06 03 070922 Kadernota begroting 2023 definitief
Tekst van het document
Kadernota Begroting 2023
Pagina 1/33
Pagina 2/33
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1. Gemeentefonds ................................................................................................................................... 6 2. Ontwikkelingen met noodzakelijk (structureel) karakter ...................................................................... 8 3. Ambities en grote opgaven ................................................................................................................ 11 4. Overige ontwikkelingen ..................................................................................................................... 15 5. Investeringen ..................................................................................................................................... 21 6. Taakstellingen ................................................................................................................................... 24 7. Benchmark......................................................................................................................................... 28 Resumé ................................................................................................................................................. 32
Pagina 3/33
Inleiding Onlangs heeft u de eerste bestuursrapportage vastgesteld. Hierin heeft u diverse uitzettingen kunnen zien met gevolgen voor ons meerjarig perspectief en daarmee dus ook voor de kaderstelling voor de begroting 2023. Naast deze structurele mutaties, zijn er ook ontwikkelingen en ambities die naar onze mening een plek in de begroting moeten krijgen, maar wel voor een deel afweegbaar zijn. Deze ontwikkelingen vindt u terug in de voorliggende kaderstelling. Overigens is het goed te melden dat de financiën voor de beschreven ontwikkelingen met deze nota nog niet beschikbaar worden gesteld. Dat zal pas plaatsvinden bij de vaststelling van de begroting 2023. De beschreven ontwikkelingen en ambities in deze nota zijn op te splitsen in een deel dat noodzakelijkerwijs moet en een deel met afweegbare voorstellen. Deze afweegbare voorstellen zullen samen met de ambities die zijn opgenomen in ons coalitieakkoord betrokken moeten worden bij de opstelling van de begroting 2023. In deze kadernota geven we aan op welke wijze wij met deze ontwikkelingen willen omgaan, om zodoende met u te bespreken of u onze denkrichting onderschrijft. Wij stellen vast dat er grote (financiële) opgaven voor de komende begrotingen liggen. Dat vraagt bestuurlijke en politieke keuzes. Wij willen u daarom in deze kaderstelling meenemen in de dilemma’s die op tafel liggen.
Daarbij doen wij u voorstellen over hoe we daar mee om denken te gaan. In de eerste bestuursrapportage hebben wij u een beeld geschetst van de ontwikkelingen voor het huidige boekjaar. Deze effecten zijn deels incidenteel van aard, maar voor een groot deel ook structureel. Het structurele deel is uiteraard van grote invloed op ons meerjarig financieel perspectief. In deze kadernota schetsen wij dit perspectief en de dilemma’s die daarbij voor liggen. Financieel perspectief Eerste Bestuursrapportage Het startpunt voor de kaderstelling is uiteraard het meerjarig perspectief zoals dat bij de eerste bestuursrapportage door uw raad is vastgesteld. Daarbij richten we ons op de jaren 2023 e.v. In onderstaand overzicht ziet u het vastgestelde verloop, dat oploopt van een minimaal overschot in 2022 tot een tekort van ruim € 1,5 miljoen in 2025. De door u vastgestelde begrotingswijzigingen in 2022 hadden allen een incidenteel effect, of werden gedekt door externe financiering. Deze beïnvloeden het structurele begrotingssaldo voor de komende jaren vooralsnog dus niet.
Verloop meerjarig perspectief Bedragen x €1.000,Huidig perspectief Effecten 1e bestuursrapportage 2022 Bijgesteld perspectief
2022 1.430 -1.407 23
2023 5 -2.395 -2.390
2024 520 -2.469 -1.949
2025 2026 940 nnb -2.470 -2.545 -1.530 NNB
Uiteraard kunt u de bovenstaande saldi niet los zien van de grote omvang van de opgenomen taakstellingen in de begroting 2022. Hier komen wij later in deze kaderstelling op terug. In deze nota schetsen we als eerste de ontwikkelingen in onze belangrijkste inkomstenbron, namelijk het Gemeentefonds. Daarbij gaan we voornamelijk in op de uitkomsten van de meicirculaire. Nadat we de effecten van de meicirculaire hebben geschetst, presenteren wij u in deze nota diverse ontwikkelingen met voornamelijk een structureel karakter, die noodzakelijk zijn om onze basistaken op een degelijke wijze uit te voeren. Daarbij doen wij voorstellen met betrekking tot de wijze waarop we daar in de begroting mee om kunnen gaan. Uw standpunt nemen wij bij de opstelling van de begroting mee.
Pagina 4/33
Aangezien de bestaande taakstellingen in de huidige begroting van behoorlijke omvang zijn, hebben we ook gekeken hoe wij daar richting de begroting mee om willen gaan. Op een aantal onderdelen doen wij nu reeds suggesties. Bij de begroting zullen wij concretere voorstellen doen voor het gehele pakket met taakstellingen, in lijn met deze nota. De voorgestelde lijn met betrekking tot de taakstellingen vindt u terug in het derde hoofdstuk. In het derde hoofdstuk schetsen wij u diverse grotere ontwikkelingen en ambities die een politieke afweging vragen. Deze vindt u voor een groot deel ook terug in het coalitieakkoord. Deze ambities willen wij programmatisch benaderen, waarbij wij de kosten die gepaard gaan met het betreffende programma willen dekken met incidentele middelen. Dit kan voorlopig uit de gereserveerde middelen in de bestemmingsreserve ‘Opgaven 2022-2026’. In het vierde hoofdstuk ziet u een opsomming van diverse kleinere mutaties, die opgeteld nog wel een significante invloed hebben op de begroting. Om zo transparant mogelijk te zijn, leggen wij deze vroegtijdig aan u voor, met het advies deze posten in de begroting 2023 op te nemen. Wij hebben u ook een nadere duiding van de uitgevoerde benchmark beloofd. Daarom vindt u in het laatste hoofdstuk een weergave van de uitkomsten op hoofdlijnen, met de conclusies die wij daaraan verbinden.
De benchmark beziet de uitvoeringskosten van de diverse beleidsterreinen in onze gemeente. Wanneer we de uitkomsten van deze nota op een rij zetten, dan komen we uit om het onderstaande perspectief, dat de basis zal vormen voor de opstelling van de begroting 2023, met daarbij de voorstellen en lijnen die zijn geschetst in deze nota.
Verloop meerjarig perspectief Bedragen x €1.000,Huidig perspectief Effecten 1e bestuursrapportage 2022 Effect Kadernota Bijgesteld perspectief
2023 5 -2.395 2.846 456
2024 520 -2.469 2.766 817
2025 2026 940 nnb -2.470 -2.545 2.668 -3.894 1.138 -6.439
U ziet in de bovenstaande opstelling dat er een behoorlijk tekort resteert in 2026. Dit heeft te maken met de onzekerheid in de ontwikkeling van het gemeentefonds voor het jaar 2026. In de nieuwsberichten veelal aangeduid als ‘Het Ravijn’. De grote terugloop in de middelen in het gemeentefonds heeft te maken met het effect van de herijking van het verdeelmodel, met de in 2026 opgevoerde opschalingskorting en het vastgeklikte accres voor dat jaar op het niveau van 2022. Wij vinden dat dit tekort in dit stadium niet door ons is op te lossen. Daarom kiezen we ervoor dit inzichtelijk te maken in onze begroting, waarmee we duidelijk maken dat er wat ons betreft op korte termijn besluiten genomen moeten worden door het rijk op het terrein van het accres, het definitief schrappen van de opschalingskorting en dat het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds moet worden aangepast.
