CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 03 200121 01 Koersdocument Het Hogeland (1)

Raadsvergadering 20 januari 2021, gemeente HetHogelandBij agendapunt: Koersdocument Omgevingsvisie15.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Koersdocument Omgevingsvisie Het Hogeland

Koersdocument Omgevingsvisie Het Hogeland

Projectnummer:

502.00.10.00.00

Datum:

13 november 2020

Bron: H. van Heuveln

Inhoudsopgave 1. Inleiding

blz. 5

1.1 Omgevingsvisie en Koersdocument 1.2 Opbouw en inhoud Omgevingsvisie 1.3 Proces tot nu toe

2. Een andere manier van werken

blz. 10

2.1 Omgevingswet: Sturingsfilosofie 2.2 Omgevingswet: voorspelbare en onvoorspelbare toekomst 2.3 Omgevingswet: rollen en gedrag

3. Trends en ontwikkelingen in Het Hogeland

blz. 16

3.1 Demografische trends 3.2 Sociale trends 3.3 Economische trends 3.4 Trends rond klimaat en verduurzaming 3.5 Trends rond (digitale) bereikbaarheid

4. De kop op’t Hogeland

blz. 24

4.1 Van ambitie naar uitdagingen

5. Uitdagingen Het Hogeland

blz. 27

5.1 Pronkjewail Hogeland: eigen en herkenbaar 5.2 Vitaal Hogeland: wonen en leven op de wierden en zorg voor elkaar 5.3 Ondernemend Hogeland: toekomstbestendig en verbonden 5.4 Energiek Hogeland: duurzaam en klimaatbestendig

6. Vervolg; naar een Omgevingsvisie 6.1 Procesinitiatieven 6.2 Proces totstandkoming Omgevingsvisie

blz. 43

1

Inleiding

Voor u ligt het Koersdocument Omgevingsvisie Het Hogeland. Dit koersdocument is de eerste stap in de ontwikkeling van een Omgevingsvisie voor Het Hogeland. De Omgevingsvisie bevat de integrale langetermijnvisie voor de gemeente Het Hogeland. De visie geeft een koers en stelt ambities en opgaven voor een gezonde, veilige, schone en mooie fysieke leefomgeving. Wat is goed en mooi in Het Hogeland? Wat maakt de inwoners trots en maakt de gemeente tot een goede plek om te leven en wat willen we behouden of versterken? Welke uitdagingen komen er op ons af? Hoe geven we energietransitie een plek in onze gemeente? Waar gaan we in de toekomst woningen bouwen? Voor wie bouwen we die woningen? Hoe gaan we om met alle ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit? Wat zijn de invloeden van de vergrijzing en wat voor maatregelen zijn nodig? Waar liggen kansen voor ondernemers en zit de werkgelegenheid van morgen? Vragen die aan de orde komen in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt en is een belangrijk document voor de gemeente. Maar het is ook een belangrijk document voor de inwoners en ondernemers omdat de Omgevingsvisie niet alleen koers bepaalt, maar ook aanzet en uitnodigt tot het nemen van initiatief. In dit Koersdocument zijn de eerste kaders en denklijnen voor de Omgevingsvisie geschetst.

De kaders geven richting en houvast voor de gesprekken die in het vervolgtraject worden gevoerd met inwoners, partners en andere betrokkenen. Niet alleen beleidsmatige keuzes, maar ook - en misschien wel minstens zo belangrijk - keuzes over de manier waarop de gemeente onder de Omgevingswet wil omgaan met initiatieven en nieuwe ontwikkelingen. Welke houding willen raad, college en ambtelijk apparaat aannemen als zich nieuwe, onbekende ontwikkelingen aandienen? Welke houding en gedrag passen bij het DNA van de gemeente Het Hogeland? En wat betekent dat voor contacten met inwoners en ondernemers? Het Koersdocument is daarmee de eerste (strategische) koersbepaling van de raad voor het vervolg van de Omgevingsvisie.

5

1.1

Omgevingsvisie en Koersdocument

Doel Omgevingsvisie De Omgevingsvisie geeft richting aan het langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Het Hogeland. De Omgevingsvisie is bij uitstek het instrument dat strategische doelen en lokale behoeften verbindt en voorziet van richting, koers en een daadwerkelijke eerste stap. Op die manier wordt de Omgevingsvisie geen beleidsstuk met alleen mooie verhalen en ambities, maar juist een visie die daadwerkelijk helpt om vanuit die ambities sturing (en uitvoering!) te geven aan de uitdagingen waar de gemeente en haar dorpen voor staan.

Schematische voorstelling opzet Omgevingsvisie

Koersdocument Het Koersdocument is de eerste mijlpaal in de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Het Koersdocument geeft de strategische basis en hoofdlijnen voor de Omgevingsvisie. Daarmee geeft het Koersdocument inhoudelijk richting aan het vervolgproces voor de Omgevingsvisie. In dit Koersdocument zijn ambities en uitdagingen samengebracht die gaan over de toekomst van de gemeente. De Visie Ruimte vormt daarbij het eerste vertrekpunt. De uitdagingen in het Koersdocument zijn gevoed door (landelijke) trends en ontwikkelingen en door gesprekken met ambtenaren van alle betrokken afdelingen. Daarbij is in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet gezocht naar verbinding en samenhang tussen de verschillende onderwerpen; een integrale blik. Na vaststelling van het Koersdocument volgt het gesprek buiten het gemeentehuis. Een gesprek met de dorpen, inwoners, ondernemers, agrariërs etc. en bestuurlijke partners. Doel is om de hoofdlijnen te verbinden met de lokale wensen, waarden en behoeften.

6

1.2

Opbouw en inhoud Omgevingsvisie

De totstandkoming van de Omgevingsvisie bestaat uit vijf stappen. In onderstaand plaatje zijn deze stappen weergegeven.

Opzet Omgevingsvisie in 5 stappen

De eerste stap is een beleidsanalyse: welk beleid is er en welke beleidsstukken vormen de huidige basis onder het gemeentelijke beleid? Deze stap geeft antwoord op de vraag ‘wat wilden we en willen we dat nog steeds?’ Daarnaast speelt de vraag ‘wat komt er op ons af?’ Dit is stap 2. Welke ontwikkelingen beïnvloeden de toekomst van onze gemeente en op welk vlak? Deze verkenning is onder andere samen met het Projectteam Omgevingsvisie en ambtenaren van verschillende afdelingen gedaan en heeft een weerslag gevonden in het voorliggende Koersdocument. De geformuleerde uitdagingen vormen hiervan de essentie. Op deze basis wordt in stap 3 met de samenleving het gesprek gevoerd: wat is van waarde in de gemeente, wat maakt de gemeente onderscheidend en wat moet daarom behouden blijven, versterkt of ontwikkeld worden? Deze inbreng wordt vertaald naar waardenkaarten voor de verschillende gebieden van Het Hogeland. De waardenkaarten vormen het fundament van de Omgevingsvisie en de gemeente: de kaarten geven weer wat/wie de gemeente is en vormen de basis voor nieuwe ontwikkelingen. De vierde stap duidt de ambities en opgaven van de gemeente aan. Wat is het toekomstperspectief? Waar willen we aan werken? Onderdeel van de visie is ook een uitvoeringsdeel.

In het uitvoeringsdeel wordt concreet gemaakt welke stappen de gemeente de komende jaren (zelf) wil zetten en waar de gemeente ruimte laat voor initiatieven van anderen om invulling te geven aan de opgaven in de visie. Het laatste deel van de Omgevingsvisie is een proceswijzer en afwegingskader. Voor initiatieven die niet passen in het Omgevingsplan ligt voor het College van B en W de taak om te onderzoeken of afwijking van het Omgevingsplan aan de orde is. Via de Omgevingsvisie geeft de raad voor die afweging het eerste toetsingskader mee aan het college. Omdat de aard van die afwijkende initiatieven niet gemakkelijk voorspelbaar is en initiatieven vaak maatwerk vragen, wordt aan de Omgevingsvisie ook een proceswijzer toegevoegd. Deze proceswijzer geeft aan hoe de gemeente het initiatief zal wegen en begeleiden en welke kaders en randvoorwaarden van belang zijn bij de ontwikkeling van het initiatief. Daarbij spelen ook de waardenkaarten een belangrijke rol: hoe bouwen initiatieven verder aan de landschappelijke, sociale of cultuurhistorische waarden van Het Hogeland?

