CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 03 050624 1

Raadsvergadering 5 juni 2024, gemeente HetHogelandBij agendapunt: Bestemmingsplan De Tille Uithuizen34.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Opzet van het bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 5 7 11 11

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Beschrijving van het plan Bestaande situatie Toekomstige situatie

12 12 13

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleid Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid Regionaal Gemeentelijk beleid

16 16 19 22 23

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieu- en omgevingsaspecten Algemeen Bodem Water Erfgoed Ecologie Stikstof Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Geur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets

25 25 25 27 29 31 34 34 36 36 37 40 41 42 43

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

44 44 44

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

48 48 48

Bijlagen bij toelichting

49

Bijlage 1

Bodemonderzoek

50

Bijlage 2

Bodemonderzoek akker

125

Bijlage 3

Digitale Watertoets

184

Bijlage 4

Quickscan Wet Natuurbescherming

193

Bijlage 5

Verkeerslichtenkaart bomen en houtopstanden

226

Bijlage 6

Quickscan Flora & Fauna

248

Bijlage 7

Stikstofdepositieberekening

284

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

319

2

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Bijlage 9

Notitie externe veiligheid

358

Bijlage 10

Advies Veiligheidregio Groningen

371

Bijlage 11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

373

Bijlage 12

Participatiedocument

399

Regels

471

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

472 472 479

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Woongebied Waarde - Archeologie 4

480 480 482

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

484 484 485 486 487 489 490 491

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

492 492 493

Bijlagen bij regels

495

Bijlage 1

496

3

Lijst van toegestane beroepen en bedrijven

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

4

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het Groninger Zorg Akkoord zijn door 18 zorgaanbieders in de provincie onder meer afspraken gemaakt over de aardbevingbestendigheid van zorgcomplexen in en rondom het bevingsgebied. Kort gezegd moeten zorgcomplexen met het oog op de veiligheid van bewoners 30 minuten kunnen blijven staan bij een aardbeving met een kracht van 5 op de schaal van Richter. De locatie 'De Tille' in het zuiden van Uithuizen van aanbieder Lentis voldoet niet aan deze eis. Ook een zorglocatie van aanbieder Cosis voldoet niet aan de eis. Om te kunnen conformeren aan het Groninger Zorg Akkoord moeten de locaties worden herontwikkeld, in deze opgave hebben de twee partijen elkaar gevonden. Samen hebben zij het plan ontwikkelt om gezamenlijk, in Uithuizen, een nieuwe, toekomst- en aardbevingsbestendige woonvorm voor mensen met een zorg- en/of ondersteuningsvraag te realiseren. Na uitgebreid onderzoek naar mogelijke locaties, is de locatie De Tille van Lentis als meest geschikte locatie gekozen voor de beoogde herontwikkeling. In de bestaande situatie wordt de locatie reeds gebruikt voor zorgdoeleinden, het huidige gebouw, waar circa 48 bewoners kunnen wonen verdeeld over 24 wooneenheden, wordt gesloopt. Het gehele plangebied wordt herontwikkeld als woongebied inclusief zorg en ondersteuning. In dit bestemmingsplan worden maximaal 104 zorgwooneenheden mogelijk gemaakt verdeeld over drie clusters.

Daarnaast voorziet het plan in de ontwikkeling van een multifunctioneel centrum. Het centrale idee achter de samenwerking tussen de zorgorganisaties is het realiseren van een toekomstgericht geïntegreerd totaalconcept van wonen, ontmoeten, welzijn, zorg, dagbesteding en dienstverlening voor mensen met een zorgvraag in Uithuizen en omgeving. Hiervoor worden op locatie voorzieningen gecreëerd voor zowel de bewoners en medewerkers van de woonzorglocatie als bewoners uit de naaste omgeving ten behoeve van (beschermde) dagbesteding en ontmoeting. De beoogde ontwikkeling is binnen het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk, derhalve is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarmee in een passend juridisch-planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling mogelijk is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied aan de Oude Tilsterweg 23 bestaat uit een bestaand zorgcomplex met omliggende gronden in de bebouwde kom, aan de rand van de kern Uithuizen. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een woonwijk, ten westen ligt basisschool 'De Schelp' en aan de oost- en zuidzijde liggen agrarische gronden. Figuur 1.1 toont de situering van het plangebied ten opzichte van de omgeving.

5

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 1.1 Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving

Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergeven. Voor de begrenzing van het plangebied zijn de kadastrale percelen gemeente Uithuizen, sectie E nummers 3945, 3946 en Sectie H nummers 243 (ged.), 960 en 499 aangehouden. Het plangebied heeft een gezamenlijk oppervlakte van circa 37.810 m2. Voor de exacte begrenzing van voorliggend bestemmingsplan wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.

6

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 1.2 Begrenzing plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Bestemmingsplan 'Uithuizen' Het ter plaatse van het plangebied vigerende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan 'Uithuizen' welke onherroepelijk is vastgesteld op 14-01-2016. Figuur 1.3 toont het bestemmingsplan ten opzichte van het plangebied. In het bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Maatschappelijk', 'Water' en 'Agrarisch'. Ter plaatse van de bestemmingen 'Water' en 'Agrarisch' geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' geldt een bouwvlak.

7

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Uithuizen'

Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, waaronder agrarische cultuurgrond. Ter plaatse van de tot het plangebied behorende gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

Maatschappelijk De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke doeleinden, waaronder maatschappelijke voorzieningen met uitzondering van jongerencentra. Volgens artikel 1.58 van de planregels moet onder 'maatschappelijke voorzieningen' worden verstaan: 'educatieve, sociaal-medische, sociaalculturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook productiegebonden detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen'. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bij de maatschappelijke voorzieningen horende parkeervoorzieningen (artikel 9.1, aanhef en onder i). Gebouwen en overkappingen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd, de maximale goothoogte bedraagt 5,5 m en de maximale bouwhoogte 9 meter. Ter plaatse van het bouwvlak geldt geen maximaal bebeouwingspercentage of -oppervlakte. Tot een gebruik strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend: (a) het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden anders dan aan de maatschappelijke functie ondersteunende horeca en (b) het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel anders dan aan de maatschappelijke functie ondersteunende detailhandel.

Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor hoofdwatergangen die een belangrijke functie vervullen in de waterhuishouding, alsmede watercompensatiegebieden. Ter plaatse van de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

8

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Waarde - Archeologie 4 Ter plaatse van de voor 'Agrarisch' bestemde gronden geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De gronden zijn naast de daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische (verwachtings)waarden. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 0,45 m -Mv wordt geroerd, met uitzondering van: bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met ten hoogste 200 m² wordt uitgebreid; bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 200 m² ten behoeve van andere daar voorkomende bestemming(en). Indien bovengenoemde drempelwaarden (mogelijk) worden overschreden dient middels archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat (eventueel) aanwezige archeologische waarden niet worden geschaad.

Strijdigheid Agrarisch Initiatiefnemers zijn voornemens een stalgebouw voor dagbesteding met daaraan ondergeschikt een dierenweide te realiseren ter plaatse van de bestemming. Volgens artikel 3 van het bestemmingsplan zijn de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden onder meer bestemd voor: (a) agrarische cultuurgrond; (b) grondgebonden agrarische bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'; (c) een kwekerij, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwekerij' en (d) bedrijfswoningen. Met daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Aangezien het stalgebouw hoofdzakelijk ten dienste van de dagbesteding en daarmee de zorginstellingen zal staan, past het gebruik niet binnen de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast geldt dat gebouwen en overkappingen uitsluitend mogen worden gebouwd ter plaatse van bepaalde functieaanduidingen en binnen een bouwvlak (artikel 3.2.1, aanhef en onder a en c). Het bestemmingsplan definieert 'gebouw' als volgt: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (artikel 1.39). Gelet op het voorlopige ontwerp en het beoogde gebruik van het stalgebouw, wordt gesteld dat de deze kwalificeert als 'gebouw' zoals bedoeld in de planregels.

Ter plaatse van de beoogde locatie van het stalgebouw is geen sprake van een bouwvlak of functieaanduiding en dus geen gebouw toegestaan. De realisatie en het beoogde gebruik van het stalgebouw zijn derhalve strijdig met het bestemmingsplan.

Maatschappelijk Het beoogde gebruik van het plangebied voor wonen met zorg door de zorginstellingen is hedentendage niet meer passend binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zoals volgt uit het bestemmingsplan 'Uithuizen'. Volgens de planregels zijn de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden bestemd voor sociaal-medische voorzieningen en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De zorginstellingen kwalificeren als sociaal-medische voorzieningen. Echter is sprake van wonen met daaraan ondergeschikt het verlenen van zorg. Dit is een brede definitie, waar het aanbieden van (24-uurs)zorg onder valt. De zorg wordt verleend aan zorgbehoevenden met een zorgindicatie, al dan niet op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). De beoogde ontwikkeling is hierin niet passend bij de vigerende maatschappelijke bestemming. Het te realiseren multifunctioneel centrum voorziet in de realisatie van een theehuis. Dit theehuis vormt een ontmoetingspunt welke hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de dagbesteding van clienten/bewoners van Cosis. Naast dagbesteding in de bediening zijn er ook ruimtes voor samenkomen, keramiek of diensten. De algemene ruimte kan tevens worden opgedeeld ten behoeve van het huisvesten van meerdere groepen en is voor gezamenlijk gebruik door, en voor, de bewoners van Lentis en Cosis. Het theehuis is daarnaast een plek voor ontmoeting.

Ontmoeting tussen inwoners van Uithuizen, tussen inwoners en bewoners van de nieuwe Tille, tussen de verschillende verenigingen die Uithuizen rijk is, tussen schoolkinderen, tussen ouders, buurtbewoners en medewerkers van de zorgorganisaties. Zij vinden in het theehuis een plek waar men elkaar tegen kan komen. Dat zorgt voor een plek waar personeel van de zorgorganisaties elkaar ontmoeten, elkaar vragen kunnen stellen over vakkennis van de ander, waar uitwisseling van expertise plaats vindt en waar men elkaar om hulp kan vragen. Ook kan het theehuis gebruikt worden voor het organiseren van activiteiten. Als ontmoetingsplek zorgt het theehuis daarmee voor verbinding van het plangebied met de buurt, de omgeving en Uithuizen. Eenieder kan hier terecht voor koffie met gebak terwijl de kinderen in de speeltuin spelen of bij de dierenweide zijn. Het theehuis is maximaal 7 dagen per week open van 9.00 uur tot 18.00 uur en bij activiteiten tot maximaal 22.00 uur, waarbij het schenken van alcohol een mogelijkheid is. Op basis van het bovenstaande kan worden gesteld dat het theehuis hoofdzakelijk ten dienste staat van de zorgorganisaties en daarbij in het speciaal van de dagbesteding. Daaraan ondergeschikt is het gebruik van het theehuis als horecabestemming door derden. Hierin wijkt het plan af van hetgeen is toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan 'Uithuizen'.

Bovendien wijkt het bouwplan af van de bouwregels die volgen uit artikel 9.2.1 van de planregels van het bestemmingsplan 'Uithuizen'. Zo zal er buiten het bouwvlak worden gebouwd (a) en zullen de zorgcomplexen worden gebouwd zonder kap (e) en zal het theehuis niet voldoen aan de eis dat de kap minimaal 30 graden moet zijn (e).

9

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Zowel het beoogde gebruik als het bouwplan passen niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk waarbij de planregels worden aangepast zodat het bouwplan en het beoogde gebruik mogelijk zijn.

Water Ter plaatse van de bestemming zijn geen ingrepen voorzien, er is geen sprake van strijdigheid.

Waarde - Archeologie 4 De dubbelbestemming wordt conform het vigerende bestemmingsplan 'Uithuizen' overgenomen in voorliggend plan. Bij de aanvraag van omgevingsvergunningen wordt indien noodzakelijk een archeologisch onderzoek overlegd.

Bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan mini-windturbines' Op 28 juni 2016 is het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan mini-windturbines' vastgesteld. Om inwoners en ondernemers uit de gemeente ruimte te bieden om, onder voorwaarden, hun eigen energie op te wekken is in dit bestemmingsplan vastgelegd hoe dit mogelijk wordt gemaakt. In voorliggend bestemmingsplan zijn algemene afwijkingsregels (Artikel 8) opgenomen die de realisatie van mini-windturbines mogelijk maken. Deze regels conformeren aan het facetbestemmingsplan.

Bestemmingsplan 'Herziening bestemmingsplan Uithuizen' Op 15 september 2016 is het bestemmingsplan 'Herziening bestemmingsplan Uithuizen' vastgesteld. In het bestemmingsplan 'Uithuizen' is een aantal omissies geconstateerd, middels de herziening zijn deze omissies hersteld. De hieronder opgesomde omissies zijn in het bestemmingsplan hersteld: Agrarisch: Verduidelijking bouwwerken waarop de regels van toepassing zijn. Water: (Bestemmingsomschrijving) Herstel benaming artikel in aanhef. Algemene Afwijkingsregels: (Afwijking bouwhoogte zend-, ontvangst- en antennemasten) Herstel afstemming met beleidsregels vastgesteld Antennebeleid. Het plan voorziet niet relevante bepalingen voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Eemsmond Gebouwd Erfgoed' Op 12 juli 2018 is het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Eemsmond Gebouwd Erfgoed' vastgesteld. In het bestemmingsplan is het voorbereidingsbesluit van 13 oktober 2016 uitgewerkt. Dit bestemmingsplan biedt, in verlengde van het voorbereidingsbesluit, bescherming aan gebieden waar de cultuurhistorische, landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden onder druk kunnen komen te staan als geen nadere afweging kan plaatsvinden ten aanzien van sloop en nieuwbouw van panden, bijvoorbeeld als gevolg van schade door de gaswinning in het gebied. Het plangebied kent de dubbelbestemming 'Waarde - Ruimtelijke kwaliteit', hiermee dient de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse worden beschermd. Ter plaatse van het plangebied gelden geen nadere aanduidingen, ook is het plangebied niet opgenomen in bijlage 1 of 2. De in de dubbelbestemming opgenomen planregels voorzien derhalve niet in relevante bepalingen voor onderhavig bestemmingsplan.

Bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Facetregeling geitenhouderijen' Op 28 oktober 2020 is het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Facetregeling geitenhouderijen' vastgesteld. In het bestemmingsplan is het voorbereidingsbesluit van 27 mei 2020 uitgewerkt. Met het plan is het thema geitenhouderijen in de geldende bestemmingsplannen herzien. Het bestemmingsplan regelt dat nieuwe geitenhouderijen en uitbreiding van bestaande geitenhouderijen niet meer zonder zwaarwegende afwegingen ten aanzien van de gezondheidsrisico's van in omliggende functies aanwezige personen worden toegestaan. Onder geitenhouderijen wordt de activiteit "houden van meer dan dertig geiten" begrepen. Voorliggend bestemmingsplan conformeert aan het facetbestemmingsplan, in de planregels is een regel opgenomen die bepaalt dat het houden van meer dan 30 geiten niet is toegestaan.

10

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan Harmonisatie Het Hogeland' De aanleiding voor het opstellen van het facetplan is de wens om een aantal bestaande bestemmingsplanregelingen van de voormalige gemeenten De Marne, Winsum, Bedum en Eemsmond te harmoniseren. Per 1 januari 2019 zijn de vier gemeenten gefuseerd tot gemeente Het Hogeland. Het plan voorziet niet in voor voorliggend bestemmingsplan relevante bepalingen.

1.4

Opzet van het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan "De Tille Uithuizen" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding; regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van voorliggende toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij weergave en motivering van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water die bij de totstandkoming van het bestemmingsplan zijn betrokken en beoordeeld. In Hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt de juridische procedure tot vaststelling beschreven en verantwoord. In Hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht, waarna tot slot in Hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt beschreven aan de hand van de onderwerpen vooroverleg en zienswijzen.

11

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Bestaande situatie

Het plangebied aan de Oude Tilsterweg 23 kent in de bestaande situatie het zorgcomplex van Lentis met omliggende gronden, gelegen in de bebouwde kom aan de rand van de kern Uithuizen. Het zorgcomplex heeft een bruto vloeroppervlak van circa 3.100 m2 en is gebouwd in 1975. Het terrein is ingericht met parkeerplaats, bijgebouwen en groen. Het gebouw kent één bouwlaag met kap, aan de voorzijde van het complex is de hoofdontsluiting met parkeerterrein gesitueerd. Figuur 2.1 toont een luchtfoto van de locatie. In de bestaande situatie is de zorginstelling 'Wonen Uithuizen' van initiatiefnemer Lentis in het zorgcomplex gevestigd. Hier kunnen personen van tussen de 20 en 65 jaar terecht wanneer zij een psychiatrische stoornis hebben en voor langere tijd zijn aangewezen op psychiatrische zorg. Het complex biedt huisvesting aan maximaal 48 personen. Figuur 2.2. geeft een weergave van de bestaande inrichting binnen het plangebied. Ten oosten en zuiden van het plangebied bevinden zich agrarische percelen. Het oostelijke perceel is in de bestaande situatie in gebruik als weide, het zuidelijke perceel is in gebruik als akker.