Pagina 5/33
1. Gemeentefonds Wij zien in de aanloop naar 2023 diverse ontwikkelingen in het gemeentefonds, die ons financieel perspectief flink zullen beïnvloeden. De belangrijkste ontwikkelingen schetsen wij kort: Herijking Gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds heeft voor het merendeel van de Groningse gemeenten grote negatieve effecten. Gezien de sociale structuur van deze gemeenten en de daarmee gepaard gaande zwakke financiële positie, lijkt de herijking van het Gemeentefonds voor deze regio mogelijk desastreuse gevolgen te hebben. Helaas hebben vele lobbyinspanningen niet geleid tot een uitstel van de invoering van het nieuwe verdeelmodel. Inmiddels is besloten tot een invoering van het model per 1 januari 2023. De effecten zijn meegenomen in de meicirculaire. Op basis van de huidige voorstellen zal het effect voor onze gemeente € 4,5 miljoen tot 5 miljoen negatief bedragen. Om de impact in de komende jaren niet te groot te laten worden, is er een aangepast ingroeipad voorgesteld. Het ingroeipad wordt beperkt tot drie jaar. In het eerste jaar bedraagt het maximale effect voor onze gemeente € 5 per inwoner, in het tweede € 12,50 per inwoner en in 2025 € 22,50 per inwoner. Dit op basis van de verdeling in 2019. Voor onze gemeente loopt het negatieve effect de komende drie jaar op tot ca. 1,8 ME structureel in 2026. De invoering van het nieuwe model wordt tijdig geëvalueerd.
Aan de hand van deze evaluatie besluit het kabinet over de invulling van het traject voor 2026 en daarna. Daaruit is op te maken dat de provinciale toezichthouders ermee instemmen dat gemeenten in 2026 mogen rekenen met een maximaal effect (voor Het Hogeland € 22,50 per inwoner) en niet nu al hoeven te anticiperen op een groter effect. Dat dit effect er echter wel komt is zeker niet uit te sluiten. Wanneer het kabinet besluit om na 2025 het model verder in te voeren, dan zal dat een aanvullend structureel negatief effect hebben van ca. 3,5 ME. Dit bovenop de € 1,8 miljoen die in deze nota is meegenomen. De effecten van het volledige model gaan we nog niet ramen. We beperken ons tot het voorgestelde ingroeipad, in afwachting van de evaluatie en nadere besluitvorming in de komende jaren. Wel is het raadzaam om rekening te houden met het grote structurele effect dat de herijking mogelijk met zich mee zal brengen en ruimte in de begroting te reserveren om de effecten te kunnen opvangen.
Wij stellen voor de mogelijke effecten van de herijking van het Gemeentefonds conform het ingroeipad te ramen. Daarbij koersen we wel op het reserveren van financiële ruimte om de mogelijke effecten op langere termijn te kunnen opvangen.
Opschalingskorting Gemeentefonds Gezien de toegenomen financiële druk bij gemeenten heeft het kabinet besloten de oploop in de opschalingskorting voor gemeenten tot en met 2025 incidenteel te schrappen. Dit levert extra ruimte op in de algemene uitkering in de komende jaren. De inzet van de gemeenten en de VNG is echter dat de opschalingskorting helemaal van tafel moet. Vooralsnog heeft het kabinet hier nog geen standpunt over ingenomen. De opschalingskorting bedraagt voor onze gemeente ca. € 2 miljoen. Wij stellen voor in de begroting 2023 nog niet voor te sorteren op het vervallen van de opschalingskorting in 2026.
Meicirculaire Inmiddels is de meicirculaire van het rijk ontvangen. We geven hieronder een doorkijkje in de effecten van de circulaire. Hierboven noemden we al de effecten van de herijking en het tijdelijk bevriezen van
Pagina 6/33
de opschalingskorting. Er is echter ook een nieuw regeerakkoord dat in de meicirculaire vertaald is. De uitkomsten op hoofdlijnen ziet u in de onderstaande tabel.
Meerjarig verloop gemeentefonds Bedragen x €1.000,2023 Sept. Circ. 2021 97.715 Mei Circ. 2022 106.732 Mutatie 9.017 Correcties voor netto effect: Taakmutaties 1.177 Stelpost prijsontwikkeling 977 Stelpost loonontwikkeling 1.267 Verwachte onderuitputting 1.389 Effect op saldo 4.207
2024 98.295 109.936 11.641
2025 100.014 113.778 13.764
2026 101.408 107.325 5.917
400 1.304 2.130 2.231 5.576
400 1.630 2.835 2.797 6.102
400 1.848 3.454 215
U ziet dat de effecten tot en met 2025 gunstig lijken. Vanaf 2026 verdwijnt het gunstige effect en zullen de gevolgen van de herijking zwaarder wegen dan de positieve effecten van het regeerakkoord. Er zijn dus nog veel onzekerheden omtrent de effecten van de ontwikkelingen in het gemeentefonds. Deze onzekerheid zit voornamelijk in het accres, opschalingskorting en het nieuwe verdeelmodel. Daarmee ontstaat er een enorme terugval van de Algemene Uitkering in 2026. Dit wordt ook wel ‘Het Ravijn’ genoemd. Hiervoor hebben we de gevolgen van de herijking en de opschalingskorting benoemd. Het accres is daarnaast voor 2026 gefixeerd op € 840 miljoen, zijnde het accres van 2022. Dit bedrag is dus niet gebaseerd op het zogenaamde ‘trap-op-trap-af-principe’.
Pagina 7/33
2. Ontwikkelingen met noodzakelijk (structureel) karakter In dit hoofdstuk schetsen wij u enkele ontwikkelingen met een noodzakelijk karakter. Deze zijn voor een deel bij u bekend. Ook het afgelopen jaar stonden diverse posten op de agenda. In de begroting 2022 hebben we door de krappe financiële ruimte niet voldoende structurele middelen vrij kunnen maken voor de vastgestelde onderhoudsplannen. Gezien het belang dat wij hechten aan het onderhoud van onze openbare ruimte en ons vastgoed, doen wij u in deze kadernota voorstellen voor het reserveren van aanvullend budget voor de genoemde plannen. De voorstellen in dit hoofdstuk zijn noodzakelijk om de reguliere uitvoering van onze gemeentelijke taken op het gewenste niveau te krijgen. Deze ontwikkelingen leggen we graag aan u voor, met een voorgestelde lijn over hoe we hier mee om zouden willen gaan in de komende begroting. Wij vernemen graag uw of u onze lijn steunt. Onderhoud Wegen/Civiel/Gemeentelijke gebouwen Reeds in de voorjaarsnota 2021 zag u diverse structurele en incidentele claims op het terrein van het onderhoud van de openbare ruimte. In 2021 heeft uw raad diverse beleidsplannen vastgesteld met een beschrijving van de benodigde middelen voor het onderhoud van de openbare ruimte. In de begroting 2022 kon niet voor de volledige omvang ruimte worden gevonden.
Wel zijn de jaarlijkse vervangingsinvesteringen op de begroting gebracht. Tevens is er een bedrag van € 1,5 miljoen gedoteerd aan de onderhoudsvoorzieningen voor wegen en civiele constructies en € 0,8 miljoen aan de reserve voor onderhoud van onze gebouwen, voor het onderhoud en de achterstanden in 2022. De gedachte achter de incidentele dotatie aan de onderhoudsreserve was om in de loop van 2022 te zien hoe de onderhoudskosten zich ontwikkelen. Door de benodigde voorbereidingstijd zijn de extra beschikbaar gestelde middelen nog niet aangesproken. Dat zal in de loop van dit en komend jaar wel gebeuren. Bijkomend probleem is de forse prijsstijging waar het onderhoud mee te maken heeft. De middelen in de bestemmingsreserve worden veelal niet geïndexeerd. Gevolg is dat het gat tussen de begrote/beschikbare middelen en de middelen die op basis van het plan voor het onderhoud nodig zijn, groeit. Voor ons reden te meer om in de komende begroting extra middelen vrij te maken. De vraag is of we dit doen middels wederom een eenmalige dotatie aan de bestemmingsreserve voor onderhoud, of dat we een structurele verhoging van de onderhoudsbudgetten in de begroting 2023 gaan opnemen. In het licht van de sterk stijgende prijzen stellen wij voor om in de begroting 2023 te proberen structurele ruimte vrij te maken voor een verhoging van het onderhoudsbudget.