7

Omgevingsvisie versus structuurvisie Het is goed te bedenken dat de Omgevingsvisie geen structuurvisie is. Dat blijkt allicht ook al uit bovenstaande toelichting. Een van de veranderingen vanuit de gedachtenlijn van de Omgevingswet is dat we niet meer werken met statische plannen met een vastgelegde tijdshorizon. De Omgevingswet koerst op een beleidscyclus waar evaluatie, monitoring en eventueel (op onderdelen) bijstellen van beleidsstukken centraal staat. Navolgende afbeelding laat dat zien.

Planvorming van statisch in de Wro naar dynamisch onder de Omgevingswet

Veel structuurvisies zijn nog ontwikkeld vanuit de gedachte dat we de toekomst (in grote lijnen) kunnen plannen en maken. Maar in de praktijk is dit niet hoe het werkt. De dynamiek en innovatiekracht van de samenleving is groot, daarom is het lastig om met de wetenschap van nu de concrete antwoorden voor de toekomst te geven. Bovendien is het steeds minder vaak de gemeente die ontwikkelt, maar zijn het initiatieven vanuit de samenleving die de gemeente moet begeleiden en van houvast en kader moet voorzien. De Omgevingsvisie is daarom een visie die op hoofdlijnen koers en ambitie bepaalt voor de lange termijn en die voor de middellange termijn de eerste stappen uitzet in lijn met deze koers. Tussentijds evalueren en monitoren zorgt ervoor dat de visie zich zal blijven vernieuwen en aanpassen aan de actualiteit, zonder daarbij de lange termijn doelen uit het oog te verliezen. De Omgevingsvisie is dan ook een document dat op drie niveaus een rol speelt: 1.

op strategisch niveau om de ambitie en koers te bepalen voor de gemeente voor de lange termijn;

2.

op tactisch niveau waar deze opgaven en de lokale wensen en behoeften worden verbonden op het niveau van de dorpen en van een concreet uitvoeringsprogramma worden voorzien;

3.

op operationeel niveau om alle initiatieven die vanuit de samenleving worden aangedragen van een kader/randvoorwaarden te kunnen voorzien.

Niveau

Rol

Horizon

Positie in OV

Strategisch

Koers bepalen voor de “lange termijn”

20 jaar

Deel ‘visie, ambitie’

Tactisch

Vastleggen van de eerste stappen

5 jaar

Operationeel

Kaders geven voor initiatieven

continu

UItvoeringsdeel: gebiedsgerichte doorvertaling van keuzes en opgaven Proceswijzer

In de Omgevingsvisie komen deze drie rollen op verschillende plekken terug. Het strategische niveau is gevat in het deel visie en ambitie. Het vastleggen van de eerste stappen wordt verwoord in het uitvoeringsdeel. De proceswijzer geeft op operationeel niveau houvast voor het begeleiden en wegen van initiatieven vanuit de samenleving, onder andere door inzicht te geven in de te maken belangenafweging. Naast de proceswijzer kan het College van B&W aanvullend nog beleidsregels vaststellen die het proces vastleggen.

8

Monitoring en evaluatie Waar de structuurvisie nog een (statisch) tijdspad bood voor de lange termijn, zal de Omgevingsvisie een meer dynamisch karakter kennen, waarbij in een plancyclus steeds de gezette stappen worden geëvalueerd en worden bijgesteld. Dit biedt de mogelijkheid om steeds tijdig bij te sturen en aan te passen op actualiteit en nieuwe inzichten. Het tempo van de cyclus wordt bepaald door de gemeenteraad al dan niet gevoed door evaluaties met inwoners, ondernemers of andere belanghebbenden. De evaluatiecyclus zal variëren afhankelijk van de verschillende onderdelen van de visie en de daaraan gekoppelde tijdshorizon. Het ligt voor de hand dat de lange termijn visie en ambitie ook voor een langere periode vastgehouden kunnen worden. Het uitvoeringsdeel vraagt echter herziening zo om de vijf jaar. Deze cyclus kan goed samenvallen met de vierjaarlijkse bestuurlijke cyclus. Naar verwachting zitten er veel raakvlakken tussen het uitvoeringsdeel van de Omgevingsvisie en de speerpunten die in een Raadsprogramma/Coalitieakkoord naar voren komen. De proceswijzer is een instrument waar continu op wordt teruggegrepen. De evaluatie en eventuele bijstelling van deze proceswijzer zal in het begin vaker plaats vinden. Zo wordt de proceswijzer steeds beter toegesneden op de gemeentelijke praktijk.

Het is denkbaar dat dit in eerste instantie jaarlijks gebeurt en op de langere termijn twee- of vierjaarlijks.

1.3

Proces tot nu toe

In februari van dit jaar is gestart met het proces om te komen tot een succesvolle invoering van de Omgevingswet in Het Hogeland. Daartoe is het Programma Omgevingswet opgericht. De opdrachtgevers voor dit programma zijn wethouder Harmannus Blok en directeur Jojo Bottema. De opdrachtnemer is programmamanager Omgevingswet Roel Gosker. De programmagroep bestaat uit de projectleiders van de te vormen projectgroepen. Het programma is onderverdeeld in strategische inhoudelijke projecten en strategische voorwaardelijke projecten. Binnen de inhoudelijke strategische projecten zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning toezicht & handhaving als doelen opgenomen. Binnen de voorwaardelijke projecten zijn dat werkwijze & participatie, processen & informatie en sturing. Schematisch ziet het programma er met de zes projecten als volgt uit: Programmavisie Met 2021 als start, 2024 als tussenstation en 2029 als eindstation, streven we binnen de gemeente Het Hogeland met de invoering van de Omgevingswet naar het optimaal benutten én beschermen van de leefomgeving van onze gemeente.

Daarvoor ontwikkelen we nieuwe decentrale wijzen van samenwerken met inwoners, volksvertegenwoordigers (College en Raad), regionale partners en interne collega’s, waarmee we de term ‘participatiemaatschappij’ concreet handen en voeten geven in het dagelijkse leven van onze gemeente (en waarvoor we aansluiting zoeken bij bestaande documenten zoals ‘Inwonerkracht’). De Omgevingswet zien wij daarbij als een ‘levend systeem’ waarin alle instrumenten logisch met elkaar samenwerken. Om dit te bereiken worden de onderstaande zes programma’s ingericht. Drie programma’s zijn inhoudelijk van aard, en drie zijn voorwaardelijk aan die inhoud. Inhoudelijke doelen Voorwaardelijke doelen

Omgevingsvisie

Omgevingsplan

Werkwijze en gedrag

Processen en informatie

Omgevingsvergunning Toezicht en Handhaving Sturing

Voor het programma Omgevingsvisie is een Projectgroep samengesteld. Deze bestaat uit de volgende personen: -

Andrew Piso;

-

Alexandra Das;

-

Leon Boer;

-

Froukje Stiekema;

-

Robin Rijpma;

-----------------------------------------------------------------------

-

Tamara Wiersema;

-

Janneke Schurer (BügelHajema);

-

Angela Kamminga;

-

Jan Oosterkamp, projectleider (BügelHajema). 9

2

Een andere manier van werken Onze samenleving is veranderd van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij; een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen. Ook: een maatschappij waarin gemeente en inwoners op gelijkwaardig niveau met elkaar in gesprek gaan. In de participatiemaatschappij komen de initiatieven en ontwikkelingen meer en meer vanuit de samenleving. De gemeente schept daarvoor randvoorwaarden, biedt kansen en neemt, waar mogelijk, (bureaucratische) obstakels weg. De gemeente zal daarbij enerzijds ontwikkelruimte bieden maar anderzijds ook kaders stellen die moeten zorgen dat er een goede fysieke leefomgeving blijft. Participatie speelt een belangrijk rol bij de ontwikkeling van beleid, het uitvoeren van projecten en programma’s. In veel gevallen is participatie een wezenlijk onderdeel van de aanpak. Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Vroegtijdig samenwerken vergroot de kwaliteit van oplossingen en zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit op tafel komen. Zo kan participatie zorgen voor meer draagvlak, betere besluiten en tijdwinst. Participatie is maatwerk. Daarom schrijft de wet niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. Kern is wel dat de participatie leidt tot een belangendialoog op basis waarvan besluitvorming kan plaatsvinden.

