ingegaan. Het bestemmingsplan wordt op onderdelen aangepast naar aanleiding van: • de zienswijzen • noodzakelijke actualisatie en gewijzigde inzichten Alle wijzigingen op het ontwerpbestemmingsplan zijn te vinden in de bijlagen en zijn geel gearceerd. Met dit voorstel wordt aan u voorgesteld om het bestemmingsplan Eemshaven met bijbehorende MER (inclusief aanvullingen) vast te stellen. 3.2 Bevoegdheid raad Het beantwoorden van de zienswijzen en het vaststellen van een bestemmingsplan en MER is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dit is vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 3.3 Wettelijk of beleidskader Het vaststellen van een bestemmingsplan is een wettelijke bevoegdheid van de gemeenteraad. 3.4 Historische context De huidige beheersverordening voor de Eemshaven (2013) is verouderd en gebaseerd op het bestemmingsplan Buitengebied Noord (Eemshaven) uit 1993. De beheersverordening zou ook slechts een tijdelijke oplossing zijn, in afwachting van het nieuwe bestemmingsplan Eemshaven. Dat dit zo lang zou duren voordat het bestemmingsplan in procedure zou worden gebracht werd toen niet voorzien.
Deze vertraging is het gevolg van diverse onderzoeken die plaats moesten vinden voordat verder kon worden gegaan met het bestemmingsplan. De behoefte aan een nieuw actueel planologisch instrument wordt echter steeds dringender. In 2019 is het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Eind 2023 is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Vlak voordat de omgevingswet in werking trad. Nu is dit het laatste nog vast te stellen bestemmingsplan van de gemeente Het Hogeland. 4. Beoogd resultaat (of effect) Het resultaat is een vastgesteld bestemmingsplan met bijbehorend MER voor de Eemshaven. Hieronder wordt nader op beide onderdelen nader ingegaan. Bij 5.1 argumenten/motivering wordt nader ingegaan op de wijzigingen in het bestemmingsplan en de aanvullingen op het MER en onze voorgenomen reactie op het toetsingsadvies van de Commissie. Bestemmingsplan Het nieuwe bestemmingsplan is een herziening van het plangebied van de Eemshaven, exclusief Eemshaven Zuidoost. Het biedt o.a. bouw-, aanleg- en gebruiksregels voor de invulling van bestaande en nieuwe bedrijfsactiviteiten in de haven. Aan de bestaande bedrijfskavels wordt een ruime bestemmingsregeling toegekend zodat een optimale invulling alsook verduurzamen van de Eemshaven mogelijk is.
Het maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk (zoals de uitbreiding van de Oostpolder en/of repowering van het Windpark Eemshaven). Alle bestemmingen die aan het plangebied zijn toegekend, gaan terug op de bestaande situatie dan wel op reeds afgegeven vergunningen. Op grond van de geldende Beheersverordening kunnen bedrijven in de milieu categorieën 1 tot en met 5.3 gevestigd worden. Deze regeling is ook in dit bestemmingsplan van toepassing. Nieuwe kolengestookte energiecentrales, kerncentrales en opslag van radioactief afval is uitgesloten. Pagina 2/8
Hindergevoelige voorzieningen, zoals bedrijfswoningen, zelfstandige kantoren en (nieuwe) kwetsbare objecten zijn niet toegestaan. Daarnaast zitten er ook regels in voor de geluidsverdeling van industrielawaai. Wat betreft het geluid en de verdeling van het geluid is een facetbeheersplan vastgesteld door de raad waarin het geluidverdeelplan is opgenomen. Deze facetbeheersverordening is nu geïmplementeerd in dit bestemmingsplan. Door nader geluidsonderzoek in het kader van de tweede aanvulling op het MER zijn hier wat wijzigingen in aangebracht. Dat resulteert in een aanpassing van het geluidverdeelplan (dat als beleidsregel is gekoppeld aan dit bestemmingsplan), maar ook aan waarden op de verbeelding van het bestemmingsplan Eemshaven. Milieueffectrapportage Ook is voor de actualisatie van het bestemmingsplan een milieueffectrapportage (planm.e.r.) nodig. Een plan-m.e.r. is noodzakelijk als een ruimtelijk plan aan tenminste één van de twee volgende bepalingen voldoet: • •
het ruimtelijk plan is kaderstellend voor mogelijke toekomstige m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten; voor het ruimtelijk plan is een 'passende beoordeling' nodig op grond van de Wet natuurbescherming.
