CConstaterende datHetHogeland
Koppel je AI →
Document · PDF

06 04 050624 2

Raadsvergadering 5 juni 2024, gemeente HetHogelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Rensumalaan 1 Uithuizermeeden21.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

Bijlagen toelichting

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden 26-10-2023

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Cultuurhistorische analyse en ontwerp

7

Bijlage 2

Bodemonderzoek

41

Bijlage 3

Natuurtoets

105

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

117

Bijlage 5

Watertoets

155

3

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

4

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

Bijlagen toelichting

5

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

6

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

Bijlage 1 Cultuurhistorische analyse en ontwerp

7

CULTUURHISTORISCHE ANALYSE EN ONTWERP | RENSUMABORG DECEMBER 2022

COLOFON OPDRACHTGEVER Gemeente Het Hogeland December 2022 Cultuurhistorische analyse Rensumaborg BügelHajema Adviseurs Adviseurs voor de leefomgeving en omgevingsrecht BNSP Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen CONTACTPERSOON E info@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl

INHOUDSOPGAVE 01 Inleiding 5 1.1 Woord vooraf 1.2 Inleiding 1.3 Plangebied 1.4 Opgave 1.5 Leeswijzer

02 Cultuurhistorische analyse 9 2.1 Inleiding 2.2 Rensumaborg door de jaren heen 2.3 Huidige situatie

03 Landschappelijke analyse

13

04 Waardenstelling

17

3.1 Landschap 3.2 Landschappelijke inbedding 3.3 Structuren en patronen 3.4 Cultuurhistorische elementen en relaties

4.1 Inleiding 4.2 Landschappelijke waarden 4.3 Cultuurhistorische waarden

05 Conclusies en suggesties 23 5.1 Conclusies 5.2 Ontwerpopgaves 5.3 Planvoorstel voor de situering van de beoogde nieuwbouw

06 Ontwerp 28 6.1 Ontwerpschets 6.2 Versterking natuurwaarden

Deel van een schoorsteenstuk dat Otto Eerelman heeft geschilderd

1. INLEIDING 1.1 Woord vooraf In opdracht van de gemeente Uithuizermeden is een cultuurhistorische analyse en waardebepaling uitgevoerd voor de locatie Rensumalaan 1, waaraan de Rensumaborg is gelegen. In deze waardebepaling geven we vervolgens een conclusie en handreikingen voor de inpassing van de woning met schuur die men voornemens is te bouwen aan de Rensumalaan 1. Deze cultuurhistorische waardebepaling is bedoeld als verantwoording voor de mogelijkheid om deze woning met schuur te kunnen realiseren.

1.2 Inleiding

In de provincie Groningen zijn een aantal borgen gelegen. Dit zijn stenen landhuizen die hun oorsprong in de middeleeuwen vinden. Borgen zijn van oorsprong kleine eenvoudige middeleeuwse huizen, rechthoekig van vorm, versterkt, voorzien van een zadeldak en soms voorzien van een omgrachting. Deze stenen huizen dienden in tijden van onrust als verdedigings- en schuilplaats voor bewoners van omliggende boerderijen (uit: De Natuur Bezworen). Deze stenen huizen werden in beginsel veelal als torens gebouwd ter verdediging. Wegens het feit dat stenen kostbaar waren, zijn het vooral de rijken die zich dergelijke verdedigingsbouwwerken in de middeleeuwen en daarna konden veroorloven. Hoewel er in die tijd ca. 200 bestaan hebben (www.groningerborg.nl) resteren er nu nog 16. Hiervan is de Rensumaborg er één. Zoals aangegeven gaat het om een van oorsprong middeleeuwse locatie (soms zelfs ouder) waar stenen huizen werden gebouwd. Een borg is een voornaam huis bewoond door een adelijke familie. De overgang van een stenen huis naar borg zet in vanaf ca. 1.400, het moment waarop de verdedigingsfunctie komt te vervallen. De ontdekking van het buskruit zorgde er voor andere vormen van verdediging. Dit leidde ertoe dat de ontwikkelingen van landgoederen en buitenplaatsen in gang werd gezet en daarmee ook de omvorming van de stenen huizen tot borgen en states in Groningen en Friesland.

Er ontstaat een adelstand met bijbehorende status en uiterlijkheden zoals behuizing en tuinaanleg. De borgen worden verfraaid met bijgebouwen, poorten, torens, grachten en singels. Een dergelijke gracht is bij de Rensumaborg nog aanwezig. Bij de borgen behoorden vaak sier- en nutstuinen die in samenhang met elkaar werden ontwikkeld. De Rensumaborg is een Rijksmonument. En meer precies Rijksmonument nummer 515613 (Monumenten.nl). Voor de monumenten status is de volgende om schrijving gegeven: Omschrijving complex: RENSUMABORG, in 1700 gebouwd op de kelders van een ouder huis, ligt op een relatief klein rechthoekig terrein, dat geheel omgracht is; achter het huis ligt een nieuw aangelegde tuin; van een park is in wezen geen sprake; de geometrische structuur met de lange oprijlaan is het belangrijkste aspect van de aanleg; de structuur dateert waarschijnlijk uit de 17e eeuw; op het omgrachte huiseiland, dat via een bakstenen brug met daarop een hek bereikbaar is, staat links voor het huis een bouwhuis, 18e eeuw of ouder; daartegenover, aan de andere kant van het voorplein staat een groep oude linden; de rest van de tuininrichting is hedendaags; achter het eiland, in het verlengde ervan ligt een perceel grasland, waar tot in de 19e eeuw ook een symmetrische aanleg was; deze is inmiddels teruggebracht; dit perceel ligt binnen het te beschermen gebied, evenals een aantal percelen