Dit geldt ook voor de instrumenten van de omgevingswet zoals de Omgeving Visie waar dit koersdocument een kader voor is. Het gaat dan om vragen als: Hoe organiseren we die participatie? Hoe kunnen we samenwerken en integraal over de verschillende beleidsterreinen? Hoe zorgen we ervoor dat de leefwereld van inwoners uitgangspunt is van de gemeentelijke aanpak en we hen niet overvragen of uiteindelijk nietsdoen met de gevraagde input? Hoe zorgen we ervoor dat vragen van inwoners integraal worden opgepakt? En wat verstaan we eigenlijk onder participatie? Meer nog dan over instrumenten gaat de Omgevingswet over de veranderende samenleving. En daarmee over een veranderende rol voor de overheid en ook voor de gemeente. Dit is bepalend voor de manier waarop met de inhoud, met elkaar en met de buitenwereld wordt omgegaan en dus hoe je als gemeente wilt werken. Bij onze gemeente hebben we Toekomst@hethogeland opgezet om gezamenlijk een antwoord 10

te vinden op bovenstaande vragen bij de programma’s en beleidstrajecten waar dit speelt. Met participatie wordt hierbij bedoeld: Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Het Hogeland is een nieuwe gemeente. Als een van de eerste stappen hebben we op basis van de visie Ruimte! een visie op onze dienstverlening geformuleerd. Centraal in de dienstverlening staan ruimte geven, ruimte krijgen en ruimte voelen:

---

Ruimte voor inwoners, ondernemers en organisaties om zelf zaken met ons te regelen, initiatieven in de directe leefomgeving te realiseren en regie te houden over ondersteuning en zorg. Ruimte voor bestuurders en medewerkers om voor complexe vraagstukken bruikbare oplossingen te bedenken.

Met de invoering van de Omgevingswet zetten we een vervolgstap met het uitdenken, uitproberen en bestuurlijk vastleggen van een proces van participatie en belangenafweging. Dit doen we met alle betrokkenen bij ontwikkelingen in de leefomgeving. In de visie Ruimte! hebben we uitgesproken dat we als gemeente ruimte willen bieden aan de samenleving en ruimte nemen om passende oplossingen te vinden voor gebiedsgerichte of lokale vragen. In veel gevallen is onze samenleving zelf goed in staat om zaken te regelen of problemen op te lossen. Bovendien zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties goed in staat om te bepalen waar op lokaal niveau behoefte aan is. De betrokkenheid en de mate van invloed van de gemeente verschilt daarbij. Deze ingeslagen weg sluit naadloos aan bij de invoering van de Omgevingswet.

2.1

Omgevingswet: Sturingsfilosofie

Als de gemeenteraad keuzes maakt over de toekomst moet hij zich ook afvragen hoe hij de gestelde doelen wil bereiken, respectievelijk welke mate van probleemeigenaarschap hij aan zich wil trekken. Dit noemen we de sturingsfilosofie van de raad. Een effectieve sturing is mogelijk als er een effectieve samenwerking is van gemeente en inwoners. Dit vraagt om een participatie- en besluitvormingsproces met verschillende opties. Deze opties hangen samen met de wijze waarop verantwoordelijkheden en belangen zijn verdeeld tussen gemeente en inwoner.

Belang inwoners/ maatschappelijke urgentie

Zo kunnen we vier opties onderscheiden (uit het afwegingskader Inwoner Centraal, schema Joop Hofman).

C. Overheidsparticipatie:

D. Co-creatie:

inwoners doen en betrekken

gemeente en inwoners zijn

gemeente

partners

A. Niets doen:

B. Inwonersparticipatie:

geen participatie

samen doen

gemeente doet en betrekt inwoners

Belang overheid/ gemeenschappelijke urgentie Vormen van participatie tussen gemeente en inwoners

11

A.

Niets doen. Er is geen samenwerking.

Dit is in twee situaties het geval: 1) Als het gaat om een wettelijke taak van de gemeente en 2) Als het belang van de gemeente klein is en weinig inwoners een belang hebben en de urgentie in de samenleving laag is. In het eerste geval regelt en beslist de gemeente haar taken. In het tweede geval kunnen inwoners door zelforganisatie de zaken regelen. Voorbeeld hiervan bij Het Hogeland is de uitgifte van paspoorten.

B.

Inwonerparticipatie: gemeente doet en betrekt inwoners.

Dit is het geval als de gemeente het initiatief neemt of het gemeentelijke belang groter is dan het inwonerbelang. Dit is het geval bij beleidsontwikkeling, visies en plannen van de gemeente. Voorbeelden hiervan bij Het Hogeland zijn: afvalstoffenbeleid, reconstructie van een weg, aanleg industrieterreinen en beleid uitwerking.

C.

Overheidsparticipatie: inwoner doet en betrekt gemeente.

In deze situatie is het belang van de groep inwoners groter dan het belang van de gemeente. Voor deze situatie is het Afwegingskader Inwoner Centraal gemaakt. De reguliere vergunningstrajecten vallen hier ook onder. Voorbeelden hiervan bij Het Hogeland zijn: dorpen initiatieven als de Knarrenhof, Heerestraat Baflo of Onstaborg Sauwerd.

D.

Co-creatie: samen doen.

Dit is een situatie waarbij de belangen van gemeente en inwoners groot zijn en er maatschappelijke urgentie is voor oppakken van een vraagstuk. Dat is in twee situaties het geval: 1) Er is (nog) geen planfiguur gekozen voor het ontwikkelproces en de besluitvorming en; 2) De inhoud van een visie of plan is zo complex en er is een sterke verwevenheid van gemeentelijke belangen en inwonerbelangen of maatschappelijke urgentie. Voorbeelden van vraagstukken die zich lenen voor samen doen zijn energietransitie, demografische ontwikkeling (krimp) en omkering van neerwaartse sociaaleconomische ontwikkeling van gebieden. De wijze waarop de gemeenteraad invulling wil geven aan de sturingsfilosofie is bepalend voor de inhoud, de opzet en de toon van de Omgevingsvisie en daarna ook het Omgevingsplan.

2.2

Omgevingswet: voorspelbare en onvoorspelbare toekomst

Voorspelbare toekomst Onze samenleving is altijd in beweging; er zijn voortdurend ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners die zich met goede ideeën bij de gemeente melden. Deels zijn deze initiatieven goed te voorspellen, bijvoorbeeld omdat het om aanvragen gaat die regelmatig voorbij komen, zoals de bouw van een schuur, een schutting of een dakkapel. Alle voorspelbare ontwikkelingen vormen de ‘bekende toekomst’. Vanwege de voorspelbaarheid kunnen deze initiatieven goed worden vertaald in (de regels van) een Omgevingsplan.

Onvoorspelbare toekomst Daarnaast is echter sprake van een in hoge mate ‘onbekende toekomst’: nieuwe ontwikkelingen die onmogelijk vooraf voorspeld kunnen worden. De praktijk leert namelijk dat zich regelmatig initiatieven aandienen, die (net) niet zullen passen binnen de bestaande regelgeving. De wijze waarop wij willen omgaan met ‘de onbekende toekomst’, is daardoor een onderwerp dat zich in eerste instantie leent om op Omgevingsvisieniveau te worden uitgewerkt. Daarbij is de intentie van de Omgevingswet: ‘ja, mits’. Het invullen van ‘de mits’ vindt plaats in de Omgevingsvisie.

2.3

Omgevingswet: rollen en gedrag

Er wordt wel gezegd dat 20% van het succes van de Omgevingswet in de regels zit en 80% in de uitvoering. Langzamerhand beginnen die woorden door te werken en dringt het besef door dat de implementatie van de Omge-

12

vingswet in belangrijke mate een cultuurverandering is. Een cultuurverandering die vraagt om meer samenwerking binnen en tussen organisaties en die uitgaat van een andere relatie tussen overheid en particulieren en tussen overheid en ondernemers. Een ander manier van werken die hoge eisen stelt aan de vaardigheden van de professionals om te kunnen opereren in een wereld met globalere kaders, de hierboven benoemde ‘ja-mits benadering’. Ons vertrekpunt bij het invullen van de ‘ja, mits’-benadering van de Omgevingswet is het zoveel mogelijk ruimte laten aan de initiatieven vanuit de samenleving, binnen de kaders van een gezonde, veilige, schone en mooie leefomgeving. We zijn als gemeente een betrokken partner en willen dicht bij de initiatiefnemers staan. Dat doen we met de werkwijze van de omgevingswet: -

Integraal, in samenhang en afstemming;

-

Eenvoudiger;

-

Flexibiliteit met oog voor wat kan en mag;

-

Regionaal samenwerken;

-

Op basis van vakkunde en argumenten in openheid en vertrouwen een afweging maken.

