03 18 040625
Tekst van het document
Memo Aan: Van: Cc: Datum:
College Sander Rispens, Gert-Jan Stulp
01 mei 2025
Onderwerp: Bezuinigingsspoor 13: Effect transitie WSW naar Leer/werkbedrijf (ontwikkelplein) Zaaknummer: Status: Concept
Aanleiding Sinds 1 januari 2015 is de Wet sociale werkvoorziening (WSW) afgeschaft. Hiervoor in de plek zijn beschutte werkplekken en afspraakbanen gerealiseerd. De instroom bij het Ontwikkelplein noemen we daarom sindsdien de nieuwe doelgroep. De raad heeft in 2023 ingestemd met het omvormen van een traditioneel SW-bedrijf (gericht op productie) naar een organisatie waarbij de ontwikkeling van de medewerker/inwoner centraal staat. Deze ontwikkelingen brengen financiële gevolgen met zich mee. De rijksbijdrage voor de WSW is hoger dan de bijdrage in de loonkosten (Loonkostensubsidie; hierna LKS) via de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) voor de afspraakbanen en de beschutte werkplekken. Daarnaast is de productiviteit van de nieuwe doelgroep lager. Hierdoor zullen er minder opbrengsten (omzet) kunnen worden gerealiseerd. Deze effecten zijn vooralsnog niet (volledig) financieel vertaald in de begroting of in het meerjarenperspectief. Onderzoek In het raadsmemo inzake het ravijnjaar is een stelpost opgenomen voor deze ontwikkeling/dit onderzoekspoor met een verwacht financieel effect dat tussen de 0 en 1.000.000 euro ligt. In deze memo wordt aan de hand van de ontwikkeling van de uitstroom van de WSW in de komende jaren een inschatting gemaakt van het financieel effect. In plaats van de stelpost wordt daarmee nu een beredeneerde inschatting gemaakt.
Uitstroom WSW Op basis van het personeelsbestand en op basis van de huidige regelgeving wanneer een medewerker AOW-gerechtigd is, is bepaald in welk tempo de WSW-ers uit zullen stromen. Hierbij is geen rekening gehouden met andere factoren zoals verhuizingen, overlijden of het kunnen gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Op basis van deze cijfers is de uitstroom van de WSW in: • 2030 → 25% (over 5 jaar) • 2035 → 50% (over 10 jaar) • 2045 → 75% (over 20 jaar)
Postbus 26
9980 AA Uithuizen
088 345 8888
gemeente@hethogeland.nl
www.hethogeland.nl
Pagina 1/4
Instroom Beschut werk / Afspraakbanen Met het stoppen van de WSW sinds 1 januari 2015 wil dat niet zeggen dat er geen (nieuwe) mensen meer zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor deze doelgroep zijn zogeheten afspraakbanen en beschutte werkplekken georganiseerd. Voor dit onderzoeksspoor gaan we er vanuit dat de instroom 70% is van de uitstroom van de WSW. Deze instroom wordt gelijk verdeeld over de afspraakbanen als de beschutte werkplekken. Een lagere instroom wordt enerzijds veroorzaakt door de huidige arbeidsmarktomstandigheden en anders de krimpende beroepsbevolking (vergrijzing). Meer begeleiding nodig De nieuwe doelgroep, maar ook het gewijzigde beleid vraagt om meer en andere begeleiding dan dat in het verleden werd geboden. Daarom wordt rekening gehouden met extra inzet van 1 fte (ambtelijke begeleiding) per 15 fte nieuwe instroom (doelgroep). Lagere omzet Als traditioneel SW-bedrijf is naast de WSW-subsidie de omzet een belangrijke inkomstenbron voor de dekking van de uitgaven. De omzet zal in de komende jaren naar alle verwachting lager worden. Dit komt doordat: • er meer focus op ontwikkelen en minder op productie is • de nieuwe doelgroep een lagere productiviteit kent Op termijn zullen daardoor steeds meer inkomsten wegvallen als gevolg van de uitstroom van de WSW-medewerkers.