Figuur 2.1 Luchtfoto bestaande situatie

12

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 2.2 Inrichting bestaande situatie

2.2

Toekomstige situatie

De zorgorganisaties Cosis en Lentis hebben het gezamenlijk voornemen om de bestaande zorglocatie 'De Tille' te Uithuizen te herontwikkelen naar een nieuw, modern en aardbevingbestendig woon-zorgcomplex. Om te voorzien in de veranderende vraag naar ondersteunende woonzorg en aardbevingsbestendige woonzorggebouwen wordt de locatie herontwikkeld tot een woongebied met verschillende woonzorg-clusters met in totaal maximaal 104 zorgwooneenheden. Naast de woongebouwen wordt een multifunctioneel centrum ontwikkeld bestaande uit een stalgebouw en een theehuis. Deze gebouwen dienen hoofdzakelijk ten behoeve van dagbesteding voor bewoners van de zorgwooneenheden. Het terrein wordt verder ingericht met bijbehorende bebouwing, parkeergelegenheid, water, groen, speelvoorzieningen voor kinderen en een dierenweide. Onderstaande figuur 2.3 toont een impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied.

13

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 2.3 Impressie inrichting toekomstige situatie Landschappelijke inpassing in de omgeving Het terrein van de Tille ligt aan de zuidrand van Uithuizen. Deze groene dorpsrand bestaat uit een afwisseling van agrarische veldjes en recreatieve voorzieningen. Het is een groene rafelrand die een ontspannen overgang vormt tussen het dorp en het open landschap. Het karakter van het terrein van het nieuwe zorgcentrum sluit aan op deze zone. Buiten het open hof van de gebouwen krijgt het terrein een agrarisch karakter dat doet denken aan een boerenerf. Moestuinen, dierenweides en natuurlijk spelen krijgen hier een plek. De groenstructuur bestaat uit knotwilgen, fruitbomen en bloemrijk gras. Wandelpaden bieden de mogelijkheid om ommetjes te maken. Om deze zone wordt een fietspad gelegd dat de fietsroute aan de zuidkant van Uithuizen compleet maakt. Deze functies sluiten aan op de behoefte van de bewoners en het terrein krijgt semi-openbaar karakter. Hierdoor wordt interactie tussen dorpsbewoners en Tille-bewoners gestimuleerd. Stedenbouwkundige herinrichting Binnen het open hof van de woongebouwen bevindt zich een meer besloten wereld. De vormgeving is tuinachtig van karakter. Auto's zijn te gast op het terrein en parkeren bij de ingang. Elk gebouw staat in een eigen tuin wat het groen dicht bij de bewoners brengt en privacy biedt.

Het theehuis vormt de schakel tussen de wereld binnen en buiten het hof. Terrassen en ontmoetingsplekken bij het theehuis zijn voor gezamenlijk gebruik. Het wordt dé ontmoetingsplek van de Tille. In het ontwerp wordt bewust met materialen omgegaan. Ten eerste wordt bewust gekozen voor rustige neutrale kleuren en zachte materialen als basis om bewoners niet onnodig te overprikkelen. Op plekken waar de buitenruimte gezamenlijk gebruikt wordt en waar beleving centraal staat komen zitplekken en zintuigenborders (voelen, ruiken, zien, horen). Het ontwerp stimuleert biodiversiteit door gebruik te maken van een diverse inheemse beplanting. Regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal geïnfiltreerd of vertraagd afgevoerd. Zo draagt het plan bij aan het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. Wonen in combinatie met zorg De initiatiefnemers hebben hun eigen specialisme op het gebied van zorg en zullen gevestigd worden in een eigen gebouwcluster waarbij het uitgangspunt is dat een bewoner niet meer hoeft te verhuizen. Wanneer een bewoner ook zorg nodig heeft van een andere organisatie, kan dat in alle woningen op het terrein. Naast de zorgwooneenheden worden in de gebouwen ook ruimtes voor medewerkers en gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners gerealiseerd. De zorgorganisaties beschrijven hun gezamenlijke doelgroep als 'mensen met een intensieve ondersteuningsvraag'.

Het woonzorgconcept bestaat uit een samenhangend gecoördineerd aanbod van wonen, werken, ontmoeten, welzijn, diensten en een 24-uurs aanwezigheid van niet-inplanbare zorg. Hierbij valt te denken aan mensen met dementie, mensen met een somatische ondersteuningsvraag, of een verstandelijke of psychische beperking. Het woonzorgconcept in Uithuizen heeft een directe relatie met de samenleving, waarbij de bewoners worden ondersteund in het zo zelfstandig mogelijk wonen door het aanbieden van planbare zorg, dagbesteding, eerstelijnszorg en bijvoorbeeld respijtzorg. Gebouwcluster – Cosis De door Cosis geleverde zorg richt zich op mensen met een verstandelijke beperking voor wie wonen met begeleiding en

14

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

verzorging noodzakelijk is. Het gaat om zowel jongeren, volwassenen als ouderen (18 jaar of ouder) die oorspronkelijk uit Uithuizen of omgeving komen. Ze kunnen 24 uur per dag een beroep doen op een van de medewerkers. Hiervoor ontvangen ze een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (VG 3 t/m 6). Gebouwcluster – Lentis De door Lentis geleverde zorg richt zich op mensen met ernstige psychische problemen die ongemakken ervaren op meerdere levensgebieden (gezondheid, werk en inkomen, sociale relaties) en daardoor langdurige zorg en ondersteuning nodig hebben. Het gaat om mensen van 21 jaar of ouder, waarbij de gemiddelde leeftijd tussen de 45 en 50 jaar ligt. Er is een indicatie vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (Wlz) voorhanden. Gebouwcluster – senioren/ouderen Het gebouwcluster – senioren/ouderen is gericht op het mogelijk maken van nieuwbouw voor ouderenzorg, zowel intramuraal als via scheiden van wonen en zorg. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om mensen met een thuiszorg- of WLZ-indicatie, zoals mensen met (beginnende) dementie of een somatische zorgvraag, die behoefte hebben aan een geclusterde vorm van wonen met 24-uurszorg in de directe nabijheid. Cliënten van Cosis dagbesteding kunnen hier ondersteunen in de diensten (bijvoorbeeld in tuinonderhoud, afvalinzameling, boodschappen, schoonmaak).