Integraal, in samenhang en afstemming We kijken naar initiatieven met een integrale blik en zoeken naar koppelkansen. TOELICHTING We kijken met een integrale en gebiedsgerichte blik naar opgaven. . Ook onze inwoners kijken integraal naar de leefomgeving en delen dit niet op in beleidstrajecten of subsidiesporen. Om invulling te geven aan ‘Inwoner Centraal’ is het dus van belang dat we integraal met een gebied aan de gang gaan, de integrale gebiedsaanpak.

Dienstverlening doen we samen NPG lokaal

Mobiliteitsplan Woonvisie Duurzaamheid RES

Integraal en gebiedsgericht werken Het Hogeland

13

Gebied...

Omgevingsvisie

Participatiestrategie gebied...

Onze Hogelandster manier

Omgevingsplan

Eenvoudiger We maken het niet ingewikkelder dan nodig is. TOELICHTING De intentie van de Omgevingswet is ‘eenvoudig beter’. Dat doen we door onze werkprocessen goed te organiseren passend bij en met gebruikmaking van het nieuwe digitale stelsel Omgevingswet (DSO). Maar eenvoudiger betekent ook ‘duidelijkheid’. We bieden onze inwoners en initiatiefnemers zoveel mogelijk duidelijkheid aan de voorkant. Daarom nemen we bij de Omgevingsvisie ook een proceswijzer op die inzicht geeft in de stappen die we als gemeente maken en die we van een initiatiefnemer vragen om te komen tot een goed plan en een goede besluitvorming.

Flexibiliteit met oog voor wat kan en mag Als bestuur gaan we minder op voorhand bepalen en vastleggen. We bieden ruimte voor ontwikkelingen vanuit de samenleving binnen de kaders van een goede fysieke leefomgeving. TOELICHTING De participerende samenleving moet de kans krijgen om eigen initiatieven te ontplooien. Inwoners willen meer invloed op besluitvorming, op beleidsontwikkeling en op de wijze waarop we samenwerken. Onze inwoners hebben de kracht van de samenleving laten zien: een groot organisatievermogen en veel kennis. Dat vraagt om een uitnodigende Omgevingsvisie. Teveel vooraf willen regelen slaat ambitie, creativiteit en innovatiedrang dood. We gaan de Omgevingsvisie daarom zodanig inrichten dat er ontwikkelruimte ontstaat en initiatiefnemers worden uitgedaagd om plannen te maken. Tegelijkertijd beschermen we wat moet (bijvoorbeeld met het behouden van de aanwezige kwaliteiten of het vastleggen van veiligheidsafstanden). De Omgevingsvisie presenteert daarmee nadrukkelijk geen statisch eindbeeld, maar is een strategisch en faciliterend document.

Regionaal samenwerken We stellen het initiatief centraal. TOELICHTING Het centraal stellen van het initiatief betekent dat we werken vanuit de bedoeling/intentie van het initiatief. We proberen initiatieven een duw in de goede richting te geven door de kansen en (on)mogelijkheden in beeld te brengen en organiseren daarvoor zo nodig afstemming met andere overheden. We brengen mensen met elkaar in verbinding, we stemmen prioriteiten van inwoners op elkaar af en bieden de ondersteuning die nodig is. Wij nemen het initiatief daarbij niet over, maar laten de verantwoordelijkheid bij de inwoners. We zetten in op een samenwerking met initiatiefnemers al zo vroegtijdig mogelijk in het proces.

Op basis van vakkunde en argumenten in openheid en vertrouwen afwegingen maken We maken een Omgevingsvisie die uitnodigt maatwerk te bieden aan initiatieven, zonder alles zelf te doen, maar los te laten in vertrouwen. TOELICHTING Met de Omgevingsvisie willen we initiatiefnemers uitnodigen om ontwikkelingen op gang te brengen (‘uitnodigingsplanologie’). Dat doen we op een zo laagdrempelig mogelijke manier, bijvoorbeeld aan de keukentafel bij de initiatiefnemers. We durven van de gebaande paden af te wijken en maatwerk mogelijk te maken als een initiatief daar om vraagt, uiteraard altijd binnen de kaders van een goede fysieke leefomgeving. We zoeken naar slimme combinaties en kansen om initiatieven te verbinden met andere opgaven. In de Omgevingsvisie leggen we daarom voor initiatieven het proces vast, maar niet het eindresultaat.

14

Daarbij zijn we helder over onze rol. In veel gevallen zijn we als gemeente niet meer of niet als eerste aan zet. Dat vraagt lef om los te laten. Initiatiefnemers krijgen eigen verantwoordelijkheden. De traditionele rol van de gemeente verandert van toetsend naar regisserend. Per situatie kan de rol van de gemeente verschillen tussen regisseren, toeschouwen of toetsen. Natuurlijk blijft de gemeente(raad) het bevoegde gezag en zal ze vanuit een brede belangenafweging haar keuzes maken. Maar de initiatiefnemer heeft een belangrijke eigen rol in het bouwen van draagvlak voor zijn plannen.

Veranderende rol van de gemeente onder de Omgevingswet

Kaders voor de Omgevingsvisie

----

We gaan minder op voorhand bepalen en vastleggen en laten meer los. We bieden ruimte voor ontwikkelingen vanuit de samenleving binnen de kaders van een goede fysieke leefomgeving. We zetten het initiatief centraal. We maken een Omgevingsvisie die uitnodigt maatwerk te bieden aan initiatieven.

15

3

Trends & ontwikkelingen Bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie is het niet alleen van belang te bepalen waar we nu staan, maar ook te weten welke trends en ontwikkelingen op onze gemeente afkomen. De Omgevingsvisie is bij uitstek het instrument dat strategische doelen en lokale behoeften verbindt en voorziet van richting, koers en een daadwerkelijke eerste stap. Daarbij is het een grote uitdaging om in de Omgevingsvisie vraagstukken als klimaatverandering of vergrijzing te koppelen aan de lokale behoeften en opgaven. Op die manier wordt de Omgevingsvisie geen beleidsstuk met alleen mooie verhalen en ambities, maar juist een visie die daadwerkelijk helpt om vanuit die ambities uitvoering te geven aan de kernvragen waar de gemeente en de dorpen voor staan. In dit hoofdstuk gaan we in op de trends en ontwikkelingen waar de gemeente mee van doen heeft. Vanuit deze trends komen we tot kernvragen die als leidraad dienen voor de Omgevingsvisie.

3.1

Demografische trends

Bevolkingsontwikkeling De afgelopen 10 jaar is het aantal inwoners in Het Hogeland afgenomen van 49.907 inwoners in 2009 naar 47.801 inwoners in 2020. De verwachting is dat deze daling de komende 10 jaar zal doorzetten naar ca. 45.400 inwoners. Binnen de verschillende leeftijdscategorieën zijn er echter grote verschillen. In de categorie 25- tot 45-jarigen en 0- tot 15-jarigen is de daling het sterkst. Met name het aantal ouderen neemt toe. De bevolkingspiramide voor Het Hogeland in 2000 (toen nog de oude vier gemeenten) en 2019. Elke staaf geeft aan hoeveel mannen en vrouwen er in elke leeftijdsgroep zitten. De zwarte lijnen geven de gemiddelde leeftijdsopbouw in de provincie weer. Hoe breder de onderkant, hoe meer jongeren er wonen. Hoe ‘boller’ de bovenkant, hoe meer (aanstaande) ouderen (deels: babyboomers) er zijn. Bron: CBS (2000, 2019).