De eerste bepaling is van toepassing omdat het nieuwe bestemmingsplan een 'wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan' is, dat kan leiden tot concrete projecten of activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Immers het te actualiseren bestemmingsplan voor het haven- en industrieterrein Eemshaven schept de mogelijkheid voor vestiging van bedrijven die in de zwaardere milieucategorieën van de VNG-lijst milieuzonering vallen, zoals afvalverwerkers, energiebedrijven en chemische bedrijven. Het te actualiseren bestemmingsplan vormt daarmee mogelijk het kader voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, en is om die reden plan-m.e.r.-plichtig. De tweede bepaling houdt verband met de uitvoering van het plan in de nabijheid van Natura 2000-gebied Waddenzee. Niet op voorhand valt uit te sluiten dat het plan tot significant negatieve effecten leidt op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000gebied. Daarom is een passende beoordeling nodig en ook om deze reden is de actualisatie van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig. Bij het bestemmingsplan is daarom ook een passende beoordeling en een MER opgesteld. Hierin zijn alle relevante 'omgevingsaspecten' in het kader van beide onderzoeken afgewogen. Hierbij is bij het ontwerp bestemmingsplan het MER aangevuld.
Eind 2023 hebben wij de Commissie gevraagd om te adviseren over de (eerste) aanvulling op het MER. De Commissie concludeerde in april 2024 dat er veel informatie over de milieugevolgen beschikbaar was gekomen, maar dat het aangevulde MER op een aantal punten nog steeds niet voldeed. Daarom is in 2025 een tweede aanvulling opgesteld en toegevoegd aan de stukken. De door de commissie gestelde vragen en opmerkingen zijn beantwoord of van een reactie en nadere onderbouwing voorzien. Op 11 juni 2025 hebben we van de Commissie een nieuw toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen daarop ontvangen. Ook in dit advies staat dat er nog steeds informatie ontbreekt en trekt de commissie andere conclusies uit de informatie in de aanvulling waar het gaat om effecten op kwetsbare, beschermde natuurgebieden als gevolg van stikstofdepositie. Bij 5.1 argumenten/motivering wordt nader op dit toetsingsadvies van 11 juni 2025 ingegaan.
Pagina 3/8
5. Toelichting 5.1 Argumenten/motivering In dit hoofdstuk gaan we nader in op: • waarom een nieuw vigerend bestemmingsplan moet worden vastgesteld; • hoe we de zienswijzen op het plan willen beantwoorden en wat we voorstellen om in het plan gewijzigd vast te stellen t.o.v. het ontwerp bestemmingsplan; • de aanvullingen op het MER; • het toetsingsadvies van de Commissie van 11 juni 2025. • de aanpassingen van de geluidsverdeling in de Eemshaven. Beheersverordening verouderd In de loop der jaren wijzigt (rijks)regelgeving als gevolg van gewijzigde inzichten, bv. op het gebied van veiligheid en milieu. Het is van belang dat deze regelgeving ook zijn weerslag vindt in het bestemmingsplan. De huidige beheersverordening voor de Eemshaven (2013) is verouderd en is op een aantal punten ook onduidelijk. De beheersverordening zou ook slechts een tijdelijke oplossing zijn, in afwachting van het nieuwe bestemmingsplan Eemshaven. Dat dit zo lang zou duren voordat het bestemmingsplan in procedure zou worden gebracht werd toen niet voorzien. Deze vertraging is het gevolg van diverse onderzoeken die plaats moesten vinden voordat verder kon worden gegaan met het bestemmingsplan. De behoefte aan een nieuw actueel planologisch instrument wordt echter steeds dringender. In 2019 is het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Eind 2023 is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
Vlak voordat de omgevingswet in werking trad. Zienswijzen op ontwerpbestemmingsplan/ (aanvulling)MER Eemshaven Het ontwerpbestemmingsplan/MER Eemshaven heeft in december 2023 / januari 2024 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om op het plan een zienswijze in te dienen. Het bestemmingsplan/MER is naast de gebruikelijke overleginstanties eveneens opgestuurd naar verschillende Duitse instanties en Duitse buurgemeenten. Tevens is de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna de Commissie) om advies gevraagd. In deze periode zijn er 12 zienswijzen ingediend op het ontwerp bestemmingsplan Eemshaven en (aangevulde) MER. Deze zijn samengevat en voorzien van een antwoord in bijgevoegde zienwijzennota. Met sommige (onderdelen van) zienswijzen kunnen we met meegaan en leidt dit tot enkele (ondergeschikte) aanpassingen van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn er nog enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. In de bijlagen zijn de wijzigingen geel gearceerd in de toelichting en de regels van het bestemmingsplan. Hieronder een selectie van een aantal van de belangrijkste wijzigingen t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan: Gebruiksregels: •
Waterstofproductie wordt als toegestane bedrijfsactiviteit opgenomen in de bestemming Artikel 4 Bedrijventerrein - industrie. Deze bedrijfsactiviteit ontbrak omdat deze activiteit niet in de bedrijvenlijst van de VNG zat.