Op basis van de beleidsplannen voor het onderhoud die u in 2021 heeft vastgesteld zouden we voor het onderhoud van de wegen jaarlijks € 1,4 miljoen, voor de Civiele constructies jaarlijks € 0,3 miljoen en voor de gemeentelijke gebouwen jaarlijks € 0,85 miljoen nodig zijn. Wij willen hier in een aantal stappen naar toe groeien. Op deze wijze kunnen we de komende jaren monitoren hoe het uitgavepatroon zich verhoudt tot het vastgestelde onderhoudsplan. Concreet stellen wij voor de onderstaande lijn voor de komende meerjarenbegroting als uitgangspunt te nemen:
Ingroeipad onderhoudsbudgetten Bedragen x €1.000,Onderhoud Wegen Onderhoud Civiel Onderhoud Gebouwen Totaal verhoging onderhoudsbudgetten
2023 350 75 200 625
2024 700 150 400 1.250
2025 1.050 225 600 1.875
2026 1.400 300 850 2.550
Pagina 8/33
Een aanvullende vraag betreft het achterstallig onderhoud van onze wegen. De beschikbare bestemmingreserve voor het onderhoud is niet voldoende om de achterstanden weg te kunnen werken. Wij stellen daarom ook voor om de komende jaren resultaatsafhankelijk te kijken of we op incidentele basis extra middelen voor het achterstallig onderhoud kunnen vrijmaken.
Wij stellen voor om structurele ruimte vrij te maken voor het benodigde onderhoudsbudget voor Wegen, Civiel en onze gemeentelijke gebouwen. Dit conform het beschreven ingroeipad.
Baggerplan Met het baggeren van de watergangen en vijvers in stedelijk gebied houden we het oppervlaktewatersysteem op orde. Het baggerplan beschrijft het kwantitatief beheer van het gemeentelijk oppervlaktewater-systeem. Het oppervlaktewater-systeem in stedelijk gebied moet voldoende robuust zijn om de ontwatering van de kernen te kunnen waarborgen. Door de klimaatverandering ontstaan steeds vaker heftige buien waarbij in korte tijd veel neerslag valt. Daar waar het hemelwater niet tijdig kan worden afgevoerd door het rioolstelsel, functioneert het verhard oppervlak van de wegen in eerste instantie als extra berging. Het overtollige hemelwater wordt via de verharding afgevoerd naar het oppervlaktewater waarmee getracht wordt overlast situaties te voorkomen. In het baggerplan 2022-2031 is in een 10 jaren programma de gemeentelijke onderhoudsplicht voor het op orde houden van het watersysteem weergegeven. Hieruit blijkt dat de onderhoudsplicht een ruimer budget vraagt dan eerder was voorzien, hierover wordt u later meer geïnformeerd. In Q2/Q3 2022 zal dit baggerplan worden voorgelegd aan ons college en daarna uw raad. Wij stellen voor om in afwachting van het Baggerplan nog geen structurele middelen te reserveren voor het baggeren van de watergangen en vijvers in het stedelijk gebied.
Bij de opstelling van de begroting kijken we in hoeverre een incidentele dotatie aan de baggerreserve tot de mogelijkheden behoort.
Afval Zoals u weet is de huidige afvalbegroting gebaseerd op de VANG-doelstelling van 30 kilo restafval per persoon per jaar in 2025. Deze doelstelling zal naar alle waarschijnlijkheid in 2025 niet gehaald worden. De huidige verwachting is dat we in 2025 tussen de 90 en 60 kilo uitkomen. Dit betekent dat de begroting en de berekening van het tarief gebaseerd moet worden op een groter aantal kilo’s. Ons uiteindelijke doel blijft echter wel 30 kilo per persoon per jaar. Het is echter noodzakelijk om een aantal structurele aanvullende maatregelen door te voeren om de doelstellingen te halen. Deze voorstellen vindt u hieronder: Uitbreiding Diftarsysteem: Een belangrijke volgende stap is om alle verzamelcontainers in te richten voor Diftar. De betrokken inwoners zullen we moeten voorzien van aparte gft-inzameling. Hiermee krijgen alle inwoners de mogelijkheid om afval te scheiden. Om dit te kunnen realiseren moeten de bestaande verzamelcontainers worden vervangen. Dit vraagt om een structurele verhoging van de kosten van €120.000 per jaar.
Pagina 9/33
Structureel communicatiebudget Om de VANG-doelstelling te halen moeten we meer doen om inwoners bewust te maken en te houden van het belang van het scheiden en het verminderen van afval. Hiervoor is structureel communicatiebudget nodig. Dit budget schatten wij op ca. € 60.000 per jaar. Extra toezicht/assistentie op de milieustraat Afgelopen jaar is er meer dan anderhalf miljoen kilo grof restafval afgevoerd van inwoners van Het Hogeland (33 kg per inwoner per jaar). Dit afval telt mee voor onze VANG-doelstelling. Het meeste van het grofvuil hebben inwoners zelf gebracht naar de milieustraat in o.a. Usquert. Veel van dit afval kan beter gescheiden worden op de milieustraat zelf. In andere gemeenten is bewezen dat meer toezicht en assistentie op de milieustraat een effectief middel is om grof huishoudelijk restafval beter te laten scheiden. Dit extra toezicht betekent een jaarlijkse kostenpost van ca. € 30.000. We onderzoeken momenteel de mogelijkheden om een kostendekkende begroting voor 2023 bij u neer te leggen. Hierin worden de eerder in deze nota genoemde kostenbesparingen en benodigde investeringen meegenomen. Een tariefstijging lijkt echter onvermijdelijk, wanneer de heffing de lasten voor 100% moet dekken.
Voor de begroting 2023 wordt daarom een aantal scenario's uitgewerkt en aan u voorgelegd, waarbij wordt aangegeven welke consequenties dit heeft voor de lasten van een huishouden.
Wij stellen voor de afvalstoffenheffing voor 2023 en verder voor 100% kostendekkend in de begroting op te nemen. Wij leggen u binnenkort een aantal scenario’s voor met de financiële gevolgen voor onze huishoudens.
Wanneer we de bovenstaande ontwikkelingen samenvatten, dan komen we op het onderstaande effect op de op te stellen begroting 2023:
Noodzakelijke mutaties (basis op orde) Bedragen x €1.000,Onderhoud Wegen Onderhoud Civiel Onderhoud Gebouwen Afval Totaal basis op orde
Stuctureel Incidenteel 350 700 75 150 200 400 PM PM 625 1.250
1.050 225 600 PM 1.875
1.400 300 850 PM 2.550
Pagina 10/33
3. Ambities en grote opgaven Naast de noodzakelijke claims om de basis op orde te brengen uit het vorige hoofdstuk, staan wij ook voor diverse grote opgaven in de komende jaren. Veel van deze opgaven vindt u terug in het coalitieakkoord ‘Samen Bouwen’. Wij beseffen dat het gezien de beperkte financiële ruimte in onze meerjarenbegroting niet meevalt om structureel ruimte te vinden voor deze opgaven. Wij stellen u daarom voor deze ambities in programmatische vorm op te pakken en verder uit te werken, zodat een beter zicht ontstaat op de incidentele effecten op korte en de structurele effecten op de langere termijn. Een aantal mogelijke programma’s willen wij in dit hoofdstuk benoemen. Het is echter zeker geen uitputtend overzicht, maar het geeft u wel een beeld van de opgaven die voor ons liggen. Voor een overzicht verwijzen wij u ook graag naar het coalitieakkoord. De uitwerking van de genoemde opgaven willen we dekken uit de bij de jaarstukken gevormde bestemmingsreserve ‘Opgaven 2022-2026’. Optimalisering digitale dienstverlening en doorontwikkeling informatievoorziening In het coalitieakkoord leest u het voornemen om onze digitale dienstverlening te versterken. Hiermee wordt geanticipeerd op de eisen en wensen die inwoners, ondernemers, het rijk en andere belanghebbenden aan de gemeente stelt.