Multifunctioneel centrum Het centrale idee achter de samenwerking tussen de zorgorganisaties is het realiseren van een toekomstgericht geïntegreerd totaalconcept van wonen, ontmoeten, welzijn, zorg, dagbesteding en dienstverlening voor mensen met een intensieve zorgvraag in Uithuizen en omgeving. Cosis en Lentis gaan ook samenwerken op het gebied van Werken, Dagbesteding en Leren (WDL). Hiervoor worden op locatie voorzieningen gecreëerd voor zowel de bewoners en medewerkers van de woonzorglocatie als bewoners uit de naaste omgeving ten behoeve van (beschermde) dagbesteding en ontmoeting. Er wordt een belangrijke ontmoetingsfunctie voor Uithuizen gerealiseerd in de vorm van een multifunctioneel centrum (theehuis en stalgebouw met dierenweide). De meerwaarde van een integrale woonzorgvoorziening die passend is in zijn omgeving wordt van groot belang geacht. Naast wonen moet er ruimte zijn voor diverse sociale, maatschappelijke ontmoetingsfuncties, waar niet alleen de bewoners van de locatie gebruik van maken, maar die bereikbaar en beschikbaar zijn voor alle bewoners en organisaties in Uithuizen. Theehuis Het theehuis is gesitueerd aan de entree van het gebied en vormt de schakel tussen het hof en Uithuizen. Bestemd voor dagbesteding ten behoeve van de clienten van Cosis met een horecagelegenheid, waarbij de bediening wordt verzorgd door clienten.

Naast dagbesteding in de bediening zijn er ook ruimtes voor keramiek of diensten. De algemene ruimte kan tevens worden opgedeeld ten behoeve van het huisvesten van meerdere groepen en is voor gezamenlijk gebruik door en voor de bewoners van Cosis en Lentis, maar ook mensen van buitenaf voor koffie met gebak. Dagbestedingstijden zijn van 9.00 uur tot 16.00 uur. Het theehuis is 7 dagen per week open van 10.00 uur tot 17.00 uur (reguliere tijden) en bij evenementen tot maximaal 22.00 uur, waarbij het schenken van alcohol een mogelijkheid is. Stalgebouw Het stalgebouw is op zichzelf multifunctioneel. De hoofdfunctie is dagbesteding voor clienten van Cosis. Hiervoor voorziet het gebouw in kantoorruimte voor personeel, een werkplaats voor clienten, opslag van materialen en diervoer, hokken voor kleinvee en voorzieningen als toiletten, kleedruimte en lockers. Het is een plek om planten en groenten te verpotten, water te tappen, materialen op te slaan, een fietsband te plakken, te klussen, zagen, kloven en handwerk te verrichten. Dit kan incidenteel ook dienstverlenend voor bijvoorbeeld een vereniging uit Uithuizen, waarbij de clienten de dienst leveren. Onderschikt is het gebruik van het stalgebouw ten behoeve van de dierenweide waarbij ruimte is voor externe bezoekers. Daar waar het mogelijk is om kennis te maken met de boerderijdieren door dicht bij de dieren te komen.

Het gebouw is maximaal 7 dagen per week geopend op reguliere tijden van 9.00 tot 18.00 uur en bij activiteiten tot maximaal 22.00 uur.

15

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid en regelgeving

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Met het geïntegreerde woonzorgconcept waarbij wordt geinvesteerd in aardbevingsbestendigheid wordt bijgedragen aan de prioriteit van 'Sterke en gezonde steden en regio's'. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1

Algemeen

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid is beschreven dat wanneer een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dit plan een beschrijving omvat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het invullen van de vraag naar de behoefte en locatie zijn de volgende uit artikel 1.1.1. Bro van toepassing: 1. Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. 2. Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen

16

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Conform jurisprudentie (ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921) betreft het realiseren van maatschappelijke voorzieningen omtrent (woon)zorg een vorm van 'stedelijke ontwikkeling'.

3.1.2.2

Doorwerking in het onderhavige plan

3.1.2.2.1 Toets aan begripsbepalingen Voordat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Zorgwooneenheden Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 104 zorgwooneenheden mogelijk. In de bestaande situatie is in het plangebied sprake van 24 (maatschappelijke) zorgwooneenheden ofwel een zorgcomplex. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van nieuwe zorgwooneenheden mogelijk, in de zin van de Bro betreft dit een daarom een woningbouwlocatie en dus een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens moet worden bepaald of deze stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Wanneer een ontwikkeling voorziet in de reducering of verplaatsing van bebouwing wordt dit niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Het bestaande zorgcomplex 'De Tille' kent 24 (maatschappelijke) wooneenheden.

Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 104 zorgwooneenheden mogelijk. Er worden daarmee in totaal 80 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Dit is meer dan 12 woningen en er is derhalve sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' conform ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee van toepassing en de Laddertoets moet worden doorlopen. Hiertoe dient de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden beschreven. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Multifunctioneel centrum Het plan maakt de realistie van een multifunctioneel centrum bestaande uit een theehuis en een stalgebouw mogelijk. De realisatie van deze bebouwing is binnen het vigerende planologische regime niet mogelijk. Omdat de bebouwing wordt gerealiseerd ten behoeve van dagbesteding van clienten wordt geconstateerd dat sprake is van maatschappelijke voorzieningen omtrent woonzorg en derhalve een 'stedelijke ontwikkeling'. Vervolgens moet worden bepaald of deze stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.

Voor overige stedelijke functies (niet zijnde wonen) wordt in een overzichtsuitspraak van de Raad van State gesteld, dat voor andere stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Bestaat de andere stedelijke ontwikkeling uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Het theehuis en stalgebouw hebben een maximaal gezamenlijk oppervlakte van circa 850 m2. Dit is meer dan 500 m2. Deze bebouwing is op basis van het vigerende planologische regime niet mogelijk. Daarmee is sprake van 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' en moet de Laddertoets worden doorlopen.