16

Bevolkingsopbouw in 2000 en 2019 (bron: Woonvisie Het Hogeland, in ontwikkeling)

Huishoudensontwikkeling We zien dat het aantal inwoners weliswaar daalt, maar dat het aantal huishoudens blijft groeien (gemiddeld +60 huishoudens per jaar). Dat is vrijwel geheel te danken aan een toename van het aantal alleenstaanden. Het aantal stellen is stabiel gebleven, het aantal gezinnen daalt juist. Dat is een gebruikelijk beeld voor een plattelandsgemeente. Voor de komende jaren wordt verwacht dat het aantal huishoudens eerst nog zal stijgen, maar daarna zal door met name het sterfteoverschot ook het aantal huishoudens licht dalen. Hierbij valt op dat het demografisch perspectief binnen de gemeente verschilt. Hoe dichter bij de stad Groningen, hoe meer de overdruk vanuit de stad Groningen merkbaar is.

3.2

Sociale trends

In De sociale staat van Nederland 2019 brengt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in kaart hoe het gaat met de Nederlandse bevolking en welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van onderwijs, arbeid, inkomen, gezondheid, vrijetijdsbesteding, maatschappelijke participatie, sociale veiligheid en wonen. Aan bod komt hoe het feitelijk met mensen gaat (de objectieve kwaliteit van leven), maar ook hoe Nederlanders zelf vinden dat het gaat (de subjectieve kwaliteit van leven). De belangrijkste conclusies zijn:

------

De objectieve kwaliteit van leven van Nederlanders neemt niet toe, ondanks de economische opleving. Er zijn grote verschillen tussen bevolkingsgroepen in de kwaliteit van leven. Er waren in de afgelopen tien jaar ook bevolkingsgroepen en levensterreinen die wel verbetering zagen in de objectieve kwaliteit van leven. Het aandeel mensen met een lage levenstevredenheid stijgt. Opvattingen over de samenleving en de politiek hangen beperkt samen met de persoonlijke situatie.

Leefbaarheid en woongenot Een onderzoek van Elsevier naar het woongenot van inwoners in de verschillende buurten en gemeenten in Nederland laat voor het Hogeland een gedifferentieerd beeld zien. De voormalige gemeenten Bedum en Winsum scoren relatief goed, terwijl de voormalige gemeenten De Marne en Eemsmond in de achterhoede eindigen.

17

In het onderzoek zijn de gemeenten beoordeeld op de volgende aspecten: 1.

Basisvoorzieningen (zoals jeugdpakket, dagelijkse boodschappen, zorgpakket en fitness)

2.

Plusvoorzieningen (zoals horeca en luxe winkels)

3.

Economie en werk (economie en arbeidsplaatsen),

4.

Groene en blauwe kwaliteit (zoals recreatiegebieden, water, groen en natuur)

5.

Rust en ruimte (zoals bevolkingsdichtheid, perceeloppervlakte, files)

6.

Harmonieus leefklimaat (zoals saamhorigheid, verkeersveiligheid, misdaad en overlast)

7.

Bereikbaarheid.

Als sterke punten van de gemeente Het Hogeland kunnen met name de ‘rust en ruimte’ en het ‘harmonieuze leefklimaat’ worden genoemd. Het Hogeland scoort op gebied van basisvoorzieningen, plusvoorzieningen en bereikbaarheid relatief laag. Dit komt met name voort uit het feit dat de afstand tot voorzieningen en afstand tot de oprit van de provinciale en snelwegen relatief groot is. Ook de lage score op het ‘groen en blauw’ is opvallend. Dat komt doordat recreatiegebieden (dagrecreatie en verblijfsrecreatie) relatief gezien op afstand liggen. Ook de afstand tot bos- en heuvelachtige omgevingen is groot. Dit nodigt uit om de Waddenzee als natuur- en recreatiegebied in onze gemeente steviger op de kaart te zetten.

Overzicht leefgenot voor de voormalige gemeenten (bron: Economische foto Het Hogeland 2018)

Leefbaarheid en aardbevingen Het Sociaal Planbureau Groningen heeft in de afgelopen periode een aantal onderzoeken verricht naar de beleving van de aardbevingen en de invloed van de bevingen op het woongenot en de leefbaarheid in dorpen en wijken. De belangrijkste constateringen zijn:

--

Inwoners van het aardbevingsgebied waarderen de leefbaarheid heel behoorlijk (vergelijkbaar met Nederlands gemiddelde), maar de tevredenheid over de woonomgeving is de afgelopen jaren wel gedaald als gevolg van de

----

aardbevingen en de bevolkingskrimp. Ruim één op de drie huishoudens in het bevingsgebied wil binnen 2 jaar (misschien) verhuizen. De onzekerheid over de (on)verkoopbaarheid en het toekomstige woongenot spelen hierbij een rol. Het merendeel van de inwoners in het aardbevingsgebied voelt zich er thuis; ze ervaren het wonen in Groningen als prettig, hebben hier hun sociale contacten en willen eigenlijk niet vertrekken. Bewoners zijn bereid mee te denken over oplossingsrichtingen om de leefbaarheid in het gebied te bevorderen. Mocht er extra geld beschikbaar komen dan zouden inwoners dit vooral uitgeven aan het aardbevingsbestendig maken van woningen en gebouwen, het stimuleren van alternatieve energie en het in stand houden van voorzieningen.

18

3.3

Economische trends

In de economische foto Het Hogeland 2018 wordt een beeld geschetst van de huidige stand van de economie in Het Hogeland. In het navolgende worden de voor de Omgevingsvisie meest relevante onderdelen uit deze foto naar voren gehaald en wordt uit deze Economische Foto geciteerd.

Arbeidsbevolking Onder de potentiële beroepsbevolking worden alle mensen verstaan die, gekeken naar hun leeftijd, in aanmerking komen om te werken. In Nederland zijn dit alle inwoners tussen de 15 en 67 jaar. Gemeente Het Hogeland kende in 2017 een beroepsbevolking van ongeveer 25.000 personen. Met de krimp van de bevolking is ook de potentiële beroepsbevolking in Het Hogeland de laatste jaren in omvang afgenomen. De verwachting is dat de beroepsbevolking de komende jaren verder krimpt, een beeld dat ook landelijk zichtbaar is. Echter, doordat Het Hogeland een relatief oude beroepsbevolking heeft is de verwachting dat de gemeente ten opzichte van het landelijke en provinciale beeld eerder te maken krijgt met de krimp van de beroepsbevolking. Met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en een stijgende arbeidsparticipatie van bijvoorbeeld vrouwen, ouderen en allochtonen hoeft dat echter geen automatische krimp van de totale beroepsbevolking tot gevolg te hebben.

Opleidingsniveau In onderstaande figuur wordt het opleidingsniveau van de huidige beroepsbevolking weergegeven. Het totaalbeeld van Het Hogeland wijkt licht af van het landelijke beeld. De beroepsbevolking van de gemeente Het Hogeland bevat iets meer middelbaar opgeleiden dan landelijk (44% vs. 42% in Nederland). Wat verder opvalt is dat Het Hogeland (32%) minder hoog opgeleiden kent dan het landelijke beeld (36%). Ook in vergelijking met de provincie Groningen (35%) telt Het Hogeland minder hoog opgeleiden.

Opleidingsniveau Het Hogeland in vergelijking met Nederland (bron: Economische foto Het Hogeland 2018)

Niet werkende werkzoekenden Mensen die geen werk hebben, maar dat wel zouden willen, worden niet-werkende werkzoekenden (NWW’ers) genoemd. In december 2017 zijn bij het UWV ongeveer 2.000 niet-werkende werkzoekenden in gemeente Het Hogeland bekend, 7,7% van de beroepsbevolking. Dit is lager dan gemiddeld in de provincie Groningen (9,0%), maar hoger dan gemiddeld in Nederland (6,8%). In Het Hogeland zijn relatief veel jonge niet-werkende werkzoekenden: 10% is jonger dan 27 jaar, tegen 7% in de provincie en 5% landelijk. 42,5% is tussen de 27 en 50 jaar, en 47,5% is ouder dan 50 jaar. In 2017 is het aantal NWW’ers met ongeveer 20% gedaald. Deze daling blijft achter bij de provinciale en landelijke cijfers, respectievelijk -26% en -30%. De startkwalificatie van de niet-werkende werkzoekende vormt een belangrijke indicator om in te kunnen schatten hoe snel een werkloze kan uitstromen naar werk. In figuur 7 is de verdeling van de niet-werkende werkzoekenden binnen Het Hogeland naar hoogst genoten opleidingen weergegeven.