Bouwregels: •
Er komt een binnenplanse afwijking voor het hoger mogen bouwen (t.b.v. installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking) binnen de bestemming Artikel 4 Bedrijventerrein - industrie. In artikel 2.8.3 onder c van het Barro is door het rijk specifiek opgenomen dat er geen hoogtebeperkingen mogen worden opgenomen t.b.v. installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking ter waarborging als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking. De Eemshaven is opgenomen als een vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking (artikel 2.8.2 Barro). Het Barro is overigens komen te vervallen door de komst van Pagina 4/8
de omgevingswet, maar de regels uit het Barro zijn overgenomen in het BKL. In dit specifieke geval artikel 5.157. Geluid: •
•
In aanvulling op de hogere waarden die worden vastgesteld op grond van de Wgh, worden via deze beleidsregel op de woningen aanvullend grenswaarden voor het geluidsniveau in de dag- en avondperiode vastgesteld, lager dan de Wgh grenswaarden. De geluidbudgetten en -reserves in deze perioden zijn hiertoe verlaagd. Dit wordt verwerkt in de beleidsregels geluidverdeelplan, maar ook op de verbeelding van het bestemmingsplan Eemshaven. Naar aanleiding van de nadere geluidanalyse voor de Eemshaven zijn de standaard kavelbudgetten in dB(A) in de Eemshaven gewijzigd. De benodigde geluidruimte is uit de reserve gehaald (zie § 6.4). Berekeningen en bijlagen zijn hierop aangepast. Dit wordt verwerkt in de beleidsregels van het geluidverdeelplan en op de verbeelding van het bestemmingsplan Eemshaven.
Aanvullingen op het MER en toetsingsadvies Commissie mer Het ontwerp bestemmingsplan was vergezeld met een aanvulling op het MER. De Commissie had eerder al geadviseerd over het MER voor de Eemshaven. In 2019 werd het voorontwerpbestemmingsplan met het MER aan de Commissie voorgelegd. De Commissie adviseerde toen het MER op een aantal punten aan te vullen. Eind 2023 hebben wij de Commissie gevraagd om te adviseren over de (eerste) aanvulling op het MER. De Commissie concludeerde in april 2024 dat er veel informatie over de milieugevolgen beschikbaar was gekomen, maar dat het aangevulde MER op een aantal punten nog steeds niet voldeed. Daarbij was van belang dat het plan dateerde uit 2019 en dat de omstandigheden in de vijf tussenliggende jaren op onderdelen waren veranderd: • • • • • •
De referentiesituatie was veranderd omdat de ontwikkeling van de Oostpolder inmiddels in een vergevorderd stadium van besluitvorming verkeerde. De effectbepaling was gebaseerd op het – inmiddels niet meer zo ver in de toekomst gelegen – zichtjaar 2030; Er was niet onderzocht of, gezien de huidige stand der techniek, het volledig 'opvullen' van de geluidszone uit 1993 nodig of wenselijk was en of een alternatief met minder geluidbelasting mogelijk was; De risico's van bulk op- en overslag van ammoniak (mede als gevolg van de energietransitie) waren niet in beeld gebracht; Op basis van de informatie was aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Het MER met aanvulling beschreef daarmee geen uitvoerbaar alternatief in het kader van de natuurwetgeving; Op basis van informatie in het MER en de aanvulling was niet zeker dat aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water kon worden voldaan.