aan weerszijden en aan de voorzijde van het huiseiland; zij zijn als landschappelijk-visuele buffer binnen de begrenzing opgenomen. Het complex wordt aan de noordzijde begrensd door de Oude Dijksterweg, aan de zuidkant door de spoorlijn van Groningen naar Roodeschool en ten westen en oosten door agrarische gronden van derden. Het complex ligt ten noordwesten van het dorp Uithuizermeeden De historische buitenplaats Rensumaborg omvat de volgende onderdelen: huis, parkaanleg, bouwhuis en brug en hek. Wegens de toegekende monumentstatus en de wens van de bouw van een woning met schuur aan de Rensumalaan 1 is het noodzakelijk dat er een cultuurhistorische waardenbepaling wordt gedaan van de huidige situatie en de impact van de nieuwbouw in de toekomst.

5

De borg Rensuma op de kaart van Beckeringh ten tijde van de Alberda’s (bron: www.nazatendevries.nl)

Rodeschool

Uithuizermeeden

Uithuizen

0

125

250

500

750

1.000

1.3 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Rensumalaan 1 te Uithuizermeeden in de gemeente Het Hogeland en bestaat uit twee delen. Het noordelijke gedeelte staat kadastraal bekend als Uithuizermeeden, sectie K, nummer 129 en heeft een oppervlakte van 15.945 m². Het zuidelijke gedeelte staat kadastraal bekend als Uithuizermeeden, sectie G, nummer 2389 en heeft een oppervlakte van 13.272 m². Dit is het plangebied voor de gewenste ontwikkeling.

1.4 Opgave In de toekomstige situatie zal er een woning met schuur mogen worden gerealiseerd aan de Rensumalaan 1. Dit bouwplan moet een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De historische structuren en wordingsgeschiedenis alsook de huidige situatie spelen voor de positionering van de woning met schuur in relatie tot de Rensumaborg een belangrijke rol. Dit betekent concreet dat de woning met schuur in samenhang met zowel de historische als de landschappelijke ruimtelijke kwaliteiten van de Rensumaborg ontworpen moeten worden. Zodoende is een historisch ruimtelijke analyse van de plek essentieel om als basis te dienen voor een zorgvuldig ontwerpconcept. Zowel qua bebouwing als qua landschapsplan. Het voorliggende document beschrijft de historische en ruimtelijk/landschappelijke analyse en de verhouding tot de situering van het landgoed in het landschap.

1.5 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk gaat in op de cultuurhistorische wordingsgeschiedenis van de Rensumaborg. Het derde hoofdstuk gaat in op de landschapsanalyse van de plek. Vervolgens wordt er in hoofdstuk vier op basis van voorgaande beide hoofdstukken een waardebepaling van de locatie gedaan waarin aanbevelingen en uitgangspunten worden geformuleerd ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw. In hoofdstuk 5 worden er conclusies en suggesties gegeven op basis van de analyse en het keukentafelgesprek van 22 november. In Hoofdstuk 6 gwordt deze ontwerpvisie vertaald in een ontwerpschets inclusief beknopte toelichting en bijbehorende versterking van de natuurwaarden.

7

0

8

62,5

125

250

375

500 Meters

Historische kaart 1850 met geomorfologische kaart. (paars: wierden |oranje: kwelderwal |groen: vlakten van getijafzetting)

0

62,5

62,5

125

250

375

500 Meters

Historische kaart 1950 met geomorfologische kaart. (paars: wierden |oranje: kwelderwal |groen: vlakten van getijafzetting)

250

375

500 Meters

Historische kaart 1900 met geomorfologische kaart. (paars: wierden |oranje: kwelderwal |groen: vlakten van getijafzetting)

0 0

125

62,5

125

250

375

500 Meters

Historische kaart 2000 met geomorfologsiche kaart. (paars: wierden |oranje: kwelderwal |groen: vlakten van getijafzetting)

2. CULTUURHISTORISCHE ANALYSE 2.1 Inleiding

Het dorp Uithuizermeden is rond 1250 ontstaan. Ten westen van het dorp bevindt zich de achttiende eeuwse Rensumaborg met lange oprijlaan. Deze borg wordt voor het eerst in zijn huidige verschijning in de zeventiende eeuw vermeld toen de jonker Onno Tamminga van Alberda eigenaar werd. Deze ambitieuze, rijke man liet ook de Nederlands Hervormde kerk van Uithuizermeeden vergroten en verfraaide de kerktoren naar het ontwerp van Allert Meijer. De Rensumaborg ligt op ca. 750 m afstand van de Nederlands Hervormde kerk en dicht bij Ol Diek. De geschiedenis van de borgen gaat verder terug dan de 17e eeuw en speelt een rol in de ontwikkeling van het landschap bij en om de borg. Over de jaren breidde Uithuizermeeden zich steeds verder uit langs de Hoofdweg. Aanvankelijk gebeurde dit alleen ten zuiden van de weg omdat de Rensumaborg rechten had op de noordzijde. Na 1850 gebeurde dit ook ten noorden van de hoofdweg. De lintbebouwing werd doorbroken door de komst van de spoorlijn Groningen-Sauwerd-Roodeschool. Deze zorgde er voor dat er meer bebouwing rondom het spoor ontstond. Er werden nieuwe straten en luxere woningen gebouwd.