19

Uit de gegevens van het UWV blijkt dat een groot deel van de NWW’ers (800 werkzoekenden, 40% van het totaal) niet over een startkwalificatie beschikt en ten hoogste de basisschool, vmbo, of een MBO-1 opleiding hebben afgerond. Jaarlijks verlaat landelijk 1,7% van de scholieren tussen 12 en 23 jaar het onderwijs zonder startkwalificatie. In gemeente Het Hogeland namen 4.500 jongeren deel aan een opleiding (2015-2016). Hiervan hebben 60 (1,3%) de school verlaten zonder startkwalificatie. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters ligt daarmee onder zowel het landelijke als het provinciale (1,7%) gemiddelde. Daarnaast telt Het Hogeland ook een groot aantal werkzoekenden met een MBO 1-3 opleiding (ongeveer 20%). Door toenemende digitalisering en automatisering is deze groep relatief kwetsbaar op de arbeidsmarkt. We zien nu al dat de banen voor deze groep onder druk staan en verwacht wordt dat deze tendens zich in de komende jaren verder doorzet.

Verdeling niet-werkende werkzoekenden naar opleiding (bron: Economische foto Het Hogeland 2018)

Bedrijfsvestiging en banen In gemeente Het Hogeland zijn ongeveer 4.000 bedrijven en instellingen gevestigd, 9% van het totaal aantal vestigingen en instellingen in de provincie Groningen. De 4.000 bedrijven in Het Hogeland zijn samen goed voor 15.500 banen, 5,7% van het totaal aantal banen in Groningen. In figuur 9 is gemiddelde vestigingsgrootte van alle bedrijven en instellingen in Het Hogeland en Nederland weergegeven. Hierin valt op dat Het Hogeland in vergelijking tot het Nederlandse gemiddelde, veel micro-bedrijven telt. Als gevolg hiervan is het aandeel zelfstandigen in het totale aantal vestigingen lager dan het landelijke gemiddelde. Echter, het aandeel zelfstandigen ligt ten opzichte van het totale aandeel banen met 19% relatief hoog (landelijke: 16%). Daarmee kan gesteld worden dat er relatief veel zelfstandigen binnen het Hogeland actief zijn. Juist de micro-bedrijven en zelfstandigen kunnen in de leefbaarheid van Het Hogeland een belangrijke rol spelen. Door economische en demografische ontwikkelingen verdwijnen bedrijven en voorzieningen uit plattelandsgemeenten. Maar dat is niet nieuw. Al sinds de jaren ’60 hebben dorpen te kampen met het verdwijnen van voorzieningen. We weten dat dit geen doodsteek hoeft te zijn voor de leefbaarheid van de betreffende dorpen.

Ook met minder voorzieningen kan nog een bruisend verenigingsleven en actieve gemeenschap in dorpen bestaan. Cruciaal hiervoor is echter wel dat er ondernemende mensen in de dorpen wonen, omdat het lokale bedrijfsleven een belangrijke rol speelt in allerhande activiteiten die de leefbaarheid versterken. We zien nu wel dat de micro-bedrijven en de zelfstandigen het lastig hebben als gevolg van de impact van het Coronavirus.

20

Vestigingsgrootte bedrijven Het Hogeland (bron: Economische foto Het Hogeland 2018)

3.4

Trends rond klimaat en verduurzaming

De verandering van ons klimaat heeft geleid tot een groot besef dat we duurzamer moeten omgaan met onze aarde en de (fossiele) grondstoffen. De klimaatverandering is merkbaar in de zeespiegelstijging en door de temperatuurstijging die hetere zomers met zich meebrengt en langere periodes van droogte. In Nederland is de gemiddelde temperatuur sinds 1900 met 1,9 ⁰C gestegen. Ook periodes met extreme neerslag nemen toe. In de natuur en op de landbouw heeft dat zijn weerslag, ook in Het Hogeland. Het sociaal planbureau Groningen heeft eind 2019 in de provincie Groningen een onderzoek gedaan naar de energietransitie in Groningen. Uit dit onderzoek blijkt dat veel Groningers zich zorgen maken over het milieu en de klimaatverandering. 68% van de Hogelandsters geeft aan zich ongerust te maken. Vrijwel iedereen (92%) van de Hogelandster vindt het belangrijk om ook zelf een bijdrage te leveren aan een milieubewuste samenleving. Bij de verduurzaming van de energieopwek gaat de voorkeur meer uit naar zonnepanelen en zonneparken dan windturbines.

Onderzoek Gronings Sociaal Planbureau

21

Stand van zaken verduurzaming De opwarming van de aarde is het gevolg van de toename aan broeikasgassen. Dat maakt dat nu veel aandacht is voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en in het bijzonder CO2, zoals dat in het landelijke Klimaatakkoord is vastgelegd. Ook In Het Hogeland is veel aandacht voor verduurzaming en het zoeken naar nieuwe vormen van energiewinning (zon, wind) en mobiliteit om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen. De problematiek rond de aardgaswinning maakt de urgentie meer dan duidelijk. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen neemt toe en het gebruik van fossiele energiebronnen neemt af. Het Hogeland loopt sterk voor op Nederland als het gaat om bijvoorbeeld het aantal woningen met zonnepanelen. Een van de redenen daarvoor kan de waardevermeerderingsregeling zijn als gevolg van de aardgaswinning. Met de regeling kunnen particulieren zonnepanelen op het dak laten plaatsen. Die ontwikkeling zal zich doorzetten als woningen naast het aardbevingsbestendig ook toekomstbestendig worden gemaakt. Maar ook het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente is fors hoger dan het Nederlands gemiddelde. De vele windturbines in de Eemshaven en omliggende polders dragen daar aan bij.

Gegevens duurzaamheid gemeente Het Hogeland (bron: waarstaatjegemeente.nl)

3.5

Trends rond (digitale) bereikbaarheid

Algemene trends rond mobiliteit in de Nederlandse samenleving zijn: -

------

flexibeler mobiliteitskeuzes; de zoektocht naar alternatieve brandstoffen intensiveert; toenemende vraag naar kleine auto’s; senioren blijven langer mobiel; het Nieuwe Werken beïnvloedt verstedelijking en mobiliteitsgedrag; betalen naar gebruik wordt standaard (deelconcepten).

Het coronavirus laat zien dat ook in Het Hogeland bereikbaarheid een andere invulling en dynamiek krijgt. Het thuis zijn en noodgedwongen thuis werken maakt de noodzaak voor een goede digitale bereikbaarheid extra zichtbaar.

Fysieke bereikbaarheid Het Hogeland wordt doorsneden door twee spoorlijnen (Groningen-Bedum en Groningen-Eemshaven). Langs genoemde spoorlijnen bevinden zich binnen de gemeentegrenzen in totaal tien stations. De noord-zuid gelegen wegverbindingen zijn eveneens goed met de N361, de N363 en de N46 (Eemshavenweg). De oost-westverbinding in de gemeente met het openbaar vervoer vormt een aandachtspunt. De oost-west verbinding met eigen vervoer is redelijk door de N363 (Ranum-Roodeschool), de N361(Adorp – Lauwersoog) en de N996 (Winsum-Garrelsweer). Ten aanzien van het openbaar vervoer dient verder opgemerkt dat in bepaalde delen van de

22

gemeente bedrijventerreinen, retailcentra en recreatiebedrijven slecht ontsloten zijn door openbaar vervoer. De kwaliteit van de wegverbinding aan de oostkant van de nieuwe gemeente is beter dan die aan de westkant. Niet alleen loopt de N361 door diverse dorpen, de N46 is bovendien een 100 km-weg. Zowel de wegverbinding N994 en N361 worden de komende jaren verbeterd door de maatregelen die door de provincie worden uitgevoerd. De belangrijkste uitdaging is de (weg)verbinding aan de westkant van de nieuwe gemeente op hetzelfde niveau te krijgen als de Eemshavenweg. Een andere uitdaging is om te onderzoeken of de oost-west verbinding met openbaar vervoer verbeterd zou kunnen worden.

Digitale bereikbaarheid De provincie Groningen, Economic Board Groningen en Nationaal Coördinator Groningen hebben gezamenlijk 40 miljoen euro beschikbaar gesteld om de digitale bereikbaarheid van Noord-Groningen te verbeteren. Vanuit het project ‘Snel Internet Groningen’ wordt op dit moment gewerkt om Noord-Groningen aan te sluiten op snel internet (via een glasvezelaansluiting of straalzender).

