CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

14 05 040326

Raadsvergadering 4 maart 2026, gemeente HetHogelandBij agendapunt: Ontwerp GR Perspectief Groningen Noord-Drenthe (Economische Agenda)1.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord ontwerp GR Perspectief Groningen en Noord-Drenthe Inleiding Tijdens het raadsoverleg van 11 februari 2026 hebben de fracties Lokaal Sociaal en GemeenteBelangen Het Hogeland een aantal vragen gesteld over en naar aanleiding van de bespreking van de Ontwerp GR Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. Deze GR vormt de bestuurlijke en juridische basis voor de uitvoering van de Economische Agenda binnen Nij Begun. Vraag en antwoord Zie hieronder de vragen en ons antwoord hierop. Voor de leesbaarheid maken we gebruik van andere lettertypes en cursivering.

1. Stichting maakt plannen, maar valt buiten democratische controle De stichting bereidt kernstukken voor, maar kent geen directe democratische verantwoording. Vragen en antwoorden: •

Hoe wordt voorkomen dat de stichting in de praktijk agenderend en richtinggevend wordt?

Antwoord: De stichting werkt uitsluitend in opdracht of mandaat van de GR. Op grond van artikel 10:2 Awb blijft het Algemeen Bestuur (AB) volledig verantwoordelijk voor alle besluiten die in mandaat worden genomen. De stichting kan dus geen eigen beleidsruimte claimen: zij voert uit binnen vooraf democratisch vastgestelde kaders (Economische Agenda, meerjarenplan, subsidieregels).

•

Welke mogelijkheden hebben raden om invloed uit te oefenen op de inhoudelijke voorstellen van de stichting vóórdat deze in het bestuurlijke traject komen?

Antwoord: Raden kunnen via de zienswijzeprocedure invloed uitoefenen op het meerjarig uitvoeringsplan. Daarnaast kunnen zij op elk moment vragen stellen aan hun vertegenwoordiger in het AB. De inhoudelijke koers wordt dus vooraf door raden beïnvloed, niet achteraf.

•

Kan de raad de stichting rechtstreeks bevragen of evalueren, of loopt alles via bestuur en college?

Antwoord: Nee. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat verantwoording loopt via het AB. Colleges blijven aanspreekbaar richting de raad. Dit voorkomt onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. 1

2. Mandaat en uitvoering: waar eindigt de invloed van de raad? Mandaat is efficiënt, maar kan democratische afstand vergroten. Vragen: •

Is het mogelijk dat de stichting in de uitvoering keuzes maakt die politiek gevoelig zijn, zonder expliciet raadsbesluit?

Antwoord: Politiek gevoelige keuzes worden vastgelegd in de Economische Agenda en het meerjarenplan. De stichting mag alleen uitvoeren binnen deze kaders.

•

Hoe worden gemandateerde besluiten achteraf inzichtelijk gemaakt voor de raad?

Antwoord: Het is een kwestie van uitwerking en van het algemeen en dagelijks bestuur.

3. Overdracht subsidiebevoegdheid: onomkeerbaar of tijdelijk? Met overdracht van bevoegdheid verdwijnt directe sturing. Vragen: •

Is de overdracht van de subsidiebevoegdheid tijdelijk of permanent?

Antwoord: Uit de Economische Agenda volgt dat het verstrekken van subsidie een belangrijk financieringsinstrument is en dat de uitvoering via een openbaar lichaam en daaraan gekoppelde stichting loopt. De overdracht is nodig zo lang als dat nodig is voor de uitvoering van de Economische Agenda.

•

Kan de raad deze bevoegdheid later terughalen als de praktijk daartoe aanleiding geeft?

Antwoord: Ja. Daar is wel een unaniem besluit voor nodig.

•

Welke waarborgen zijn er dat subsidieregels voldoende concreet en politiek gestuurd blijven?

Antwoord: Subsidieregels worden vastgesteld binnen de kaders van de Economische Agenda en het meerjarenplan. ProFacto benadrukt dat deze kaders voldoende concreet moeten zijn, maar ook enige afwegingsruimte moeten bieden.