3.1.2.2.2 Laddertoets De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. Als de ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Behoeftebepaling De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieu's. Bij overige functies, waaronder maatschappelijke functies omtrent woonzorg, is het ruimtelijk verzorgingsgebied meestal de gemeente of een groter gebied. Bij de beoordeling van de behoefte moet het bestaande aanbod betrokken worden. Woonzorggebouwen

17

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Voorliggend plan voorziet in de herontwikkeling van een bestaande zorglocatie ten behoeve van de bouw van nieuwe woon(zorg)eenheden. Hiertoe wordt het bestaande, niet aardbevingsbestendige zorgcomplex van Lentis, gesloopt. De maatschappelijke wooneenheden die hierdoor verdwijnen worden herbouwd in de toekomstige situatie. In aanvulling hierop worden nieuwe woon(zorg)eenheden voor Lentis gerealiseerd en worden eenheden van Cosis herplaatst op locatie de Tille. In aanvulling op de 70 eenheden van Lentis en Cosis worden 34 nieuwe woon(zorg)eenheden mogelijk gemaakt. Hiermee wordt voorzien in bestaande en nieuwe behoefte. Daarbij is in het 'Afwegingskader Woon- en zorginitiatieven' van gemeente Het Hogeland inzichtelijk gemaakt dat er de aankomende jaren behoefte is aan innovatieve woon-zorginitiatieven, voorliggend plan sluit hierop aan. Gesteld wordt dat voorliggend plan voorziet in de actuele behoefte. Multifunctioneel centrum Deze bebouwing staat hoofdzakelijk ten dienste van de dagbesteding voor clienten uit de woonzorggebouwen. De zorgorganisaties Lentis en Cosis zijn voornemens samen te werken op het gebied van Werken, Dagbesteding en Leren (WDL). In het Groninger Zorgakkoord is verwoord dat behoefte bestaat aan nieuwe innovatieve zorgconcepten.

Omdat Uithuizen een dunbevolkt verzorgingsgebied is, is samenwerking noodzakelijk om te komen tot een economisch houdbaar concept en lokale aanpak. Door de krachten van de zorgorganisaties te bundelen ontstaan verscheidene koppelkansen. De dagbesteding en mogelijkheden tot ontmoeten zijn hier essentieel voor, het multifunctioneel centrum voorziet hierin. Hier kunnen bewoners, personeel en mensen uit de buurt elkaar tegenkomen. Het op een innovatieve wijze samenwerken wordt hiermee mogelijk door gebruik te maken van elkaars expertise en kennis te delen, in die zin heeft het multifunctioneel centrum een belangrijke interne functie. In externe uitwerking zorgt het multifunctioneel voor verbinding met de omgeving. Doel is dat bewoners onderdeel blijven van de lokale leefgemeenschap en Uithuizen, het multifunctioneel centrum vormt in die zin een brug naar de omgeving door de omgeving als het ware toe te laten tot het woonzorgconcept. Gesteld wordt dat het multifunctioneel centrum daarmee voorziet in actuele behoefte. Bestaand stedelijk gebied Wanneer de ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. In de provinciale omgevingsverordening is het huidige perceel waarop de Tille is gevestigd aangeduid als 'bebouwd gebied'.

Het overige deel van het plangebied dat de bestemming 'Agrarisch' kent is aangeduid als 'buitengebied'. De woonzorggebouwen en het theehuis worden gebouwd ter plaatse van als 'bestaand stedelijk gebied' aangeduide gronden. Dit blijkt bovendien uit de bestaande inrichting met een woonzorgcomplex en bijkomende voorzieningen, de stedenbouwkundige samenhang met de omgeving en de van toepassing zijnde bestemming en regels, sprake is van bestaande stedelijk gebied. Noemenswaardig is dat in het vigerende bestemmingsplan grote bouwvrijheid geldt, technisch gezien zou het gehele bouwvlak kunnen worden bebouwd vanwege het ontbreken van een bebouwingspercentage. Met voorliggend plan worden de bouwmogelijkheden in zekere zin ingeperkt. Het stalgebouw wordt mogelijk gemaakt ter plaatse van als 'buitengebied' aangeduide gronden. Het stalgebouw mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van het voormalige als 'agrarisch' bestemde perceel. In de nieuwe situatie wordt hier een bouwvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - stal' van toepassing. In de bestaande situatie is op het perceel een bouwwerk geen gebouw zijnde gesitueerd van circa 50 m2 voor het schuilen van paarden. Conform de vigerende bestemmingsplanregels van de bestemming 'agrarisch' is het bouwen van gebouwen, overkappingen en overige bouwwerken niet mogelijk.

Bestaande overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mogen worden gehandhaafd. Omdat deze stedelijke ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied moet conform artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Het stalgebouw staat hoofdzakelijk ten dienste van de zorgactiviteiten en specifiek de dagbesteding. Daaraan ondergeschikt is het gebruik ten behoeve van de bijbehorende dierenweide. Het stalgebouw voorziet onder andere in een werkplaats voor de dagbesteding. Het agrarische perceel is hier uitermate geschikt voor, hier is voldoende ruimte voor de dieren om te grazen, clienten kunnen hier in de buitenlucht activiteiten uitvoeren en dieren verzorgen. Het stalgebouw en de dierenweide zijn daarmee van groot belang voor de dagbesteding. Deze ruimte is niet beschikbaar binnen het bestaand stedelijk gebied. Daarbij zijn het stalgebouw en de dierenweide van belang om de ontwikkeling te verbinden met de omgeving. Zij zullen, net als het theehuis, mensen uit de omgeving naar het plangebied trekken. Hierdoor behouden de bewoners en het woonzorgcomplex de verbinding met de lokale gemeenschap.