23

4

De kop op’t Hogeland

4.1

Ambitie en perspectief

Het Hogeland, een pronkjewail in het noorden van Groningen. Een gemeente waar iedereen, jong en oud, een fijne plek vindt om te wonen, te werken, te leren en te sporten, een plek om te zijn en te blijven. Het Hogeland is een gemeente met een verscheidenheid aan dorpen, met ieder z’n eigenheid en historie. Een gemeente met een sterk platteland, dynamische havens, innovatieve bedrijven en mooie dorpscentra. Daar zetten we op in en maken we ons hard voor. Maar we realiseren ons dat, gelet op de ontwikkelingen in onze gemeente, het vasthouden van deze waarden en kwaliteiten niet vanzelfsprekend is. Wat van waarde is, zullen we samen met onze inwoners vastleggen. Ontwikkelingen zullen we volgen, sturen, begeleiden en zo nodig activeren. Immers, stilstand is vaak achteruitgang. We willen een gemeente zijn die ruimte geeft en ruimte biedt aan initiatieven die de toekomst van onze gemeente versterken. Als we verder kunnen bouwen aan en op onze huidige waarden en kwaliteiten kunnen we als gemeente groeien naar een toekomst die recht doet aan wat we nu hebben en aan wat we dan nodig hebben! Het Hogeland is een gemeente waar kwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. We koesteren onze cultuurhistorische parels en de weidsheid. We bouwen ook verder aan een landelijk gebied dat is voorbereid op de landbouw van de toekomst.

Het landelijk gebied is een plek waar verduurzaming, klimaatadaptatie, waterbeheer, biodiversiteit maar zeker ook de landbouw samen en naast elkaar bestaan. Dat vraagt een integrale blik op alle ontwikkelingen die er spelen en een gezamenlijke koers en regie om landbouw, recreatie, klimaat en natuur op een goede manier te laten bouwen aan ons buitengebied.

Bron: Bas Meelker 24

Het Hogeland heeft zelfstandige, krachtige dorpen. In de dorpen is een bovengemiddeld grote saamhorigheid te zien, het ‘ons kent ons’ is zeker in de kleine dorpen herkenbaar. Ook al zullen krimp en vergrijzing de dorpen veranderen, wij zorgen ervoor dat woningvoorraad passend is en de leefbaarheid overeind blijft en de dorpen een fijne plek blijven waar jong en oud kunnen leven. Dat doen we als gemeente niet alleen, maar samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. We faciliteren de inwoners in hun eigen ondernemerschap en daadkracht om te kunnen voorzien in dat wat voor hun dorp of wijk belangrijk is en we stellen organisaties in staat regie te nemen in opgaven die zij van belang vinden. Maar we bieden ook een vangnet voor diegene die het niet op eigen kracht kan. We zorgen ervoor dat de zorginfrastructuur op orde is. De dynamiek van de havens trekt innovatiekracht. De Eemshaven is een belangrijke basis voor de ‘hydrogen valley’. Lauwersoog is een trekker van formaat, met een duurzame vissersvloot en -industrie, de natuur van het Lauwersmeer en het Wadden Werelderfgoedcentrum. De recreatief-toeristische sector groeit en wordt steeds meer van betekenis in Het Hogeland. Het ondernemersklimaat is goed, de samenwerking tussen de bedrijven, het onderwijs en andere sectoren staat stevig.

Het voorzieningenniveau is op orde, de winkelcentra zijn bruisende dorpsharten waar kopen en beleven hand in hand gaan. Vanuit het Klimaatakkoord ligt er een belangrijke opgave voor de regio’s in Nederland: hoe kunnen we verduurzamen en overstappen van fossiele brandstoffen naar vormen van hernieuwbare energie? In het kader van de Regionale EnergieStrategie (RES) Groningen maken we hierover regionaal afspraken en stellen we ze bij. De verduurzamingsopgave heeft ruimtelijke consequenties en verandert onze dorpen en het buitengebied. Wij zetten ons blijvend in voor een duurzame, prettige en mooie woon-, werk en leefomgeving. Daarbij is onze inzet gericht te komen tot een goede mix waarbij we de duurzaamheidsdoelstellingen halen zonder dat daarbij de landschappelijke kwaliteiten van onze gemeente, een belangrijk deel van ons kapitaal en aantrekkingskracht, verloren gaan. Daarnaast zal de gemeente in de Warmtetransitievisie opnemen hoe alle dorpen en buurten op termijn zonder fossiele brandstoffen verwarmd zullen worden. Het Hogeland is en blijft een unieke gemeente tussen Wad en Stad!

Woordenwolk van inwoners over wat Het Hogeland bindt 25

4.2

Van ambitie naar uitdagingen

De Omgevingsvisie is bij uitstek de plek om, met een integrale blik en vanuit een strategisch perspectief, de ambitie van de gemeente te verwoorden voor de komende jaren. Als we de ambitie leggen naast waar we nu staan, verwoord in een SWOT-analyse, dan realiseren we ons ook dat we keuzes moeten maken en werk te doen hebben.

Sterkte

Zwakte

Gemiddeld lage sociale economische positie Gemiddeld onderwijsniveau, onder landelijk gemiddelde Gebied in de periferie Digitale bereikbaarheid Toegankelijkheid basiszorg

te

St e

ak

rk

te

Zw

Dynamische havens en innovatieve bedrijven Hoge kwaliteit landbouw Rust, weidsheid en verscheidenheid aan dorpen Pioniersmentaliteit Werelderfgoed Wadden en cultuurhistorische parels Grote sociale samenhang

in ge

Ka

Betere profilering als aantrekkelijke woongemeente in de regio voor jong en oud Verhaal van het Hogeland uitdragen cultuur en toerisme Versterken industrieclusters Eemshaven en Lauwersoog Energietransitie

n

Kansen

en

dr e

ig

ns

Be

Bedreigingen

Vergrijzing en krimp Verschraling voorzieningenniveau Open landschap onder druk Klimaatverandering Aardbevingen

SWOT-analyse

Door de ambities te relateren aan de uitgangspunten in de SWOT zien we een aantal aandachtspunten op ons afkomen voor de fysieke leefomgeving. Deze aandachtspunten vragen in het kader van de op te stellen Omgevingsvisie een aantal gerichte keuzes voor de toekomst. Daarbij rijzen vragen op als:

--

Nemen we de prognoses over de bevolkingssamenstelling (vergrijzing, verjonging, krimp) als uitgangspunt of zetten we juist in op het ombuigen van deze trend (hoe reëel is dat?) en wat voor gevolgen heeft dit voor

----

de woningbouwopgave en de inrichting van de openbare ruimte? Hoe gaan we om met de grote ruimtevraag (industrie, energietransitie) in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit (landschap, openheid, cultuur)? Hoe houden we ons gebied aantrekkelijk voor bewoners en de toerist zonder in te leveren op kwaliteit van de omgeving? Hoe houden we het gebied economisch aantrekkelijk in relatie tot ontwikkelingen op het gebied van het aardbevingsdossier, de klimaatverandering en natuur inclusief ondernemerschap afgezet tegen de ligging van onze gemeente in Nederland en de sociaal economische positie van onze inwoners?

Ad. 1 Groeimodel hoe maakbaar is dat? Of zoals hoogleraar Leo van Wissen over een groeimodel op krimp loslaten heeft gezegd: ‘ je kunt niet ongestraft tegen de wind in plassen’. Of is het met name zaak dat door middel van aantrekken van inwoners (met name uit de regio Groningen-Assen) het ‘draagvlak’ in de dorpen meer overeind blijft. Ad. 3. Het Hogeland behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Europa. Die uniciteit willen we behouden en ‘oppoetsen’ dan zijn we ook aantrekkelijk voor toeristen. Ad. 4. Tenzij er grote doorbraken komen als een hogesnelheidslijn is periferie een gegeven. Moeten we van de ‘vermeende’ zwakte geen sterk punt maken, er is hier letterlijk en figuurlijk ruimte .Zo staat bijvoorbeeld het buurtschap Houwerzijl op nummer 8 als het gaat om plekken waar ’rust en ruimte’ heerst (bron Elsevier 8 augustus).

Om antwoord te geven op de bovenstaande vragen zijn er vier integrale uitdagingen geformuleerd voor Het Hogeland: 1.

Pronkjewail Hogeland: eigen en herkenbaar

2.