Met ondersteuning van technologische ontwikkelingen zullen we, op basis van gegevens(data), diensten verlenen, beleid formuleren, beslissingen nemen en verantwoording afleggen. Een betrouwbare, beschikbare, toegankelijke, veilige en transparante gemeentelijke informatievoorziening is hiervoor noodzakelijk. Bovendien is ‘Digitaal’ steeds vaker onderdeel of basis van wetgeving. In toenemende mate is wetgeving zelfs primair gericht op het verbeteren van de digitale dienstverlening aan de inwoners. De Omgevingswet, de Wet Open Overheid (WOO) en de Wet Digitale Overheid (WDO) zijn daar voorbeelden van. De keerzijde hiervan is wel dat we een trend zien dat de kosten voor de informatievoorziening stijgen. Niet alleen de kosten voor hard- en software maar ook voor personeel, beheer, ontwikkeling van digitale vaardigheden, gegevenskwaliteit en informatiebeveiliging. Het gevolg is ook dat het afbreukrisico, wanneer de informatievoorziening hapert of de doorontwikkeling stagneert, steeds groter wordt. Daarnaast staan we voor de opgave om toe te groeien naar een digitaal en data georiënteerde organisatie. In het Strategisch Informatie Beleid zijn deze ontwikkelingen vertaald naar doelstellingen, uitgangspunten en een aanpak voor de uitvoering. De nadere uitwerking zal een uitvoeringsagenda opleveren. Deze uitvoeringsagenda vraagt meer financiële armslag.
Initieel gaan we uit van een bedrag van € 720.000 (15 euro per inwoner). Of dit voldoende zal zijn, moet blijken uit de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda. Voor nu zal het ons de slagkracht bieden om serieus invulling te geven aan de optimalisatie van de digitale dienstverlening en de doorontwikkeling van de informatievoorziening. Hogeland Oost (ontwikkeling Eemshaven e.o.) De Eemshaven is het noordelijk centrum in de productie van (duurzame) energie en kan/zal in de nabije toekomst een belangrijke rol gaan spelen in de waterstofeconomie en de energietransitie van Noord-Nederland als geheel. We hebben een eerste ruimtelijke stap gezet om deze energietransitie en de verduurzaming van de industrie te accommoderen met de keuze voor de uitbreiding van de Eemshaven in de Oostpolder. We zien echter ook dat er nog allerlei ontwikkelingen zijn rondom de energietransitie in het betreffende gebied, zoals de aanlanding van kabels van windparken op zee,
Pagina 11/33
opwek van duurzame energie d.m.v. windmolens en zonnepanelen, inrichtingsvraagstukken rondom de waterstofeconomie (kabels en leidingen, electrolysers, opslag e.d.). Tegelijkertijd zijn er in het omliggend gebied de nodige uitdagingen, zoals de leefbaarheid in de omliggende kernen, bereikbaarheid en de warmtetransitie. De ontwikkelingen en uitdagingen spelen zich zowel lokaal, provinciaal als nationaal af. We zien daarom de noodzaak om in een vroeg stadium de samenwerking op te zoeken met provincie, buurgemeenten en andere belangrijke stakeholders om de ontwikkelingen in goede banen te leiden en daarmee ook toekomstige ontwikkelingen mogelijk te blijven maken. Verder zien we vanuit het Rijk een bovengemiddelde interesse voor de Eemshaven. In de NOVI komt de Eemshaven veelvuldig voor en de afgelopen tijd is de haven landelijk in beeld voor datacenters, een LNG-terminal en extra windparken die mogelijk gaan aanlanden. Dit is op zich een mooie ontwikkeling, maar vraagt ook weer om de regie op de ruimte. De ontwikkeling van de Eemshaven biedt voor ons, in algemene zin, kansen om de uitdagingen in het omliggende gebied en de gehele gemeente het hoofd te bieden en in brede zin iets te kunnen doen aan de brede welvaart. Een gedegen integrale gebiedsgerichte aanpak is, gezien de vele ruimtelijke claims voor dit gebied, een absolute must.
Het is van belang om de organisatie rondom deze ontwikkelingen gedegen en meerjarig neer te zetten. Dit vraagt om extra inzet van mens en middelen de komende jaren. Voor het opstarten en het draaien van een programma voor deze gebiedsontwikkeling schatten wij de personele kosten op dit moment in op ca. € 500.000 per jaar. Wij willen in 2022 een start maken met het programma. Hiervoor is een startkrediet benodigd van ca. € 40.000. Na de opstart van het programma kan meer in detail worden aangegeven wat de exacte kosten zullen zijn per jaar. Woningbouw Eind 2021 is een bestuursopdracht vastgesteld met als doelstelling om op de korte en langere termijn het aanbod van woningen aan te laten sluiten op de (verwachte) vraag, waarbij nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van een dorp/buurt. Daarbij wordt in de uitwerking van de plannen ook rekening gehouden met doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie, mobiliteit en economische ontwikkelingen. We zien dat alle gemeenten worstelen met te maken keuzes, procedures, personeel en kosten. Daarbij is duidelijk dat we zonder een goede organisatie, die meerjarig wordt ingezet op het woondossier, niet de versnelling kunnen realiseren op het beschikbaar stellen van kavels die we op de langere termijn graag willen zien.
Dit vraagt om keuzes in de inzet van mens en middelen en een structurele organisatie middels een woonprogramma. We schatten de personele kosten voor een meerjarig programma op € 400.000 per jaar vanaf 2023. Om een start te kunnen maken in 2022 zal een startkrediet worden gevraagd van € 40.000. Voor de korte termijn zien we de nodige mogelijkheden om alvast de versnelling te starten, zonder afbreuk te doen aan nog te maken keuzes. De versnelling willen we realiseren door de planvormingsfase voor de Folkerdalocatie in Bedum op te starten en alvast ruimtelijke onderzoeken uit te voeren bij de dorpen Sauwerd, Zuidwolde, Baflo, Eenrum, Uithuizermeeden/Roodeschool, Uithuizen en Adorp voor geschikte uitbreidingslocaties, aansluitend op de bestaande ruimtelijke structuren. Daarnaast willen we alvast onderzoeken of er mogelijkheden zijn om vrijgekomen schoollocaties geschikt te maken als ontwikkellocaties. Voor de coördinatie op deze versnellingsacties willen we gebruik maken van de flexpool die de provincie beschikbaar heeft en daarnaast bestaande budgetten inzetten ter financiering van de onderzoeken (reserve Krimp en Leefbaarheid).
Pagina 12/33
Verbinding landelijk gebied Voor de verbinding van ons landelijk gebied willen we een kwartiermaker aanstellen. Deze kwartiermaker zal ons het komende jaar helpen om verbindende mogelijkheden inzichtelijk te maken en ons ambitieniveau te helpen bepalen. Het gaat om de verbinding van ons buitengebied met onze dorpen, op het vlak van de ruimtelijke inrichting, duurzame ontwikkeling, recreatie en toerisme en samenleving. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we het landelijke gebied en de dorpen nog beter op elkaar laten aansluiten, hoe kunnen we de duurzame ontwikkeling van ons landelijke gebied versnellen, waar is er plek om te recreëren en waar missen we dat nog, hoe zijn wandelpaden met elkaar verbonden en waar zien we kansen om dit te verbeteren, welke samenwerkingsinitiatieven kunnen we inzetten om het leefklimaat én de biodiversiteit verder te optimaliseren, hoe bevorderen we nog meer de lokale productie en consumptie etc. We willen dit doen met de gebruikers van ons gebied (dus inwoners én ondernemers). De hiermee gepaard gaande kosten schatten we in op ca. €100.000. Incidentele dekking kan plaatsvinden uit de bestemmingsreserve ‘Opgaven 2022-2026’. Verbinding Cultuur en Sociaal Domein We willen meer aandacht besteden aan de maatschappelijke meerwaarde van de bibliotheek, Kunst & Cultuur en de verbinding met het Sociaal Domein.
Cultuur kan een positieve bijdrage leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Zoals beschreven in de Cultuurvisie ‘Groots in kleinschaligheid 2020-2023’ speelt cultuur een grote rol in de mate van ieders betrokkenheid in de samenleving. Cultuur werkt verbindend. Het is daarom zeer geschikt om in te zetten binnen het Sociaal Domein. Inzet van Cultuur, voorafgaand aan het professionele zorgaanbod, zorgt voor het vergroten van de zelfredzaamheid en het versterken van de zorg voor elkaar. Zo kan cultuur mentaal versterken (zoals bij aardbevingsproblematiek, bij eenzaamheid onder ouderen of trauma’s bij statushouders), de sociale cohesie versterken, sociale verschillen verkleinen en vroegtijdige jeugdproblematiek signaleren. De vier bibliotheken in onze gemeente transformeren volop van een uitleenvoorziening naar een waardevrije openbare en laagdrempelige voorziening voor alle groepen in de maatschappij, zoals jeugd, senioren, laaggeletterden, oudkomers en nieuwkomers. De maatschappelijk educatieve bibliotheek ondersteunt inwoners om op eigen kracht deel te kunnen nemen aan de samenleving. Hiermee worden de bibliotheken meer verbonden met het sociaal domein, waarbij de organisatie van vraaggerichte activiteiten preventief bijdragen aan het welzijn van de inwoners.