De Commissie heeft geadviseerd deze informatie alsnog in een aanvulling op te nemen alvorens een besluit te nemen over bestemmingsplan Eemshaven. Daarnaast vond de commissie dat bepaalde milieuaspecten in samenhang met de Oostpolder (Provincie) en Oosterhorn (Eemsdelta) onderzocht moest worden. Naar aanleiding van dit advies hebben we een tweede aanvulling opgesteld waar op bovenstaande punten wordt ingegaan. Het gaat met name over de effecten op de waterkwaliteit als gevolg van thermische en chemische emissies door lozingen en als gevolg van onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater, en over de omvang van de stikstofdepositie. Er is een gevoeligheidsanalyse per milieuthema uitgevoerd om na te gaan in hoeverre effecten anders uitvallen wanneer wordt uitgegaan van een andere referentiesituatie en een ander zichtjaar. Ook is een nieuwe geluidsanalyse uitgevoerd en zijn de risico’s ten aanzien van op- en overslag van ammoniak kwalitatief in beeld gebracht. De tweede aanvulling concludeert dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is uitgesloten. Uit de aanvulling blijkt daarnaast dat de afweging rond Pagina 5/8
onttrekking van grondwater en emissies naar water in het vergunningenproces zal plaatsvinden. Ook deze aanvulling is voorgelegd ter toetsingsadvisering aan de Commissie. De Commissie heeft het volgende advies gegeven: De Commissie geeft aan te waarderen dat er veel nieuwe informatie beschikbaar is gekomen en dat bestaande informatie is gestroomlijnd en beter toegankelijk is gemaakt. De gevoeligheidsanalyse per milieuthema geeft inzicht in de impact van wijzigingen in beleid en wet- en regelgeving (tot 31 december 2023), de referentiesituatie en het hanteren van een ander zichtjaar. De Commissie signaleert echter dat er nog steeds informatie ontbreekt over: • •
De mogelijke gevolgen van waterinname en lozingen vanaf de Eemshaven voor de waterkwaliteit en de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. De mogelijke aantasting van leefgebied van zeezoogdieren en vogels, en daarmee de gevolgen voor de werelderfgoedstatus van de Waddenzee.
De Commissie adviseert deze informatie alsnog in beeld te brengen, alvorens een besluit te nemen over het bestemmingsplan. •
Daarnaast trekt de Commissie andere conclusies uit de informatie in de aanvulling waar het gaat om effecten op kwetsbare, beschermde natuurgebieden als gevolg van stikstofdepositie. Volgens de tweede aanvulling neemt de stikstofdepositie op daarvoor kwetsbare natuurgebieden beperkt toe, maar leidt die niet tot extra schade aan natuurgebieden. De tweede aanvulling concludeert daarom dat een aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden met zekerheid is uitgesloten. De Commissie onderschrijft deze conclusie niet omdat zij er niet van overtuigd is dat aantasting van beschermde natuurgebieden is uitgesloten.
Daarbij geeft de Commissie aan dat het aan de gemeenteraad is om deze punten te betrekken bij de besluitvorming over het bestemmingsplan Eemshaven. In de Oplegmemo naar aanleiding van Advies Commissie mer op de Aanvulling MER (zie bijlage) wordt een reactie gegeven op deze punten. Hierin wordt gemotiveerd waarom wij vinden dat er geen informatie ontbreekt en de MER wel compleet is. Ten aanzien van de stikstofdepositie zien wij in actuele jurisprudentie aanknopingspunten voor de benadering, zoals wij die in de Passende Beoordeling hebben verwoord. Aan de hand van dit advies kan worden uitgegaan dat met de huidige wetenschap het mogelijk is om de procedure van het bestemmingsplan voort te zetten. Geluidverdeelplan Ten behoeve van een evenredige verdeling van de geluidruimte binnen de zone kende het voorontwerpbestemmingsplan Eemshaven plan ook een juridische regeling. Deze was op de verbeelding opgenomen als gebiedsaanduiding 'milieuzone - geluidzonebeheer'. De bestaande geluidruimte werd op grond van de bestemmingsplanregeling ‘verkaveld’ (toekennen geluidruimte aan delen van het gebied) en werden regels gesteld die daarmee samenhangen. Met het geluidverdeelplan wordt voor de toekomst geborgd dat de geluidruimte optimaal wordt gebruikt en de ontwikkeling van het gebied maximaal wordt gefaciliteerd.