Vitaal Hogeland: wonen en leven op de wierden en zorg voor elkaar

3.

Ondernemend Hogeland: toekomstbestendig en verbonden

4.

Energiek Hogeland: duurzaam en klimaatbestendig

In het volgende hoofdstuk worden de vier uitdagingen verder verdiept.

26

5

Uitdagingen Het Hogeland De wereld verandert steeds. Onze ambities en de ontwikkelingen waar we mee te maken hebben, hebben we samengebracht in vier uitdagingen. Deze vier samenhangende uitdagingen slaan de brug tussen onze ambities, waar we nu staan en de trends en ontwikkelingen die spelen in onze nieuwe gemeente. De uitdagingen vormen de ruggengraat voor de te maken Omgevingsvisie. We hebben de vier uitdagingen als volgt samengevat: 1. Pronkjewail Hogeland: eigen en herkenbaar 2.Vitaal Hogeland: wonen en leven op de wierden en zorg voor elkaar 3. Ondernemend Hogeland: toekomstbestendig en verbonden 4. Energiek Hogeland: duurzaam en klimaatbestendig Het realiseren van onze ambities en het daarmee aangaan van de onderstaande uitdagingen doen we niet alleen, maar samen met alle partijen en inwoners die zich daar toe geroepen voelen. Want alleen samen kunnen we de toekomst van Het Hogeland verder vormgeven.

Lokaal Programmaplan Met het werken aan de toekomst van Het Hogeland zijn we al gestart. Dat doen we eigenlijk elke dag. Maar heel concreet hebben we in het Lokaal Programmaplan al de eerste projecten benoemd. Het Lokaal Programmaplan is een uitvoeringsgericht stuk, bedoeld om projecten te agenderen die mee gefinancierd worden vanuit het Nationaal Programma Groningen. Het Lokaal Programmaplan zet in op brede welvaart. Daarmee zijn er duidelijke raakvlakken tussen dit plan en de Omgevingsvisie. Maar er zijn ook verschillen. Waar het Lokaal Programmaplan meer vanuit een sociaal-economische hoek is opgesteld, ligt het accent van de Omgevingsvisie bij het fysieke domein. In de uitdagingen hebben we waar mogelijk gezocht naar een taal en woordkeuze die aansluit bij wat in het Lokaal Programmaplan is benoemd om zo consistent mogelijk te zijn. In de uitwerking van de uitdagingen wordt ook steeds verwezen naar de programmalijnen die vanuit het Lokaal Programmaplan daar bij aansluiten.

27

Mien Hogelaand – Ede Staal 't Is de lucht achter Oethoezen 't Is 't torentje van Spiek 't Is de weg van Lains noar Klooster En de Westpolder langs de diek 't Binnen de meulens en de moaren 't Binnen de kerken en de beurg'n 't Is 't laand woar ik as kind Nog niks begreep van pien of zurgen Dat is mien Laand.. moet hogelaand.. Het Binn De Meuln's.. t'binn de Beurg'n 't Is 'n doevetil, 's durpsstroat 't Is 'n olde bakkerij 't Binnen de grote boernploatsen Van Waarvum, Oskerd, zo noar Meij 't Is de waait, 't is de hoaver 't Is 't koolzoad in de blui 't Is de horizon bie Roanum Vlak noa 'n dunderbui Dat is mien laand, mien Hogelaand. 't Is 'n mooie oamd in maai 'n Kou houst doeknekt in 't gruinlaand Ik heb veur d'eerst nog moar verkeren En vuil de vonken van dien hárt De wilde plan'n dij'k hád Komt sikkom niks meer van terecht Totdat de nacht van 't Hogelaand 'n Donker klaid over ons legt Dat is mien laand, mien Hogelaand

28

5.1

Pronkjewail Hogeland: eigen en herkenbaar

Uitdaging Het Hogeland is een unieke gemeente tussen Stad en Wad. Alle 50 dorpen hebben een eigen karakter. Het landschap toont de grote historie van het gebied: dorpen op de kwelderwallen, de Fivelboezem als oude monding van de rivier, borgen, kerken, boerderijen en dijken als zichtbaar resultaat van de bedijking en inpoldering van het gebied. Het landschap is een belangrijke drager voor de ontwikkeling van het gebied (geweest). Die historie zie je terug en voel je terug in onze cultuur. Die eigenheid van de mensen, de dorp en het landelijk gebied, daar zijn de inwoners trots op en maakt Het Hogeland ook uniek in de regio. De eigenheid maakt Het Hogeland ook aantrekkelijk voor recreanten en toeristen, die op zoek zijn naar verhalen en belevingen in combinatie met het kwalitatieve landschap, cultuur en cultureel erfgoed. Deze unieke combinatie is goed vindbaar én zichtbaar. De eigen inwoners profiteren hier volop van en ook zij maken er graag gebruik van. Rond deze ontwikkeling is meer bedrijvigheid ontstaan. Iedereen wordt gastvrij ontvangen en van alle benodigde informatie en verhalen voorzien. Maar ook leeft het besef dat het landschap en de dorpen een product zijn van het veelzijdige en gevarieerde gebruik ervan: mensen wonen, werken, boeren en recreëren volop in dit gebied. Het landschap en de dorpen zijn voortdurend in ontwikkeling.

Zeker in het landelijk gebied staan grote veranderingen te wachten. De stikstofproblematiek en de gewenste kringlooplandbouw vragen om veranderingen van de agrarische sector. Biodiversiteit en natuurinclusieve landbouw kunnen kansen bieden. Daarnaast vraagt de klimaatverandering om een andere inrichting van het gebied met ruimte voor waterberging en aandacht voor extreme droogte. Voor de omgevingsvisie komen we daarom tot de volgende uitdaging: Hoe kunnen we de initiatieven en ontwikkelingen zo faciliteren en regisseren dat ze verder bouwen aan onze Hogelandster identiteit?

Kaders en keuzes De kracht en de identiteit van de dorpen en ons landschap staan. We willen daarom onze bestaande kwaliteiten koesteren, maar ook verder ontwikkelen als initiatieven daartoe aanleiding geven. Bouwen, werken en denken vanuit ons gezamenlijk verleden, vanuit het heden en naar de toekomst toe. Maatwerk is daarbij belangrijk: erken de verschillen in sfeer en karakter tussen de dorpen, tussen landschappelijke eigenaardigheden en durf verschil te maken. Dat maatwerk willen we samen met onze inwoners vormgeven, vanuit de wetenschap dat het algemeen belang het meest gebaat is bij een sterke samenwerking tussen gemeente en dorpen. En vanuit de overtuiging dat het belangrijk is dat inwoners zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. Met onze ligging aan de Waddenkust hebben we ‘goud’ in handen. De kust en het achterland met al haar cultureel erfgoed zijn een waardevolle combinatie. Het verbinden van deze recreatieve kansen tot een parelsnoer van plekken en verhalen kan het toeristisch en recreatief aanbod van Het Hogeland versterken. We willen samenwerken met Marketing Groningen waar het gaat om het verbeteren van de regiomarketing van het gebied. Het benutten van de enorme potentie van de Waddenzee als Werelderfgoed – met het bijbehorende wierdenlandschap – is hierbij de belangrijkste drager. Belangrijke vragen die spelen binnen deze uitdaging:

--

Hoe zetten we Het Hogeland als toeristische trekpleister op de kaart? Wat is onze plek en meerwaarde in de regio?

----

Hoe begeleiden en accommoderen we de ontwikkelingen in het landelijk gebied? Hoe geven we ons cultureel erfgoed een toekomst, meer dan alleen het behoud op zichtzelf? Hoe verbinden we natuur- en klimaatopgaven aan de kwaliteiten van ons landschap?

29

Bestaand beleid In de bestaande beleidskaders wordt over de bovenstaande uitdaging al het volgende gezegd.

1. Collegeprogramma Over maatwerk

---

We kiezen voor gebiedseigen en maatwerk. Geen vooraf bepaalde of instrumentele benadering. We willen (lerend) responsief op zoek naar de juiste verhoudingen die passen bij de wil en de schaal van onze samenleving; We bieden ruimte aan onze inwoners door interactieve beleidsvorming, dialoog en samenwerking met lokale partijen. Ruimte bieden doen wij bij de inrichting van de openbare ruimte, het creëren van nieuwe voorzieningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9651075/1