4. Financiële toets ontbreekt bij jaarplannen Geld volgt het jaarplan, maar zonder inhoudelijke toets. Vragen: •

Klopt het dat jaarplannen zonder inhoudelijke toets door Rijk of kassier worden gefinancierd? 2

Antwoord: Jaarplannen moeten passen binnen het meerjarenplan, dat via zienswijzen wordt beïnvloed. Het Rijk stelt middelen beschikbaar op basis van het meerjarig uitvoeringsplan en financiert – zonder inhoudelijke toets – aan de kassier. De kassier maakt de middelen – ook zonder inhoudelijke toets – over aan het openbaar lichaam.

•

Wie bewaakt de inhoudelijke kwaliteit, doelmatigheid en rechtvaardigheid van de bestedingen?

Antwoord: Het Algemeen Bestuur van de GR is hiervoor verantwoordelijk. Daarnaast gelden accountantscontroles, evaluaties en monitoring.

•

Welke rol heeft de raad hierin, anders dan achteraf kennisnemen?

Antwoord: De raad kan jaarlijks in gesprek met de vertegenwoordiger in het AB over jaarplannen en begroting. Controle-instrumenten zijn doorlopend inzetbaar. Zie verder de toelichting op de GR.

De stukken stellen dat geen regulier beleid wordt overgedragen, maar de praktijk kan anders uitpakken. Vragen: •

Wat gebeurt er als keuzes in de Economische Agenda botsen met lokaal beleid of lokale prioriteiten?

Antwoord: Het college blijft aanspreekbaar door de raad. De raad kan instructies geven. Regionale afspraken wegen zwaar, maar lokale democratische controle blijft bestaan.

•

Wie weegt dan wat zwaarder: lokale democratische keuzes of regionale afspraken?

Antwoord: De GR zorgt voor gezamenlijke besluitvorming; colleges moeten regionale afspraken uitvoeren, maar blijven verantwoording schuldig aan hun raad.

5. Inwonersparticipatie De basisafspraak van Nij Begun is dat inwoners mede bepalen waar publieke middelen naartoe gaan. De huidige constructie lijkt daarmee op gespannen voet te staan. Onvoldoende duidelijk is: •

Hoe en wanneer inwoners daadwerkelijk invloed krijgen vóórdat keuzes worden gemaakt.

Antwoord: Het Algemeen Bestuur bepaalt de vorm van participatie. De GR bevat een kan-bepaling, zodat het AB per onderwerp de meest passende vorm kan kiezen.

3

•

Wie bepaalt óf, wanneer en op welk niveau participatie plaatsvindt en of dit voldoende is.

Antwoord: Het AB is verantwoordelijk voor de kwaliteit van participatie. Uitvoerders (zoals de stichting) moeten zich houden aan de door het AB vastgestelde afspraken.

•

Hoe wordt geborgd dat opgehaalde inbreng zichtbaar wordt meegenomen in besluitvorming.

Antwoord: De GR verplicht tot verantwoording over de uitvoering van plannen. In de uitwerking van de Economische Agenda worden participatie-eisen concreet vastgelegd.

6. Democratische zeggenschap en inzet van de raden Zienswijzen kunnen worden meegegeven, maar het is onduidelijk welk gewicht deze hebben. Vragen: •

Wat gebeurt er concreet met een zienswijze van een gemeenteraad?

Antwoord: Zienswijzen moeten inhoudelijk worden beantwoord en kunnen leiden tot aanpassing van het meerjarenplan.

•

Hoe zwaar weegt een zienswijze van de lokale volksvertegenwoordiging in de uiteindelijke besluitvorming?

Antwoord: Zienswijzen zijn een formeel instrument en moeten serieus worden betrokken bij besluitvorming. Het AB moet gemotiveerd aangeven wat ermee is gedaan.

Onbegrijpelijk is waarom wel een zienswijze op het meerjarig uitvoeringsplan wordt gevraagd, maar niet op de jaarplannen. Antwoord: Jaarplannen zijn uitvoeringsdocumenten binnen de kaders van het meerjarenplan. Een extra zienswijze zou de uitvoering vertragen. Raden hebben al jaarlijkse controlemomenten via begroting en voortgang.