Geconstateerd wordt dat de mogelijkheid tot het bouwen van een stalgebouw voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

18

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

3.1.3

Conclusie

Voorliggend bestemmingsplan - het ruimtelijke besluit- maakt meer bebouwing mogelijk dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Derhalve is sprake van een nieuw beslag op de ruimte en dus is de Laddertoets van toepassing. Uit het bovenstaande volgt dat aantoonbaar sprake is van behoefte aan de beoogde stedelijke ontwikkelingen. Het plan voorziet grotendeels in de herontwikkeling van bestaande stedelijk gebied. Voor het deel van het plan dat niet plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied is aantoonbaar dat hiervoor binnen bestaande stedelijk gebied geen plek is. Het plan voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Groningen

De Omgevingsvisie 2021 van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Doel van de omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. Door samenwerking met medeoverheden en andere partijen en het leveren van maatwerk wil de provincie haar doelen bereiken. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in deze Omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving.

In deze Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen': Ruimte Ruimtelijke kwaliteit Aantrekkelijk vestigingsklimaat Ruimte voor duurzame energie Vitale landbouw Natuur en landschap Beschermen landschap en cultureel erfgoed Vergroten biodiversiteit Water Waterveiligheid Schoon en voldoende water Mobiliteit Bereikbaarheid Milieu Tegengaan milieuhinder Gebruik van de ondergrond De Omgevingsvisie is een kaderstellend document voor de uitwerking van het beleid op deelterreinen door de provincie zelf en door gemeenten en waterschappen. Ook voor andere partijen (bedrijven) die iets willen dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, biedt de Omgevingsvisie houvast. De provincie wil met de Omgevingsvisie ruimte bieden en uitnodigen. Maar uit deze Omgevingsvisie vloeien ook richtlijnen en voorschriften voort, die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee werkt het omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) door in plannen van gemeenten en waterschappen. Het initiatief is niet strijdig met de omgevingsvisie en deze vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

19

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

3.2.2

Omgevingsverordening Groningen

De Omgevingsverordening Provincie Groningen 2021 (hierna Omgevingsverordening genoemd) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De Omgevingsverordening is nauw verbonden met de Omgevingsvisie provincie Groningen 2021 zoals hierboven is beschreven. Hieronder zijn de artikelen weergegeven die relevant zijn voor het plangebied: beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen (afdeling 2.1); niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (afdeling 2.3); woningbouw (artikel 2.15.1). invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen (artikel 2.23.3).

Afdeling 2.1: Beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen Afdeling 2.1 ziet toe op de bescherming van beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen en op de sloop van gebouwen binnen het aardbevingsgebied. De bebouwing in het plangebied bestaat uit niet-karakteristieke bebouwing. Het initiatief is op dit punt dan ook niet in strijd met de Omgevingsverordening.

Afdeling 2.3: Niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Afdeling 2.3 ziet toe op het zorgvuldig gebruik van ruimte in het buitengebied met als doel de bundeling van verstedelijking. Van belang zijn onderstaande begrippen. Een uitsnede van 'Kaart 1' is opgenomen als figuur 3.1. a. bestaand stedelijk gebied: gebied dat geen deel uitmaakt van het op kaart 1 aangeduide buitengebied; b. buitengebied: gebied aangegeven op kaart 1; c. nieuwe stedelijke ontwikkeling: een ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan nieuw planologisch beslag op de ruimte door middel van uitbreiding van bouwmogelijkheden of wijziging van gebruiksmogelijkheden van substantiële aard en omvang ten behoeve van: 1. niet-agrarische bedrijven, woningen, kantoren; 2. voorzieningen voor de uitoefening van detailhandel, zaalsport en vrijetijdsbesteding, dienstverlening, horeca; 3. instellingen voor onderwijs, zorg, cultuur, of bestuur; 4. andere stedelijke voorzieningen.

20

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

Figuur 3.1: Begrenzing buitengebied

Artikel 2.13.1 Nieuwvestiging of uitbreiding van niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied bevat geen bestemmingen die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een stedelijke ontwikkeling die aansluit op het bestaand stedelijk gebied, op voorwaarde dat in de plantoelichting is aangetoond dat voor deze ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied geen ruimte beschikbaar is of na intensivering, revitalisering en herstructurering kan worden verkregen; De agrarische percelen ten oosten en zuiden van het plangebied zijn in de provinciale omgevingsverordening aangeduid als buitengebied. Conform lid 1 van artikel 2.13.1 mag een bestemmingsplan geen bestemmingen bevatten die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van de agrarische percelen naar de bestemming 'Woongebied'. Op de zuidelijke akker wordt geen nieuwe bebouwing toegestaan, hier worden uitsluitend enkele gebruiken (moestuin, speeltoestellen, wandelpaden) ten behoeve van de woonbestemming toegestaan. Er is daarmee geen sprake van uitbreiding van bouwmogelijkheden of wijziging van gebruiksmogelijkheden van substantiële aard.

Ter plaatse van het oostelijke agrarische perceel wordt nieuwe bebouwing toegestaan in de vorm van het stalgebouw. Dit gebouw heeft een maximaal oppervlakte van 300 m2 en heeft als hoofdfunctie dagbesteding voor clienten van Cosis. Hiervoor voorziet het gebouw in kantoorruimte voor personeel, een werkplaats voor clienten, opslag van materialen en diervoer, hokken voor kleinvee en voorzieningen als toiletten, kleedruimte en lockers. Onderschikt is het gebruik van het stalgebouw ten behoeve van de dierenweide waarbij ruimte is voor externe bezoekers. Er is daarmee sprake van uitbreiding van bouwmogelijkheden en derhalve een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conform lid 1 van artikel 2.13.1 is dit niet toegestaan. Echter, is het eerste lid niet van toepassing (artikel 2.13.1 lid 2) op een stedelijke ontwikkeling die aansluit op het bestaand stedelijk gebied. Voorwaarde hierin is dat in de plantoelichting is aangetoond dat voor deze ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied geen ruimte beschikbaar is of na intensivering, revitalisering en herstructurering kan worden verkregen. Uit figuur 3.1 en de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan volgt dat het stalgebouw mogelijk wordt gemaakt in aansluiting op bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied binnen het plangebied is geen ruimte beschikbaar voor het stalgebouw.