Financieel effect Op basis van de ontwikkeling in de WSW zijn de afzonderlijke uitgangspunten op geld gezet. Voor de tijdshorizon 2026 - 2035 leidt dit tot onderstaand overzicht. Op basis van de huidige uitgangspunten hebben de ontwikkelingen in 2035 een nadelig effect van ruim 1,5 miljoen euro op de gemeentelijke begroting. Cumulatief Ontwikkeling in personen Oude doelgroep WSW in fte Nieuwe doelgroep Afspraakbanen (CAO aan de slag) in fte Beschut werk (CAO aan de slag) in fte Afname fte
jaar 1 2026
jaar 2 2027
jaar 3 2028
jaar 4 2029
jaar 5 2030
jaar 6 2031
jaar 7 2032
jaar 8 2033
jaar 9 2034
jaar 10 2035
-8,9
-21,8
-23,4
-39,5
-49,2
-52,4
-62,9
-75,0
-83,0
-91,1
3,1 3,1 -2,7 30%
7,6 7,6 -6,5 30%
8,2 8,2 -7,0 30%
13,8 13,8 -11,8 30%
17,2 17,2 -14,8 30%
18,3 18,3 -15,7 30%
22,0 22,0 -18,9 30%
26,2 26,2 -22,5 30%
29,1 29,1 -24,9 30%
31,9 31,9 -27,3 30%
WSW Loonkosten WSW (gem. 2024) Subsidie per SE (omgerekend naar fte)
-386.610 346.878
-948.951 -1.019.243 -1.722.170 -2.143.926 -2.284.511 -2.741.413 -3.268.608 -3.620.072 -3.971.535 851.427 914.495 1.545.182 1.923.594 2.049.731 2.459.677 2.932.692 3.248.035 3.563.378
Afspraakbaan Loonkosten Afspraakbaan (gem 2024) Loonkostensubsidie
115.802 -36.977
284.242 -90.761
305.297 -97.484
515.847 -164.714
642.177 -205.053
684.287 -218.499
821.145 -262.199
979.057 -312.621
1.084.332 -346.236
1.189.607 -379.852
Beschut werk Loonkosten Beschut Werk Loonkostensubsidie
110.931 -73.950
272.285 -181.514
292.455 -194.960
494.148 -329.415
615.163 -410.088
655.502 -436.979
786.602 -524.375
937.872 -625.216
1.038.718 -692.444
1.139.565 -759.671
Netto effect 'oude' vs 'nieuwe' doelgroep
76.074
186.728
200.560
338.877
421.867
449.531
539.437
643.175
712.333
781.492
Extra begeleiding (70.000 per 15 fte) fte begeleiding
28.965 0,4
71.096 1,0
76.362 1,1
129.025 1,8
160.623 2,3
171.156 2,4
205.387 2,9
244.885 3,5
271.216 3,9
297.548 4,3
Omzetwaarde per fte oude doelgroep Omzetwaarde per fte nieuwe doelgroep
62.068 -18.620 43.447
152.348 -45.704 106.643
163.633 -49.090 114.543
276.483 -82.945 193.538
344.193 -103.258 240.935
366.763 -110.029 256.734
440.115 -132.035 308.081
524.753 -157.426 367.327
581.178 -174.353 406.824
637.603 -191.281 446.322
Totaal
148.486
364.467
391.464
661.440
823.425
877.420
1.052.904
1.255.386
1.390.374
1.525.361
Pagina 2/4
Gedetailleerdere uitwerking / Verfijning uitganspunten In bovenstaande berekening is uitgegaan van gemiddelden voor een eerste inschatting van het financiële effect. Er zitten echter verschillen tussen de uitgangspunten die specifiek voor 'groen' of voor 'industrie & diensten' gelden. Deze verschillen moeten worden uitgezocht, waarna met deze meer specifieke uitgangspunten een beter onderbouwde inschatting kan worden gemaakt. Naast de verschillen tussen 'groen' en 'índustrie & diensten' zullen de andere aannames zoals de extra begeleiding en de lagere omzet nader moeten worden onderzocht door gebruik te maken van de kennis van de teams/direct betrokkenen. Perspectief 4 of 10 jaar In bovenstaande opstelling wordt een horizon van 10 jaar geschetst. De (meer)jarenbegroting wordt opgesteld voor een periode van 4 jaar. Als het financiële effect van het tiende jaar zou worden verwerkt in de (meerjaren)begroting van 2026 zal dat betekenen dat in de komende 9 jaar een incidenteel voordeel zal ontstaan. Immers het daadwerkelijk financiële nadeel in de eerdere jaren is minder groot. Dit zou tevens betekenen dat nu al andere keuzes) gemaakt zouden moeten worden (lees: bezuinigingen op andere beleidsterreinen). Derhalve wordt voorgesteld te rekenen met de bedragen die gelden voor het vierde jaar (€ 661.000).