We gaan in gesprek met betrokken partijen over hoe we de voorzieningen gaan intensiveren en komen hier bij de begroting 2023 op terug. De kosten worden op dit moment geschat op ca. € 250.000 per jaar voor de komende periode. Mobiliteitsvisie In de voorjaarsnota/eerste bestuursrapportage hebt u kunnen lezen dat wij in het kader van de mobiliteitsvisie incidenteel middelen hebben aangevraagd voor rapportages, inventarisaties en notities. Dit betreft drie hoofdthema’s. Te weten: Organisatie rondom verkeer in Het Hogeland, Leefbare en bereikbare gemeente, Duurzame en gezonde gemeente en een Sociale en Verkeersveilige gemeente. Voor uitvoering zal ook een beslag gedaan worden op (incidentele) middelen. Waddenkust Onze kustlijn is een belangrijk element in ons landschap. Voor, op en achter deze kustlijn bevindt zich veel bedrijvigheid. Sommige bedrijvigheid gaat vanzelf, andere moet een handje geholpen worden. Vaak hebben we hierin een minimale rol en soms hebben we hierin een regierol.
Pagina 13/33
Grote projecten zoals de verhoging van de zeedijk en daarmee het versterken van onze kust, het tegengaan van verziltingsproblematiek, de ontwikkelingen rondom de haven van Noordpolderzijl (de kleinste zeehaven ter wereld) vragen van ons een actieve houding en maximale regie. Maar ook andere ontwikkelingen en kenmerken zijn ontzettend belangrijk voor ons gebied. Denk hierbij onder andere aan de vele recreatieve en toeristische ontwikkelingen die er plaatsvinden, het grote aantal boerenbedrijven dat het land tot aan de kwelders bewerkt, beheert en beschermt, de enorme verscheidenheid aan flora en fauna op de grens van zee en land (en de bescherming daarvan). Wij zijn ontzettend trots op onze Waddenkust en haar bedrijvigheid. We weten dat we nauw met elkaar, onze inwoners en andere partners moeten samenwerken om deze prachtige eigenschappen van ons land te behouden. De veranderende maatschappij en het veranderende klimaat zullen van ons het uiterste vragen om bovenstaande elementen met elkaar te (blijven) verbinden en te ontwikkelen op een duurzame, toekomstbestendige en respectvolle manier.
In deze samenwerking en verbinding willen we antwoorden krijgen op grote vragen zoals: Hoe houden we onze grens tussen water en land op orde? Hoe houden we droge voeten terwijl we verstandig omgaan met het water? Hoe versterken we onze flora en fauna in dit gebied? Hoe kunnen we onze landschapsbeheerders ondersteunen en stimuleren om nog verder te verduurzamen? Hoe houden we de recreatieve en toeristische waarde van het gebied sterk terwijl we ook de rust en de ruimte van het gebied respecteren? De komende periode zullen we aan de slag gaan met deze opgave. U zult een nadere concretiseringsslag van deze opgave terugvinden in de begroting 2023. Samenvattend Wanneer wij de bovenstaande opgaven samenvatten, dan komen wij op de onderstaande inschatting van de kosten. Zoals in dit hoofdstuk aangegeven, stellen wij voor dit programmatisch aan te pakken en voor de komende jaren te dekken uit de genoemde bestemmingsreserve. Voorstellen voor de uitvoering van de programma’s en de bijbehorende dekking zullen aan u worden voorgelegd. De plannen kunnen zodoende worden geconcretiseerd, waarmee de incidentele en structurele effecten ook scherper worden en op termijn in onze begroting kunnen worden verwerkt.
Opgaven 2022-2026 Bedragen x €1.000,Ontwikkeling Hogeland Oost Woningbouw opgave Optimalisering Digitale dienstverlening Verbinding landelijk gebied Verbinding Cultuur en Sociaal Domein Mobiliteitsvisie Waddenkust Totaal opgaven
Incidenteel Jaarlijks 500 400 720 100 PM PM 820
250 PM PM 1.150
Wij stellen voor de benodigde middelen voor de onderwerpen in dit hoofdstuk programmatisch aan te pakken en te dekken uit de bij de jaarrekening 2021 gevormde bestemmingsreserve ‘Opgaven 2022-2026’.
Pagina 14/33
4. Overige ontwikkelingen In de voorgaande hoofdstukken zag u een aantal noodzakelijke budgettaire claims in de uitvoering van onze gemeentelijke taken en een weergave van verschillende grote opgaven. In dit hoofdstuk schetsen wij verschillende ontwikkelingen die we weliswaar niet als opgave bestempelen, maar die wel van significante invloed zijn op ons financieel perspectief. (Tijdelijke) Woningen In het hoofdstuk over de grote opgaven maakten we melding van de versnelling van de woningbouwopgave. Voor de korte termijn onderzoeken we ook de mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting. Daarbij kijken we naar tijdelijke huisvesting voor werknemers van buiten Nederland, maar ook kijken we of en hoe we kunnen voorzien in de huisvesting van statushouders en vluchtelingen. De afgelopen maanden zijn we in onze gemeente geconfronteerd met de opvang van evacuees uit Afghanistan, vluchtelingen uit de Oekraïne en zijn we – gezien de onhoudbare situatie in Ter Apel – gevraagd om meer en sneller huisvesting voor statushouders te organiseren. Behalve semipermanente tijdelijke huisvesting voor deze doelgroepen, ontstaat er op korte en middellange termijn ook extra vraag naar sociale huur, bovenop de vraag die er al is, bijvoorbeeld van onze jonge inwoners.
In het licht van de totale woningbouwopgave, zoals in het vorige hoofdstuk genoemd, zullen we hier ook samen met onze partners, zoals de woningbouwcorporaties, tijd, geld en ruimte voor moeten vinden. Vooralsnog gaan we er vanuit dat we voor de huisvesting van statushouders en vluchtelingen worden gecompenseerd door Rijk en/of COA. Mutatie begroting: PM Continuering subsidie St. Ondernemersfonds Het Hogeland De huidige regeling met betrekking tot het ondernemersfonds heeft een looptijd tot en met 2023. Financieel gezien is deze regeling gedekt tot en met begrotingsjaar 2025. Het voorstel is om deze regeling structureel door te trekken, ook voor de jaren na 2025. Het is ons voornemen om de bijdrage aan de stichting Ondernemersfonds vast te zetten op € 500.000 per jaar. Dit betekent dat de begroting een structurele uitzetting laat zien van € 90.000 in 2024 en 2025 en € 200.000 vanaf 2026. Voortzetten samenwerking met Economic Board Groningen (EBG) Bij de doorstart van de EBG heeft ons college besloten voor 2021 een bedrag van € 90.000 te begroten voor opdrachtfinanciering. Voor 2022 is er een inspanningsverplichting voor opdrachtverlening van € 80.000. Deze middelen zijn opgenomen in de begroting 2022. Wij stellen voor de samenwerking met de EBG blijvend vorm te geven en hiervoor jaarlijks een bedrag van €90.000 op te nemen. Mutatie begroting: € 290.000 structureel nadeel
Wij stellen voor de meerjarig benodigde aanvullende middelen voor het ondernemersfonds (incl. EBG) bij de begroting 2023 te ramen.