2.2 Rensumaborg door de jaren heen

9

Het huis Dan terug naar de oorsprong. De ontstaansgeschiedenis van de Rensumaborg. Het is onbekend wanneer de eerste voorganger van het huidige huis is ontstaan. Rond 1379 wordt het huis Reyndismadele onder Uithuizermeden genoemd en begin 15e eeuw wonen leden van de familie Reindesma in het huis. Door huwelijken komt Rensuma uiteindelijk in handen van het geslacht Ewsum (www.nazatendevries.nl). In 1553 staat Rensuma als de verhuurde boerderij Reindtsumaheerd in het klauwregister vermeld. Als Rensuma in 1623 wordt genoemd wordt het inmiddels bewoond door Willem Fockes. Vanaf 1662 is Rensuma een adelijke heer. Dit is bekend vanwege een bewaard gebleven rekening van gebrandschilderde ruitjes. De rekening is ondertekend door jonker Petrus van Aggema die zich Heer van Rensuma noemt. Hij is getrouwd met Maria Bibiana Wijtsmadie, geboren op de Alma borg onder Bedum. In 1695 verkoopt zijn dochter Teda Maria het bezit Rensumaborg met bijbehorende rechten aan Mello Alberda van de Menkemaborg. Als Mello in 1699 overlijdt laat hij Rensumaborg na aan zijn zoon Onno Tamminga van Alberda. Uit de boedelbeschrijving wordt duidelijk dat het om een fors landbezit gaat en dat de borgheer een belangrijke rol speelt in het lokale bestuur. Onno Tamminga gaat aan de slag met een grondige verbouwing. Van de borg in zijn nieuwe uitstraling wordt in de 17e eeuw weer melding gemaakt.

Zoals eerder vermeld speelde de architect Allert Meijer een belangrijke rol voor de familie Alberda. Hij was naast architect van de Nederlands Hervormde kerk in Uithuizermeden tevens de architect van de Menkemaborg en zo heeft hij wellicht eveneens een rol gespeeld in de grondige verbouw van de Rensemaborg en de eenvoudige Frans-classicistische tuinaanleg. Nadat de Rensumaborg in eigendom van verschillende nazaten van ALberda is geweest en de laatste telg kinderloos sterft, wordt het huis met het bijbehorende 168 ha aan land geveild in 1829 en gekocht door jhr. Mr. Dr. Oncko van Swinderen. Hij koopt het huis waar tuinen, lanen, grachten, singels, bossen, een schathuis, schuur, karnmolen en landerijen bij horen. Dit beslaat in totaal 168 ha. De Rensumaborg blijft van 1829 - 1974 in het bezit van de familie Swinderen. De bij het landgoed behorende boerderijen worden verhuurd. Na 1861 wordt de Rensumaborg niet meer permanent bewoond. Het landbouwbedrijf stopt met productie en bomen rond het huis worden gekapt en verkocht. Het wordt dan een plek die tot 1974 aan verschillende partijen wordt verhuurd.

Achterzijde woonhuis Rensumaborg (bron: Bugelhajema)

10

In 1974 wordt het huis met toebehoren verkocht aan de architect . Er volgt vervolgens een grote restauratie. Toch gaat de er niet in wonen. Uiteindelijk wordt het verkocht om dienst te doen als Restaurant van 1989 - 1996. In 1996 wordt de Rensumaborg aangekocht door de Stichting Renske Titia Boon (1900 - 1985 tuinarchitect uit Hoogezand). Zij geldt als de grote kenner van boerderij, landgoederen en tuinen in Groningen. Het landgoed telt nu nog 21 ha grond. Het terrein wordt binnen de grachten bewoond door die in ruim twintig jaar de borg met oud landschapspark in oude luister hebben hersteld. Het deel binnen de gracht is privé en niet te bezoeken. De buitenste grachten en het landschapspark zijn daarentegen wel te bezoeken. De Tuin Vanaf het moment dat het stenen huis werd verbouwd tot borg in 1700 heeft het een bijpassend ontwerp voor het landschap gekregen in Frans-classicistische stijl. Wie de ontwerper hiervan is, is onbekend. Het kan zijn dat dit Allert Meijer is geweest. Kenmerkend voor deze Frans-classicistische stijl is de open 'zichtlijn' vanaf de Rensumalaan, door het huis, tot aan de hergraven vijver en afgrond met nieuw opgeworpen heuvel. Op deze opgeworpen heuvel gelegen in de moderne geometrische achtertuin, ontworpen door Alberta Roodzant, staat een koepel. Deze koepel vormt een kopei uit Van Laar's Magazijn van Tuin-sieraden' (1802 -1809).

De opgeworpen berg is een seringeberg met slakkengang. Dergelijke opgeworpen bergen werden vaak gebruikt als 'fraai uitzichtpunt' over het omringende park en landschap. De tuin rondom de borg is naar ontwerp van Renske Titia Boon gerestaureerd. De poortwachterswoning In de jaren 90 van de vorige eeuw is het plangebied de locatie geweest van een school. Bij de ontwikkeling van de school is een vijver gegraven. Ook werd er geruime tijd nagedacht over woningbouw op de locatie van de poortwachterswoning.