Als gevolg hiervan zal er jaarlijks een 'nieuw' financieel nadeel ontstaan dat in dat jaar ook tot keuze moeten leiden. In de volgende zes jaren groeit dit bedrag naar € 1,5 miljoen. Gemiddeld een verslechtering van het begrotingssaldo van € 144.000. Huidige meerjarenbegroting In de huidige meerjarenraming is ten dele reeds rekening gehouden met een aantal van bovenstaande ontwikkelingen. Dit zou kunnen betekenen dat het financiële nadeel anders uitvalt. De komende periode wordt gebruikt voor het actualiseren van de raming/prognose voor 2025 en een doorkijk worden gemaakt voor de jaren erna. (Business case) IBOR/Groen Bekend is dat de uitstroom van de WSW in de komende vijf jaren bij IBOR/Groen groter is dan bij 'industrie & diensten'. Als de uitstroom niet wordt gecompenseerd door beschut werkers of door afspraakbanen dan zal de verloren capaciteit moeten worden ingevuld met ambtelijke medewerkers. Dit zal leiden tot een extra uitzetting. Deze uitzetting is nog niet meegenomen in bovenstaande doorrekening. De financiële effecten van dit aspect worden berekent in de Business Case IBOR/Groen. De effecten hiervan worden meegenomen in de voorjaarsnota 2025. Impulsbudget voor SW-bedrijven Het rijk heeft voor SW-bedrijven zogeheten Impulsbudget beschikbaar gesteld.
Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks dit impulsbudget van het rijk om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. In de meicirculaire 2025 zal bekend worden wat dit voor Het Hogeland betekent. Er is in bovenstaande opstelling nog geen rekening gehouden met deze inkomsten. Mogelijk dat een deel van dit budget gebruikt kan worden voor de hierboven geschetste ontwikkelingen.
Pagina 3/4
Disclaimer/Risico In het voorgaande zijn diverse voorbehouden opgemerkt en is toegelicht met welke aannames is gerekend. Uit verder onderzoek en aanscherping van de aannames kan het financiële effect wijzigen. De komende periode wordt gebruikt om de gehanteerde uitgangspunten te toetsen en te verfijnen. Het spreekt voor zich dat aanpassingen in de uitgangspunten zal leiden tot een ander financieel plaatje. Conclusie Op weg naar de begroting zal de komende periode wordt gebruikt voor het actualiseren van de raming/prognose voor 2025 en een doorkijk worden gemaakt voor de jaren erna. De uitgangspunten worden daarbij getoetst bij de teams/direct betrokkenen. Voor de Voorjaarsnota betekent dit een concretisering van de in te vullen opgave op het terrein van de effecten van de WSW. Benodigde investeringen De extra benodigde capaciteit voor de begeleiding voor de nieuwe doelgroep (afspraakbanen en beschut werk) kan als structurele investering worden gezien. Financiële effecten In de tabel op pagina 2 staan de mogelijke financiële effecten berekend op basis van de huidige uitgangspunten. Voorgesteld wordt om in de meerjarenbegroting de bedragen te hanteren voor de eerste vier jaren. Dat betekent voor nu een verslechtering van € 661.000 op onze meerjarenbegroting.
Samengevat kan de meerjarenbegroting met de onderstaande bedragen worden aangepast, waarmee de in te vullen opgave nog weer iets concreter wordt. Zoals ook in de bovenstaande cijferopstelling is te zien, loopt het tekort na 2029 verder op. Dat betekent ook in de komende meerjarenbegrotingen een extra opgave. Richting de begroting 2026 zullen ook de effecten van de transitie naar het leer/werkbedrijf verder worden uitgewerkt en kan er een doorkijk naar de komende jaren worden gegeven: Effecten uitstroom WSW instroom nieuwe doelgroep Effect uitstroom oude instroom nieuwe doelgroep Extra begeleiding Effect op omzetwaarde Totaal (personele) taakstelling
2026 € 76.074 € 28.965 € 43.447 € 148.486
2027 € 186.728 € 71.096 € 106.643 € 364.467
2028 € 200.560 € 76.362 € 114.543 € 391.465
2029 € 338.877 € 129.025 € 193.538 € 661.440
Pagina 4/4