Beheer en doorontwikkeling archief De afgelopen drie jaar (2019-2021) was aan informatiebeheer jaarlijks een budget van € 200.000 toegekend voor beheer en doorontwikkeling van de analoge en digitale archieven van de gemeente
Pagina 15/33
Het Hogeland. Het budget in 2021 is niet volledig uitgegeven en het restantbudget is overgeheveld naar een volgend jaar, waardoor voor 2022 geen nieuw budget is aangevraagd. Projecten en werkzaamheden die hiermee bekostigd zijn waren onder andere de digitalisering van de diverse bouwarchieven, verbetertrajecten met betrekking tot het zaakgericht werken in Decos Join, het faciliteren van een goede klimaatbeheersing in de diverse archiefruimten en de inhuur van tijdelijke capaciteit om achterstanden weg te werken. Voor de komende jaren is nog steeds budget nodig om hiermee door te gaan. De bouwarchieven zijn nog niet in zijn geheel gedigitaliseerd en er staan nog nieuwe digitaliseringsprojecten in de planning, zoals de archieven van burgerzaken en diverse series uit het sociaal domein. Daarnaast is er een oplossing nodig voor langdurige digitale bewaring van archieven, het zgn. ‘E-depot’. Ook de doorontwikkeling van het zaakgericht werken en de diverse koppelingen met andere applicaties staan in de planning voor de komende jaren. Voor de fysieke archieven geldt dat we de komende jaren door de verkoop van de locatie Bedum meer archief buitenshuis moeten plaatsen, dit brengt ook extra kosten met zich mee. Om aan bovenstaande te kunnen blijven voldoen, is voor de jaren 2023 -2025 een incidenteel budget nodig van € 130.000 per jaar.
Hierbij de kanttekening dat de precieze kosten van een E-Depot op dit moment nog niet bekend zijn. Mutatie begroting: € 130.000 incidenteel nadeel (2023-2025)
Wij stellen voor de benodigde incidentele middelen op te nemen in de begroting 2023. Zoals gebruikelijk zullen deze incidentele kosten worden gedekt uit de Algemene Reserve.
Tijdelijke huisvesting IBOR In het implementatieplan “Positionering en centralisering Beheer en Onderhoud gemeente Het Hogeland” daterend van juli 2020 wordt ingegaan op de huisvesting van IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte, i.c. de samenvoeging van de teams van Infra en Beheer en Onderhoud). Aangegeven is dat de locatie in Winsum met dependances in Bedum en Uithuizen en zo nodig Leens wordt aangewezen als beoogde centrale locatie in wording. Voor de korte termijn (komende 5 jaar) is het noodzakelijk dat de huisvesting voor IBOR snel gedeeltelijk gecentraliseerd wordt. Dit om de onderlinge samenwerking en integraliteit tussen teamcoaches, voormannen, beheerders en het bedrijfsbureau te bevorderen. Het onderdeel B&O van IBOR werkt op dit moment vanuit vijf locaties. Bouwkundig verkeert de locatie Wehe-den Hoorn in een slechte staat. Door het plaatsen van tijdelijke units in Winsum kan aan de vraag om gedeeltelijke noodzakelijke centralisering voldaan worden. De huidige huisvesting in Wehe-den Hoorn is gedateerd en voldoet niet aan de eisen die aan werkplekken worden gesteld. Het pand is dusdanig verouderd dat het op niveau brengen onevenredig veel geld zou kosten. Daarnaast zou een meer centraal gelegen vestigingsplaats de voorkeur genieten. Daarom is in eerste instantie gekeken naar ruimte op bedrijventerrein Het Aanleg in Winsum.
De plannen voor de tijdelijke huisvesting omvatten het huren van containers voor de komende vijf jaar. Deze vijf jaar kunnen dan gebruikt worden om een definitief huisvestingsplan voor IBOR uit te werken. De kosten die gemoeid zijn met het huren van de containers zijn € 130.000 euro per jaar. Eenmalig moet er een bedrag worden gereserveerd van € 82.500 om de units te plaatsen en ICT-faciliteiten voor te bereiden. Mutatie structureel (voor 5 jaar) € 130.000 nadeel Mutatie incidenteel € 82.500 nadeel
Pagina 16/33
Naast de genoemde kosten zullen er ook een aantal investeringen noodzakelijk zijn. Deze vindt u in het onderdeel investeringen van deze nota. Wij stellen voor de benodigde middelen voor de tijdelijke huisvesting van IBOR op te nemen in de begroting 2023.
De Tirrel In februari 2022 hebben wij u door middel van een memo op de hoogte gebracht van de actuele financiële stand van zaken met betrekking tot de bouw van De Tirrel. In dat memo is verwoord welke overschrijdingen op dat moment “hard” waren. Het betreft overschrijdingen die deels met de uitvoering van het project zelf te maken hebben (actueel saldo van meer- en minderwerk), deels met de dekking van de financiering van het project (de NAM-bijdrage) en deels met de fiscaliteit van het project (kostprijsverhogende btw). Wij hebben u in februari nog niet gevraagd om extra financiële middelen beschikbaar te stellen, omdat daarmee gewacht wordt totdat ten aanzien van verschillende ontwikkelingen duidelijk is welke kant ze opgaan. Naar verwachting bestaat hierover in het najaar meer definitieve duidelijkheid. Dan nadert de bouw ook zijn voltooiing. Momenteel schatten wij het tekort van het investeringskrediet tussen de € 2 en 3 miljoen. Separaat daarvan is aangegeven dat betreffende de dekking van de jaarlijkse kosten voor beheer en exploitatie van De Tirrel een apart voorstel aan u zal worden voorgelegd. Ook daarover ontstaat medio dit jaar meer duidelijkheid. Dit zowel voor de incidentele kosten voor de implementatie, de structurele bijdrage in de exploitatie als voor de structurele beheerkosten voor de openbare ruimte.
Vooralsnog ramen we zowel de mutatie op het investeringskrediet als de exploitatie als PM. Mutatie begroting: PM (zowel investeringskrediet als exploitatie) Personeelskosten In aanvulling op het gevraagde personele budget in de bestuursrapportage, denken wij dat het noodzakelijk is op een aantal terreinen extra formatie in te zetten, teneinde bestaande knelpunten op te kunnen lossen. Hieronder ziet u een aantal personele claims nader toegelicht. OOV Om knelpunten bij OOV op te lossen is structurele uitbreiding van de formatie noodzakelijk. De huidige omvang van 2,8 fte is onvoldoende om de incidentele en structurele taken uit te voeren. Een belangrijk deel van deze formatie moet worden ingezet bij werk dat niet planbaar of voorspelbaar is. De meer structurele en reguliere taken komen daarmee serieus onder druk te staan. Beperkte uitbreiding bij de ondersteunende medewerker en toevoeging van een extra OOV-adviseur geeft de noodzakelijke ruimte om reguliere, regisserende en beleidsmatige taken beter te kunnen vervullen. In aanvulling op de tijdelijke uitbreiding wordt daarom gevraagd om structurele uitbreiding van de formatie met 0,2 fte voor de functie van OOV-medewerker per 1-1-2023. Daarnaast wordt gevraagd om structurele formatie vanaf 1-7-2022 van een OOV-adviseur. Dit sluit dan aan op de tijdelijke inhuur van een OOV-adviseur.
Mutatie begroting: € 100.000 structureel nadeel Contractmanagement Het Hogeland wil werk maken van professioneel contractmanagement. Samen met professionele inkooptrajecten komt de gemeente op die manier in control als het gaat om de inzet van externe partners, dienstverleners en leveranciers bij het realiseren van de politiek-bestuurlijke doelstellingen van de gemeente. De professionalisering krijgt vorm door contractmanagers te werven en door een
Pagina 17/33
contractmanagement-programma op te zetten. Op die manier wordt de brede organisatie meegenomen in deze professionaliseringsslag. In de afgelopen periode is een eerste stap gezet met het aantrekken van een eerste contractmanager voor het Sociaal domein. Om de ambitie verder waar te maken heeft het DT de noodzaak voor verdere uitbreiding van de formatie onderschreven. Daarom wordt een uitbreiding gevraagd van 1,5 fte, waarbij een deel van deze formatie wordt ingevuld door een coördinerende functionaris. Mutatie begroting: € 150.000 structureel nadeel Extra FTE-knelpunten Recreatie & Duurzaamheid Knelpunten Recreatie & Duurzaamheid (betreft personele inzet recreatievaart en duurzame mobiliteit. Binnen de organisatie is er een aantal taken dat wel aandacht behoeft maar waarvan geconstateerd is dat dat niet belegd is binnen een team. Met andere woorden die taken zijn tussen "wal en schip" geraakt na de herindeling. Deze taken betreffen zowel beleidsmatige werkzaamheden als meer uitvoerende (beheersmatige en onderhoudsmatige) werkzaamheden aangaande waterrecreatie en mobiliteit. Het gaat dan om taken als: Integrale laadvisie, plaatsing en onderhoud laadpalen, ligplaatsen, verhuur steigers, contacten derden en andere overheden m.b.t. waterzaken/-taken en overige waterzaken. Het is wenselijk dat deze taken wel worden uitgevoerd en hier personele capaciteit op wordt ingezet.