11

Oud MAVO gebouw. (Bron: Beeldbank Groningen)

De Rensumalaan 1 in 1990. (Bron: www.topotijdreis.nl)

2.3 Huidige situatie Het complex wordt aan de noordzijde begrensd door de Oude Dijksterweg, aan de zuidkant wordt de doorgaande zichtas doorsneden door de spoorlijn van Groningen naar Roodeschool. Ten westen en oosten wordt de Rensumaborg omringd door agrarische gronden van derden. Het complex ligt ten noordwesten van het dorp Uithuizermeeden. Het perceel ten zuiden van de spoorlijn hoort officieel niet bij het Rijksmonument Rensumaborg, maar door de directe ligging aan de oprijlaan heeft deze landschappelijk gezien wel een relatie met de Rensumaborg. Voor de gewenste ontwikkeling op dit perceel biedt deze relatie kansen om het landgoed van de Rensumaborg te vergroten en (nog) steviger te verankeren in de omgeving. Net als bij andere borgen groeien er in het voorjaar prachtige stinzenplanten rond de borg. Afhankelijk van het moment waarop je de borg bezoekt, zijn de oprijlaan en singel bedekt met bonte kleuren.

Impressie huidige staat landgoed Rensumaborg, fotograaf (bron: https://sannemeijeronderweg.nl/rensumaborg/)

2020

12

Hoogtekaart

Geomorfologie en hoogtekaart

Grondsoortenkaart

Landschapstypenkaart

3. LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE 3.1 Landschap Het plangebied is gelegen binnen het Wierdenlandschap, op hoger gelegen armere grond (kwelderwal) en ligt vlak op de overgang van hoger gelegen gebied naar lager gelegen gebied. Deze armere gronden waren niet geschikt voor het verbouwen van gewassen of het houden van vee, maar waren wél geschikt voor bewoning. Zo is op de historische kaarten goed te zien dat hier de eerste woningen werden gebouwd. Het Wierdenlandschap behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Noord-West Europa. De provincie Groningen herbergt een enorme rijkdom aan deze wierden. Wierden zijn van oorsprong kunstmatig opgeworpen heuvels die de bewoners van dit landschap beschermden tegen het wassende zeewater en zijn ontstaan tussen ca. 500 v Chr. en 1000 n Chr. Vanaf het moment dat de Waddenkust voorzien werd van dijken werd het creëren van wierden overbodig. In sommige gevallen werden de wierden weer afgebroken. De archeologie van de wierden maar ook van terpen gaat over de ontwikkeling van het noordelijk kustgebied en de ontwikkeling van het landschap onder invloed van de mens. Hier is in 2018 uitgebreid onderzoek naar gedaan door (2018). Wierden ontstonden uit woonplaatsen die op de wat hogere plaatsen in het kwelderland waren gesticht, zoals op kwelderwallen langs de toenmalige kustlijn en langs de oevers van prielen en geulen.

Veel van deze wierden zijn uitgegroeid tot dorpswierden, met een maximale omvang van zo’n 15 ha (Ezinge) en een maximale hoogte van ruim 5 m (Eenumerhoogte, oostelijke Tuinster wierde). Vanaf het moment dat de verdedigingsfunctie van de wierden kwam te vervallen - zowel verdediging tegen water als tegen vijanden - werden de wierden niet meer alleen bewoond en bebouwd door boeren en burgers, maar werd het ook een aantrekkelijke locatie voor edelen om er hun landgoederen en buitens op te bouwen. De grond was relatief goedkoop en weinig waard, door schaalvergroting konden ze grotere percelen aankopen en op deze manier behielden ze in tijden van nood en overstroming 'droge voeten'.

Kenmerken Wierdenlandschap

Het Wierdenlandschap is een heel kenmerkend landschap. Het toont zich vooral in: • grootschalige openheid; • verspreide ligging van wierden(dorpen) en boerderijen; • erfbeplanting zorgt voor groene enclaves in het landschap. Doordat bij de verkaveling gebruik werd gemaakt van het grillige patroon van prielen en geulen, kreeg het land een onregelmatige blokverkaveling. Als gevolg van schaalvergroting in de landbouw en ruilverkavelingen is de herkenbaarheid en fijnmazigheid ervan sinds de jaren ’60 sterk afgenomen. Ten zuiden van Uithuizermeeden zijn deze restgeulen nog goed zichtbaar in het landschap.

3.2 Landschappelijke inbedding

De kenmerkende grondsoort in dit landschap is zeeklei met keileem, zie kaart grondsoorten. Opvallend is te zien dat de Rensumaborg op een kalkhoudende kwelderwal ligt, een hoger gelegen deel zoals gebruikelijk ter verdediging tegen het wassende zeewater. De zichtas van de Rensumaborg, gezien vanaf de kwelderwal, is door getijddeafzettingen ontstaan dat een laagte heeft gecreëerd. Dit zijn de zeekleigronden. De gronden die dienst deden voor agrarisch gebruik.

13

2 1

Uithuizermeeden

14

3

4 Uithuizen

Fysieke cultuurhistorie

0

125

250

500

750

1.000

Cultuurhistorische elementen en relaties

1 Rensumaborg (Bron:Google Earth)

2 Historische boerderij met gracht (Bron:Google Earth)

3 Historische boerderij met gracht (Bron:Google Earth)

4 Menkemaborg (Bron:Google Earth)

3.3 Structuren en patronen Qua landschappelijke structuren en patronen ligt de Rensumaborg in het typische Wierdenlandschap. Buiten de gracht wordt de borg deels omringd door de opgaande groenstructuren van het landschappelijke park en door het open landschap wat zo kenmerkend is voor het zeeklei landschap. Met grillig verkavelingspatroon dat is gevormd dankzij de voormalige aanwezigheid van prielen en geulen. Het beoogde perceel bedoeld voor een woning met bijgebouw, maakt onderdeel uit van deze landschappelijke openheid en ligt direct langs de Rensumalaan. Daarmee wordt het 'vrije' zicht van buiten de gracht van de Rensumaborg mogelijk onderbroken. Tegelijkertijd ligt het kavel langs de zichtas tegenover de dorpsuitbreiding van Uithuizermeden die zich aan de andere zijde van de zichtas langs de Resumalaan heeft ontwikkeld. Aan de noordzijde wordt het perceel begrensd door een laan. Langs de Rensumerlaan zelf bevindt zich een gemengd struweel waarmee direct zicht op de kavel wordt belemmerd en de doorgaande zichtas naar de borg wordt geaccentueerd.