Tegelijkertijd blijft voor de omgeving duidelijk binnen welke grenzen die ontwikkeling kan plaatsvinden. De bestaande geluidzone van 1993 is het uitgangspunt. De reservepot geluidruimte wordt overigens ook benut voor de uitbreiding van de Oostpolder. De ontwikkeling kan alleen plaats vinden als die strategische reserve daadwerkelijk wordt gezekerd en daarmee de uitvoerbaarheid van de Oostpolder wordt Pagina 6/8
veilig gesteld. Een losse vaststelling geeft niet alleen zekerheid voor de Eemshaven, maar ook op de langere termijn voor de Oostpolder. Omdat het bestemmingsplan Eemshaven enige tijd stil heeft gelegen, is er voor gekozen om als tijdelijke maatregel eerst een facetbeheersverordening vast te stellen voor het geluidverdeelplan. Hiermee is het geluidverdeelplan juridisch geborgd. De facetbeheersverordening is, enigszins aangepast, wederom geïmplementeerd in het bestemmingsplan Eemshaven. De aanpassing is noodzakelijk omdat in het ontwerpbestemmingsplan de geluidskavels worden vastgelegd op de verbeelding en dat met een binnenplanse afwijking afgeweken kan worden van het geluidskavelbudget. Omdat ook de Oostpolder gebruikt maakt van hetzelfde geluidsbudget wordt voorgesteld om het geluidverdeelplan vast te stellen als beleidsregel. Daarnaast heeft er in het kader van het advies van de Commissie nog nader onderzoek plaatsgevonden en zijn er nogmaals aanpassingen doorgevoerd (zie tweede aanvulling MER Eemshaven). Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidsbudgetten voor de nacht niet verder naar beneden kunnen, maar dat er wel ruimte is om de geluidsbudgetten voor de kavels in de dag en avondperiode verder naar beneden bij te stellen. Dit is doorgevoerd in de verbeelding van het bestemmingsplan Eemshaven. Ook in het geluidverdeelplan wordt deze aanpassing doorgevoerd.
Omdat het vaststellen van een beleidsregel een bevoegdheid is van het college, heeft het college het geluidverdeelplan als beleidsregel reeds vastgesteld. 5.2 Risico’s Indien belanghebbenden het niet eens zijn met de vaststelling van dit bestemmingsplan kan men hiertegen in beroep gaan bij de Raad van State. 6. Financiële aspecten en wijze van dekking Het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan heeft geen aanvullende financiële gevolgen. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan zijn gedekt binnen het budget voor bestemmingsplannen. 7. Inbreng belanghebbenden Het ontwerpbestemmingsplan Eemshaven heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen en heeft een ieder de mogelijkheid gekregen te reageren op het plan. In deze periode zijn er 12 zienswijzen binnengekomen op het plan. Deze zienswijzen zijn gebundeld in de reactienota zienswijzen (zie bijlage) en zijn van een voorgenomen antwoord voorzien waarin inhoudelijk wordt gereageerd op deze zienswijzen. Voorgesteld wordt om conform de reactie in deze nota de zienswijzen te beantwoorden. 8. Vervolgtraject 8.1 Uitvoering Als de gemeenteraad het nieuwe bestemmingsplan heeft vastgesteld, zal het plan nog een keer gedurende zes weken ter inzage liggen voor beroep bij de Raad van State.
8.2 Tijdspad Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, geldt een termijn van zes weken waarin de provincie een reactieve aanwijzing kan geven. Binnen deze termijn kan de provincie ingrijpen als het bestemmingsplan strijdig is met provinciaal beleid of wet- en regelgeving. Indien de provincie aangeeft dit niet voornemens te zijn, kan eerder de bekendmaking van de vaststelling plaatsvinden. 8.3 Communicatie In de Noorderkrant, in het gemeenteblad en op de website van de gemeente geven wij kennis van de vaststelling van het bestemmingsplan. Onze vooroverlegpartners, zoals de Pagina 7/8
provincie en Noorderzijlvest, lichten we per e-mail in over de vaststelling van het plan. Ook iedereen die een zienswijze heeft ingediend krijgt persoonlijk bericht over de vaststelling en het vervolg van de procedure. 8.4 Evaluatie N.v.t. Bijlage(n): 1. Concept vast te stellen bestemmingsplan Eemshaven inclusief MER (toelichting, bijlagen bij toelichting, regels, bijlage bij regels, verbeelding) 2. Nota van zienswijzen 3. Toetsingsadvies Commissie MER 1 april 2024 4. Tweede aanvulling MER 5. Toetsingsadvies Commissie MER 11 juni 2025 6. Oplegnotitie naar aanleiding van Advies Commissie MER op de Aanvulling MER 7. Beleidsregels geluidverdeelplan
Winsum, 8 juli 2025 Burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland, Gemeentesecretaris,
Burgemeester,
Paul van Vilsteren
Henk Jan Bolding
Pagina 8/8