Mutatie: € 90.000,- structureel nadeel Sport en Cultuur/P&C Naast de bovenstaande functies, hebben we een inventarisatie gemaakt van taken die versterking behoeven maar die nog niet zijn uitgewerkt in een specifieke functie. Dit betreft de onderdelen Sport en Cultuur en P&C. Daarbij heeft de claim voor Sport en Cultuur te maken met de ambitie voor de komende jaren, waaronder een evaluatie van ons sportbeleid. De claim voor P&C moet een bijdrage leveren aan de beheersing van de werklast die samenhangt met de huidige ambities ten aanzien van control, waaronder de te plegen inzet op werkzaamheden samenhangend met de rechtmatigheidsverklaring en de fors toegenomen hoeveelheid aan (NPG) projecten. Deze claims begroten we, in afwachting van een nadere uitwerking c.q. onderbouwing, als stelpost. Gespecificeerd levert dat het volgende beeld op: Sport en cultuur € 150.000 P&C € 100.000 Mutatie begroting: € 250.000 structureel nadeel (vanaf 2023)
Wij stellen voor bij de opstelling van de begroting 2023 de bovenstaande personele lasten op te nemen.
Overige ontwikkelingen Naast de hierboven genoemde ontwikkelingen en voorgestelde uitgangspunten, zien wij nog de volgende, ietwat minder ingrijpende ontwikkelingen die inhoudelijk en financieel ook een plaats moeten krijgen in de begroting 2023 en die we graag nu met u willen delen. Groenbeheer Enige tijd terug heeft u het groenbeleidsplan vastgesteld. Bij de vaststelling van dit plan heeft u alleen incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het achterstallig onderhoud. Uitvoering en uitwerking van dit beleid vraagt echter ook extra structurele middelen. U ziet hieronder een aantal ontwikkelingen waarvoor wij aanvullende structurele middelen willen opnemen in de begroting.
Pagina 18/33
Vrijwilligerswerk groen Het groenbeleid stelt dat met vrijwilligers een plus mogelijk is. Enerzijds geeft dit een hoger kwaliteitsniveau, anderzijds door projecten op te pakken waar we zelf onvoldoende tijd of middelen voor hebben. Recent is, om meer vorm en richting te geven aan de inzet van vrijwilligers, een groen vrijwilligersmarkt georganiseerd. Vrijwilligers kunnen worden gestimuleerd en gefaciliteerd met gereedschap en instructie. In 2022 worden kosten nog betaald uit het budget incidenteel groenonderhoud (€ 430.000). Om dit structureel te borgen is jaarlijks € 15.000 extra nodig. Groenbeleid; biodiversiteit vergroten Het groenbeleid bevat de nodige ambitie om biodiversiteit te vergroten. Nu wordt voornamelijk gebruik gemaakt van natuurlijke momenten om daar extra invulling aan te kunnen geven, bijvoorbeeld in combinatie met omvorming van groen. Dat betekent dat de biodiversiteit maar heel geleidelijk zal toenemen. We zien tegelijkertijd wel mogelijkheden om bij beheer van bermen en gazons meer in te zetten op biodiversiteit. Maatschappelijk is daar ook draagkracht voor. Dit vraagt enerzijds voorbereiding, zoals inventarisatie van mogelijkheden en opleiding, anderzijds andere werkmethoden en materieel. Dit vraagt ca. € 50.000 per jaar. Groenbeleid; groen/ boomstructuren versterken Groenbeleid bevat onder meer ambitie om groen/ boomstructuren te versterken.
Zowel landschap, recreatie, klimaat, biodiversiteit etc. zijn daarbij gebaat. Tegelijk zijn er ook landelijke en provinciale doelstellingen. In combinatie met subsidieregelingen zijn daarvoor kansen. Meestal is er in deze regelingen een voorwaarde van cofinanciering. Bestaande budgetten zijn echter bedoeld voor regulier beheer en onderhoud van bestaand areaal. Tegelijk ontbreekt het aan tijd voor zowel voorbereiding als uitvoering. Daarom willen we € 40.000 in de begroting 2023 opnemen om deze kansen te kunnen benutten. Mutatie: € 105.000 structureel nadeel Uitvoering Roekenbeheerplan De gemeente heeft overlast van roeken. Om in beeld brengen wat de problematiek van roekenoverlast precies is en scenario's voor aanpak te verkennen zijn middelen benodigd. Inschatting is dat het aanpakken van Roekenoverlast € 30.000 euro per jaar kost. Mutatie: € 30.000 euro structureel nadeel Pilot coördinator informele zorg Op dit moment loopt de pilot coördinator informele zorg, waarbij een coördinator via mensenwerk Hogeland wordt ingehuurd. Deze pilot is zeer succesvol. Wij willen graag het contract nog met 1 jaar verlengen, dus voor 2023. Dit kan binnen de overeenkomst. Het past ook goed binnen het conceptbeleidsplan sociaal domein en het koersdocument sociaal domein.
Mutatie: € 50.000 incidenteel nadeel (2023) Kleedaccommodatie Uithuizen Stichting Buitensport Accommodaties Uithuizen heeft, vanwege het ontbreken van financiële middelen, zichzelf opgeheven waardoor het accommodatiegebouw met achterstallig onderhoud in eigendom van de gemeente komt. Zo is er sprake van achterstallig onderhoud dat moeten worden opgelost en moet het onderhoud op weer aanvaardbaar niveau worden gebracht, dit zijn incidentele kosten. Daarnaast is er budget nodig voor de structurele kosten zoals; nutsvoorzieningen, schoonmaak en de meerjarenonderhoudsplanning. Mutatie: € 50.000 euro incidenteel nadeel - € 43.500 euro structureel nadeel
Pagina 19/33
Wij stellen voor de benodigde middelen voor de bovenstaande ‘Overige ontwikkelingen’ op te nemen in de begroting 2023.
Wanneer we de bovenstaande voorstellen samenvatten, dan komen we op het onderstaande overzicht. Hierbij zijn ook de kapitaallasten van de investeringen uit het volgende hoofdstuk meegenomen.
Overige voorstellen Bedragen x €1.000,Ondernemersfonds/EBG Personele versterking Tijdelijke huisvesting IBOR Overige ontwikkelingen/wensen (incl kap. Lasten) Totaal ontwikkelingen/wensen
Stuctureel Incidenteel 290 590 153 83 407 94 1.440 176
Pagina 20/33
5. Investeringen Naast de ontwikkelingen, die zijn opgenomen in de voorgaande hoofdstukken, zijn er ook verschillende (vervangings)investeringen die wij in de begroting 2023 op zouden willen nemen. Wanneer u hiermee instemt, dan worden deze (vervangings)investeringen opgenomen op de investeringslijsten van de begroting 2023. Accommodatie SV Bedum Conform het amendement van uw raad van 14 april 2021 hebben wij het afgelopen jaar samen met het bestuur van SV Bedum een constructief traject doorlopen om helder te krijgen welke investering noodzakelijk is voor een duurzame en toekomstbestendige accommodatie passend bij de omvang van de vereniging. Momenteel wordt gewerkt aan het afronden van het definitieve programma van eisen. Daarnaast bevinden de gesprekken over privatisering van een deel van de accommodatie zich in een afrondende fase. Inmiddels heeft de ledenvergadering van SV Bedum besloten om financiële middelen beschikbaar te stellen, waarmee privatisering mogelijk is gemaakt. Kort na de zomervakantie wordt een voorstel aan uw raad voorgelegd om een aanvullend krediet beschikbaar te stellen om de bouw van een nieuwe accommodatie voor SV Bedum mogelijk te maken en om de omliggende openbare ruimte verkeersveilig en klimaatbestending in te richten.