3.4 Cultuurhistorische elementen en relaties Interessant in de ligging van de Rensumaborg is de nabijheid van de Menkemaborg en de ...borg. Het is goed voorstelbaar dat in het vroege begin, wellicht zelfs rond 1700, deze borgen op hoogte in een vrij en open landschap lagen waarin ze een sterke onderlinge zichtrelatie met elkaar onderhielden. Een suggestie hiervan hebben we gegeven in de kaart cultuurhistorische elementen en relaties. In de huidige situatie liggen daar naast de uitbreidingen van de dorpen ook verschillende kavels met opgaande groenstructuren die deze zichtrelaties onderbreken. Aangaande het perceel dat beoogd is voor de bouw van een woning met schuur is hier op een enkele dwarslaan na geen sprake van een open zichtrelatie vanaf de buitenzijde van de Rensumaborg.

15

Collage landgoed Rensumaborg, fotograaf Sanne Meijer 2020 (bron: https://sannemeijeronderweg.nl/rensumaborg/

16

Panoramabeeld vanaf de noordzijde, gekeken richting de Rensumaborg (bron:

, google maps)

4. WAARDENSTELLING 4.1 Inleiding

De historische buitenplaats Rensumaborg is van algemeen belang vanwege de historische waarde, de goed bewaard gebleven symmetrische aangelegde hoofdstructuur en vanwege de landschappelijk-visuele silhouetwerking. Het complex is een goed voorbeeld van een bescheiden borg met een eenvoudige geometrische terreinstructuur. Gezien de situering van het perceel waarop de beoogde nieuwbouw woning met bijbehorende schuur is voorzien, kan deze een inbreuk maken op de cultuurhistorische structuur. Op het moment dat de beoogde nieuwbouw niet direct aan de Rensumalaan wordt gesitueerd kan dit voorkomen worden. Van oudsher werden bij buitenplaatsen en landgoederen nieuwe toevoegingen in de vorm van bouwwerken en tuinsieraden aangebracht. Dergelijke nieuwe aanvullingen werden altijd 'landschappelijk ingepast' in de reeds aanwezige structuur. Belangrijk is dat er langs de Rensumerlaan waar de zichtas van de Rensumerborg langs voert vrij gehouden wordt. Een eventuele ontsluiting vanaf de Rensumerlaan richting de kavel mag geen afbreuk doen aan de doorgaande zicht structuur. Voorts is het aan te bevelen dat het kavel voorzien wordt met een bij het landschap passende beplanting in aansluiting op de beplanting van het landschappelijke park van de Rensumaborg.

17

Collage landgoed Rensumaborg, fotograaf 2020 (bron: https://sannemeijeronderweg.nl/rensumaborg/

0

18

125

2505

00

750

1.000

Historische kaart 1850. Er is veel bos aanawezig rondom de Rensumaborg en in de context van de Rensumaborg.

0

125

2505

00

750

1.000

Historische kaart 1950. Vrijwel alle groenstructuren zijn verdwenen. Slechts de laanstructuur en een klein gedeelte rondom de Rensumaborg is nog aanwezig.

0

125

2505

00

750

1.000

Historische kaart 1900. Veel bosstrucuren zjn verdwenen t.o.v. 1850. De laanstructuur van de Rensumaborg is nog wel duidelijk aanwezig.

0

125

2505

00

750

1.000

Historische kaart 2000. Groenstructuren worden hersteld en terug aangeplant.

4.2 Landschapswaarden De Rensumaborg is als groene enclave gelegen op een hoger gelegen kwelderwal aan de rand van Uitmeederhuizen en omringd door openheid. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is juist een besloten gebied wat direct gelegen is aan de laanstructuur richting het landgoed. Bijzonder zijn de twee horizontale verbindende lijnstructuren (de dijken) waartussen de rechtlijnige (laan)structuren van het landgoed functioneren als verticale verbinding. Deze verbindingen dienen o.a. ook als zichtlijn. Ook liggen er nog twee oude boomgaarden.

19

Landschapswaardenkaart met belangrijke lanschappelijke structuren

4.3 Cultuurhistorische waarden Vanaf de (interlokale) hoofdwegen kan de Rensumaborg betreden worden. Deze is gelegen tussen twee historische dijklinten aan de rand van een historisch lintdorp dat later is ontwikkeld tot wierdendorp. Het landgoed is niet publiek toegankelijk. De oprijlaan en het park zijn dit wel. Deze hebben beide een statige uitstraling. Aan de oprijlaan is ook het sportcomplex van Uithuizermeeden gelegen. Borgen hebben vanuit historisch perspectief vaak een relatie met elkaar. Denk hierbij aan de afstand onderling, zodat er makkelijker bescherming kon worden gezocht in slechte tijden.

20

0

125

2505

00

750

1.000

Cultuurhistorische waardenkaart met waardevolle kenmerken

21

Entree bij de Rensumaborg (Bron: Bugelhajema).

22

0

62,5

125

250

375

500 Meters

Plangebied in relatie tot de Rensumalaan en de Rensumaborg.