Aanvullende vragen: •

Welke ruimte heeft de raad om tussentijds richtinggevende uitspraken te doen?

Antwoord: De raad kan altijd richtinggevende uitspraken doen en vragen stellen aan de vertegenwoordiger in het AB van de GR. Colleges moeten deze signalen meenemen in regionale besluitvorming.

•

Hoe wordt geborgd dat zulke uitspraken worden betrokken bij besluitvorming?

Antwoord: daar kunnen we met elkaar afspraken over maken. 4

Een zienswijze eens per vijf jaar betekent slechts zes formele controlemomenten in dertig jaar. Dat wordt als onvoldoende beschouwd. Antwoord: De middelen voor de uitvoering van de Economische Agenda komen ten laste van de Rijksbegroting. De looptijd van het meerjarig uitvoeringsplan is gekoppeld aan het uitvoeringsprogramma Rijk dat tenminste elke vijf jaar wordt vastgesteld zoals vastgelegd in de Groningenwet. Deze koppeling is bewust gekozen om te zorgen voor een samenhangende cyclus van gezamenlijke programmatische herijking op basis van inhoudelijke evaluatie. Daarnaast is het indienen van zienswijzen een manier voor de gemeenteraad om vooraf invloed uit te oefenen en het neemt geen controle weg.

Vragen: •

Zijn er meer fracties die dit zo zien?

•

Is het een reële optie om dit gezamenlijk op te nemen in een zienswijze?

Antwoord: het is niet aan ons om de twee hierboven genoemde vragen te beantwoorden.

7. Lokale afspraken over mandaat en afstemming De constructie legt veel mandaat bij de colleges. Dat vraagt om zorgvuldige democratische borging. Voorstellen: •

Het mandaat van bestuurders jaarlijks herijken in gesprek met de raad.

Antwoord: De GR schrijft niet voor hoe mandaat intern wordt georganiseerd, dit is een kwestie van uitwerking. Ons voorstel is om dit na de gemeenteraadsverkiezingen, in een nieuwe samenstelling van de raad en college, met elkaar te bespreken.

•

De raad tijdig betrekken bij de inhoudelijke koers, vóórdat regionale besluiten worden genomen.

Antwoord: De GR bepaalt wanneer de raad betrokken wordt. •

De raad zienswijzen laten indienen op de jaarplannen, omdat daarin de feitelijke keuzes en bestedingen worden vastgelegd.

Antwoord: Er is geen mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen op de jaarplannen. De jaarplannen zijn uitwerkingen van de meerjarenplannen, waarop de raad wel een zienswijze op kan indienen.

Vraag: •

Kunnen we afspreken dat we dit met de nieuwe raad vastleggen in duidelijke lokale afspraken tussen raad en college? 5

Antwoord: nee.

Concluderend Het college adviseert vast te houden aan de ontwerp-GR, omdat: •

de democratische verantwoordelijkheid juridisch is geborgd via de Wgr en artikel 10:2 Awb;

•

de stichting uitsluitend uitvoert binnen door de GR vastgestelde kaders;

•

de GR aansluit op de Groningenwet en noodzakelijk is voor toegang tot Rijksmiddelen;

•

zienswijzen op het meerjarenplan vooraf invloed bieden zonder de uitvoering te vertragen;

•

participatie en evaluatie verplicht onderdeel zijn van de verdere uitwerking;

•

raden doorlopend controle-instrumenten behouden;

We willen benadrukken dat de Economische Agenda een unieke kans biedt om samen met zestien regionale overheden gedurende dertig jaar een krachtige impuls te geven aan de brede welvaart en de economische structuurversterking in onze regio. Deze samenwerking vraagt om een solide, gezamenlijke en uitvoerbare governance. Wij zijn ervan overtuigd dat de ontwerp GR daarin kan voorzien. Tot besluit Wij hopen u van dienst geweest te zijn met de bovenstaande vragen van de in de raad gestelde vragen.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16668820/1