De hoofdgebouwen ten dienste van de bestemming zijn voor zover mogelijk in het voorheen vigerende

21

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

bouwvlak beoogd. Hiermee is beoogd voldoende ruimte over te houden voor groen en 'lucht' tussen de gebouwen. Dit heeft geresulteerd in de bebouwingopzet zoals weergeven in figuur 2.3. Tussen of rondom de beoogde bebouwing is niet voldoende ruimte beschikbaar voor het stalgebouw. Daarbij is het, gelet op de aard en het beoogde gebruik voor dagbesteding, noodzakelijk dat rondom het stalgebouw ruimte is voor de te houden dieren. Deze ruimte is binnen het bestaand stedelijk gebied niet beschikbaar, maar op het agrarische perceel dat aansluit op het stedelijk gebied wel. Het nieuwe beslag op de ruimte als gevolg van het mogelijk maken van een stalgebouw op een bestaand agrarisch perceel dat aansluit op bestaand stedelijk gebied, is op basis van het voorgaande beperkt. Gesteld wordt dat deze ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied - na intensivering, revitalisering en herstructurering - geen ruimte beschikbaar is. Geconcludeerd wordt dat artikel 2.13.1 lid 1 van de omgevingsverordening niet van toepassing is op de realisatie van het stalgebouw in het buitengebied.

Artikel 2.15.1 Woningbouw In het artikel is het onderstaande vervat: 1. Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt, of met nadere regels als bedoeld in het tweede lid. 2. Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan - onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening - voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met: a. een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken van een dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffende gemeente; of b.

de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 104 zorgwooneenheden mogelijk, waarbij de aanduiding 'zorg' uitsluitend wonen met zorg toestaat. In 3.4.3 is inzichtelijk gemaakt dat de met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met de woonvisie. De woonvisie betreft een uitwerking van de regionale woningbehoefteprognoses. In de planregels is een wijzigingsbevoegheid opgenomen waarmee het mogelijk is maximaal 20 reguliere wooneenheden te realiseren. Wanneer hier gebruik van wordt gemaakt vloeien 34 woonzorgeenheden terug naar het woningbouwprogramma. Indien gebruik wordt gemaakt van deze wijzigingsbevoegheid moet worden aangetoond dat de reguliere woningen voorzien in actuele behoefte. Met inachtneming van het voorgaande is voldoende inzichtelijk gemaakt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.15.1 van de omgevingsverordening.

Artikel 2.23.3 Invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen Het plangebied ligt binnen de ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen'. De toelichting op een plan dat betrekking heeft op de deze zone bevat een nadere verantwoording van het groepsrisico en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. In afwijking hiervan kan worden volstaan met een beperkte groepsrisicoverantwoording als: a. het plangebied geheel is gelegen op een afstand van minimaal 200 meter van de betreffende infrastructuur; of b. in het vigerende, minder dan 10 jaar geleden vastgestelde, bestemmingsplan reeds een nadere verantwoording van het groepsrisico is opgenomen en het bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van: 1. maximaal 41 woningen per hectare buiten de PRmax; of 2. maximaal 3.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorruimte per hectare buiten de PRmax; of 3. maximaal 3.000 m2 bruto vloeroppervlakte winkelruimte per hectarebuiten de PRmax; of 4. maximaal 100 personen per hectare buiten de PRmax in de vorm van objecten of een combinatie van objecten die leiden tot een personen dichtheid van maximaal 100 per hectare. In paragraaf 4.11 wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. Conform artikel 2.23.3 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen.

Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.23.3 van de omgevingsverordening.

3.3

Regionaal

Ontwikkelingsvisie Eemsdelta 2030 In september 2013 is de 'Ontwikkelingsvisie Eemsdelta 2030; Samen denken, samen doen' vastgesteld. Aan het tot stand komen van de Ontwikkelingsvisie hebben verschillende instellingen meegewerkt: de provincie Groningen, de voormalige gemeenten Delfzijl, Eemsmond, Appingedam en Loppersum (hierna: DEAL-gemeenten), de Waterschappen Noorderzijlvest

22

bestemmingsplan De Tille Uithuizen

en Hunze en Aa's, het Rijk, LTO Noord, Milieufederatie Groningen en Groningen Seaports. Doel van de Ontwikkelingsvisie is de 'economische ontwikkeling samen te laten gaan met substantiële groei van de werkgelegenheid en die op een duurzame wijze vorm te geven. Met behoud en versterking van de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit.' Dit leidt tot vijf centrale opgaven, waaronder: 'de leef- en omgevingskwaliteit in de dorpen en de centrumplaatsen op peil houden en naar een hoger niveau brengen.' De afname, vergrijzing en ontgroening van de bevolking in het gebied vragen volgens de DEAL-gemeenten om een duidelijke visie en maatregelen. De leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit worden versterkt door: bovenlokale voorzieningen (intramurale zorgvoorzieningen), niet dagelijkse detailhandel en woningbouw te concentreren in de drie regionale centra (Appingedam, Delfzijl en Uithuizen) en de centrumdorpen (Middelstum, Uithuizermeeden en Loppersum). Gestreefd wordt naar behoud van de dagelijkse detailhandel in de centra van de regionale centra en in de centrumdorpen, bij voorkeur in combinatie met zorgvoorzieningen en woningen voor ouderen; te investeren in een kwaliteitsimpuls voor de centra van de drie regionale centra en de centrumdorpen; te kiezen voor sloop van verouderde woningen (zowel koop als huurwoningen) en vernieuwbouw om een kwaliteitsslag te maken.

Verder is er ruimte voor nieuwbouw in de regionale centra, vooral om ouderen passende huisvesting en zorg te kunnen bieden; ruimte te bieden voor woon-werkcombinaties in vrijkomende agrarische gebouwen of karakteristieke panden die de komende jaren hun functie verliezen. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming Ontwikkelingsvisie Eemsdelta 2030. Met de herontwikkeling en realisatie van een toekomstbestendig zorgcomplex wordt voorzien in de lokale en regionale behoefte aan zorgaanbod.

3.4

Gemeentelijk beleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14241465/1