5. CONCLUSIES EN SUGGESTIES 5.1. Conclusies Het antwoord op de vraag of er gebouwd kan worden in het plangebied kan met 'ja' worden beantwoord. Wel blijft het van belang een woning landschappelijk goed in te passen en onder bepaalde voorwaarden, zodat de woning zich op een natuurlijke wijze voegt in het landschap, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied behouden blijft en wordt versterkt. Zo dienen o.a. principes van een landgoed in acht te worden genomen. De voorwaarden voor een ontwikkeling zijn op volgende pagina's verbeeld en beschreven.

5.2 Ontwerpopgaves

Om een bouwontwikkeling op een correcte manier in te passen in het landschap zijn de volgende uitgangspunten van belang: •

Er moet worden aangesloten op de statige rechtlijnigheid van de oprijlaan. De lange rechte oprijlaan, die in de as van het huis ligt, begint aan de Hoofdstraat in het dorp en loopt in noordoostelijke richting naar het huis, waar hij door de Borg doorloopt naar het Prieel aan de historische dijk.

•

De ontwerplijn van de waterparij kan mogelijk worden doorgevoerd. In de huidige staat is de kuil niet te gebruiken als vijver. Het is echter goed voor de biodiversiteit.

•

De aansluiting van de zuidwestelijke rand van belang en hoe deze relatie zich verhoudt tot de omgeving. Het zicht op de kassen doet afbreuk aan het historische karakter van het plangebied. Het zicht hierop kan bijvoorbeeld versperd worden door middel van bomen.

•

Er moet een duidelijke scheiding te zijn tussen open en besloten gebieden. De bestaande lanschappelijke kamerstructuur moet worden behouden en waar kan versterkt.

•

Landschappelijke kamerstructuur rondom de Rensumaborg.

23

Plangebied draagt bij aan bouwprincipe van een Landgoed.

Het plan moet meewerken aan het vervolmaken van het bouwprincipe van het landgoed. Het plangebied biedt de mogelijkheid om de poortwachterswoning in ere te herstellen. Dit doet geen afbreuk aan het ensemble van de Borg, maar versterkt dit juist.

Landschapsstijl van de Borgtuin.

5.3 Planvoorstel voor de situering van de beoogde nieuwbouw

Het planvoorstel betreft de situering van het woonhuis met werkschuur aan de Rensumalaan in Uithuizermeeden en heeft qua uitstraling de volgende kenmerken. Hierbij blijft de bestaande vijver behouden. • De woning met kap, haaks op de Rensumalaan; • De werkschuur met kap evenwijdig aan de Rensumalaan; • Bestaande inrit handhaven als ontsluiting. De afmetingen van de woning zijn in dit voorstel: 11 x 8 meter. De afmetingen van de werkschuur zijn in dit voorstel: 18 x 8 meter.

Het zichtvenster wordt in dit ontwerpvoorstel behouden. Aan de zijde van het kassencomplex wordt de beplanting dichtgezet. Er blijft een open relatie met de Hoofdstraat en kinderopvang Kids2B aan de zuidzijde van het plangebied. Op de volgende pagina is het ontwerpvoorstel verder uitgewerkt in een ontwerpvisie.

24

Planvoorstel situering woning met schuur, 22 november 2022

an

os pe rce el

Bestaand bosperceel

Re

ns um

Be s ta an db

ala

25 Legenda Rensumalaan met platanen Bestaande overige beplanting in het plangebied Waterpartij Entree Bebouwing Openheid in kamerstructuur

Kids2B

Bosperceel Infrastructuur Water Nieuwe bebouwing

0

10

20

40

60

80

Afronding beplanting Zichtas Rensumaborg

Zicht vanaf de Rensumalaan op het plangebied.

Bestaande droogstaande vijver in het plangebied.

Zicht vanaf het plangebied richting het westen.

Zichtvenster vanaf het plangebied richting de Rensumaborg. Er is sprake van een duidelijke zichtlijn richting de Rensumaborg.

26

Rensumalaan met zicht richting de Rensumaborg.

Bestaande inrit.

Bestaande inrit.

Kamerstructuur plangebied.

27

6. ONTWERP 6.1 Ontwerpschets

In de nieuwe situatie wordt de woning haaks op de Rensumalaan geplaatst. Door de nieuwe woning op deze manier te positioneren wordt de woning een entreegebouw voor de Rensumaborg. De kaprichting is ook in de lengterichting van de woning gesitueerd. De maximale lengte van de woning is 12 meter diep. De maximale breedte is 10 meter. Aan de voorzijde van het erf ligt de rooilijn in een redelijke lijn met de (bomen)laanstructuur van de Rensumalaan. Oostzijde (voorerf) Aan de oostzijde van het kavel bevindt zich al lagere opgaande beplanting. Dit is ook goed zichtbaar op de foto's. Deze beplanting blijft waar mogelijk behouden en versterkt. Op deze manier ontstaat er continuiteit in het straatbeeld. Door de beplanting een eenduidige structuur te geven wordt het duidelijk dat het kavel bij de Rensumaborg hoort, maar ook solitair functioneert. Extra landschappelijke inpassing aan deze zijde is niet noodzakelijk. Wel kunnen er door middel van solitaire bomen accenten worden toegevoegd op het erf en het omringende kavel. Ofwel door bloeiperiode en bloeikleur, bladvorm of bladkleur, winterbeeld, najaarsbeeld, zomerbeeld en lentebeeld, vruchtdragend of niet kunnen deze accenten een waardeovlle toevoeging zijn.