Mutatie krediet: PM Toekomstige huisvesting De huidige huisvesting van de organisatie van Het Hogeland is nog een gevolg van het herindelingsproces van de voormalige gemeenten Bedum, De Marne, Eemsmond en Winsum naar de nieuwe gemeente Het Hogeland per 1 januari 2019. Alle medewerkers zijn momenteel verdeeld over meerdere gebouwen. Verder heeft uw raad reeds besloten tot de verkoop van het voormalige gemeentehuis te Bedum. Dit betekent interne verhuizingen. Deze huisvestingssituatie is niet optimaal. Met het oog op een efficiënte huisvesting van de organisatie heeft het college eind 2019 de bestuursopdracht ‘Verkenning huisvestingsconcept Het Hogeland’ vastgesteld. Begin 2021 heeft de projectgroep ‘Huisvestingsconcept’ een tussenrapportage opgeleverd. Naar aanleiding van deze tussenrapportage heeft ons college aan de projectgroep de opdracht gegeven een scenariostudie uit te voeren naar de volgende drie scenario's:
Scenario 1: efficiënt en doelmatig (terug naar twee locaties) Scenario 2: centraal en doelmatig (vestiging in één van de bestaande locaties) Scenario 3: centraal en hoogwaardig (volledige nieuwbouw)
Uw raad heeft medio 2021 de kaders voor deze scenariostudie vastgesteld. Als onderligger voor de scenariostudie hebben wij begin 2022 de notitie ‘Bouwstenen voor huisvesting’ vastgesteld. Hierin is omschreven vanuit welke visie en ambitie de drie scenario’s nader worden uitgewerkt. Op basis van de kaders van de raad en de bouwstenen van het college heeft de projectgroep begin 2022 een scenariostudie opgeleverd. Wij zijn voornemens u in 2022 een voorstel te doen welk scenario uit de scenariostudie de voorkeur heeft bij de verdere uitwerking van de toekomstige huisvesting van de gemeente Het Hogeland. Mutatie krediet PM
Pagina 21/33
Infrastructuur huisvesting IBOR Voor de tijdelijke huisvesting IBOR moet de infrastructuur worden aangepast. Er moet een nieuwe weg worden aangelegd, parkeerplaatsen moeten worden gevormd en de bestrating moet worden aangepast. Mutatie krediet € 65.000 nadeel (kapitaallast: € 2.600) Voor de tijdelijke huisvesting IBOR worden kale containers geleverd. Deze containers moeten worden ingericht voor 35 werkplekken met meubilair. De kosten per werkplek bedragen ongeveer € 2.600,-. Mutatie krediet € 93.000 nadeel (kapitaallast €20.000) Toplaag kunstgras hockeyveld Bedum Uit een extern onderzoek is gebleken dat de toplaag van het kunstgrashockeyveld in Bedum vervangen moet worden. De huidige toplaag is aangelegd in 2008 en bereikt daarmee een levensduur van 15 jaar. De verwachte kosten voor vervanging van de toplaag bedragen € 400.000. Wij stellen voor dit investeringskrediet op te nemen in de begroting 2023. Mutatie: Krediet € 400.000 Hieronder de gewenste investeringen in Industrie & Diensten (Ability). Uiteraard zijn deze investeringen afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden voor de toekomst van ons WSW-bedrijf. Wanneer we het bedrijf in de huidige vorm doorzetten, dan zullen deze vervangingsinvesteringen noodzakelijk zijn.
Vooralsnog stellen wij voor de kapitaallasten mee te nemen in het financieel perspectief, maar ze pas beschikbaar te stellen op het moment dat de toekomstige vorm van het bedrijf concreter wordt. 2023 - Vervanging walsmachine Werkplein Ability - Industrie en Diensten Voor de afdeling metaal moet de walsmachine in 2023 worden vervangen. Er zijn geen onderdelen meer verkrijgbaar en de software kan niet meer worden geüpdatet. Het bouwjaar van de huidige machine is 1993. Mutatie: Krediet € 50.000 2023 - Vervanging vrachtwagen/ bakwagen Werkplein Ability - Industrie en Diensten Voor de afdeling magazijn zal in 2023 de vrachtwagen/ bakwagen moeten worden vervangen. De huidige wagen heeft als bouwjaar 2010 met een stand van 440.000 km. Mutatie: Krediet € 60.000 2023 - Aanschaf schaaf/frees machine Werkplein Ability - Industrie en Diensten De afdeling hout wil in 2023 een vierzijdige schaaf/freesmachine met rotaplan aanschaffen om meer en passende werkzaamheden voor de doelgroepen te kunnen realiseren. Hierdoor wordt men minder afhankelijk van werksoorten en hoeven enkele andere machines niet vervangen te worden. Mutatie: Krediet € 45.000
Pagina 22/33
2024 - Vervanging heftruck Werkplein Ability - Industrie en Diensten In 2024 zal de 3 ton heftruck van de afdeling magazijn moeten worden vervangen. De machine is dagelijks in gebruik en aan vervanging toe. Bouwjaar is 2013. Mutatie: Krediet € 45.000 2024 - Vervanging kleine bakwagen/ busje Werkplein Ability - Industrie en Diensten In 2024 zal de kleine bakwagen (busje) van de afdeling magazijn moeten worden vervangen. De km stand bedraagt nu 118.00 km en is aangeschaft in 2014. Mutatie: Krediet € 35.000 2024 - Vervanging freesmachine Werkplein Ability - Industrie en Diensten Voor de afdeling hout zal de CNC-freesmachine in 2024 moeten worden vervangen. De machine krijgt steeds meer onkosten voor onderhoud en stamt uit 2007. Mutatie: Krediet € 150.000 2024 - Aanschaf zaagautomaat Werkplein Ability - Industrie en Diensten De afdeling metaal wil in 2024 een zaagautomaat aanschaffen. Een dergelijke machine kan veel meer dan de huidige machine. Het vervangt veel repeterend handwerk en zorgt voor maatvaste bewerkingen. Aanschaf maakt vervanging van de huidige machine niet meer nodig. Mutatie: Krediet € 80.000 Tweede ontsluiting Lauwersoog Door de stijging van de bouwkosten is de tweede ontsluitingsweg bij Lauwersoog fors duurder geworden. De kosten van de diverse bouwmaterialen liggen op een hoger prijsniveau als gevolg van de economische ontwikkelingen in de wereld.
Het is van belang te onderkennen dat er nog meer prijsstijging zou kunnen plaatsvinden. De tweede ontsluiting wordt namelijk pas in 2023 aangelegd. Wij informeren u op het moment dat concreter is welk extra krediet benodigd is. Mutatie: PM
Pagina 23/33
6. Taakstellingen In het coalitieprogramma is opgenomen dat we ook de taakstellingen tegen het licht gaan houden. Dat hebben we gedaan door te kijken naar externe ontwikkelingen en beperkingen, die van invloed zijn op de taakstelling. Zo hebben we bijvoorbeeld taakstellingen verlaagd in het geval er extra rijksmiddelen beschikbaar zijn gekomen. In onderstaand overzicht is weergegeven welke taakstellingen nog zijn opgenomen in de begroting. Per onderdeel zullen we ze nog kort toelichten en een voorstel doen hoe we de taakstelling op zullen nemen in de begroting 2023.
Taakstellingen (x € 1.000) Jeugdzorg - beheersmaatregelen - maatregelen Rijk met fin. consequenties - woonplaatsbeginsel/voogdij 18+ Bijzondere bijstand Personeel - Reiskosten woon/werk ambtenaren - personeel oud - personeel nieuw Efficiency Inkoop Verbonden partijen Sportaccommodaties Totaal
2022
2023
2024
2025
2026
1.443 525 439
1.887 917 439 350