28

Westzijde (achtererf) De achterzijde van het kavel wordt aangeplant met opgaande beplanting (bijvoorbeeld struweel en/of bomen). Deze beplanting zorgt er voor dat de bestaande kassen aan het zicht wordt onttrokken. Bomen dienen op minimaal twee meter van de erfgrens geplaatst te worden en de aanplant van bomen mag de bedrijfsvoering niet in de weg staan. Zuidzijde Aan de zuidzijde bevindt zich de kinderopvang 'Kids2B' en de Hoofdstraat. Het perceel wordt aan deze zijde ingepast door middel van een aantal solitaire accenten in beplanting en er wordt kruidenrijk grasland ingezaaid. Zo blijft het zicht en de relatie met en op het plangebied behouden. Noordzijde De noordzijde van het kavel wordt ook ingezaaid met kruidenrij grasland en er wordt een bijenhotel toegevoegd. Door hier geen verdere ingrepen te doen blijft de kamerstructuur en de openheid behouden maar worden wel de natuurwaarden versterk.

Legenda Kavelgrens Bouwvlak Accenten in kleur en sortiment Nieuwe beplanting langs de kas Waterpartij met riet en natuurvriendelijke oever Entree Woning en werkschuur Kruidenrijk grasland Halfverharding oprit en erf Tuin Bijenhotel

0

10

20

40

60

80

29

6.2 Versterking natuurwaarden

Kruidenrijk grasland Het als bloemrijk grasland bedoeld gebied binnen de ontwikkeling wordt ingezaaid met een mengsel algemeen voorkomend (inheemse) wilde bloemen. Dit mengsel wordt eenmalig ingezaaid. Grassoorten zullen van nature verschijnen. Het is belangrijk om een mengsel met inheemse soorten en voornamelijk overblijvende soorten te kiezen. Deze soorten hebben een hoge natuurwaarde voor insecten en vogels en zijn over langere tijd het beste in stand te houden. Het basisbeheer is twee keer per jaar maaien (en oogsten) en afvoeren van de opbrengst. Dit beheer is vooral op de flora gericht. De bodem verschraalt op deze manier en het bloemrijk grasland krijgt meer kans om in stand te blijven. Kruidenrijk gras bevat veel soorten planten die op hun beurt voedsel vormen voor veel verschillende soorten ongewervelden. Schadelijke drijfmestbemesting of toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen wordt bij voorkeur vermeden.

30

Verwilderingsbollen ter versterking van kruidenrijk grasland Dit kruidenrijke grasland kan worden versterkt door verwilderingsbollen mee in te planten. Verwilderingsbollen zijn winterharde bollen die ieder jaar terugkomen. Kenmerkend van deze bollen is dat ze zichzelf handhaven en vermeerderen. Op grotere locaties geven verwilderingsbollen veel kleur in het voorjaar. Voor een goede dekkingsgraad is het wenselijk minimaal 20% van de totale oppervlakte grasland in te planten. Gefaseerd maaibeheer Bij gefaseerd maaibeheer wordt een deel van het grasland niet gemaaid. Dat kan aan de rand zijn of een vlek midden in het perceel. Bij een volgende maaibeurt in hetzelfde jaar, laat je op dezelfde plaats de vegetatie staan, zodanig dat een deel van het grasland een volledig jaar niet wordt gemaaid. Het jaar daarop kies je een ander deel, anders krijg je ruigte. Gefaseerd maaien is zeer belangrijk voor insecten. Ook ruigtes moet je zeker gefaseerd maaien. Als je een ruigte om de drie jaar maait kan je bijvoorbeeld elk jaar een derde deel maaien. Zo blijft er altijd tweederde deel staan voor de fauna. Bijenhotel Een robuust bijenhotel met gevarieerd aanbod van holtes (verschillende groottes en verschillende materialen zoals houtblokken, rietstengels en steen of leem) kan heel veel wilde bijen die solitair leven (dus niet als volk), nest- en schuilplaatsen bieden.

Nederland telt liefst 360 wilde bijensoorten. De bijen vinden honing en nectar in de omringende bloemrijke natuurelementen. Een bijenhotel is dus een waardevolle toevoeging.

Natuurvriendelijke oever Voor de natuurvriendelijke oever geldt dat veel wordt gewerkt met inheemse soorten, en dat de natuurvriendelijke oever in deelgebied 1 overgaat in pluksgewijs struweel. De waterranden en taluds zijn rijk begroeid. Het talud van de natuurvriendelijke oever en het kruidenrijke grasland kan worden begraasd door schapen. Doordat de kudde geleidelijk verplaatst, ontstaat variatie in de vegetatiestructuur. Dit zorgt voor een variatie in beplanting. Deze variatie wordt vergroot door pleksgewijs op lagere delen het talud uit te rasteren zodat deze delen een jaar niet worden begraasd. Hier kunnen zich rietkragen of ruigtes ontwikkelen die een winter lang blijven staan. Deze bieden naast schuil- en foerageermogelijkheden in de winter en broedmogelijkheden in de zomer ook een rijk winterbeeld. Voor riet- en watervogels levert dat goed leefgebied op. Bij voorkeur vindt beheer gefaseerd plaats, zodat niet alle begroeiing in een keer verdwijnt. Als dit de waterafvoerende functie niet in gevaar brengt, kan het ene jaar de ene (overlangse) helft worden geschoond en het daaropvolgende jaar de andere helft. Het maaisel wordt bij voorkeur afgevoerd, of consequent steeds op dezelfde oever gezet. Op deze manier wordt deze oever iets ruiger, terwijl de tegenoverliggende oever wat verschraalt.

Voormalige waterpartij herbruiken als waterpoel voor amfibieën Een poel waarvan het water niet in verbinding staat met doorlopende watergangen, maakt het gebied extra aantrekkelijk voor amfibieën doordat er minder roofdieren zoals vissen kunnen komen. Vrijkomende grond kan eventueel in een walletje aan de noordzijde worden gezet met struweel erop, bij uitstek geschikt als overwinteringsplaats voor amfibieën.

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

40

Rensumalaan 1 Uithuizermeeden

Bijlage 2 Bodemonderzoek

41

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

januari ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

Projectnummer:

22-M10570

Opdrachtgever:

BügelHajema Adviseurs

Datum:

12 januari 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

datum

12 januari 2023

projectnummer

22-M10570

in opdracht van

BügelHajema Adviseurs Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

januari ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 13

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 15 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 16 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 19

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 20

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 20

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 23

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 25

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 29

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 30

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

januari ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BügelHajema Adviseurs is in december 2022 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het perceel sectie G nr. 2389 gelegen aan de Rensumalaan 1 te Uithuizermeeden (gemeente Het Hogeland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een bestemmingsplanwijziging t.b.v. de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

januari ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari ’23

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

B 0

C

D

✓

✓

✓

✓

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

januari ’23

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een bestemmingsplanprocedure t.b.v. de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Het Hogeland (email d.d. 17-11-2022); • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

Rensumalaan nr. 1 Uithuizermeeden Het Hogeland Zie bijlage 1 X = 242,686 Y= 603,568 Gemeente Uithuizermeeden, percelen sectie G nr. 2389 Niet nagegaan. Ca. 11.700 m2 De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Uithuizermeeden, sectie G nr. 2389 gelegen aan de Rensumalaan nr. 1 te Uithuizermeeden. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en betreft een grasveld. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie te herontwikkelen en nieuwbouw van een woning met schuur te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) voor zover te beoordelen de vermelding "hoge trefkans". Het ontwikkeling en nieuwbouw van een woning met schuur.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

januari ’23

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten van voor 1900 tot ca, 1972 is op de locatie niet eerder bebouwing te herkennen. Op basis van topografische kaarten vanaf 1973 tot 2013 is op de locatie bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf 2014 is de bebouwing niet meer aanwezig. Huidig De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Uithuizermeeden, sectie G nr. 2389 gelegen aan de Rensumalaan nr. 1 te Uithuizermeeden. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en betreft een grasveld. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie te herontwikkelen en nieuwbouw van een woning met schuur te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten van voor 1900 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich woningen, kassen en agrarische percelen. Noordwestzijde: naastgelegen glastuinbouwbedrijf; Noordoostzijde: agrarische gronden; Zuidoostzijde: Rensumalaan en aangelegen woningen; Zuidwestzijde: naastgelegen kinderdagopvanglocatie.

januari ’23

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Uithuizermeeden, sectie G nr. 2389 gelegen aan de Rensumalaan nr. 1 te Uithuizermeeden. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en betreft een grasveld. Rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/ waterbodem en de het slib in de sloten/greppels is in dit onderzoek niet onderzocht. Voor zover bekend stond op de onderzoekslocatie in het verleden een schoolgebouw (chr. Mavo). Rond 2014 is de vm. bebouwing afgebroken. Vanaf 2014 is de locatie in gebruik als dierenweide.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de vm. gebouwen zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ● Vereniging voor Protestants en Christelijk Voortgezet Onderwijs Uithuizermeeden Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Het onderzochte terreindeel is onbebouwd. Er is geen informatie over evt. toepassing van asbesthoudend materiaal in de afgebroken bebouwing. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

januari ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen

Op topografische kaarten tot rond 1971 is centraal op het perceel een sloot/watergang te herkennen. De sloot liep van west naar oost (door het vm. pand). Het is niet bekend waarmee deze sloot/watergang in het verleden is gedempt.

figuur 1: vm. sloot / watergang

Niet gesprongen explosieven

januari ’23

Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

januari ’23

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich woningen, een glastuinbouwbedrijf en agrarische gronden. Op de locatie Rensumalaan 1A (glastuinbouwbedrijf) wordt melding gemaakt van een bovengrondse dieselolietank en een opslag van bestrijdingsmiddelen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► niet bekend

Omgeving <25 m

► Rensumalaan 1A, verkennend bodemonderzoek d.d. 30-06-1998, ref. Fugro, C-8185.110 conclusies:

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

► Niet bekend.

januari ’23

►De locatie bevindt zich in de zone wonen.

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-2 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Uithuizermeeden, percelen sectie G nr. 2389 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

januari ’23

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie voor zover bekend vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw tot rond 2013 een schoolgebouw (chr. Mavo). stond. Vanaf 2014 is de locatie in gebruik als dierenweide Op topografische kaarten tot rond 1971 is centraal op het perceel een sloot/watergang te herkennen. De sloot liep van west naar oost (door het vm. pand). Voor zover bekend is er geen informatie waarmee deze vm. watergang/sloot is gedempt. De gedempte watergang/sloot binnen het onderzoeksgebied is in deze fase van het onderzoek in eerste instantie niet apart onderzocht. T.p.v. de vm. gesitueerde gedempte sloot / watergang binnen het plangebied zijn enkele boringen in een raai geplaatst, de grondmonsters hiervan zijn, voor zover zintuiglijk onverdacht, betrokken bij de samengestelde mengmonsters van het overige deel van de locatie. Er is geen ander informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).

Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).

januari ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Rensumalaan perceel sectie G nr. 2389 te Uithuizermeeden

In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 11.700 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14241424/1